dinsdag 1 februari 2011

Paramaribo Zoo laat hoogbejaarde tijger niet inslapen - UPDATE: Zoo laat Samba alsnog op 14 november 2011 inslapen.....!!

Samba sterft rustige natuurlijke dood

01-02-2011 Door: Paul Kraaijer, De Parbode, Februari 2011, Jaargang 5, Nummer 58


Wie deze dagen de bijzondere Paramaribo Zoo bezoekt wordt geconfronteerd met een hoogbejaarde Bengaalse tijger. Bij het kleine, oude vervallen verblijf is op een bordje te lezen dat de 19 jaar oude Samba ziek is, aan ouderdomsverschijnselen lijdt, kortademig is en heel slecht eet. Verder kunnen bezoekers lezen dat de verzorger van de tijger geen voorstander is het dier in te laten slapen, omdat ‘hij de mening is toegedaan dat zolang hij (lees: Samba) nog eet, niet besmettelijk is voor de mens en de andere dieren in de Paramaribo Zoo een natuurlijke dood te prefereren is’.

Het bordje en de stil liggende tijger in zijn kooi vragen om een reactie van de directie van de dierentuin. Immers, moet hier niet een ethische discussie worden gevoerd over hoe om te gaan met zeer oude, zieke, dieren in een dierentuin? Laten inslapen ofwel euthanaseren of een natuurlijke dood laten sterven? Maar, is een veel gehoorde reactie, een bejaarde dame of heer die ernstig of ongeneeslijk ziek is laat je toch ook niet inslapen? Daarnaast is er waarschijnlijk in het geval van Samba geen sprake van ondraaglijk lijden. Voor een leek is dat natuurlijk niet te zien: Samba ligt grotendeels van de dag en als hij loopt dan is dat heel traag, haast waggelend.

Discussie
De directeur van de Paramaribo Zoo, John Altenberg, zegt in samenspraak met de verzorger en met de dierenarts van de dierentuin, Leontine Bansse-Issa, besloten te hebben om Samba een natuurlijke dood te laten sterven. Altenberg: “Ja, er is intern wel een discussie geweest over de gezondheidssituatie van Samba. Het is goed om wat tekst en uitleg te geven, omdat de meeste bezoekers de achtergrond van het dier niet kennen. Hij lijdt geen pijn en is niet ziek. Tja, op het bordje dat aan zijn verblijf hangt is helaas wel te lezen dat hij ziek is, maar dat is onjuist. Samba is gewoon oud. Kortademig is hij ook niet. Onze dierenarts behandelt hem en we hebben continu overleg met haar, ook over de voeding. De tijger wordt dus goed in de gaten gehouden.”De woorden van John Altenberg krijgen bijval van mevrouw Bansse-Issa.. “Een dier mag natuurlijk niet uitzichtloos lijden. Maar ouder worden hoort nu eenmaal bij het leven. Samba ademt al jaren iets sneller, maar is zeker niet kortademig. Op dit moment is Samba gewoon een oude tijger, maar niet stervend.”De oude tijger is wel kieskeurig geworden als het om zijn ontbijt en lunch gaat. Bansse-Issa: “Hij lust geen taai rundvlees, maar eet elke dag zijn portie van vier tot zes kippen. Ook de eetlust wordt in de gaten gehouden. Zijn gebit is nog in orde. Hij heeft perioden van stram bewegen gehad en is toen met pijnstillers behandeld. Hij is daar prima op verbeterd.” In 2009 heeft de dierenarts wel een tijger laten inslapen, een zusje van Samba. “Het dier at slecht en werd snel mager, omdat zij een tumor in haar bek had. De directie en verzorgers van de dierentuin zijn dus zeker niet principieel tegen euthanasie, maar willen dit alleen doen bij uitzichtloos lijden. Overigens zijn de tijgers in de Paramaribo Zoo de afgelopen vijftien jaar steeds ouder dan zestien jaar geworden en dan doen zogenoemde ouderdomsverschijnselen zich voor en hebben de dieren geriatische zorg nodig.”, aldus mevrouw Bansse-Issa.



De Rotterdamse dierentuin Diergaarde Blijdorp onderhoudt al vele jaren goed contact met de dierentuin van Paramaribo. Directeur Marc Damen heeft begrip voor de beslissing om Samba van zijn oude dag te laten genieten en om het dier niet te doden. Damen: “Het is voor mij niet mogelijk om een oordeel te vellen over Samba in de Paramaribo Zoo. Ik ben nooit in deze dierentuin geweest, ken het verblijf en de situatie en de casus niet. Maar, ik vertrouw op de deskundigheid van de verzorgers, directie en dierenarts van de Paramaribo Zoo dat ze lijden van het dier voorkomen. In een dierentuin willen we niet alleen maar dieren in topconditie laten zien, maar krijgen dieren ook de gelegenheid om hun oude dag door te brengen. Het feit dat een dier oud en de dagen wellicht moe is, wil nog niet zeggen dat we het dan maar op moeten ruimen. Op het moment dat een dier echter gaat lijden, is dat wel een moment om een dier uit lijden te verlossen.”Volgens Marc Damen laat ook zijn Diergaarde Blijdorp dieren bij voorkeur een natuurlijke dood sterven, als het dier niet lijdt. “Het is een ethische discussie, maar we vinden het respectvol naar het dier en daarnaast hoort de dood bij het leven en daar hoeven we ons niet voor te schamen en dat strikt achter gesloten deuren te laten plaatsvinden.”, aldus Damen.

Deskundige
Een Amerikaanse tijgerdeskundige denkt er echter anders over. Allereerst wil Ronald Tilson, een van de directeuren van de Minnesota Zoo en coordinator van het ‘Species Survival Program’ van de Amerikaanse Vereniging van Dierentuinen en Aquaria, benadrukken dat Samba geen volbloed Bengaalse tijger is. “Buiten de Bengaalse tijgerlanden India, Nepal en Bangladesh, zijn nauwelijks Bengaalse tijgers te vinden. De meesten zijn zogenoemde hybriden, kruisingen tussen twee verschillende soorten, en hun herkomst is veelal onbekend.”Over Samba zegt hij verbaasd te zijn over zijn hoge leeftijd. “Samba is behoorlijk oud, de meeste tijgers gaan voor het 19e levensjaar dood, een enkele wordt ouder maar alleen met goede zorg van een dierenarts. Aan een tijger is trouwens niet te zien of hij pijn lijdt. Tijgers lijden in solitaire stilte.” De Amerikaan laat doorschemeren niet tegen het laten inslapen van Samba te zijn. “Behoedt de oude jongen voor meer pijn. Als hij slecht eet en zich niet meer zo vrij kan bewegen dan is er iets goed mis.”De hoge leeftijd van de tijgers in de Paramaribo Zoo door de jaren heen duidt er op dat de dieren de vele jaren van ‘opsluiting’ in de dierentuin in alle opzichten goed zijn verzorgd en het goed hadden en nog steeds hebben. In het wild leven de dieren meestal een paar jaren korter dan de 19 jaren van Samba. Op dit moment zouden zich overigens wereldwijd rond de 210 Bengaalse tijgers in dierentuinen bevinden. In het wild gaat het bijzonder slecht met deze tijgersoort.
Bedreigd
Volgens een door het Wereld Natuur Fonds in januari 2010 uitgebracht persbericht zouden er wereldwijd slechts zo’n 3200 Bengaalse tijgers in het wild leven. Zeventig jaar geleden leefden er alleen al in India nog rond de 30.000 Bengaalse tijgers. Het dier is dan ook door International Union for Conservation of Nature (IUCN) op haar ‘Red List’ van bedreigde diersoorten geplaatst.

Samba bevindt zich nog in gezelschap van zijn broertjes Joris en Jeltsin, die zich wel in een ander verblijf bevinden. Altenberg: “Alle tijgers in de dierentuin zijn geboren uit een stel dat jaren geleden vanuit Amerika is gekomen. Ik weet niet precies meer uit welke dierentuin. Uit angst voor inteelt werd vrij snel besloten, na overleg met de Amerikanen, om alle tijgers te castreren en te steriliseren. Samba heeft namelijk ook nog twee zusjes gehad. Daarvan is een aan kanker overleden toen zij zestien was en de andere zus is op tienjarige leeftijd overleden.”


De directeur van de dierentuin spreekt bewogen. Het is een man die duidelijk begaan is met het ‘lot’ van zijn dieren. Van bijna ieder dier kent hij de geschiedenis. Zo is hij verzot op zijn Braziliaanse reuzenotter Terry.
Dit dier is ooit als baby ergens in Saramacca gevonden, door iemand bij de dierentuin afgegeven en terechtgekomen in het kantoor van Altenberg. Met de hand heeft hij het dier grootgebracht, vooral met veel pap. Dan is er het verhaal van de miereneter die als jong door iemand van de rug van de moeder werd gehaald. De moeder werd namelijk ‘gekapt’: zijn staart moest het ontgelden, waarna het dier overleed. Elk dier in de diereentuin heeft zijn eigen verhaal.

