dinsdag 16 juni 2020

Geen korting op basissalaris van de Curaçaose Statenleden

Inleveren op autotoelage, representatie, vakantiegeld en vakantiedagen 


Het basissalaris van de Curaçaose Statenleden blijft zoals het is, daar wordt niet op gekort. Dat blijkt uit een brief van Statenvoorzitter Ana-Maria Pauletta (PAR) aan haar partijgenoot premier Eugene Rhuggenaath. Het huidige basissalaris van Statenleden is vastgesteld op 12.714 gulden per maand. Dit meldt het Antilliaans Dagblad vandaag, dinsdag 16 juni 2020.

De minister-president had eerder gevraagd hoe de Staten invulling gaan geven aan de korting van 25 procent op de arbeidsvoorwaarden. Deze voorwaarde - zoals opgelegd door de Nederlandse regering in verband met verstrekking van liquiditeitssteun aan Curaçao, noodzakelijk als gevolg van de coronacrisis - gaat in per 1 juli 2020.

De wijze waarop dat gebeurt, is als volgt: de Statenleden leveren in op hun autotoelage (5 procent), representatievergoeding (4 procent), de helft van het vakantiegeld (3 procent) en ‘vakantie-uren’ (13 procent). Bij elkaar 25 procent.

Paulette bericht de minister-president namens de Huishoudelijke Commissie van de Staten. Die heeft zich over de kwestie gebogen en stelt voor om de korting van 25 procent op de arbeidsvoorwaarden van de parlementariërs toe te passen op de toelagen, maar om het basisloon van de 21 Statenleden te behouden. Het betreft een voorstel van de commissie dat nog door de Curaçaose volksvertegenwoordiging ‘dient te worden bekrachtigd’.

Het voorstel aan het kabinet-Rhuggenaath is dan ook ‘onder voorbehoud van de bekrachtiging door de Staten’, aldus Pauletta. Die bekrachtiging kan en zal deze week op de agenda worden gezet. Het basissalaris blijft dus voor 100 procent behouden.

De autotoelage van 5 procent, die tot nu toe voor rekening van de werkgever (lees: Land Curaçao) kwam, komt straks voor rekening van de werknemer (het Statenlid). Hetzelfde geldt voor de representatie van 4 procent: werd eerst betaald door de overheid en dat verdwijnt nu. Het vakantiegeld bedraagt 6 procent en wordt opgesplitst in 3 procent voor Land en 3 procent voor de individuele parlementariër.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten