Posts tonen met het label ATM. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ATM. Alle posts tonen

dinsdag 23 april 2013

Nauwelijks beleid om gevolgen klimaatverandering te bestrijden en te voorkomen

Slechts projecten om mangrove in kuststrook te herstellen

‘Bescherm de mangrovebossen, dan zullen de mangrovebossen ons beschermen’

‘Beleid’ vooralsnog beperkt tot workshops en ontwikkelen ‘klimaatmodellen’

23-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Het gemeentebestuur van Cartagena de Indias, een bestemming voor vele toeristen, aan de Caribische kust van Colombia, is haar stranden aan het verbreden ter bescherming tegen de steeds sterker wordende gevolgen van klimaatverandering, zeespiegelstijging.

Het is slechts een klein voorbeeld van wat noordelijke landen van het Zuid Amerikaanse continent doen om zich tegen de gevolgen van het veranderende klimaat te beschermen. Sinds 2006 heeft Venezuela projecten in werking in het kader van klimaatverandering. Zo is er ‘Energie Revolutie’-programma om efficiënter om te gaan met stroomverbruik en het ‘Mission Tree’-programma (Misión Árbol), dat miljoenen bomen heeft gepland in een poging erosie tegen te gaan en om koolstof op te slaan. Daarnaast bestaat 70 procent van de energievoorziening in het land uit duurzame energie, zoals hydro-elektriciteit.
In Guyana wordt door het ‘Mangrove Action Committee’ het ‘Mangrove Restoration Project’ uitgevoerd om erosie van het kustgebied door zeespiegelstijging tegen te gaan. De regering van het land heeft fors in het project geïnvesteerd.

 

Suriname in wereld top tien meest kwetsbare landen met lage kustvlakte die door zeespiegelstijging bedreigd wordt 
Maar, wat doet Suriname? Suriname wordt in statistieken van het Ontwikkelings Programma van de Verenigde Naties (UNDO, United Nations Development Programme) vermeld in de top tien van meest kwetsbare landen met een lage kustvlakte, die deze eeuw bedreigd worden door zeespiegelstijging ten gevolge van klimaatverandering. De zeespiegelstijging voor de Surinaamse kust veroorzaakt al zoutwaterindringing, verzilting, erosie en een verminderende biodiversiteit.

De landbouwsector in Suriname loopt ernstig gevaar bij klimaatverandering. Dat is één van de niet zo verrassende aandachtspunten tijdens een regionale trainingsworkshop met als thema ‘De kwetsbaarheid van enkele sectoren wanneer het klimaat zal veranderen’, die deze week wordt gehouden door het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM) in samenwerking met het Caribbean Community Climate Change Centre (CCCCC). De zogenoemde ‘Vulnerability and Capacity Assessment’ (VCA) training is onderdeel van een groter regionaal project, waar de Europese Unie voor acht miljoen euro aan bijdraagt. Suriname neemt deel aan vrijwel alle onderdelen van het project, met onder andere als resultaat dat technici van de Anton de Kom Universiteit worden getraind in het gebruik van klimaatmodellen. Suriname zal bovendien spoedig de beschikking krijgen over zeven moderne weerstations, waarmee de weersvoorspellingen nog nauwkeuriger kunnen worden gedaan, zo bericht De West maandagavond 22 april 2013.

CCCCC Programme Manager Joseph McGann verklaart dat er meerdere redenen zijn om de training te geven. ‘Wij willen graag klimaatmodellen opstellen om mee te werken in de regio. Met deze klimaatmodellen kunnen we beter huidige risico’s in kaart brengen om zodoende grote problemen te voorkómen.’

‘We zijn ons bewust van de kwetsbaarheid van onze landbouwsector’, aldus directeur Milieu Henna Uiterloo van het ministerie van ATM. Volgens Uiterloo gaat de economie dan ook niet voor alles. ‘De economische ontwikkeling is belangrijk in ons land, maar we moeten deze ontwikkeling wel op een duurzame manier bereiken. Landbouw is een kwetsbare en lastige sector, het is belangrijk het klimaat in ogenschouw te nemen bij het nemen van belangrijke beslissingen. Als de zeespiegel stijgt, verzilt er landbouwgrond waardoor de grond niet meer bruikbaar is. We moeten dus kijken of we landbouwgrond, waarbij verzilting een reëel risico is, kunnen verplaatsen. We zijn nog niet toe aan aanpassingen. Onderzoek wijst uit wat de risico’s precies zijn. We hebben nu veel behoefte aan workshops, waarin onze deskundigen technieken leren om de landbouwsector te beschermen.’

Het is de zoveelste workshop. Uitvoerend beleid blijft nog steeds grotendeels achterwege. Natuurlijk is landbouw belangrijk, maar de mens en de biodiversiteit worden ook bedreigd in de kuststrook bij een stijging van de zeespiegel..... Wat vindt de regering belangrijker: het veiligstellen van de landbouwsector of de bescherming van de bevolking?

Herstel mangrovebossen kuststrook
Een enkel project om de kuststrook te beschermen wordt uitgevoerd, zoals het herstel van mangrovebossen in van Coronie. Bij dat project is onder andere betrokken de bekende hydroloog Sieuwnath Naipal, werkzaam aan de Anton de Kom Universiteit. Volgens hem is de invloed van zeespiegelstijging nu reeds zichtbaar. ‘Met de jaren zal dit steeds duidelijker worden. Zeespiegelstijging is niet een proces van jaren alleen, maar van eeuwen. Het zal ons niet met rust laten.’

Het toenmalige ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS) en de Anton de Kom Universiteit van Suriname waren er een paar jaar geleden van overtuigd om mangroven te planten ter bescherming van de kust tegen het stijgende zeewater. Het ministerie van PLOS financierde de eerste fase van een speciaal mangrove rehabilitatie project dat startte in januari 2010 en dat drie jaren zou duren, waarvan de universiteit de drager is. Bij het project is ook betrokken het ‘Hydraulics’ Laboratorium van de Katholieke Universiteit Leuven (België).

Gekozen werd voor de locaties Weg naar Zee (Wanica) en Moy (Coronie).Een tweede fase wordt voor een bedrag van 260.000 Amerikaanse dollar gefinancierd door de de Suriname Conservation Foundation (SCF). Het SCF zou gekloonde mangrove planten aanschaffen bovenop 228.000 planten die door het PLOS werden gefinancierd.
Er werden echter, aldus het Jaarverslag 2010 van het SCF, slechts 7.000 planten geleverd.
Over de wijze van financiering wil Naipal geen uitspraken doen: ‘Financiering is een complexe situatie. Er zijn verschillende afspraken gemaakt, omdat er ook verschillende partijen hierbij betrokken zijn en waren’.

Hij legt uit wat de verhoogde zeespiegelstijging voor gevolgen heeft voor de Surinaamse kuststrook: ‘Een van de gevolgen van de verhoogde zeespiegelstijging is kustafslag als gevolg van hoge golven. Golven worden afgebroken door de aanwezigheid van modderbanken en de mangrovevegetatie, maar op de eerste plaats door de aanwezigheid van de modderbanken. Op locaties waar geen modderbanken voorkomen hebben wij met erosie te maken. Een hogere mate van erosie komt daar voor waar de waterdiepte groot is, omdat de golven niet of nauwelijks afgebroken worden. De verwachting is dat dit wel het geval zal kunnen zijn bij een toenemende waterhoogte van de zee.’

Mangrove aanplant te Coronie (Bron foto: S. Naipal)
Opmerkelijk is, dat Sieuw Naipal mangrove niet ziet als een soort ‘wonderboom’ die de kustlijn onder alle omstandigheden kan beschermen.
‘De aanwezigheid van mangrovebossen zorgen er inderdaad voor, dat energie van de golven die de kustlijn naderen, afgebroken wordt. Een golf die de kustlijn aandoet verliest zijn energie als het op de branding neerslaat en dus de kustlijn doet eroderen. Dat gebeurt niet wanneer een strook mangrovebossen voor de kust staat. Mangrove bossen moeten niet gezien worden als een ‘wonderboom’, die de kustlijn onder alle omstandigheden beschermt. Ook de mangrovebossen moeten beschermd worden. Enkele mangrovebomen aan de kustlijn zal geen soelaas bieden. Bescherm de mangrovebossen dan zullen de mangrovebossen ons beschermen.’

‘Wat wij proberen te doen is de natuur een handje helpen, de bossen proberen te beschermen. Dit kan gedaan worden, onder andere, door mangrove te planten en zo de weerbaarheid van de mangrovebossen te vergroten, zodat er geen netto verlies optreedt als de volgende golf van erosie zich voordoet. Een bepaalde orde van grootte mangrovestrook voor de kust is het beste middel tegen erosie. We praten dan van een groene dijk.’

Maar, de dreiging van een stijgende zeespiegel door klimaatverandering blijkt vooralsnog niet op het beleidsprioriteitenlijstje te staan van de regering Bouterse-Ameerali. Het mangrove project is een van de weinige projecten, zo niet het enige, om de zeespiegelstijging aan te pakken in het Surinaamse kustgebied dat uit de koker van de overheid is gekomen.

NIMOS waarschuwde in 2007 al voor risico’s klimaatverandering
Al in mei 2007 waarschuwde het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS), bij monde van Nancy del Prado, projectcoördinator Klimaatverandering, voor een miljardenramp door klimaatverandering. Uitgerekend was, dat in 2030 van de Surinaamse bevolking 82 procent geëvacueerd zou moeten worden, omdat het kustgebied van Suriname tegen die tijd zal onderlopen. Ruim 3.800 vierkante kilometer land verdwijnt dan mogelijk in zee en de economische schade daardoor werd in mei 2007 geschat op meer dan 30 miljard Amerikaanse dollar. Dit bij een zeespiegelstijging van een meter, aldus een rapport over klimaatverandering aan de regering zou worden overhandigd.
‘De regering moet leren plannen en het kustgebied beschermen. Door gebrek aan ruimtelijke ordening staat de kustvlakte nu onder druk. Daar bevinden zich namelijk de grootste bevolkingsconcentratie en economische activiteiten’, aldus Del Prado half mei 2007. ”
‘Voor ontwikkelingslanden als Suriname zijn de effecten van klimaatverandering dramatisch, omdat onze economie erg kwetsbaar is’, zo stelde Del Prado. ‘Drastische maatregelen op zeer korte termijn zijn daarom gewenst.’
Zij liet destijds al weten dat er dijken, dammen en golfbrekers aangelegd moesten worden en mangrovebossen beschermd. De noodkreet vanuit het NIMOS bleek aan dovemansoren gericht te zijn geweest, maar werd begin december 2010 bevestigd door een studie van CARICOM en de UNDP, ‘Modelling the Transformational Impacts and Costs of Sea Level Rise in the Caribbean’, waarin een aantal scenario’s is opgenomen waaruit blijkt, dat laaggelegen landen als Suriname, Belize en Guyana enorm veel landverlies ‘in de komende tachtig jaar bij een zeespiegelstijging van een meter’ zullen lijden. Suriname zou bij een meter zeespiegelstijging zeker honderd meter land verliezen door erosie. Volgens de studie zullen onder andere landbouwgebieden en toeristische trekpleisters als stranden en hotels verdwijnen en dat gaat lijden tot een miljardenverlies voor de landen.

In het rapport staan ook aanbevelingen voor de regeringen in de regio. Het Surinaamse kustgebied is door klimaatverandering met name kwetsbaar voor overstromingen als gevolg van stormen, onderwater lopen van land door de zeespiegelstijging, verzilting van zoetwaterbronnen door verschuiving van de zoutwatergrens en erosie die gepaard gaat met het verlies van mangrovebossen.

Het duurde echter tot oktober 2012 voordat er iets van actie vanuit regeringszijde werd ondernomen. Een intentieverklaring met Oostenrijk werd getekend ter financiering van herstel van de mangrovebossen aan de kust. Met Oostenrijk zou ook samengewerkt gaan worden om de gevolgen van klimaatverandering te bestuderen. Hiertoe werd een werkplan opgesteld door het Caribbean Community Climate Change Center  dat voor commentaar naar het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu werd gezonden om van commentaar te voorzien.

Nauwelijks investeringen in milieu en bescherming kustgebied
Eind 2012 bleek echter tijdens de behandeling van de begroting voor 2013 dat nauwelijks wordt geïnvesteerd in het milieu en in bescherming van het Surinaamse kustgebied. Het Assembleelid Harish Monorath van Nieuw Suriname was het enige parlementslid dat medio december in het parlement hiervoor aandacht vroeg. Hij stelde onder andere dat er niets terecht zal komen van het strategisch plan voor klimaatverandering, wanneer daarvoor dit jaar slechts een bedrag van 50.000 Surinaamse dollar wordt uitgetrokken.

Risicogebieden in kaart gebracht
Ruim een maand later, 22 januari 2013, werd bekend dat het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR) gebieden die risico lopen bij klimaatverandering, in kaart gaat brengen. Beter laat dan nooit, moet het NCCR gedacht hebben. Jerry Slijngard, hoofd van het NCCR, zei dat zijn organisatie voorbereid moet zijn op veranderende natuuromstandigheden. Een understatement. Het land moet voorbereid zijn op die veranderende natuuromstandigheden. ‘Het is bekend, dat het hele kustgebied van Suriname bij zeespiegelstijging in gevaar komt. Het moet niet worden uitgesloten dat de omvang en gevolgen van onder andere rivieroverstromingen zullen toenemen’, zo liet Slijngard weten. Het NCCR gaat, met financiële steun van de overheid en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, risicogebieden in kaart brengen en op zogenoemde ‘cruciale plekken’ worden waterstandsmeters geplaatst.

Naipal laat echter in een reactie weten dat die risicogebieden al ‘relatief goed in kaart’ zijn gebracht. ‘Zie hiervoor de ‘First National Communication'. Het is een verslag dat Suriname moet doen naar de UNFCCC toe (United Nations Framework Convention on Climate Change) en is te downloaden van de website. De hele kust van Suriname is in dit boekwerk als kwetsbaar genoemd’, aldus de hydroloog.

Klimaatverandering waardoor?
De temperatuur op aarde is voor een belangrijk deel afhankelijk van de aanwezigheid van broeikasgassen, zoals waterdamp, kooldioxide en methaan, in de atmosfeer. Deze stoffen houden de warmtestraling van de aarde gedeeltelijk vast, de zogenoemde broeikaswerking. Zonder het broeikaseffect zou de temperatuur op aarde gemiddeld negatief 18 graden Celsius zijn. De gasvormige laag, waarmee de aarde wordt omringd, wordt de atmosfeer of de dampkring genoemd. De atmosfeer is 700 kilometer dik en bestaat uit verschillende lagen. 
Voor de aarde zijn van belang de Troposfeer en de Stratosfeer. De atmosfeer bestaat uit verschillende gassen: het grootste gedeelte bestaat uit stikstof (78,2 %) en zuurstof (20,9%). Voor de overige 0,9% bestaat de atmosfeer uit onder andere argon, kooldioxide, neon, helium, methaan, waterstof en ozon. De belangrijkste broeikasgassen zijn waterdamp, koolstofdioxide , methaan, stikstofmonoxide of lachgas en ozon. De zon verwarmt de aarde en een deel van de zonnestralen warmt de aardbodem en de zeeën en oceanen op. Een ander deel wordt teruggekaatst in de dampkring of atmosfeer. Hier bevinden zich de broeikasgassen die als het ware een warme deken om de aarde leggen. Ze zorgen ervoor dat de warmte uit de teruggekaatste zonnestralen wordt vastgehouden. De opwarmende werking van deze deken wordt het natuurlijke broeikaseffect genoemd. Menselijke activiteiten, zoals de uitstoot van broeikasgassen en ontbossing, zijn in belangrijke mate de oorzaak van de warmer wordende wereld. 
Van de broeikasgassen draagt CO2 voor meer dan 60 % bij aan de menselijke beïnvloeding van het klimaat. CO2 komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen zoals olie, kolen en gas en bij ontbossing. Dit versterkte broeikaseffect kan een wereldwijde klimaatverandering tot gevolg hebben. 
Wetenschappers voorspellen een temperatuurstijging op aarde aan het eind van de 21ste eeuw met 1,4 tot 5,8 graden Celsius. In de 20ste eeuw is de wereldgemiddelde temperatuur met 0,6 graden toegenomen; een opwarming die zich waarschijnlijk de laatste duizend jaar niet heeft voorgedaan. 
De Verenigde Naties verwachten dat klimaatverandering gedurende de 21ste eeuw zou kunnen zorgen voor grote overstromingen (door de zeespiegelstijging als gevolg van de stijging van de temperatuur waardoor kuststreken en laaggelegen landen zullen overstromen), extreme weersomstandigheden, droogte en ongeschiktheid van de landbouwgrond (door de temperatuurstijging vindt er meer verdamping plaats met als gevolg meer neerslag; dit zorgt voor meer afstroming, de regen neemt dan meer voedingsstoffen uit de bodem, waardoor de bodem minder vruchtbaar wordt). Bestaande ecosystemen als koraalriffen, mangrovemoerassen en lagunes zullen verdwijnen.

En ja, ook voor Suriname heeft klimaatverandering gevolgen.....en langzaamaan begint de regering dat ook in te zien en te begrijpen.

zondag 21 april 2013

Aanpak transport en opslag gevaarlijk (chemisch) afval verloopt stroperig

Suriname worstelt al vele, vele jaren met afval

Nog steeds geen Afvalstoffen- en Milieuwet

Werkgroepen en plannen leiden niet tot concreet effectief beleid

21-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De directeur van het zogenoemde directoraat Milieu van het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM), Henna Uiterloo, heeft op 1 maart 2013 een werkgroep ‘Beheer van het grensoverschrijdend transport van gevaarlijk afval’ ingesteld. De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het directoraat Milieu en van het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS).

De voornaamste taak is het directoraat en ATM adviseren en assisteren bij het uitstippelen van beleid op het gebied van het transport van gevaarlijk afval over landsgrenzen.

Gebleken is, aldus het ministerie, dat de opslag, het transport en de manier van omgaan met chemicaliën en gevaarlijk afval in Suriname nog niet helemaal op verantwoorde wijze gebeurt. Suriname bezit ook nog geen adequate faciliteiten om vervallen chemicaliën en gevaarlijk afval op milieuvriendelijke wijze op te slaan en te verwerken. Om deze zaken effectief aan te kunnen pakken zal de regering haar beleid richten op het terugdringen van de hoeveelheid afval die geproduceerd wordt, zo liet ATM begin maart van dit jaar weten.

Ook zal het grensoverschrijdend transport en het gebruik van chemicaliën en gevaarlijk afval constant gemonitord worden. Bovendien zullen nationale maatregelen geformuleerd worden voor het verantwoord opslaan van chemicaliën en gevaarlijk afval en het transport daarvan.

Milieuwetgeving laat al jaren op zich wachten
Een werkgroep moet nu dus de aanzet zijn voor de aanpak van opslag en transport van chemicaliën en gevaarlijk afval in Suriname. Beter laat dan nooit zullen we maar zegen, maar wetgeving laat al jaren op zich wachten.

Feitelijk werd de aanzet al gegeven in augustus vorig jaar, toen het directoraat Milieu van het ministerie van ATM met een eigen persbericht op 24 augustus 2012 ‘Verantwoord chemicaliënbeheer in Suriname’ aandacht besteedde aan chemicaliën in het land'. De regering liet via haar persbericht weten, dat zij met het prioject ‘Suriname/UNDP/UNEP partnership initiative for the integration of Sound Management of Chemicals into development planning and processes: Quick Start Programme (het SAICM/QSP-project)’ het initiatief had genomen om te komen tot een verantwoord chemicaliënbeheer in Suriname. Suriname ontving hiervoor 250.000 Amerikaanse dollar. ‘Het SAICM/QSP-project heeft tot doel het versterken van de nationale capaciteit om verantwoord chemicaliënbeheer te doen integreren in economische planning en besluitvormingsprocessen. De duur van dit project is gesteld op 16 maanden en is van start gegaan op 24 november 2011.’

 

De implementatie van het SAICM/QSP-project zou door het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu worden gecoördineerd.
‘Het beleid omtrent chemicaliën, welke onderdeel is van het milieubeleid van het Ministerie van ATM, is gericht op het continu monitoren van de import van chemicaliën, alsook het duurzaam gebruiken en beheren van chemicaliën in Suriname middels het opzetten van een gedegen database, het aangaan en onderhouden van een sterke samenwerking met instanties die direct betrokken zijn bij chemicaliënbeheer en het continu geven van voorlichting’, zo is te lezen in het bericht van de afdeling Milieu van het ministerie van ATM van 24 augustus vorig jaar.

Met de mededeling van ATM in augustus 2012 leek het ministerie een eerste stap te zetten in de uitvoering van het regeringsbeleid. In het in februari 2012 door de regering gepresenteerde ‘Ontwikkelingsplan 2012 – 2016 – Suriname in Transformatie’ is een apart hoofdstuk ‘6.3.2. Chemicaliënbeheer’ opgenomen. Daarin stelt de regering onder andere:  
‘Gebleken is dat de import, het gebruik, de opslag, de distributie en het transport van chemicaliën in Suriname veelal op onverantwoorde wijze plaatsvinden. Ook bevinden zich op verschillende locaties in Suriname voorraden van gevaarlijk chemisch afval die jarenlang onverantwoord zijn opgeslagen en waarvoor er nog geen geschikte verwijderingsmethoden (onder andere verwerking en export) bestaan. Door de grote verscheiden heid aan problemen met betrekking tot het chemicaliënbeheer worden de negatieve gevolgen nog moeilijker te overzien, waardoor het milieu en de gezondheid van de mens nog meer in gevaar komen.’

Verder maakte de regering Bouterse-Ameerali in haar document bekend dat haar beleid zich in de periode 2012-2016 zal richten op ‘het continu monitoren van de import en het gebruik van chemicaliën, het formuleren van nationale maatregelen zodat opslag, gebruik en eventueel transport (voor verwerking naar het buitenland) van reeds geïdentificeerde gevaarlijke chemicaliën, zoals POP’s (Persistent Organic Pollutants), op een verantwoorde wijze geschieden.’

Maar wat hebben de regering, het ministerie van ATM en het NIMOS tot vandaag de dag, 21 april 2013, gedaan op het terrein van chemicaliën en gevaarlijk afval?

‘Triest gesteld met chemisch afval in Suriname’
ATM-beleidsmedewerkster Anuradhada Khoen Khoen liet op 7 maart 2011 via Starnieuws weten dat het triest is gesteld met chemisch afval in Suriname. Het ministerie van ATM) had toen ‘vergevorderde stappen gezet voor een nieuwe structuur om chemische stoffen en chemisch afval die in Suriname voorkomen te lokaliseren’. Ook de verwerking en aanpak van chemisch afval zouden terug te vinden zijn in de nieuwe structuur.

Een maand eerder had het Surinaamse parlement, de Nationale Assemblee, haar goedkeuring gegeven aan de regering voor het ondertekenen van het Verdrag van Basel en van Stockholm.

Op basis van deze twee verdragen zou verder gewerkt kunnen worden aan het lokaliseren, opslaan en verwerken van chemische stoffen en afvalmaterialen die schadelijk zijn voor mens en milieu. Het verdrag van Basel handelt over de wettelijke regeling voor de uitvoer van uiterst gevaarlijke stoffen. In Suriname zijn op verschillende locaties dergelijke stoffen opgeslagen.
Bij het Stockholm Verdrag gaat het om de bestrijding van Persistente Organische Verontreinigers (POP's). Verschillende schadelijke chemicaliën veroorzaken wereldwijd ernstige milieuproblemen. Sommige kunnen zelfs vele jaren nadat ze terecht zijn gekomen in het milieu nog negatieve effecten hebben. POP's zijn geen stoffen die van nature in het milieu voorkomen. Ze zijn door de mens gemaakt. In de Stockholm Conventie zijn de gevaarlijkste POP's vastgelegd. Dit verdrag heeft als doel milieuverontreiniging door POP's te voorkomen of te beperken. Suriname ondertekende in mei 2002 samen met 150 landen de Stockholm Conventie, maar had deze nog niet geratificeerd.

Tijdens de behandeling van beide verdragen in De Nationale Assemblee beloofde minister Ginmardo Kromosoeto van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM) na de aanname, dat spoedig ook de algemene nationale milieuwet aan het college zou worden aangeboden. Die wet zal meteen ook inspelen op de twee internationale verdragen. Dat was dus in februari 2011 en de Milieuwet is nog steeds niet beland in het parlement ter behandeling.

ATM erkent: 'Op vuilstort Ornamibo wordt naast huisvuil ook chemisch afval gedumpt’
Volgens Anuradhada Khoen Khoen, begin maart 2011, is het enorm triest gesteld met vrijwel alle aspecten van chemisch materiaal en afval in Suriname. Van import, productie tot opslag en verwerking. ‘Als we alleen al kijken naar de algemene vuilstortplaats Ornamibo. Daar worden naast huisvuil waarvoor het is bestemd, ook alle soorten schadelijk chemisch afval gedumpt. Dat is erg triest.’

NIMOS: Onbekend hoeveel schadelijk afval wordt gestort te Ornamibo
Naast het trage handelen door ATM, kan ook van het NIMOS niet echt gezegd worden dat het een alert en milieubewust instituut is. Het NIMOS opereert vooralsnog vooral op papier en participeert slechts, neemt deel aan, maar neemt zelden eigen initiatief.

Ooit, een paar jaar geleden, schreef Sandra Bihari ‘Education & Awareness Officer NIMOS’ een stuk met als titel ‘Ons huidig beleid t.a.v. gevaarlijk afval'. Daarin wordt in de inleiding een aantal soorten gevaarlijk afval benoemd, zoals zware metalen, polychloorbifenylen (PCB’s), (landbouw) chemicaliën, afgewerkte olie, oliefilters, batterijen, accu’s, oplosmiddelen en gevaarlijk afval. Opmerkelijk in haar stuk is de vermelding dat radioactief afval ‘weliswaar gevaarlijk is’, maar dat het niet valt onder gevaarlijk afval.
Ook op z’n zachtst gezegd opmerkelijk is het volgende tekstdeel: ‘Van de totaal geschatte hoeveelheid huishoudelijk en bedrijfsafval (plus minus 120.000 ton per jaar) welke gestort wordt op de vuilstortplaats Ornamibo is niet bekend hoeveel hiervan gevaarlijk is, aangezien er geen scheiding van het afval plaatsvindt alvorens deze wordt gedumpt. Voor gevaarlijk afval geldt dat zij in het algemeen naar categorie gescheiden, ingezameld, opgeslagen en bewerkt of verbrand moet worden. Vanwege de schadelijke bestanddelen mag gevaarlijk afval niet bij het gewone afval worden opgeslagen. Momenteel zijn er geen specifieke wettelijke bepalingen die het totaal proces vanaf de lozing of inzameling tot de verwerking van afval, inclusief gevaarlijk afval, regelen.’

Beperkte informatie op website NIMOS

Verder schrijft de NIMOS-medewerkster, dat regulering van gevaarlijk afval dringend vereist is in het belang van mens en milieu. ‘Momenteel is niet bekend hoeveel en welke soorten gevaarlijk afval er vrijkomen in bedrijven en huishoudens omdat er geen meldingsplicht bestaat omtrent de aard, de hoeveelheid en andere gegevens. Door instanties als het NIMOS en de ADEK (Anton de Kom Universiteit van Suriname) is gepoogd om d.m.v. onderzoeken nadere gegevens te verkrijgen. Helaas zijn het bij pogingen gebleven, aangezien een aantal bedrijven geweigerd heeft de gevraagde informatie te verschaffen en deze bedrijven correct aanvoeren dat zij hiertoe wettelijk niet verplicht zijn.’

Papieren tijger
Uit niets blijkt echter wat het NIMOS actief heeft ondernomen om er bijvoorbeeld achter te komen, door bijvoorbeeld het houden van steekproeven, hoeveel gevaarlijk afval terechtkomt op de bekende vuilstort Ornamibo of bij welke bedrijven welke soorten van gevaarlijk afval vrijkomen bij bijvoorbeeld productieprocessen. Het NIMOS lijkt een papieren tijger. De website laat vooral veel oude informatie zien. Enige actuele informatie is niet of nauwelijks aanwezig. De burger wordt slecht door dit milieuinstituut geïnformeerd over allerlei belangrijke milieu gerelateerde zaken.

Suriname weet zich geen raad met afvalstroom
Suriname kampt al vele jaren met een afvalprobleem in algemene zin, voornamelijk door slecht en laks beleid. Dat leidde in het voorjaar van 1999 al tot irritatie in ‘Den Haag’. Toenmalig minister Evelien Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking was het zelfs zat om geld te steken in Surinaamse projecten die moeizaam verliepen door slecht beleid in Paramaribo.

De Volkskrant besteedde hieraan op 3 maart dat jaar aandacht:

‘Acht missies stuurde Nederland in vier jaar naar Suriname om het afvalprobleem van groot-Paramaribo op te lossen. Maar op de laatste dag van 1998, toen het ontwikkelingsproject al moest zijn voltooid, was de vuilverwerking van Paramaribo geen greintje verbeterd. Suriname faalde jammerlijk in het nakomen van gemaakte afspraken’, aldus berichtte de krant.  

‘Zo wees de Surinaamse regering pas op 30 december, een dag voor de deadline, een stortlocatie aan. De verzelfstandiging van het Surinaamse afvalbedrijf, een andere belangrijke voorwaarde, was helemaal niet rond. Het afvalbedrijf had niet eens een kantoor. En een nieuwe Afvalstoffenwet is nog altijd niet goedgekeurd door het parlement. Nederland stopte onlangs de financiering van het mislukte project, maar minister R. Mangal van Openbare Werken wil gewoon doorgaan. Alleen. De vijf miljoen gulden die nu ontbreken, zo verklaarde de minister trots, moet dan maar ergens op zijn begroting worden gevonden.’

Anno april 2013 heeft Suriname nog steeds geen Afvalstoffenwet – Concept lag in november 2007 al bij OW.....
Al begin november 2007 liet de directeur Vuilverwerking bij het ministerie van Openbare Werken, Bholanath Narain, weten dat de concept Afvalstoffenwet bij de Raad van Ministers lag voor commentaar. De Afvalstoffenwet zou volgens hem gesynchroniseerd zijn met de Milieuwet en de hele keten van vergunning tot controle op vuilverwerkingsactiviteiten zou erin zijn opgenomen. Via de Ware Tijd van 7 november 2007  beloofde Narain dat bij de inwerkingtreding van deze wet een grootscheepse voorlichtingscampagne zou worden opgezet, waarin burgers ingelicht zouden worden over de noodzaak van hygiëne, en gemotiveerd worden te helpen bij het proces het land schoon te houden.

Maar, eind oktober 2009 was er nog steeds geen wet. Toenmalig minister van Openbare Werken, Ganeshkoemar Kandhai, zei in de tweede week van oktober 2009 dat het ministerie bezig geweest was met een concept Afvalstoffenwet. Die was op dat moment gereed, maar de minister was niet in staat om concreet te zeggen of het binnen de regeerperiode haalbaar zou zijn om de wet goedgekeurd te krijgen door De Nationale Assemblee.

Inmiddels is het bijna mei 2013 en Suriname beschikt nog steeds niet over milieuwetgeving...

ATM reageert niet
Henna Uiterloo, directeur directoraat Milieu van ATM, zond ik op 9 april ter beantwoording de volgende vragen:

1) Hoe vorderen de werkzaamheden van de werkgroep ‘Beheer van het grensoverschrijdend transport van gevaarlijk afval’? 
2) Hoe is het SAICM/QSP-project afgerond en wat zijn de resultaten ervan? 
3) Zijn inmiddels chemische stoffen en chemisch afval in het land gelokaliseerd? 
4) Wat is de actuele stand van zaken rond de Milieuwet? Tijdens de behandeling gisteren in De Nationale Assemblee van de twee gouddeals kwam deze wet, en dan vooral de vraag naar de stand van zaken, ook ter sprake.

Het ministerie heeft tot heden (nog) niet de moeite genomen om te reageren op een paar concrete vragen. Geen reactie is echter ook een reactie, een heel duidelijke reactie....

donderdag 10 januari 2013

Suriname voert geen effectief beleid om kwik in goudvelden uit te bannen


128 Landen bespreken maatregelen tegen kwik - Verdrag moet kwikverontreiniging inperken

Kwikgebruik goudzoekers vele jaren geen prioriteit Surinaamse regering

10-01-2013   Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Regeringen van 128 landen staan op het punt om een eerste wettelijk bindend wereldwijd verdrag te ondertekenen om de uitstoot van kwikdampen en kwikverontreiniging aan te pakken. Suriname is een van de deelnemende landen, maar onduidelijk is wat het belang van en voor Suriname is om een dergelijk verdrag te ondertekenen.

Delegaties uit die landen worden komende week, tussen 13 en 18 januari, in het Zwitserse Genève verwacht voor een vijfde en laatste ronde van besprekingen. Alle landen zijn het er over eens, dat dringend actie is vereist om kwikdampuitstoot te verminderen, dat een groot risico is voor het milieu en de volksgezondheid.

De totstandkoming van het verdrag wordt gecoördineerd door het onderhandelingscomité van het Milieu Programma van de Verenigde Naties (UNEP, United Nations Environment Programme).

Volgens een conceptversie van het UNEP 2013 Wereld Kwik Rapport kwam in 2010 zo’n 6.500 ton kwikdamp in de lucht terecht. Zo’n 30% daarvan was afkomstig van menselijke activiteiten en 15% van natuurlijke bronnen zoals vulkanen en erosie. Het restant kwam op natuurlijke wijze uit de bodem, water en vegetatie.

WHO: Kwik in top tien bedeigende chemicaliën voor volksgezondheid
De Wereld Gezondheids Organisatie (WHO, World Health Organization) heeft vastgesteld dat kwik een van de top tien chemicaliën is die een bedreiging vormt voor de volksgezondheid – het kan de hersenen beschadigen en het is een gevaar voor foetussen.
Volgens UNEP is door menselijke activiteiten in totaal 35.000 ton kwikuitstoot, waarvan ongeveer 40% dateert van voor 1850. De overige hoeveelheid dateert uit laat 19e eeuw uit zilver- en goudmijnbouw, toen kwik werd gebruikt om die metalen te winnen. De laatste tientallen jaren is de uitstoot toegenomen door de kleinschalige goudwinning in Afrika en Latijns Amerika en door snelle industrialisering van Azië. China draagt nu 30% bij aan de wereldwijde uitstoot.

Voor de laatste ronde van onderhandelingen, in juni/juli 2012, spitsten discussies zich toe op de totstandkoming van een kwikverdrag voor alle landen om kwikdampuitstoot te reduceren. Maar, dat stuitte op verzet van landen als China en India. Zij zijn van oordeel dat ontwikkelde landen hun dan moeten helpen met financiering en technologie. 

Op verzoek van de UNEP, tijdens de vierde onderhandelingsronde in de laatste week van juni en de eerste week van juli 2012 in Uruguay, zond de directeur Milieu, Henna Uiterloo, van het Surinaamse ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu 12 augustus 2012 een brief aan UNEP in Genève met ‘informatie’ over de uitstoot van kwikdampen in Suriname. 
Suriname liet de internationale organisatie weten dat er gegevens bekend zijn.... 

 
 

Nee, Suriname beschikte niet eens over een speciale kwikdampmeter, terwijl in het binnenland de stof in grote hoeveelheden wordt gebruikt in de goudwinning en ook in het centrum van Paramaribo door goudopkopers. Pas in december 2012 beschikte de Arbeidsinspectie over een dergelijke meter en kon begonnen worden met metingen bij goudopkopers in Paramaribo. De leverancier van de kwikdampmeter liet een specialist naar Suriname gestuurd, om arbeidsinspecteurs te trainen.

Het internationale verdrag focust zich ook om het terugbrengen van kwikuitstoot in de kleinschalige goudwinning, welke sector nauwelijks wordt gereguleerd. Veel goudzoekers zijn zich nog niet steeds niet bewust van de risico’s van het gebruik van kwik bij het winnen van goud.

UNEP verwacht dat uiteindelijk in de loop van dit jaar het verdrag zal worden getekend door de deelnemende landen, dat ze verplicht om het gebruik van kwik aan te pakken.

De Europese Unie besloot al in 2008 om de export van kwik vanaf 2011 te verbieden, terwijl de Amerikaanse oud-president George Bush in oktober 2008 een wet bekrachtigde die per dit jaar, 2013, alle export van kwik uit de Verenigde Staten moet verbieden.

Suriname moddert al jaren aan
Suriname lijkt vele jaren de kwikproblematiek in het binnenland te hebben genegeerd. Kleinschalige goudzoekers gebruiken nog steeds kwik bij de winning van goud en nog steeds worden hierdoor het water in kreken en rivieren vervuild en de gezondheid van lokale bewoners, inheemsen en marrons, bedreigd. Achtereenvolgende regeren waren op de hoogte van de risico’s van het gebruik van kwik in de goudvelden, maar nimmer werd enige effectieve actie ondernomen. Van overheidswege bijvoorbeeld worden de goudzoekers niet gestimuleerd en gemotiveerd om over te stappen op milieuvriendelijke winningsmethoden. Controle op het gebruik van kwik is er niet en goudzoekers vinden wegen om het kwikimportverbod te omzeilen door smokkelroutes vanuit bijvoorbeeld de Guyana’s te gebruiken. De in december 2010 ingestelde presidentiële Commissie Ordening Goudsector kondigde in 2012 aan dat ingaande  2013 kwik moet zijn verbannen uit de goudvelden..... Maar, zoals zo vaak gebeurt, woorden worden niet omgezet in daden. Beleid wordt niet omgezet in praktijk en handhaving en controle blijken welhaast een onmogelijkheid in het binnenland.

