Posts tonen met het label BOG. Alle posts tonen
Posts tonen met het label BOG. Alle posts tonen

dinsdag 23 september 2014

De trage reactie van Surinaamse regering op aanpak chikungunya-epidemie - Overheid schuift verantwoordelijkheid in schoenen burgers

Eerste signalen virus in regio al in januari

Toenemend aantal gevallen doet kritieken op overheid aanzwellen: nauwelijks voorlichting over chikungunya

Een overzicht van 'acties' en nieuws rond snel uitbreidend virus

23-09-2014 Door: Paul Kraaijer/Obsession Magazine


Paramaribo - De zelf door het chikungunyavirus getroffen NDP-Assembleelid Amzad Abdoel is zeer verontwaardigd over hoe het beleid van het ministerie van Volksgezondheid en het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG), dat onder dat ministerie valt, gefaald heeft rond de aanpak van het virus. Burgers zouden volgens hem nauwelijks goede hulp, begeleiding en voorlichting krijgen. Hij uitte zondag 21 september ook zijn twijfels over het door het BOG naar buiten gebrachte aantal mensen dat door chikungunya is getroffen. ‘Het ziet er niet goed uit. Als wij Ebola hier krijgen, zijn wij allemaal dood met uitzondering van hen die een ticket kunnen betalen en vluchten, aldus Abdoel…

Overheid faalt
Abdoel heeft gelijk. Adboel heeft een punt. Het schort aan alles als het gaat om het regeringsbeleid om chikungunya aan te pakken en om het op een adequate manier voorlichten van de burgers. Al in januari van dit jaar werden diverse chikungunyagevallen in het Caribisch gebied gerapporteerd. Toen had de regering al maatregelen kunnen treffen en een voorlichtingstraject kunnen uitstippelen. Het virus heeft zich de afgelopen maanden stilletjes uitgebreid: de eerste zieke werd officieel begin juni door het BOG geregistreerd (een Surinamer die terugkeerde van Sint Maarten), op 25 juni waren 17 zieken geregistreerd, op 11 juli 28, op 30 juli 39 en op 4 september was het aantal geregistreerde door het virus getroffen zieken al gestegen naar 121.

Chikungunya is een virale infectieziekte die wordt overgedragen door dezelfde Aedes aegypti-muskiet die ook dengue overbrengt. De ziekte veroorzaakt koorts en ernstige gewrichtspijnen. Andere symptomen zijn spierpijn, hoofdpijn, misselijkheid, zwakte en huiduitslag. De ziekte lijkt op dengue en kan daarmee worden verward. De enige behandeling is het verlichten van de symptomen door onder andere rust, paracetamol en voldoende drinken, aangezien er geen effectief medicijn of vaccin beschikbaar is. De gewrichtspijnen verdwijnen meestal binnen enkele dagen of weken, maar soms kunnen ze enkele maanden tot zelfs jaren aanhouden.

Wat is er sinds januari van dit jaar door de regering (lees: ministerie van Volksgezondheid en het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg) zoal gedaan om het zich snel overal verspreidende chikungunyavirus aan te pakken en om de bevolking voor te lichten? Een overzicht laat een zeer afwachtende en onverantwoordelijke houding van de regering zien. Soms lijkt er sprake te zijn van paniekerig ad hoc-beleid. Naarmate de maanden verstrijken zijn er steeds meer kritische geluiden te horen, uit zowel de bevolking, als uit het bedrijfsleven, maar ook uit de gezondheidszorg en de politiek. De minister van Volksgezondheid, Michel Blokland, vertrok gewoon zaterdag 20 september voor een tweeweekse vakantie naar New York in de VS, terwijl vandaag, dinsdag 24 september 2014, de commissie Volksgezondheid in De Nationale Assemblee bijeenkwam om over chikungunya te spreken. De vicepresident, Robert Ameerali, zou volgens de Ware Tijd, de bewindsman hebben opgeroepen, in een mailtje, om onmiddellijk naar Suriname terug te keren. Er is duidelijk geen sprake van beleid en ook lijkt de bewindsman de opmars van het virus niet echt serieus te nemen.

EEN OVERZICHT 27 januari: Alertheid opgevoerd
De directeur van het BOG, Lesley Resida, laat weten, naar aanleiding over berichten over een stijgend aantal chikungunyagevallen in de regio, dat 'de alertheid' is opgevoerd. Artsen zouden zijn geïnformeerd en hij beweert zelfs dat in februari het virus geïsoleerd zal worden. Daarenboven beweert Resida, dat op 16 februari deskundigen van het Erasmus Laboratorium Rotterdam komen om BOG-personeel te trainen. Resida roept verder de gemeenschap op om broedplaatsen van muskieten te voorkomen. Personen die pas op reis zijn geweest binnen de regio of naar landen waar dit nieuwe virus voorkomt en koorts en gewrichtspijnen vertonen, kunnen zich melden bij hun huisarts en of bellen naar een speciaal open gestelde hotline: 8836643.

28 mei: Chikungunya in buurlanden Guyana en Frans Guyana
Het chikungunyavirus heeft minstens twee mensen in Guyana ziek gemaakt. Een regionaal laboratorium heeft bevestigd dat een 4-jarig kind en een man van 40 jaar in het oosten van het land, bij de grens met Suriname, door het virus zijn getroffen. Frans Guyana was het eerste land op het Zuid-Amerikaanse continent waar het virus opdook en heeft inmiddels al 170 gevallen van chikungunya geregistreerd.
De Pan American Health Organization, PAHO, zegt dat er inmiddels meer dan 60.000 verdachte gevallen zijn geweest in het gehele Caribisch gebied sinds het eerste lokaal overgebracht geval werd geregistreerd in december.

30 mei: BOG neemt geen extra maatregelen na bekendmaking chikungunya in Guyana
Ondanks de geconstateerde chikungunyagevallen in Guyana neemt het BOG geen extra voorzorgsmaatregelen, omdat het bureau, aldus haar directeur, geen paniek wil zaaien. Het BOG zal hooguit de voorlichting nabij de grensposten intensiveren. Een BOG-team vertrekt richting Nickerie om samen met lokale artsen en gezondheidsdiensten de voorlichting op te voeren.
Overal waar personen het land binnenkomen worden posters opgehangen, stelt BOG-directeur Resida. Hij zegt verder, dat het ondoenlijk is om iedereen die het land binnenkomt te laten controleren. Resida verwacht dat ook Suriname getroffen wordt en alertheid wordt geboden. ‘Belangrijk is dat men voorzorgsmaatregelen treft om het virus geen kans te geven zich hier uit te breiden.’ Hij legt dus de verantwoordelijk in handen van de burger en niet bij de overheid, bij het BOG, bij zichzelf en dat is kwalijk, terwijl iedereen weet dat het virus zich snel aan het verspreiden is in het gebied.

6 juni: Eerste chikungunyageval in Suriname
Het Centraal Laboratorium van het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG) bevestigt het eerste geval van besmetting met het chikungunyavirus bij een ingezetene in Paramaribo, die in de maand mei opgenomen en behandeld geweest is in een van de lokale ziekenhuizen. Het gaat om een 45-jarige man die na terugkomst van St. Maarten de specifieke chikungunyaklachten ontwikkelde. Betrokkene is inmiddels ontslagen uit het ziekenhuis en intussen zijn de bestrijdingsmaatregelen, gericht op het voorkomen van lokale verspreiding, uitgevoerd.

12 juni: Minister van Volksgezondheid laat voor het eerst van zich horen
De minister van Volksgezondheid, Michel Blokland, laat pas op 12 juni voor het eerst van zich horen. Hij doet een beroep op burgers om zoveel mogelijk broedplaatsen van de denguemuskiet te voorkomen. De bevolking gaat over het algemeen nog steeds slordig om met vuil. Vooral flessen, cups, vaten, emmers, autowrakken en zelfs koelkasten worden achteloos in ‘achterbuurten’ gedumpt. Het is allemaal afval waarin na regenval water blijft staan en juist dergelijke plekken zijn geliefd bij de muskieten. De minister stelt, dat burgers voor een groot deel zelf kunnen zorgen voor bescherming tegen de ziekte chikungunya. Verder adviseert hij om onder een klamboe te slapen. Net als het BOG legt ook de verantwoordelijk bewindsman de verantwoordelijkheid bij de burger. Zijn opmerkingen kunnen gekwalificeerd worden als zijnde algemeen bekend zonder iets specifieks toe te voegen dat betrekking heeft op het chikungunyavirus.

25 juni: 17 Geregistreerde gevallen van chikungunya
Het BOG maakt bekend dat 17 gevallen van chikungunya officieel zijn geregistreerd. De meeste zieken zijn woonachtig in de stad, Paramaribo, en één in Albina. De bevolking wordt weer op het hart gedrukt om broedplaatsen van muskieten op te ruimen en te voorkomen door beschermende maatregelen te treffen.

27 juni: BOG kondigt grootschalige voorlichtingscampagne aan
Het BOG heeft een grootschalige voorlichtingscampagne in voorbereiding om het chikungunyavirus de baas te worden. De campagne zal zich richten op voorlichting aan de gemeenschap over voorzorgsmaatregelen. Ook komt er een landelijke schoonmaakcampagne om broedplaatsen van de muskiet, die het virus overbrengt, te bestrijden. De campagne wordt in samenwerking met de ministeries van Openbare Werken en Onderwijs en Volksontwikkeling uitgevoerd. Van OW zal de afdeling Openbaar Groen worden ingezet om grof vuil op te ruimen in alle districten. Daarnaast zullen scholen voorgelicht worden over het virus en maatregelen daartegen. Van een werkelijk grootschalige uitgevoerde campagne is echter geen sprake geweest.

12 juli: 28 Geregistreerde zieken met chikungunya
De afdeling Epidemiologie van het BOG heeft tot 11 juli 28 gevallen van chikungunya genoteerd.
De gebieden waar de infecties zich hebben voorgedaan zijn Wanica (ressort Leiding en Kwarasan) en Commewijne (ressort Tamanredjo). Het hoofd van het laboratorium van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo, John Codrington, zegt, na het uitvoeren van 130 testen tussen 3 juni en 10 juli: 'Wij kunnen nu definitief zeggen het virus is in Suriname. Het is duidelijk dat je in het land chikungunya kunt oplopen.’

14 juli: Oude autobanden verwijderen in strijd tegen chikungunya
Het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg is samen met de afdeling Openbaar Groen van het ministerie van Openbare Werken (OW) eindelijk gestart met het verwijderen van oude autobanden in Paramaribo en omstreken. Deze opruimingsactiviteiten houden verband met de uitbraak en bestrijding van het Chikungunyavirus in Suriname. Het maakt onderdeel uit van de op 27 juni aangekondigde grootschalige schoonmaakcampagne. Maar, of je alleen met het verwijderen van autobanden het chikungunyavirus kunt tegengaan lijkt zeer onwaarschijnlijk.
Maureen van Dijk, onderdirecteur Programma Ontwikkeling van het BOG, drukt mensen op het hart om broedplaatsen van muskieten op te ruimen.
Maar, die oproep is al vele jaren te horen en lijkt aan dovemansoren gericht.
‘We hebben een serieuze campagne op touw gezet en beschermende maatregelen ingebouwd ter bestrijding van de muskiet die dit virus overbrengt. De focus is op autobanden en andersoortige banden die een broedplaats vormen, maar ook waterhoudende voorwerpen die in weer en wind worden gelaten.’ Hierbij wordt gedacht aan flessen, cups, vaten, emmers, autowrakken en koelkasten.

22 juli: Volgens BOG-directeur geen sprake van een epidemie
Hoewel een aantal landen in het Caribisch gebied spreekt van een chikungunya epidemie, zegt Lesley Resida, directeur van het BOG, dat in Suriname nog niet over een uitbraak van een epidemie kan worden gesproken. Volgens de BOG-directeur is het nog veel te vroeg om over een epidemie te praten. Hij stelt, dat er geen duidelijke vaste regel is met betrekking tot het aantal geregistreerde gevallen dat nodig is om van een epidemie te spreken. Volgens Resida speelt de grootte van de bevolking hieraan ook een rol, de manier waarop de ziekte zich uit en de manier waarop het aantal ziektegevallen stijgt. Aan al deze criteria moet voldaan worden, voordat er sprake kan zijn van een epidemie.

30 juli: 39 Bevestigde chikungunya zieken en nu wel een epidemie....
Zei een week eerder BOG-directeur Resida nog dat van een epidemie geen sprake is, op 30 juli zegt zijn onderdirecteur Programmaontwikkeling, Maureen Wijngaarde-van Dijk, dat er nu sprake is van een epidemie. In dit geval gaat het om een epidemie, omdat Suriname voor het eerst met dit virus geconfronteerd wordt, stelt Wijngaarde. De onderdirecteur Programmaontwikkeling vergelijkt de chikungunya-epidemie met dengue. Er is volgens haar pas sprake van een dengue-epidemie wanneer het aantal gevallen een stijgende trend vertoont, in vergelijking met het aantal genoteerde gevallen van de jaren daarvoor in dezelfde periode. Maar, waarom haar baas een aantal dagen eerder nog verkondigde, dat er geen sprake was van een epidemie is opmerkelijk. Het duidt erop, dat leidinggevenden binnen het BOG geen eenduidig beleid erop na houden en de definitie van het woord epidemie verschillend uitleggen. Dat schept geen vertrouwen in de richting van de bevolking die toch voor haar informatie over dit specifieke virus vooral en met name afhankelijk is van dat BOG.

29 augustus: BOG spuit wel malathion in Nieuw Nickerie vanwege chikungunyagevallen
Vanwege het feit dat er enkele slachtoffers van chikungunya zijn gevallen in Nickerie, heeft het BOG wel besloten om bespuitingswerkzaamheden uit te gaan voeren in Nieuw Nickerie. Dit, omdat de gerapporteerde gevallen niet ver van elkaar verwijderd zijn in dit gebied. Er zal, zoals gebruikelijk, bespoten worden met het insecticide malathion. Er zijn acht gevallen gerapporteerd, waarvan vier vermoedelijke gevallen zijn. Deze gevallen zijn binnen vier weken geconstateerd. Bij de meeste van de bevestigde slachtoffers werd chikungunya ontdekt na terugkeer uit Guyana.

4 september: Aantal gevallen van chikungunya opgelopen tot 121
In Suriname zijn tot 4 september 121 mensen getroffen door het chikungunyavirus. Het BOG verwacht dat het aantal chikungunya gevallen nog zal toenemen. Het bureau verzamelt data van haar eigen laboratorium, het Medisch Wetenschappelijk Instituut (MWI) en het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. Het MWI pas ongeveer drie weken onderzoek. Ook werden enkele bloedmonsters verstuurd naar Trinidad & Tobago voor onderzoek. Dat was volgens het BOG noodzakelijk om na te gaan, of de resultaten van de analyses in Suriname betrouwbaar zijn.

17 september: Directeur lab AZP vindt dat er al lang alarm had moeten worden geslagenHet eerste kritische luid over het overheidsbeleid inzake de bestrijding van het chikungunyavirus wordt hoorbaar. ‘We zijn in een vrije val en ik heb het gevoel dat we het niet meer in de hand hebben.' Woorden van directeur John Codrington van het laboratorium van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo in de Ware Tijd naar aanleiding van het aantal gevallen van chikungunya. De aanpak stelt volgens hem niet veel voor sinds de eerste gevallen werden waargenomen. Er zijn sindsdien ruim negenhonderd verdachte gevallen geregistreerd. ‘Een groot deel was positief’, zegt Codrington. Het aantal besmettingen is waarschijnlijk nog veel hoger. Niet iedereen met verschijnselen meldt zich. Er kan dus gerust gesproken worden van een epidemie. Wel bekeken had er al lang alarm moeten zijn geslagen, aldus Codrington. Maar, echt gealarmeerd lijkt niemand, zeker niet de gezondheidsautoriteiten en milieudiensten. ‘Chikungunya had een testcase, een oefening, voor onze alertheid moeten zijn. Maar, we hebben niets onder controle en ik mis de serieusheid’, aldus Codrington.

20 september: Regering gaat voorlichting landelijk opvoeren
Het ministerie van Volksgezondheid treft eindelijk voorbereidingen voor een integraal plan tegen de verdere verspreiding van het chikungunyavirus. Dit plan wordt samen met het ministerie van Openbare Werken en het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG) voorbereid. Dat zegt directeur Marthelise Eersel van het ministerie. Kern van het plan is dat de voorlichting landelijk wordt opgevoerd. De nadruk zal – weer – vooral worden gelegd op verantwoordelijkheid van de burger zelf. Eersel onderkent dat er nog meer gedaan moet worden vanuit de overheid, maar vindt ook dat de bevolking haar verantwoordelijkheid moet nemen. ‘Je kunt niet thuis zitten op je bank en door een muskiet gebeten worden om daarna de schuld aan mij te geven. Jij hebt de verantwoordelijkheid binnenshuis en op je erf.'
Ook in het binnenland wordt de voorlichting opgevoerd. Volgens directeur Edward van Eer van de Medische Zending is er nu slechts sprake is van vermoedelijke gevallen van chikungunya in deze omgeving. Er is vanuit Paramaribo een team naar het binnenland gestuurd om steun te verlenen aan gezondheidsassistenten van de Medische Zending voor het geven van voorlichting.

