Posts tonen met het label Sieuwnath Naipal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sieuwnath Naipal. Alle posts tonen

woensdag 30 april 2014

Surinaamse producenten gebotteld water zwijgzaam over herkomst water

Waar komt het 'bron- en natuurlijk mineraalwater' in flesjes vandaan?

Kraanwater niet slechter dan gebotteld water

Waterexportplannen president Bouterse komen niet van de grond


30-04-2014  Door: Paul Kraaijer/Obsession Magazine


Paramaribo - Waar komt het Surinaamse 'bron- en natuurlijk mineraalwater' in flesjes vandaan? Alleen de producenten kennen het antwoord. Suriname is rijk aan, zoet, drinkwater. Dusdanig rijk, dat president Bouterse tijdens zijn nieuwjaasrrede in januari 2012 zei, dat het land grote kansen ziet voor de export van drinkwater. De regering zou daar zelfs prioriteit aan geven in haar beleid.

'(...) Water is een kostbaar bezit van ons land en komt overvloedig voor. In de wereld bestaat echter een groot tekort aan schoon drinkwater. Wij zullen daarom de export hiervan als een van onze prioriteiten beschouwen, en in dit jaar van verhoogde aktie met voortvarende zorg de voorbereidingen tot export hiervan ter hand nemen. (...)'

Inmiddels is het april 2014 en de waterexportplannen van Bouterse zijn nog steeds plannen. Nog geen druppel drinkwater heeft Suriname, in het kader van een gestructureerd exportplan, verlaten. Het water verdwijnt nu nog slechts in flessen en flesjes zogenoemd bronwater.

Zwijgzame producenten
Maar, waar halen de lokale Surinaamse producten hun bron- en mineraalwater vandaan, is het werkelijk allemaal bronwater of gewoon goed gefilterd grondwater, wie zijn die producten en welke merken lokaal bronwater zijn er op de markt verkrijgbaar? Antwoord krijgen van de diverse producenten op de vraag waar het water in hun flessen en flesjes vandaan komt blijkt een lastige klus. Op een na, reageert niemand. Pas op 21 mei reageert een tweede bedrijf. Waarom niet? Hebben zij iets te verbergen? Durven zij niet bekend te maken waar hun zogenoemde bron- en mineraalwater vandaan komt? Komt dat water wellicht niet uit een bron?

De voorzitter van de Consumentenbond Suriname, Rudy Balker, laat in een reactie weten, dat de bond zelf een onderzoek gaat starten naar 'de echtheid van in Suriname gebotteld water'.

'Diamond Blue': water uit het Amazone-bekken?

De enige producent die meteen reageert is het bedrijf Rudisa Beverages & Juices NV aan de Martin Luther Kingweg in Paramaribo. Hier wordt sinds mei 2007 'Diamond Blue' geproduceerd, 'Purified water - Non carbonated - Out of the Amazon'. Maar, komt het water van 'Diamond Blue' werkelijk uit het Amazonegebied. Volgens Warsha S. Torilal-Sardjoe, 'vice-president' van het bedrijf, wel: 'Er staat op de label, uit de Amazone, en zoals u zelf weet, word dit deel van de wereld “het Amazone gebied” genoemd. Wij vermelden niet dat het water uit een bron midden in het Amazone regenwoud vandaan komt. De bronnen zijn daadwerkelijk met het Amazone-bekken verbonden. Onze wells zijn diep genoeg zodat het daad werkelijk bron water genoemd mag worden.'

Maar, kennelijk weet de 'vice-president' niet, dat 'dit deel van de wereld' echt niet het 'Amazone-gebied' wordt genoemd. Natuurlijk zal ongetwijfeld in het doorsnee taalgebruik snel gezegd worden, dat het Surinaamse regenwoud Amazone regenwoud is, terwijl dat feitelijk niet het geval is.
Het Amazoneregenwoud beslaat een oppervlakte van 7 miljoen km² en is verspreid over negen landen: Brazilië (60%), Peru (13%), Colombia (9%), Venezuela (5%), Bolivia (5%), Guyana (3%), Suriname (2%), Ecuador (1,5%) en Frans-Guyana (1,5%). Het Amazoneregenwoud bevindt zich in Suriname alleen in het uiterste diepe zuiden van het land, in het grensgebied. Het Amazone-bekken is gesitueerd in een bekken dat grotendeels door de rivier de Amazone en zijn 1.100 zijrivieren wordt doorstroomd. Ook wat dit betreft lijkt Suriname iets te ver uit de buurt te liggen om maar enigszins verbonden te kunnen zijn met dat bekken. Er kunnen dan ook vraagtekens geplaatst worden bij de herkomst van het water in de 'Diamond Blue' flessen en flesjes. De vermelding van het woord 'Amazone' op 'Diamond Blue' klinkt aantrekkelijk uit marketing overwegingen, maar of het letterlijk en figuurlijk de lading dekt?

De bekende Surinaamse hydroloog Sieuwnath Naipal, verbonden aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, bevestigt in een reactie, dat het water van 'Diamond Blue' niet afkomstig kan zijn uit het Amazone-bekken, laat staan uit het Amazonegebied. 'Onze diepgrondwaterbronnen gaan niet ver. Sommigen zijn afgesloten en is dus niet verbonden met openwater. Weer anderen hebben wel verbinding met het openwater en zijn dus niet afgesloten. De niet afgesloten waterdragende lagen hebben hun re-charge area’s in het Savannagebied. Het regenwater dringt door de savannazandlaag tot de waterdragende laag en vervolgens stroomt het verder in de noordelijke richting naar de oceaan. Deze, Surinaamse, aquifers hebben geen verbinding met de aquifers van die van het Amazone Basin, ofwel het Amazone Stroomgebied.'

Wel zegt Naipal dat het verwarrend is, dat Suriname tot het zogenoemde Amazone Basin wordt gerekend en als zodanig participeert in de organisatie van ACTO (Amazon Cooperation Treaty Organization). Maar, ook dat wil volgens de hydroloog niet zeggen, dat het water van 'Diamond Blue' Amazonewater is. Hij legt uit:
'De deelname van Suriname in deze organisatie moet naar mijn inziens niet gezien worden vanuit de kant van de hydrologie, maar vanuit de kant van de meteorologie. Regens in het Amazonegebied worden deels aangevoerd vanuit het noorden, dat over Suriname gaat. Dit gebeurt tijdens de eerste helft van het jaar wanneer de zon naar het zuiden gaat. Bij ons is dat de kleine regentijd. In het andere geval, wanneer de zon wederom naar het noorden terugkeert (zomer in Europa), volgt de band van de noordoost en zuidoostpassaatwinden, ook wel genoemd de Inter Tropische Convergentie Zone (ITCZ), met een kleine vertraging de richting van de zon en passeert Suriname voor de tweede keer. De eerste keer waneer de zon richting het zuiden gaat is in de periode december-januari. De neerslagkarakteristieken worden dan voor een groot deel bepaald door het milieu van het Amazonegebied. Met andere woorden, hoe langer de luchtmassa blijft hangen boven het Amazonegebied, des de groter de invloed van de Amazone (milieu) op de neerslag die boven Suriname zal vallen en of valt (geldig vooral tijdens de grote regentijd van april tot half augustus. Hoe groot de correlatie is tussen de gevallen neerslag in Suriname tijdens de grote regentijd en de herafkomst van de neerslag - in dit geval het Amazonegebied - is niet helemaal duidelijk. Dat er een verband bestaat, gelooft een ieder. Maar, kan dan hieruit het recht worden ontleend om te stellen dat het water in de fles uit de Amazone komt? Ik denk dat er meer moet worden onderzocht.'

Overige bronwatermerken die verkrijgbaar zijn in Suriname zijn 'Para Springs', 'Dasani', 'Desha', 'Basic One', 'Aqua Para' en het vrij onbekende 'Whahaha' van de Whahaha Suriname Purified Products Company NV. Maar liefst veertien vergunningen voor het bottelen van water en/of de productie van non-alcoholische dranken werden tussen 2005 en 2009 door de regering afgegeven.

De laatste loot aan de Surinaamse bronwaterboom is 'D'ru', een initiatief van de bekende zanger Damaru (Dino Orpheo Canterburg). Dat water is sedert 15 juli 2013 verkrijgbaar en wordt gebotteld door Three Star Food Company aan de Tout Lui Fautweg te Paramaribo. De herkomst van het water is niet duidelijk. Daar heeft de zanger zich nooit over uitgesproken.


'Para Springs': 'enige natuurlijk mineraal water dat wordt gebotteld vanuit de bron'.....'Para Springs' is een product van Caribbean Beverages NV dat is gevestigd aan de Indira Gandhiweg in Paramaribo. Sinds 2006 produceert het bedrijf gebotteld water. 'Para Springs is het enige natuurlijk mineraal water in Suriname dat wordt gebotteld vanuit de bron', aldus het bedrijf op haar website. Hebben we hier te maken met mineraal- of bronwater? Volgens het bedrijf wordt het water gebotteld uit bronnen op het terrein van Caribbean Beverages. 'Het brongebied is onderdeel van het beroemde Guyana schild. (...) Para Springs is natuurlijk mineraal water afkomstig uit een zoetwaterhoudende zandlaag liggend op ongeveer 20-30 meter diepte. Deze laag is geologisch beschermd tegen eventuele verontreiniging of besmetting door middel van een dikke laag klei.' Ondanks deze voor het publiek toegankelijke informatie op de website van het bedrijf, kwam er geen reactie, ondanks herhaald verzoek, op de vragen waar het 'Para Springs'-water vandaan komt en hoe het in Paramaribo komt.

Hydroloog Naipal bevestigt de uitleg van Caribbean Beverages over 'Para Springs':
'Para Springs, dit woordt zegt het al, district Para waar de Zanderij-formatie, savanna - witzand, voorkomt. Het zogenoemde bronwater ligt op een relatief ondiepe laag en kan dus relatief gemakkelijk uit de bodem worden gepompt.' Hij merkt nog op dat het gebied geen industrie ken, er enkele sporadische voorkomende huizen zijn en concentraties van kleine dorpen.

'Para Springs' vervuild
Toch kwam het bedrijf in juni 2009 negatief in het nieuws toen bleek, dat in diverse flessen water van 'Para Springs' zichtbare deeltjes aanwezig waren. De bekende voedseltechnoloog Ricky Stutgard liet via een ingezonden artikel in lokale media weten, dat het bedrijf problemen had met het filtratiesysteem, waardoor teveel magnesium in het water kon achterblijven. 'Door reactie met zuurstof ontstaat magnesiumoxide', schreef Stutgard. 'Internationaal gebruik is dat het bedrijf de productie en distributie moet stopzetten. Ook behoort dat bedrijf alle levensmiddelen die zij aan de man brengt terug te roepen. In Suriname blijken er steeds weer andere regels te zijn. Het bedrijf produceert een gecontamineerd produkt, mag door blijven verkopen, terwijl naar het probleem wordt gezocht. Ongelofelijk! (...) Het probleem van Para Springs dient zich al enkele weken aan, en de indruk bestaat nu dat men niet instaat is binnen korte tijd met een oplossing te komen zonder dat de productie volledig stopgezet wordt. Wat wij willen opmerken is dat Para Springs het probleem van vervuild gebotteld water al enkele weken heeft, maar het werd allemaal geheim gehouden voor de Surinaams gemeenschap. Doordat de klachten bleven aanhouden en juist toenamen besloten BOG (Bureau Openbare Gezondheidszorg) en Para Springs naar de pers stappen.'

Het 'kraanwater' van 'Dasani'Een ander bronwatermerk, 'Dasani', is ooit internationaal in opspraak geraakt. 'Dasani' is feitelijk een internationaal merk onder de vlag van 'the Coca-Cola Company', dat in Suriname wordt gebotteld, sinds maart 2008, door het grote bedrijf Fernandes Bottling Company N.V. .
Volgens het bedrijf is 'Dasani' 'gezuiverd water, rijk aan mineralen, met een zuivere frisse smaak'. 'Dasani is een verfrissend alternatief voor kraanwater. Het is verzorgend en beschermt het lichaam en de werking daarvan met de noodzakelijke mineralen', aldus is te lezen op de website van Fernandes Bottling.

De consument zou zich kritisch kunnen gaan afvragen, of het water van 'Dasani' werkelijk mineraalwater is. De gedachte dat het wellicht kraanwater zou kunnen zijn komt ongemerkt naar boven drijven. Geen vreemde gedachte.
Het merk 'Dasani' kwam namelijk tien jaar geleden, in maart 2004, op bedenkelijke wijze in het internationale nieuws. Coca-Cola moest begin maart erkennen, dat 'Dasani', het 'zuivere niet-bruisende water' dat op de Britse markt in flessen verkocht werd, niets meer of minder was dan kraanwater. Bij consumenten werd echter de indruk gewekt, dat het water in de flessen natuurlijk bronwater was. In werkelijkheid bleek het water via leidingen van 'Thames Water', een Brits waterdistributiebedrijf, overgetapt naar de Coca-Cola-fabriek in Sidcup, ten zuidoosten van Londen.... Volgens Coca-Cola onderging het water van 'Thames Water' 'een bijkomende zuivering' via drie filters. Vervolgens onderging het water een behandeling waardoor 'alle bacteriën, virussen, zouten, mineralen, proteïnen en giftige stoffen' ontdaan werden, waarna aan het water mineralen werden toegevoegd.
De introductie van Dasani in Europa mislukte na de 'Britse zaak'. Het watermerk is tegenwoordig nog te krijgen in de Verenigde Staten, Canada en Zuid-Amerika.

Fernandes Bottling producent van Dasani in Suriname reageert alsnog op woensdag 21 mei. Ayida Slooten, communicatiemedewerkster, laat via email weten:
'Dasani is niet afkomstig uit een bron, en het wordt ook niet als bronwater geadverteerd, maar als mineraalwater. Het water is afkomstig uit de leiding van de Surinaamse Waterleiding Maatschappij en wordt door Fernandes Bottling Company gezuiverd en middels een proces van omgekeerde osmosis verrijkt met mineralen. Er lijkt een misvatting te zijn over het verschil tussen bron- en mineraalwater. De perceptie van veel consumenten en ook journalisten is dat gebotteld water gelijk zou staan aan bronwater en dat ook Dasani wordt verkocht of gepromoot als ‘bronwater’, maar daar is geen sprake van. Dasani is per definitie ook niet ‘gewoon kraanwater’, wat helaas ook wel eens gezegd wordt.'

Kraanwater als bronwater verkopen, ook in Suriname
Rudy Balker, voorzitter van de Consumentenbond Suriname, zegt zich nog te kunnen herinneren, dat zo'n zeventien jaar geleden 'een zogenaamde ondernemer op heterdaad betrapt werd, toen hij bezig was flessen te vullen voor verkoop en export, maar dat betrokkene gewoon in een van de achterstraten van Lelydorp stond flessen met gewoon kraanwater te vullen. Het bedrijf werd gesloten.'

Een internationale 'Dasani'-commercial:


'Desha'-water uit bronnen te RepubliekSinds 2006 verschijnt ook 'Desha' op de markt dat geproduceerd wordt door het aan de Verlengde Gemenelandsweg in Paramaribo gelegen Desha Distribution Center N.V. Volgens dit jonge bedrijf komt hun water uit bronnen te Republiek en heeft het 'de unieke smaak van ons zoete Surinaamse water'. Hoe het bedrijf haar water uit de bronnen haalt, waar die zich precies bevinden en hoe dat water naar Paramaribo wordt getransporteerd is niet bekend. Op vragen hierover kwamen ook van dit bedrijf geen antwoorden. Een mooie commercial moet de indruk wekken bij de consument dat het water van 'Desha' ergens uit de Surinaamse binnenlanden afkomstig is:


Volgens Sieuwnath Naipal 'ligt de grote bron van drinkwater inderdaad in Republiek en daar gaat de SWM over'. 'Waar de bonnen liggen van de andere genoemde producenten, dat weet ik niet. Maar, wat betreft het merk 'Diamond Blue', waarvan producent Rudisa Beverages & Juices op de flessen en flesjes vermeldt 'Out of the Amazone', is het in ieder geval geologisch duidelijk, dat onze, Surinaamse, aquifers geen verbinding hebben met die van de Amazone en het water van dit merk dan ook niet uit het Amazone-bekken afkomstig kan zijn.'

Het gefilterde SWM-drinkwater van 'Basic One'Future Beverages N.V. begon in 2007 aan de Van Hattemweg in het district Wanica met het bottelen van water onder de merknaam 'Basic One'. Volgens het bedrijf, op haar website, is dat water afkomstig van de zogenoemde Zanderij 'aquifer', een watervoerende laag in de ondergrond. Het wordt gefilterd door de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij NV (SWM). Als het water bij Future Beverages arriveert gaat het via verschillende filters en onder een UV-(ultraviolet)lamp. Het water wordt, alvorens het wordt gebotteld, 'geozoneerd'. 'Basic One' zou dus gekwalificeerd kunnen worden als gezuiverd SWM-drinkwater......grondwater. Het bedrijf tracht vooral de sportieve consument geïnteresseerd te krijgen voor 'Basic One':


Bron-, natuurlijk- of mineraal water of toch gewoon ordinair gefilterd en gefilterd en gefilterd grondwater?De zwijgzaamheid van bijna alle bronwaterproducenten zou geïnterpreteerd kunnen worden als het niet willen onthullen van waar zij hun water vandaan halen en op welke wijze of als wie zwijgt stemt toe.....zou al dat water dan toch voor het merendeel gewoon (SWM) drinkwater zijn en niet afkomstig uit een of andere spannende, verborgen, natuurlijke diepe ondergrondse bron, waar zich schoon en helder drinkwater bevindt?

De antwoorden blijven binnen de muren van de producerende bedrijven.

Overigens, laten we niet uit het oog verliezen dat gebotteld water zeer milieuonvriendelijk is. Immers, wat doen wij met z'n allen met al die lege plastic flessen en flesjes? De illusie van ‘beter water’ blijkt een hoge prijs voor het milieu te hebben. Jaarlijks wordt 1,5 miljoen ton plastic wereldwijd vervaardigd voor de flessenwaterindustrie. Met de vervuiling die door het transport en de afvaloverlast worden veroorzaakt wordt dan niet eens rekening gehouden.

De export van drinkwater komt maar niet van de grond
Resten de vragen waarom het maar niet vlot met de door president in januari 2012 in zijn jaarrede aangekondigde grootse exportplannen van Surinaams water, waarom er kennelijk ruim twee jaren later nog steeds geen specifiek beleid hiervoor is ontwikkeld en waarom particuliere ondernemingen geen initiatieven hiertoe ontwikkelen.

Twaalf maanden na de uitspraken van Bouterse doet Deryck Ferrier van het Centrum voor Economisch en Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek (CESWO), half december 2012, de uitspraak, dat 'de export van grote hoeveelheden water van ondergeschikte betekenis' is voor de economische ontwikkeling van Suriname. Volgens hem loont bulkexport van water pas als gebruik kan worden gemaakt van schepen vanaf 18.000 ton. Maar, dergelijk grote schepen kunnen niet aanmeren in de havens van Suriname en de bestemming zou binnen een straal van vijftig mijl moeten liggen. 'Ideale afnemers zijn grote steden zoals New York, maar in de naaste omgeving van Suriname heb je geen stedelijke concentraties die zoveel water nodig hebben. De Caribische eilanden zijn bijvoorbeeld te klein', aldus Ferrier in de Ware Tijd van 13 december 2012. Volgens Ferrier heeft de Braziliaanse staat Amapá zuiver water vlak bij afvoerhavens. 'Ze kunnen het dertigvoudige aanleveren van wat Suriname kan produceren, tegen een lagere prijs. We zijn niet meer competitief.'

Tot slot enkele opmerkelijk feiten:
Flessenwater is niet beter of gezonder dan kraanwater. Toch smaakt het soms wel anders. Of toch niet? Het Nederlandse televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde ontdekte, dat het bronwater van Bar-Le-Duc, samen met Spa èèn van de best verkochte verpakte waters in Nederland, uit dezelfde grondlaag komt als het water dat in Utrecht gewoon uit de kraan komt, technisch gezien is het dus gewoon hetzelfde water. De naam is wel heel slim bedacht Bar-Le-Duc is namelijk gewoon het Franse woord voor Utrecht.....


Wetenschappers uit Frankrijk en Ierland onderzochten een paar jaar geleden of consumenten puur op smaak leidingwater en gebotteld water van elkaar kunnen onderscheiden. Het merendeel van de testpersonen proefde geen verschil. De uitkomsten van het onderzoek werden in 2010 gepublieerd.
Het Franse onderzoeksteam, bestaande uit onderzoekers van het CNRS (Nationaal Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek) en het INRA (Nationaal Instituut voor Landbouwkundig Onderzoek), voerde haar smaaktest uit onder 389 willekeurige personen uit Frankrijk. Zij kregen twaalf glazen water voorgeschoteld, waarvan zes gevuld waren met leidingwater en zes met water uit flessen.

Uit het onderzoek bleek, dat 'de meeste consumenten geen verschil proeven tussen gebotteld water en chloorvrij leidingwater'. Slechts 36% onderscheidde enig verschil tussen het gebottelde water en het leidingwater. Het onderzoeksteam publiceerde de studie in 2010 in The Journal of Sensory Studies.
Vijf jaar eerder werd in Ierland een soortgelijk onderzoek gehouden. Deborah Wells, hoofddocent psychologie aan de Queen’s University, hield haar onderzoek onder meer dan duizend proefpersonen en kwam tot dezelfde conclusie. 'De bevindingen uit mijn onderzoek geven aan dat mensen gebotteld water niet herkennen aan de hand van de smaak. De hoge vraag naar gebotteld water moet gebaseerd zijn op andere factoren dan de smaak of geur ervan.' Aan de hand van haar onderzoek schreef ze het rapport 'The Identification and Perception of Bottled Water'.

CONCLUSIE, de feiten:
- Gebotteld water is niet veiliger en smaakvoller dan kraanwater
- Flessenwater creëert bergen afval
- Flessenwater is vele malen duurder dan kraanwater

dinsdag 28 januari 2014

Verbazing in Suriname: het heeft gehageld!

Bron foto: Dagblad Suriname
‘Mensen in rep en roer’

….maar, het heeft eerder gehageld in Suriname en omringende landen

28-01-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Het is alweer zo'n twee weken geleden week geleden. De ophef, verbazing en schrik in Paramaribo. Plotseling vielen ze naar beneden, vanuit de hemel, in de donkere avond van donderdag 16 januari. Hagel. Hagelstenen. Bevroren regen. Bij een temperatuur van rond de dertig graden Celsius. Vooral in de buurten Flora en Zorg en Hoop. Mensen zouden zelfs, zo berichtten diverse lokale media de volgende dag, in rep en roer zijn geweest. Hagel. Tja, natuurlijk geen natuurverschijnsel dat zich veel laat zien en horen in Suriname. Maar, echt onbekend moet het toch ook niet voor veel Surinamers zijn. Immers, bijna iedere Surinamer heeft wel familie in Nederland wonen….en daar wil het nog wel eens stevig hagelen.

Superlatieven
Surinaamse kranten en nieuwswebsites vielen over elkaar heen met superlatieven, verklaringen en allerlei tekst en uitleg over hagel, alsof de gemiddelde Surinamer geen idee zou hebben wat hagel is. De ene na de andere hageldeskundige bleek plotseling in het land te wonen waar zelden een hagelsteentje de grond weet te bereiken. Meteoroloog, hydroloog en zelfs de internetencyclopedie Wikipedia werden er aan de haren door het lokale journaille bijgesleept. Iedereen had plotseling een mening over en kennis van hagel.

Enkele mensen wisten de hagelstenen op video vast te leggen als niet tegen te spreken tastbaar hagelbewijs:


Meteorologe Truus Warsodikromo bevestigde op Starnieuws, dat het kan hagelen in Suriname en dat dit eerder al is gebeurd, maar wanneer, nee, dat wist ze niet hoor. Ze kwam wel met een heel simpele tekst en uitleg en Starnieuws nam een en ander klakkeloos van haar over en aan. Zo was volgens haar de temperatuur, op het moment, rond acht uur ’s avonds, dat het hagelde, afgekoeld en het had geregend. Zelfs wist ze te vertellen, dat er een storing boven het land hing met lage bewolking. Iets wat iedereen heeft kunnen zien.

Slecht gesteld met kennis Surinaamse ‘weerdeskundigen’
Warsodikromo: ‘Hagel is iets anders dan sneeuw.’ Werkelijk? En dat weet de Surinamer niet? Het heeft kunnen hagelen in Suriname, omdat dit mogelijk is door de weersomstandigheden, schreef Starnieuws heel onthullend. ‘Op dit moment beïnvloedt een troggesysteem ofwel een hoogtestoring, ons gebied. De ligging is ten westen van Suriname. De Inter Tropische Convergentie Zone ligt ook boven Suriname. De atmosfeer is hierdoor onstabiel en bevat tevens voldoende vochtige lucht. Deze zijn belangrijke voorwaarden voor het ontstaan van onweerswolken oftewel Cumulonimbuswolken (CB-wolk)’, legde meteorologe Warsodikromo uit voor de bezoekers/lezers van Starnieuws.

'De neerslag in de doorsnee CB bevat ijskristallen/hagel, maar doordat de hoogte van het nul gradenniveau normaal in Suriname te hoog ligt, smelten de ijskristallen/hagel voordat deze het aardoppervlak bereiken. Donderdagavond lag het niveau duidelijk lager. De basis van de CB-wolk waaruit de hagel viel, was laag, namelijk tussen de 250 en 300 meter. Mogelijk waren de hagelstenen in de wolk ook groot en zwaar’, aldus Warsodikromo.

Het hagelbuitje haalde ook het Nederlandse nieuws. Zo kopte de NOS ‘Suriname schrikt van hagelbui’ en de Volkskrant schreef ‘Suriname getroffen door zeer zeldzame hagelbui’. Even dus een keer geen ‘Bouterse’……

Tegenover de Caribische nieuwswebsite Caribbean360.com zei Warsodikromo niet te weten wanneer het voor het laatst had gehageld in Suriname, ‘maar onbevestigde rapporten geven aan dat ergens in de jaren ’50 het ooit heeft gehageld’.

Kennelijk heeft zij geen korte-termijn-geheugen, gelet op het feit dat het op 2 september 2013 rond half vijf ’s middags nog heeft gehageld in het Santo Boma-gebied. Tijdens een hevige regenbui vielen er kleine kristalachtige stenen naar beneden, hagel. Er werd sterk getwijfeld aan de echtheid van die hagel, maar het was hagel. Op verschillende plaatsen hagelde het tegelijk in dit gebied, zo berichtte het Dagblad Suriname de volgende dag. Weer een dag later zei een niet bij naam genoemde ‘ervaren meteoroloog’ in dezelfde krant: ‘Het is theoretisch niet mogelijk dat in Suriname een hagelbui voorkomt. Eén van de belangrijkste voorwaarden is, dat in de bovenste lagen van de bewolking de stroming van het oosten naar het westen constant moet plaatsvinden. En hiernaast zijn er ook enkele andere voorwaarden. Echter hebben we deze niet in Suriname. De structuur van onze luchtlagen zal een hagelbui niet toelaten. Het is theoretisch onmogelijk, maar toch niet uitgesloten. Ik wil niet verder uitwijden over deze zaak, voordat het goed onderzocht is’, zei de weerspecialist 4 september 2013 in het Dagblad Suriname.

De website van de Suriname Herald (een van de vele Surinaamse nieuwswebsites, met een naam die interessanter klinkt dan de inhoud werkelijk is, van een bedenkelijk journalistiek niveau) plaatste op de avond van de hagelbui meteen al rond half twaalf een uitleg over hagel zoals die wordt vermeld in de internetencyclopedie Wikipedia. Kennelijk ging ook de webredactie van deze site ervan uit, dat geen enkele Surinamer weet wat hagel is. Overigens, de Suriname Herald berichtte ook nog eens dat ‘een weersdeskundige’ - wie dat is vermeldt de website, hoe vreemd, niet - beweerde dat voor zover bekend het nog nooit in Suriname heeft gehageld…… Het lijkt slecht gesteld te zijn met de historische kennis van de Surinaamse ‘weerdeskundigen’ en meteorologen.

Om een betrouwbare uitleg te krijgen over hagel is een bezoekje aan de website van het Nederlandse Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, KNMI, de moeite waard: ‘Hagelstenen zijn harde klompjes ijs. Ze ontstaan in buienwolken waarin sterke luchtstromingen omhoog en omlaag gaan waardoor de klompjes ijs op en neer geslingerd worden. Om de ijskristallen heen vormen zich telkens nieuwe laagjes ijs. Onderin de wolk is het niet zo koud waardoor het water in het ijskristalletje langzaam smelt en een doorzichtig laagje ijs gevormd wordt. Hoger in de wolk is het kouder. De hagelkorrels worden dan bedekt met een laagje sneeuwachtig ijs. Als je een hagelsteen doorsnijdt en de laagjes ijs telt, kun je zien hoe vaak de hagelsteen op en neer geslingerd is. (…)’

Hydroloog Naipal: ‘Hagel in Suriname helemaal niet zo bijzonder’
Het Dagblad Suriname laat in haar editie van 18 september 2014 e bekende lokale hydroloog Sieuwnath Naipal, verbonden aan de Anton de Kom Universiteit, aan het woord. De krant vraagt zich af of Surinamers, naar aanleiding van het hagelbuitje, zorgen moeten gaan maken. ‘Zullen we winterjassen moeten aanschaffen? En is dit het begin van een ijstijd, van een heel nieuw klimaat in Suriname?’ Volgens hem is hagel in Suriname echter helemaal niet zo bijzonder. ‘Dat gebeurt regelmatig. Alleen is het dan zo warm dat tegen de tijd dat de hagel de grond bereikt, het alweer is gesmolten. Maar de omstandigheden waren perfect afgelopen donderdag. De zon was weg, want het was donker en dus niet zo warm meer. Het is wel zo dat het wat koeler is dan het moet zijn rond deze tijd van het jaar. In dat opzicht zouden we dus kunnen zeggen dat we het vaker zullen meemaken.’

Hagel in de regio
Ook in ‘buurlanden’ van Suriname vallen wel eens ‘zeldzame’ hagelstenen uit de hemel en bereiken zelfs het aardoppervlak. Dat was onder andere het geval op 28 september 2013 in de wijk Blueberry Hill van de stad Linden in Guyana. De lokale krant Guyana Chronicle berichtte over de hagelbui met stenen zo groot als ‘tennisballen’. Diverse bewoners werden zelfs bang en schakelden alle elektrische apparatuur in huis uit. De hagelbui zou een uur hebben geduurd.

Een hagelstorm trof in december 2011 diverse boerderijen en landerijen in het zuiden van Brazilië.  In het belangrijkste wijngaardengebied van het land werd 80% van de druiven verwoest tijdens een twintig minuten durende hagelbui. Ook fruittelers werden getroffen. Vooral de staten Rio Grande do Sul en Santa Catarina werden zwaar getroffen.
Twintig steden in Rio Grande do Sul werden op 20 oktober 2007 verrast door een zware hagelbui. Meer dan tweehonderd mensen raakten zelfs gewond door hagelstenen. 21.000 Woningen en gebouwen raakten beschadigd en ruiten van auto’s sneuvelden. Klik hier voor enkele foto’s die duidelijk maken hoe zwaar de hagelbui was.

Bron foto: William Fernando Martinez, AP
De Colombiaanse hoofdstad Bogotá werd begin november 2007 getroffen door een zware hagelbui. Volgens het Colombiaanse meteorologisch instituut IDEAM (Instituto de Hidrología, Meteorología y Estudios Ambientales de Colombia) was La Niña de oorzaak van de hagelbui. Er vielen enkele lichtgewonden door ‘ijsballen’ en enkele mensen moesten voor onderkoeling worden behandeld, omdat zij geen warme kleding droegen. De hagelstorm werd door velen op foto en video vastgelegd.


Een buitje....
Het zeldzame hagelbuitje in Paramaribo was niets meer en niets minder dan dat, een buitje. De ophef en rep en roer werden vooral veroorzaakt en verzonnen door de media die als haviken op de hagelstenen doken. Natuurlijk, het klinkt vreemd, hagel in een land waar de temperatuur overdag zelden onder de dertig graden Celcius daalt en ’s nachts zelden onder de drieëntwintig graden. Maar, het kan en het gebeurt nu en dan. Eenmaal op de grond verdwijnen de hagelstenen echter zeer snel als sneeuw voor de zon en resten slechts de herinnering, de foto’s en video’s.

dinsdag 23 april 2013

Nauwelijks beleid om gevolgen klimaatverandering te bestrijden en te voorkomen

Slechts projecten om mangrove in kuststrook te herstellen

‘Bescherm de mangrovebossen, dan zullen de mangrovebossen ons beschermen’

‘Beleid’ vooralsnog beperkt tot workshops en ontwikkelen ‘klimaatmodellen’

23-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Het gemeentebestuur van Cartagena de Indias, een bestemming voor vele toeristen, aan de Caribische kust van Colombia, is haar stranden aan het verbreden ter bescherming tegen de steeds sterker wordende gevolgen van klimaatverandering, zeespiegelstijging.

Het is slechts een klein voorbeeld van wat noordelijke landen van het Zuid Amerikaanse continent doen om zich tegen de gevolgen van het veranderende klimaat te beschermen. Sinds 2006 heeft Venezuela projecten in werking in het kader van klimaatverandering. Zo is er ‘Energie Revolutie’-programma om efficiënter om te gaan met stroomverbruik en het ‘Mission Tree’-programma (Misión Árbol), dat miljoenen bomen heeft gepland in een poging erosie tegen te gaan en om koolstof op te slaan. Daarnaast bestaat 70 procent van de energievoorziening in het land uit duurzame energie, zoals hydro-elektriciteit.
In Guyana wordt door het ‘Mangrove Action Committee’ het ‘Mangrove Restoration Project’ uitgevoerd om erosie van het kustgebied door zeespiegelstijging tegen te gaan. De regering van het land heeft fors in het project geïnvesteerd.

