donderdag 10 januari 2013

Paramaribo Zoo wil rode ibis en rotshaan in gevangenschap kweken

Is broedprogramma voor vogelsoorten noodzaak?

Plotseling lijkt ‘iedereen’ bedreigde vogelsoorten te willen gaan kweken

10-01-2013  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Dit jaar krijgt de Paramaribo Zoo 29 vogelsoorten uit het buitenland om zijn collectie uit te breiden. Het zou gaan om flamingo’s, rode ibissen en oranje rotshanen. Ook vogelsoorten uit India, Indonesië en Zuid-Afrika zouden deel uitmaken van de nieuwe partij vogels, aldus de Times of Suriname in haar editie van zaterdag 5 januari 2013.

‘Om deze vogels te kunnen accommoderen moeten wij hun verblijven eerst in orde maken en dat kost geld’, zegt John Altenberg, directeur van de Paramaribo Zoo. Hij is samen met zijn team bezig na te gaan hoe zij financiële middelen bij elkaar kunnen krijgen om de vogels van een degelijk verblijf te kunnen voorzien.

De 29 vogelsoorten zouden voornamelijk bedreigde soorten zijn. De dierentuin wil daarom een broedproject opzetten. De vogels die erbij zullen komen, zullen in het wild losgelaten worden om de vogelpopulatie te versterken. Zodoende sterven bepaalde vogelsoorten niet uit.

Noodzaak?
Maar, is het werkelijk noodzaak om bijvoorbeeld de rode ibis en het rotshaantje in gevangenschap te kweken? Van de rode ibis zouden in Suriname nog zo’n 20.000 broedparen zijn en hoe het is gesteld met de populatie oranje rotshaantjes is onbekend. Daarnaast zijn er dierentuinen wereldwijd die mogelijk al werken met speciale broedprogramma’s voor genoemde vogelsoorten.
In een reactie laat de NederlandseVereniging van Dierentuinen (NVD) mij 7 januari weten: ‘In een aantal dierentuinen die zijn aangesloten bij de NVD worden rode ibissen gekweekt. Dat gaat zeer voorspoedig. Er is geen internationaal fokprogramma of stamboek opgezet in Europa, maar in de dierentuin van Keulen is wel iemand die deze soort monitort.’

‘Oranje rotshaantjes worden binnen de NVD tuinen niet gekweekt. De enige dierentuin die wij weten, die dat wel probeert, is het Dallas World Aquarium in Amerika’, aldus een woordvoerder van de vereniging. Niemand van deze Amerikaanse dierentuin was bereikbaar voor commentaar.

Ook ministerie wil vogels gaan kweken
De dienst ‘s Lands Bosbeheer (LBB), onderdeel van het Surinaamse ministerie van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer, maakte op 27 december vorig jaar bekend, beschermde vogels in gevangenschap te willen gaan kweken om ze te behoeden voor uitsterven. Het zou gaan om onder meer de twa twa, de rode ibis en de oranje rotshaan. Deze vogels zijn zeldzaam in de natuur en worden bedreigd door de mens, aldus LBB.
Onduidelijk is of de Paramaribo Zoo en LBB overleg voeren over hun plannen.

De rotshaan en de rode ibis komen voor in de zogenoemde Rode Lijst van bedreigde diersoorten van de International Union for Conservation of Nature, IUCN, in de categorie ‘least concern’ ofwel ‘minste zorg’. De rotshaan komt behalve in Suriname, ook voor in Brazilië, Colombia, Frans Guyana, Guyana en Venezuela. De rode ibis is in veel meer landen te vinden: Argentinië, Bonaire, Sint Eustatius en Saba, Brazilië, Colombia, Curaçao, Frans Guyana, Guyana, Sint Maarten (Nederlands deel), Trinidad & Tobago, Venezuela en ook wordt de vogel gesignaleerd op Aruba, in Belize, Cuba, Dominica, Ecuador, Grenada, Jamaica, Panama en Amerika.

‘Wij willen een bijdrage leveren door te zorgen dat er helemaal geen bedreigde vogelsoorten meer zijn. Dat kan alleen als de vogels zich gaan vermenigvuldigen’, aldus Altenberg.

‘Als we ze kweken, hoeven mensen de dieren niet meer in het bos te vangen’, zei Hesdy Esajas, waarnemend hoofd van het LBB uit, donderdag 27 december 2012 in de Ware Tijd.

‘De gekweekte vogels kunnen verhandeld worden door onder andere de dierentuin.’ Volgens Esajas is het ook de bedoeling om met de gekweekte vogels de populatie in de natuur aan te vullen. Hiervoor moet echter eerst een onderzoek komen om te zien wat het gedrag van de dieren is wanneer ze geïntroduceerd worden in de natuur.
                                                                                                                           
Worden rode ibis en rotshaan werkelijk met uitsterven bedreigd in Suriname
De vraag die gesteld kan worden is of er werkelijk een noodzaak aanwezig is in Suriname om bijvoorbeeld de rode ibis of de rotshaan in gevangenschap te kweken. Neen, lijkt mij althans. Er zijn dierentuinen waar met deze soorten al wordt gekweekt, waaronder in Nederland, en daarenboven is het niet echt wetenschappelijk aangetoond dat genoemde soorten in Suriname met uitsterven worden bedreigd. 

Dierentuin Paramaribo niet aangesloten bij internationale dierentuinorganisaties
De Paramaribo Zoo is niet aangesloten bij de WAZA, World Association of Zoos and Aquariums, en ook niet bij de ALPZA, Asociación Latinoamericana de Parques Zoológicos y Acuarios, gevestigd in Santiago (Chili). Laatstgenoemde organisatie heeft leden in Mexico, Panama, Cuba, Colombia, Venezuela, Brazilië, Bolivia, Peru, Ecuadior, Chili, Argentinië, Santo Domingo en Uruguay.

Door lid te zijn worden er allerlei mogelijkheden geopend voor het leggen van wereldwijde contacten en om kort te sluiten waar en door wie broedprogramma’s van bepaalde diersoorten zijn opgezet en ook ben je nog eens verzekerd van het hebben van contacten met betrouwbare dierentuinen; het is een soort keurmerk voor de dierentuinenwereld.

Suriname voert geen effectief beleid om kwik in goudvelden uit te bannen


128 Landen bespreken maatregelen tegen kwik - Verdrag moet kwikverontreiniging inperken

Kwikgebruik goudzoekers vele jaren geen prioriteit Surinaamse regering

10-01-2013   Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Regeringen van 128 landen staan op het punt om een eerste wettelijk bindend wereldwijd verdrag te ondertekenen om de uitstoot van kwikdampen en kwikverontreiniging aan te pakken. Suriname is een van de deelnemende landen, maar onduidelijk is wat het belang van en voor Suriname is om een dergelijk verdrag te ondertekenen.

Delegaties uit die landen worden komende week, tussen 13 en 18 januari, in het Zwitserse Genève verwacht voor een vijfde en laatste ronde van besprekingen. Alle landen zijn het er over eens, dat dringend actie is vereist om kwikdampuitstoot te verminderen, dat een groot risico is voor het milieu en de volksgezondheid.

De totstandkoming van het verdrag wordt gecoördineerd door het onderhandelingscomité van het Milieu Programma van de Verenigde Naties (UNEP, United Nations Environment Programme).

Volgens een conceptversie van het UNEP 2013 Wereld Kwik Rapport kwam in 2010 zo’n 6.500 ton kwikdamp in de lucht terecht. Zo’n 30% daarvan was afkomstig van menselijke activiteiten en 15% van natuurlijke bronnen zoals vulkanen en erosie. Het restant kwam op natuurlijke wijze uit de bodem, water en vegetatie.

WHO: Kwik in top tien bedeigende chemicaliën voor volksgezondheid
De Wereld Gezondheids Organisatie (WHO, World Health Organization) heeft vastgesteld dat kwik een van de top tien chemicaliën is die een bedreiging vormt voor de volksgezondheid – het kan de hersenen beschadigen en het is een gevaar voor foetussen.
Volgens UNEP is door menselijke activiteiten in totaal 35.000 ton kwikuitstoot, waarvan ongeveer 40% dateert van voor 1850. De overige hoeveelheid dateert uit laat 19e eeuw uit zilver- en goudmijnbouw, toen kwik werd gebruikt om die metalen te winnen. De laatste tientallen jaren is de uitstoot toegenomen door de kleinschalige goudwinning in Afrika en Latijns Amerika en door snelle industrialisering van Azië. China draagt nu 30% bij aan de wereldwijde uitstoot.

Voor de laatste ronde van onderhandelingen, in juni/juli 2012, spitsten discussies zich toe op de totstandkoming van een kwikverdrag voor alle landen om kwikdampuitstoot te reduceren. Maar, dat stuitte op verzet van landen als China en India. Zij zijn van oordeel dat ontwikkelde landen hun dan moeten helpen met financiering en technologie. 

Op verzoek van de UNEP, tijdens de vierde onderhandelingsronde in de laatste week van juni en de eerste week van juli 2012 in Uruguay, zond de directeur Milieu, Henna Uiterloo, van het Surinaamse ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu 12 augustus 2012 een brief aan UNEP in Genève met ‘informatie’ over de uitstoot van kwikdampen in Suriname. 
Suriname liet de internationale organisatie weten dat er gegevens bekend zijn.... 

 
 

Nee, Suriname beschikte niet eens over een speciale kwikdampmeter, terwijl in het binnenland de stof in grote hoeveelheden wordt gebruikt in de goudwinning en ook in het centrum van Paramaribo door goudopkopers. Pas in december 2012 beschikte de Arbeidsinspectie over een dergelijke meter en kon begonnen worden met metingen bij goudopkopers in Paramaribo. De leverancier van de kwikdampmeter liet een specialist naar Suriname gestuurd, om arbeidsinspecteurs te trainen.

Het internationale verdrag focust zich ook om het terugbrengen van kwikuitstoot in de kleinschalige goudwinning, welke sector nauwelijks wordt gereguleerd. Veel goudzoekers zijn zich nog niet steeds niet bewust van de risico’s van het gebruik van kwik bij het winnen van goud.

UNEP verwacht dat uiteindelijk in de loop van dit jaar het verdrag zal worden getekend door de deelnemende landen, dat ze verplicht om het gebruik van kwik aan te pakken.

De Europese Unie besloot al in 2008 om de export van kwik vanaf 2011 te verbieden, terwijl de Amerikaanse oud-president George Bush in oktober 2008 een wet bekrachtigde die per dit jaar, 2013, alle export van kwik uit de Verenigde Staten moet verbieden.

Suriname moddert al jaren aan
Suriname lijkt vele jaren de kwikproblematiek in het binnenland te hebben genegeerd. Kleinschalige goudzoekers gebruiken nog steeds kwik bij de winning van goud en nog steeds worden hierdoor het water in kreken en rivieren vervuild en de gezondheid van lokale bewoners, inheemsen en marrons, bedreigd. Achtereenvolgende regeren waren op de hoogte van de risico’s van het gebruik van kwik in de goudvelden, maar nimmer werd enige effectieve actie ondernomen. Van overheidswege bijvoorbeeld worden de goudzoekers niet gestimuleerd en gemotiveerd om over te stappen op milieuvriendelijke winningsmethoden. Controle op het gebruik van kwik is er niet en goudzoekers vinden wegen om het kwikimportverbod te omzeilen door smokkelroutes vanuit bijvoorbeeld de Guyana’s te gebruiken. De in december 2010 ingestelde presidentiële Commissie Ordening Goudsector kondigde in 2012 aan dat ingaande  2013 kwik moet zijn verbannen uit de goudvelden..... Maar, zoals zo vaak gebeurt, woorden worden niet omgezet in daden. Beleid wordt niet omgezet in praktijk en handhaving en controle blijken welhaast een onmogelijkheid in het binnenland.

Milieuvriendelijk goudwinnen met 'shaking table'
Niet alleen de regering heeft grote moeite om de kleinschalige goudwinningssector te reguleren en onder controle en toezicht te krijgen. Ook de paar natuurbeschermingsorganisaties in Suriname modderen al vele jaren aan om goudzoekers warm te krijgen voor ‘groene’ milieuvriendelijke winningsmethoden. Maar, daar hangt een prijskaartje aan en vele goudzoekers willen wel, maar zouden graag zien dat er een fonds wordt ontwikkeld waarop zij een beroep kunnen doen om de financiële middelen te verkrijgen om milieuvriendelijke winningsmethoden aan te kunnen schaffen.

Het Wereld Natuur Fonds Guianas (WWF Guianas) maakte in november 2008 bekend dat Suriname, Guyana en Frans-Guyana gezamenlijk zouden toewerken naar een kwikvrije kleinschalige goudwinning.  Delegaties van de drie landen waren in november 2008 in Frans-Guyana bijeen om gesprekken te voeren met plaatselijke overheidsfunctionarissen, gouddelvers, milieuorganisaties en instituten actief in de sector. Suriname was vertegenwoordigd door afgevaardigden van de ministeries van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu, Natuurlijke Hulpbronnen en Financiën, het NIMOS en de Nederlandse ambassade. Ook waren Surinaamse gouddelvers en concessiehouders uitgenodigd, maar die waren in geen velden of wegen te bekennen. De deelnemers brachten ook veldbezoeken aan goudvelden waar alternatieve winningsmethoden werden gebruikt. Voor Frans-Guyana was gekozen, omdat het daar sinds 2006 verboden is kwik te gebruiken bij de goudwinning. Vanaf toen werden ook de import van kwik stopgezet, de wetgeving aangepast en een bewustwordingscampagne opgestart. Met de nieuwe wetgeving werd de kleinschalige goudindustrie in dat land volledig gelegaliseerd. Suriname blijkt echter grote moeite te hebben om te leren van de ervaringen en kennis in het Franse buurland.

Controle onmogelijk
Tijdens de wekelijkse persconferentie van de Raad van Ministers op 9 februari 2011 antwoordde minister Ginmarto Kromosoeto van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM) op vragen van journalisten, dat kwik verboden is en dat het niet mag worden geïmporteerd. Kromosoeto erkende dat kwik het land wordt binnengesmokkeld en dat het ministerie daar nauwelijks greep op heeft. De Dienst Arbeidsinspectie heeft, aldus de bewindsman, niet de middelen en de logistiek om regelmatig in het binnenland controles uit te voeren. En wanneer er eens iemand van deze dienst in het binnenland is dan is er geen wettelijke mogelijkheid om op te treden. Dat kan alleen met bijstand van de politie. Sinds het instellen in december 2010 van de presidentiële Commissie Ordening Goudsector, kunnen sociale- en veiligheidsinspecteurs meeliften met het management team van de Commissie Ordening Goudsector naar goudwinningsgebieden in het binnenland.  Minister Kromosoeto maakte ook bekend dat het ministerie werkt aan de aanschaf van een zogenaamde kwikdampmeter waarmee luchtvervuiling in een bepaalde omgeving kan worden vastgesteld.

