maandag 21 januari 2013

De status van het Vaarbewijs in Suriname....

Zoveelste aanvaring tegen Carolinabrug roept vragen op over ‘stuurmanskunsten’ boothouders 

Maritieme Autoriteit Suriname zwijgt

21-01-2013   Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - De in aanbouw zijnde Carolinabrug over de Surinamerivier bij Carolina, die het dorp verbindt met Pierre Kondre, Redi Doti en Kasipora, zo’n vijftig kilometer ten zuiden van Paramaribo, zou op instorten staan nu er recent weer een, onbekend, schip tegenaan is gevaren waardoor de nodige schade is veroorzaakt aan de brug. Het is niet de eerste keer dat de brug door een boot is geramd.

De bouw van de betonnen Carolinabrug begon al in oktober 2005, nadat de oorspronkelijke houten brug in 2001 door een aanvaring in de rivier verdween. In november 2007 zou de brug opgeleverd moeten zijn, maar een zandboot van Rudisa NV gooide roet in het eten door tegen een pijler te varen. Sinds het begin van de bouw is de Carolinabrug inmiddels negen keer door een boot geramd. De eerste aanvaring vond plaats op 23 juni 2006.  

Zijn alle aanvaringen te wijten aan ondeskundigheid van kapiteins of anderen die aan het roer van een boot stonden? In ieder geval doet de recente aanvaring toch de vraag rijzen hoe het is gesteld met de al dan niet verplichte status van het vaarbewijs 1 en het vaarbewijs 1 en 2 van de Maritieme Autoriteit Suriname, MAS, en of gecontroleerd wordt of boothouders in Surinaamse wateren in het bezit zijn van een geldig vaarbewijs.
De MAS verklaarde in februari 2012 nog, dat zij graag in dat jaar zou zien dat vaarbewijzen verplicht werden gesteld, juist vanwege een groot aantal ongelukken op Surinaamse rivieren. De organisatie had hiertoe een projectvoorstel gestuurd naar het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme gestuurd. Het is op dit moment onduidelijk wat de status van het vaarbewijs is. 

Er zijn overigens twee vaarbewijzen in Suriname:
het vaarbewijs 1, bestemd voor boothouders die alleen op rivieren mogen varen, en het vaarbewijs 1 en 2 voor boot- en jachthouders die ook op zee kunnen varen.
De Maritieme School had in februari 2012 zo’n eenenveertig personen afgeleverd met een vaarbewijs. Onder de geslaagden waren ook zes politieambtenaren die het vaarbewijs 1 en 2 wisten te behalen.

Op de website van de Maritieme Autoriteit Suriname is echter geen letter te vinden over vaarbewijzen en ook blijkt uit informatie op die website dat geen enkele afdeling, zoals ‘Traffic, Maritime Security, Ports’, ‘Vessel Traffic Control’ en ‘Pilot Service’, boothouders controleert op de aanwezigheid van de juiste documenten.

Ook is niet duidelijk welke instantie eventueel boothouders die niet beschikken over een geldig vaarbewijs mogen beboeten: de MAS of de maritieme politie.

De meest recente aanvaring roep diverse vragen op:

- Zijn alle boothouders die bijvoorbeeld varen met zogenoemde bakken waarin zaken als zand en hout kunnen worden vervoerd al in het bezit, na het met succes afleggen van een cursus daartoe bij de MAS, van het vaarbewijs?
Zo ja, wordt er ook gecontroleerd of boothouders/kapiteins van binnenvaartschepen in het bezit zijn van een geldig vaarbewijs?

- Zijn alle boothouders in Suriname geregistreerd en hebben zij van de MAS bericht ontvangen dat zij het vaarbewijs 1 of het vaarbewijs 1 en 2 moeten behalen om te mogen varen?

- Vallen onder boothouders ook de eigenaren van de kleine boten die dagelijks passagiers vervoeren tussen bijvoorbeeld de Waterkant en Meerzorg en moeten zij ook in het bezit zijn van een vaarbewijs?

- Kunnen op dit moment boothouders worden beboet als ze niet in het bezit zijn van een geldig vaarbewijs en zo ja, hoe hoog is die boete?

- Wie mag beboeten en wie controleert boothouders? Is dat de MAS en/of de maritieme politie?

De MAS heeft, ondanks herhaald verzoek, niet gereageerd op de vragen, maar geen reactie is ook een reactie....

UPDATE: De MAS heeft op 29 januari alsnog gereageerd bij monde van mr. R. Fung A Loi, Hoofd Legal Department van de MAS:

'De RvM (Raad van Ministers) heeft de inwerkingtreding en de uitvoering van de Regeling Binnenvaart en Kustvaart reeds goedgekeurd. Nu is het slechts de formalisatie dat nog moet plaatsvinden (Staatsbesluit inwerkingtreding en de uitvoeringsbesluiten middels beschikkingen)

Nadat de beschikkingen zijn getekend en gepubliceerd zal het wettelijk verplicht zijn om over een vaarbewijs te beschikken indien men dergelijke vaartuigen wilt besturen. (alle vaartuigen muv de eenvoudige houten korjalen zonder mechanische voortstuwing)

Controle vindt nog niet plaats omdat er geen wettelijke verplichting daartoe bestaat dat men over een vaarbewijs dient te beschikken.

Wettelijke registratie geldt slechts voor vissersvaartuigen en voor de veerboten die veerdiensten onderhouden op vaste trajecten za Paramaribo-Meerzorg etc.

Vaarbewijzen zijn nog niet wettelijk vastgelegd. De formalisatie moet nog plaatsvinden.'

Noot:
Opmerkelijk en bestaat toeval? DeWare Tijd bericht vrijdagavond 25 januari online‘het zal niet lang meer duren voordat het voor iedereen die op de Surinaamse wil varen, verplicht wordt een vaarbewijs te hebben. Dat zei Michel Amafo, directeur van de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) vrijdag bij de uitreiking van het eerste vaarbewijs.’ Maar, in 2012 is al een aantal vaarbewijzen uitgereikt. Wat is de status en waarde van die vaarbewijzen?

zondag 20 januari 2013

Bouterse heeft weer een media-‘scheet’ gelaten en wat ruiken die 'Noordzee-journalistiek' lekker

NOS volgt Bouterse welhaast letterlijk op de voet

20-01-2013  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - ‘NOS buitenlandredactie maakt zich te afhankelijk van die ene Suriname correspondent - Surinaams nieuws in Nederland wordt veelal te eenzijdig, bevooroordeeld en ‘gekleurd’ gebracht - Nederlandse correspondenten lijken liever lui dan moe....’ Dit zijn de kopjes boven een door mij op dit blog op 11 januari van dit jaar gepubliceerd artikel over de wijze waarop de NOS bericht over Suriname.

‘(...) Nederlandse correspondenten in Paramaribo, van bijvoorbeeld het NOS Journaal of het persbureau ANP, getroosten zich weinig moeite om hun werkgevers te voorzien van een scala aan interessant Surinaams nieuws. Neen, hun visie op Surinaams nieuws is zeer beperkt en ze zijn niet in staat om in te zien dat in Suriname zaken spelen die zeker, absoluut, interessant genoeg zijn om aandacht aan te besteden in Nederlandse media. Maar, het lijkt er sterk op dat de correspondenten of liever lui dan moe zijn of zich te gemakkelijk laten meeslepen door het Surinaamse verleden dat nog steeds actueel is in het land en zich daar te gefixeerd op focussen, feitelijk een soort ‘tunnel’-benadering van het nieuws. Ik ben ervan overtuigd dat in het geval van Nederlandse correspondenten in Suriname beiden het geval zijn, gelet op het geringe Surinaamse nieuws dat in Nederlandse media verschijnt. (...)’

NOS-correspondent Harmen Boerboom bleek zaterdag 19 januari 2013 weer alleen maar oog en oor voor de Surinaamse president Bouterse te hebben, omdat die naam nu eenmaal 'lekker' ligt in Nederland en er een 'scheet-achtig' luchtje rond hangt.

En natuurlijk betrekt Boerboom bij zijn artikel de vraag of de 8 decembermoorden en of de betrokkenheid van Bouterse in die zaak geen sta-in-de-weg zijn voor VHP-voorman Santokhi....... 

Het is weer de typische en stigmatiserende en de op één schietschijf gerichte wijze van berichtgeving over Suriname door de NOS. Behalve de NOS besteedde ook de Telegraaf aan de VHP-conferentie en met name en vooral de inbreng van Bouterse. Verder heeft nauwelijks wie of wat dan ook in de Nederlandse media aandacht hieraan besteed.

 

woensdag 16 januari 2013

VN-fondsen niet door Suriname benut om kwikgebruik in goudwinning aan te pakken

GEF heeft indammen kwikgebruik wereldwijd als een van haar speerpunten

Achtereenvolgende Surinaamse regeringen laks in bestrijding kwik

16-01-2013  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Deze dagen is er wereldwijd in media veel aandacht voor een internationale bijeenkomst van het Milieu Programma van de Verenigde Naties (UNEP, United Nations Environmental Programme) - deze week in het Zwitserse Genève - met als doel in de loop van dit jaar te komen tot een internationaal ‘Kwikverdrag’ waarin landen zich vastleggen om kwikvervuiling wereldwijd en het gebruik van kwik terug te dringen.

Vertegenwoordigers van zo’n 130 landen komen bijeen. Onduidelijk is of Suriname een vertegenwoordiging heeft afgevaardigd (zie voetnoot). Suriname kampt al decennia met aanzienlijke kwikproblemen in vooral het binnenland, waar kleinschalige goudzoekers door het gebruik van kwik in het goudwinningsproces kreken en rivieren vervuilen en de gezondheid van lokale bewoners (inheemsen en marrons) in gevaar brengen.
Het uiteindelijk kwikverdrag zal de naam Minamata Convention gaan krijgen, genoemd naar de Japanse stad waarvan bewoners tientallen jaren zijn blootgesteld aan kwikverontreiniging van de zee.

Ontwikkelingslanden spannen zich op allerlei manieren in om het gebruik van kwikgebruik drastisch te verminderen of zelfs compleet uit te bannen.

Suriname laks in aanpak kwikgebruik
Tot vandaag de dag is gebleken dat achtereenvolgende Surinaamse regeringen echter nauwelijks tot geen actie hebben ondernomen om het gebruik van kwik tegen te gaan. Projecten hiertoe zijn er nauwelijks (geweest). Op kleine schaal heeft het Wereld Natuurfonds Guianas getracht kleinschalige goudzoekers te bewegen over te stappen van het gebruik van kwik naar groene, milieuvriendelijke winningsmethoden. Een enkel klein goudwinningsbedrijf heeft zelf de aanzet gegeven om milieuvriendelijk goud te winnen, zoals Sarafina NV dat gebruik is gaan maken van zogenoemde ‘shaking tables’.
Gesteld kan worden, dat Surinaamse regeringen en non-gouvernementele organisaties laks zijn geweest om het kwikgebruik aan te pakken. Niemand heeft ooit met goed doorwrochten plannen of projecten hiertoe enige aanzet willen geven, terwijl iedereen heel goed wist en weet dat wateren in het binnenland sterk vervuild zijn door kwik en dat inheemsen en marrons in bepaalde dorpen met gezondheidsproblemen kampen.

Geen gebruik van VN-GEF en -SGP
Voor specieke opgezette projecten om het kwikgebruik uit te bannen kunnen landen en organisaties voor de financiering ervan een beroep doen op de zogenoemde Global Environment Facility (GEF) of op het Small Grants Programme (SGP), dat weer gefinancierd wordt door het GEF. Het GEF valt onder het VN Ontwikkelings Programma (UNDP, United Nations Development Programme).  Het UNDP zetelt voornamelijk in New York City en voorziet ontwikkelingslanden - met de name de minst ontwikkelde landen - van advies, training en materiaal om armoede te bestrijden en ontwikkeling te stimuleren. UNDP voert daarbij zelf geen projecten uit maar organiseert en financiert deze, waarbij de uitvoering aan andere VN organisaties wordt uitbesteed.

Het in Washington, Amerika, gevestigde, GEF werd opgericht in 1992, na de VN-Top van de Aarde (Earth Summit) in juni van dat jaar in het Braziliaanse Rio de Janeiro. Die conferentie leverde een aantal belangrijke milieuconventies op die de ondertekenende landen dwingen hun economie op bepaalde punten ingrijpend aan te passen. Een speciaal fonds werd nodig geacht om de ontwikkelingslanden daarbij te helpen. Het fonds wordt beheerd door UNEP, UNDP en de Wereldbank. Een paar miljard Amerikaanse dollar is al in dat fonds gepompt voor milieuprojecten. Het fonds concentreert zich daarbij op initiatieven op de terreinen biodiversiteit, klimaatverandering, internationale wateren en stoffen die de ozonlaag aantasten. Het fonds heeft een partnerschap met 182 landen en organisaties en is het grootste publieke fonds te wereld ter verbetering van het milieu in die wereld.

Het SGP is een soort klein broertje van het GEF. Het programma werd voor het eerst in Suriname geïntroduceerd in 1997. Het eerste door een non-gouvernementele organisatie ingediende project werd twee jaren later ter goedkeuring ingediend. Het SGP financiert projecten tot een bedrag van 50.000 Amerikaanse dollar per projectaanvraag.

Inmiddels heeft ‘Suriname’ volgens het SGP zo’n achtentachtig projecteningediend voor een totaalbedrag van  2.089.595 Amerikaanse dollar, waarvan slechts drie betrekking hadden op kwikgebruik in de kleinschalige goudwinning in het Surinaamse binnenland. Eén van die drie was een door de stichting Godo-holo in 2001 aangevraagd project. 

De stichting ontving 2.000 Amerikaanse dollars voor het aantrekken van een deskundige om onderzoek te doen naar mogelijkheden om kleinschalige goudzoekers in het Tapanahonigebied (zuidoosten van het land), in de omgeving van de Toso- en Selakreek, over te laten stappen van het gebruik van kwik in het goudwinningsproces naar een milieuvriendelijke winningsmethode.
De tweede aanvraag dateert ook uit 2001 van de vrouwenorganisatie Pikin Saron voor een project inzake een onderzoek naar mogelijke kwikvervuiling. Ook hier ging het om een bedrag van 2.000 Amerikaanse dollar. Het derde betreft een milieu bewustwordingsproject uit 2006/2007 voor Marron kleinschalige goudzoekers in het Tapanahoniriviergebied. Doel was om de voor het milieu vernietigende werkwijze van de goudzoekers om te buigen naar een constructieve werkwijze en ook om ze bekend te maken met milieuvriendelijke winningsmethoden. De stichting Nehezra ontving hiertoe een bedrag van 21.236 Amerikaanse dollar.

De aanvragen worden vandaag bevestigd door Tanja Lieuw, National Coordinator van het SGP Suriname. Verder laat ze in een reactie weten: ‘Wij hebben na 2007 geen nieuwe projectvoorstellen ontvangen van non-gouvernementele organisaties die het probleem met kwik willen aanpakken, ons fonds gaat er namelijk wel vanuit dat de organisaties bij ons aankloppen met hun ideeen, die dan samen met ons worden uitgewerkt to projectvoorstellen.’

Bij de  grotere broer, het GEF, blijkt Suriname de afgelopen jaren nauwelijks projecten ter financiering te hebben ingediend. Uit de website van het GEF blijkt dat Suriname voor zeven ingediende nationaleprojecten gelden heeft ontvangen voor een totaalbedrag van 15.655.356 Amerikaanse dollar. 
 
 

Het eerste project dateert uit 1997 en het laatste werd in november 2011 goedgekeurd.  Twee projecten springen eruit vanwege de aanzienlijke bedragen die door het fonds beschikbaar werden gesteld.
In 2001 keurde het GEF een projectvoorstel (nummer 661) goed dat als doel had de ecosystemen en de biodiversiteit in het Guyana Schild en dan met name in het Centraal Suriname Natuurreservaat (CSNR) en in het Sipaliwini Natuurreservaat (SNR) beter te beschermen. Het GEF stelde 9.590.000 Amerikaanse dollar beschikbaar voor het in totaal op 18.390.000 Amerikaanse dollar begrote project.
Het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen ontving in november 2012 een bedrag van 4.400.000 Amerikaanse dollar voor een project  (GEF-nummer 4497) ter ontwikkeling van duurzame energie, energie efficiency en elektrificatie van geheel Suriname, dus ook het binnenland. Het totale project is begroot op 25.900.000 Amerikaanse dollar.

Om een bevestiging te krijgen inzake de projectvoorstellen bij het GEF is de directeur Milieu van het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu, Henna Uiterloo, benaderd.  Uiterloo is het zogenoemde ‘GEF Focal Point’ voor Suriname. Een reactie bleef echter uit.

Geen enkel projectvoorstel ingediend bij het GEF had betrekking op kwikgebruik en/of de kleinschalige goudwinning. Opmerkelijk, omdat het GEF zich onder andere specifiek richt opkwikproblematiek wereldwijd. Zo ondersteunt het fonds projectvoorstellen op het terrein van het terugdringen van kwikgebruik in producten, in industriële processen, het terugdringen van de uitstoot van kwikdampen en het verminderen van kwikgebruik in de kleinschalige goudwinning.  Voor wat betreft het laatste doel heeft het GEF projecten goedgekeurd in onder andere Ecuador en Peru en Burkina Faso, Mali en Senegal.

Gemiste kans
Dat in Suriname geen projecten worden ontwikkeld en ter financiering worden voorgelegd aan de VN-fondsen met als doel het vervangen van kwik in de kleinschalige goudwinning door milieuvriendelijke winningsmethoden is een gemiste kans. Vooral nu het GEF juist het terugdringen van kwikgebruik in de wereld als een van haar belangrijke aandachtspunten hanteert.

Waar blijft (investerings)fonds....
De Commissie Ordening Goudsector heeft medio 2012 geopperd een fonds te willen instellen waarop goudzoekers een beroep kunnen doen om de aanschaf van milieuvriendelijke winningsmethoden te financieren, waardoor ze kunnen stoppen met het gebruik van het schadelijke kwik. En in het Ontwikkelingsplan 2012 – 2016 - SURINAME IN TRANSFORMATIE’ van de regering Bouterse-Ameerali daterend van februari 2012, is onder ‘III.5.1. Goud en Ordening Goudsector, onder andere te lezen:
‘(...) De Regering zal een korte termijn een staatsbesluit slaan, betreffende de instelling van een investeringsfonds, ten behoeve van de ontwikkeling van de goudsector. Dit fonds zal het financieren van activiteiten in de sector die ondersteunend zijn naar de complete ordening en de duurzame ontwikkeling van de sector ter hand nemen. Kleine en middelgrote ondernemers alsook de overheid en Niet Gouvernementele Organisaties, NGO’s, zullen in aanmerking kunnen komen voor financiering van initiatieven en activiteiten, gericht op het opheffen van de chaotische, illegale en onveilige situatie in de goudrijke gebieden.’

Slechts een aanzet, terwijl kwikgebruik welig tiert
Een eerste aanzet, maar dat is het anno januari 2013 nog steeds, een aanzet. Van enig (investerings)fonds is nog geen sprake en het binnenland wordt dagelijks nog steeds ernstig vervuild door kwik en ook de gezondheid van lokale bewoners is nog steeds in het geding.

Noot:
Sheila Logan van het ‘Mercury negotiations team’, UNEP Chemicals Branch/DTIE, liet mij op maandag 21 januari 2013 via email in een reactie weten, dat Suriname bij de laatste onderhandelingsronde, INC5, in Genève, niet was vertegenwoordigd.  Bij de voorlaatste UNEP-conferentie, INC4 in Uruguay, werd Suriname nog vertegenwoordigd door Vanessa Sabajo, beleidsmedewerkster Milieu bij het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu, Onduidelijk is waarom zij niet aanwezig was in Zwitserland. 


In een korte reactie laat zij, Sabajo, op 22 januari weten om contact hierover op te nemen met ‘de leiding van milieu, die de voordrachten doet om te participeren’. Maar, die leiding reageert niet.


Worstelen met kafverbrandingsprobleem duurt te lang terwijl oplossingen voorhanden liggen

Volksgezondheid in geding -  Instanties als het NIMOS ondernemen geen actie 

16-01-2013  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - In het dagelijkse actualiteitenprogramma In de Branding van Apintie TV liet de waarnemend-directeur van het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS), Cedric Nelom, zaterdag 13 januari 2013 weten dat de problematiek rond kafverbanding de aandacht heeft. ‘We weten dat er vanuit padiekaf ook energie opgewekt kan worden, iets dat haalbaar is voor Suriname, maar natuurlijk ga je met alle actoren moeten praten. Dat voorstel ligt er.’

De woorden van Nelom zijn niet echt daadkrachtig en laten de nodige vragen open. Hij gaat totaal voorbij aan de problematiek rond kafverbranding, de overlast die omwonenden ervan ondervinden. En als het gaat om energie opwekken uit kaf, zou de heer Nelom moeten weten dat er al vele jaren over wordt gesproken en dat er zelfs contacten zijn geweest met leveranciers in India van speciale apparatuur om een en ander mogelijk te maken.

(Een paar jaar geleden schreef ik een artikel over de astbestproblematiek in Suriname en daarvoor benaderde ik onder andere Cedric Nelom voor een reactie. Hij was immers destijds de zogenoemde asbestdeskundige binnen het NIMOS. Ook toen was zijn reactie ongeïnteresseerd en gaf hij blijk weinig tot geen kennis van zaken te hebben. Hij reageerde namelijk met de vraag wat de toegevoegde van mijn artikel zou zijn..... Verder ging hij inhoudelijk niet in op de asbestproblematiek in het land.)

Al vele jaren ondervinden bewoners veel overlast door de rook en as die vrijkomen bij kafverbrandingen. Al vele jaren worden door de mond oplossingen aangedragen, maar die woorden zijn tot nu toe nimmer omgezet in daden. Ondertussen blijven pelmolenaars hun kaf verbranden.

In maart 2010 schreef ik al een groot artikel over de kafproblematiek en voorhanden zijnde oplossingen die maar niet, om onduidelijke redenen, worden aangewend. Hieronder delen uit dat artikel aangevuld met informatie van na maart 2010.

Bij de verwerking van padie, in vooral het rijstdistrict Nickerie, is kaf een restproduct. Afgepeld van de padie. De rijstboeren verbranden dat kafafval. Bij dat verbrandingsproces komt zeer veel rookontwikkeling vrij. Bewoners in de omgeving ondervinden hinder van die rook. Hun gezondheid is al jaren in het geding. As dwarrelt neer, overal.

Nauwelijks aandacht regering voor kafverbrandingen
Al jarenlang leven bewoners in bepaalde gebieden van Nickerie onder de rook van de hinderlijke en ongezonde kafverbrandingen. Net als het geval is bij de verontreiniging van kreken in het binnenland door kwik, lijkt ook bij de kafbranden de regering zich nauwelijks zorgen te maken over de volksgezondheid. En dat terwijl er goede alternatieven zijn voor het verbranden van het kaf. De regering weet dat, maar de regering werkt zo stroperig, traag, onwillig: tot ergernis van mensen die kampen met gezondheidsproblemen ten gevolge van kafverbrandingen.

Maar ook de natuur lijdt onder de branden. Veel kaf verdwijnt in de Nickerierivier. Het water wordt hierdoor ernstig vervuild, waardoor vogels de rivier verlaten en vissen rondzwemmen met door het kaf vol geraakte kieuwen. Overigens publiceerde het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS) al op 25 oktober 2006 een rapport over de risico’s van kafverbranding: ‘Padiekafverwerking - ‘De milieu-aspecten nader belicht’. Maar, kennelijk heeft een dergelijk rapport, waarin helder wordt omschreven wat de risico’s zijn voor de volksgezondheid van kafverbrandingen, geen enkele invloed op de regering.

Vanaf 15 april 2010 verbod op kafverbranden.....
Ondanks alles gloorde er licht aan de donkere rookwolken boven de Nickerianen. Het was een schemerlichtje, veroorzaakt door minister Kermechand Raghoebarsing van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). Vanuit het ogenschijnlijke niets liet hij op 9 maart 2010 Nickerie weten dat het kafprobleem snel tot het verleden zou gaan behoren. Met ingang van 15 april zou het verbranden van kaf verboden zijn. Besloten werd namelijk dat het kaf…..gedumpt mocht gaan worden. Het had jaren geduurd voordat LVV tot dit eenvoudig en simpel klinkende besluit kon komen. Er was zelfs een dumplocatie gevonden in het district. Maar, pas in december begon het ministerie wegen aan te leggen naar niet één, maar twee nieuwe dumpplaatsen, een gedeelte van de Stalweide en het terrein achter het majoor Fernandes Vliegveld.

Het was een opmerkelijk en welhaast ongelooflijk besluit van Raghoebarsing gelet op wat zich zoal sinds 2007 aan oplossingen had aangediend. Echte oplossingen. Oplossingen die het kaf doen verdwijnen. Raghoebarsing verplaatste echter het probleem naar de toekomst door het kaf te laten dumpen. Zoals ook is gebeurd door Openbare Werken met oude asbestdakplaten die een paar meter onder de grond op de vuilstort Ornamibo zijn begraven. Verschuiven naar de toekomst om problemen schijnbaar op te lossen lijkt voor achtereenvolgende regeringen de meest voor de hand liggende optie. Het gevoel komt naar boven dat uiteindelijk, op den duur, al het gedumpte kaf ook gewoon verbrand gaat worden. De berg kafafval kan immers niet tot de hemel blijven groeien.

Buitenlandse interesse om kaf tot energie te verwerken
Al in juni 2007 meldde zich een buitenlandse firma die een project wilde opzetten om kaf tot energie te verwerken. Die energie zou dan door Swess Agro worden verkocht aan de NV Energie Bedrijven Suriname (EBS). Ook het bedrijf United EngineeringCorporation, UEC, uit India maakte dergelijke plannen bekend. UEC is een in Kolkata (Calcutta) gevestigd gerenommeerd bedrijf dat projecten heeft opgezet in 32 landen. Op de website is echter - anno januari 2013 - nog steeds niets te vinden over enige betrokkenheid bij Suriname.

In augustus 2007 liet EBS weten mee te willen helpen om een einde te maken aan het probleem van kafverbranding. Het bedrijf wilde een centrale waar door vergassen kaf tot energie kon worden omgezet. Ook hoopte het elektriciteitsbedrijf op wetgeving die padieverwerkers moest dwingen hun kaf aan de op te zetten centrale te leveren.

Eind 2007 bleek nog steeds geen schot te zitten in de EBS-plannen. Er kwam vanuit de regering maar geen duidelijkheid over een door EBS aangevraagd perceel te Waterloo waar de centrale gebouwd had moeten gaan worden.
In maart 2008 berichtte het Dagblad Suriname dat EBS hoopte in 2010 energie te kunnen gaan opwekken uit kafverbranding. Met het opzetten van een speciale stoomcentrale en verbrandingsoven zou een bedrag gemoeid zijn van rond de twaalf miljoen Amerikaanse dollars. Maar, ook nu weer was het wachten op besluitvorming bij de overheid. En een besluit werd echter niet genomen.

Een jaar later, februari 2009, begonnen bewoners in Nickerie het beu te worden. Nog steeds werden zij gedwongen om smerige, ongezonde, rook van kafbranden in te ademen. Tot ieders verrassing bleek dan ook nog eens dat het centrale-plan van EBS van tafel was. Een centrale om energie uit kaf op te wekken bleek plotseling niet rendabel te zijn voor EBS. De investering zou niet terug kunnen worden verdiend, omdat eigenaren van pelmolens teveel geld zouden vragen voor het door hun te leveren kaf. Dit had de EBS natuurlijk ook een jaar eerder al kunnen weten…. Het lijkt er op dat werkelijk niemand wil investeren in het oplossen van een groot volksgezondheidsprobleem. Het verbranden van kaf gaat door en dus ook het door bewoners inademen van de vrijkomende rook.

Assembleelid Harriet Ramdien vroeg op 14 mei 2009 de regering om de kafverbranding nu eens goed aan te pakken. Tijdens een werkbezoek in Nickerie had zij met eigen ogen de problematiek kunnen waarnemen: mensen leven in gesloten huizen in een omgeving vol rook en roet. Drie maanden later, in juli, lie minister Raghoebarsing weten dat het ondernemerschap in Nickerie kennelijk niet in staat was om voldoende verantwoordelijkheid aan de dag te leggen om het probleem van verbrandingen van kaf op te lossen. Ook beweerde hij een terrein ter beschikking te stellen waar kaf tijdelijk kon worden gedumpt, zonder het in brand te steken. Maar, ook nu weer bleef het bij woorden en werd geen kaf op een door LVV beschikbaar gestelde locatie gedumpt.

Half oktober 2009 waren het wèèr bewoners in het rijstdistrict die klaagden over de kafverbrandingen. Er bleek geen einde te komen aan de rookontwikkelingen boven hun hoofden. Ze uitten hun woede en frustraties via De Ware Tijd in de richting van de verantwoordelijken. ‘Waarom willen ondernemers niet investeren in verbrandingsovens?’, vroeg een bewoner zich af. Een andere bewoner zei dat hij en anderen moe waren van de situatie en dat instanties niet met oplossingen kwamen voor het jarenlange probleem.

In november kwam India weer om de hoek kijken. Urja meldde zich: een nieuwe uitvinding in India van RishiPooja Energy & Engineering Company, gevestigd in Gorakhpur. Afval wordt milieuvriendelijk omgezet in energie door een speciale biomassa-installatie. Een Surinaamse tussenpersoon van Urja, de heer Aren Balwantgir (Surinam Sack Centre N.V), deed het voorstel aan de overheid om een kredietlijn met India op te zetten voor de aankoop van kafvergassingsinstallaties. Na dit voorstel werd het stil en belandde weer een oplossing in de vrieskist van LVV.

Geen wettelijke basis voor verbod op verbranden....
Kafverbranding in Nickerie ging gewoon door. Ruim 65% van de pelmolenaars gaf geen gehoor aan het verbod van de regering om geen kaf te verbranden, zo berichtte Starnieuws 16 juni 2010. Rijstmagnaat Leakat Mahawathkhan zei op Starnieuws dat hij normaal kaf verbrandde. ‘Er is geen wettelijke basis voor het verbod. In gebieden waar er geen mensen wonen, mag kafverbranding in feite niet verboden worden.’

Op 15 april 2010 had minister Kermechand Raghoebarsing van Landbouw, Veeteelt en Visserij het verbranden van kaf verboden.

Plannen voor plaatsing 20 kafverbrandingsunits in 2011....
De regeringscoördinator van de rijstsector, Badrissein Sital, liet in december 2010 weten dat de kafproblematiek in Nickerie snel tot het verleden zou gaan behoren. Als voorlopige oplossing zou er een waterverzadigingssituatie gecreëerd worden. In het eerste kwartaal van 2011 zouden twintig kafverbrandingsunits in het district Nickerie geïnstalleerd worden, aldus Starnieuws op 3 december 2012.

Door de waterverzadigingssituatie kon er geen brandgevaar ontstaan. Het kaf zou in water gedumpt worden en het waterniveau kwam daardoor gelijk te staan met het kafniveau. Sital verklaarde dat een en ander in samenspraak met Nimos aangepakt zou worden. Nimos moest wel de milieu-effecten hiervan nagaan. ‘Ondertussen wordt er gewerkt aan het halen van de kafverbrandingsunits. We hebben al 29 pelmolenaars in kaart gebracht’, aldus Sital op 3 december 2010.

Een kafverbrandingsunit kostte rond de 25.000 Amerikaanse dollar kosten. De pelmolenaars zouden in staat worden gesteld een unit tegen een zachte lening aan te kunnen schaffen. Het kaf zou in energie omgezet worden. Sital was van plans om een centrale kafvergassingsunit uit India te laten overkomen, maar de financiering moest nog wel rond komen. Het eindproduct zou metaangas zijn en de resten zouden kunnen worden omgezet in ureum. Sital was ervan overtuigd dat de pelmolenaars zouden gaan meewerken aan de structurele oplossing voor het kafprobleem.

Anno 2013 nog steeds overlast door kafbranden
Maar, het bleef weer bij woorden. Met regelmaat waren in het district Nickerie kafbranden. Begin januari 2013 moest de brandweer uitrukken om een kafverbranding van pelmolenaars aan de Vuurtorenweg te blussen en dat terwijl het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij ondertussen een speciale dumpplaats in het leven had geroepen voor pelmolenaars. Een maand eerder hadden bewoners aan de Vuurtorwenweg, in de Westelijke polder,  districtscommissaris Wedprekash Joeloemsingh geïnformeerd dat ze na een periode van achttien maanden weer geconfronteerd werden met kafverbranding. Twee pelmolenaars aan de Manjaveiraweg waren al sinds 12 november kof aan het verbranden en dat leverde de bewoners veel hinder op door rook en as. Overigens hadden bewoners van de Vuurtoregweg ook in juni 2010 al aan de bel getrokken. Na een aantal keren hinder ondervonden te hebben van de verbrandingen van kaf dienden zij een petitie in bij toenmalig districtscommisaris Bhagwathpersad Shankar, spraken met ministers en verschillende autoriteiten, zonder resultaat.

Besluiteloos
Besluiteloosheid alom. Oplossingen liggen voor het oprapen, maar investeren blijkt een onmogelijkheid. Kafverbrandingen staan waarschijnlijk niet echt hoog op de agenda van de regering en LVV. En daardoor ook niet de gezondheidsproblemen van burgers in Nickerie. Bauxiet en goud zijn belangrijker voor de staatskas dan rijst. Geld is belangrijker dan de gezondheid van Surinaamse burgers. De rijst zal er niet minder door smaken of het moet in Nickerie doordrenkt zijn door de smaak van verbrand kaf.

zaterdag 12 januari 2013

SVJ ergert zich aan klakkeloos overnemen elkaars artikelen

Werkgever SVJ-voorzitter ook met regelmaat in de fout......

'Journalistenweek' nodig in Suriname om journalistiek te definiëren

12-01-2013   OPINIE  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Tijdens een gisteren, vrijdag 11 januari 2013, gehouden persconferentie, naar aanleiding van de Journalistenweek van 21 tot en met 27 januari, van de Surinaamse Vereniging van Journalisten, SVJ, heeft voorzitter Wilfred Leeuwin flink uitgehaald naar het gedrag van media. Hij doelde vooral en met name op het overnemen, zonder bronvermelding, van elkaars artikelen.

De nieuwswebsite Starnieuws, waar Leeuwin na zijn vertrek bij de Ware Tijd een nieuwe journalistieke internetcarrière begon, berichtte gisteren uitgebreid over de persconferentie, maar vooral over de irritatie bij hem en zijn vereniging over de, in zijn bewoordingen, ‘diefstal’ van artikelen.


Ook misleiding bij plaatsing foto’s
Natuurlijk, dat kan en mag niet. Maar, wat hij niet zei is, dat er ook media zijn die foto's plaatsen en doen alsof die aan hun toebehoren of gemaakt zijn door hun fotografen: de eigen werkgever van Leeuwin, Starnieuws, plaatst bijvoorbeeld foto's van anderen en plaatst er doodleuk een watermerk in van Network Star Suriname, NSS., eigenaar van Starnieuws. Daarmee suggereert Starnieuws, dat die foto van het bedrijf is. Ook dat is strafbaar gesteld in de Wet Auteursrecht 1913.
Kortom, hoe objectief en onafhankelijk is de SVJ-voorzitter? Het door hem in het Starnieuws-artikel vermelde medium dat artikelen overneemt zonder bronvermelding is overigens met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid GFC Nieuws...... maar dat wilde hij wellicht vanuit collegiaal fatsoen niet zeggen. De vraag is in hoeverre de SVJ de ‘in overtreding zijnde’ media heeft benaderd? Opvallend is het, dat zowel GFC Nieuws als de Ware Tijd Online geen letter aandacht besteden aan de SVJ-Journalistenweek.

Aandacht voor kwaliteit journalist ontbreekt
Het zou ook goed zijn wanneer de SVJ de kwaliteit van de eigen achterban, de journalisten, eens goed tegen het licht zou houden. De kwaliteit van veel gepubliceerde artikelen kan nog steeds als erbarmelijk worden gekwalificeerd, zowel voor wat betreft de puur journalistieke inhoud als voor wat betreft het taalgebruik. Dagelijks staan kranten en nieuwswebsites vol grote taal- en andere fouten. Bedroevend. Al meerdere malen heb ik mij hierover uitgelaten en onder andere gesteld dat de kwaliteit van eindredacteuren, zo die er al zijn, bedroevend moet zijn. 
Hoe vaak nemen media niet klakkeloos , inclusief (taal-)fouten, politieberichten over van het Korps Politie Suriname, die vol staan met fouten en/of waarin essentiële informatie is weggelaten? Redacteuren en journalisten hebben kennelijk niet het vermogen om zelf na te denken of om de berichten inhoudelijk te corrigeren. Neen. En wanneer bericht wordt over weer eens een portie in beslag genomen cocaïne op de nationale Johan Adolf Pengelluchthaven of elders in het land, dan wordt cocaïne omschreven als ‘verderfelijk spul’...... een overbodig belerend ‘understatement’.

Kei in uitmelken: een kunstvorm
De Surinaamse journalist is overigens wel een hardleerse kei in het uitmelken van berichten, gebeurtenissen, vergaderingen in De Nationale Assemblee, misdrijven, ongelukken, enzovoorts. Zelfs weet Starnieuws uit de persconferentie van de SVJ zowel vrijdag 11 januari als zaterdag 12 januari berichten te halen, mogelijk met een vooruitziende blik op het nieuwsaanbod zaterdag. De redactie had ook vrijdag simpelweg één bericht kunnen plaatsen over de SVJ-persconferentie.
Voortborduren en –breien op eerder gebrachte artikelen is hier verheven tot een ware kunstvorm. En dan heeft Leeuwin zijn zin. Immer, op 11 december vorig jaar liet hij het volgende weten via de avondkrant De West: 

‘(...) Volgens Leeuwin oefenen filmmakers, columnisten, nieuwsmakers, kort gezegd alle beroepen die zich bezighouden met het verslaan van een verhaal of nieuwsbericht, het beroep van journalist uit. De SVJ-voorzitter wil met deze uitleg aantonen dat journalistiek een kunst is. (...)’

Als de Surinaamse journalistiek werkelijk een kunstenaar is, dan ontbreken de lijsten rond hun schilderijen om de kunstwerken op een adequate wijze te vervolmaken. Dat ontbreekt in de journalistiek hier, in Suriname: de lijst.
Wat is journalistiek en wie is een journalist?
In hetzelfde artikel in de West van 11 december zei  Leeuwin ook nog: ‘De Journalistenweek is een week, waarin wij het journalistieke beroep gaan definiëren’. Die woorden zijn veelzeggend en lijken erop te duiden dat in Suriname mensen die door het leven gaan als journalist niet eens kunnen omschrijven welk beroep ze uitoefenen en wat hun werk zoal inhoudt of zou moeten inhouden.

Voor wie het niet weet: de (niet altijd even betrouwbare) internetencyclopedie Wikipedia meldt dit over de journalist:

‘Een journalist is een beroepsbeoefenaar die nieuwsfeiten verzamelt over recente gebeurtenissen van algemeen belang, die deze feiten onderzoekt of analyseert en daarover publiceert in een actueel (nieuws)medium. Deze activiteit wordt journalistiek genoemd, een woord dat is afgeleid van het Franse journal, wat dagboek of later dagblad betekent. (...)’

Het bekende Nederlandse woordenboek Van Dale vermeldt: ‘redacteur die werkt voor pers of omroep; verslaggever’.

Moet je daarvoor nu een hele week organiseren?

vrijdag 11 januari 2013

NOS buitenlandredactie maakt zich te afhankelijk van die ene Suriname correspondent

Surinaams nieuws in Nederland wordt veelal te eenzijdig, bevooroordeeld en ‘gekleurd’ gebracht

Nederlandse correspondenten lijken liever lui dan moe....


11-01-2013  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Sinds ik begon met het schrijven van artikelen in Suriname, zond ik nu en dan wat van mijn pennenvruchten naar onder andere redacties buitenland van Nederlandse kranten, nieuwsredacties van actualiteitenprogramma’s, persagentschappen en het NOS Journaal. De kans op plaatsing is echter gering – Suriname blijkt nauwelijks aandacht te krijgen in de Nederlandse media -, maar dat weerhoudt mij er niet van om artikelen te blijven sturen. Ze worden in ieder geval gelezen en mogelijk brengen mijn artikelen redacties op ideeën of kunnen eventueel correspondenten worden benaderd.

Eind 2011 werden twee artikelen van mij in Nederlandse kranten gepubliceerd:
het Reformatorisch Dagblad plaatste op 10 oktober 2011 een groot artikel van mij over een kleine regenwulp genaamd Chinquapin, die jaarlijks vanuit het hoge noorden van Canada naar de kuststrook van Suriname vliegt om daar te overwinteren en onderweg orkanen en stormen weet te overleven. Een artikel over bioloog Jan Mol, die zich verzet tegen goud- en bauxietmijnbouwontwikkelingen in het Nassaugebergte in het oosten van Suriname, werd 5 november 2011 door het Nederlands Dagblad geplaatst.
Deze week zond ik weer eens een paar artikelen naar nieuwsredacties in Nederland, die zeker aandacht zouden verdienen. De aanhouder wint denk ik maar. Die artikelen gingen over een komend Brits scheepstransport van kernafval naar Japan door het Caribisch gebied en het Panamakanaal en verzet daartegen door de organisatie van Caribische landen, Caricom, waar Suriname ook deel van uit maakt. 
Een tweede artikel handelt over de onthulling op 10 januari 2013 in Paramaribo van een borstbeeld van de in 1980 overleden vakbondsman Louis Doedel. Hij zat 43 jaren lang opgesloten in een psychiatrische instelling,  waarin hij begin juni 1937 door de in het Overijsselse Zwarte Water-stadje Zwartsluis geboren Nederlandse gouverneur Johannes Coenraad Kielstra – die het niet zo op had met vakbonden - ter observatie werd opgenomen. Vlak voor zijn overlijden op 10 januari 1980, werd Doedel uit de inrichting ontslagen. Naast de onthulling van het beeld ,wil het ‘Comité Eerherstel Louis Doedel’ ook nog eens dat Doedel in het Guiness Book of World Records opgenomen wordt als de langst in psychiatrisch gevangenschap gehouden vakbondsleider ter wereld.....nu niet iets om op die manier mee te koop te landen als Suriname lijkt mij en waarschijnlijk ook te pijnlijk om erover in Nederland te berichten.....

NOS Journaal te afhankelijk van één correspondent in Paramaribo
Geen enkele redactie heeft gereageerd of iets gepubliceerd. Niet verbazingwekkend. Nederlandse media hebben slechts selectieve aandacht voor Suriname. Een (1) chef buitenland redactie reageerde echter op 9 januari 2013 wel, kort, en dat was ‘Chef Buitenland NOS Nieuws’ Dick Jansen....:

'Geachte Heer Kraaijer, 

Dank voor Uw aanbod, maar wie worden voor nieuws voorzien door onze correspondent Harmen Boerboom in Suriname. 
Vriendelijke groeten, 
Dick Jansen 
Chef Buitenland NOS Nieuws'

Zijn reactie maakt echter duidelijk hoe afhankelijk een nieuwsredactie (NOS Journaal) zich kan maken van slechts één correspondent en dat vind ik kwalijk. Als redactie in Hilversum word je kennelijk overgeleverd aan wat je correspondent in Paramaribo nieuwswaardig acht en worden artikelen van anderen dan de eigen correspondent simpelweg genegeerd. 


Nederlandse correspondenten in Paramaribo liever dan lui dan moe
De praktijk heeft helaas uitgewezen, dat Nederlandse correspondenten in Paramaribo, van bijvoorbeeld het NOS Journaal of het persbureau ANP, zich weinig moeite getroosten om hun werkgevers te voorzien van een scala aan interessant Surinaams nieuws. Neen, hun visie op Surinaams nieuws is zeer beperkt en ze zijn niet in staat om in te zien dat in Suriname zaken spelen die zeker, absoluut, interessant genoeg zijn om aandacht aan te besteden in Nederlandse media. Maar, het lijkt er sterk op dat de correspondenten of liever lui dan moe zijn of zich te gemakkelijk laten meeslepen door het Surinaamse verleden dat nog steeds actueel is in het land en zich daar te gefixeerd op focussen, feitelijk een soort ‘tunnel’-benadering van het nieuws. Ik ben ervan overtuigd dat in het geval van Nederlandse correspondenten in Suriname beiden het geval zijn, gelet op het geringe Surinaamse nieuws dat in Nederlandse media verschijnt.

Uiteraard voelde ik me genoodzaakt om naar die Dick Jansen toe te reageren:

Geachte heer,

Dank voor uw reactie. Het is mij uiteraard bekend dat Harmen Boerboom uw correspondent hier is. Maar, het nieuwsaanbod uit Suriname in Nederlandse media vind ik persoonlijk nogal beperkt. Daarom tracht ik zelf nu en dan issues bij media in Nederland onder de aandacht te brengen/aan te kaarten die anderen laten liggen, maar die toch wellicht van enige importantie kunnen zijn, zoals in het geval van de kwestie Louis Doedel. Een correspondent blijkt immers niet overal oog en oor voor te kunnen hebben.

Ik leid uit uw reactie af, dat u mogelijk nooit gebruikt maakt van artikelen of berichten van anderen dan Boerboom (mogelijk wel van de Belgische journalist/correspondent Pieter van Maele overigens). Dan maakt een nieuwsredactie zich wel erg afhankelijk van hetgeen door een (1) correspondent wordt aangeboden aan nieuws. Een open oog en oor voor door anderen aangeboden nieuws zou wat betreft het Surinaamse nieuws geen kwaad kunnen.

Suriname heeft echt meer relevant - en ook leuk en positief - nieuws te bieden dan alleen issues rond bijvoorbeeld president Bouterse, het 8 decemberstrafproces en hoofdverdachte Desi Bouterse, 'bolletjesslikkers', een busongelukje met een paar lichtgewonde Nederlandse toeristen (waarbij Nederlandse media berichtten dat de weg waar het ongelukje plaatsvond, de Afobakaweg, een dodenweg is: 'In 2011 vielen er volgens Surinaamse media tientallen dodelijke slachtoffers.' Geen idee waar dat vandaan kwam, maar in heel 2011 vielen er 'slechts' vier dodelijke verkeersslachtoffers op die weg: ik heb een artikel over de Afobakaweg/dodenweg geschreven eind december 2012) of de gewijzigde Amnestiewet.

Ik wilde het vorengaande toch even kwijt, vooral nu de Nederlandse berichtgeving over Suriname zo beperkt, eenzijdig en ook nog eens met regelmaat 'gekleurd' overkomt. (...)

Verrassen
Ondanks de reactie van Dick Jansen, zal ik ook de redactie Buitenland bij de NOS blijven verrassen met mijn artikelen. Bij de NOS zullen nieuwsredacteuren door onder andere mijn artikelen weten, dat er in Suriname meer nieuwswaardige gebeurtenissen en ontwikkelingen zijn dan hetgeen ze nu en dan wordt voorgeschoteld door correspondent Harmen Boerboom in korte teksten, video’s en audio’s.