 

Suriname in wereld top tien meest kwetsbare landen met lage kustvlakte die door zeespiegelstijging bedreigd wordt 
Maar, wat doet Suriname? Suriname wordt in statistieken van het Ontwikkelings Programma van de Verenigde Naties (UNDO, United Nations Development Programme) vermeld in de top tien van meest kwetsbare landen met een lage kustvlakte, die deze eeuw bedreigd worden door zeespiegelstijging ten gevolge van klimaatverandering. De zeespiegelstijging voor de Surinaamse kust veroorzaakt al zoutwaterindringing, verzilting, erosie en een verminderende biodiversiteit.

De landbouwsector in Suriname loopt ernstig gevaar bij klimaatverandering. Dat is één van de niet zo verrassende aandachtspunten tijdens een regionale trainingsworkshop met als thema ‘De kwetsbaarheid van enkele sectoren wanneer het klimaat zal veranderen’, die deze week wordt gehouden door het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM) in samenwerking met het Caribbean Community Climate Change Centre (CCCCC). De zogenoemde ‘Vulnerability and Capacity Assessment’ (VCA) training is onderdeel van een groter regionaal project, waar de Europese Unie voor acht miljoen euro aan bijdraagt. Suriname neemt deel aan vrijwel alle onderdelen van het project, met onder andere als resultaat dat technici van de Anton de Kom Universiteit worden getraind in het gebruik van klimaatmodellen. Suriname zal bovendien spoedig de beschikking krijgen over zeven moderne weerstations, waarmee de weersvoorspellingen nog nauwkeuriger kunnen worden gedaan, zo bericht De West maandagavond 22 april 2013.

CCCCC Programme Manager Joseph McGann verklaart dat er meerdere redenen zijn om de training te geven. ‘Wij willen graag klimaatmodellen opstellen om mee te werken in de regio. Met deze klimaatmodellen kunnen we beter huidige risico’s in kaart brengen om zodoende grote problemen te voorkómen.’

‘We zijn ons bewust van de kwetsbaarheid van onze landbouwsector’, aldus directeur Milieu Henna Uiterloo van het ministerie van ATM. Volgens Uiterloo gaat de economie dan ook niet voor alles. ‘De economische ontwikkeling is belangrijk in ons land, maar we moeten deze ontwikkeling wel op een duurzame manier bereiken. Landbouw is een kwetsbare en lastige sector, het is belangrijk het klimaat in ogenschouw te nemen bij het nemen van belangrijke beslissingen. Als de zeespiegel stijgt, verzilt er landbouwgrond waardoor de grond niet meer bruikbaar is. We moeten dus kijken of we landbouwgrond, waarbij verzilting een reëel risico is, kunnen verplaatsen. We zijn nog niet toe aan aanpassingen. Onderzoek wijst uit wat de risico’s precies zijn. We hebben nu veel behoefte aan workshops, waarin onze deskundigen technieken leren om de landbouwsector te beschermen.’

Het is de zoveelste workshop. Uitvoerend beleid blijft nog steeds grotendeels achterwege. Natuurlijk is landbouw belangrijk, maar de mens en de biodiversiteit worden ook bedreigd in de kuststrook bij een stijging van de zeespiegel..... Wat vindt de regering belangrijker: het veiligstellen van de landbouwsector of de bescherming van de bevolking?

Herstel mangrovebossen kuststrook
Een enkel project om de kuststrook te beschermen wordt uitgevoerd, zoals het herstel van mangrovebossen in van Coronie. Bij dat project is onder andere betrokken de bekende hydroloog Sieuwnath Naipal, werkzaam aan de Anton de Kom Universiteit. Volgens hem is de invloed van zeespiegelstijging nu reeds zichtbaar. ‘Met de jaren zal dit steeds duidelijker worden. Zeespiegelstijging is niet een proces van jaren alleen, maar van eeuwen. Het zal ons niet met rust laten.’

Het toenmalige ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS) en de Anton de Kom Universiteit van Suriname waren er een paar jaar geleden van overtuigd om mangroven te planten ter bescherming van de kust tegen het stijgende zeewater. Het ministerie van PLOS financierde de eerste fase van een speciaal mangrove rehabilitatie project dat startte in januari 2010 en dat drie jaren zou duren, waarvan de universiteit de drager is. Bij het project is ook betrokken het ‘Hydraulics’ Laboratorium van de Katholieke Universiteit Leuven (België).

Gekozen werd voor de locaties Weg naar Zee (Wanica) en Moy (Coronie).Een tweede fase wordt voor een bedrag van 260.000 Amerikaanse dollar gefinancierd door de de Suriname Conservation Foundation (SCF). Het SCF zou gekloonde mangrove planten aanschaffen bovenop 228.000 planten die door het PLOS werden gefinancierd.
Er werden echter, aldus het Jaarverslag 2010 van het SCF, slechts 7.000 planten geleverd.
Over de wijze van financiering wil Naipal geen uitspraken doen: ‘Financiering is een complexe situatie. Er zijn verschillende afspraken gemaakt, omdat er ook verschillende partijen hierbij betrokken zijn en waren’.

Hij legt uit wat de verhoogde zeespiegelstijging voor gevolgen heeft voor de Surinaamse kuststrook: ‘Een van de gevolgen van de verhoogde zeespiegelstijging is kustafslag als gevolg van hoge golven. Golven worden afgebroken door de aanwezigheid van modderbanken en de mangrovevegetatie, maar op de eerste plaats door de aanwezigheid van de modderbanken. Op locaties waar geen modderbanken voorkomen hebben wij met erosie te maken. Een hogere mate van erosie komt daar voor waar de waterdiepte groot is, omdat de golven niet of nauwelijks afgebroken worden. De verwachting is dat dit wel het geval zal kunnen zijn bij een toenemende waterhoogte van de zee.’

Mangrove aanplant te Coronie (Bron foto: S. Naipal)
Opmerkelijk is, dat Sieuw Naipal mangrove niet ziet als een soort ‘wonderboom’ die de kustlijn onder alle omstandigheden kan beschermen.
‘De aanwezigheid van mangrovebossen zorgen er inderdaad voor, dat energie van de golven die de kustlijn naderen, afgebroken wordt. Een golf die de kustlijn aandoet verliest zijn energie als het op de branding neerslaat en dus de kustlijn doet eroderen. Dat gebeurt niet wanneer een strook mangrovebossen voor de kust staat. Mangrove bossen moeten niet gezien worden als een ‘wonderboom’, die de kustlijn onder alle omstandigheden beschermt. Ook de mangrovebossen moeten beschermd worden. Enkele mangrovebomen aan de kustlijn zal geen soelaas bieden. Bescherm de mangrovebossen dan zullen de mangrovebossen ons beschermen.’

‘Wat wij proberen te doen is de natuur een handje helpen, de bossen proberen te beschermen. Dit kan gedaan worden, onder andere, door mangrove te planten en zo de weerbaarheid van de mangrovebossen te vergroten, zodat er geen netto verlies optreedt als de volgende golf van erosie zich voordoet. Een bepaalde orde van grootte mangrovestrook voor de kust is het beste middel tegen erosie. We praten dan van een groene dijk.’

Maar, de dreiging van een stijgende zeespiegel door klimaatverandering blijkt vooralsnog niet op het beleidsprioriteitenlijstje te staan van de regering Bouterse-Ameerali. Het mangrove project is een van de weinige projecten, zo niet het enige, om de zeespiegelstijging aan te pakken in het Surinaamse kustgebied dat uit de koker van de overheid is gekomen.

NIMOS waarschuwde in 2007 al voor risico’s klimaatverandering
Al in mei 2007 waarschuwde het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS), bij monde van Nancy del Prado, projectcoördinator Klimaatverandering, voor een miljardenramp door klimaatverandering. Uitgerekend was, dat in 2030 van de Surinaamse bevolking 82 procent geëvacueerd zou moeten worden, omdat het kustgebied van Suriname tegen die tijd zal onderlopen. Ruim 3.800 vierkante kilometer land verdwijnt dan mogelijk in zee en de economische schade daardoor werd in mei 2007 geschat op meer dan 30 miljard Amerikaanse dollar. Dit bij een zeespiegelstijging van een meter, aldus een rapport over klimaatverandering aan de regering zou worden overhandigd.
‘De regering moet leren plannen en het kustgebied beschermen. Door gebrek aan ruimtelijke ordening staat de kustvlakte nu onder druk. Daar bevinden zich namelijk de grootste bevolkingsconcentratie en economische activiteiten’, aldus Del Prado half mei 2007. ”
‘Voor ontwikkelingslanden als Suriname zijn de effecten van klimaatverandering dramatisch, omdat onze economie erg kwetsbaar is’, zo stelde Del Prado. ‘Drastische maatregelen op zeer korte termijn zijn daarom gewenst.’
Zij liet destijds al weten dat er dijken, dammen en golfbrekers aangelegd moesten worden en mangrovebossen beschermd. De noodkreet vanuit het NIMOS bleek aan dovemansoren gericht te zijn geweest, maar werd begin december 2010 bevestigd door een studie van CARICOM en de UNDP, ‘Modelling the Transformational Impacts and Costs of Sea Level Rise in the Caribbean’, waarin een aantal scenario’s is opgenomen waaruit blijkt, dat laaggelegen landen als Suriname, Belize en Guyana enorm veel landverlies ‘in de komende tachtig jaar bij een zeespiegelstijging van een meter’ zullen lijden. Suriname zou bij een meter zeespiegelstijging zeker honderd meter land verliezen door erosie. Volgens de studie zullen onder andere landbouwgebieden en toeristische trekpleisters als stranden en hotels verdwijnen en dat gaat lijden tot een miljardenverlies voor de landen.

In het rapport staan ook aanbevelingen voor de regeringen in de regio. Het Surinaamse kustgebied is door klimaatverandering met name kwetsbaar voor overstromingen als gevolg van stormen, onderwater lopen van land door de zeespiegelstijging, verzilting van zoetwaterbronnen door verschuiving van de zoutwatergrens en erosie die gepaard gaat met het verlies van mangrovebossen.

Het duurde echter tot oktober 2012 voordat er iets van actie vanuit regeringszijde werd ondernomen. Een intentieverklaring met Oostenrijk werd getekend ter financiering van herstel van de mangrovebossen aan de kust. Met Oostenrijk zou ook samengewerkt gaan worden om de gevolgen van klimaatverandering te bestuderen. Hiertoe werd een werkplan opgesteld door het Caribbean Community Climate Change Center  dat voor commentaar naar het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu werd gezonden om van commentaar te voorzien.

Nauwelijks investeringen in milieu en bescherming kustgebied
Eind 2012 bleek echter tijdens de behandeling van de begroting voor 2013 dat nauwelijks wordt geïnvesteerd in het milieu en in bescherming van het Surinaamse kustgebied. Het Assembleelid Harish Monorath van Nieuw Suriname was het enige parlementslid dat medio december in het parlement hiervoor aandacht vroeg. Hij stelde onder andere dat er niets terecht zal komen van het strategisch plan voor klimaatverandering, wanneer daarvoor dit jaar slechts een bedrag van 50.000 Surinaamse dollar wordt uitgetrokken.