De Surinaamse regering publiceerde in juli 2011voor het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP, United Nations Development Programme) het ‘Updated National Chemical Profile The Republic of Suriname’. Dit honderdeenentwintig pagina’s tellende rapport werd opgesteld door het ministerie van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu (ATM) in het kader van de implementatie van het Verdrag van Stockholm. (Het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen is een internationaal milieuverdrag, aangenomen tijdens de conferentie van de Verenigde Naties over persistente organische verontreinigende stoffen in Stockholm, op 22 mei 2001. Het is een wettelijk bindend instrument met als doel de gezondheid van de mens en het milieu beschermen tegen persistente organische verontreinigende stoffen; deze stoffen zijn persistent in het milieu, verspreiden zich over grote delen van het aardoppervlak, stapelen zich op in de voedselketen, en vormen een risico voor de gezondheid van de mens en voor het milieu.)
ATM geeft in het rapport voor de UNDP aan dat geen enkele informatie bekend is over import van kwik. Verder meldt het ministerie dat er geen nationaal gecoördineerde aanpak is van de problemen in de kleinschalige goudsector en het ongecontroleerde gebruik van kwik. Hierbij dient opgemerkt te worden dat op het moment dat het rapport voor de UNDP werd uitgebracht, juli 2011, de presidentiële Commissie Ordening Goudsector al zeven maanden aan het werk was.

Passief beleid leidt niet tot uitbannen kwikgebruik Surinaamse goudvelden
Duidelijk is dat de regering een passief beleid voert als het gaat om de aanpak van het kwikgebruik in het binnenland. Het dit jaar nog op te stellen internationale UNEP-verdrag zal waarschijnlijk voor het kwikgebruik en de kwikuitstoot in Suriname weinig tot geen zoden aan de dijk zetten. Eerst zal de regering zich moeten inspannen om ervoor te zorgen dat de porknokkers en garimpeiros in het binnenland kwik vaarwel kunnen zeggen en kunnen overstappen op ‘groene’ winningsmethoden.

dinsdag 8 januari 2013

Eindelijk een borstbeeld van Louis Doedel in Suriname

Schandvlek voor het land: de langst in psychiatrisch  gevangenschap gehouden vakbondsleider ter wereld

08-01-2013  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Tijdens een persconferentie op het Kabinet van de President maakte zaterdag 5 januari 2013 het ‘Comité Eerherstel Louis Doedel’ bekend, dat op 10 januari een borstbeeld van Louis Doedel, vervaardigd door de Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries, zal worden onthuld door president Desi Bouterse op het terrein van de Stichting Scholings Instituut voor de Vakbeweging (SIVIS). Het is de eerste stap om de eer van Surinames eerste vakbondsleider te herstellen.

Suriname hobbelt hiermee wel schaamteloos achter Curaçao aan, waar op 2 mei 2010 al een standbeeld van Louis Doedel werd onthuld en geplaatst op de begraafplaats Kolebra Bèrdè te Willemstad. Het beeld is vervaardigd door de in 1954 op het eiland geboren en in het Nederlandse Almere Haven wonende kunstenaar Patrick Mezas. De Surinaamse arts Nizaar Makdoembaks wilde hiermee voorkomen dat Doedel op den duur in de vergetelheid zou raken. Makdoembaks had twee jaar eerder, in 2008, het boek ‘Psychiatrie – een dodelijk wapen tegen de dissidente SDAP’er Louis Doedel’ uitgebracht. In de inleiding stelde hij dat hoewel Nederland er alles aan heeft gedaan de affaire Doedel in de doofpot te laten verdwijnen, dit niet gelukt is. 'Het is tijd voor rehabilitatie,' schrijft Makdoembaks. Het Surinaamse ministerie van Justitie liet beslag laten leggen op Doedels medisch dossier. Dit gebeurde naar aanleiding van de grote belangstelling van onderzoekers voor Doedel na diens overlijden begin 1980. Uit dat dossier zou moeten blijken of het terecht was dat hij voor 'naaktloperij bij het gouvernementshuis' 43 jaar werd opgesloten in psychiatrische inrichting Wolffenbuttel of dat het een voorwendsel was om hem de mond te snoeren.

Tijdens de persconferentie zei de voorzitter van het comité, oud-parlementsvoorzitter Emile Wijntuin ‘het is tijd om deze grote Surinamer de eer te betonen die hem toekomt’. ‘Het is een schande wat de Nederlanders Louis hebben aangedaan. Schandelijk is het ook dat onze historici deze schandvlek ongemerkt voorbij hebben laten gaan en het aan deze generatie hebben doorgegeven.’

Maar, is het ook niet een schande dat Suriname pas 33 jaar na het overlijden van Louis Doedel een borstbeeld van deze vakbondsman krijgt? En dan nog wel achter de schermen ‘geregeld’ door de regering die het beeld heeft gefinancierd. En is het ook niet enigszins als sarcastisch te bestempelen dat ditzelfde comité die schande voor Suriname nog eens extra benadrukt door ernaar te streven dat Doedel in het Guiness Book of World Records opgenomen wordt als de langst in psychiatrisch gevangenschap gehouden vakbondsleider ter wereld?

Maar, wie was deze vergeten en letterlijk weggestopte ‘grote Surinamer’? Waarom moest Louis Alfred Gerardus Doedel, mede-oprichter in 1932 van de SAWO (Surinaamsche Algemene Werknemers Organisatie), de eerste Surinaamse vakbeweging,  43 jaar worden opgesloten in de psychiatrische inrichting Wolffenbuttel?

We gaan terug naar het begin, 26 juli 1905, de dag dat Louis Doedel het levenslicht zag. Op nog jonge leeftijd besloot de typograaf in mei 1928 naar Curaçao te verhuizen voor een betere toekomst, door werk te zoeken bij de olieraffinaderij Lagos. In die tijd heerste er overal werkeloosheid terwijl de olieraffinaderij juist mensen nodig had. Hij vond echter een baan bij de belastingen, maar hield zich meer bezig met revolutionaire praktijken, althans volgens de politie op Curaçao.
Hij stuitte op onrecht, werkloosheid en honger. Toen hij eind 1930 aan de verkeerde kant over een brug liep, werd proces-verbaal tegen hem opgemaakt. Hij werd op 12 april 1931 uitgewezen naar Suriname.

De Nederlandse krant De Tijd berichtte daarover op 30 april 1931 het volgende:

Uitwijzing op Curaçao.
Naar „Het Volk" d.d. W April uit Curacao verneemt, is de sociaal-democraat Louis Doedel, Surinamer van geboorte en tot voor kort in dienst van het belastingwezen op Curacao, op last van den gouverneur uitgewezen als gevaarlijk voor de politieke rust en orde. De uitgewezene heeft zich met een protestschrijven tot den gouverneur gericht en is naar het blad weet mede te deelen, als op de uitwijzing niet teruggekomen wordt, voornemens zich tot de Tweede Kamer te wenden om schadevergoeding.

En Doedel wendde zich werkelijk tot de Tweede Kamer, op 6 mei 1932. Zijn verzoekschrift werd een week later gepubliceerd in ‘Suriname, koloniaal nieuws- en advertentieblad’:  

Den Hoogmogenden Heeren Leden der Tweede Kamer der Staten Generaal.
Geeft met verschuldigden eerbied te kennen, Louis Doedel -Nederlander-geboren in Suriname in het jaar 1905, dat hij de vrijheid neemt nogmaals en in aansluiting met het reeds ingezonden verzoekschrift bij Uw Colege ged. 10 April 1931, alsnog het volgende onder Uw HGE. aandacht te brengen;

dat hij op Zaterdag 11 April  1931 ingevolge bevel der mil. Chef van de recherche op Curacao, hij zich des namiddags te 3 ure aanmelde ten bureele van bovengenoemde dienst;
dat hem ten kantore van de recherche op Curacao de volgende aanzegging werd ter hand gesteld, luidende;
No. 113 Aanzegging aan Louis Doedel om vóór of op uiterlijk 24 April 1931 het
gebiedsdeel Curacao te verlaten, omdat hij onvoldoende middelen van bestaan heeft en gevaarlijk wordt geacht voor de publieke rust of openbare orde;
dat hem daarna door sergeant Koks, naderbij gekomen militairen en Holl. burgerpolitie, een velletje papier werd voorgelegd, met mededeeling aan hem, dat hij voor goede ontvangst, van het aanzeggingsbevel (moet) teekenen;
dat hij bezwijkend voor de dwang en dreigementen der militairen en Holl. politici ten slotte vlug met de pen kraste. „Met uitzondering van onvoldoende middelen van bestaan moet ik teekenen (get. L. Doedel);
dat toen hij den chef der recherche —voordien — uitnoodigde kennis te nemen van zijn middelen van bestaan (o.m. dat ik bij de Firma G. Troost, werkzaam ben) hij mij aan het verstand bracht, dat het bedoelde aanzeggingsbesluit niet van de recherche afkomstig is, maar dat Z.E. de Gouverneur van Curacao tot het doen uitvaardigen van deze aanzegging had last gegeven. Immers Z.E. had hem reeds eerder doen weten, dat hij om intrekking van de aanzegging, Z.E. niet hoefde te naderen — hetgeen ik toch nog voor mijn vertrek deed — want het was Z.E. uitdrukkelijken wensen, dat L. Doedel uiterlijk Zondag 12 April dj. de Kolonie zou moeten hebben verlaten;
dat hij reeds eerder op Vrijdag 10 April dj. Des namiddags 5 ure een request bij Z.E. de Gouverneur van Curacao indiende, waarin hij protesteerde tegen het uitwijzingsbevel en voor het laatst het verzoek aan Z.E. deed om eenige weken nog te mogen blijven op Curacao; daardoor in de gelegenheid te worden gesteld uitstaande gelden op te halen -handels en schuldvorderingen – welke hij op Curacao te krijgen heeft en door een overhaastig vertrek binnen 24 uur als oninbaar zouden moeten worden beschouwd;
dat Z.E. afwijzend besliste op dit verzoek, want het was Z.E. wensch dat ik op Zondag 12 April dj. uiterlijk Curacao zou moeten verlaten, daar er naar Z.E. oordeel geen ander scheepsgelegenheid voor of op op 24 April dj. openstond naar Suriname;
dat hij op Zondag 12 April dj. nadat hij herhaalde malen door militairen van alle rang aan en bij huis werd gecontroleerd, en nadat hem naar zijn identische bewijzen werd gevraagd, werd hem gezegd om uiterlijk des namiddags 2 ure op den steiger of werf der KNSM in persoon aanwezig te zijn (ter voorkoming van mishandeling zeide de soldaat) en werden zijne rommels (bagage) op Gouvernementskosten en met mil. bemoeiing ter vertrekbestemming aan boord vervoerd;
dat aldus geschiedde, dat hij vanaf de openbare steiger der KNSM onder mil. geleide aan boord v/d Stuyvesant werd geleid (in het openbaar was de militair zeer beleefd tegen hem) en volgens aanwijzing der militairen hij zich binnen een bepaalde ruimte op het scheepsdek mocht bewegen, totdat het schip uit de haven zou zijn geloosd;
dat hij thans lijdt onder den druk van de financiéele verwoesting welke het onverwachte en overhaastig vertrek uit Curacao hem heeft bezorgd en dat voor hem weinig toekomstmogelijkheden bestaan in het zinkend economisch Surinaamsch bestel ook, omdat het voor het Surinaamsch bestuur een punt van moeilijke overweging kan uitmaken hem in Gouvernementsdienst alhier te nemen daar het begrijpelijk is dat Z.E. de Gouverneur van Suriname niet om wille van een tweede klas Nederlander de collegiale vriendschap in het gedrang zou willen brengen.

Reden waarom hij U Hoogmogende Heeren beleefd en onderdanig verzoekt een of meer blijken van rechtvaardigheid willen aan hem te doen betoonen door:
1 Intrekking van het uitwijzingsbevel.
2 Toekenning van een schadevergoeding voor geleden verliezen, vanwege het binnen 24 uur (na het uitreiking van het schriftelijke bevel) uitstooten van een Nederlander uit Nederlandsch gebiedsdeel zonder hem in de gelegenheid te stellen te worden gehoord, of een mogelijkheid voor hem open te stellen zijne financiéele transacties op orde te brengen,  waardoor hij thans ± f 5000 (Vijf . duizend gulden) verlies te boeken heeft.
3 Naar Hollandsche rechtenzin een schadeloosstelling of een tegemoetkoming of anderszins, verleenen voor geleden en nog te lijden individueele en moreele schade, veroorzaakt meer door het achter de schermen tegenwerken en als door publiciteit in de Nieuwsbladen van een en ander zijn persoon als revolutionair brandmerken waardoor zijn levenskansen worden bemoeilijkt.

In het vertrouwen, dat het UHMH, moge behagen in Hollandsche rechtsvoetsporen aan hem rechtvaardigheid te willen doen, overtuigd als hij is, dat als het gaat, om richtigen gang van zaken de Regeering van Groot Nederland immer bereid wordt gevonden een en ander te doen teekent hij,
Uwe niet minder trouwe onderdaan.

 

Nauwelijks terug in Suriname richtte Doedel op 25 mei 1931 een werklozen comité op. Hij pleitte voor het aanbesteden van openbare werken om werkgelegenheid te bevorderen en ook voor het verstrekken van landbouwgrond aan mensen zonder baan. In dezelfde maand werd hiertoe een petitie aangeboden aan gouverneur Abraham Arnold Lodewijk (Bram) Rutgers. Maar, er volgde geen reactie en in oktober dat jaar gingen werklozen de straat op om een protest te laten klinken. Met stokslagen trachtte de politie de menigte in bedwang te houden, maar de situatie liep echter volledig uit de hand en ontaardde in rellen en plunderingen. De rellen duurden twee dagen, gevolgd door een verklaring van de gouverneur dat hij wel wilde praten, maar alleen als de gemoederen waren bedaard. Doedel las die verklaring op straat voor in aanwezigheid van vele toehoorders. De politie vreesde weer voor rellen en begon met karabijnen op de mensen te schieten. Daarbij vielen een dode en verscheidene gewonden.

Doedel was hierdoor niet uit het veld geslagen en bleef zich inzetten voor werklozen en arbeiders en richtte in 1932 de vereniging Surinaamse Arbeiders en Werkers Organisatie op. Vervolgens werd ook nog eens het Surinaamse Arbeidersverbond opgericht. Louis Doedel was geboren als de grondlegger van de Surinaamse vakbond.

Gouverneur Rutgers werd in 1933 teruggeroepen naar Nederland en vervangen door Johannes Coenraad Kielstra die niets moest hebben van de organisaties van Doedel. De strijder tegen arbeidsonrecht trachtte weer een petitie aan de in het Overijsselse Zwarte Water-stadje Zwartsluis geboren gouverneur aan te bieden, maar werd niet toegelaten tot het kantoor van Kielstra terwijl hij bemerkte dat blanken wel werden toegelaten.
De volgende dag smeerde Louis zich helemaal in met pemba dotti, een witte kleisoort. Het was een protest: nu ben ik blank! Toen hij bij het paleis kwam, werd hij echter weggestuurd. In een opwelling van woede liet hij prompt zijn broek zakken en toonde zijn billen in de richting van het onderkomen van de gouverneur. Hij werd gearresteerd voor het verstoren van de orde.

Gouverneur Kielstra hanteerde vervolgens een gebruikelijke methode om tegenstanders uit te schakelen: hij liet begin juni 1937 Doedel ter observatie opnemen in Land's Psychiatrische Inrichting, het vroegere Wolffenbuttel. In dat soort instellingen was het de gewoonste gang van zaken om agressieve patiënten elektrische schokken toe te brengen, door het plaatsen van elektroden aan de zijkant van het hoofd. Om de pijnen te verbijten kreeg een patiënt een stuk hout in de mond. Ook gebeurde het dat iemand gedurende twee dagen of langer in een ijskoud bad en aan handen en voeten geboeid werd gelegd.
‘Suriname, koloniaal nieuws- en advertentieblad’ berichtte over de opname ter observatie van Doedel op 4 juni:

Louis Doedel.
In de laatste tijd deed Doedel raar. Zo besmeurde hij zijn gelaat op een avond met zwarte verf en toen iemand hem vroeg waarom hij zich zwart gemaakt had, deed hij voorkomen, of hij niet wist dat hij er zo uitzag. Maar ook overigens maakte hij een overspannen indruk en alhoewel nimmer een hercules geweest, zag hij in de laatst tijd zeer vermagerd uit. Vrijdagnacht omstreeks 12 uur zag hij kans om met een auto naar het Gouvernementshotel te rijden en hij stapte het gebouw reeds binnen toen hij door de schildwacht werd tegengehouden. Aan deze deelde hij mede dat hij de Gouverneur onmiddellijk moest spreken. De schildwacht oordeelde het beter de politie te waarschuwen die ten tonele verscheen en D. naar het Politiebureau overbracht waar hij die nacht doorbracht. De volgende dag d.i. Zaterdag werd hem een verhoor afgenomen en hij beweerde vergezeld te zijn geweest van een Amerikaanse, die in het belang van het land belangrijke mededelingen aan de Gouverneur had te doen. Er was in de auto echter geen dame. Men oordeelde het verstandig om hem ter observatie op te nemen in het krankzinnigensticht.

De inrichting zou op 10 januari 1980 na velen jaren ‘observatie’ zijn dood worden.

Louis Doedel overleed in alle stilte en eenzaamheid een paar dagen na zijn vrijlating, in een huisje op het erf dat van zijn moeder was geweest, op geen honderd meter verwijderd - alleen door een kreekje gescheiden - van de plaats waar hij 43 jaar verstopt werd door de regering.
De op Curaçao verschijnende krant Amigoe Amigoe berichtte op 14 januari 1980 dat de regering de begrafenis van Doedel zou betalen:

PARAMARIBO - De Surinaamse regering betaalt de begrafenis van de vakbondsleider Louis Alfred Gerardus Doedel. Premier Henk Arron heeft deze toezegging gedaan aan parlementsvoorzitter Emile Wijntuin. Het stoffelijk overschot van de heer Doedel werd zaterdagmiddag op der.k.begraafplaats aan de schoot der aarde toevertrouwd.

Tweeëndertig jaren later is het de Surinaamse regering die een borstbeeld van Louis Doedel financiert, na jarenlang deze vakbondsman en strijder voor arbeidsrechten te hebben laten wegkwijnen in een psychiatrische inrichting.
De regering tracht een deel van de zwarte geschiedenis van Suriname, een deel dat willens en wetens decennialang was weggestopt, anno 2013 de kleur van eerherstel te geven. Beter laat dan nooit. Maar, waarom nu, januari 2013?

(Bron krantenberichten: http://kranten.kb.nl/)

maandag 7 januari 2013

'First Division' en een 'break'.....

Engelse woorden verzieken 'Surinaamse' taal

ABC-sportcommentator Desney Romeo verslikt zich
07-01-2013   COLUMN   Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - In het ABC live sportprogramma 'Start en Finish' hoorde ik presentator/sportjournalist Desney Romeo zondagavond 6 januari 2013 zeggen in een issue over de start van het nieuwe Surinaamse voetbalcompetitieseizoen: 'Waarom zegt de Surinaamse Voetbalbond 'First Division' en niet gewoon 'Eerste Divisie'? Waarom moet dat nu in het Engels?' waarna hij zelf vervolgens een paar minuten later zei: 'En nu gaan we over naar een korte break'......

Velen hebben kennelijk simpelweg niet door hoeveel Engelstalige woorden worden gebruikt en misbruikt in het dagelijkse Nederlandse of eigen 'Surinaamse' taalgebruik.

Het was duidelijk merkbaar, hoorbaar, dat Romeo zich hieraan stoort en ja, ergert. Hij begreep niet waarom de voetbalbond de benaming 'First Division' gebruikt. Maar, hoe vaak gebruikt hij zelf niet Engelse woorden in zijn dagelijkse taalgebruik en heeft hij dat ook door?

'First Division', een taalkundig probleem, bezwaarlijk? Wie hier problemen mee heeft zou eens goed het taalgebruik van vele Surinamers tegen het licht moeten houden en hij of zij zal versteld staan van de hoeveelheid Engelstalige woorden die gebruikt worden. Velen hebben het niet eens door, horen het niet.

De 'Surinaamse' taal is een rommeltje, een bijeen geraapte bende van woorden en niemand die de knoop doorhakt: Nederlands, Sranantongo of Engels als voertaal. Alles wordt gebruikt, door elkaar heen, heerlijk helder, duidelijk en overzichtelijk.....

vrijdag 4 januari 2013

Weer Brits transport kernafval door Caribisch gebied - Kernafval uit Japan via Frankrijk, Caribisch gebied en Panamakanaal terug naar Japan

Transporteur verstrekt geen informatie over route en data transport

Brits transportbedrijf vervoert veertig jaar kernafval zonder incidenten

04-01-2013  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - De Caricom heeft zich eind december 2012 uitgesproken tegen een transport van hoog radioactief afval vanuit Groot-Brittannië naar Japan door het Caribisch gebied. Volgens Caricom-voorzitter en premier van het eiland St. Lucia Kenny Anthony, zou het transport grote risico’s met zich meebrengen voor de bevolking van het gebied in geval van een calamiteit.