Vernieuwingen
Altenberg neemt van de gelegenheid gebruik om ook nog even te wijzen op de staat waarin de Paramaribo Zoo verkeert. “Vijf jaar geleden was de dierentuin eigenlijk niet om aan te zien. Langzamerhand worden meer en meer dierenverblijven vernieuwd. Er is al een schitterend apeneiland gebouwd voor de slingerapen, een mooi verblijf voor anaconda’s en er wordt nu gewerkt aan een nieuw apenverblijf. Maar er is nog een lange weg te gaan. In de planning zitten onder andere nog een nieuw verblijf voor de Braziliaanse, populaire met een kalebas voetballende reuzenotter, en een nieuw onderkomen voor de miereneters.”Hij vervolgt enthousiast: “Je stelt prioriteiten en je moest dus beoordelen wat het meest urgent aan vernieuwing toe is. Maar, belangrijk is absoluut ook dat de dieren op een fatsoenlijke wijze te eten krijgen. De dieren krijgen hier het beste van het beste.”Samba krijgt in zijn laatste levensfase ook het beste van het beste en kan in alle rust op ieder moment zelf inslapen op een natuurlijke wijze..... Wanneer Samba is overleden dan wordt hij - als er nog genoeg ruimte is op de eigen dierenbegraafplaats in de Paramaribo Zoo - begraven. Mocht die ruimte onvoldoende zijn dan wordt het dier gecremeerd.

(Bron foto's: eigen foto's Kraaijer)

(Dit is de originele versie van het in het februarinummer 2011 van de Parbode - http://www.parbode.com/ - verschenen artikel.)

Geraadpleegde bronnen o.a.:
http://www.worldwildlife.org/who/media/press/2010/WWFPresitem14914.html
http://www.care2.com/c2c/groups/disc.html?gpp=13579&pst=http://en.wikipedia.org/wiki/Bengal_tiger
http://www.iucnredlist.org/apps/redlist/details/136899/0
http://lynx.uio.no/lynx/catsgportal/cat-website/catfolk/tiger-08.htm
http://library.sandiegozoo.org/studbook.htm#carnivores
http://nl.wikipedia.org/wiki/Paramaribo_Zoo
http://www.aza.org/species-survival-plan-program/


Oudste Bengaalse tijger Paramaribo Zoo overleden

19-11-2011 door Bonnie van Leeuwaarde, De Ware Tijd



Paramaribo - Samba, de oudste Bengaalse tijger van de Paramaribo Zoo, is maandag overleden. Omdat de tijger al een tijdje sukkelde met zijn gezondheid, moest de dierenarts hem laten inslapen. Samba is 21 jaar geworden en was één van de oudste bewoners van de dierentuin.

Het was een moeilijke beslissing, maar ze moest genomen worden, aldus beheerder Rakesh Debisarun. “Samba leed onder zijn ouderdomsverschijnselen”, legt Debisarun uit. “Al zijn tanden waren uitgevallen waardoor hij niet goed kon eten, hij kon niet goed lopen en ademhalen ging heel moeilijk. Eén van zijn longen functioneerde niet meer goed.”

Samba kreeg speciale voeding, vlees zonder botten, en bleef de laatste tijd in zijn nachtverblijf. De leiding van de dierentuin had liever dat Samba een natuurlijke dood zou sterven en gaf hem pijnstillers. “Maar uiteindelijk hebben we toch maar besloten om hem te laten inslapen”, zegt Debisarun. “Je zag gewoon dat hij pijn had. Hij was achteruitgegaan en dat was ook aan hem te zien.”

Samba is geboren in de Paramaribo Zoo, net als zijn broertjes Boris en Jeltsin. Ook hun ouders zijn in de Zoo geboren. De eerste Bengaalse tijgers kwamen uit een Curaçaose dierentuin naar de Paramaribo Zoo. In gevangenschap worden Bengaalse tijgers ongeveer veertien jaar oud en in het wild zijn ze met uitsterven bedreigd. Boris en Jeltsin zijn de twee laatste Bengaalse tijgers van de dierentuin. Beide zijn tien jaar oud.
Samba is maandag begraven achter zijn verblijf.

Dierenverzorger Dewanand Sanchit verzorgde Samba sinds de tijger vijf jaar was. “Ik gaf hem eten, maakte zijn kooi schoon, lette op of hij ziek was en gaf hem liefde en aandacht. Het zijn wilde dieren en ze blijven agressief, maar je moet lief voor ze zijn. Nooit schreeuwen of slaan.” Een beetje verdrietig is Sanchit wel. “Maar hij heeft wel zeker vijf extra jaren gehad.” Terwijl de andere verzorgers een bloemetje op het graf legden, deed Sanchit een gebedje. “Ik heb Bhagwan gevraagd: als ik Samba niet goed heb verzorgd, dan vraag ik vergiffenis”.

Noot Kraaijer:
Eindelijk is Samba uit zijn lijden verlost. Maar, de Paramaribo Zoo blijkt wel inconsequent te zijn geweest. Begin dit jaar schreef ik voor de Parbode een groot artikel over het dier. Toen ging het al heel slecht met hem: hij at nauwelijks, was kortademig en liep niet, neen, hij waggelde. Het was zielig om te zien. Gevraagd naar waarom ze het dier niet lieten inslapen werd gereageerd, ook door de dierenarts, dat ervoor gekozen was het dier een natuurlijke dood te laten sterven. Immers, een hoog bejaard ziek mens laat je toch ook niet inslapen? Nu, is toch besloten Samba te laten inslapen.....rijst de vraag: had de zoo dat nu niet eerder kunnen doen? De tijger heeft met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijk het hele jaar geleden en bezoekers mochten daarvan 'genieten'.....

UKGR, serieus kerkgenootschap of geldklopperij - 'Kerk' beweert ongeneeslijk zieken te genezen

UKGR ‘kerk’ regelmatig wereldwijd in opspraak

01-02-2011 Door: Paul Kraaijer, De Parbode, Februari 2011, Jaargang 5, Nummer 58


Paramaribo - Zit u in een depressie of in een echtscheiding, kunt u uw financiële problemen niet aan, bent u eenzaam, heeft u geen werk of geen auto, bent u misschien ziek en zoekt u genezing, dan bent u de persoon waar de Universele Kerk van Gods Rijk (UKGR) op zit te wachten. De UKGR is een nieuwe loot aan de geloofsboom in Suriname. Sinds 2009 is dit genootschap actief in Suriname. Het heeft een bedrijfspand betrokken aan de Malebatrumstraat waar diensten worden gehouden. De UKGR timmert hard aan de weg, vooral met het verspreiden van flyers en zendtijd bij enkele televisieomroepen. Maar hebben we te maken met een serieus kerkgenootschap, een sekte of gewoon met een ordinair staaltje geldklopperij onder toeziend oog van God?

Fraude
De Universele Kerk van Gods Rijk bevindt zich in tientallen landen. Het was de Braziliaan Edir Macedo die in 1977 de ‘Igreja Universal do Reino de Deus’ (UKGR) oprichtte. Een man die werkzaam was als boekhouder bij een loterij. Nu is hij de wereldse leider van het genootschap en heeft zichzelf benoemd tot ‘bisschop’. De hoofdkerk staat in Rio de Janeiro en biedt plaats aan maar liefst 12.000 volgelingen. Maar, rond deze zichzelf bisschop noemende Braziliaan en zijn ‘kerk’ hangt al jarenlang een lucht van fraude en oplichting. Al in 1996 startte Interpol een onderzoek naar activiteiten van de UKGR. Het kerkgenootschap werd verdacht van zwendel en financiële banden met Colombiaanse drugsbaronnen. Ook werd onderzoek verricht naar Macedo die verdacht werd van belastingontduiking bij de aankoop van tv-zender TV Record. Drugsbaronnen zouden voor die aankoop een miljoen dollar hebben geleend.

In 2005 werd op het vliegveld van Brasilia pastor en parlementslid Joao Batista opgepakt: de man had ruim drie miljoen euro aan contanten bij zich. Volgens Batista was het de opbrengst van collectes in kerken van de UKGR in de stad.

In augustus 2009 werden Macedo en negen andere leidinggevenden binnen het kerkgenootschap door een Officier van Justitie in Sao Paulo verdacht van fraude en witwassen van miljoenen US dollars. Zij zouden donaties van volgelingen hebben gebruikt om vooral juwelen, huizen en auto’s te kopen. Het symbool van dit schandaal werd een 45 miljoen dollar kostende exclusieve jet die eigendom zou zijn van de ‘bisschop’. Verder heeft de rijkste ‘bisschop’ van de wereld een villa met 35 slaapkamers in Sao Paulo. Maar, de Braziliaan – die zo’n acht miljoen volgelingen zou hebben – woont in Westchester County in de Amerikaanse staat New York in een riant optrekje. Overigens werd ook in Nederland door justitie fraude vastgesteld bij het kerkgenootschap.

Eéntiende
Geld is door het hele kerkgenootschap te ruiken. De UKGR lijkt er welhaast op te drijven. ‘Het is niet eerlijk dat weinigen veel hebben en velen weinig hebben’ is een favoriete spreuk binnen de UKGR. Maar die lijfspreuk staat haaks op de wijze waarop binnen de UKGR wordt gecollecteerd. Ook in het niet kerkelijk ogende saaie ‘kerkgebouw’ in Paramaribo. Tijdens de diensten wordt driftig gecollecteerd en gelovigen die besluiten zich aan te sluiten bij het kerkgenootschap dienen eentiende van hun maandinkomen af te dragen. ‘Betaal God eentiende van je inkomen, en het is Gods verplichting je daarvoor in veelvoud te belonen’, aldus kerkelijk leider Macedo. Ook op de internetsite van de Nederlandse afdeling van de UKGR, waar de Surinaamse tak onder valt, doet het genootschap zich anders voor dan zij werkelijk is. Zo is te lezen ‘Wij doen niet aan indruk maken of hooghartig en heilig zijn. (...) We zijn een nuchtere, niet-zweverige Christelijke kerk die gelooft dat het leven van een ieder ten goede kan veranderen.’

Gemoedstoestand
Heilig is de UKGR allerminst. Het kerkgenootschap tracht volgelingen op dubieuze wijze naar binnen te trekken. In Paramaribo speelt pastor Peter Alvis met zijn schore stem en Portugese tongval, tijdens UKGR zendtijd enkele televisiezenders, in op de gemoedstoestand van mensen. Door feitelijk te beweren dat zijn UKGR de oplossing kan bieden voor vele problemen waar mensen onder leiden probeert hij zielen te winnen en vooral geld. Tijdens de uitzendingen zijn beelden te zien van watervallen en bergen. Hoe idyllisch. Af en toe doet een gelovige in de uitzending kort verslag van hoe de ‘kerk’ een einde aan persoonlijke problemen heeft gemaakt. Maar het zijn te algemene verhalen, niet te controleren op waarheid. Natuurlijk kun je je in alle gemoede afvragen waarom de potentiële ‘slachtoffers’ van de UKGR met hun problemen niet naar een gespecialiseerde organisatie, psycholoog, wijkorganisatie, vrouwenvereniging, enzovoorts gaan, maar kiezen voor de mierzoete stem van pastor Silva.

Waarheid?
Op de website van de UKGR en op een tweede website (ikgeloofinwonderen.nl) van het genootschap vertellen enkele gelovigen over hun problemen en hoe de UKGR hen geholpen heeft die problemen op te lossen. Een dame Marion Korsten verklaart dat zij depressief raakte en het leven niet meer zag zitten. Ze leed aan slapeloosheid en had nachtmerries. ‘Ik werd depressief en kreeg zomaar huilbuien. Mijn huwelijk liep stuk. Niemand kon mij troosten, ik sloot mijzelf op. Ik kreeg pijnen. Via een vriendin belandde ik bij de UKGR. Ik begon te strijden voor mijn bevrijding. Zo ervoer ik de liefde van God en vandaag ben ik helemaal vrij, geen nachtmerries meer.’ Mevrouw Korsten was echter niet bereikbaar voor commentaar.

Een andere vrouw, Monica Kramers, hangt ook een triest verhaal op over schulden en werkloosheid en hoe de UKGR haar heeft geholpen. ‘Na twee maanden was ik schuldenvrij. Ik kreeg aanbod voor werk, solliciteerde en werd aagenomen. Ik heb samen met mijn man een huis gekocht, ik heb ook nog eens mijn rijbewijs gehaald en een auto gekocht. Ik ben heel gelukkig met God aan mijn zijde.’ Opvallend is dat precies dezelfde tekst van Monica Kramers ook al in juli 2008 in een UKGR-folder stond die in Nederland werd verspreid. De UKGR benadrukt echter op haar website dat alle persoonlijke verhalen op waarheid berusten, maar te controleren zijn ze niet. Er is dan ook reden genoeg om aan de geloofwaardigheidvan de persoonlijke verhalen en van de UKGR te twijfelen.

Controversieel
De UKGR is op zijn zachtst gezegd controversieel te noemen. Wereldwijd wordt voor de Universele Kerk van Gods Rijk via speciale websites gewaarschuwd. In België is het kerkgenootschap onderwerp van gesprek geweest in een parlementair onderzoek naar sekten. In een rapport over de UKGR in 1997 schreef het Belgisch parlement: ‘Dit is een authentieke criminele organisatie die als enig doel heeft zichzelf te verrijken. Het is een extreme vorm van religieuze handel.’
Op een website over sekten in Nieuw Zeeland is te lezen dat voormalig pastor Mario Justino van de UKGR in New York van zijn superieuren moest verkondigen dat wanneer gelovigen geen geld wilden doneren God niet naar hun problemen zou kijken. In Brazilië zou de UKGR zich afzetten tegen andere christelijke bewegingen, die als uitingen van de duivel worden gezien, en zou aids kunnen genezen, aldus de website.
De UKGR Nieuw Zeeland maakte in augustus 2007 reclame voor genezingsbijeenkomsten waarbij ‘heilig water’ uit Israel werd gebruikt. Pastor Silva in Paramaribo beweert tijdens diensten ook dat ‘heilig water’ uit Israel te hebben. Of het water werkelijk telkenmale uit Israel wordt geïmporteerd blijft onduidelijk en het is in zekere zin onwaarschijnlijk. Mogelijk is het gewoon water uit een Surinaamse kraan. Alleen de God van de UKGR kent de waarheid.

Een huisarts in het Nederlandse Capelle aan den IJssel zorgde in november 2008 voor de nodige ophef. De man is volgeling van de UKGR en beweerde tegenover het dagblad Trouw er niet meer van op te kijken dat mensen genezen van kanker of hiv via door zijn kerkgenootschap ‘gewijde doekjes’. Pastor Rui Silva van de UKGR in Nederland zegt in dagblad Trouw van 17 oktober 2008 over de doekjes dat die niet genezen, maar God zelf. Het is ’puur bijbels’, aldus Silva. ‘Paulus zat in de gevangenis en liet stukjes zweetdoek en gordeldoek naar buiten brengen. Gelovigen genazen daardoor.’

In juni 2009 werden in onder andere Amsterdam West folders verspreid waarin mensen werden uitgenodigd om de ‘uitreiking van de GEWIJDE OLIE uit het Heilige Land (GRATIS)’ te bezoeken. Het bleek wonderlijke olie van de Universele Kerk van Gods Rijk te zijn die zou worden uitgereikt tijdens ‘een speciale dienst van gebed voor allen die een verandering in hun leven nodig hebben’. Op de foto in de folder zag de olie er uit als hele gewone olijfolie. Maar, deze olie zou je in een klap dolgelukkig maken. Ziekte, financiële problemen, werkloosheid, liefdesproblemen: de olie kon aan alles een einde maken.

Het zijn slechts voorbeelden van de wijze waarop de UKGR tracht zich van een inkomen te verzekeren door misbruik te maken van persoonlijke problemen bij kwetsbare mensen.

In een discussie op de populaire Surinaamse website waterkant.net over genezing binnen de UKGR in verklaart pastor Rui Silva vanuit Nederland op 4 februari 2010: ‘Wij geloven dat het geloof de macht heeft om alles te doen. Dat betekent, natuurlijk dat wij geloven dat wanneer een ziekte, helaas, niet opgelost kan worden door medicijnen, het wel kan door het geloof. Zou de persoon, in dit geval moeten stoppen met het volgen van medische behandeling om het geloof te gebruiken? Nee! Terwijl u uw dokters advies volgt, aarzel dan niet om uw geloof te gebruiken. Als wat u nodig heeft voor uw leven een wonder is, geloof dan dat het kan gebeuren! Neem deel aan onze genezingsdiensten en zoek door het geloof uw oplossing!’

In dezelfde discussie is een opmerkelijke reactie te lezen van ene Sieglien van de UKGR in Nederland. Zij beweert dat haar 72-jarige moeder dankzij God genezen is van een hersenbloeding. ‘Hij heeft de macht om haar te genezen. Zodoende ging ik in gebed en dankzij mijn offer is mijn moeder totaal genezen van vergeetachtigheid, suikerziekte, nierproblemen, hartproblemen, miltproblemen, hoge bloeddruk. God heeft haar genezen en de doktoren staan voor een raadsel.’ Woorden waar iedereen zijn of haar eigen geloof aan moet hechten.

De Amerikaan Rick Ross houdt in New Jersey wereldwijd alle informatie bij die over de UKGR verschijnt in vooral de media. Op zijn speciale website rickross.com bevindt zich het grootste archief ter wereld met informatie over sekten, ook over de Universele Kerk van Gods Rijk.
Stilzwijgen in Paramaribo
Natuurlijk is getracht een reactie te krijgen van de UKGR, maar ondanks herhaalde verzoeken is welke reactie dan ook uitgebleven. Het kerkgenootschap blijkt zelden te reageren op kritische, objectieve vragen vanuit de media. De UKGR blijkt niet publiek geconfronteerd te willen worden met de criminele kanten van het kerkgenootschap. Iedereen kan op zijn of haar eigen manier het geloof belijden, maar geloof in God is niet te koop voor Surinaamse dollars. Geloof zit in de mens en niet in zijn portemonnaie.

Noot:
Onderstaande video verscheen op 29 augustus 2013 op de populaire video website YouTube:


(Bron foto's UKGR aan de Malebatrumstraat in Paramaribo en advertentie in Nederlandse gratis ochtendkrant Spits van 4 juli 2008: eigen foto's Kraaijer)

Zeldzame Surinaamse blauwe pijlgifkikker niet zeldzaam buiten Suriname

Buitenlandse kweek niet om diertjes

te herintroduceren in het wild.......

In Nederland blijken duizenden nakweek blauwe pijlgifkikkers te zijn

01-01-2011 Door: Paul Kraaijer, De Parbode, Januari 2011, Jaargang 6, Nummer 57
De Britse krant Chester First berichtte op 9 november vorig jaar dat het Blue Planet Aquarium in Cheshire Oaks de zeldzame Surinaamse blauwe pijlgifkikker (‘dendrobates azureus’) gaat kweken. Deze kikkersoort staat als ‘vulnerable’ (‘kwetsbaar’) vermeld op de rode lijst van zeldzame en beschermde dieren van de International Union for Conservation of Nature (IUCN). Maar, hoe komen deze kikkers, die alleen leven op de verschillende boomeilanden in het Sipaliwini savannegebied, op de westelijke helling van het Vier Gebroeders Gebergte, in Engeland terecht, maar ook bij particulieren in onder andere Nederland? Worden de kikkertjes buiten Suriname gekweekt met als primair doel ze te herintroduceren in hun oorspronkelijke leefgebied?


Export
Het kweken van de zeldzame blauwe pijlgifkikker buiten Suriname blijkt meer plaats te vinden dan je zou vermoeden op basis van de beschermde status van het diertje. Export uit Suriname kan legaal alleen wanneer de exporteur beschikt over de daarvoor benodigde documenten. Volgens de handelsdatabase van de Convention on International Trade in Endangered Species (CITES) zijn er de afgelopen jaren geen blauwe pijlgifkikkers uit Suriname geëxporteerd. Dat wil niet zeggen dat de kikkers niet via illegale weg het land uit worden gesmokkeld. Het World Conservation Monitoring Centre (WCMC) van het United Nations Environment Programme (UNEP) , onderhoudt voor CITES de database. Mari Bieri, Assistant Programme Officer van het UNEP-WCMC bevestigt dat Suriname aan CITES geen export van de dendrobates azureus de afgelopen jaren heeft gemeld. “De enige gerapporteerde export na 1975 vond plaats in 1997. Toen werden 20 exemplaren geëxporteerd naar Amerika. De export werd zowel door Suriname als door Amerika bij CITES aangemeld.” Van en andere pijlgifkikkersoort, de dendrobates tinctorius – waarvan de blauwe pijlgifkikker een
kleurvariant is -, worden jaarlijks wel honderden legaal geëxporteerd.

België
Dat er legaal geen dendrobates azureus uit Suriname worden geëxporteerd wordt bevestigd door Sven van Amfibia, een speciaalzaak in gifkikkers in het Belgische Kontich. Ook de blauwe pijlgifkikker is verkrijgbaar. Sven: “Al jaren worden geen blauwe pijlgifkikkers uit Suriname geëxporteerd, omdat deze in beschermd gebied zitten en de export verboden is. De nakweek hiere komt van dieren die jaren geleden geëxporteerd zijn. De azureus kweekt in gevangenschap vrij goed.” Hij heeft geen idee hoeveel Surinaamse blauwe pijlgifkikkertjeszich in België bevinden. “Opzich is het een goede zaak dat dit dier goed kweekt en dat de handel enkel draait om gekweekte dieren. In gevangenschap is het eigenlijk geen zeldzame soort. De handel in België in nakweekdieren is legaal. Wel wordt met overdrachtsverklaringen bewezen dat het nakweek is. Ik heb zelf nog nooit wildvang exemplaren gezien.”

Conservation International Suriname reageert als aangeschoten wild
Volgens Sven zijn er geen programma’s om de dendrobates azureus nakweek terug in het wild in Suriname uit te zetten. Sven: “Dit komt door de hoge kosten en natuurlijk ook de nodige papieren om dieren terug te mogen vervoeren naar Suriname. Overgens zijn er zelfs dierentuinen bezig om nakweek te verwezelijken.” Volgens de World Association of Zoos and Aquariums bevinden zich wereldwijd 1.131 blauwe pijlgifkikkers in gevangenschap in dierentuinen en aquaria.

Het National Aquarium in Baltimore (VS) was de eerste ‘dierentuin’ die de dendrobates azureus ging kweken. In 1997 kon het National Aquarium met hulp van Conservation International Suriname 20 van de kikkertjes uit Suriname exporteren met toestemming van ’s Lands Bosbeheer. Dat zijn de 20 exemplaren die in 1997 bij CITES zijn aangemeld. Het National Aquarium is leverancier van de zeldzame blauwe pijlgifkikker aan vele dierentuinen en aquaria.
Van het oorspronkelijke streven om het Surinaamse kikkertje terug te plaatsen in het Sipaliwini savannegebied is nog niets terechtgekomen. De vele blauwe pijlgifkikkertjes in gevangenschap wereldwijd zouden dus wellicht nakomelingen van de in 1997 geëxporteerde diertjes kunnen zijn. Maar, niet vergeten moet worden dat waarschijnlijk ook op illegale wijze dieren Suriname verlaten en ook die kunnen terechtkomen in kweekprogramma’s. Directrice Annette Tjon Sie Fat van CI-Suriname ontkent met kracht dat CI mee heeft gewerkt aan de export. “Baltimore is twee keer naar Suriname gekomen. De tweede trip van Baltimore in 1997 was een verzameltrip. Het toenmalig hoofd van de Afdeling Natuurbeheer, de heer Ferdinand Baal, verstrekte aan Baltimore een vergunning om 51 kikkers te verzamelen. Bij de expeditie naar het Suriname Natuur Reservaat (SNR) werden echter maar 35 geteld. Granman Ashongo Alalaparu van de Trio-indianen gaf toestemming aan Baltimore om wel een aantal exemplaren mee te nemen. CI is meegegaan op beide expedities, omdat wij in het gebied met de Trio werkten en omdat contacten van Baltimore via CI waren gelopen, maar CI heeft absoluut geen bemoeienis gehad met het verstrekken van de vergunning door NB om kikkers mee te nemen.” Tjon Sie Fat wijst ook op de illegale handel in kikkers.
“Ik verwijs bij deze met name naar 'toeristentrips' naar het SNR die blijkbaar zonder toestemming van Natuurbeheer plaatsvinden en waar mensen dus ongecontroleerd het reservaat betreden en in feite kunnen doen en laten wat zij willen.”
Eigenlijk begrijpt ze niet waarom CI-Suriname nu wordt benaderd. Tjon Sie Fat: “Ik ga ervan uit dat CI-Suriname er met de haren bij gesleept wordt, omdat wij in het gebied werken. Of misschien omdat wij al enige jaren gesprekken voeren met Kapitein Ewka van Sipaliwini en de Nationale Zoölogische Collectie over een monitoring en farming project voor blauwe kikkers. Volgens de Zoölogische Collectie was de enige manier om de kikkers betrouwbaar te monitoren het 'knippen' van een van de teentjes van de getelde exemplaren. Aangezien de Trio's daar absoluut niets van wilden weten, heeft dit project enige tijd stil gestaan. Intussen schijnt het fotograferen van de ruggen van de kikkers een betrouwbare methode te zijn en niet lang geleden zijn we weer gestart met gesprekken over hoe het monitoren en het kweekgedeelte op een wetenschappelijk verantwoorde wijze aangepakt kan worden.”De directrice van Conservation International Suriname kan niet geloven dat zich buiten Suriname meer blauwe pijlgifkikkers zouden bevinden als in eigen land. “Wanneer u dat beweert, dan zouden wij het bijzonder op prijs stellen indien u die informatie met de Zoölogische Collectie, of in elk geval met de officiële beheerder van het Suriname Natuur Reservaat (de afdeling Natuurbeheer) zou willen delen, aangezien u blijkbaar meer informatie heeft dan de relevante instituten in Suriname.”...... Haar kennis over de handel van en kweek in het kleine blauwe kikkertje buiten de eigen landsgrenzen blijkt minimaal te zijn.

Tot slot benadrukt Tjon Sie Fat dat CI-Suriname ‘met geen enkele organisatie en dus ook niet met Baltimore een overeenkomst heeft om welke dieren dan ook vanuit Suriname naar het buitenland te exporteren. Dit geldt uiteraard ook voor voor de dendrobates azureus.’

20 Kikkers blijven eigendom Suriname
Volgens Jack Cover van het National Aquarium werden voor 1975 al legaal kikkers geëxporteerd naar dierentuinen, aquaria en hobbyisten in Amerika en Europa. Maar in 1995 ontstonden er geruchten dat door een grote brand in het Sipaliwini savannegebied de dendrobates azureus populatie om het leven zou zijn gekomen. Cover: “Ik begon toen gesprekken met de staf van Conservation International Suriname over het waarheidsgehalte van die berichten. Dat leidde in 1996 tot een expeditie naar het gebied met CI-Suriname, ’s Lands Bosbeheer en de inwoners van Kwamalasamutu. We constateerden dat de geruchten niet juist waren. Een jaar later keerden we terug om 20 kikkers te verzamelen om verse bloedlijnen te gaan kweken en om daardoor inteelt te voorkomen. Deze kikkers leven hier nog steeds bij ons. De dieren kunnen dus tussen de 15 – 20 jaar oud worden. Overigens gelooft men in het algemeen in Suriname dat de blauwe gifkikker alleen in Suriname voorkomt. Maar, dieren herkennen geen grenzen. Het is heel goed mogelijk dat deze kikker ook in Brazilië leeft gelet op het feit dat Sipaliwini grenst aan Brazilië. Dus het is heel goed mogelijk dat de dendrobates azureus meer buiten Suriname te vinden is dan in het Sipaliwini savannegebied. Surinaamse natuurbeschermingsorganisaties doen er goed aan om de blauwe pijlgifkikker te beschermen. Zolang het leefgebied in tact blijft en vrij van ziekten dan zullen er altijd blauwe pijlgifkikkers in Suriname leven.”Hij vervolgt: “Het was overigens Marius Hoogmoed die in 1968 een groep blauwe pijlgifkikkers voor onderzoek exporteerde naar het huidige museum Naturalis in Leiden, na onderzoek in de Sipaliwini regio. Het was ook Hoogmoed die de kikker de naam dendrobates azureus gaf. Ook verstrekte hij enkele levende exemplaren aan de heer Polder, een kweker van kikkers, om met de dieren te gaan kweken om hierdoor meer informatie over de kikkertjes te verkrijgen. Dat werd het begin van een populatie dendrobates azureus in Europa.”

Tot slot laat Cover weten dat hij een overeenkomst heeft met ’s Lands Bosbeheer dat de 20 exemplaren die in 1997 naar zijn National Aquarium werden geëxporteerd het land niet mogen verlaten. “De kikkers blijven eigendom van Suriname. We gaan ook geen dieren herplaatsen in het Sipaliwini gebied, omdat de dieren daar nog in grote getalen voorkomen.”

Volgens de heer dr. Paul Ouboter, bioloog en wetenschapper verbonden aan de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo, wordt het terugplaatsen van in gevangenschap gekweekte dieren slechts in extreme gevallen toegepast. “Dat gebeurt alleen wanneer een soort in het wild al (vrijwel) is uitgestorven. In het geval van de blauwe gifkikker zou ik het ten zeerste afraden. omdat er een aantal gevaren aan kleven. Ten eerste zouden er parasieten en ziekten in de wilde populatie geintroduceerd kunnen worden, die daar oorspronkelijk niet voorkwamen en ten tweede is het mogelijk dat de gekweekte populatie inmiddels een andere genetische samenstelling heeft dan de wilde populatie, wat tot zogenaamde genetische vervuiling kan leiden.”

Gebrek aan kennis bij WWF Guianas
Zijn visie wordt gedeeld door de voorzitter van de Nederlandse Gifkikkerverening, (Dendrobatidae Nederland), Han Peper. Peper: “Herintroductie is op dit moment onwenselijk en is een gevaar voor de huidige gezonde populatie. Het gevaar zit veel meer in ontbossing of het plat branden van het leefgebied.” Verder is hij het niet eens met een opmerking van Armand Moredjo van het WWF Guianas tegenover De Ware Tijd op 12 november 2010 dat je als kweker en handelaar in Suriname moet zijn geweest om de ‘klimatologische condities’ na te kunnen bootsen in het verblijf van de kikkers. “Dit is ook echt niet nodig. We hebben in Europa heel veel ervaring met het houden en kweken van azureusen en daarvoor hoef je niet in Suriname te zijn geweest. Overigens zijn verschillende leden van ons wel in het azureus gebied geweest en hebben daar ook artikelen over geschreven in ons verenigingsblad.”, aldus Peper. Peper stoort zich duidelijk aan het gebrek aan kennis bij het WWF Guianas. Zo weerspreekt hij ook de opmerking van Moredjo dat’onderzoek met zeldzame, exotische soorten als deze altijd in overeenstemming zou moeten geschieden met de Surinaamse overheid’ en dat hij dit niet ‘toejuicht’. Peper: “Het gaat niet om onderzoek. De dieren worden er gekweekt net zoals iedereen dat kan. Er zijn nog veel meer dierentuinen die er er mee kweken, en nog wel 100 keer zoveel hobbyisten.”
Tot slot is hij het ook niet eens met de constatering van journalist Ivo Evers van De Ware Tijd in het artikel van 12 november dat ‘het probleem met kweken is dat na verloop van tijd nieuwe aanwas uit het wild nodig is, om inteelt te voorkomen’. Han Peper: “Er zijn voldoende bloedlijnen bekend in gevangenschap waarmee uitwisseling van bloed kan plaatsvinden. Als vereniging stimuleren wij het nakweken van gifkikkers op verantwoorde wijze om hiermee wildvang overbodig te maken.”

Paar euro’s
Blauwe pijlgifkikkers uit Baltimore zijn ook terechtgekomen in de Nederlandse handel. Het bedrijf Peruvian Frogimport in Zevenaar biedt op haar website ‘geïmporteerde (nakweek!)-exemplaren uit de VS’ te koop aan voor 90 euro per stuk. ‘Drie van lijnen zijn afkomstig van Baltimore.’ Het bedrijf benadrukt op haar website dat alle dieren nakweek zijn. ‘Gifkikkers zijn prima te kweken, juiste selectie, gevarieerde voeding en een goede leefomgeving zijn de steekwoorden voor gezonde kikkers, generatie op generatie. Het is een kwalijke zaak dat nog steeds importen wildvangdieren, zowel legaal als illegaal, ´nodig´ worden geacht en zelfs wenselijk worden bevonden om ´zuivere bloedlijnen´ te introduceren. Het is in meerdere opzichten gewoon een hobbyistisch dieptepunt, zeker wanneer het doel van het aanbod primair willekeurige massaverkoop is.’

Vele duizenden
Dat er kennelijk toch nog steeds blauwe pijlgifkikkers uit Suriname verdwijnen blijkt ook uit de voorzichtige woorden van de Nederlandse deskundige Bart Laurens op zijn website: ‘Er wordt inmiddels dusdanig veel nakweek verkregen uit de vele gevangenschapspopulaties dat deze soort voor de liefhebberij op termijn wel lijkt veilig gesteld. De importen zouden dus kunnen worden beperkt tot het zo nu en dan inbrengen van wat vers bloed.’ In een persoonlijke reactie zegt hij overtuigd te zijn dat er in Nederland, Duitsland en België duizenden van deze kikkers moeten zijn en dat er ongetwijfeld met enige regelmaat zogenoemde verse aanvoer in deze landen wordt binnen gebracht. “De dendrobates azureus wordt in liefhebberskringen echt in grote aantallen nagekweekt en er circuleren in Nederland alleen al duizenden nakweekdieren. Een betrouwbare registratie is er niet, dus ook geen betrouwbare stamboeken, wat bij dergelijke aantallen niet verwonderlijk is. Het lijkt niet waarschijnlijk dat er regelmatig grote aantallen illegaal in Nederland worden geïmporteerd, maar dat is meer een gevoel dan een zekerheid.”

Zijn mening wordt gedeeld door deskundige Henk Zwartepoorte van dierentuin Diergaarde Blijdorp in Rotterdam. In een telefonische reactie laat woordvoerder Roel Vincken van de Algemene Inspectie Dienst van de Voedsel en Waren Autoriteit in Nederland weten dat nergens de afgelopen jaren in Nederland bij grenscontroles blauwe pijlgifkikkers in beslag zijn genomen. “Wel zijn ergens in Nederland in september 2008 twee van deze kikkertjes bij een particulier inbeslaggenomen. Deze man had de dieren waarschijnlijk illegaal in huis zonder te beschikken over de juiste documenten.”

Internethandel
Op het internet blijkt een levendige handel te zijn in onze Surinaamse blauwe pijlgifkikker. Een rondgang levert snel opvallend veel voorbeelden op van advertenties waarin de diertjes te koop worden aangeboden. Zo biedt handelaar Terra Varia in het Nederlandse IJsselmuiden via de verkoopwebsite Marktplaats.nl begin september 2010 twee kikkertjes aan voor 90 euro per stuk: ‘Een erg tot de verbeelding sprekende kikker. Ze zijn niet schuw te noemen en laten zich in een nieuwe bak al snel zien. Ze waren eerder volop te krijgen, maar de laatste tijd bleek het moeilijk. Als je er naar op zoek bent, aarzel dan niet te lang...’ In een reactie laat een medewerker van Terra Varia weten dat zijn blauwe pijlgifkikkers afkomstig zijn uit Nederlandse nakweek. Bij verkoop van een kikker moet er volgens hem wel een zogenoemde CITES-bijlage II overdrachtsverklaring opgesteld worden. Hierop staan aldus de medewerker de verkoper en de koper met hun gegevens. “Dat is de enige verplichting die er is bij deze klasse dieren. Er zijn geruchten dat een aantal kikkersoorten, waaronder sommige dendrobatessoorten, naar de CITES-bijlage I gaan. Dat betekent voor de kwekers een extra langdurige administratieve handeling. Er dient dan een certificaat op naam te worden bijgeleverd, met merktekens. Door deze extra belasting is het voor sommige kwekers minder interessant om iets in deze dieren te doen. Daardoor zal er minder aanbod zijn.” De Bijlage I omvat soorten, die onder andere door internationale handel met uitsterven bedreigd zijn. In deze soorten mag geen handel worden gedreven wanneer er sprake is van uit het wild afkomstige dieren. Dieren in Bijlage II kunnen door internationale handel bedreigd gaan worden en de handel in die dieren wordt gereguleerd.

Duidelijk is dat zelfs ‘deskundige’ kwekers niet allemaal goed op de hoogte zijn van regelgeving inzake de handel in de kikkertjes. Volgens de een is export verboden en volgens de ander kan en gebeurt dat wel. De kwekers zien in het Surinaamse kikkertje geld. Handel is hun belangrijkste motivatie.
Een Duitse handelaar biedt op 14 november 2010 op de Duitse verkoopwebsite http://www.markt.de/ voor 30 euro een dendrobates azureus aan, omdat hij zijn ‘hobby’ beëindigt.
Op de Belgische internetsite 2ehands.be biedt een inwoner van Duffel (Antwerpen) op 24 oktober 2010 twee dieren aan met hun verblijf, een paludarium, voor 250 euro. Op 14 november was de advertentie al 450 keer bekeken. Het zijn slechts een paar voorbeelden! Er blijkt bijzonder veel interesse te zijn voor de kleine Surinaamse kikker.
Een Amerikaan in Tulsa, Oklahama, biedt op 5 november 2010 een grote hoeveelheid kikkers aan op de website http://www.herpcenter.com/ voor 40 dollar per stuk. Mensen die meedere exemplaren willen bestellen krijgen korting. Het Amerikaanse Black Jungle Terrarium Supply in Turners Falls, Massachusetts, heeft de dendrobates azureus op voorraad leverbaar. Via de website kunnen de diertjes besteld en betaald worden voor 49 dollar.
In zekere zin is het opmerkelijk dat ook in Engeland op het internet gehandeld wordt in de blauwe pijlgifkikker. De kweek van de kikkertjes in het Blue Aquarium in Cheshire Oaks is dus niet zo bijzonder als het in de media werd gebracht. Een inwoner van Londen biedt op 26 maart vorig jaar een vrouwtje te koop aan of voor ruil tegen een mannetje. De man beweert op de website reptileforums.co.uk dat hij teveel vrouwtjes heeft. Ook op andere Britse gespecialiseerde websites blijken de kikkers te koop te worden aangeboden.

Trieste conclusie
De zeldzame Surinaamse blauwe pijlgifkikker in het Sipaliwini savannegebied blijkt buiten Suriname helemaal niet zeldzaam te zijn. Met een muisklik kunt u de eigenaar worden van een zeldzaam Surinaams blauw pijlgifkikkertje...


Geraadpleegde bronnen voor het artikel o.a.:
http://www.cites.com/
http://www.unep-wcmc.org/
http://amphibiaweb.org/declines/zoo/index.html#azureus
http://www.aqua.org/
http://www.blueplanetaquarium.com/
www.waza.org/en/zoo/choose-a-species/amphibians/frogs-and-toads/dendrobates-azureus
http://www.gifkikkerportaal.nl/
http://dieren.marktplaats.nl/reptielen-en-amfibieen/375148532-koppel-1-1-0-azuurblauwe-pijlgifkikker-dendrobates-azureus.html
http://dieren.tweedehands.net/reptielen-hagedissen-slangen/dendrobates-azureus-nakweek.html
www.2dehands.be/dieren-toebehoren/dieren/kikkers/gifkikker-stopzetting-hobby-80616878.html?qq=dendrobates+azureus&pcpl=Postcode&list_cat=kikker&pc_id=&afd=dieren-toebehoren%2Fdieren%2Fkikkers
www.markt.de/Amphibien/dendrobates+azureus+blauer+pfeilgiftfrosch/recordId,4cd89737/expose.htm
www.amfibia.be/default.asp?iID=IMGLI&item
www.peruvian-frogimport.com/Verkoop/Verkoopkikkers/Dendrobates/tabid/175/language/de-DE/Default.aspx
www.herpcenter.com/poison-dart-frogs/31635-dendrobates-azureus-sale.html
www.reptileclassifieds.co.uk/3-dendrobates-azureus-blue-poison-dart-frogs-west-midlands-for-sale-worcestershire__19563.asp
www.blackjungleterrariumsupply.com/search.asp?keyword=dendrobates+azureus&search=GO
http://www.faunaclassifieds.com/
http://www.bart-laurens.nl/

Extra:
http://www.sciencecentric.com/news/10111833-national-zoo-partners-first-breed-critically-endangered-tree-frog.html http://www.brusselnieuws.be/artikel/beesten-op-bestelling

(Bron foto's blauwe pijlgifkikker: Bart Laurens, http://www.bart-laurens.nl/ / Bron foto kantoor Conservation International Suriname in Paramaribo: eigen foto Kraaijer)

(Dit is de complete, originele versie van het in het januarinummer 2011 van de Parbode (http://www.parbode.com/) verschenen artikel!)

woensdag 1 december 2010

Op Oudejaarsdag is centrum Paramaribo weer rood en mistig door pagara-estafette

Winkelcentrum opnieuw in rode mist gehuld

Pagara-estafette toch weer


in centrum

01-12-2010 Written by Paul Kraaijer, De Parbode, December 2010, Jaargang 5, Nummer 56


Het centrum van Paramaribo kan zich ook dit jaar opmaken voor de wereldberoemde pagara-estafette op oudejaarsdag. Het zag er even naar uit dat het vuurwerkspektakel verbannen zou worden naar de Waterkant. Maar de lange ‘matten’ en ‘tapijten’ van knalvuurwerk kunnen gewoon weer in de winkelstraten van het centrum gelegd worden.


Verplaatsen
Vorig jaar juni verschenen plotseling in de media berichten dat de Vuurwerk Commissie het traditionele oudejaarsvuurwerk uit veiligheidsoverwegingen wilde verplaatsen naar de Waterkant. Vanuit ondernemingen zoals Blokker en Krasnapolsky, die middenin het vuurwerkgeweld gevestigd zijn, kwam meteen kritiek op dat voornemen. Volgens de ondernemers zouden er voldoende veiligheidsmaatregelen getroffen worden. En zij hebben een punt. Want zelden zijn tijdens de pagara-estafettes slachtoffers gevallen door het vuurwerk. Maar het in brand vliegen van een reclamedoek aan een pand naast Blokker leidde wel tot de nodige discussies. Het doek werd geraakt door een stuk vuurwerk. Gelukkig kon dat brandje snel worden geblust. Toch stond het gebeurde aan de basis voor de plannen om de estafette naar de Waterkant te verplaatsen.

Santokhi (toenmalig minister van Justitie en Politie) maakte zich vooral zorgen over de vele monumentale gebouwen in het centrum en het beschikbare bluswater aan de Waterkant zou volgens hem een verhoogde veiligheid bieden. Naar aanleiding hiervan volgde een onderzoek door de Vuurwerk Commissie naar de veiligheidsaspecten in de binnenstad. Santokhi: “Het advies van de Vuurwerk Commissie om de pagara-estafette desondanks in het centrum te laten, werd overgenomen door de vorige regering.”

Maar gaat dat advies ook worden opgevolgd door de nieuwe regering? Namens Krasnapolsky laat Chief Operations Officer Rick Tjon A Joe, weten dat hij nog geen schrijven heeft ontvangen van het ministerie van Justitie en Politie over de pagara-estafette van dit jaar. Een woordvoerder van Blokker wil niet reageren en verwijst naar de Vuurwerk Commissie. Ook de woordvoerder van het Korps Brandweer Suriname, Glenn Cooman, wil niet reageren en verwijst op verzoek van korpschef Cecil Waal naar dezelfde Commissie. Kennelijk ligt de regie van de pagara-estafette stevig in handen van dit comité en voelen anderen zich niet vrij om inhoudelijk te reageren. Ook vragen over eventuele calamiteiten in de afgelopen jaren worden niet door de brandweer beantwoord.
Marijke Romey van de Vuurwerk Commissie kan enige duidelijkheid verschaffen: “De veiligheidsmaatregelen zullen niet veel verschillen met voorgaande jaren. Wij hebben het evenement geëvalueerd met vele betrokkenen, zoals de politie, brandweer, winkeliers en het publiek. Dit jaar zal de brandweer al aanwezig zijn vóórdat het vuurwerk wordt afgestoken. Ook zal er een EHBO-post komen en moeten winkeliers blusmateriaal hebben.”