20 september: Waarnemend voorzitter Assemblee kondigt vergadering commissie Volksgezondheid aan
Waarnemend voorzitter van De Nationale Assemblee, Ruth Wijdenbosch (NPS), zegt dat zij de voorzitter van de vaste commissie Volksgezondheid in het parlement, Theo Vishnudatt (NDP) gevraagd heeft voor dinsdag 23 september een vergadering uit te schrijven om te spreken over chikungunya. Wijdenbosch stelt, dat gezien de ongerustheid en het groot aantal personen dat besmet is met het chikungunyavirus, de vergadering noodzakelijk is.

22 september: BOG weet geen raad hoe chikungunya aan te pakken
'Momenteel is er duidelijk sprake van een chikungunya epidemie in Suriname, maar ik krijg zo zoetjes aan de indruk dat de bij wet erkende instantie, het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg, geen raad weet hoe dit probleem aan te pakken.' Woorden van de voedseltechnoloog Ricky Stutgard 22 september in een in diverse media geplaatste ingezonden brief. 'Behalve dat de muskiet en broedplaatsen bestreden moeten worden, is het van eminent belang dat ook informatie naar degenen die deze virusinfectie hebben opgelopen wordt verstrekt.'
'Degenen die chikungunya hebben opgelopen, moeten hun weerstand, door het innemen van vitamine C, versterken, omdat het een virusinfectie is. Er zijn namelijk geen medicijnen voor geen enkel virusinfectie.'

22 september: Bedrijfsleven maakt zich zorgen
Het bedrijfsleven maakt zich volgens Ferdinand Welzijn, voorzitter van de Vereniging van Surinaams Bedrijfsleven (VSB), ernstige zorgen over de chikungunya-epidemie in Suriname. ‘Het aantal ziektegevallen neemt steeds toe.’ Ik maak me ernstige zorgen hierover’, aldus de VSB-voorzitter.
Welzijn vindt, dat de overheid de chikungunya-epidemie serieuzer moet gaan bekijken en aanpakken. Hij heeft geen vertrouwen in het aantal gepubliceerde gevallen, omdat het aantal slachtoffers dat besmet is met het chikungunyavirus blijft stijgen. ‘Wij zijn als bedrijfsleven bereid om de overheid, waar nodig, te helpen’, aldus Welzijn.
Het Suriname Business Forum (SBF) had op 18 september ook al gesteld, dat werkgevers nerveus beginnen te worden door het toenemend aantal gevallen van chikungunya. De besmettelijke ziekte maakt veel slachtoffers op de werkvloer. Het SBF beweert aardig wat bezorgdheid gemerkt te hebben bij werkgevers. ‘Zodra er een ziekte uitbreekt die epidemische vormen aanneemt, krijg je dat er binnen het bedrijfsleven een extra aantal ziektegevallen zal zijn. En dat kan de productiviteit van het bedrijfsleven beïnvloeden’, aldus SBF-directeur Gilbert van Dijk.

Overheid schuift verantwoordelijk in schoen van burger
Uit het vorengaande moge duidelijk blijken, dat de overheid de verantwoordelijkheid voor het oplopen als burger van het chikungunyavirus bij die burger ligt. Maar, er is sprake van een epidemie en de overheid wist in januari al dat het virus zich snel aan het verspreiden was in het Caribisch gebied. De verantwoordelijkheid ligt bij de regering, maar enige voorlichting of preventieve acties bleven uit. Zo nam de regering niet het besluit om buurten te gaan bespuiten om de muskiet te bestrijden. Dat is niet gebeurd. Mogelijk niet, omdat er weer een tekort is aan de insecticide malathion, het gif waarmee wordt gespoten.
Zelfs op Curaçao besloot het ministerie van Gezondheid om van maandag 22 september tot en met donderdag 25 september verschillende buurten op het eiland te bespuiten in de strijd tegen het chikungunyavirus.

De Surinaamse overheid heeft te lang langs de zijlijn staan toekijken, terwijl ondertussen het virus zich aan het verspreiden was en poliklinieken overstromen door de toestroom van patiënten en potentiële chikungunya zieken.

Regering onverantwoordelijk en geen beschermer van de burger
Geen enkel team van het BOG is in de afgelopen maanden op pad gegaan om buurten te gaan bespuiten. Neen, men ging op pad om hier en daar wat autobanden te ruimen. Daar hebben het BOG en het ministerie van Volksgezondheid de afgelopen maanden tot vervelends toe op gewezen: burger, maak uw perceel schoon, verwijder voorwerpen waarin water kan blijven staan, wat dat zijn de broedplaatsen van de denguemuskiet. Maar, dat weet die burger zo langzamerhand wel en wij weten ook allemaal dat weinig burgers zich daar druk om maken. Iedereen weet dat die burger gewoon zijn afval blijft dumpen, iedereen weet dat die burger vast blijft houden aan oude gewoontes, iedereen weet dat al vele jaren en geen enkele informatie- en bewustwordingscampagne tot de hersenen van menig burger is doorgedrongen.
Het in de genen vastgebeitelde gedrag lijkt niet open te staan voor verandering.
Dat weet ook de overheid, dat weet ook het ministerie van Volksgezondheid,
dat weet ook het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg,
dat weet ook directeur Lesley Resida van dat bureau, die maar blijft volhouden dat zijn bureau het virus goed aanpakt en dat ook de voorlichting op een goede wijze wordt uitgevoerd.

Het is een onverantwoordelijke opstelling, onverantwoordelijk gedrag, van de overheid – die de burger dient te beschermen – om deze dagen, wat betreft het chikungunyavirus, de verantwoordelijkheid bij die stoïcijnse burger te dumpen, wetende dat die stoïcijnse burger zijn afval blijft dumpen en dat die blijft zorgen voor broedplaatsen van de denguemuskiet ondanks alle voorlichting vanuit de overheid.

Laatste nieuws
Ministeriële taskforce om virus aan te pakken
Het laatste nieuws is, dat vandaag, dinsdag 23 september 2014, tijdens de speciale vergadering van de commissie Volksgezondheid van De Nationale Assemblee, in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de regering (minister Blokland van Volksgezondheid, kennelijk niet teruggekeerd van vakantie uit New York...., werd vervangen door zijn collega Ashwin Adhin van Onderwijs en Volksontwikkeling) en gezondheidsorganisaties, is besloten dat een ministeriële taskforce met assistentie van een ondersteuningsteam de aanpak van de chikungunya-epidemie gaat coördineren.
Ook worden per direct massale voorlichtings- en bewustwordingsprogramma’s via de media gestart. Eindelijk, maar die werden in een eerder stadium ook al aangekondigd, zoals op 27 juni 2014....
Verder worden bij scholen ook schoonmaak- en bespuitingsacties uitgevoerd om de muskiet te bestrijden en er zal een heus crisisplan worden uitgevoerd. Hoe dat plan eruit ziet is overigens niet bekend.

Tot slot, BOG-directeur Lesley Resida gaf tijdens de vergadering toe wat betreft voorlichtingsactiviteiten in gebreke te zijn gebleven en volgens de waarnemend voorzitter van het parlement, Ruth Wijdenbosch, ontbrak bij de regering een duidelijke coördinatie van de aanpak van de epidemie.

maandag 16 januari 2012

Het bestrijden van de denguemuskiet door het BOG met ladingen insecticiden helpt niet

Opinie:
Alleen gedragsverandering bij de mens kan muskiet verdrijven

16-01-2012  door: Paul Kraaijer


Medewerkers van het BOG (Bureau Openbare Gezondheidszorg) gingen bij mij in de buurt maandagavond, 16 januari, flink tekeer met het spuiten van insecticiden tegen de denguemuskiet. De kracht waarmee het gif vanaf een pickup de lucht in werd geblazen was zefs hoorbaar. Maar, dat helpt geen moer. Voor korte tijd kunnen de insecten worden gedood, maar nieuwe keren snel terug.

Daarenboven verspreiden de insecticiden een voor de mens zeer irritante stank. De stank van de giftige stof die door medewerkers van het BOG de lucht in wordt geblazen, dringt je woning binnen. Gericht gespoten wordt er niet. Muskieten blijven vrolijk overal rond vliegen.

Ja, de muskiet keert terug.

Waarom?
Omdat u, de mens, daarvoor zorgt.
De muskiet kan alleen verdreven worden door een verandering van het gedrag van de mens.
De mens moet stoppen met het dumpen van huishoudelijk- en grofvuil en beginnen met het schoonmaken van de eigen trenzen en percelen. Verwijder voorwerpen die stilstaand water kunnen bevaten, want dat zijn immers de broedplaatsen van de denguemuskiet.

De overheid zou moeten beginnen met het krachtig 'aanspreken' van eigenaren van leegstaande, overwoekerde percelen. Veelal verblijven die eigenaren in het buitenland. Een enkeling huurt iemand in om nu en dan het lege perceel schoon te maken, te onderhouden. Ook dat soort overwoekerde percelen is een broedplaats van onder andere de hinderlijke denguemuskiet.

Begin bij u zelf, begin op uw eigen perceel met een schoonmaak en de muskiet verdwijnt. Wat het BOG doet is een schadelijke, tijdelijke, oplossing.

Noot Kraaijer:
Het artikel is 17 januari 2012 geheel gepubliceerd op de Surinaamse nieuwswebsites NoSpang en GFC Nieuws.

woensdag 1 december 2010

Op Oudejaarsdag is centrum Paramaribo weer rood en mistig door pagara-estafette

Winkelcentrum opnieuw in rode mist gehuld

Pagara-estafette toch weer


in centrum

01-12-2010 Written by Paul Kraaijer, De Parbode, December 2010, Jaargang 5, Nummer 56


Het centrum van Paramaribo kan zich ook dit jaar opmaken voor de wereldberoemde pagara-estafette op oudejaarsdag. Het zag er even naar uit dat het vuurwerkspektakel verbannen zou worden naar de Waterkant. Maar de lange ‘matten’ en ‘tapijten’ van knalvuurwerk kunnen gewoon weer in de winkelstraten van het centrum gelegd worden.


Verplaatsen
Vorig jaar juni verschenen plotseling in de media berichten dat de Vuurwerk Commissie het traditionele oudejaarsvuurwerk uit veiligheidsoverwegingen wilde verplaatsen naar de Waterkant. Vanuit ondernemingen zoals Blokker en Krasnapolsky, die middenin het vuurwerkgeweld gevestigd zijn, kwam meteen kritiek op dat voornemen. Volgens de ondernemers zouden er voldoende veiligheidsmaatregelen getroffen worden. En zij hebben een punt. Want zelden zijn tijdens de pagara-estafettes slachtoffers gevallen door het vuurwerk. Maar het in brand vliegen van een reclamedoek aan een pand naast Blokker leidde wel tot de nodige discussies. Het doek werd geraakt door een stuk vuurwerk. Gelukkig kon dat brandje snel worden geblust. Toch stond het gebeurde aan de basis voor de plannen om de estafette naar de Waterkant te verplaatsen.