Anthony heeft de Britse regering in Londen opgeroepen het transport niet door te laten gaan. Volgens de voorzitter van de Caricom is het al het vijftiende transport dat via het Caribisch gebied gaat en alle keren hebben Caricom-voorzitters geprotesteerd tegen de transporten, ook nog in januari 2012. Onduidelijk is wanneer het transport in het gebied wordt verwacht.

Het steekt Anthony dat telkenmale het Verenigd Koninkrijk protesten uit het Caribisch gebied negeert, terwijl de regio en Groot-Brittannië een lange historische band hebben.

De transporten worden verzorgd door het Britse bedrijf Pacific Nuclear Transport Limited. Het zou ’s wereld meest ervaren en deskundige transporteur zijn van nucleaire ladingen. In de afgelopen veertig jaren heeft het bedrijf rond de 200 transporten verzorgd, waaronder kernafval vanuit Frankrijk naar Japan, via het Caribisch gebied. Het nucleaire materiaal wordt in speciale containers vervoerd.

Al in februari 1995 was Caribisch protest te horen. Dertien Caribische landen protesteerden toen tegen een eerste transport van kernafval door het Panamakanaal, van Frankrijk naar Japan. Tijdens een Caricom-bijeenkomst in Belize zei toenmalig premier Patrick Manning van Trinidad & Tobago, dat het transport een bedreiging zou betekenen voor het milieu en de toerismesector in het gebied. ‘Het Caribisch gebied moet een nucleaire vrije zone blijven’, sprak Manning. Het afval zou worden vervoerd in glazen blokken in een zware container.

Ondanks protesten kon drie jaar later, op 3 februari 1998, een transport van kernafval tussen de Dominicaanse Republiek en Puerto Rico doorvaren om drie dagen later te arriveren bij het Panamakanaal. Het afval was aan boord van de Pacific Swan van het Britse bedrijf Pacific Nuclear Transport Limited. De protesten vanuit de Caricom vonden echter weer geen gehoor. Ook de internationale milieuorganisatie Greenpeace liet zich horen. ‘Als het publiek niets te vrezen heeft van het transport, waarom wordt het transport dan zo geheim gehouden door Japan, Frankrijk en Groot-Brittannië?’, vroeg Damon Moglen van Greenpeace zich af. 
Het schip vervoerde 60 vaten met hoogradioactief afval uit Frankrijk dat eerst als afval uit Japanse kerncentrales naar Frankrijk was getransporteerd voor verwerking. Nu ging het terug naar Japan, naar een opslaglocatie in Rokkasho, een dorp in de regio Aomori in het noordoosten van het land. Het transport maakte onderdeel uit, volgens Greenpeace, van een programma om zo’n 3.000 vaten kernafval in totaal van Frankrijk en Groot-Brittannië naar Japan te vervoeren. Deze landen zijn nooit bereid geweest een milieueffectrapportage te laten uitvoeren, om de risico’s van dergelijke rapporten goed in kaart te kunnen brengen.

Ruim een jaar later, in de eerste week van juli 1999, bespraken regeringsleiders van de Caricom-landen in Port-of-Spain, de hoofdstad van Trinidad en Tobago, rapporten over een te verwachten transport van 450 kilo plutonium door twee Britse schepen vanuit havens in Groot-Brittannië en Frankrijk naar Japan, door de Caribische Zee. De regeringsleiders waren woedend, dat hun protesten tegen dergelijke transporten niet serieus genomen werden door de regeringen van Frankrijk, Groot-Brittannië en Japan. Ook waren zij teleurgesteld in Amerika, dat weigert zulke transporten toegang te verlenen tot het Panamakanaal, dat door Amerika wordt gecontroleerd. Verzoeken daartoe vanuit de Caricom waren aan dovemansoren gericht.

Ook in juli 2011 was de Caricom genoodzaakt om voor de zoveelste keer te protesteren tegen een gepland transport van uit Japan afkomstig kernafval door het Caribisch gebied.
De Caribische gemeenschap, Caricom, riep in een verklaring op tot een onmiddellijke stop van transport van radioactieve materialen door het gebied.
Volgens de toenmalig voorzitter van de Caricom, Denzil Douglas, die ook premier was van St. Kitts en Nevis, zijn de transporten ‘onacceptabel en schadelijk’. Hij zei verder dat de transporten het bestaansrecht van de bewoners in de regio op het spel zetten. Daarnaast benadrukte Douglas dat de Caribische Zee door de Verenigde Naties is erkend als een speciaal gebied in het kader van duurzame ontwikkeling.

En nu, begin 2013, zou er weer sprake zijn van een transport van kernafval door het Caribisch Gebied en weer ageert de Caricom hier tegen. Of de landen die deze keer betrokken zijn bij het transport wel zullen reageren op de protesten uit het Caribisch Gebied is nog de vraag.

In een reactie laat woordvoerder Ben Todd van Pacific Nuclear Transport Limited mij op 2 januari weten dat de wijze van transport van kernafval over zee veilig en getest is. ‘Het afval wordt opgeslagen in een vaste glazen vorm die immobiel is, ondoordringbaar en onoplosbaar en is verpakt in een roestvrijstalen vat. Zo’n 28 van dergelijke vaten worden vervoerd in een 120 ton zware stalen omhulsel, een fles. Slechts 10 procent van het gewicht daarvan is afvalmateriaal, de rest bestaat uit beschermende materialen. Het schip dat het kernafval vervoert heeft een dubbele wand, is gebouwd in 2009 en in dienst sinds 2010. Daarenboven bestaat het personeel uit de meest ervaren zeelieden ter wereld op het gebied van nucleair transport.’

Het schip dat binnenkort door Caribische wateren vaart met kernafval is waarschijnlijk, afgaande op de woorden van Todd, de Pacific Grebe (foto top).

Met betrekking tot de Caricom-lidstaten zegt Todd dat zijn bedrijf alle betrokkenen zeer serieus neemt en dat het een lange geschiedenis heeft in het onderhouden van goede contacten met landen langs de transportroutes. ‘Wij horen de zorgen over onze transporten aan en verzekeren die landen, dat ons vervoer veilig is en dat geldt ook voor de Caricom-landen.’ 

Op de vraag hoe ver verwijderd van de Surinaamse kust het eerstvolgende transport van kernafval  - en wanneer - plaatsvindt, werd geen antwoord gegeven. Dat valt waarschijnlijk onder de noemer ‘geheim’. Overigens heeft het Britse bedrijf het Amerikaanse public relations bureau Gavin Carter and Associates, in Alexandria, Virginia, ingehuurd om media te woord te staan.

woensdag 2 januari 2013

Begint uitbaggeren vaargeul Surinamerivier werkelijk in juni 2013....

Baggerproject Surinamerivier kent lange geschiedenis

Eerder gedane toezeggingen werden niet waargemaakt

02-01-2013  Door: Paul Kraaijer


Directeur Michel Amafo van de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) maakte in de laatste week van december 2012 bekend, dat het uitbaggeren van de Surinamerivier in juni 2013 zal beginnen. Tegenover de West liet hij op 28 december weten, dat de periode waarin bedrijven een bod kunnen doen op de aanbesteding 14 februari afloopt. Vanaf de monding van de rivier tot Paranam gaat een nieuwe vaargeul gebaggerd worden. De directie van het baggerproject, dat naar verwachting zes maanden zal duren, is in handen van het Raadgevend Ingenieursbureau Lievense B.V. in het Nederlandse Breda.