Milieuaspecten
Niet alleen de veiligheid kwam aan de orde tijdens de evaluatie, ook milieuaspecten werden in overweging genomen. In ieder geval is, aldus Romey, gesproken over de rookontwikkeling na het afsteken van knalvuurwerk. “Er worden voortaan rustmomenten ingebouwd. Wanneer een hoeveelheid vuurwerk heeft geknald zal een pauze worden ingelast waarin de kruitdampen kunnen optrekken en verwaaien. Vervolgens kan een volgende serie vuurwerk tot ontploffing worden gebracht.”

Of deze maatregel afdoende is zou het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname, NIMOS, kunnen bepalen. Maar die zijn niet benaderd meent Radjni Ramsukul van het Surinaamse milieu-instituut. “Wij zijn niet betrokken geweest bij het onderzoek van de Vuurwerk Commissie en weten dan ook niet welke aspecten er in zijn meegenomen.”

Maar in hoeverre zijn kruitdampen schadelijk voor het milieu? Ramsukul: “Bij het afsteken van vuurwerk komen broeikasgassen vrij, waaronder methaan en stikstofdioxide, CO2. En na het afsteken houdt men afval over. Het gaat voornamelijk om papier en karton, maar ook onverbrande resten van metaalverbindingen. Deze kunnen uitspoelen naar de bodem en in het water terechtkomen, als het afval niet op tijd wordt opgeruimd.” En vindt het Nimos dat de estafette verplaatst of aangepast moet worden? “Wij kunnen niet aangeven voor- of tegenstander te zijn van het verplaatsen van de pagara-estafette. Er moet eerst een grondige evaluatie of locatieanalyse uitgevoerd worden en ook de milieuaspecten moeten in acht genomen worden. Ook de brandveiligheid en gezondheidsaspecten moeten geëvalueerd worden.”, aldus het NIMOS.

Gezondheidsrisico’s
De pagara-estafette, die zijn oorsprong vindt in een Chinese traditie, is inmiddels uitgegroeid tot een wereldwijd bekende toeristische attractie. Zelfs televisiezender CNN besteedde op 29 december 2009 aandacht aan het vuurwerk in Paramaribo. Het festijn werd geplaatst in het rijtje ‘fantastische jaarwisseling bestemmingen’ met Rio de Janeiro, Caye Caulker in Belize, Barcelona (Spanje), Hanoi (Vietnam) en het Schotse Edinburgh. Suriname mag daar best beretrots op zijn. Duizenden mensen gaan op in het feestgedruis in straten als de Domineestraat en de Jodenbreestraat. Wie kent niet de beelden van bezoekers van het spektakel met handen voor de mond en voor de oren? Toch genieten ze kennelijk van de luide knallen en de daarna verstikkende rode mist. De stinkende kruitdampen kunnen niet bevorderlijk zijn voor de gezondheid, maar rond de veiligheid van de pagara-estafette wordt opmerkelijk genoeg nooit gesproken over risico’s voor de omstanders.
Het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG) van het ministerie van Volksgezondheid laat weten nooit enige vorm van onderzoek verricht te hebben. Edwin Olijfveld, coördinator van de afdeling Milieu-inspectie: "We denken op oudejaarsdag niet aan die schadelijke effecten, maar zij zullen zeker van invloed zijn op het gehoor en de gezondheid van de omstanders. Het is een prima idee om hier eens aandacht aan te besteden. Wellicht is het goed om het één en ander eens in de nabije toekomst in clusterverband, met alle betrokkenen, te gaan bespreken." Ramsukul weet wel iets meer over de gezondheidsrisico’s: “Vuurwerk veroorzaakt fijn stof in de lucht dat vaak zware metalen bevat en diep de longen kan indringen. De gezondheidseffecten zijn afhankelijk van de concentraties en de blootstellingduur.” Natuurlijk veroorzaakt het knalvuurwerk ook geluidsoverlast.

Sonja Carilho van het Environmental Sciences Department van de Anton de Kom Universiteit weet na de komende jaarwisseling meer over de geluidsoverlast. Ze gaat dit jaar metingen verrichten om te kijken hoeveel overlast er is. Carilho: “Ik heb helaas geen apparatuur om kruitdampen te meten, maar misschien dat we iets bedenken.” Ze vindt het vuurwerk wel spectaculair, “maar ik heb het gevoel dat het ongezond is”.

In ieder geval kunnen liefhebbers van extreem luid knalvuurwerk rond de jaarwisseling weer terecht in het centrum. De pagara traditie wordt voortgezet en Paramaribo zal zich weer even wanen in een dikke, ongezonde mist van optrekkende kruitdampen boven de rood gekleurde straten.

(Bron foto's: archief Kraaijer)


Noot Kraaijer: De Ware Tijd berichtte pas op 24 december 2010 dat de pagara estafette ook dit jaar gewoon weer in het centrum van Paramaribo wordt gehouden: http://www.dwtonline.com/website/nieuws.asp?menuid=37&id=85015.

Suriname mist weer een kans - Nauwelijks aandacht voor VN Jaar van de Biodiversiteit 2010

VN Jaar van de Biodiversiteit 2010

aan Suriname voorbij gegaan 

Gemiste kans

01-12-2010 Door: Paul Kraaijer,  De Parbode, December 2010, Jaargang 5, Nummer 56


Het jaar 2010 nadert zijn einde. Ook eindigt eind december het internationale VN Jaar van de Biodiversiteit. Maar waren vele Surinamers wel op de hoogte van dit speciale jaar en in hoeverre hebben Surinaamse natuurbeschermingsorganisaties hieraan bekendheid gegeven? De respectievelijke antwoorden zijn niet bemoedigend voor een land waar de natuur in al zijn grillige en kleurrijke vormen zo nadrukkelijk en overweldigend aanwezig is en beschermd dient te worden: neen en nauwelijks. Voor Suriname lijkt dit VN jaar meer symbolisch en ver weg te zijn dan dat het werkelijk enige relevante waarde heeft (gehad) om in 2010 extra aandacht te vragen en te krijgen voor de unieke Surinaamse biodiversiteit.


Suriname ondertekende al begin juni 1992 de VN Biodiversiteits Conventie (Convention on Biological Diversity) en werd in december 1996 formeel een van de 193 deelnemende ‘partijen’. Het is het Ministerie van Arbeid, Technologie en Milieu dat Suriname officieel in de conventie vertegenwoordigd. De vertegenwoordiging bestaat uit maar liefst vier vrouwelijke ambtenaren milieubeleid, meldt de intenetsite van de Conventie. Met enthousiasme werd het speciale VN jaar pas op 26 april met een boodschap op de tv geopend door toenmalig ATM-minister Joyce Amarello-Williams.

Biodiversiteit is een zeer breed begrip. Feitelijk valt alles wat zich in de natuur afspeelt onder biodiversiteit. De VN omschrijft het dan ook alsvolgt: ‘Biodiversiteit is de term gegeven aan een diversiteit van leven op aarde en aan de natuurlijke patronen die gevormd worden. De biodiversiteit die wij vandaag de dag zien is de vrucht van miljoenen jaren van evolutie, gevormd door natuurlijke processen en meer en meer door menselijke invloeden. Het vormt het web van leven waar wij integraal deel van uitmaken en waar we zo afhankelijk van zijn.’

De diversiteit wordt gevormd door een grote variëteit aan planten, dieren en micro-organismen. In Suriname zijn ruim 700 vogelsoorten, 192 zoogdieren, 175 verschillende reptielen en 318 soorten vis en ongeveer 5100 diverse plantensoorten.

Flora en fauna bedreigd
Menselijke activiteiten bedreigen de biodiversiteit. Vele diersoorten sterven uit of zijn al uitgestorven. De zucht naar geld, verkregen uit de opbrengsten van goud- en bauxietwinning, bedreigt de flora en fauna van Suriname. In oktober van dit jaar presenteerde het Wereld Natuurfonds Guianas cijfers over houtkap ten gunste van goudmijnen. Binnen de Guianas is Suriname een triest dieptepunt. In 2008 blijkt maar liefst 27 258.8 hectare regenwoud opgeofferd te zijn voor klompjes goud, terwijl in 2000 ‘slechts’ 8295.9 hectare bos werd neergehaald.
Daarnaast wordt de Atlantische kust van Suriname bedreigd door een langzame, lichte stijging van de zeespiegel en door erosie: een levensbedreigende situatie. De biodiversiteit is in gevaar in de kuststrook en vereist menselijk ingrijpen om toekomstige natuurrampen te voorkomen.

VN Jaar van de Biodiversiteit verdiende meer aandacht
Kortom, het VN Jaar van de Biodiversiteit had zeker dit jaar veel aandacht verdiend. Toch lijkt dit speciale jaar grotendeels langs Suriname te zijn gewaaid en dat staat haaks op de vele natuurlijke problemen waar het land mee kampt.

Diverse natuurbeschermingsorganisaties reageren niet op vragen over wat zij zoal in 2010 hebben gedaan om specifiek aandacht te vragen voor het VN Jaar van de Biodiversiteit. Mogelijk valt er ook niets te reageren, omdat er wellicht weinig tot niets is gedaan om het VN jaar en dus biodiversiteit onder de aandacht te brengen.

