zondag 16 november 2014

Conservation International Suriname zoekt dollars via lokale 'partnerships'

'Friends of Green Suriname' initiatief om dollars binnen te slepen

Plotseling blijken bedrijven betrokken te zijn bij bescherming van de Surinaamse biodiversiteit

Publicitaire positieve groene aandacht en tripjes naar binnenland lokkertjes voor bedrijven

16-11-2014    Door: © Paul Kraaijer/© De Surinaamse Krant


Paramaribo – De Surinaamse tak van de in het Amerikaanse Arlington, Virginia, gevestigde internationale natuurbeschermingsorganisatie Conservation International, is meer en meer gaan lijken, vooral qua uitstraling, public relations, taalgebruik en samenwerking met bedrijven, op haar grote broer in de VS. Dat werd benadrukt op 6 oktober van dit jaar, toen Conservation International Suriname (CI-S) haar nieuwe campagne Friends of Green Suriname (FOGS) startte.

Bij de publicitaire start van die campagne zei directeur John Goedschalk van CI-S: 'Tot nu toe hebben we hoofdzakelijk steun uit het buitenland aan moeten trekken om onze projecten te kunnen realiseren, maar ook in Suriname zien we steeds meer ondernemers die duurzaamheid als kernwaarde hebben en daar graag invulling aan willen geven.'

'Veel ondernemingen krijgen vragen over hun rol in de samenleving en hun verantwoordelijkheid voor mens en milieu. Toenemend consumentenbewustzijn, een groeiende behoefte aan duurzame producten en diensten, schaarste van energie en de gevolgen van klimaatverandering liggen hier onder andere aan ten grondslag. Via dit initiatief, kunnen ondernemers een concrete bijdrage leveren aan natuurbehoud in Suriname', sprak Goedschalk.

Conservation International is overigens vooral bekend geworden door haar zogenoemde wereldwijde veldonderzoeken. Zo werd in 2006 een onderzoek uitgevoerd op het Nassau Plateau, in het oosten van Suriname. Ruim een jaar later haalden de resultaten van dit veldonderzoek wereldwijd de nieuwspagina’s. Er werden vierentwintig nieuwe diersoorten ontdekt, waaronder de inmiddels beroemd geworden fluorescerende blauwe kikker (‘atelopus’). Vier jaren later, in 2010, werd een veldonderzoek verricht in een gebied in de omgeving van het Trio-dorp Kwamalasamutu in het diepe zuiden van Suriname. In januari 2012 werd bekend dat tijdens dat onderzoek zevenenveertig nieuwe diersoorten waren ontdekt en in totaal werden er bijna dertienhonderd soorten geregistreerd. Het zijn dit soort onderzoeken die Conservation International in zekere zin wereldfaam bezorgen en dus ook de Surinaamse afdeling.

Bedrijven aantrekken met gelikte promopraatjes en -video's
Goedschalk weet zijn verhaal goed verpakt, in wollige woorden en doorspekt met Engelse termen, aan de man te brengen. Hij praat niet als een echte milieuactivist, maar meer als een ambtenaar, een accountant, een directeur van een organisatie die veel geld kost. Het nieuwe initiatief lijkt niets meer en niets minder op een campagne, vergezeld van gelikte promovideo's, om gelden voor de organisatie binnen te slepen. Surinaamse en Amerikaanse dollars zijn zeer welkom en bedrijven trappen, al dan niet terecht, in de promopraatjes en -video's van Conservation International Suriname en FOGS. Diverse bedrijven zijn al in het dal van Friends of Green Suriname gesprongen. Zij worden via de website van de 'Friends' uitgenodigd om 5.000, 10.000, 25.000 of 50.000 Amerikaanse dollar te investeren in CI-S. 'YES, I’m excited about supporting Conservation International Suriname in keeping Suriname the greenest country on earth.', is te lezen op die website. Natuurlijk, in Amerikaanse dollars en natuurlijk in de Engelse taal. Het moet immers toch interessant en uitnodigend lijken.

John Goedschalk (Bron foto: Paul Kraaijer)
In een reactie laat Goedschalk vandaag weten: 'Het principe van fondsenwerven is natuurlijk niet nieuw en het is inderdaad zo dat er door Conservation International in de VS reeds lange tijd wordt samengewerkt met het bedrijfsleven. Wanneer CI in de VS fondsen werft, dan is het niet perse voor projecten in Suriname, maar worden de inkomsten verdeeld over alle CI-projecten wereldwijd. Het verschil dat nu met Friends of Green Suriname wordt gemaakt is, dat er in Suriname lokaal bij bedrijven fondsen worden geworven, en dat er een netwerk identiteit wordt geschapen, die lokaal aanspreekt en honderd procent lokaal gericht is. Kortom, we werven nu Surinaams geld voor het aanpakken van Surinaamse uitdagingen.'

Geen openheid over gedoneerde bedragen
Welk bedrijf, welke onderneming welk bedrag heeft overgemaakt wordt niet bekendgemaakt. Van echte openheid bij CI-S lijkt dan ook geen sprake. De namen van bedrijven en ondernemingen die onbekende bedragen hebben gedoneerd worden echter wel, met logo's, vermeld. Maar, dat zijn er nog bedroevend weinig en van grote bedrijven is überhaupt (nog) geen sprake. De Surinaamse Brouwerij (producent van het lokale bier Parbo) is tot vandaag de dag de grootste onderneming die zich Friends of Green Suriname mag noemen. Een bedrijf dat op zich al veel aandacht besteedt aan duurzaamheid bij de productie van hun bier. Bedrijven als de Fernandes Group, Staatsolie, Haukes en Telesur, die bekende lokale sponsoren zijn van allerlei activiteiten, laten het (vooralsnog) afweten.

De verklaring hiervoor van Goedschalk is: 'De kracht van een initiatief als deze zit hem perse niet in klinkende namen. Het gaat juist om gelijkdenkenden, mensen die gepassioneerd zijn over het onderwerp en zich verbonden voelen met de toekomst van Suriname. De combinatie van die energie en de projecten die uitgevoerd kunnen worden met de ondersteuning van vele kleintjes gaat evenveel impact kunnen hebben. Sinds onze lancering op 6 oktober zijn we wel in gesprek geraakt met enkele grote bedrijven. Ik ben ervan overtuigd dat meer bedrijven zich zullen aansluiten. Maar welke dat zullen zijn, en wanneer die partnerschap zal starten, zal moeten blijken.'

Vermelden hoogte donaties heeft 'geen meerwaarde'
Over het niet vermelden van de hoogte van de diverse donaties door bedrijven zegt John Goedschalk: 'Als hiervoor een meerwaarde zou bestaan, zou daar zeker naar gekeken kunnen worden. Op dit moment is het voor het initiatief niet van belang om een transactie tussen twee organisaties onderling, welke gebaseerd is op een gedeelde visie voor de toekomst van Suriname, te publiceren. We richten ons liever op het uitleggen van het initiatief en het doen slagen van de projecten die we kunnen uitvoeren met de bijdragen van onze Friends.' Openheid hierover hoeft dus niet verwacht te worden van de organisatie en dat maakt nieuwsgierig en tegelijkertijd gezond argwanend.

Overigens is CI-S ook sinds kort actief op Facebook waar zij haar best doet om donateurs te aan te trekken met mooie foto's en korte teksten als 'The Rainforest gives us fresh air, clean water & medicinal products. Help us to protect it.', gevolgd door een link naar de website van de 'Friends'.

Opmerkelijk is, dat het goudbedrijf NaNa Resources van Henk Naarendorp, ook directeur van de Surinaamse Kamer van Koophandel en Fabrieken, dat vele duizenden hectares in concessie heeft om goud te winnen, zich bij het initiatief leek te hebben aangesloten. Natuurlijk, NaNa Resources tracht als een van de weinige goudbedrijven in het binnenland op milieuvriendelijke wijze goud te winnen, zonder gebruik van kwik, maar dat neemt niet weg, dat grote stukken tropisch regenwoud door het bedrijf zijn en worden verwoest. Voor CI-S lijkt dat echter geen bezwaar om tot de 'Friends' toe te treden.

'Wij sluiten geen bedrijven uit, omdat ze in een bepaalde sector zitten'
Goedschalk: 'Het is belangrijk om te begrijpen, dat CI-Suriname, net als CI global met drie concepten werkt om landen te helpen om een gezonde duurzame samenleving te zijn. Namelijk:
1. Protection of critical natural capital
2. Improving governance of natural capital and protected areas
3. Promotion of sustainable production and consumption.
Het gaat hier dus om nummer 3.'

'Wat wij geloven bij CI is, dat om verandering teweeg te brengen in bedrijfsprocessen en productieprocessen, je dit het beste vanuit de boardroom kan doen, door in gesprek te gaan en te blijven met bedrijven wiens huidige processen schadelijk zijn voor de ecosystemen die beschermd dienen te worden en dan van binnenuit blijvende verandering teweeg brengen. Juist door met hen samen te werken, kunnen we hen ondersteunen met het beperken van de schade die zij aanbrengen. We werken hier dus volgens wat we noemen de 'mitigation hierarchy'. Ik denk dat het niet de bedoeling kan zijn van Friends of Green Suriname om bedrijven uit te sluiten, omdat ze in een bepaalde sector zitten. Uiteindelijk levert zo’n bedrijf ook zijn bijdrage aan de economie en vervult het een taak binnen de maatschappij, anders waren ze er niet geweest. Dit initiatief is er juist om samen te werken met die bedrijven die zich willen inzetten voor het behoud van Suriname als groenste land ter wereld. Als die bereidheid er is, en men ondersteunt onze programma’s, terwijl we ondertussen in gesprek blijven over wat bedrijven intern kunnen doen, dan denk ik dat we al aardig wat stappen vooruit maken, op een constructieve manier.'

Uiteindelijk geen 'fit' tussen NaNa Resourses en FOGS
Tot slot laat de directeur van CI-S weten, 'dat NaNa Resources NV uiteindelijk geen Friend of Green Suriname is geworden. Op enig moment is er besloten dat de fit toch niet helemaal aanwezig was.' In welke zin 'de fit' niet helemaal aanwezig was, houdt Goedschalk voor zich.

CI-S hanteert commerciële werkwijze CI in VS
CI-S lijkt wat de ingestoken commerciële weg betreft sterk op CI in de VS. Want CI werk al jaren samen met grote multinationale bedrijven als BP, Alcoa en het goudmijnbedrijf Newmont, dat op dit moment is gestart met de opzet van een grote goudmijn in het Meriangebied in het oosten van Suriname. Die nieuwe goudmijn staat haaks op bescherming van de Surinaamse natuur, de biodiversiteit. Niet echt bedrijven dus die het werkelijk serieus menen met natuurbescherming en de unieke biodiversiteit van Suriname die wereldwijd wordt geprezen. Maar, CI in de VS schroomt er ook niet voor om met wapenfabrikant Lockheed Martin in zee te gaan. Hoe groen denkt en is Conservation International?

Groen is ondergeschikt aan dollars
De Amerikaanse schrijfster en oud-medewerkster van Conservation International in Amerika Christine MacDonald publiceerde in 2008 het onthullende boek 'Green Inc.' over de dubieuze wijze waarop natuurbeschermingsorganisaties als Conservation International in zee gaan met grote (multinationale) bedrijven enkel en alleen met als doel geld binnen te slepen voor de eigen organisatie en de eigen salarissen. Zo schrijft ze dat in 2005 de toenmalig directeur van Conservation International Peter Seligmann 391.000 Amerikaanse dollar opstreek. Dat een bedrijf, met wie de organisatie een samenwerkingsverband sluit, niet werkelijk groen is, is op dat moment niet relevant.

En, dat lijkt nu ook aan de hand te zijn bij CI-S, in de vorm van Friends of Green Suriname.
Vanwege de instroom van dollars van ondersteunende bedrijven zal CI-S ook geen kritische echt groene noot kraken in de richting van die bedrijven. Goedschalk zal men ook nooit kunnen betrappen op al te kritische uitspraken in de richting van de regering en het door haar gevoerde beleid op het terrein van natuurbescherming en biodiversiteit in algemene zin. Voor hij overigens directeur werd van de Surinaamse tak van CI was Goedschalk werkzaam als directeur van het Klimaatbureau van het Kabinet van de President.

Christine MacDonald in een interview met de New York Times op 8 oktober 2008: 'Het is van belang om niet uit het oog te verliezen, dat vervuilers een lange traditie hebben van het de mond snoeren van hun critici. Dat is een grote zorg. Iedere keer wanneer een groot bedrijf een aanzienlijke donatie doet aan een natuurbeschermingsorganisatie, moeten we er alert op zijn dat het hier niet om omkoping gaat: dat het bedrijf geld doneert om met de ontvangende organisatie samen te werken en om haar doel te verzwakken.' Ook zei ze: 'De milieubeweging is big business geworden met aanzienlijke budgetten, hoge salarissen plus allerlei voordelen. Ethiek is nauwelijks meer aanwezig.'

CI-S durft geen vuist te maken. Het wachten is op toetreding tot de 'Friends' van bijvoorbeeld Surgold, de Surinaamse dochteronderneming van Newmont, dat dus CI al ondersteunt en nu werkt aan de opzet van een grootse goudmijn in het oosten van Suriname. Het moge duidelijk zijn, dat hoe milieuvriendelijk Surgold/Newmont ook beweert te zijn, er zeer veel unieke Surinaamse biodiversiteit vernietigd zal worden door beide bedrijven. Immers, het gaat niet alleen om de mijn, maar ook om de gehele infrastructuur er omheen.

Waarom melden bedrijven zich nu pas bij CI-S?
Maar, waarom melden bedrijven zich nu pas bij CI-S en niet eerder en uit zichzelf? Het laat overduidelijk zien, dat de directeuren van die bedrijven feitelijk nooit bewust bij de Surinaamse biodiversiteit en de bescherming ervan betrokken zijn geweest. Maar, mogelijk gelokt door de nodige publicitaire aandacht en het vooruitzicht op leuke tripjes naar het binnenland duiken ze nu plotseling op Friends of Green Suriname ofwel Conservation International Suriname.

Hierover zegt Goedschalk het volgende:
'Eerlijk gezegd is het mogelijk, dat een aantal van de aangesloten bedrijven wellicht mijn voorgangers ook al heeft gesproken. Dat is mij in ieder geval niet bekend. Met betrekking tot de vraag hoe serieus de bedrijven het menen met het milieu ,moet ik zeggen dat de financiële commitment die de bedrijven geven wel een duidelijk teken is. Zoals het gezegde luidt 'put your money where your mouth is' en dat doen deze bedrijven. Tot in hoeverre het niet eerder bezig zijn met bepaalde zaken is het natuurlijk wel zo, dat milieubescherming niet tot de core activiteiten van deze commerciële bedrijven behoort. Wel is het zo ,dat bijna elk van de bedrijven zich in hun eigen invloedssfeer hier wel reeds mee bezig houdt.'

Als voorbeeld komt Goedschalk met het bedrijf Oilmop Environmental Solutions, dat voorkomt dat olie in het milieu wordt gedumpt door deze te verwerken en te recyclen. 

'Als je wacht op anderen, gebeurt er meestal niets.'
-Dave van Aerde, directeur Oilmop Environmental Services -


'Hetzelfde kan ook gezegd worden over Suriname Cartridge Depot, wiens businessmodel ook over recycling gaat. Vervolgens is er de Surinaamse Brouwerij die als deel van het Heineken-concern zich ook beijvert voor het minimaliseren van hun footprint. Zij heeft onlangs een duurzaamheidsverslag uitgebracht waarin wordt beschreven hoe zij dat doet. Dus, bij een aantal van de bedrijven is sprake van een directe link.'

Goedschalk: 'Wat wel belangrijk is om te vermelden hierbij, is dat wat we aanbieden met Friends of Green Suriname, is dat deze bedrijven kunnen bijdragen aan milieu bescherming buiten hun eigen invloedssfeer. Het ligt niet voor de hand dat een bedrijf als bijvoorbeeld HEM Suriname vanuit haar kernactiviteiten vluchten naar Kwamalasamutu zal ondernemen om met de lokale bevolking te praten over milieubescherming. Door hun deelname aan FOGS kunnen ze nu indirect wel bijdragen aan de bescherming van de natuur in dat gebied.'

Volgens CI-Suriname worden bedrijven en ondernemingen die zich melden bij Friends of Green Suriname gescreend. Ze moeten een 'screening process' ondergaan. Maar, waarom en waaruit de screening bestaat vermeldt de groene organisatie niet. Komt een bedrijf door de screening, dan stelt CI-S ook iets tegenover een donatie. Zo mag een bedrijf gebruikmaken van het logo van Friends of Green Suriname, wordt het vermeldt op de website van Friends of Green Suriname en kan het worden uitgenodigd om deel te nemen aan een veldbezoek in het binnenland.

Over de screening zegt John Goedschalk: 'De screening heeft te maken met een stuk due diligence, dat we doen met betrekking tot de historie van de bedrijven op het gebied van gedocumenteerde milieurampen en incidenten, alsook interne richtlijnen inzake hoe er wordt omgegaan met het milieu.'

CI-S lijkt ook SCF te kopiëren
Overigens, lijkt Friends of Green Suriname de organisatie Suriname Conservation Foundation, SCF, in de wielen te rijden. Immers, deze milieuorganisatie werkt al een paar jaar samen met donerende bedrijven die een samenwerking zijn aangegaan om te vergroenen. De bedrijven ontwikkelen samen met SCF activiteiten ten behoud van het milieu en de natuur en aan een stuk bewustwording hierover in de gemeenschap. Inmiddels werken onder andere Telesur, hotel Torarica, NV Grassalco, Fernandes Concern Beheer, IamGold/Rosebel Gold Mines en Staatsolie samen met SCF.

Goedschalk is van mening dat hij met FOGS geen concurrentie vormt voor SCF. 'Als we over milieu en groen praten, worden verschillende onderwerpen al snel in dat zelfde hokje geplaatst. Ik ben van mening dat het SCF en FOGS zeer verschillende programma’s zijn, die zich focussen op andere issues. Het toe te juichen initiatief van SCF gaat over het vergroenen van de bedrijfsvoering van bedrijven. Dus hoe die bedrijven zelf binnen hun invloedssfeer zichzelf kunnen vergroenen om vervolgens deel uit te maken van de green economy zoals dat genoemd wordt. Waar wij met Friends of Green Suriname over praten is, om bedrijven de gelegenheid te geven om bij te dragen aan activiteiten die normaliter buiten hun invloedssfeer vallen. Natuurlijk ondersteunen we het verduurzamen van interne bedrijfsprocessen, maar wij focussen ons nu op het groter plaatje dat over Suriname als geheel gaat.'

Donateurs kunnen wel aandacht gebruiken, maar profiteert de Surinaamse biodiversiteit er ook van?Kijkend naar het lijstje huidige donateurs op de website van de 'Friends', dan kun je niet aan de indruk ontkomen, dat die wel wat publicitaire aandacht kunnen gebruiken. Maar, of de Surinaamse biodiversiteit daar zichtbaar voordeel van zal hebben op de korte termijn valt nog te bezien.

Goedschalk laat tot slot nog weten dat er is inmiddels een zoveelste, nieuwe, website, suriname.conservation.org is. Volgens hem gaat die veel gedetailleerder in 'op de projecten die wij hebben uitgevoerd, die we momenteel aan het uitvoeren zijn en wat we ook hopen te gaan doen in de toekomst. Hoe meer Friends zich uiteindelijk aansluiten hoe groter de scope van de projecten zal worden die we kunnen uitvoeren. Wat dat betreft hebben we een jaarplanning in gedachte, die uitgebreid kan worden als er meer draagvlak komt'.