Santokhi (toenmalig minister van Justitie en Politie) maakte zich vooral zorgen over de vele monumentale gebouwen in het centrum en het beschikbare bluswater aan de Waterkant zou volgens hem een verhoogde veiligheid bieden. Naar aanleiding hiervan volgde een onderzoek door de Vuurwerk Commissie naar de veiligheidsaspecten in de binnenstad. Santokhi: “Het advies van de Vuurwerk Commissie om de pagara-estafette desondanks in het centrum te laten, werd overgenomen door de vorige regering.”

Maar gaat dat advies ook worden opgevolgd door de nieuwe regering? Namens Krasnapolsky laat Chief Operations Officer Rick Tjon A Joe, weten dat hij nog geen schrijven heeft ontvangen van het ministerie van Justitie en Politie over de pagara-estafette van dit jaar. Een woordvoerder van Blokker wil niet reageren en verwijst naar de Vuurwerk Commissie. Ook de woordvoerder van het Korps Brandweer Suriname, Glenn Cooman, wil niet reageren en verwijst op verzoek van korpschef Cecil Waal naar dezelfde Commissie. Kennelijk ligt de regie van de pagara-estafette stevig in handen van dit comité en voelen anderen zich niet vrij om inhoudelijk te reageren. Ook vragen over eventuele calamiteiten in de afgelopen jaren worden niet door de brandweer beantwoord.
Marijke Romey van de Vuurwerk Commissie kan enige duidelijkheid verschaffen: “De veiligheidsmaatregelen zullen niet veel verschillen met voorgaande jaren. Wij hebben het evenement geëvalueerd met vele betrokkenen, zoals de politie, brandweer, winkeliers en het publiek. Dit jaar zal de brandweer al aanwezig zijn vóórdat het vuurwerk wordt afgestoken. Ook zal er een EHBO-post komen en moeten winkeliers blusmateriaal hebben.”


Milieuaspecten
Niet alleen de veiligheid kwam aan de orde tijdens de evaluatie, ook milieuaspecten werden in overweging genomen. In ieder geval is, aldus Romey, gesproken over de rookontwikkeling na het afsteken van knalvuurwerk. “Er worden voortaan rustmomenten ingebouwd. Wanneer een hoeveelheid vuurwerk heeft geknald zal een pauze worden ingelast waarin de kruitdampen kunnen optrekken en verwaaien. Vervolgens kan een volgende serie vuurwerk tot ontploffing worden gebracht.”

Of deze maatregel afdoende is zou het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname, NIMOS, kunnen bepalen. Maar die zijn niet benaderd meent Radjni Ramsukul van het Surinaamse milieu-instituut. “Wij zijn niet betrokken geweest bij het onderzoek van de Vuurwerk Commissie en weten dan ook niet welke aspecten er in zijn meegenomen.”

Maar in hoeverre zijn kruitdampen schadelijk voor het milieu? Ramsukul: “Bij het afsteken van vuurwerk komen broeikasgassen vrij, waaronder methaan en stikstofdioxide, CO2. En na het afsteken houdt men afval over. Het gaat voornamelijk om papier en karton, maar ook onverbrande resten van metaalverbindingen. Deze kunnen uitspoelen naar de bodem en in het water terechtkomen, als het afval niet op tijd wordt opgeruimd.” En vindt het Nimos dat de estafette verplaatst of aangepast moet worden? “Wij kunnen niet aangeven voor- of tegenstander te zijn van het verplaatsen van de pagara-estafette. Er moet eerst een grondige evaluatie of locatieanalyse uitgevoerd worden en ook de milieuaspecten moeten in acht genomen worden. Ook de brandveiligheid en gezondheidsaspecten moeten geëvalueerd worden.”, aldus het NIMOS.

Gezondheidsrisico’s
De pagara-estafette, die zijn oorsprong vindt in een Chinese traditie, is inmiddels uitgegroeid tot een wereldwijd bekende toeristische attractie. Zelfs televisiezender CNN besteedde op 29 december 2009 aandacht aan het vuurwerk in Paramaribo. Het festijn werd geplaatst in het rijtje ‘fantastische jaarwisseling bestemmingen’ met Rio de Janeiro, Caye Caulker in Belize, Barcelona (Spanje), Hanoi (Vietnam) en het Schotse Edinburgh. Suriname mag daar best beretrots op zijn. Duizenden mensen gaan op in het feestgedruis in straten als de Domineestraat en de Jodenbreestraat. Wie kent niet de beelden van bezoekers van het spektakel met handen voor de mond en voor de oren? Toch genieten ze kennelijk van de luide knallen en de daarna verstikkende rode mist. De stinkende kruitdampen kunnen niet bevorderlijk zijn voor de gezondheid, maar rond de veiligheid van de pagara-estafette wordt opmerkelijk genoeg nooit gesproken over risico’s voor de omstanders.
Het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG) van het ministerie van Volksgezondheid laat weten nooit enige vorm van onderzoek verricht te hebben. Edwin Olijfveld, coördinator van de afdeling Milieu-inspectie: "We denken op oudejaarsdag niet aan die schadelijke effecten, maar zij zullen zeker van invloed zijn op het gehoor en de gezondheid van de omstanders. Het is een prima idee om hier eens aandacht aan te besteden. Wellicht is het goed om het één en ander eens in de nabije toekomst in clusterverband, met alle betrokkenen, te gaan bespreken." Ramsukul weet wel iets meer over de gezondheidsrisico’s: “Vuurwerk veroorzaakt fijn stof in de lucht dat vaak zware metalen bevat en diep de longen kan indringen. De gezondheidseffecten zijn afhankelijk van de concentraties en de blootstellingduur.” Natuurlijk veroorzaakt het knalvuurwerk ook geluidsoverlast.