Risicogebieden in kaart gebracht
Ruim een maand later, 22 januari 2013, werd bekend dat het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR) gebieden die risico lopen bij klimaatverandering, in kaart gaat brengen. Beter laat dan nooit, moet het NCCR gedacht hebben. Jerry Slijngard, hoofd van het NCCR, zei dat zijn organisatie voorbereid moet zijn op veranderende natuuromstandigheden. Een understatement. Het land moet voorbereid zijn op die veranderende natuuromstandigheden. ‘Het is bekend, dat het hele kustgebied van Suriname bij zeespiegelstijging in gevaar komt. Het moet niet worden uitgesloten dat de omvang en gevolgen van onder andere rivieroverstromingen zullen toenemen’, zo liet Slijngard weten. Het NCCR gaat, met financiële steun van de overheid en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, risicogebieden in kaart brengen en op zogenoemde ‘cruciale plekken’ worden waterstandsmeters geplaatst.

Naipal laat echter in een reactie weten dat die risicogebieden al ‘relatief goed in kaart’ zijn gebracht. ‘Zie hiervoor de ‘First National Communication'. Het is een verslag dat Suriname moet doen naar de UNFCCC toe (United Nations Framework Convention on Climate Change) en is te downloaden van de website. De hele kust van Suriname is in dit boekwerk als kwetsbaar genoemd’, aldus de hydroloog.

Klimaatverandering waardoor?
De temperatuur op aarde is voor een belangrijk deel afhankelijk van de aanwezigheid van broeikasgassen, zoals waterdamp, kooldioxide en methaan, in de atmosfeer. Deze stoffen houden de warmtestraling van de aarde gedeeltelijk vast, de zogenoemde broeikaswerking. Zonder het broeikaseffect zou de temperatuur op aarde gemiddeld negatief 18 graden Celsius zijn. De gasvormige laag, waarmee de aarde wordt omringd, wordt de atmosfeer of de dampkring genoemd. De atmosfeer is 700 kilometer dik en bestaat uit verschillende lagen. 
Voor de aarde zijn van belang de Troposfeer en de Stratosfeer. De atmosfeer bestaat uit verschillende gassen: het grootste gedeelte bestaat uit stikstof (78,2 %) en zuurstof (20,9%). Voor de overige 0,9% bestaat de atmosfeer uit onder andere argon, kooldioxide, neon, helium, methaan, waterstof en ozon. De belangrijkste broeikasgassen zijn waterdamp, koolstofdioxide , methaan, stikstofmonoxide of lachgas en ozon. De zon verwarmt de aarde en een deel van de zonnestralen warmt de aardbodem en de zeeën en oceanen op. Een ander deel wordt teruggekaatst in de dampkring of atmosfeer. Hier bevinden zich de broeikasgassen die als het ware een warme deken om de aarde leggen. Ze zorgen ervoor dat de warmte uit de teruggekaatste zonnestralen wordt vastgehouden. De opwarmende werking van deze deken wordt het natuurlijke broeikaseffect genoemd. Menselijke activiteiten, zoals de uitstoot van broeikasgassen en ontbossing, zijn in belangrijke mate de oorzaak van de warmer wordende wereld. 
Van de broeikasgassen draagt CO2 voor meer dan 60 % bij aan de menselijke beïnvloeding van het klimaat. CO2 komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen zoals olie, kolen en gas en bij ontbossing. Dit versterkte broeikaseffect kan een wereldwijde klimaatverandering tot gevolg hebben. 
Wetenschappers voorspellen een temperatuurstijging op aarde aan het eind van de 21ste eeuw met 1,4 tot 5,8 graden Celsius. In de 20ste eeuw is de wereldgemiddelde temperatuur met 0,6 graden toegenomen; een opwarming die zich waarschijnlijk de laatste duizend jaar niet heeft voorgedaan. 
De Verenigde Naties verwachten dat klimaatverandering gedurende de 21ste eeuw zou kunnen zorgen voor grote overstromingen (door de zeespiegelstijging als gevolg van de stijging van de temperatuur waardoor kuststreken en laaggelegen landen zullen overstromen), extreme weersomstandigheden, droogte en ongeschiktheid van de landbouwgrond (door de temperatuurstijging vindt er meer verdamping plaats met als gevolg meer neerslag; dit zorgt voor meer afstroming, de regen neemt dan meer voedingsstoffen uit de bodem, waardoor de bodem minder vruchtbaar wordt). Bestaande ecosystemen als koraalriffen, mangrovemoerassen en lagunes zullen verdwijnen.

En ja, ook voor Suriname heeft klimaatverandering gevolgen.....en langzaamaan begint de regering dat ook in te zien en te begrijpen.

maandag 25 februari 2013

Mangrove geen ‘wonderboom’ die de Surinaamse kuststrook kan beschermen

Surinaamse regering geeft klimaatverandering geen prioriteit in beleid

Kuststrook biedt nauwelijks bescherming tegen stijgende zeespiegel

25-02-2013  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Het gemeentebestuur van Cartagena de Indias, een bestemming voor vele toeristen, aan de Caribische kust van Colombia, is haar stranden aan het verbreden ter bescherming tegen de steeds sterker wordende gevolgen van klimaatverandering, zeespiegelstijging.

Het is slechts een klein voorbeeld wat noordelijke landen van het Zuid Amerikaanse continent doen om zich tegen de gevolgen van het veranderende klimaat te beschermen. Sinds 2006 heeft Venezuela projecten in werking in het kader van klimaatverandering. Zo is er ‘Energie Revolutie’-programma om efficiënter om te gaan met stroomverbruik en het ‘Mission Tree’-programma (Misión Árbol), dat miljoenen bomen heeft gepland in een poging erosie tegen te gaan en om koolstof op te slaan. Daarnaast bestaat 70 procent van de energievoorziening in het land uit duurzame energie, zoals hydro-elektriciteit.
In Guyana wordt door het ‘Mangrove Action Committee’ het ‘Mangrove Restoration Project’ uitgevoerd om erosie van het kustgebied door zeespiegelstijging tegen te gaan. De regering van het land heeft fors in het project geïnvesteerd.

Maar, wat doet Suriname? Suriname wordt in statistieken van het Ontwikkelings Programma van de Verenigde Naties (UNDO, United Nations Development Programme) vermeld in de top tien van meest kwetsbare landen met een lage kustvlakte die deze eeuw bedreigd worden door zeespiegelstijging ten gevolge van klimaatverandering.
De zeespiegelstijging voor de Surinaamse kust veroorzaakt al zoutwaterindringing, verzilting, erosie en een verminderende biodiversiteit.

Herstel mangrovebos
Een enkel project wordt uitgevoerd, zoals het herstel van mangrovebossen in de kuststrook van Coronie. Bij dat project is onder andere betrokken de bekende hydroloog Sieuwnath Naipal, werkzaam aan de Anton de Kom Universiteit. Volgens hem is de invloed van zeespiegelstijging nu reeds zichtbaar. ‘Met de jaren zal dit steeds duidelijker worden. Zeespiegelstijging is niet een proces van jaren alleen, maar van eeuwen. Het zal ons niet met rust laten.’

Het toenmalige ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS)  en de Anton de Kom Universiteit van Suriname waren er een paar jaar geleden van overtuigd om mangroven te planten ter bescherming van de kust tegen het stijgende zeewater. Het ministerie van PLOS financierde de eerste fase van een speciaal mangrove rehabilitatie project dat startte in januari 2010 en dat drie jaren zou duren, waarvan de universiteit de drager is. Bij het project is ook betrokken het ‘Hydraulics’ Laboratorium  van de Katholieke Universiteit Leuven (België). Gekozen werd voor de locaties Weg naar Zee (Wanica) en Moy (Coronie). Een tweede fase wordt voor een bedrag van 260.000 Amerikaanse dollar gefinancierd door de de Suriname Conservation Foundation (SCF). Het SCF zou gekloonde mangrove planten aanschaffen bovenop 228.000 planten die door het PLOS werden gefinancierd. Er werden echter, aldus het Jaarverslag 2010 van hetSCF, slechts 7.000 planten geleverd. Over de wijze van financiering wil Naipal geen uitspraken doen:  ‘Financiering is een complexe situatie. Er zijn verschillende afspraken gemaakt, omdat er ook verschillende partijen hierbij betrokken zijn en waren.'

Hij legt uit wat de verhoogde zeespiegelstijging voor gevolgen heeft voor de Surinaamse kuststrook:
‘Een van de gevolgen van de verhoogde zeespiegelstijging is kustafslag als gevolg van hoge golven. Golven worden afgebroken door de aanwezigheid van modderbanken en de mangrovevegetatie, maar op de eerste plaats door de aanwezigheid van de modderbanken. Op locaties waar geen modderbanken voorkomen hebben wij met erosie te maken. Een hogere mate van erosie komt daar voor waar de waterdiepte groot is, omdat de golven niet of nauwelijks afgebroken worden. De verwachting is dat dit wel het geval zal kunnen zijn bij een toenemende waterhoogte van de zee.’

Opmerkelijk is, dat Sieuw Naipal mangrove niet ziet als een soort ‘wonderboom’ die de kustlijn onder alle omstandigheden kan beschermen.
‘De aanwezigheid van mangrovebossen zorgt er inderdaad voor, dat energie van de golven die de kustlijn naderen, afgebroken wordt. Een golf die de kustlijn aandoet verliest zijn energie als het op de branding neerslaat en dus de kustlijn doet eroderen. Dat gebeurt niet waneer een strook mangrovebossen voor de kust staat. Mangrove moet niet gezien worden als een ‘wonderboom’, die de kustlijn onder alle omstandigheden beschermt. Ook de mangrovebossen moeten beschermd worden. Enkele mangrovebomen aan de kustlijn zullen geen soelaas bieden. Bescherm de mangrovebossen dan zullen de mangrovebossen ons beschermen.’

‘Wat wij proberen te doen is de natuur een handje helpen, de bossen proberen te beschermen. Dit kan gedaan worden, onder andere, door mangrove te planten en zo de weerbaarheid van de  mangrovebossen te vergroten, zodat er geen nettoverlies optreedt als de volgende golf van erosie zich voordoet. Een bepaalde orde van grootte mangrovestrook voor de kust is het beste middel tegen erosie. We praten dan van een groene dijk.’


 (Bron: Sieuwnath Naipal)

Maar, de dreiging van een stijgende zeespiegel door klimaatverandering blijkt vooralsnog niet op het beleidsprioriteitenlijstje te staan van de regering Bouterse-Ameerali. Het mangrove project is een van de weinige projecten, zo niet het enige, om de zeespiegelstijging aan te pakken in het Surinaamse kustgebied dat uit de koker van de overheid is gekomen.

Al in mei 2007 waarschuwde het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS), bij monde van Nancy del Prado, projectcoördinator Klimaatverandering, voor een miljardenramp door klimaatverandering.  Uitgerekend was, dat in 2030 van de Surinaamse bevolking 82 procent geëvacueerd zou moeten worden, omdat het kustgebied van Suriname tegen die tijd zal onderlopen. Ruim 3.800 vierkante kilometer land verdwijnt dan mogelijk in zee en de economische schade daardoor werd in mei 2007 geschat op meer dan 30 miljard Amerikaanse dollar. Dit bij een zeespiegelstijging van een meter, aldus een rapport over klimaatverandering dat aan de regering zou worden overhandigd.
‘De regering moet leren plannen en het kustgebied beschermen. Door gebrek aan ruimtelijke ordening staat de kustvlakte nu onder druk. Daar bevinden zich namelijk de grootste bevolkingsconcentratie en economische activiteiten’, aldus Del Prado half mei 2007.
‘Voor ontwikkelingslanden als Suriname zijn de effecten van klimaatverandering dramatisch, omdat onze economie erg kwetsbaar is’, zo stelde Del Prado. ‘Drastische maatregelen op zeer korte termijn zijn daarom gewenst.’ Zij liet destijds al weten dat er dijken, dammen en golfbrekers aangelegd moesten worden en mangrovebossen beschermd. 
De noodkreet vanuit het NIMOS bleek aan dovemansoren gericht te zijn geweest, maar werd begin december 2010 bevestigd door een studie van CARICOM en de UNDP,  ‘Modelling the Transformational Impacts and Costs of Sea Level Rise in the Caribbean’, waarin een aantal scenario’s is opgenomen waaruit blijkt, dat laaggelegen landen als Suriname, Belize en Guyana enorm veel landverlies ‘in de komende tachtig jaar bij een zeespiegelstijging van een meter’ zullen lijden. Suriname zou bij een meter zeespiegelstijging zeker honderd meter land verliezen door erosie. Volgens de studie zullen onder andere landbouwgebieden en toeristische trekpleisters als stranden en hotels verdwijnen en dat gaat leiden tot een miljardenverlies voor de landen.