Al sinds 2004 wordt gesproken over het uitbaggeren van de Surinamerivier. Vele malen zijn toezeggingen gedaan over het moment waarop met de werkzaamheden zou worden begonnen. Op 9 november 2006 werd gesteld dat medio 2007 begonnen kon worden met de baggerwerkzaamheden. Vervolgens werd het een lange periode stil, waarna op 24 augustus 2010 bekend werd gemaakt dat in 2011 de rivier uitgebaggerd zou worden. Een jaar later, 28 september 2011, kwam het bericht dat de werkzaamheden in het eerste kwartaal van 2012 zouden starten en op 3 augustus van dit jaar werd gemeld dat uiterlijk februari 2013 begonnen zou worden met de baggerwerkzaamheden. Deze week kwam de voorlopig laatste voorspelling: 1 juni 2013.
 

Hoe heeft het ‘baggerproject’ zich de afgelopen jaren ‘ontwikkeld’?
De MAS maakte op 7 juni 2006 bekend dat zij een onderzoek zou laten uitvoeren naar de economische en financiële haalbaarheid van een diepere vaargeul in de rivier. Dat onderzoek zou gefinancierd worden door Staatsolie en de bauxietbedrijven Suralco en het inmiddels uit Suriname vertrokken Billiton. De studie gold als voortraject van het project Modernisering Vaarweg Surinamerivier. Vijf maanden later benadrukte de MAS dat het project vooral economisch gericht zou zijn. Baggeren was noodzaak vanwege de smalle breedte,zeventig meter, van de rivier en onvoldoende diepgang bij de monding (ongeveer 4.5 meter bij laag water).

Milieueffecten
De berichten over plannen voor het uitbaggeren van de rivier leidde in november 2006 tot de eerste kritische geluiden. Kleine vissers zeiden te vrezen voor het verarmen van het visbestand. Zij baseerden zich op de ervaringen van vissers op de uitgebaggerde Berbicerivier in Guyana. Veel Guyanese vissers trokken vervolgens naar Surinaamse wateren om vis te vangen. Naast een aanslag op het visbestand, werden ook zorgen uitgesproken over overlast veroorzaakt door de snelheid van zeeschepen en loodsboten. De MAS trachtte de zorgen uit de lucht te halen door te stellen dat er een milieueffectenonderzoek werd uitgevoerd. Eind december 2012 liet de MAS weten dat inmiddels een ‘Environmental and Social Impact Assessment’ is uitgevoerd, dat een uitgebreide analyse van de mogelijke gevolgen van het project is opgeseld en dat op basis van die analyse een plan is geschreven voor de uitvoering van het project. Het onderzoek werd gefinancierd door een consortium bestaande uit Staatsolie, Billition en Suralco.

Opmerkelijk was het dat begin november 2007 het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkkeling in Suriname, NIMOS, al beweerde dat de milieueffecten minimaal zouden zijn bij het baggeren van de Surinamerivier. Ook zou volgens dit instituut de vispopulatie weinig last ondervinden van de baggerwerkzaamheden. Een definitief besluit over het wel of niet baggeren van de rivier was toen nog niet door de regering genomen. Maar, een maand later, bleek uit de Jaarrede van president Bouterse, over het regeringsbeleid voor het jaar 2008-2009, dat ‘de studies in verband met het uitdiepen van de vaargeul in de Surinamerivier reed zijn afgerond en de de inschrijving voor de werkzaamheden heeft plaatsgehad’.

Toenmalig vicepresident Ramdien Sardjoe verklaarde op 27 mei 2008 in gesprek met de Ware Tijd, dat ‘het besluit om al of niet te baggeren’ afhing ‘van mogelijkheden de milieugevolgen te beperken’. Hij benadrukte het economische belang van een uitgebaggerde rivier voor Suriname. Zo was de verwachting dat het transport van bauxiet en aardolie  efficiënter zou kunnen en dat cruisetoerisme van de grond zou kunnen komen. Om de vaargeul op de juiste diepte te houden, zal echter jaarlijks gebaggerd moeten worden, aldus Sardjoe in mei 2008.
In dezelfde maand organiseerde de MAS van 26 tot en met 30 mei een training met als titel ‘Monitoring Dredging Operations’ in Hotel Krasnapolsky in Paramaribo. De training werd verzorgd door Bart Graswinckel, een baggerexpert van het Shipping and Transport College Rotterdam. Tijdens deze training werden de meest gangbare baggermethoden besproken en ook de milieuaspecten. Volgens Graswinckel zou voor het baggeren van de Surinamerivier trailhoppercutterdredging in combinatie met waterinjectiondredging geschikt zijn, omdat deze methoden effectiever en relatief goedkoper zijn dan de andere methoden en minieme gevolgen zouden hebben voor het milieu. Deze methoden zouden voor de scheepvaart ook geen belemmering vormen.

Inschrijvingen
Zes bedrijven uit Nederland, België en China hadden zich in augustus 2008 ingeschreven om het meer dan 30 miljoen Amerikaanse dollar kostend baggerproject van de Surinamerivier uit te voeren. Uiterlijk 7 oktober zou de Maritieme Autoriteit Suriname beslissen welk bedrijf het werk gegund zou krijgen, aldus berichtte de Ware Tijd op 19 augustus 2008. Het ging om de bedrijven China Harbour, Jan de Nul NV en Dredging Internationale uit Belgie en het Baggerbedrijf J. De Boer, MNO Vervat BV en een jointventure van Boskalis en Van Oord uit Nederland.
‘Bij de selectie zullen we nadrukkelijk letten op de kwaliteit (ISO 90001), de milieunormen en de capaciteit van de projectuitvoerder’, sprak directeur Michel Amafo. Het contract dat zal worden getekend, loopt twee jaren. Eén jaar voor het baggeren zelf en een nieuwe vaargeul maken en één jaar voor onderhoudsbaggeren. De MAS maakte bekend dat zeeschepen niet verder dan een diepte van 7.5 meter onder de hoogwaterlijn aan vrachtlading konden vervoeren. De bedoeling was om de vaargeul twee meter dieper te baggeren. De krant meldde dat het besluit tot het baggeren van de Surinamerivier was versneld, omdat de monding dreigde dicht te slibben door de Wia Wia bank, een modderbank voor de kust van Commewijne. Elk jaar verschuift deze zeventig kilometer lange en veertig kilometer lange bank een halve kilometer dichter bij de monding van de rivier.

Wachten op instructie van TCT-minister om te mogen beginnen
Half februari 2009 was er nog steeds onduidelijkheid over de vraag wanneer begonnen kon worden met baggeren. De directeur van de MAS, Michel Amafo, verklaarde op 17 februari tegenover het Dagblad Suriname te wachten op ‘nadere instructie van de minister van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) voor het baggeren van de Surinamerivier’. Ondertussen beraadde de MAS beraadt zich over de wijze waarop de rivier gebaggerd zou kunnen worden. Amafo: ‘Gaan wij de hele rivier doen? Gaan wij maar een deel van de rivier doen? Maar baggeren, dat staat vast. We hebben even de slag nodig om de terugkoppeling naar de regering te maken. Als wij de instructie hebben, dan kunnen wij een besluit nemen.’