Sonja Carilho van het Environmental Sciences Department van de Anton de Kom Universiteit weet na de komende jaarwisseling meer over de geluidsoverlast. Ze gaat dit jaar metingen verrichten om te kijken hoeveel overlast er is. Carilho: “Ik heb helaas geen apparatuur om kruitdampen te meten, maar misschien dat we iets bedenken.” Ze vindt het vuurwerk wel spectaculair, “maar ik heb het gevoel dat het ongezond is”.

In ieder geval kunnen liefhebbers van extreem luid knalvuurwerk rond de jaarwisseling weer terecht in het centrum. De pagara traditie wordt voortgezet en Paramaribo zal zich weer even wanen in een dikke, ongezonde mist van optrekkende kruitdampen boven de rood gekleurde straten.

(Bron foto's: archief Kraaijer)


Noot Kraaijer: De Ware Tijd berichtte pas op 24 december 2010 dat de pagara estafette ook dit jaar gewoon weer in het centrum van Paramaribo wordt gehouden: http://www.dwtonline.com/website/nieuws.asp?menuid=37&id=85015.

zondag 19 november 2006

Laag radioactief afval waarschijnlijk in milieu gedumpt....

Kernafval geen prioriteit in Suriname
Expertise om afval te verwerken ontbreekt

19-11-2006  Door: Paul Kraaijer


ZWOLLE 19-11-2006 – Laag radioactief ziekenhuisafval in Suriname wordt waarschijnlijk in het milieu gedumpt. Tot die conclusie komt Paul Kraaijer uit Zwolle. Sinds juni 2003 doet hij onderzoek naar hoe in Suriname wordt omgegaan met – de opslag van – laag radioactief afval.

Milieu- en afvalbeleid in Suriname staat nog in de kinderschoenen. Er zijn positieve ontwikkelingen waar te nemen, maar op het terrein van gevaarlijke soorten afval ontbreekt veel expertise. Niemand weet überhaupt wat er aan gevaarlijk afval in het land aanwezig is, laat staan in welke hoeveelheden.

Aanleiding voor het onderzoek was het door de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) in Vlissingen op 18 juni 2003 gedane voorstel aan de Tweede Kamer om de voormalige en huidige overzeese rijksdelen van Nederland te helpen bij de opslag van haar kernafval.

Op het moment dat Kraaijer van dit voorstel vernam was hij verbaasd, immers de COVRA doelde in haar voorstel ook op Suriname. Als frequent bezoeker van Suriname vroeg hij zich af wat er in het land aan radioactief afval aanwezig is en hoe dit wordt opgeslagen en hoe ermee wordt omgegaan. Op eigen initiatief startte Kraaijer een onderzoek. Intensief e-mailverkeer met diverse instanties en personen in Suriname heeft alleen de “wetenschap” opgeleverd dat in Suriname slechts enkele radioactieve naalden aanwezig zouden zijn. Die “wetenschap” werd aan Kraaijer in een e-mail in november 2003 medegedeeld door de toenmalige vice-voorzitter van de Nationale Assemblee, mevrouw mr. Ruth Wijdenbosch: "in de industrie en de landbouw wordt geen gebruik gemaakt van radioactieve straling. Tevens is de import en export van radioactief afval verboden volgens het Besluit Negatieve Lijst (wet in Suriname). In het verleden is in de geneeskunde wel gebruik gemaakt van radioactieve naalden voor de bestraling van kanker. Deze naalden zijn door de desbetreffende ziekenhuizen (volgens mijn info slechts een ziekenhuis) “veilig” opgeborgen. …”
,br /> Deze reactie stemde Kraaijer niet tevreden. Er moet meer laag-radioactief afval zijn afkomstig uit ziekenhuizen zoals kleding, handschoenen, verouderde apparatuur, etcetera. Wat gebeurt hiermee?

Tussen juni 2003 en oktober van dit jaar heeft hij gepoogd antwoorden te verkrijgen. Hij heeft contact gehad met onder andere het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (het NIMOS), de Stichting Voor een Schoon Suriname (SVSS), het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG, onderdeel Ministerie van Volksgezondheid, directeur Lesley Resida), de Surinaamse vertegenwoordiger van de Pan American Health Organisation (PAHO), de International Atomic Energy Agency (IAEA, Wenen, Oostenrijk) en de heer Jules de Kom (toxicoloog, werkzaam in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo). Ook heeft Kraaijer diverse malen de directie van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo via e-mail en gewone post met vragen benaderd. Ondanks herhaalde verzoeken heeft de directie nimmer de moeite genomen om de e-mails te beantwoorden. De laatste brief aan de directeur van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo, de heer Joemmankan, heeft Kraaijer op 22 oktober verzonden. Overigens kampt het Academisch Ziekenhuis Paramaribo met een afvalprobleem. Het ziekenhuis heeft een verouderde verbrandingsoven die de huidige hoeveelheid afval niet meer kan verwerken en aan vervanging toe is. Het ontbreekt echter aan voldoende financiële middelen om binnen korte termijn een nieuwe oven aan te schaffen.

Dat zwijgen van de heer Joemmankhan en het niet verkrijgen van de gevraagde informatie doet het vermoeden versterken dat het gevaarlijke laag radioactieve afval, hoe gering in hoeveelheid ook, met regulier afval in het milieu wordt gedumpt. Uit eigen ervaring en met zijn eigen ogen heeft Kraaijer diverse malen kunnen zien dat in en rond Paramaribo onder andere kapotte vrieskisten, koelkasten, auto’s en ander (huishoudelijk) afval “gewoon” in de natuur wordt gedumpt. Daarnaast wordt veel afval verbrand. Inmiddels heeft Kraaijer uit Surinaamse bron vernomen dat het Academisch Ziekenhuis Paramaribo afval dumpt en/of verbrand in de natuur.