In het rapport staan ook aanbevelingen voor de regeringen in de regio. Het Surinaamse kustgebied is door klimaatverandering met name kwetsbaar voor  overstromingen als gevolg van stormen, onderwater lopen van land door de zeespiegelstijging, verzilting van zoetwaterbronnen door verschuiving van de zoutwatergrens en erosie die gepaard gaat met het verlies van mangrovebossen. 

Het duurde echter tot oktober 2012 voordat er iets van actie vanuit regeringszijde werd ondernomen. Een intentieverklaring met Oostenrijk werd getekend ter financiering van herstel van de mangrovebossen aan de kust. Met Oostenrijk zou ook samengewerkt gaan worden om de gevolgen van klimaatverandering te bestuderen. Hiertoe werd een werkplan opgesteld door het Caribbean Community Climate Change Center dat voor commentaar naar het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu werd gezonden om van commentaar te voorzien. Hoe het vandaag de dag staat met die samenwerking met Oostenrijk is niet duidelijk.

Eind 2012 bleek echter tijdens de behandeling van de begroting voor 2013 dat nauwelijks wordt geïnvesteerd in het milieu en in bescherming van het Surinaamse kustgebied. Het Assembleelid Harish Monorath van Nieuw Suriname was het enige parlementslid dat medio december in het parlement hiervoor aandacht vroeg. Hij stelde onder andere dat er niets terecht zal komen van het strategisch plan voor klimaatverandering, wanneer daarvoor dit jaar slechts een bedrag van 50.000 Surinaamse dollar wordt uitgetrokken.

Ruim een maand later, 22 januari 2013, werd bekend dat het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR) gebieden die risico lopen bij klimaatverandering, in kaart gaat brengen. Beter laat dan nooit, moet het NCCR gedacht hebben. Jerry Slijngard, hoofd van het NCCR, zei dat zijn organisatie voorbereid moet zijn op veranderende natuuromstandigheden. Een understatement. Het land moet voorbereid zijn op die veranderende natuuromstandigheden. ‘Het is bekend, dat het hele kustgebied van Suriname bij zeespiegelstijging in gevaar komt. Het moet niet worden uitgesloten dat de omvang en gevolgen van onder andere rivieroverstromingen zullen toenemen’, zo liet Slijngard weten. Het NCCR gaat, met financiële steun van de overheid en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, risicogebieden in kaart brengen en op zogenoemde ‘cruciale plekken’ worden waterstandsmeters geplaatst.  

Naipal laat echter in een reactie weten dat die risicogebieden al ‘relatief goed in kaart’ zijn gebracht. ‘Zie hiervoor de ‘First National Communication’. Het is een verslag dat Suriname moet doen naar de UNFCCC toe (United Nations Framework Convention on Climate Change) en is te downloaden van de website. De hele kust van Suriname is in dit boekwerk als kwetsbaar genoemd’, aldus de hydroloog.

Klimaatverandering waardoor?
De temperatuur op aarde is voor een belangrijk deel afhankelijk van de aanwezigheid van broeikasgassen, zoals waterdamp, kooldioxide en methaan, in de atmosfeer. Deze stoffen houden de warmtestraling van de aarde gedeeltelijk vast, de zogenoemde broeikaswerking. Zonder het broeikaseffect zou de temparatuur op aarde gemiddeld negatief 18 graden Celsius zijn.
De gasvormige laag, waarmee de aarde wordt omringd, wordt de atmosfeer of de dampkring genoemd. De atmosfeer is 700 kilometer dik en bestaat uit verschillende lagen. Voor de aarde zijn van belang de Troposfeer en de Stratosfeer. De atmosfeer bestaat uit verschillende gassen: het grootste gedeelte bestaat uit stikstof (78,2 %) en zuurstof (20,9%). Voor de overige 0,9% bestaat de atmosfeer uit onder andere argon, kooldioxide, neon, helium, methaan, waterstof en ozon. De belangrijkste broeikasgassen zijn waterdamp, koolstofdioxide , methaan, stikstofmonoxide of lachgas en ozon.

De zon verwarmt de aarde en een deel van de zonnestralen warmt de aardbodem en de zeëen en oceanen op. Een ander deel wordt teruggekaatst in de dampkring of atmosfeer. Hier bevinden zich de broeikasgassen die als het ware een warme deken om de aarde leggen. Ze zorgen ervoor dat de warmte uit de teruggekaatste zonnestralen wordt vastgehouden. De opwarmende werking van deze deken wordt het natuurlijke broeikaseffect genoemd.
Menselijke activiteiten, zoals de uitstoot van broeikasgassen en ontbossing, zijn in belangrijke mate de oorzaak van de warmer wordende wereld. Van de broeikasgassen draagt CO2 voor meer dan 60 % bij aan de menselijke beïenvloeding van het klimaat. CO2 komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen zoals olie, kolen en gas en bij ontbossing.
Dit versterkte broeikaseffect kan een wereldwijde klimaatverandering tot gevolg hebben. Wetenschappers voorspellen een temperatuurstijging op aarde aan het eind van de 21ste eeuw met 1,4 tot 5,8 graden Celsius. In de 20ste eeuw is de wereldgemiddelde temperatuur met 0,6 graden toegenomen; een opwarming die zich waarschijnlijk de laatste duizend jaar niet heeft voorgedaan.  De Verenigde Naties verwachten dat klimaatverandering gedurende de 21ste eeuw zou kunnen zorgen voor grote overstromingen (door de zeespiegelstijging als gevolg van de stijging van de temperatuur waardoor kuststreken en laaggelegen landen zullen overstromen), extreme weersomstandigheden, droogte en ongeschiktheid van de landbouwgrond (door de temperatuurstijging vindt er meer verdamping plaats met als gevolg meer neerslag; dit zorgt voor meer afstroming, de regen neemt dan meer voedingsstoffen uit de bodem, waardoor de bodem minder vruchtbaar wordt). Bestaande ecosystemen als koraafriffen, mangrovemoerassen en lagunes zullen verdwijnen. En ja, ook voor Suriname heeft klimaatverandering gevolgen.

zaterdag 1 december 2012

TapaJai Project een unieke hydro-energie operatie in het Surinaamse achterland

Omleiding Tapanahonirivier via Jaikreek naar stuwmeer

01-12-2012  Door: Paul Kraaijer


Het zogenoemde Staatsolie TapaJai Hydro-energie Project is een van de grote projecten die de regering Bouterse nog op stapel heeft staan. Een uniek project om water uit de Tapanahonirivier via de Jaikreek om te leiden naar het stuwmeer, met als doel meer water in het meer krijgen om de waterkrachtcentrale daar meer elektriciteit te laten produceren in de nabije toekomst. Essentieel, om de mijnbouwontwikkelingen in het Nassaugebied van voldoende elektriciteit te kunnen gaan voorzien. Het klinkt eenvoudig: water omleiden. Maar, het project is immens en het zal zowel voordelen als nadelen opleveren voor de natuur, de biodiversiteit, en voor de lokale bewoners in het betrokken gebied. Maar, zullen de voordelen opwegen tegen de nadelen?

Het TapaJai Hydro-energie Project heeft de afgelopen jaren met regelmaat het nieuws gehaald. Het grootse project moet de energievoorziening veilig gaan stellen voor toekomstige mijnbouwontwikkelingen in vooral het Nassaugebied, in het oosten van het land. Nu wordt energie voor een belangrijk deel met fossiele brandstof geproduceerd door middel van generatoren van de NV Energie Bedrijven Suriname (EBS) en door waterkracht opgewekt door de Brokopondo (Afobaka) waterkrachtcentrale en die laatste vorm levert schone energie op. 
Waterkracht is simpelweg het vermogen dat door stromend of vallend water of door persing van water ontstaat. Met pijpleidingen of dammen wordt elektriciteit gegenereerd uit stromend of vallend water. Dat water stroomt of valt tegen de bladen van een turbine waardoor deze gaan draaien. De bladen laten vervolgens een generator roteren waardoor elektriciteit wordt geproduceerd. Hydro-energie wordt door velen gezien als de ideale manier om elektriciteit te genereren, omdat het milieu er niet door wordt belast, en de kosten laag zijn. Van alle duurzame energiebronnen is hydro-energie dan ook de meest gebruikte.

Het ontstaan van het TapaJai Project
Al sinds de bouw van de grote dam in het vijftienhonderdzestig vierkante kilometer grote Brokopondo- ofwelProf. dr. ir. W.J. van Blommesteinmeer is rekening gehouden om in de toekomst van elders water om te leiden naar het stuwmeer. In vakjaron wordt dat ‘debiet’ genoemd: de hoeveelheid water die een rivier of beek per tijdseenheid transporteert of afvoert. Om enige duidelijkheid te verkrijgen omtrent de voorgeschiedenis van het TapaJai Project - dat zou leiden tot een extra tweehonderdzestig vierkante kilometer stuwmeer -  is het noodzaak om  zo’n  vijftig jaar terug te gaan in de geschiedenis. Het is 1958, 27 januari, als het Amerikaanse aluminiumbedrijf Alcoa de zogenoemde Brokopondo-overeenkomst sluit met de Surinaamse regering. Met die overeenkomst verplichtten de Amerikanen zich om een stuwdam, een waterkrachtcentrale, een bauxietsmelterij en een fabriek voor aluminiumwinning te bouwen. Maar, daar stond wel iets tegenover:  Alcoa kreeg een concessie voor vijfenzeventig jaar om bauxiet te winnen en een korting op de elektriciteitsprijs. In 1965 werd in Paranam, aan de Surinamerivier,  een aluminiumsmelter in bedrijf genomen, die werkte op elektriciteit uit de waterkrachtcentrale van de Afobakadam. Het complex werd op 9 oktober van dat jaar officieel geopend door de toenmalige Nederlandse koningin Juliana. Na de sluiting van de aluminiumsmelter in 1999 nam het Surinaamse mijnbouwbedrijf Suralco - onderdeel van Alcoa World Alumina and Chemicals (AWAC, een samenwerkingsverband tussen  Alcoa  en Alumina Ltd.) het initiatief voor de studie van een mogelijke omleiding van de Tapanahonirivier, welke opdracht werd gegeven aan AGRA Earth & Environmental in Canada. Met die opdracht wilde Suralco een studie laten verrichten met als voornamelijk doel te onderzoeken of er voldoende ‘debiet’ van de Tapanahonirivier naar het Brokopondostuwmeer omgeleid zou kunnen worden om een aluminiumsmelter met een jaarcapaciteit van honderdduizend ton van energie te kunnen voorzien. De studie werd in augustus 2000 afgerond  (‘Tapanahoni River Diversion Project’ – Phase 1 Study Report)en had als conclusie dat een omleiding werkelijk mogelijk zou kunnen zijn. Bij die studie was betrokken het zogenoemde ‘Tapanahoni River Diversion Project Study Committee’, waarin onder andere zitting had ir. Lothar Boksteen, namens de Surinaamse regering.
Het Braziliaanse bedrijf CNEC Engenharia (in 2010 overgenomen door Worley Parsons) verrichtte vervolgens een uitgebreider onderzoek. Dat onderzoek werd een jaar later afgerond met als conclusie dat een omleiding in de regentijd van water uit de Tapanahonirivier èn van de Jaikreek uitvoerbaar is. Gedurende de regentijd wordt het omgeleide water gespaard in het stuwmeer en staan de centrales van Afobaka in principe stil. Bij Afobaka komt een tweede centrale met een vermogen van 116 megawatt (reeds geïnstalleerd 189 MW), het totale vermogen te Afobaka wordt 305 megawatt. In de droge tijd, wanneer er geen water van de Tapanahonirivier en Jaikreek wordt omgeleid, zullen de twee centrales te Afobaka de benodigde energie kunnen leveren.
Om een aaneengesloten circuit van waterkrachtwerken te ontwikkelen - West-Suriname, Brokopondo en Tapanahonirivier – gaf Suralco in 2005 aan de Brazilianen opdracht om de studie uit 2000 van AGRA Earth & Environmental en de studie van CNEC uit 2001 aan te passen aan de tijd.

Eén van de personen die al vele jaren bij het project betrokken is - als consultant -, is ingenieur Lothar Boksteen. Nog steeds is hij zeer enthousiast over het TapaJai Project. Gevraagd naar de actuele stand van zaken zegt hij dat dit jaar gestart zal worden met de zogenoemde Feasibility Study, als vervolg op de in juni 2011 afgeronde Pre-Feasibility study. In de Feasibility Study worden meegenomen de Technische Feasibilty Study en de ESIA Study (Environmental and Social Impact Assessment, ofwel Milieu en Sociale Effecten Analyse).  Boksteen: ‘Naar alle waarschijnlijkheid zullen deze studies na de begrafenis van granman Gazon starten. Volgens de oorspronkelijke planning zouden de Feasibility Study en de ESIA op dit moment (lees: eind maart 2012) in uitvoering moeten zijn. De werkwijze waarvoor is gekozen is echter, dat deze onderzoeken met medewerking van de belanghebbenden in het projectgebied - de Aucaanse, Saramacaanse, Trio en Wajana gemeenschappen - moeten worden uitgevoerd. De informatievoorziening en consultaties van deze gemeenschappen was reeds in een ver gevorderd stadium. Echter met het verscheiden van granman Gazon, is uit respect voor de tradities van de Aucaners ervoor gekozen om het informatie- en consultatieproces tijdelijk stop te zetten.’ (Het grootopperhoofd der Aucaners Gazon Matodja is op 10 april ten grave gedragen.)

Granman Gazon volgde ontwikkelingen project op de voet
Granman Gazon volgde de ontwikkelingen rond het prestigieuze project zo goed en zo kwaad als dat ging op de voet. Hij vroeg in april 2009 aan toenmalig minister Gregory Rusland van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen, tekst en uitleg over de omleidingsplannen van de Tapanahonirivier. De plannen, waaronder de constructie van zes ondersteunende dammen in de Tapanahonirivier, de Jaikreek  en de Marowijnekreek, zouden de nodige schade kunnen aanrichten in het gebied. Genoemde rivier en kreken worden volgens het TapaJai Project door omleidingswerken ofwel door kanalen tot een breedte van vijfentachtig meter met elk een sluis, met elkaar verbonden. Door de dammen wordt hoogte gecreëerd, waardoor energie kan worden opgewekt.
Gazon maakte zich vooral zorgen over de effecten van de omlegging van waterwegen bij zijn beheersgebied op de leefgewoonten van de Aucaners. De marrons gebruiken dagelijks het water uit de kreken en rivier om in te baden, te wassen en om te drinken. Daarnaast verplaatsen zij zich met hun korjalen en dergelijke via de wateren. Gevreesd wordt dat door de ontstane lage waterstand de sula’s in de Tapanahoniriver onbevaarbaar worden. Deskundigen beweren echter dat het effect van het TapaJai Project op het waterpeil in de rivier miniem zal zijn. 

260 km2 Komt onder water te staan: Inheems dorp Palumeu verdwijnt waarschijnlijk
Toch gaat het project er voor zorgen dat een gebied van tweehonderdzestig vierkante kilometer onder water komt te staan. Het inheemse dorp Palumeu zou mogelijk onder water verdwijnen. Ook is er vrees dat de eilanden in het stuwmeer door de hogere waterstanden zullen verdwijnen. De eilanden die tijdens de overstromingen in 2006 droog bleven, zullen ook bij de uitvoering van het TapaJai Project niet onder water komen te staan. In een reactie zegt Boksteen dat Palumeu echt gaat verdwijnen: Het dorp Palumeu is het ènige dorp dat ten gevolge van het project onder water zal komen te staan. In Palumeu wonen circa tweehonderdvijftig mensen - Trio’s en Wajana’s - die in hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de ecotoeristische activiteiten van reisorganisatie METS in Paramaribo. Voor deze burgers zal een oplossing worden gezocht, welke gedreven zal worden door de inzichten en wensen van de mensen zelf.’ Naast dit concrete nadeel van het project erkent Boksteen dat er ook nog een tweede groot nadeel zal optreden. ‘Een verminderde waterstroom door de Tapanahonirivier in de regentijd. Hierdoor zal de Tapanahonirivier die in de droge tijd moeilijk bevaarbaar is, ook in de regentijd moeilijker bevaarbaar zijn. Dit nadeel van het project zal worden opgevangen met de aanleg van een weg langs Tapanahoni, welke de dorpen met Paramaribo verbindt.’ De vrees van de Aucaners, dat de rivier moeilijk bevaarbaar zal worden, blijkt terecht. 
De inbreng van de binnenlandbewoners bij de ESIA studie zal zeer belangrijk zijn, aldus Boksteen. ‘Tijdens de uitvoering van de ESIA en daarna zullen op zeer regelmatige basis consultaties met de inheemsen, Aucaners en Saramaccaners plaatsvinden. Zolang de ESIA niet van start gaat is er geen zinvolle informatie welke met de inheemsen kan worden gedeeld. Zodra granman Gazon begraven is, zal het informatie- en consultatieproces weer worden opgestart met als doel om op zo kort mogelijke termijn medewerking te verkrijgen om te kunnen aanvangen met de ESIA en de technische Feasibility studies.'

Lothar Boksteen ziet meer voor- dan nadelen voor het TapaJai Project. Eén van de grote voordelen is onder andere dat het project, volgens Boksteen, een belangrijke bijdrage gaat leveren aan de energiezekerheid van het land. Boksteen: Waterkracht heeft als voordeel dat het een natuurlijke hulpbron is die onuitputbaar is en waarvan de voorziening onafhankelijk is van geopolitieke ontwikkelingen. Met dit inzicht hebben vele Latijns Amerikaanse landen, waaronder het economisch succesvolle Brazilië, decennia terug ervoor gekozen om hun waterkracht potentieel ten volle te benutten. Daarnaast gaat het project bijdragen aan lage elektriciteitsprijzen in Suriname. Suriname behoort binnen het Caribisch gebied tot de landen met de laagste elektriciteitsprijzen. Deels heeft dit zijn oorsprong in de subsidie welke de Surinaamse overheid verstrekt op stroomprijzen in Suriname, maar voor het belangrijkste deel is dit toe te schrijven aan het kunnen beschikken over waterkracht vanuit de Brokopondo waterkrachtcentrale. De vraag naar elektriciteit in Suriname neemt steeds toe. De nodige uitbreidingen in opwekcapaciteit hebben tot nu toe steeds plaatsgevonden door de installatie van dieselmachines die zware stookolie als brandstof gebruiken. Deze machines zijn in de EBS-centrale aan de Saramaccastraat en de Staatsolie centrale te Tout Lui Faut geïnstalleerd. De kosten voor elektriciteitsopwekking met zware stookolie zijn echter afhankelijk van de prijs van aardolie op de wereldmarkt. Bij een aardolieprijs van honderd Amerikaanse dollars per vat kost het opwekken van een kilowattuur elektriciteit met zware stookolie ongeveer achttien Amerikaanse dollarcent. Ter vergelijking, een kilowattuur elektriciteit opgewekt middels waterkracht kost heden ten dage vier tot zestien cent per kilowattuur, afhankelijk van de schaalgrootte van het project.  Het TapaJai Project zal ertoe bijdragen dat de kosten voor elektriciteit in Suriname relatief laag blijven.’

Volgens Lothar Boksteen zal het project ook een bijdrage leveren aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.
Hoewel Suriname op wereldschaal gezien slechts een bescheiden bijdrage levert aan de uitstoot van broeikasgassen, zal het Tapajai Project leiden tot een verminderde uitstoot van CO₂, daar de hoeveelheid elektriciteit van het project niet met zware stookolie hoeft te worden opgewekt. Waterkracht heeft geen uitstoot van broeikasgassen.’ 
De ingenieur lijkt de voordelen uit zijn mouw te schudden. Hij vervolgt met nog een groot voordeel en dat is de ontsluiting van het achterland. Boksteen: ‘Het binnenland van Suriname is vrij geïsoleerd van de economische activiteiten welke zich voornamelijk in het noorden afspelen. De binnenlandbewoners hebben in vele opzichten een achterstand ten opzichte van de bewoners van de kustvlakte. Denk maar aan onderwijs, gezondheidszorg, de toegang tot informatie, elektriciteitsvoorziening, enzovoorts. Het optrekken van het welvaartsniveau van het binnenland is in principe onmogelijk zonder goede verbindingen over land. De enige manier om grote delen van het binnenland te bereiken is via de rivier, over de vele sula’s. De transportkosten zijn hierdoor heel erg hoog. Het binnenland is voor haar behoeftevoorziening heel erg afhankelijk van Paramaribo. Door de hoge transportkosten over de rivieren zijn de prijzen van bijvoorbeeld levensmiddelen vaak bijkans het dubbele van wat men in Paramaribo betaalt. Een ander voorbeeld in de elektriciteitsvoorziening. De overheid moet zorgen voor transport van brandstof via de rivieren naar de verschillende dorpen.  Behalve de hoge kosten voor het brandstoftransport komt het ook voor dat wegens, zeg maar, diverse redenen de brandstof haar bestemming niet bereikt. Het eindresultaat is dat dorpen in het binnenland voor zover ze over elektriciteit kunnen beschikken, daar maar voor slechts enkele uren per dag van kunnen genieten. Ook komt het vaak voor dat men voor langere perioden geheel niet over elektriciteit beschikt.
Inherent aan het TapaJai Project is de aanleg van wegen welke het binnenland zullen ontsluiten. Er is een weg geprojecteerd langs de dorpen aan de boven-Suriname en een weg langs de dorpen aan de Tapanahoni tot aan Stoelmanseiland. Een honderdzeventig kilometer lange ontsluitingsweg gaat aangelegd worden van Pokigron tot aan de dam in de Tapanahoni bij de Ingipikin Sula De wegen zullen de overheid beter in staat stellen om haar burgers in het binnenland van adequaat onderwijs, een goede gezondheidszorg en betrouwbare elektriciteit te voorzien. Als onderdeel van het project zullen dan ook concrete projecten worden opgenomen ter verbetering van de elektriciteitsvoorziening in het binnenland. Ook zullen de burgers in het binnenland een betere toegang hebben tot de economische activiteiten, markt, in de kustvlakte, hetgeen een verhoging van hun welvaartsniveau met zich mee zal brengen. Zo kunnen bijvoorbeeld binnenlandondernemers in de bosbouw hun producten tegen redelijke transportkosten en dus concurrerende prijzen in het noorden afzetten. De mogelijkheden  voor ecotoeristiche activiteiten zullen worden verruimd, hetgeen ook ertoe zal bijdragen dat binnenland bewoners kunnen rekenen op een stabiel inkomen.’

