woensdag 8 januari 2020

Ipko-overleg: Eerste Kamerlid Paul Rosenmöller pleit voor wederzijdse verkiezingswaarneming in Nederland en op Curaçao en Aruba

Rosenmöller: 'Hoe meer vreemde ogen dwingen hoe beter'


Als het aan Nederland ligt wordt er tijdens dit Ipko-overleg nog een besluit genomen over de wederzijdse verkiezingswaarneming en vindt dit plaats in 2021; eerst bij de verkiezingen in maart in Nederland en daarna op Curaçao en Aruba. Dat is gisteren tijdens het Interparlementair Koninkrijksoverleg (Ipko) door het Eerste Kamerlid Paul Rosenmöller naar voren gebracht. Dit meldt het Antilliaans Dagblad vandaag, woensdag 8 januari 2020.

'Het onderwerp van de wederzijdse verkiezingswaarneming heeft nu een status bereikt waarbij we concrete afspraken kunnen maken die we moeten voorleggen aan Sint Maarten en waarbij dit eiland zich het liefst aansluit. Het onderwerp heeft al twee keer op de Ipko-agenda gestaan. Er is een voorstel door Nederland uitgewerkt waarbij teruggegrepen wordt naar wat er vorig jaar is afgesproken. We weten hoe belangrijk het is om een democratie te hebben en dat een verkiezing goed, zuiver en volgens internationaal erkende spelregels moet verlopen. Het lijkt een vanzelfsprekendheid, maar als het niet het geval is, is de wereld te klein. Onze suggestie is om de waarneming in internationale context te laten plaatsvinden en om vast te leggen hoe dat gebeurt. Zo kunnen er afspraken gemaakt worden over de duur van de waarneming en over de rapportage', aldus Rosenmöller.

Van Arubaanse zijde wordt ingebracht, dat verkiezingswaarneming doorgaans op uitnodiging van politieke partijen gebeurt. Ook wordt gevraagd of het niet vreemd is om als zittend parlementariër waarnemer te zijn bij verkiezingen voor nieuwe parlementariërs.

Curaçaos lid Ana-Maria Pauletta (PAR) legt vervolgens uit, dat het hier specifiek gaat om verkiezingswaarneming vanuit de parlementen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten