Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Pokigron. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht Pokigron. Sorteren op datum Alle posts tonen

zondag 23 december 2018

EBS: Hoge stroomrekeningen Pokigron door gestadige groei in het verbruik

Nutsbedrijf tracht plotselinge hoge stroomrekeningen uit te leggen....

.....maar, geen uitleg over het niet overleggen van specifieke nota's voor klanten


Enkele gebruikers uit het gebied Pokigron hebben hun beklag gedaan inzake de hoge verbruikskosten. In het verleden werd het gebied Pokigron door het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen voorzien van elektriciteit, gebaseerd op 4 uren per dag, zo laat de NV Energie Bedrijven Suriname (EBS) zaterdag 22 december 2018 weten via het Nationaal Informatie Instituut.

Ter uitvoering van haar Beleidsplan 2015 – 2020 heeft de overheid uitgekeken naar mogelijkheden ter verbetering van de elektriciteitsvoorziening in het binnenland. Door tussenkomst van de IDB (Inter-American Development Bank) zijn fondsen beschikbaar gesteld aan de EBS via het ministerie van Financiën. Een van de voorwaarden bij het aangaan van de lening was, dat de gebruikers in de gebieden die 24 uur per dag van elektriciteit zouden worden voorzien, voor de verbruikte elektriciteit zouden moeten betalen. Daarnaast werd ook als voorwaarde gesteld, dat de opwekking mede moest plaatsvinden op basis van hernieuwbare technologie.Een en ander is volgens de EBS diverse meetings met de bewoners en dorpsleiding van Pokigron besproken alsmede uitgelegd.

De dorpsleiding heeft zelfs het terrein waar het solar park is opgezet, waardoor invulling werd gegeven aan het renewable component, ter beschikking gesteld. Met de dorpsgemeenschap zijn bijeenkomsten gehouden om het tarievenstelsel, welke hetzelfde is als in Paramaribo, uit te leggen. Ook de wijze waarop zuinig energie verbruik kan worden toegepast is middels EBS informatie flyers in het sranang tongo verstrekt en zijn de verbruikers in het gebied van spaarlampen voorzien.

In februari 2018 is het hybride solar park in gebruik genomen. Uit de maandelijkse rapportage is op te merken dat er een gestadige groei is in het verbruik in het Pokigron gebied. Voor de betaling van het maandelijks verbruik kunnen de klanten terecht bij de lokale bank. Over het algemeen kan gesteld worden dat het betaalgedrag goed is.

Bij de overheveling van de aansluitingen onder het beheer van de Dienst Elektrificatie Voorziening (DEV) naar de EBS zijn enkele aansluitingen op een later tijdstip gemuteerd, met als gevolg dat bij deze klanten helaas een opgestapeld verbruik is ontstaan. Bij de gevallen die via de dorpsleiding aan de EBS zijn doorgegeven zijn waar nodig betalingsregelingen getroffen.

Tijdens een krutu gehouden op 28 juli 2018 te Pokigron is vanuit de directie aan het dorpsgezag en de aanwezige bewoners gevraagd alle issues via haar aldaar gevestigde medewerkers door te spelen en af te handelen. Deze werkmethode is nog steeds van kracht. Een van de klachten is het uitvallen van het systeem, maar dit is gebaseerd op enkele kinderziektes binnen het systeem. De EBS is momenteel bezig met de opheffing van deze klachten welke in januari 2019 tot het verleden zullen behoren.

Indien klanten menen schade te hebben opgelopen of klachten hebben, kunnen zij ook contact opnemen met de EBS via de bekende contactgegevens en zullen deze klachten volgens de regels, die ook in Paramaribo van toepassing zijn, worden afgehandeld.

Maar, de EBS geeft in haar verklaring geen uitleg over het niet overleggen van specifieke nota's voor klanten.

'Het moet duidelijk zijn voor alle Surinamers, dat het zonnenpanelen energieproject van Atjoni en Pokigron, in het Boven-Suriname gebied niet gratis is. Zonder factuur van EBS, zonder enige vorm van aanmaningen geven EBS-werkers van Pokigron en Atjoni de EBS-klanten aldaar mondeling hele hoge bedragen door met daarbij ook nog opgelegde boetes. Bovendien worden zij bedreigd met terstond afsluiting van hun energieverbruik als de hoge bedragen niet onmiddellijk betaald worden', aldus de 12 Saamaka lo / P. Amoida' dinsdag 28 december!

'Eerst werd door de regering verteld aan de energieverbruikers van Atjoni en Pokigron, dat het energieverbruik gratis was, omdat het werd opgewekt middels zonnepanelen. Daar er bijna geen werkgelegenheid is in dat gebied en er dus nauwelijks inkomsten zijn, was iedereen heel erg blij met de mededeling van de regering. En nu plotseling, op een dag, zonder enige vorm van aanmaningen, zonder factuur, werd de mensen mondeling medegedeeld door EBS-werkers van Pokigron en Atjoni dat de stroomrekening soms wel 1.000 Srd is.'

'Er werd ook gezegd, dat indien het bedrag niet direct betaald zou worden, de stroomtoevoer direct zou worden afgesloten. Als er werd gevraagd naar een factuur bleek dat die er niet was. Er was ook geen tabel aanwezig waarop de bedragen af te leiden en te controleren waren. Men kreeg gelijk het gevoel dat oplichters hier hun slag wilden slaan. 

dinsdag 18 december 2018

Gebruikers zonnepanelenenergie te Pokigron en Atjoni onaangenaam verrast door hoge stroomrekeningen EBS

Bewoners moeten plots hoge rekeningen betalen, zonder een factuur.....


Het moet duidelijk zijn voor alle Surinamers, dat het zonnenpanelen energieproject van Atjoni en Pokigron, in het Boven-Suriname gebied niet gratis is. Zonder factuur van EBS, zonder enige vorm van aanmaningen geven EBS-werkers van Pokigron en Atjoni de EBS-klanten aldaar mondeling hele hoge bedragen door met daarbij ook nog opgelegde boetes. Bovendien worden zij bedreigd met terstond afsluiting van hun energieverbruik als de hoge bedragen niet onmiddellijk betaald worden. 

Door onwetendheid van de meeste Surinamers in dat gebied, worden die mensen in feite opgelicht. Zij betalen vaak terstond de hoge bedragen, omdat ze die energie heel hard nodig hebben. 

Eerst werd door de regering verteld aan de energieverbruikers van Atjoni en Pokigron, dat het energieverbruik gratis was, omdat het werd opgewekt middels zonnepanelen. Daar er bijna geen werkgelegenheid is in dat gebied en er dus nauwelijks inkomsten zijn, was iedereen heel erg blij met de mededeling van de regering. En nu plotseling, op een dag, zonder enige vorm van aanmaningen, zonder factuur, werd de mensen mondeling medegedeeld door EBS-werkers van Pokigron en Atjoni dat de stroomrekening soms wel 1.000 Srd is.

Er werd ook gezegd, dat indien het bedrag niet direct betaald zou worden, de stroomtoevoer direct zou worden afgesloten. Als er werd gevraagd naar een factuur bleek dat die er niet was. Er was ook geen tabel aanwezig waarop de bedragen af te leiden en te controleren waren. Men kreeg gelijk het gevoel dat oplichters hier hun slag wilden slaan. 

Er werd toen gebeld naar de afdeling Klantenservice van de EBS. Die bevestigde de werkwijze. Ze verwezen naar een website waar je met 2 opgetekende meterstanden, via de computer, automatisch het verschuldigde bedrag kon laten berekenen en de inclusief de boete. En dan te bedenken dat de klant nooit een factuur of een aanmaning had gehad. 

Volgens een van de gevallen was de klant in totaal 485 Srd aan de EBS schuldig. 

Doordat dagelijks vrij regelmatig de levering van energie via de zonnepanelen te Atjoni en Pokigron uitvalt, gaan elekrische apparaten als koelkasten, televisietoestellen, waterkokers, elektrische douches e.d. stuk. Van reclameren voor een eventuele schadevergoeding is geen sprake. 

Alle klanten van Atjoni en Pokigron die via zonnepanelen van de EBS energie gebruiken, worden opgeroepen om eerst contact op te nemen met de afdeling Klantenservice van de EBS in Paramaribo, voordat men de hoge mondelinge medegedeelde stroomrekeningen gaat betalen op Atjoni. 

De 12 Saamaka lo / P. Amoida

donderdag 1 februari 2018

EBS neemt een hybride opwekcentrale te Pokigron in gebruik - Opening door president Bouterse

Eerste pilot project van de EBS waarbij zonne-energie gebruikt zal worden


De NV Energiebedrijven Suriname (EBS) zal zaterdag een hybride opwekcentrale te Pokigron in gebruik nemen. Ruim 400 huishoudens en bedrijven zullen 24 uur stroom per dag beschikbaar hebben. Momenteel wordt het gebied dagelijks, voor 5 á 6 uren, door twee dieselgeneratoren voorzien van elektriciteit, zo meldt het bedrijf donderdag 1 februari 2018.


Met financieringsmiddelen van de Inter-American Development Bank (IDB) is de EBS in staat het bestaand opweksysteem te integreren met een 500 kWp zonnepanelen plant. Een deel van de energie die overdag wordt opgewekt wordt opgeslagen in batterijen om deze ‘s avonds te gebruiken.

Dit is het eerste pilot project van de EBS waarbij zonne-energie gebruikt zal worden om de gemeenschap te voorzien van elektrische energie, meldt het bedrijf. Voor dit project werd de huidige centrale in 2015 zowel civiel- als elektrotechnisch aangepast. In oktober van datzelfde jaar is een aanvang gemaakt met de upgrading van het onderstation.

Richting Pokigron zijn hoogspanningsdistributielijnen gebouwd. Ook is voor dit project een compleet nieuw 12 kV hoogspanningsnetwerk in het voorzieningsgebied gebouwd om de distributie effectiever en efficiënt te doen verlopen.

Het door de IDB gefinancierd project heeft tot doel de kwaliteit en de duurzaamheid van de elektriciteitsvoorziening in Pokigron en de aanmeersteiger Atjoni met haar faciliteiten te verbeteren. Ook de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, die niet altijd op tijd beschikbaar zijn, zal hiermee sterk gereduceerd worden.

De hybride opwekcentrale wordt ceremonieel geopend door president Desi Bouters. De beschikbaarheid van 24 uur stroom per dag levert een bijdrage aan de sociaal-economische ontwikkeling in dit gebied. Economische activiteiten die door de beperkte beschikbaarheid aan stroom niet plaatsvinden, zullen nu wel mogelijk zijn. Zo kan het toerisme beter op gang komen, studenten kunnen ook ‘s avonds hun lessen leren en zal het gevoel van veiligheid in het dorp, vooral ’s nachts, hierdoor verbeteren, meent de EBS.

Landelijk zijn er nog veel gebieden die voor de energielevering afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. De integratie van dit zonnepanelensysteem in het bestaand diesel opweksysteem stelt de overheid in staat om de kosten voor brandstof te reduceren en draagt bij aan een efficiëntere en duurzamere energievoorziening in het Pokigron-gebied. Het beleid van de EBS is erop gericht om meer energie te verkrijgen uit hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie, windenergie, biomassa en hydro-energie.

dinsdag 25 februari 2020

Minister Elias presenteert Cubaanse artsen die in gebied Pokigron tot JawJaw gaan werken aan bewoners

(Bron foto: NII)
Artsen gestationeerd in Pokigron en op gezette tijden diverse gebieden aandoen


Minister Antoine Elias van Volksgezondheid heeft de Cubaanse artsen die in de omgeving Pokigron tot JawJaw worden tewerkgesteld donderdag 20 februari gepresenteerd aan de bewoners van dit gebied. De bewindsman zei, dat hijzelf met de artsen naar het gebied is geweest, omdat hij dat aan de gemeenschap had beloofd, aldus het Nationaal Informatie Instituut (NII) zondag 23 februari 2020. 

Districtscommissaris Humphrey Jeroe toonde zich bijzonder ingenomen met de komst van de artsen. Hij stelde, dat dit een belofte is die de minister heeft gedaan aan de gemeenschap. Jeroe deed evenals de minister een beroep op de mensen om de artsen die daar zijn gestationeerd alle ondersteuning te geven.

De artsen zullen in het dorp Pokigron gestationeerd zijn en op gezette tijden de diverse gebieden aandoen, waardoor ook de gemeenschappen in de verschillende dorpen medische dienstverlening zullen genieten.

In het Boven Surinamegebied zijn 10 van de 50 Cubaanse artsen tewerkgesteld. Zij zijn op strategische plekken geplaatst voor het bieden van goede gezondheidszorg aan de lokale bevolking.

Het bezoek van de minister was tweeledig. De bewindsman heeft namens Firstl' Lady Ingrid Bouterse-Waldring spullen, waaronder naaimachines, schoeisels en speelgoederen, aan de kinderen gedoneerd. De naaimachines zijn ter beschikking gesteld aan de vrouwenorganisaties in de dorpen Kajapaati, JawJaw en Abenaston.

Zowel de dorpsbewoners als het lokaal gezag hebben tijdens de krutu’s die zijn belegd hun dank uitgesproken aan het adres van de regering.

zondag 4 februari 2018

400 Huishoudens Pokigron en omgeving betalen niet zelf voor aansluiting stroom EBS

'Ontsluitingskosten voldaan uit dorpskas en bijdrage vrouwenorganisaties'


De ruim 400 huishoudens te Pokigron en omgeving hebben niet zelf de kosten betaald om aangesloten te worden op de energiecentrale van de Energie Bedrijven Suriname (EBS). Ieder huis moest ongeveer Srd 3.500 kosten betalen.

Rabin Parmessar, algemeen directeur de EBS, zegt, aldus Starnieuws vandaag, zondag 4 februari 2018, dat het geld uit de dorpskas is gekomen en via een bijdrage van de vrouwenorganisaties. Het gehele project heeft de EBS ongeveer Srd 30 miljoen gekost.

De centrale is een integratie van het zonnepanelensysteem in het bestaand diesel opweksysteem. De centrale is civiel- én elektrotechnisch aangepast. De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) heeft het project gefinancierd.

Het doel is de kwaliteit en de duurzaamheid van de elektriciteitsvoorziening in Pokigron en de aanmeersteiger Atjoni met haar faciliteiten te verbeteren. De IDB heeft de EBS een lening van 30 miljoen Amerikaanse dollar verstrekt voor diverse projecten. Uit dit bedrag is volgens Parmessar 2,5 miljoen gebruikt voor de elektriciteitscentrale en een compleet nieuw 12 kV hoogspanningsnetwerk in het voorzieningsgebied.

Parmessar vindt het logisch dat de ruim zestig dorpen in het Boven-Suriname gebied ook zo'n faciliteit willen.

De regering heeft bij monde van raadsadviseur Ramon Abrahams te kennen gegeven dat meer dorpen ontsloten zullen worden. De EBS wacht de opdrachten van de regering af om aan de slag te gaan.

dinsdag 24 december 2013

De ‘terreur’ van de Matawai - Maar, de wil van de Matawai-marrons is geen wet

Onderwijsproces Kwakoegron ernstig verstoord door groep Matawai

Matawai brengen lokaal lageronderwijs naar afgrond

24-12-2013 Opinie Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Een groepje bewoners van de aan de Saramaccarivier gelegen Matawai-dorpen Kommissaris Kondre en Kwakoegron, verstoort al sinds de aanvang van het schooljaar het onderwijsproces binnen de EBG Christiaan King School in Kwakoegron. De groep is het vooral niet eens met het besluit van de EBG om een leerkracht over te plaatsen naar een andere school elders in het binnenland. Men heeft zelfs getracht de verhuizing van die leerkracht te voorkomen. 

Enkele lokalen van de Christiaan King school
De Matawai met name uit Kommissaris Kondre zien het nieuwe schoolhoofd als oorzaak van die overplaatsing. Het is echter de EBG in Paramaribo die dergelijke beslissingen neemt, om voor haar moverende redenen, en niet een individueel schoolhoofd. In de zomervakantie hadden al vier leerkrachten, inclusief het schoolhoofd, zelf overplaatsing gevraagd en gekregen. Tegen die overplaatsingen werd op geen enkele wijze geageerd. Niemand van de Matawai vraagt zich kennelijk af waarom die leerkrachten overplaatsing hadden aangevraagd. Was er iets mis op school of waren er problemen met bewoners? Waren de leerkrachten de lokale marrons beu?

‘Wegjagen en aftakelen’
Het nieuwe schoolhoofd – met ruim 20 jaren onderwijservaring en afkomstig uit Paramaribo - blijkt sinds haar aanstelling te worden geïntimideerd en bedreigd. De Matawai, onder aanvoering van ‘de bootsvrouw’, de voorzitter van de ressortraad Kwakoegron, Robby Pinas – die op persoonlijke titel zou handelen, maar zich steeds voorstelt als ressortraadsvoorzitter – en een oudere heer, Tweeling, die zich nog steeds graag oud-‘b.o.’ (bestuursopzichter) laat noemen en – voor alle duidelijkheid geen kinderen op de school heeft - allen uit Kommissaris Kondre -, schromen er niet voor terug om het schoolhoofd, die tevens leerkracht is van de klassen 4, 5 en 6, te hinderen bij de uitvoering van haar werkzaamheden. Geruchten doen de ronde dat men het schoolhoofd wil ‘wegjagen’ en ‘aftakelen’. De Matawai hebben echter geen goed onderbouwde argumenten die hun intimiderende acties zouden kunnen rechtvaardigen, integendeel. Ze zijn vooral gepikeerd, dat een leerkracht – die overigens beschikte over niets meer en niets minder dan de zogenoemde ‘Boslandakte’ is overgeplaatst die voor hun vooral een informatiebron was om geïnformeerd te worden over het reilen en zeilen binnen de school, daarbij niet ervoor terugdeinzend om allerlei onzin over de school en het schoolhoofd te verspreiden.
In de eerste weken van haar werkzaamheden gingen Matawai met vragen niet naar het schoolhoofd, maar naar die leerkracht en passeerden hiermee het schoolhoofd.

Bemoeienis gaat te ver
De Matawai willen zich teveel bemoeien met de interne gang van zaken binnen een EBG-school, in plaats van dat ze zich richten op echte problemen in hun dorpen. Zij hebben niets te zoeken op het schoolterrein. Met regelmaat komen Matawai naar de school om het schoolhoofd tijdens haar drukke werk, als leerkracht èn als schoolleider, lastig te vallen. Een normale fatsoenlijke afspraak maken is er niet bij.

Er zijn daarentegen legio issue’s in Kwakoegron, een dorp met zo’n honderd inwoners op ongeveer twee uur rijden van Paramaribo, die aandacht verdienen, in plaats van een goed draaiende EBG-school. Zo vervoert die bootsvrouw dagelijks jonge leerlingen van Kommissaris Kondre naar Kwakoegron en terug in een korjaal terwijl zij geen zwemvesten dragen (onlangs hebben drie jonge kinderen hun leven verloren op de Marowijne- en Saramaccarivier toen de boten waarin ze vervoerd werden omsloegen, omdat ze geen zwemvesten droegen.). Die vrouw overtreedt dagelijks willens en wetens de wet en stelt jonge levens in de waagschaal. Hoe verantwoordelijk en geloofwaardig is zo’n vrouw? Niet onvermeld mag worden, dat de lokale politiepost te Kwakoegron uitziet op de zogenoemde waterkant in het dorp. Agenten zien dagelijks de boot met leerlingen zonder zwemvesten aanmeren en weer vertrekken......opgetreden tegen de bootsvrouw wordt er niet. Nee, uit verveling kan een agent al vissend aan de waterkant worden aangetroffen.

Geen mooie aanblik.....
Veel problemen
Het dorp Kwakoegron beschikt niet over 24 uur per dag elektriciteit, het dorp heeft geen vuilophaaldienst (afval wordt in de natuur en op een paar locaties in het dorp gedumpt en hoopt zich op met alle onhygiënische consequenties vandien) en heeft geen leidingwater, men is afhankelijk van regenwater en voor de lokale politiepost, de school en de onderwijzerswoningen wordt nu en dan drinkwater aangevoerd door een tankwagen van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen. Een lichtmotor voorziet het dorp in de avonduren van stroom, maar met regelmaat zit het dorp enkele dagen ’s avonds in het donker, omdat er onduidelijke problemen zijn met de brandstofvoorziening. Bewoners zijn overgeleverd aan de grillen en grollen van de twee bewoners die voor de stroomvoorziening moeten zorgen. Bewoners worden door deze mannen, die bijna de hele dag in een aftandse rood (door het bauxiet) gekleurde - want dat is stoer toch, laten zien in bijvoorbeeld de stad dat je van het binnenland bent - 4 wheel drive rondhangen en naar muziek luisteren aan de oever van de rivier, niet geïnformeerd over wanneer er wel en geen stroom is en als er stroom is van hoelaat tot hoelaat. De ene dag is er ’s avonds stroom, de volgende avond niet met alle consequenties van dien. De hele maand oktober was er nauwelijks elektriciteit..... En dan is er nog de op schandelijke wijze vervallen oude houten witte kerk. Het dorp oogt doods, het dorp ruikt doods..... Het leven speelt zich vooral af aan de waterkant, van waar korjalen vertrekken volgeladen met vooral brandstofvaten voor dorpen verderop aan de rivier en voor goudvelden.

Leerlingen kennen nauwelijks ‘de tafels’
Bij haar aanstelling werd het schoolhoofd geconfronteerd met te weinig leerkrachten en met leerlingen met grote leerachterstanden. Leerlingen uit de klassen 4, 5 en 6 zouden nauwelijks de tafels onder tien kennen. In klas 2 blijkt zelfs een leerling van 12 jaar te zitten. In alle redelijkheid kan men zich afvragen op welke wijze die leerlingen de afgelopen jaren les hebben gekregen, onder andere van die ene gemuteerde leerkracht.
Werd begonnen met drie leerkrachten, na de overplaatsing van een leerkracht bleef alleen het schoolhoofd met een leerkracht over. Inmiddels is een derde leerkracht, jong en onervaren en met de ‘Boslandakte’ vers op zak, aangesteld en eind december volgt nog een vierde, laatste, leerkracht. Ondanks dat tekort werd de school en dus het onderwijs draaiende gehouden - en de naschoolse opvang - , daarbij echter tegengewerkt door de acties van enkele bewoners uit vooral Kommissaris Kondre, een kwartier varen van Kwakoegron. Die mensen negeren het feit, dat het voor het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling en de EBG zeer moeilijk is om sowieso leerkrachten en schoolleiders te vinden die bereid zijn om in het binnenland te werken. Ze zouden blij moeten zijn met leerkrachten uit de stad, ook al zijn het stadscreolen. Het is algemeen bekend dat marrons ‘het niet zo hebben’ met de meer gestudeerde stadscreolen.

Nul op rekest
Op allerlei manieren hebben de Matawai inmiddels tevergeefs getracht het schoolhoofd te verwijderen. Een groep bewoners trachtte dat - zonder enig succes - te bereiken door een gesprek in Paramaribo in het EBG-kantoor met leidinggevenden van de EBG, vervolgens een gesprek met een dominee van de EBG, er werd contact gezocht met de districtscommissaris van Brokopondo, die zich echter niet bemoeit met het interne EBG onderwijsproces, en in de eerste week van oktober zocht de voorzitter van de ressortraad al de publiciteit door via de Times of Suriname te klagen over het tekort aan leerkrachten in Kwakoegron, terwijl de aanwezige leerkrachten gewoon dagelijks alle leerlingen les gaven. Dit alles gebeurt zonder dat er ook maar op welke wijze dan ook contact wordt gezocht met het schoolhoofd. In de tweede week van december kwam zelfs een groepje NDP-Jongeren te Kommissaris Kondre bijeen om onder andere te spreken over het schoolhoofd. Met allerlei verzonnen verhalen, onwaarheden en dus leugens, wordt gepoogd het schoolhoofd in een negatief daglicht te stellen. Daarenboven hebben de Matawai ook steun aan het hoofd van de schoonmaaksters van de school die zich ook graag lijkt te bemoeien met interne onderwijsaangelegenheden, maar daarover nooit het schoolhoofd aanspreekt.

Lessen verstoren door gif te spuiten en te werken met motorkettingzaag
Zo liet zij 12 december ’s morgens enkele oudere heren op het schoolterrein aan het werk met het spuiten van een giftig onkruidbestrijdingsmiddel, terwijl er gewoon les werd gegeven aan leerlingen.... Vervolgens liet ze enkele oudere mannen werken aan het 'kerkklokhuisje' met een luide motorkettingzaag..... Ze had hiervoor niet vooraf toestemming gevraagd aan het schoolhoofd.

Tot nu toe is het gelukkig bij intimideren en bedreigen gebleven.

Ziekelijke vormen
Ondanks alle tegenwerking, die ziekelijke vormen en welhaast misdadige vormen begint aan te nemen (stalken, laster, bedreiging), blijft het schoolhoofd zo goed en zo kwaad als het gaat haar werkzaamheden verrichten zowel als leerkracht en als schoolleider. Voor haar staat voorop dat de leerlingen goed en kundig onderwijs krijgen en dat alle leerlingen aan het einde van het schooljaar overgaan en slagen. Dat gegeven, dat er goed en kundig onderwijs wordt gegeven, blijkt voor de Matawai ondergeschikt te zijn aan de blinde wijze van het voeren van intimiderende en bedreigende acties om het schoolhoofd weg te jagen enkel en alleen, omdat een leerkracht door de EBG werd overgeplaatst en zij zich daar niet bij willen neerleggen. De Matawai zijn hun ‘postduif’ kwijt en dreigen hun ‘invloed’ in het lokale onderwijsproces te verliezen, een invloed die ze nimmer hadden mogen hebben.

‘Blinde’ en ‘doofstomme’ Matawai richten lokaal onderwijs te gronde
Mocht uiteindelijk het schoolhoofd toch besluiten om het Matawai-wespennest te verlaten, dan zal de lokale gemeenschap ook nog eens geconfronteerd dreigen te worden met het volledig wegvallen van het onderwijs voor leerlingen uit Kwakoegron en Kommissaris Kondre. Het einde van het onderwijs komt dan snel in zicht voor de Matawai, dankzij hun eigen verwerpelijke gedrag. Maar, daar lijken de marrons niet over nagedacht te hebben. De wil van de Matawai is geen wet en dat is ze de afgelopen paar maanden wel duidelijk gemaakt. Maar, of het ook tot ze is doorgedrongen blijft een vraag.....

UPDATE dinsdag 7 januari 2014, met dank aan Obsession Magazine:



Het nieuwe schoolhoofd van de EBG Christiaan King School in Kwakoegron (Brokopondo), heeft na drie maanden van intimidaties en bedreigingen door een groep bewoners uit het dorp, en uit Kommissaris Kondre, de school en het dorp verlaten. De Times of Suriname bericht vandaag, 7 januari 2014, dat nu ruim zestig kinderen verstoken zijn van onderwijs en dat het schoolhoofd de sleutels zou hebben meegenomen. De school telt echter ruim veertig kinderen en het schoolhoofd heeft alleen de sleutel van haar kantoor bij de EBG in Paramaribo ingeleverd, hetgeen een standaardwerkwijze is.

De school en dus ook en vooral alle lokalen zijn echter gewoon toegankelijk, daar er iemand in het dorp is die over een sleutel van het schoolhoofdkantoor in de school beschikt. Er is een leerkracht aanwezig en volgens berichten zouden vandaag of morgen nog twee leerkrachten arriveren.

Volgens de krant zou een gebrek aan leerkrachten vanwege overplaatsing en ‘onderling gekijf van leerkrachten en het schoolhoofd de oorzaak zijn van het vertrek van het hoofd. Dat is echter niet juist. De schoolleider is vertrokken, omdat zij de intimidaties en bedreigingen door een groep bewoners, aangevoerd door de in de Times aangehaalde Martha King (‘coördinator van de oudercommissie’) en de ressortraadsvoorzitter Robby Pinas (beiden woonachtig te Kommissaris Kondre), beu was.

Die begonnen vooral nadat de EBG had besloten om een leerkracht naar Pokigron over te plaatsen. De bewoners zien echter ten onrechte in het schoolhoofd de aanleiding voor die overplaatsing. Betrokken leerkracht fungeerde, vooral voor Martha King, als een informatiebron over alles wat zich in en rond de school afspeelde. Het schoolhoofd werd zelfs door bewoners gepasseerd die rechtstreeks naar die leerkracht liepen met vragen en dergelijke. Met het vertrek van deze leerkracht, vertrok ook de informatiebron. Die leerkracht is dan ook niet, zoals de Times of Suriname kennelijk is verteld, op eigen verzoek vertrokken, maar op aandringen van de EBG in Paramaribo. Er was geen sprake van ‘onderling gekijf’ van leerkrachten en de schoolleider. Niet onvermeld kan blijven, dat in de grote vakantie al vier leerkrachten, inclusief het schoolhoofd, waren vertrokken. Tegen dat massale verstrek werd door niemand geageerd.

King was op de hoogte van het vertrek van de leerkracht naar Pokigron, alhoewel zij met de uitspraak ‘ik heb begrepen dat die ene weg is’  in de krant doet voorkomen alsof zij niets wist. Zij heeft zelfs van haar afscheid genomen en uitgezwaaid, terwijl men eerst nog trachtte het vertrek fysiek te verhinderen.
Het is opmerkelijk, dat juist Martha King nu de publiciteit heeft gezocht en alleen via de Times en jammert over het vertrek van het schoolhoofd, terwijl zij met anderen nota bene de directe aanleiding zijn geweest voor dat vertrek en bewust het risico hebben genomen dat het onderwijs in het dorp door hun acties in gevaar zou komen. In het dorp ging zelfs rond, dat het schoolhoofd zou worden weggejaagd en zelfs afgetakeld.

Het schoolhoofd werd vaak tijdens haar werkzaamheden als hoofd en als leerkracht van de klassen 4, 5 en 6 met regelmaat lastiggevallen door King en anderen, zonder dat die vooraf een afspraak hadden gemaakt. Het onderwijsproces werd vanaf de komst van het nieuwe schoolhoofd begin oktober door bewoners, uit vooral Kommissaris Kondre – een kwartier varen van Kwakoegron aan de Saramaccarivier – , ernstig gefrustreerd. Overigens worden leerlingen uit Kommissaris Kondre dagelijks naar en van Kwakoegron met een korjaal door King, bootsvrouw, vervoerd zonder dat de kinderen zwemvesten dragen. Het is de wettelijke verantwoordelijkheid van de bootsman of -vrouw om voor zwemvesten voor passagiers te zorgen.

Zelfs het hoofd van de schoonmaaksters bemoeide zich met interne schoolaangelegenheden. Vlak voor vertrek van het schoolhoofd liet zij nog, ongevraagd, enkele mannen een onkruitverdelgingsmiddel op het schoolterrein spuiten terwijl er lessen werden verzorgd.

Essentie van het ‘probleem’ rond de Christiaan King School is, dat inwoners van vooral Kommissaris Kondre te veel invloed willen hebben in het onderwijsproces. Het nieuwe schoolhoofd hanteerde echter EBG-regels en daar was men niet van gediend.

Uit het artikel in de Times van vandaag blijkt, dat de redactie geen contact heeft gezocht met het schoolhoofd in het kader van fatsoenlijk journalistiek hoor en wederhoor.

(Red. Obsession Magazine)

UPDATE woensdag 15 januari 2014:
De Times of Suriname bericht weer onjuist in haar editie van 15 januari over de feitelijke stand van zaken met betrekking tot de Christiaan King School in Kwakoegron. Het schoolhoofd had slechts een (1) sleutel - van haar kantoor - meegenomen en 7 januari afgegeven bij het EBG-kantoor in Paramaribo, zoals dat gebruikelijk is. Overigens heeft het BEP-Assembleelid Asabina geen contact gehad/gezocht met het schoolhoofd om haar kant van 'het verhaal' te horen. Ook de krant heeft weer verzuimd om op een correcte journalistieke manier een artikel te publiceren: hoor en wederhoor is weer niet toegepast. Verder staat het artikel, net als het eerdere artikel in deze krant, weer vol onjuistheden/ onwaarheden:


UPDATE maandag 20 januari 2014:
De Times of Suriname bericht weer onjuist in haar editie van 20 januari over de gang van zaken met betrekking tot de Christiaan King School in Kwakoegron.
Weer schrijft de krant over strubbelingen tussen het schoolhoofd en leerkrachten. Strubbelingen die er echter nimmer zijn geweest. De enige persoon die heeft gezorgd voor onrust en verstoring van het onderwijsproces is de steeds door de krant aangehaalde Martha King, de bootsvrouw, die dagelijks jonge leerlingen van Kommissaris Kondre naar Kwakoegron en terug in een korjaal vervoert zonder dat zij zwemvesten dragen.

En weer hebben zowel de redactie van de krant als het BEP-Assembleelid geen contact gezocht met het vertrokken schoolhoofd om haar verhaal eens aan te horen. Een kwalijke zaak. Martha King heeft een vriend gevonden in de Times om haar indianenverhalen op de mouw te spelden van een gewillig en dom journalistenoor. Niet vermeld wordt door King en de krant, dat nadat het schoolhoofd vertrok ook een leerkracht is vertrokken voor wie het allemaal teveel was geworden. Slechts een jonge leerkracht, zonder enige werkervaring, bleef achter. Inmiddels heeft zij echter gezelschap gekregen van twee vrouwelijke collega's. Dus, er zijn nu meer leraren, dan er in de hele periode van begin oktober tot medio december zijn geweest geweest....een periode waarin het vertrokken schoolhoofd ook nog eens les moest geven aan de klassen 4, 5 en 6 en de naschoolse opvang verzorgde. Die informatie wordt door King bewust achtergehouden.

Alle problemen in en rond de school zijn veroorzaakt en getrokken door Martha King en enkele volgelingen uit haar dorp. Maar, dat zegt ze uiteraard niet in gesprek met de Times en de niet-kritische krant tekent simpelweg het verhaal van die vrouw op. Een vrouw die aan de basis stond van het feit, dat kinderen te Kwakoegron gedurende twee weken geen lessen konden volgen, omdat er slechts een jonge onervaren leerkracht rondhuppelde en niet omdat het vertrokken schoolhoofd netjes de sleutel van haar kantoor bij de EBG in Paramaribo had ingeleverd. Een vrouw, Martha King, die de toegang tot het EBG-terrein te Kwakoegron ontzegd zou moeten worden door de onderwijsinspectie.......en dat zou ook moeten gelden voor het hoofd van de schoonmaaksters, de voorzitter van de ressortraad van Kwakoegron, Robby Pinas, en de oud-bestuursopzichter (een heer Tweeling), de twee laatstgenoemden evenals Martha King woonachtig te Kommissaris Kondre.


Update maandag 29 september 2014:
De problemen binnen het lokale onderwijs in Kwakoegron zijn nog steeds niet opgelost. Van alle leerkrachten is aan het einde van het schoolseizoen 2013-2014 slechts een leerkracht over. Alle overige leerkrachten en het hoofd van de school hebben de school verlaten ofwel hebben mutatie aangevraagd en gekregen. Wordt het niet eens tijd dat het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling en niet in de laatste plaats de EBGS gaat ingrijpen? Immers, teveel leerkrachten en schoolleidsters hebben sinds vorig jaar de school en Kwakoegron de rug toegekeerd. Er is iets structureels mis in het dorp en dat is bekend bij de EBGS, maar vooralsnog wordt er niet adequaat ingegrepen. Nog steeds zouden bepaalde bewoonsters van Kwakoegron en Kommissaris Kondre het onderwijsproces danig verzieken, waardoor leerkrachten en schoolleidster zich weer genoodzaakt hebben gezien te vertrekken.

Het ziet er naar uit dat komende week, wanneer de scholen op mandag 6 oktober hun deuren openen voor het nieuwe schooljaar, de EBG-school te Kwakoegron weer met een tekort aan leerkrachten kampt. Deze gang van zaken heeft natuurlijk geen positieve invloed op de leerprestaties van de leerlingen, die al zo lang geconfronteerd zijn geweest met verstoring van de lessen.

zaterdag 9 december 2017

Conferentie voor Verzoening en Dialoog opgedragen aan gesneuvelde Jungle Commandoleider Lino Olijfveld, 'Barabas'

'Barabas heeft getoond, dat door praten en onderhandelen ergere zaken zijn voorkomen'

'We moeten naar het punt, dat we elkaar niet meer scheel aankijken'


De eerste zogenoemde 'nationale conferentie' voor Verzoening en Dialoog is opgedragen aan de gesneuvelde Jungle Commandoleider Lino Olijfveld, meer bekend als Barabas. De activiteit van het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld in de Congreshal werd vanochtend, zaterdag 9 december 2017, geopend door de onderdirecteur van het ministerie van Binnenlandse Zaken, Inderpersad Baboeram..... 'De conferentie moet een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een klimaat van duurzame vrede', zei hij.

Humprey Jeroe, voorzitter van het Comité, beweerde dat de conferentie de eerste in een reeks van activiteiten is die de kloof tussen daders en slachtoffers van politiek geweld moet dichten. 'Het zijn geen vrienden, maar vijanden die in dialoog gaan. We moeten beseffen dat het een nationale zaak is, niet alleen voor slachtoffers en nabestaanden. We moeten naar het punt, dat we elkaar niet meer scheel aankijken. We moeten het land tillen naar een niveau waar we allemaal vrede mee zullen hebben.'

Sandew Hira (Dew Baboeram), lid van het Comité, zette uiteen waarom de conferentie aan Barabas is opgedragen. Hij vertelde, dat voormalig legerofficier Melvin Linscheer en Barabas, die berucht was om zijn wreedheid maar ook geroemd werd voor zijn leiderschapskwaliteiten, al bezig waren met de eerste stappen naar dialoog en vrede. Barabas heeft getoond, dat door praten en onderhandelen ergere zaken zijn voorkomen. Maar, Barabas werd bij een operatie door een eigen Jungle Commandolid in het gezicht doodgeschoten.

'Barabas heeft gevochten in de oorlogen en zijn leven verloren voor de vrede. Daarom wil ik deze nationale conferentie over dialoog en verzoening opdragen aan Barabas, commandant van het Jungle Commando die de hoogste prijs heeft betaald voor dialoog en verzoening', zei Hira.

Het was, aldus Starnieuws, niet erg druk in de Congreshal bij de opening. Aan de verschillende tafels zaten vertegenwoordigers van het Jungle Commando, Tucajana, Brownsweg, Moiwana, 25 februari 1980, militairen, Pokigron, Alfonsdorp en ‘diversen’.

Hira en Jeroe merkten op dat de weg naar verzoening een lange is. Met de conferentie, die als thema had 'een stem voor de stemlozen', is alvast nog een stap gezet, gaven zij aan. Het pad van verzoening, de verbinding tussen het fort Zeelandia waar 15 mannen op 8 december 1982 zijn gefolterd en vermoord, en het monument van de Binnenlandse oorlog is een ander instrument dat dialoog en verzoening moet bevorderen.

Het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld is geen voorstander van vervolgen en straffen van de daders en verantwoordelijken van de 8 decembermoorden.

zaterdag 3 maart 2018

Breeveld (DOE): 'Regering komt gemaakte afspraken met bevolking Botopasi niet na'

Het is een gewoonte geworden om zes maanden wel en zes maanden geen stroom te hebben

Bewoners klagen ook over de medische zorg en uitbetaling sociale bijstand


Assembleelid Carl Breeveld (DOE) heeft tijdens een bezoek aan het Boven-Surinamegebied  grconstateerd, dat de regering afspraken die gemaakt zijn met de lokale bevolking niet nakomt. Zo is er op Botopasi al enige tijd geen stroom, omdat er geen brandstof wordt geleverd. Het is volgens veel burgers in dit gebied een gewoonte geworden om zes maanden wel en zes maanden geen stroom te hebben. Deze situatie speelt al vele jaren, maar een structurele oplossing blijft uit, zo schrijft Starnieuws zaterdag 3 maart 2018.

Positief is overigens wel, dat op Pokigron nu een hybride energie-centrale staat, maar dat moet overal in het binnenland zo zijn. De binnenlandbewoners zijn bereid energiekosten te betalen. Nu reeds wordt er voor alternatieve vormen betaald via olielampen, kaarsen, kleine generators en individuele solarvoorzieningen, merkt Breeveld op.

Een ander probleem dat aan de orde kwam, is het feit dat de sociale bijstand maandenlang niet is uitbetaald. Voorts zijn er klachten over de medische zorg. Veel houdt verband met dekking BaZo-kaarten en dat men niet, zoals vroeger, van alle diensten gebruik mag maken.

'Zelf besef ik dat veel verband houdt met het tekortschieten door de overheid van het betalen van de subsidies aan de Medische Zending. Belangrijk is echter, dat de regering met de Medische Zending om de tafel gaat zitten om deze obstakels te bespreken en op te lossen', voert de volksvertegenwoordiger aan.

Ook bij de Luchtvaartdienst zijn enkele uitdagingen. Zo is besloten geen overuren meer aan personeel te betalen. Hierdoor voelen medewerkers zich niet geroepen om na drie uur 's middags aankomst en vertrek van vliegtuigen af te handelen.

Voorts is al 1,5 jaar geen brandstof geleverd voor het onderhouden van de banen. Dit komt de vliegveiligheid niet ten goede, benadrukt Breeveld.

dinsdag 20 maart 2018

Verbazing bij NDP over 'troosteloos beeld' van binnenland' bij VHP

(Bron foto: VHP)
'Al komen de Grieken met geschenken, vertrouw ze niet!'


Met enorme bevreemding heb ik het artikel, over het zogenaamde troosteloos beeld dat de VHP over het binnenland schetst, gelezen. Als de VHP stelt dat het binnenland stiefmoederlijk wordt behandeld, is het de vraag wie of welke regering het binnenland aldoor stiefmoederlijk heeft behandeld.

NDP-regeringen hebben altijd het beste met het binnenland voor. Ik memoreer de instelling van de tien zetels voor het binnenland door Desi Bouterse. De achterliggende gedachte was dat de ontwikkeling van het binnenland een positieve boost zou krijgen als vertegenwoordigers van en uit het gebied zelf de belangen van hun gebied zouden bepleiten in het hoogste orgaan van de Staat. 

Voor wat de ontwikkeling van het binnenland betreft, is de NDP ook altijd consistent geweest. Vandaar dat deze partij steeds zichtbaar vertegenwoordigd is in het binnenland. Niet alleen op hoogtij dagen, kort voor een verkiezing of bij een toevallige installatie van een partijkern. Ook toen delen van het binnenland werden geteisterd door de overstroming, heeft de president terecht voor gekozen om ruim twee weken lijfelijk aanwezig te zijn en acties te (doen) ondernemen teneinde het leed van de slachtoffers te verzachten. 
Delen van de oppositie, waaronder de VHP, vonden het toen een verspilling van staatsmiddelen, dus onnodig, en verweten de president een snoepreisje te maken naar het binnenland slechts omdat enkele mensen natte voeten hadden door de toen hoge waterstand van de rivier. Hoe inhumaan en barbaars kwam dit over bij de samenleving, voornamelijk de binnenlandbewoners. 

We herinneren ook aan de zeer denigrerende opmerking van een volksvertegenwoordiger van de VHP naar een collega afkomstig uit het binnenland toe: 'hij is uit het bos, maar het bos is niet uit hem.' 

Als het aan de VHP lag zou de kleinschalige goudsector allang niet meer bestaan. De oplossing van de VHP in dit kader is 'clean sweep'. De binnenlandbewoners die werken in de sector zouden het bekijken. Wat komt de VHP ons dan vertellen over het binnenland? 

De inspanningen van de NDP in het binnenland hebben geresulteerd in 5 waardige zetels in dit gebied. Ondanks de schaarse beschikbare financiële middelen, heeft de regering recentelijk kunnen bewerkstelligen dat ongeveer vijfhonderd huishoudens in en rond Pokigron zijn voorzien van elektriciteit met behulp van een hybride opwekcentrale. Dit wel na 42 jaar de onafhankelijkheid en 3 termijnen regering Venetiaan, waar de VHP ook steeds deel van heeft uitgemaakt. Hoe stiefmoederlijk was het niet om dit deel van het binnenland decennialang de ontwikkeling van hun gebied te onthouden? Was dat geen troosteloos beeld? 

Is het ook belazerij om het gebied 1x24 uur per dag van elektriciteit te voorzien? Het district Brokopondo kreeg pas onder de NDP regering van 1996 elektriciteit. De VHP vond het onder de Frontregering niet nodig hiervoor te helpen zorgen. 

Was het ook belazerij om de bewoners van Brokopondo, die grote offers brachten voor de elektriciteit van grote delen van Suriname, van stroom te voorzien? In één adem valt te noemen de oplevering van het medisch centrum te Tapoeripa waarin ook specialistische zorg zal worden aangeboden aan patiënten. Bellen, internetten, 1x24 uur elektra, en schoon drinkwater zijn nu voor dit deel van het land beschikbaar. Zo zijn er vele andere ontwikkelingsinitiatieven in het binnenland die president Bouterse sinds zijn aantreden heeft ondernomen. Zoals de NDP recent in een verklaring stelde, is het manifest dat de VHP niet in staat is welk punt dan ook te maken, zonder de NDP, de coalitie of de regering zwart te proberen te maken. 

Ik doe in navolging van de NDP een beroep op de VHP om dit heilloze pad te verlaten. Toen ik samen met collega parlementariërs in DNA vroeg om opheldering over het afbouwen van de school te Malobi kreeg de VHP kennelijk helemaal geen hoogte van. Het was nog een ver-van-mijn-bedshow. Frappant dat de VHP nu pas, daar zij een kern heeft opgericht te Malobi, schijnt te willen opkomen voor het dorp. 

Wanneer het aankomt op het oplossen van het grondenrechtenvraagstuk dan zullen we zien of de VHP het meent met het binnenland en daadwerkelijk een einde wil brengen aan de geconstateerde stiefmoederlijke behandeling en het troosteloze beeld dat zij schetst. De markering van gebieden waarin er geen concessies door de overheid mogen worden uitgegeven, was al een probleem. Ook om nu enkele Srd’s extra aan grondhuur te betalen doet al zoveel stof bij hun opwaaien. Het afstaan van een uitgestrekt grondgebied aan de in stamverband levende volken zal hun ware aard weer doen opduiken. 

In de toekomst zal blijken dat al deze bliksembezoeken de zoveelste schijnbeweging is. 

Al komen de Grieken met geschenken, vertrouw ze niet! 

Drs. Rossellie Cotino MSc. 
Parlementariër NDP

zondag 21 oktober 2018

Jeroe blijft na installatie als districtscommissaris Boven-Suriname voorzitter Comité Slachtoffers en Nabestaanden Politiek Geweld

'Ook al word ik districtscommissaris, ik blijf ook slachtoffer'...


Humphry Jeroe, die vandaag, zondag 21 okktober 2018, beëdigd en geïnstalleerd wordt als districtscommissaris van Boven-Suriname, zal voorlopig voorzitter blijven van het Comité voor Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld. Dit zegt hij op Starnieuws. 

'Ook al word ik districtscommissaris, ik blijf ook slachtoffer', stelt Jeroe. Hij is van dat gebied (Pokigron) en is bekend met de noden en gebruiken van de gemeenschap.

Hij heeft stage gelopen bij districtscommissaris Yvonne Pinas die waargenomen heeft in Boven-Suriname. Zij is districtscommissaris van Boven-Saramacca. Onduidelijk is wat de verdere bestuurlijke ervaring is van Jeroe.... Wellicht is zijn benoeming een beloning vanuit presidentiële zijde voor zijn werk binnen het Comité voor Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld.

Hij beweert in ieder geval, dat hij voldoende uitgerust is om de nieuwe uitdaging aan te gaan. 'Veel zaken moeten worden aangepakt in Boven-Suriname.' Hij noemt onder andere onderwijs, de aanmeersteiger van Atjoni en het milieu. De bewustwording van de mensen voor het milieu moet worden vergroot.

Jeroe wordt dus districtscommissaris in het Saramaccaans gebied, waar nog onenigheid is over de benoeming van Albert Aboikoni tot granman. Aboikoni houdt begin november een krutu om te praten over de ontwikkeling van het Saramaccaans gebied.

woensdag 18 december 2019

Medische Zending (MZ) introduceert patiëntendossiers in digitaal datasysteem

'Datasysteem garandeert dat 24 uur toegang tot patiëntendossiers is'

'De kwaliteit van onze zorg wordt verbeterd'


Het is voortaan makkelijker voor artsen van de Medische Zending (MZ) om patiëntendossiers in te zien. Dat is mogelijk door het digitaal datasysteem Information System for Health (IS4H), dat de MZ heeft geïntroduceerd. De introductie van dit systeem is mogelijk gemaakt door projectfinanciering van de Pan American Health Organization (PAHO), aldus de Ware Tijd vandaag, woensdag 18 december 2019.

Het project is voortgevloeid uit een projectencompetitie die in augustus 2018 door de PAHO werd georganiseerd en waaraan gezondheidsinstellingen uit Latijns-Amerikaanse landen hebben deelgenomen.

Projectcoördinator Melvin Uiterloo, MZ Senior medewerker van de afdeling Monitoring Evaluatie Surveillance & Onderzoek (MESO), zegt dat het initiatief voor dit project is voortgevloeid uit de drang om kwalitatief hoge gezondheidszorg te bieden, door het beschikbaar personeel efficiënt in te zetten en het bekijken van dossiers door artsen te vergemakkelijken.

'Patiënten informatie wordt nu in papieren dossiers op de poli verwerkt, terwijl management informatie uit het veld tot tweemaal toe wordt ingevoerd. Eerst door de Gezondheidszorg Assistent (GzA) op de poliklinieken, die vervolgens deze informatie naar de afdeling MESO sturen, waar het opnieuw wordt ingevoerd. Voor het minimaliseren van de administratieve lasten, hebben wij een web datasysteem geïntroduceerd dat moet garanderen dat er 1 maal 24 uur toegang tot patiëntendossiers is en dat daardoor de kwaliteit van onze zorg wordt verbeterd. Dit met inachtneming van de privacy van de patiëntgegevens', aldus Uiterloo.

Volgens Marcelo Agostino, de PAHO IS4H coördinator voor de America's, heeft de Medische Zending met de indiening van het IS4H project, niet alleen de projectencompetitie van PAHO gewonnen, maar ook één van de beste projectvoorstellen ingediend.

Uiterloo zegt verder, dat het nieuw informatiesysteem ervoor zorg draagt dat de MZ arts, die over het algemeen niet op locatie is, over de schouders van de GzA meekijkt vanaf de anamnese tot aan de toediening van medicatie of verwijzing.

MZ meldt in een persbericht, dat dit systeem daarnaast een medicatiemanagement module heeft die verstrekte medicijnen bewaakt, alsook de totale voorraad op elke MZ-polikliniek. Ook is er een laboratorium module die resultaten van laboratoriumtesten opslaat; een patiënt wachtkamer module die een overzicht geeft van het aantal patiënten in de wachtkamer en hun gemiddelde wachttijd. Bovendien kunnen er gezondheidsrapporten worden gegenereerd.

Dit systeem is nu operationeel op Pikien Saron, Powakka, Brownsweg, Brokopondo, Pokigron, Nw. Lombe, Redi Dotie en Marchallkreek, en zal in de nabije toekomst in alle 51 MZ poliklinieken operationeel zijn.

dinsdag 21 januari 2020

Den Blauwvinger: Eindelijk, op weg naar de sula

(Bron foto's: Suriname Mirror)
COLUMN: De weg naar Atjoni, een verademing

Op de paradijselijke Surinamerivier naar een paradijs, Menimi Eco Resort, een verademing


Eindelijk, op weg naar de sula, op weg naar het paradijs. Schoon, rustig, stilte, slechts het snel stromende water tussen de rotsblokken in de Surinamerivier is te horen, de sula – een soort horizontale waterval -. Dat is de inleiding naar de sula, naar een mooie rit in een taxibusje en een onvergetelijke tocht in een korjaal op de Surinamerivier, naar het paradijs, Menimi Eco Resort, idyllisch gelegen aan een van de vele grillige bochten in de daar schone Surinamerivier.

Het taxibusje vertrekt rond half negen, vol passagiers met bagage, vanaf de Saramaccastraat in Paramaribo naar Atjoni (ook Pokigron genoemd), aan de Surinamerivier, bekend vertrekpunt van vele korjalen naar dorpen her en der aan de rivier gelegen. Het is het laatste dorp in het binnenland dat vanuit Paramaribo over de weg te bereiken is en ligt ongeveer 180 kilometer ten zuiden van de hoofdstad. De chauffeur van het busje rijdt netjes, correct. Zijn busje is mooi, het is een comfortabele zit.
Gelukkig, want de rit duurt zo'n 2.5 uur.

Het moet gezegd worden, de weg naar Atjoni is mooi, geasfalteerd. Hier en daar zijn groepjes arbeiders bezig om de berm langs de weg te maaien met 'brushcutters'. Netjes, het groen wordt gemaaid. De weg gaat op en neer, heuvel op, heuvel af. De kronkelige weg is voorzien van vele (waarschuwings-)verkeersborden. Ook de weg is een verademing. Nu en dan duiken links en rechts van de weg kleine houten bouwsels op, huisjes, kleine 'dorpjes', verstoken van elektriciteit en drinkwater uit de kraan, maar midden in ongerepte natuur, rustig.

Atjoni is bereikt. De chauffeur rijdt het busje zo dicht mogelijk naar de vele korjalen aan de oever in de Surinamerivier. De mooie rit zit er op. Nu overstappen – na enige tijd wachten – in een van de aangemeerde korjalen voor het vervolg van de reis naar het paradijs. Het is chaotisch druk bij de korjalen. Rommelig. Hectisch. Luide muziek knalt uit de Parbo-bier ruimte, waar even rustig zitten door het geluid amper mogelijk is. De geurende walm van patat waait over, afkomstig van een oude frites-snack wagen.
De korjaal met bestemming het paradijs is gevonden. Menimi wacht zo'n dertig kilometer verderop aan de rivier. De boot in, een verkleurd oranje zwemvest om doen, zittend op een laag houten bankje in de smalle korjaal. De reis voort voortgezet.

Diverse dorpen worden voorbij gevaren, zoals Abenaston, Jaw Jaw, Anaula, Laduani, Aurora. De rivier kronkelt zich een weg het diepe binnenland in. De eerste rotsblokken in de rivier doemen op. Hoe zijn die daar ooit in grillige formaties beland? Fascinerend. Het rivierwater wordt woester. De bootsman loodst zijn korjaal behendig tussen de rotsen door, over de stroomversnellingen. Af en toe geholpen door iemand die voorin de boot bijstuurt met een spaan. Het zijn vakmensen, die dit dagelijks doen. De rivier oogt schoon, slechts een enkele petflesje drijft verdwaald voorbij. Soit. Een verademing. Een groot verschil met de rivier tussen Domburg en Paramaribo. De korjaal stopt bij een paar dorpen om passagiers met hun bagage uit te laten stappen, zelfs een nieuw gasfornuis verlaat de boot met een vrouw bij een van de dorpen.
Na 1.5 varen is het einddoel bereikt, Menimi.

Menimi betekent 'Herinner Mij' in de taal van de Sarramaccaanse marrons. Het paradijs wordt gerund door eigenaar en oprichter Pije Armand Abauna meer bekend als Mandje, zijn vrouw Kasima en hun acht kinderen.  Mandje begroet zijn gasten en verwijst ze naar hun verblijf. Uitzicht op de rivier en een sula.
Eindelijk, de sula ervaren. Een heus groot bubbelbad in de natuur. Het water stroomt zeer snel. Schuimkoppen. Erin liggen is een verademing. Het verblijf te Menimi is een verademing. Heerlijk en voor herhaling vatbaar.

Na het verblijf in het paradijs wacht de terugreis, wacht het drukke Paramaribo, helaas. Nu maar uitkijken naar Menimi in de herhaling. Het binnenland is mooi, Suriname is mooi, maar daarvoor moet wel een paar uren gereisd worden.

Hoogachtend,
Den Blauwvinger,
21 januari 2020
Paramaribo – Suriname 




woensdag 15 januari 2014

Surinaams achterland negeert het zwemvest

Recente dodelijke ongelukken op rivieren geen aanleiding autoriteiten voor verscherpte controle en toezicht


Hydroloog Sieuwnath Naipal: ‘Zwemmen moet verplicht vak worden op school als onderdeel van sport’

15-01-2014 Door: Paul Kraaijer/Obsession Magazine


Paramaribo - De bekende Surinaamse hydroloog Sieuwnath Naipal, werkzaam aan de Anton de Kom Universiteit Suriname, vindt dat zwemmen verplicht moet worden op scholen als onderdeel van de sportles. Hij reageert hiermee op de recente dodelijke ongelukken op de Marowijne- en Saramaccarivier. Bij het omslaan van korjalen is een aantal mensen, waaronder twee zusjes van anderhalf en drie jaar jong, verdronken, omdat zij geen zwemvest droegen.


Naipal: ‘Daarnaast moeten er regels komen en die moeten worden nageleefd. Dit is een enorm groot werk en als het niet goed wordt aangepakt zal het ook heel inefficiënt zijn. Er moeten duidelijke richtlijnen, beleidsregels, etcetera worden geïdentificeerd, geformuleerd, die effectief zijn. Dit kan de overheid in haar eentje nog niet uitvoeren. Hulp van de gemeenschap is dus noodzakelijk. Samen kunnen we wel. Suriname is een stromend waterland. We hebben enorm veel kreken en rivieren, maar ook kanalen en gootjes. Wij hebben nooit geleerd met water te leven. Misschien hoeft dat niet, maar dan moeten we niet langs de rivier, kreken en kanalen leven.’

‘Doorsnee Surinamer kent gevaar rivieren niet’
De hydroloog stelt, dat de doorsnee Surinamer gèèn kennis draagt van het gevaar van de rivieren. ‘Ieder willekeurig persoon kan een boot aanschaffen en beginnen te varen, met of zonder een buitenboordmotor. Veel mensen die een boot instappen, gaan ervan uit dat alles goed komt, al kunnen ze niet of slecht zwemmen. Mij lijkt het, dat mensen die niet kunnen zwemmen dit als een gebrek of een minderwaardigheidscomplex zien of ervaren en dus ook een zwemvest niet aandoen. Hierbij gaat het niet om het gevaar van de rivier, maar meer om het gevaar dat de mens, de gebruiker, zich niet adequaat voorbereid heeft om veilig het water op te gaan. De gemiddelde Suriname kan ook niet zwemmen. Op scholen wordt dit niet geleerd. Bij velen heerst dan ook een angst, vooral tijdens de nachtelijke uren, met slechte verlichting op het water. Ik vind dat voorlichting voorlichting is, maar wetten en regels zijn wetten en regels. Hieraan moet een ieder gehoorzamen. Het gaat tenslotte om levens van mensen en meestal van jonge mensen. De regering moet haar beleid ten aanzien hiervan nog formuleren, aanpassen en implementeren.’

Ondanks diverse ongelukken met korjalen zijn er nog steeds zogenoemde boothouders die hun boten niet hebben voorzien van zwemvesten. Er blijkt nauwelijks afdoende gecontroleerd te worden door de verantwoordelijke autoriteiten. Boothouders zijn wettelijk verplicht om hun boten/korjalen te voorzien van voldoende zwemvesten, maar ze zijn niet voornemens daarin te investeren met alle gevolgen van dien.

Omslaan korjalen leidt tot verdrinkingsslachtoffers
Vooral in het achterland gebeuren op het water nogal wat ongelukken. Daar lijken boothouders het zwemvest te negeren. Zo verdronken drie mannen zondag 12 januari 2014 op de Marowijnerivier, ter hoogte van de Arminavallen. De boot waarin zij zaten sloeg om. Er zaten veertien personen in de boot die van Albina naar de Selakreek voer. Aan boord lagen ook nog eens ruim veertig vaten brandstof. De mannen droegen geen zwemvest.

Twee zusjes van slechts anderhalf jaar en drie jaar verdronken op 5 december 2013 nadat de korjaal waarin ze zaten op de Boven-Marowijnerivier tegen een rots voer in de ruige Mankaba Sula – enkele minuten varen ten noorden van Stoelmanseiland - en omsloeg. Ook in deze boot werden goederen in dozen en zakken en vaten brandstof vervoerd. De peuters hadden geen zwemvest om gekregen.

Een 11-jarige jongen verdronk 21 november 2013 in de Saramaccarivier toen de boot waarin hij zat omsloeg. Ook dit slachtoffer droeg geen zwemvest.