Milieuvriendelijk goudwinnen met 'shaking table'
Niet alleen de regering heeft grote moeite om de kleinschalige goudwinningssector te reguleren en onder controle en toezicht te krijgen. Ook de paar natuurbeschermingsorganisaties in Suriname modderen al vele jaren aan om goudzoekers warm te krijgen voor ‘groene’ milieuvriendelijke winningsmethoden. Maar, daar hangt een prijskaartje aan en vele goudzoekers willen wel, maar zouden graag zien dat er een fonds wordt ontwikkeld waarop zij een beroep kunnen doen om de financiële middelen te verkrijgen om milieuvriendelijke winningsmethoden aan te kunnen schaffen.

Het Wereld Natuur Fonds Guianas (WWF Guianas) maakte in november 2008 bekend dat Suriname, Guyana en Frans-Guyana gezamenlijk zouden toewerken naar een kwikvrije kleinschalige goudwinning.  Delegaties van de drie landen waren in november 2008 in Frans-Guyana bijeen om gesprekken te voeren met plaatselijke overheidsfunctionarissen, gouddelvers, milieuorganisaties en instituten actief in de sector. Suriname was vertegenwoordigd door afgevaardigden van de ministeries van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu, Natuurlijke Hulpbronnen en Financiën, het NIMOS en de Nederlandse ambassade. Ook waren Surinaamse gouddelvers en concessiehouders uitgenodigd, maar die waren in geen velden of wegen te bekennen. De deelnemers brachten ook veldbezoeken aan goudvelden waar alternatieve winningsmethoden werden gebruikt. Voor Frans-Guyana was gekozen, omdat het daar sinds 2006 verboden is kwik te gebruiken bij de goudwinning. Vanaf toen werden ook de import van kwik stopgezet, de wetgeving aangepast en een bewustwordingscampagne opgestart. Met de nieuwe wetgeving werd de kleinschalige goudindustrie in dat land volledig gelegaliseerd. Suriname blijkt echter grote moeite te hebben om te leren van de ervaringen en kennis in het Franse buurland.

Controle onmogelijk
Tijdens de wekelijkse persconferentie van de Raad van Ministers op 9 februari 2011 antwoordde minister Ginmarto Kromosoeto van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM) op vragen van journalisten, dat kwik verboden is en dat het niet mag worden geïmporteerd. Kromosoeto erkende dat kwik het land wordt binnengesmokkeld en dat het ministerie daar nauwelijks greep op heeft. De Dienst Arbeidsinspectie heeft, aldus de bewindsman, niet de middelen en de logistiek om regelmatig in het binnenland controles uit te voeren. En wanneer er eens iemand van deze dienst in het binnenland is dan is er geen wettelijke mogelijkheid om op te treden. Dat kan alleen met bijstand van de politie. Sinds het instellen in december 2010 van de presidentiële Commissie Ordening Goudsector, kunnen sociale- en veiligheidsinspecteurs meeliften met het management team van de Commissie Ordening Goudsector naar goudwinningsgebieden in het binnenland.  Minister Kromosoeto maakte ook bekend dat het ministerie werkt aan de aanschaf van een zogenaamde kwikdampmeter waarmee luchtvervuiling in een bepaalde omgeving kan worden vastgesteld.

De Surinaamse regering publiceerde in juli 2011voor het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP, United Nations Development Programme) het ‘Updated National Chemical Profile The Republic of Suriname’. Dit honderdeenentwintig pagina’s tellende rapport werd opgesteld door het ministerie van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu (ATM) in het kader van de implementatie van het Verdrag van Stockholm. (Het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen is een internationaal milieuverdrag, aangenomen tijdens de conferentie van de Verenigde Naties over persistente organische verontreinigende stoffen in Stockholm, op 22 mei 2001. Het is een wettelijk bindend instrument met als doel de gezondheid van de mens en het milieu beschermen tegen persistente organische verontreinigende stoffen; deze stoffen zijn persistent in het milieu, verspreiden zich over grote delen van het aardoppervlak, stapelen zich op in de voedselketen, en vormen een risico voor de gezondheid van de mens en voor het milieu.)
ATM geeft in het rapport voor de UNDP aan dat geen enkele informatie bekend is over import van kwik. Verder meldt het ministerie dat er geen nationaal gecoördineerde aanpak is van de problemen in de kleinschalige goudsector en het ongecontroleerde gebruik van kwik. Hierbij dient opgemerkt te worden dat op het moment dat het rapport voor de UNDP werd uitgebracht, juli 2011, de presidentiële Commissie Ordening Goudsector al zeven maanden aan het werk was.

Passief beleid leidt niet tot uitbannen kwikgebruik Surinaamse goudvelden
Duidelijk is dat de regering een passief beleid voert als het gaat om de aanpak van het kwikgebruik in het binnenland. Het dit jaar nog op te stellen internationale UNEP-verdrag zal waarschijnlijk voor het kwikgebruik en de kwikuitstoot in Suriname weinig tot geen zoden aan de dijk zetten. Eerst zal de regering zich moeten inspannen om ervoor te zorgen dat de porknokkers en garimpeiros in het binnenland kwik vaarwel kunnen zeggen en kunnen overstappen op ‘groene’ winningsmethoden.