Rudi van Kanten, Programme Director van Tropenbos International Suriname, is een van de weinigen die reageert. “Tropenbos International Suriname participeert in de Biodiversiteitsworkshops van het ministerie van ATM en biodiversiteitspresentaties van andere organisaties.” Het is een korte reactie, maar een reactie. Onduidelijk is of de genoemde presentaties van niet nader genoemde andere organisaties werden gehouden speciaal in het kader van het VN jaar. Van Kanten laat ook nog weten dat de novembereditie van het kwartaalblad Bos en Natuur (een uitgave van Tropenbos Internationaal Suriname, het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname, WWF Guianas en Environmental Services & Support) een special is met als thema biodiversiteit.

De Nederlandse ambassade heeft in samenwerking met Tropenbos Internationaal Suriname vier videospotjes geproduceerd waarin diverse aspecten van de biodiversiteit aan de orde komen.
‘In het kader van het vergroten van de publieke bewustwording over de waarde van onze biodiversiteit.’, zo laat de ambassade op haar website weten. Maar ook hier wordt met geen woord gerept over het VN Jaar van de Biodiversiteit.

NIMOS
Het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname, het NIMOS, reageert wel. Yolanda Babb-Echteld, Field Officer, laat namens het NIMOS weten dat geen speciale activiteiten zijn georganiseerd. Niet echt een verrassende reactie. “Maar wij hebben reguliere milieu tori’s, waarbij wij alle milieudagen belichten. Wij hebben geparticipeerd in de activiteiten van het ministerie van Arbeid, Technologie en Milieu in samenwerking met de Districtscommissaris van Paramaribo in het project Paramaribo City of Smiles.” Op de vraag waarom het NIMOS niet iets specifieks heeft georganiseerd in het kader van het internationale VN Jaar van de Biodiversiteit stelt het NIMOS dat zij niet “de focal point voor de UNCBD, de UN Convention on Biological Diversity, in Suriname is, maar het ministerie van ATM”.
Yolanda Babb-Echteld: “Het NIMOS participeert in alle activiteiten van het ministerie. Het NIMOS geeft meer technische invulling aan de implementatie van het Verdrag.” Jammer dat een belangrijk milieu instituut als het NIMOS niet zelf initiatieven neemt om biodiversiteit op de kaart van de publieke aandacht te zetten.

Aanmodderen
Met een nogal afwachtende houding blijft het in Suriname aanmodderen als het gaat om een goed, effectief, georganiseerd en succesvol duurzaam natuurbeheer en dus, met andere woorden, bescherming van het milieu, de flora en fauna in het land, de biodiversiteit. Een land waar nog steeds ongebreidelde voor de natuur desastreuze kleinschalige goudwinning kan plaatsvinden, waar jagers ongestoord en ongestraft (beschermd) wild kunnen afknallen of vangen voor de handel, waar nauwelijks wordt opgetreden tegen het asociale afvaldumpgedrag van velen, waar grote internationale goud- en bauxiet-/aluminium multionationals kaalslag plegen in het regenwoud en het milieu, de flora en fauna van ondergeschikt belang zijn.

Het is gewoon een feit, een gegeven: harde Amerikaanse dollars zijn voor de Surinaamse overheid belangrijker dan goede zorg voor het milieu, de natuur. De nieuwe regering toont echter een iets vriendelijker gezicht voor het milieu. Er zijn goede intenties, maar laat het de komende jaren niet bij woorden en papier blijven. Laat het milieu in al haar aspecten een belangrijk issue worden....

Plannen op papier
Het Ministerie van ATM besteedt op haar internetsite uitgebreid aandacht aan biodiversiteit. Binnen de Conventie inzake biodiversiteit zijn bioveiligheid en de formulering van een nationale Biodiversiteit Strategie het belangrijkst. Het ministerie heeft al in 2006 het Nationale Biodiversiteits Strategie Plan gepubliceerd, verplicht gesteld door de VN. Dit 41 pagina’s tellend document heeft een voorwoord van toenmalig minister drs. Clifford P. Marica. Marica spreekt onder andere de hoop uit ‘dat elke burger van Suriname zichzelf moge terug vinden in de visie van deze Strategie en het tot hun eigen missie moge maken, teneinde Suriname’s biodiversiteit te waarderen, te koesteren en duurzaam te gebruiken.’ Maar, hoeveel burgers hebben inzage hebben gehad in het plan?

In september 2009 werd door ATM een derde, 154 pagina’s tellend, landelijk rapport voor de VN Convention on Biological Diversity gepubliceerd. Dit rapport is samengesteld door het consultancy bureau Environmental Services & Support in Paramaribo. Het ‘rapport’ wordt echter gevormd door zo’n 138 pagina’s VN vragenlijsten met in totaal meer dan 200 vragen. Op zeer vele vragen is met een ‘no’ geantwoord. Zo ook op de vraag of Suriname maatregelen heeft genomen om de rol van biodiversiteit in het regenwoud en het functioneren van het ecosysteem beter te kunnen begrijpen, vanwege het ontbreken van voldoende deskundigheid. ‘No’ is ook het antwoord op de vraag of er mechanismen door de overheid zijn opgezet om direct te reageren wanneer activiteiten of gebeurtenissen de biodiversiteit bedreigen. Op de vraag welke maatregelen worden getroffen om bedreigingen van de biodiversiteit in de bossen te reduceren is geantwoord dat onderzoek is verricht naar kwikvergiftiging in vissen en lokale bewoners en dat er bewustwordingscampagnes zijn over de risico’s van het gebruik in de goudwinning. Het ‘rapport’ schetst een bedroevend beeld.

ATM werkt verder aan een zogenoemd ‘bioveiligheidsraamwerk’ om voorbereid te zijn op ‘hoogstaande biotechnologische technologieën afkomstig uit ontwikkelde landen’.

Opmerkelijk is dat het ministerie via haar website laat weten dat er een ‘sterke wil’ aanwezig is om te komen tot ‘strategie waarbij er een visie geformuleerd wordt zodat het duidelijk is welk beleid gevoerd zal worden met betrekking tot onze biodiversiteit’.

Geen specifiek beleid
Geconstateerd kan worden dat er dus nog geen specifiek beleid ontwikkeld is om de Surinaamse biodiversiteit te beschermen, ondanks de uitgebrachte rapporten. Slechts is sprake van het formuleren van een ‘nationaal biodiversiteit actieplan’.

Ondanks herhaalde verzoeken was het ministerie van ATM niet ‘bereikbaar’ voor commentaar. Kennelijk is het VN Jaar van de Biodiversiteit ook voor het ministerie slechts een papieren jaar en is niemand in staat hierover enkele vragen te beantwoorden. Dat is op zijn zachtst gezegd betreurenswaardig.
Is de vertegenwoordiging van het ministerie van ATM in de VN Convention on Biological Diversity slechts een formele vertegenwoordiging, blijft de aandacht voor biodiversiteit in eigen land slechts beperkt tot het bedenken van plannen aan een bureau in de burelen van het ministerie en een op één hand te tellen concrete activiteit in 2010 en was het woord biodiversiteit dit jaar slechts een aanleiding om in internationale contacten, conferenties en congressen te bedelen om als Suriname door het geïndustrialiseerde Westen gecompenseerd te worden voor haar vermeende duurzame bosbeheer?

Niet afwachten in 2011
Biodiversiteit in Suriname in 2011 vraagt om concrete actie, geen woorden en papier meer. Geen rapporten die in een bureaulade verdwijnen. Het milieu, de flora en fauna kunnen niet meer alleen overleven. Menselijke actie en activiteit zijn noodzaak om de schitterende biodiversiteit van Suriname voor de toekomst te behouden. 2011 Moet niet weer een jaar worden van afwachten, passiviteit, bedelen.

Met een dergelijke houding gaat de kaalslag in het Surinaamse regenwoud door (denk aan de plannen van goudmijngigant Newmont uit Amerika om een grote goudmijn te exploiteren in het Nassaugebied, Oost-Suriname), blijven binnenlandbewoners ziek, worden zieker, door het gebruik van met kwik (gebruikt in de kleinschalige goudwinning) verontreinigd water uit kreken en rivieren en blijven trenzen van percelen overlopen omdat bewoners zelf hun afval er in gooien.

Biodiversiteit, het klinkt zo mooi, maar laat het meer worden dan slechts een klank. Laat de Surinaamse biodiversiteit leven in al haar vormen en schoonheid en bescherm die biodiversiteit met daden en niet met rapporten.


(Bron foto: http://www.vub.ac.be/APNA/staff/FDG/courses/TCB/TCB.html / Bron cartoon: De Parbode)


Geraadpleegde bronnen o.a.:
http://atm.gov.sr/depmilieu/NatRep.pdf
http://atm.gov.sr/depmilieu/index.php?option=com_content&view=frontpage&Itemid=1 http://www.cbd.int/ http://www.cbd.int/countries/?country=sr http://www.nederlandseambassade.sr/Nieuws/Biodiversiteit http://www.stabroeknews.com/2010/news/stories/10/13/mining-deforestation-nearly-tripled-between-2000-08-%E2%80%93wwf/

(Dit artikel is in een ingekorte versie verschenen in het decembernummer 2010 van de Parbode, Jaargang 5, Nummer 56,
http://www.parbode.com/)