De inmiddels nieuwe TCT-minister, Falisie Pinas, vond eind augustus 2010 dat het baggeren van de Surinamerivier prioriteit moest hebben in zijn beleidsdoelstellingen. Hij zei dat tijdens een kennismakingsontmoeting bij de MAS. ‘De Surinamerivier wordt volgend jaar uitgebaggerd’, aldus Pinas op 24 augustus 2010.

Financiële tegenvaller
In april 2011 bleken er plotseling financiële hobbels te zijn voor de uitvoering van het baggerproject. De Mas stelde de regering voor om een zogenoemde baggerheffing in te voeren. Met de extra binnenkomende gelden zou de financiering rond moeten komen voor het baggeren van de Surinamerivier, maar een belangrijke financier was uitgevallen. Bauxietbedrijf Billiton had aanvankelijk steun toegezegd, maar het bedrijf was uit Suriname vertrokken. Staatsolie bleef wel meedoen en had al tien miljoen dollar ingebracht. Lokale handelsbanken en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank waren eventueel bereid een lening te verstrekken. ‘Met de zogenaamde baggerheffing zullen we deze lening dan afbetalen’, zo liet MAS-directeur Michel Amafo weten. De heffing moest voldaan worden bij het laden en lossen van schepen in de haven van Paramaribo. De aanbesteding van het baggerproject zou later dat jaar en de uitvoering zou in 2012 moeten plaatsvinden.
Dat werd 27 september 2011 nog eens benadrukt door minister Falisi Pinas van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT). Bij de ingebruikname van de nieuwe steiger van de Nieuwe Haven zei hij, dat voor 1 april 2012 een start zou worden gemaakt met het baggeren van de Surinamerivier. ‘Ik kan u zeggen dat we niet later dan eerste kwartaal van 2012 zullen beginnen met het baggeren van de Surinamerivier.’ Maar, nog steeds werd naarstig gezocht naar financiers. ‘Het komt goed’, aldus de TCT-minister.

Het kwam niet goed.
Pas begin augustus 2012 kwam er een ministeriële beschikking waarin de MAS door de regering werd aangesteld als uitvoerder van het baggerproject. Uiterlijk februari 2013 zou de vaargeul van de Surinamerivier uitgebaggerd worden. Gestreefd werd om per 1 oktober te beginnen met het aanbestedingsproces, zodat het baggeren van de vaargeul volgens plan zou kunnen beginnen. Het projectgebied reikt vanaf ongeveer7  kilometer ten noorden van de eerste boei bij binnenkomst (Lichtschipboei, kilometer 0) tot Dijkveld (kilometer 66) in de Surinamerivier. Ondiepe plekken bevinden zich voor de monding van de Surinamerivier, Jagtlust en en Dijkveld.

Milieuzorgen
Terwijl al jaren gesproken werd over het baggerproject, reageerde het Green Heritage Fund Suriname (GHFS) pas op 17 november 2012. Volgens het GHFS zou het uitbaggeren van de rivier een negatieve impact hebben op het milieu. Zo zou het negatieve gevolgen kunnen hebben op de visstand en in navolging daarvan zou de voedselvoorziening van vissers en dolfijnen verstoord kunnen gaan worden. Het fonds pleitte voor een nieuwe milieueffectenrapportage.

Weer inschrijving laat vraag stellen: wat is er met de 2008-inschrijvingen gedaan....
De MAS maakte op 20 december 2012 bekend dat bedrijven zich voor 14 februari 2013 kunnen inschrijven voor het  Suriname rivier Dredging Project. Opmerkelijk, omdat in augustus 2008 zich al zes bedrijven hadden ingeschreven.

Uit de vorengaande terugblik wordt duidelijk dat het baggerproject vele hobbels en onduidelijkheden op de weg naar realisatie is tegengekomen. Een van de grootste hobbels bleek de financiering van het project te zijn. Eind december 2012 is nog steeds niet duidelijk of die financiering rond is. Een andere onduidelijkheid is de inschrijving. De MAS maakte op 20 december 2012 bekend dat bedrijven zich kunnen inschrijven, maar in augustus 2008 hadden zich al zes bedrijven ingeschreven. Wat is er met die inschrijvingen gebeurd? Op vragen hierover werd niet gereageerd door de Nederlandse baggerbedrijven De Boer/Dutch Dredging in Sliedrecht en Van Oord in Rotterdam.

Juni 2013? Eerst zien, dan geloven....er zijn al teveel toezeggingen in het verleden gedaan.

Noot:
Geraadpleegde bronnen, o.a.:
http://www.waterkant.net/suriname/2006/06/07/diepere-vaargeul-surinamerivier-in-de-pijplijn/

UPDATE: De West bericht in haar editie van zaterdag 22 juni 2013 dat er veel onduidelijkheden zijn rond het MAS baggerproject van de Surinamerivier.

UPDATE: De MAS laat op zaterdag 25 januari 2014 (!) weten dat dit jaar, 2014 dus, gestart wordt met de baggerwerkzaamheden. Maar, wie de werkzaamheden gaat uitvoeren is nog steeds niet bekend, zo bericht het Dagblad Suriname, aldus Obsession Magazine.

UPDATE: En wat bericht de Ware Tijd woensdag 12 februari 2014? Baggerproject weer uitgesteld!

De vaargeul in de Surinamerivier wordt voorlopig niet uitgediept. De regering heeft de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS), die belast is met dit project, onlangs meegedeeld dat het plan weer in de koelkast mag verdwijnen, aldus weet de Ware Tijd vandaag, woensdag 12 februari 2014, te melden.

Tijdens de regering-Venetiaan ging dit project ook niet door, nadat BHP-Billiton uit Suriname vertrok. Het bedrijf zou de kosten voor het baggeren destijds samen met Staatsolie en Suralco dragen.
De MAS geeft geen reactie op de jongste ontwikkeling met betrekking tot het baggerproject.

‘We geven geen commentaar en verwijzen voor nadere informatie naar de minister van TCT’, zegt Erna Aviankoi, hoofd Marketing & Communicatie bij de MAS. Diverse pogingen van de redactie van de krant om minister Falisie Pinas van Transport, Communicatie en Toerisme te bereiken, liepen spaak.

Eind januari liet Aviankoi nog weten, dat de MAS helemaal gereed was om het project uit te voeren. Alle studies waren al verricht en ook de financiers stonden l klaar met het geld. Geruime tijd hielden naar verluidt grondperikelen de uitvoering van het project op, omdat de MAS geen titel had op het terrein.

In hoeverre deze kwestie al is opgelost is vooralsnog onduidelijk. Bij diverse gelegenheden hebben zowel vertegenwoordigers van de regering en het bedrijfsleven aangegeven hoe belangrijk het uitdiepen van de vaargeul van de Surinamerivier is voor de scheepvaart en de economie van Suriname. Maar, ondertussen worden al jaren achtereen plannen om te starten met baggerwerkzaamheden op de lange baan geschoven.

UPDATE: Het Nederlandse baggerbedrijf De Boer-Dutch Dredging in Sliedrecht reageert donderdag 13 februari in de Ware Tijd 'not amused' op het bericht uit Suriname, dat het baggerproject weer op de lange baan is geschoven. Het bedrijf stelt dat het besluit ook nog eens schadelijk zal blijken te zijn voor het internationale zaken imago van Suriname.