De krant Times of Suriname berichtte op 1 maart vorig jaar nog, dat scholieren in het Boven-Surinamegebied die naar school gaan in Atjoni en Pokigron, iedere dag met een korjaal worden vervoerd, zonder zwemvesten. De districtscommissaris, Naltua Naana, liet weten dat diverse boothouders nog zwemvesten moesten kopen, maar dat de kosten te hoog zouden zijn.


Nauwelijks tot geen controle op rivieren
Per 1 september 2011 zijn alle boothouders op de Surinaamse wateren die passagiers vervoeren verplicht reddingsvesten aan te bieden aan hun passagiers. Dit is een van de veiligheidsmaatregelen voor het maritieme verkeer. De controle van die maatregel ligt in handen van de Maritieme Autoriteit Suriname, MAS.

Dat toezicht lijkt echter nauwelijks aanwezig te zijn. Zo worden bijvoorbeeld jonge scholieren uit het aan de Saramaccarivier gelegen Kommissaris Kondre dagelijks zonder zwemvesten vervoerd naar Kwakoegron en terug, terwijl de lokale politiepost van Kwakoegron uitziet op de waterkant , de Saramaccarivier, van het dorp waar de schoolboot aanmeert. De politie treedt echter niet tegen de bootsvrouw op.

Veel vragen
De dodelijke ongelukken roepen de nodige vragen op. Konden alle slachtoffers niet zwemmen? Was de stroming in de rivieren wellicht te sterk, waardoor zwemmen feitelijk onmogelijk was? Hoe diep zijn de rivieren?

Het sterke rivierwater
Volgens Naipal heeft iedere grote Surinaamse rivier zo zijn eigen karakteristieken. Relatief diep met abrupte, steile, bodemhellingen. ‘Op bepaalde delen, genomen van de oever, neemt de diepte over enkele meters geleidelijk toe, om daarna bijna abrupt te zakken tot enkele meters diepte. Theoretisch is het zo, dat de stroming met de diepte afneemt. Op de bodem is het nul en aan het oppervlak is het maximaal. Echter, afhankelijk van de vorm van de rivier, denk aan bochten, de aanwezigheid van obstakels in de rivier zoals rotsen, zandbanken, etcetera, kan dit stroomsnelheidsprofiel er anders uitzien. Omdat het moeilijk kijken is in het water, wordt vaak gekeken naar de karakteristieken van het oppervlaktewater waarna een besluit of vaststelling volgt, dat het gevaarlijk of niet gevaarlijk is.’

De hydroloog wijst ook op de stromingssterkte van de rivieren. ‘De Surinaamse rivieren hebben een relatief grote stroming. De stroming kan gemakkelijk in de orde van grootte van 0.8-1.0 meter per seconde komen of zelfs hoger. Dat is tussen de 30-35 kilometer per uur, een behoorlijke snelheid. Zwemmen tegen de stroomrichting is voor de meeste zwemmers niet mogelijk.’

Turbulentie is volgens Naipal ook een factor waarmee rekening moet worden gehouden. ‘Relatief grote wervels of neeringen, als gevolg van hindernissen ofwel obstakels in de rivier, zullen het zwemmen ook negatief beïnvloeden. Daarenboven zijn in het achterland nog de erg gevaarlijke sula’s. Wie eens vanuit Albina richting Stoelmanseiland heeft gevaren, kan hierover praten. Wie niet kan zwemmen en geen zwemvest heeft, heeft letterlijk zijn leven in de handen gelegd van de motorist van de boot, de bootsman. Vaak is dit besef er niet. De Tapanhonirivier, Lawarivier en andere bovenstroomse grote rivieren, zoals bepaalde delen van de Boven-Suriname en Gran Rio, de Boven-Corantijn, kennen heel veel sula’s. Hier geldt dat de motorist behendig moet zijn. Maar daarnaast moet de buitenboordmotor zelf in perfecte conditie zijn. Bij het opklimmen van een sula mag de motor niet stikken en of in kracht afnemen waardoor de boot een terugval maakt. Onder deze omstandigheden is de boot niet meer te controleren en slaat het kapot tegen de rotsen, met alle noodlottige gevolgen van dien. In de maand oktober van vorig jaar heeft dit zich aantal keren voorgedaan bij de Pulugudu-vallen, bij de samenvloeing van de Tapanahoni- en de Lawariveir, waar de Boven-Marowijne rivier ontspringt. Gelukkig is het verlies alleen bij de goederen en verlies van boot en motor gebleven’, aldus Naipal.

De hydroloog omschrijft een sula als ‘een waterval in de rivier over een relatief lange afstand waardoor het stromend water in een chaotische en zeer turbulente stroomversnelling komt tussen de rotsen verspreid over een bepaalde breedte van de rivier’.

Wat ook niet onderschat moet worden is de diepte van de rivieren. Naipal zegt bijvoorbeeld dat de Surinamerivier in de kustvlakte tot aan Paranam behoorlijk diep is. ‘Plaatselijk is het meer dan 8 meter. Gemiddeld tussen de 4-5 meter. De Marowijnerivier, een brede rivier, met vaargeulen tot meer de 10 meter diep, maar ook lokaal heel ondiep. De Saramaccarivier, evenals de Commewijne- en de Nickerierivier, heeft een V-vormig profiel, in de kustvlakte en is erg diep, tot meer dan 8 meter. De Corantijnrivier is te vergelijken met de Marowijnerivier, gemiddeld ondiep, 3-4 meter met plaatselijk diepe vaargeulen.’

De geheimen en gevaren van de Surinaamse rivieren liggen verscholen onder het wateroppervlak. Vaak onbekend voor inzittenden van korjalen die van A naar B worden vervoerd over die geheimen en gevaren zonder dat de boothouder hen een zwemvest heeft aangeboden om ze bij een eventuele calamiteit tegen die geheimen en gevaren te beschermen en het leven te behouden.

De MAS en het Korps Politie Suriname waren, ondanks herhaald verzoek, niet bereikbaar voor commentaar. Wellicht willen zij niet geconfronteerd worden met hun falende uitvoerend en controlerend beleid, waardoor in december en januari zes jonge Surinamers het leven verloren op Surinaamse rivieren, omdat zij geen zwemvesten droegen.

Noot:
Het artikel is donderdag 16 januari 2014 gepubliceerd op de (Amerikaans) Surinaamse nieuwswebsite nospang.comhttp://www.nospang.com/index.php?option=com_content&view=article&id=37989:surinaams-achterland-negeert-het-zwemvest&catid=73:binnenland&Itemid=65. Het artikel had ik overigens ook gezonden aan de lokale kranten, maar, het Surinaamse journaille kennende, geen enkele krant heeft er iets mee gedaan.

Verder had ik het gestuurd naar de redactie van Sky Radio & TV bij welke zender ik in het voorjaar van 2013 een paar maanden als researchredacteur werkzaam ben geweest. Tot mijn verrassing had het actualiteitenprogramma 'Waakhond' vrijdagavond 17 januari Sieuwnath Naipal als gast in de studio om te spreken over onder andere het belang van zwemlessen in het (basis)onderwijs, de kracht van de rivieren en het gebruik van zwemvesten. De redactie nam niet de moeite om mij vooraf even te informeren. Sieuwnath bevestigde later tegen mij, dat mijn artikel de aanleiding was geweest voor de redactie van Sky om hem uit te nodigen in de studio.

UPDATE: Tot mijn verrassing bericht het Dagblad Suriname maandag 24 februari 2014 dat zo'n dertig leerlingen van de Christian King School in Kwakoegron eindelijk beschikken over zwemvesten. Mogelijk hebben mijn 'Kwakoegron-artikelen', waarin ik steeds vermeld dat leerlingen van de school in Kwakoegron, die met een korjaal dagelijks vanuit Commissaris Kondre komen vervoerd worden zonder dat zij een zwemvest dragen, bijgedragen aan deze 'geste' van IAmGold:

IAMGOLD/ Rosebel Gold Mines N.V. (Rosebel) heeft op donderdag 20 februari 2014 zwemvesten gedoneerd ten behoeve van de leerlingen van het ressort Kwakoegron in Brokopondo. De overhandiging van de zwemvesten werd verricht door de General Manager, Tom Ohrling en de Sustainability Manager, Steve Tobin, tijdens een dorpsvergadering.

Met deze geste wil Rosebel bijdragen aan een veilig bootvervoer van leerkrachten en leerlingen van Kwakoegron en omgeving. Dit project past binnen het “ZERO HARM”-beleid van Rosebel, dat onder andere inhoudt dat Rosebel de hoogste standaarden hanteert voor de veiligheid van mensen.

Bij één van de reguliere vergaderingen tussen Rosebel en het consultatie comité van Kwakoegron werd door het comité aangegeven dat er dringend behoefte bestond aan een dak voor de schoolboot en zwemvesten. De schoolboot vervoert leerkrachten en leerlingen van de naburige dorpen naar en van de Kristian King school te Kwakoegron. Ongeveer zestig leerlingen bezoeken deze school.

Rosebel ging in op het verzoek van het consultatie comité van Kwakoegron. In 2013 werd de schoolboot voorzien van een dak en vorige week schonk Rosebel dertig zwemvesten aan de school.

dinsdag 13 februari 2018

Autoriteiten negeren vermeend granman Albert Aboikoni der Saramaccaners

'We noemen dit een overmachtsituatie van regering en wachten en kijken wat ze voor ons doen'


Albert Aboikoni, die door een deel van de Saramaccaners wordt erkend als grootopperhoofd, en zijn gevolg zijn gistermiddag niet ontvangen door de autoriteiten in Paramaribo. De groep, bestaande uit leden van het ‘kabinet van de gaaman’, kapiteins, basja's, drummers en zangers, is uit Asidonhopo afgereisd naar Paramaribo om president Desi Bouterse te ontmoeten. 

Op het commissariaat van Sipaliwini aan de Zwartenhovenbrugstraat aangekomen bleek niemand namens de regering aanwezig om de gaaman welkom te heten. Volgens het programma van de delegatie zou Aboikoni ontvangen worden door de districtscommissaris (dc) Yvonne Pinas, aldus Starnieuws vandaag, dinsdag 13 februari 2018.

'De dc heeft ons net telefonisch doorgegeven dat ze in spoedberaad is met de regering', deelt Iwan Adjoko, secretaris van ‘kabinet Aboikoni’ mee.