Hydroloog Naipal ziet meer na- dan voordelen
Het klinkt allemaal bijna te mooi om waar te zijn. Ook de bekende hydroloog Sieuwnath Naipal, werkzaam aan de Universiteit van Suriname te Paramaribo, ziet voordelen in het project. Maar, in een reactie somt hij er slechts zes op, die ook allen worden genoemd door Lothar Boksteen. Naipal ziet daarentegen maar liefst zeventien nadelen. Zo ziet hij nadelige gevolgen voor de afvoer van sediment. Naipal: ‘Met de waterafvoer worden ook deeltjes, sediment, mee getransporteerd. Deze deeltjes bezinken waar de snelheid van het water afneemt en worden verder getransporteerd waneer de snelheid weer toeneemt. Uiteindelijk wordt een groot deel van de sedimenten afgezet in of dicht bij de estuarine zone – het afzettingsgebied van sediment - van zo 'n rivier. Een ander deel wordt bij hoge waterstanden in de overstromingsgebieden afgezet – de natuurlijke bemesting van gebieden langs de rivier. Overstromingsgebieden zijn daarom vruchtbaar en kennen dus een hoge mate van biodiversiteit. Deze processen zullen worden beïnvloed door minder watertransport en dus bij lage waterstanden en lagere stroomsnelheden. Passen wij hierbij de theorie van een domino effect toe, dan zit het erin dat de sedimentbalans in de estuarine zone van de Marowijnerivier verstoord zal worden - er komen dus minder zanddeeltjes vanuit het binnenland naar de monding. Deze tekortkoming zal vanuit de zee worden aangevoerd. En als het zeesediment slib is dan hebben we geen schoon strand meer. Maar, alles hangt af van de hoeveelheid water dat wordt ontrokken van de boven-Tapanahoniriver.’
Ook Boksteen heeft oog voor sedimentatie: ‘De zandafzettingen aan de monding van de Marowijne vormen de broedplaats van zeeschildpadden. Gevreesd wordt dat als de stroming in de Tapanhoni en daarmee dus ook in de Marowijne minder wordt, de zandafzettingen aan de monding onvoldoende onderhouden zullen kunnen worden en dat dit op termijn nadelig kan werken op de broedplaatsen voor de schildpadden. De mate waarin het effect van de verminderde stroming zich tot aan de monding van de Marowijne zal voortzetten en of dit de sedimentatie zal beïnvloeden, zal in de ESIA worden onderzocht.’

Volgens de hydroloog zal ook het leven in het water de gevolgen gaan ondervinden van het TapaJai Project. ‘Een parameter die van belang is bij het aquatisch leven is de temperatuur van het water. Tijdens de regenperiode liggen de meeste rotsen in de Tapanahonirivier onder water. Waneer water wordt ontrokken, zullen - afhankelijk van de grootte van de onttrekking - grote delen van de rotsen droog komen te staan. In de droge tijd zullen deze nog meer droog komen te staan. Deze rotsen worden overdag verhit door de zon die op hun beurt het stromend water verwarmen. De verwachting is dat de gemiddelde temperatuur van het water omhoog gaat. Een hoge watertemperatuur heeft weer invloed op het aquatisch leven.’
Naipal wijst met nadruk op de noodzaak van een goed beheer van het stroomgebied, de rivieren. Hij vindt dat dat topprioriteit moet gaan krijgen: ‘River Bassin Management’.
‘Wanneer nu het waterniveau in de benedenloop van de Tapanahonirivier en de Marowijnerivier jaren weg blijft, zullen de nederzettingen ook langzaam maar zeker in de richting van de rivier uitbreiden. Dus in de vroege overstromingsgebieden. Ervan uitgaande dat het Van Blommensteinstuwmeer gebouwd is op basis van de neerslagcijfers van toen - de vijftiger jaren -, betekent dat waneer deze condities weer worden bereikt, er geen water hoeft te worden afgeleid naar het stuwmeer. Met andere woorden, het water van de boven- Tapanahoni zal via de kunstwerken normaal worden afgevoerd in de benedenloop van de rivier. Die hoeveelheid water zal een golf doen ontstaan in de benedenloop van de Tapanahonirivier waarbij de vroegere overstroomde gebieden weer onder water zullen lopen. Maar, inmiddels is op verschillende plaatsen gebouwd en die bebouwing zal onder deze omstandigheden mogelijk ook onder water lopen. Voor zover ik het weet hebben we geen ervaring met ‘River Bassin Management’. Dat moet dan worden geïntroduceerd, mensen moeten worden opgeleid, instrumenten moeten worden geplaatst, de totale technologie moet worden eigengemaakt en het beheer opgezet. Naast het technische moeten ook institutionele zaken worden opgezet - dus de nodige wetten moeten er komen, mogelijk met sancties en/of verzekeringen, etcetera.’

Naipal gaat er vanuit dat met het hydro-energie project de waterstand in de Surinamerivier zal stijgen, maar ook dat er gevaar gaat ontstaan voor Paramaribo.  ‘De snelheid van het water in de rivier zal toenemen en daarmee ook de erosie. De Surinamerivier is de belangrijkste rivier tot nu toe voor Suriname. Aan weerszijden van de rivier wordt flink gebouwd. Of er rekening wordt gehouden met mogelijke zeespiegelstijging of eventuele drastische overstromingen is zeer de vraag. Meer water in de rivier betekent niet alleen meer hogere waterstanden, maar een sterkere meandering (meer lussen in de loop) van de rivier en dus ook gevaar op vele plaatsen voor de bewoners. En dat betekent weer een verhuizing, aanpassing of bescherming. De stad Paramaribo zal vaker het gevaar gaan lopen voor mogelijke overstromingen. Nu, onder de huidige omstandigheden is dat merkbaar, laat staan als er tweehonderd kubieke meters water per seconde extra bijkomen. Let op, ook de benedenloop van de Commewijnerivier gaat hier mee te maken krijgen. Het is niet duidelijk of onder deze omstandigheden ook de schommeling van de getijdestand ongewijzigd blijft.’

Er zijn dus naast voordelen ook uiteenlopende nadelige gevolgen van het project, nadelen voor het milieu, de natuur, de biodiversiteit. Boksteen loopt daar niet voor weg. Hij denkt bijvoorbeeld aan beïnvloeding van de  visstand in de Tapanahonirivier. ‘Doordat veel vissen hun broedplaatsen hebben in de verschillende zijkreken van de Tapanahoni tijdens perioden van hoge waterstand, regentijd, wordt gevreesd dat omleiding van water vanuit de Tapanahoni naar het Brokopondostuwmeer in de regentijd, een zodanige verlaging van de waterstanden in de kreken tot gevolg zal hebben dat de vermenigvuldiging van vissen nadelig wordt beïnvloed. Of dit inderdaad het geval is en in hoeverre dit effect zich zal uitstrekken, moet in de ESIA worden vastgesteld. In ieder geval kan worden gesteld dat het effect van de omleiding van water ter plekke van de Ingipkin Sula steeds minder wordt naarmate men verder stroomafwaarts van de Tapanahoni gaat. Bij de Ingipikin Sula wordt zestig tot tachtig procent van het water omgeleid. Bij de samenvloeiing van de Tapanahoni en de Lawa is dit effect gereduceerd to circa vijftien procent minder water, omdat de verschillende zijkreken benedenstrooms van de dam  de rivier blijven voeden.’

Nauwelijks reacties van natuurbeschermingsorganisaties
Natuurbeschermings- en milieuorganisaties, politieke- en maatschappelijke organisaties zijn opmerkelijk stil. Geluiden van enig verzet tegen het TapaJai Project zijn niet tot nauwelijks te horen. Boksteen verwacht geen grote weerstand. ‘Bij de eerste informatieronde waarbij ook de meeste politieke partijen zijn geinformeerd, is naar voren gekomen dat men wel beseft dat de energieproblematiek opgelost moet worden, maar benadrukt wordt dat het milieu aspect goed onderzocht moet worden. Bij de binnenlandbewoners is een groot ongeloof in toezeggingen van de overheid geconstateerd waar zaken rond de afronding van het Brokopondoproject ook aan ten grondslag liggen. Bij de voorlichting aan de binnenlandbewoners zal benadrukt moeten worden dat het project niet alleen Paramaribo ten goede komt. Begrijpelijkerwijs zullen binnenlandbewoners en hun politieke vertegenwoordigers het project aangrijpen om verbetering in hun achtergestelde positie te bewerkstelligen. Men zal een aantal eisen ingewilligd willen zien, zoals het afdwingen van de oplossing van het grondenrechtenvraagstuk - maar in ieder geval zekerheid dat het project hun eventuele grondenrechten niet aantast - en verbetering van de elektriciteitsvoorziening in het binnenland. Politieke leiders van de binnenlandbewoners zien in ieder geval in dat dit project de voorwaarden zal scheppen om het binnenland uit haar isolement en achtergestelde positie te halen. Derhalve is de verwachting dat het project ook politiek haalbaar is.’
Hij verwacht wel dat vooral buitenlandse natuurbeschermingsorganisaties, vooral die organisaties welke principieel tegen waterkracht zijn en organisaties  of personen die in enge zin streven naar behoud van de traditionele leefwijze van de binnenlandse gemeenschappen, ‘alles in het werk zullen stellen om het project tegen te houden’.

Zeestromen
Sieuwnath Naipal komt nog met een verrassende slotopmerking. Volgens hem is er nog een andere hydrobron om elektriciteit mee op te wekken die het TapaJai Project mogelijk wellicht overbodig zou kunnen maken. ‘Zeestromen. Deze hulpbronis tot nu toe niet goed of helemaal niet onderzocht. Benutting hiervan zal vele malen minder tot zelfs verwaarloosbaar kleine milieuproblemen opleveren. De vraag is waarom hieraan geen aandacht wordt besteed. TapaJai kan altijd nog worden uitgevoerd.‘

Noot:
Dit artikel werd door mij al in maart/april 2012 geschreven voor het tweemaal per jaar verschijnende United Magazine. Het blad is echter met een aanzienlijke vertraging pas in de laatste week van november 2012 verschenen, nummer sept. 2012/feb. 2013.

UPDATE - TapaJai Project van de baan
President Bouterse maakte medio april 2013 niet verder te willen met het project. 

'Het TapaJai hydroproject is voor de regering definitief van de baan. Binnen twee weken zal districtscommissaris (dc) Margaretha Malontie de officiële mededeling van staatshoofd Desi Bouterse overhandigen aan de leiding van de stam der Aucaners. De president deed de toezegging vóór zijn vertrek uit Drietabiki. Veel bewoners uit het gebied zijn fel gekant tegen dit project. Zij vrezen dat de milieuschade enorm zal zijn en hun leven ontwricht zal worden. (...)' Dit berichtte Starnieuws op maandag 22 april 2013.