Volgens het United Nations Environmental Programme, opgesteld in een document naar aanleiding van een conferentie in Port of Spain, Trinidad and Tobago, 19 – 22 mei 2003, is de motivatie van mensen, bedrijfsleven en industrie in Suriname om afval in de open lucht te verbranden gelegen in gemak, gewoonte en kostenbesparing. Met klemt stelt de UN dat ziekenhuisafval apart moet worden ingezameld en behandeld, maar daarentegen vormt het in Suriname een onderdeel van het gewone afval uit de stad. Bij verbranding in de open lucht komt ook nog eens dioxine vrij, gevaarlijk voor mens en milieu. Medisch afval vormt door verbranding een van de grootste bijdragen aan de hoeveelheid dioxine in de lucht, aldus de UN. De Surinaamse afdeling van de PAHO doneerde 70 verbrandings”ovens” waarmee onder andere medisch afval, zoals naalden gebruikt in vaccinatiecampagnes, afkomstig van gezondheidsklinieken uit het binnenland van Suriname, kan worden verbrand. Die “ovens” zijn door studenten van het Natuur Technisch Instituut (NATIN) gemaakt van gebruikte oliedrums!

In augustus 2004 bereikte Kraaijer via de Suriname Aluminium Company L.L.C. (SURALCO) per e-mail het bericht dat dit bedrijf in het verleden op verzoek van lokale ziekenhuisinrichtingen uitsluitend gebruikte injectienaalden in haar medische verbrandingsoven in Paranam heeft vernietigd.

“Teneinde echter te voorzien in de behoefte der ziekenhuisinrichtingen (het Diakonessenhuis en het St. Vincentius Ziekenhuis te Paramaribo) werd in de maand april 2002 een medische verbrandingsoven geschonken aan de Stichting WASPAR voor gezamenlijk gebruik door de beide voormelde ziekenhuizen.”

Uiteraard zocht Kraaijer contact met de Stichting WASPAR (Stichting Wasserij Partikuliere Ziekenhuizen). Van de bedrijfsleider van deze stichting ontving hij op 15 augustus 2005 de mededeling dat buiten het Ministerie van Volksgezondheid om geen mededelingen mochten worden gedaan.

Antwoorden bleven uit. Het ministerie reageerde niet.

Van 15 oktober tot en met 8 november 2005 zette Kraaijer zijn onderzoek in Suriname voort. Tijdens het verblijf in Suriname sprak hij met een vertegenwoordigster van het NIMOS, met Jules de Kom en met Lesley Resida (hiervoor genoemd). Kraaijer werd niet veel wijzer. De heer Resida van het Bureau Openbare Gezondheidszorg (Ministerie van Volksgezondheid) kon slechts vertellen dat het onderwerp kernafval geen prioriteit heeft. Deskundigheid ontbreekt, aldus Resida.

In zijn eigen burelen staat oude röntgenapparatuur in een afgesloten ruimte. Wat er mee moet gebeuren weet hij niet. Volgens Resida ontbreekt ook hier de expertise om de apparatuur uit elkaar te halen. Naar aanleiding van het bezoek van Kraaijer zou hij wel zijn superieuren informeren.

Kraaijer wees de heer Resida op enkele ernstige ongelukken in het recente verleden met laag-radioactief afval afkomstig uit ziekenhuizen (Goiânia, Brazilië, september 1987 – Ikitelli, Istanbul, Turkije, december 1998 – Samut Prakan, Bangkok, Thailand, februari 2000). Deze ongelukken hadden ernstige, langdurige en verstrekkende gevolgen voor de volksgezondheid. Zij waren het directe gevolg van inadequate opslag van- en onzorgvuldig handelen met laag-radioactief afval afkomstig uit ziekenhuizen en medische onderzoeksinstituten. Nucleair afval dook op in afvalhopen bij metaalhandelaren, “gewoon” gedumpt. Het afval bleek veelal gebruikt te zijn bij de behandeling van kankerpatiënten. Ten gevolge van die dumpingen overleden mensen, mensen werden ernstig ziek en ledematen moesten worden geamputeerd (daaronder ook niets vermoedende spelende kinderen) De ongelukken hadden allen ook politiek inhoudelijke consequenties en overal werd de vraag gesteld wie nu feitelijk verantwoordelijk was voor de opslag van radioactief afval. Dergelijke ongelukken moeten voorkomen worden, aldus Kraaijer.

Om de druk op te voeren op de directeur van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (om hem eindelijk te bewegen openheid van zaken te geven over de gang van zaken rond radioactief afval in zijn ziekenhuis) heeft de Zwollenaar in de eerste week van november brieven verzonden aan de Surinaamse vertegenwoordiger van de Pan American Health Organization (PAHO) in Paramaribo, aan de World Heath Organization (WHO) in Wenen, Oostenrijk, en aan Paul Somohardjo, voorzitter van de Nationale Assemblee.

Na terugkeer in Nederland ging Kraaijer door met zijn onderzoek. Sinds september van dit jaar heeft hij deze speciale internet weblog opgezet, waarin dagelijks wordt bericht over het milieu- en afvalbeleid in Suriname. Op dit weblog is ook veel informatie te vinden over plannen van de Surinaamse ondernemer Bisram om een kleine kerncentrale te willen bouwen in het district Commewijne. Zo is een opmerkelijke reactie te lezen van Bisram op aan hem door Kraaijer gestelde vragen en van natuurbeschermings organisatie STINASU die Bisram kwalificeert als een “doorgedraaide idioot”.

Kraaijer hoopt eind dit jaar, begin 2007, zijn onderzoek in Suriname voort te kunnen zetten.