'Sinds 18 januari hebben wij per brief de regering, de minister van Regionale Ontwikkeling, de president en de dc op de hoogte gesteld van ons bezoek. We zouden eerst op 5 februari komen. Van de heer Abrahams hebben wij tijdens de ingebruikname van de stroomstation op Pokigron op 3 februari, begrepen dat de president ziek was. Dus hadden we de reis uitgesteld tot vandaag.'

Al sinds het overlijden van gaaman Belfon Aboikoni in 2014 is er onenigheid over de opvolging. Drie families hebben de troon geclaimd. Een grootopperhoofd wordt voor het leven gekozen. Volgens de traditie wordt een neef van de overleden granman tot nieuwe leider benoemd; alleen de zonen van de zusters van de overleden granman kunnen tot grootopperhoofd gekroond worden.

Albert Aboikoni is een jongere broer van Belfon Aboikoni. Het is niet gebruikelijk dat een jongere broer de troon bestijgt. Het granmanschap van Aboikoni wordt fel bestreden door de groepen Amina en de Matjaw-fambilie. Zij hebben elk hun eigen granmans voorgedragen. Aboikoni geniet de steun van de meeste kapiteins.

Minister Edgar Dikan heeft De Nationale Assemblee in december vorig jaar meegedeeld dat de overheid bezig is een oplossing te zoeken voor het gezagsprobleem. Er zijn tot nog toe geen uitspraken gedaan over deze zaak. Ook heeft de overheid op geen enkele manier getoond dat zij Aboikoni als grootopperhoofd van de Sarmaccaners erkent. Ondanks, dat er ook gisteren geen ontvangst is geweest blijft secretaris Adjoko hoopvol.

'We noemen dit een overmachtsituatie van de regering. We wachten en kijken wat ze voor ons zullen doen. Want als de dc mij zegt, dat ze in spoedberaad zijn, betekent het dat zij ons nog zal contacten over wat er besloten is tijdens het spoedberaad.'

vrijdag 21 december 2018

BEP-voorzitter Asabina roept vertrokken leden op terug te keren naar partij

BEP installeert in Boven Suriname 23 kernen geïnstalleerd in het dorp Jaw Jaw


De Partij voor Broederschap en Eenheid in de Politiek (BEP) heeft in Boven Suriname 23 kernen geïnstalleerd in het dorp Jaw Jaw. In sommige gevallen gaat het om herinstallatie van passieve kernen die door aanwas van nieuwe leden zijn gereactiveerd. De door voorzitter Ronny Asabina geïnstalleerde kernen zijn in de dorpen Pokigron tot en met Tumaipa, zo bericht Starnieuws vandaag, vrijdag 21 december 2018.

Asabina heeft een oproep gedaan aan BEP’ers die om welke reden dan ook de partij de rug hadden gekeerd, om terug te keren naar de partij. Hij zei dat de partij in het verleden fouten heeft gemaakt, maar dat ze uit haar fouten heeft geleerd.

De partijvoorzitter heeft de opgekomen leden en sympathisanten beloofd, dat het bestuur voortaan bij besluitvormingen meer rekening zal houden met de wens van de leden, meldt de BEP. Asabina herhaalde ook zijn oproep aan partijen die ooit als splintergroep uit de BEP zijn ontstaan. 'Een kind is te allen tijden welkom bij de moeder', zei Asabina. Hij deelde mee, dat de deuren van de BEP altijd openstaan voor elk individu, groepering of partij die zich wenst aan te sluiten.

Hoewel de BEP de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een partij waarin Surinamers van elke etniciteit een thuis kunnen vinden, kan de partij met recht de ‘moeder’ genoemd worden van de overige partijen die zich veelal richten op het binnenland, zei Asabina.

De BEP maakt zich klaar om de zetel die de partij in 1991 en 2010 behaald heeft in Boven-Suriname terug te halen in 2020. Gelet op de energie en veerkracht die de lokale partijstructuren hebben gedemonstreerd, is Asabina ervan overtuigd dat die zetel in 2020 wel behaald zal worden.

De partij was niet alleen in het gebied om de partijstructuren een hart onder de riem te steken, maar ook voor het creëren van korte communicatielijnen tussen de leden en het hoofdbestuur en het aanreiken van handgrepen op weg naar de verkiezingen van 2020. Er staan voor de komende periode trainingen van de kernen op agenda.

woensdag 8 juli 2020

'Tapajai-project een zegen voor ons land en vooral voor de binnenlandbewoners'

Omleiden water Jaikreek enTapanahoni- rivier naar het stuwmeer levert extra energie op


Op dit moment van weinig nieuws lijkt het mij goed om u wat te vertellen over het Tapajaiproject. Er wordt vaak over gesproken en de meningen zijn zeer verdeeld. Het lijkt mij daarom goed om de technocraten onder u wat achtergrondinformatie te geven, zodat u ook kunt deelnemen aan de discussies die regelmatig opduiken. 

Zelf ben ik lang geleden bij dit project betrokken geweest. Het vliegveld is onder mijn supervisie aangelegd en de jeeptrail van Pokigron naar Jaikreek is onder mijn leiding afgerond. Naar mijn mening is dit project een zegen voor ons land en vooral voor de binnenlandbewoners. Maar, probeert u zelf te beslissen.

De Jaikreek is een kreek die uitkomt in de Tapanahonirivier. Deze kreek is op een bepaalde plek dichtbij het stuwmeer. Wij kunnen daar een dam bouwen, zodanig dat het Jaikreekwater in het Brokopondostuwmeer stroomt. Het stuwmeer krijgt daardoor ruwweg 10% meer water waardoor er ook 10% extra elektrische energie opgewekt kan worden. Dit is het Jaikreekproject. Het project ligt volledig in onbewoond gebied.



Een soortgelijke mogelijkheid doet zich ook voor bij de Boven Tapanahoni waar deze rivier dicht bij de oorsprong van de Jaikreek komt. Als wij daar, benedenstrooms van het dorp Palumeu een dam bouwen zal het water van de Boven Tapanahoni in de Jaikreek terechtkomen. Hierdoor komt er een flinke hoeveelheid water via de Jaikreek in het stuwmeer. Dit is het eerste deel van het Tapajaiproject (Tapajai1). De bestaande centrale van Afobaka met een vastvermogen van 93 MW kan met dit deel van het project een extra vastvermogen van 64 MW leveren. Dit is dus erg interessant, omdat er alleen maar twee relatief kleine dammen worden gebouwd zonder dure krachtcentrale. Dit alles ligt in een praktisch onbewoond gebied. Alleen het dorp Palumeu (ca. 250-300 inwoners) zal moeten verhuizen.



Dit project heeft nog een tweede deel. De Jaikreek loopt door heuvelachtig terrein waar, door 3 kleine dammen te bouwen, men 3 volledige waterkrachtwerken kan krijgen. Dus dam, opgezwollen kreek (dus geen stuwmeer) plus krachtcentrale). Bij de dam in de Tapanahoni kan ook een krachtcentrale worden gebouwd. Van alle te bouwen dammen heeft alleen die van Jaikreek geen krachtcentrale. In dit deel van het project wordt een tweede centrale bij de Afobakadam gebouwd met een geïnstalleerd vermogen van 120 MW. Hierdoor kan het water uit de boven-Tapanahoni optimaal worden benut. De 4 waterkrachtwerken kunnen 118 MW vast vermogen leveren, terwijl in Fase 1 al 64 MW vastvermogen wordt opgewekt. Fase 1 + 2 dus 182 MW vastvermogen. Er zullen hier geen stuwmeren ontstaan; men kan eerder spreken van opgezwollen kreken. Alleen achter de dam van de Tapanahoni zal er sprake zijn van een kleine stuwmeer maar dan een heel kleine in vergelijking met Brokopondo).

Voor het Brokopondo stuwmeer met een vastvermogen van 93 MW is 1560 vierkante kilometer onder water gezet. Voor het totale Tapajai project, met een vastvermogen van 182 MW, zal 270 vierkante kilometer onder water gezet moeten worden.


Opmerkingen: Het project heeft betrekking op een praktisch onbewoond gebied ten zuiden van het Brokopondostuwmeer. Alleen het dorp Palumeu zal moeten verhuizen. Als de mensen van Palumeu kiezen om niet te ver van de dam te gaan wonen, kunnen ze veel werk vinden in de toerismesector in een prachtige natuuromgeving. Volgens het plan eindigt de zuidelijke ontsluitingsweg bij de dam in de Tapanahoni. Vele dorpen zullen dan een wegverbinding hebben met Paramaribo.

Tapajai 1 is een project dat vanwege de grote voordelen, relatief lage kosten en hoog rendement zo snel als mogelijk opgepakt mag worden.
Tapajai 2 moet beschouwd worden als een spaarpotje.

Afhankelijk van de ontwikkelingsvisies kan men besluiten wat men met de opgewekte energie, ook ter plaatse bij de dorpen, kan doen. Vanzelfsprekend kan de energie ook via een lange hoogspanningslijn naar Afobaka getransporteerd worden. Maar, als de constructie van Tapajai 1 succesvol verloopt, zullen die boslandcreolen die bezig zijn een inhaalslag naar welvaart te maken, zeker enthousiast willen starten met de waterkrachtcentrales t.b.v. eigen technische ontwikkeling en ontwikkeling van het binnenland (hout, goud, toerisme enz.). Ook Maripasula kan meegenomen worden. Suriname verkoopt dan energie aan Frankrijk. Zo verdienen we ook nog eens valuta.

Door het Tapajaiproject wordt ook een enorme bron van werkgelegenheid en kennis voor onze jongeren op het gebied van waterkrachtwerken verkregen. Het is niet zo dat de Tapanahoni droog zal lopen. Er zal voor de bewoners in de Tapanahoni geen watergebrek zijn.

Bij het ontwerp is men er van uitgegaan dat er altijd minimaal dezelfde hoeveelheid water door de Tapanahoni zal stromen als in de maand november. Alleen het extra water zal omgeleid worden.

Rudi Jadnanansing

Noot: 
Lees ook dit artikel 'TapaJai Project een unieke hydro-energie operatie in het Surinaamse achterland'.
Dit artikel werd door Paul Kraaijer al in maart/april 2012 geschreven voor het tweemaal per jaar verschijnende United Magazine. Het blad is echter met een aanzienlijke vertraging pas in de laatste week van november 2012 verschenen, nummer sept. 2012/feb. 2013.