Goedschalk zegt ook nog, dat zijn organisatie wel wat meer heeft gedaan en doet dan alleen betrokkenheid bij grote internationale veldonderzoeken:

* Het opzetten van eco-tourisme faciliteiten in Kwamalasumutu.
* Het in het verleden doen van bio-prospecting in het Boven Surinamegebied waarbij CI-Suriname jarenlang de grootste werkgever in het gebied was.
* Het upgraden van Ralleighvallen toerisme faciliteiten in het verleden. (reeds jaren overgedragen aan Stinasu op verzoek van de regering)
* Het opzetten van de Suriname Conservation Foundation en de eerste kapitalisatie daarvan realiseren.
* Het schrijven van een Green Tourism Improvement Plan en deze presenteren aan de overheid.
* Het uitvoeren van doorlopend onderzoek naar de gezondheid van het oerwoud van Suriname, dit bestaat uit onder andere jaarlijks verzamelen van klimatologische data, zoogdieren migratie informatie en soil en boomgroei data.
* Het helpen opstarten van het REDD+ readiness traject voor Suriname waaronder het inschrijven bij het Wereldbank REDD+ programma waar Suriname afgelopen jaar goedkeuring voor heeft gekregen, het versterken van de capaciteit van de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) om bosmonitoring te doen, het samen met CELOS, NARENA en andere instituten de koolstof inhoud vaststelling voor delen van het bos te doen, het produceren van een bosbedekkingskaart voor Suriname, het trainen van lokale partijen in land use planning technieken, het modelleren van toekomstige ontbossing in Suriname.

Momenteel werkt CI-S, aldus Goedschalk, aan onderstaande projecten: 

- Het verkrijgen van een beschermde status voor delen van Zuid Suriname, in samenwerking met de lokale inheemse bevolkingen.
- Het verkrijgen van een beschermde status voor de Coroniezwamp.
- Het versterken van SBB met GPS-equipment.
- Het versterken van de planning Afdeling van het ministerie van Openbare Werken met GPS- equipment.
- Het versterken van de afdeling Natuurbeheer door een conservation drones-programma samen met hun op te zetten, inclusief de aanschaf van de eerste apparaten zodat ze hun patrouilleringswerkzaamheden van de beschermde gebieden beter kunnen uitvoeren. - Het uitvoeren van een studie voor een nieuw toerisme model voor de Ralleighvallen die verkent hoe een Private Public Partnership model eruit zou kunnen zien, wat de voordelen hiervan zouden kunnen zijn etc.
- Het ondersteunen van de overheid bij het op duurzame wijze invullen van hun plannen om bulkzoetwaterexport in de praktijk te brengen. Hier werken we aan een beleidsdocument dat het raamwerk van duurzaamheid schetst en handvatten zal bieden aan de beleidsmakers over de type instituten die een rol zullen hebben in handhaving, toezicht etc… alsook het definiëren van de criteria van de benodigde milieu effecten analyse die exporteurs van bulkzoetwater zullen moeten uitvoeren.
- Het in samenwerking met de Commissie Ordening Goudsector werken aan de oprichting van een Mercury Free Partnership. Dit wordt een netwerk van samenwerkende organisaties die allen hun krachten willen geven om Suriname kwikvrij te maken in de toekomst. 

zaterdag 15 november 2014

'Laten we lief zijn voor elkaar'

Presentator en hoeder van de samenleving

15-11-2014   Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - 'Laten we lief zijn voor elkaar.' Met die woorden eindigde presentator Carlos Lindveld gisterochtend, vrijdag 14 november, het STVS/SRS-programma 'Mmanten Taki'. Het dagelijkse ochtend actualiteitenprogramma op STVS-staatstelevisie dat gelijktijdig te besluisteren is via de staatsradiozender SRS.

Lindveld, ben je nu gewoon en alleen presentator of ook hoeder en psycholoog van de samenleving? 
Wanneer gaat dit programma eindelijk eens objectief en volwassen gepresenteerd worden?

Hoe onvolwassen is een presentator, die zijn programma afsluit met vaderlijke en belerende woorden voor de gehele Surinaamse samenleving? Ongelooflijk. Ongelooflijk, de wijze waarop het programma 'Mmanten Taki' wordt gepresenteerd.

Carlos Lindveld lijkt zichzelf op te werpen als een soort vader des vaderlands, als 's lands psycholoog.

Het wordt tijd dat deze uit de lucht gevallen presentator, want zo lijkt hij zich te gedragen, zich eens wat volwassener, afstandelijker en objectiever gaat gedragen en niet doet alsof hij een soort voorbeeldfiguur is, want dat is hij absoluut niet.

Zijn presentatie is te amateuristisch voor woorden. Het is kwelling om te zien en te horen. De man weet gewoon niet hoe je een nieuwsprogramma moet presenteren. Jij, de presentator, behoort niet in het middelpunt van de belangstelling te staan, dat zijn je gasten en de gepresenteerde nieuwsonderwerpen. Daaraan ben jij als presentator ondergeschikt. Jouw persoonlijke mening is ook ondergeschikt, neen, totaal niet interessant.

Als kijker ben je ook niet geïnteresseerd welke gast een goede vriend van je is, want ook daar heeft Lindveld een handje van: gasten aankondigen als goede vrienden. Wat ben je voor een presentator? Is 'Mmanten Taki' een ons-kent-ons onderonsje?

'Dienstbaar leiderschap' vult de portemonnee

Het zoveelste lesje zinloos 'dienstbaar leiderschap'

'Step Into Leadership' en 'Leading Through a Better Me'.... Geld verdienen aan inhoudsloos geklets

Een leider wordt als leider geboren, dienstbaar of niet......

15-11-2014 COLUMN Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De zoveelste conferentie 'dienstbaar leiderschap' in Suriname van een of ander clubje vindt op 28 en 29 november plaats in hotel Krasnapolsky in het centrum van Paramaribo. Dienstbaar leiderschap...... Dienstbaar en leidinggeven? Deze keer van het wazige clubje 'Step Into Leadership Conference'. Het klinkt bijna religieus, sektarisch ook.

Niet-leiders dragen 'dienstbaar leiderschap' uit....
Dienstbaar leiderschap' wordt omgeven door vooral veel workshops, conferenties, cursussen, documenten, boeken.... Kortom, dienstbaar leiderschap wordt vooral uitgedragen door niet-leiders die veel praten en schrijven en geld verdienen aan die vele workshops, conferenties en cursussen. Niet-leiders die simpelweg geld verdienen aan (dienstbaar) leiderschap. Ongeloofwaardiger dan dat kan haast niet, maar toch gebeurt het,in Suriname.

'Leading Throug a Better Me', aldus de organisatie........ Waarom gisteren tijdens een persconferentie uitgelegd krijgen van drie types van de organisatie – Ferranto Dongor, Ferry Hira en Vincent Kenswil – wat 'persoonlijke ontwikkeling is', terwijl zij zichzelf nog lijken te moeten ontwikkelen..... Dat blijkt ook uit de speciale Step Into Leadership Conference-website waar werkelijk niets wordt uitgelegd over de achtergronden van de conferentie, laat staan over dienstbaar leiderschap of over de kosten om deel te kunnen nemen aan de conferentie eind deze maand. Zouden de heren hun activiteiten werkelijk serieus nemen, dan zouden ze er goed aan doen om op hun website uit te leggen wat hun beweegredenen zijn en wat dienstbaar leiderschap inhoudt. Op dit moment is daar geen woord over te vinden op de website en dat maakt een 'organisatie' twijfelachtig. Uit het programma word je als bezoeker van de website ook niet veel wijs:


Speciale persconferentie zonder inhoud
'Een sterke leider is niet iemand die doet aan zelfverheerlijking, maar iemand die dienstbaar is aan zijn omgeving.' Woorden van de zogenoemde SILC-commissie de filosofie tijdens de persbijeenkomst. Commissieleden die zelf niet als leiders overkomen, integendeel. Commissieleden die niet begrijpen dat leiderschap veelal een aangeboren eigenschap is. Hoe kunnen zij over dienstbaar leiderschap spreken, terwijl er oneindig veel soorten van leiderschap in de wereld zijn? Dienstbaar leiderschap in een tweedaagse conferentie samenproppen is dan ook te onzinnig voor woorden en iemand met een dosis gezond (leiders)verstand zal dan ook niet kunnen begrijpen, dat er mensen zijn die in de mooie woorden trappen van types die hun geld verdienen om mensen onzin te verkopen. Maar ja, je bent opgevoed met het motto dat je alle geloven moet accepteren en waarderen......

Suriname is nog niet op het gewenste punt als het gaat om persoonlijk leiderschap. Met name de snelle technologische ontwikkeling vereist, dat er anders wordt omgegaan hiermee en andere vaardigheden daarvoor worden ontwikkeld, aldus spraken de heren achter de tafel.
'Deelnemers van de conferentie zullen op interactieve wijze vaardigheden worden bijgebracht van hoe zich dienstbaar kunnen opstellen als leiders. Ook zullen enkele bottlenecks, die na onderzoek zijn geïdentificeerd, besproken worden en methodes van hoe deze te bestrijden', schrijft de Ware Tijd vrijdag 14 november 2014.

Organisatoren conferentie beweren dat die niet is bedoeld om winst te maken........
Opmerkelijk is, dat, aldus de krant, de commissie zich haastte om te zeggen dat het geenszins bedoeld is om winst te maken. Maar, wat deelname aan de conferentie kost wordt dus nergens vermeld. Het zal ongetwijfeld een verhoudingsgewijs aanzienlijk, te hoog, bedrag zijn waarvan een flink deel in de zakken van de organisatoren zal verdwijnen.

En deze heren begrijpen wat 'dienstbaar leiderschap' is??
Dongor beweerde dat het doel van de conferentie de investering waard is en dat het geld wordt geïnvesteerd in verschillende activiteiten om de deelnemers verder te laten groeien.

 De SILC-commissie met Ferranto Dongor (links), Ferry Hira en Vincent Kenswil (rechts) donderdag 13 november tijdens de persbijeenkomst over de vierde SILC-conferentie. (Bron foto: Stefano Tull/de Ware Tijd)

Maar, wat voor activiteiten werd ook niet vermeld. Weer mooie woorden, deelnemers verder laten groeien. De heren Dongor, Hira en Kenswil zouden er goed aan doen om eerst zelf eens wat verder te groeien alvorens geld te gaan verdienen met het verkopen van wollige mooie en vooral letterlijk dure praatjes die werkelijks nergens toe leiden.

Laten we eerlijk zijn, wat hebben die cursusjes, workshopjes en zogenoemde conferenties tot vandaag de dag werkelijk Suriname opgeleverd? Is het aantal zogenaamde dienstbare leiders toegenomen? Zo ja, wie en waar zijn ze? Het zijn vooral veel mooie wollige woorden die je alleen maar geld kosten en die jezelf feitelijk niets zullen leren wat je zelf al niet wist. Hebben mensen nu niets beters te doen dan zich bezig te houden met dergelijke onzinnige bijeenkomsten, georganiseerd door mensen die voor zichzelf een bezigheid hebben verzonnen om de tijd te doden.....

Website net zo onduidelijk als 'dienstbaar leiderschap'
Op het internet is nauwelijks iets te vinden over 'dienstbaar leiderschap', daarentegen wel over 'dienend leiderschap', waarschijnlijk hetzelfde als het Surinaamse 'dienstbaar leiderschap' en zeker al net zo wazig.  Je wordt er geen wijs uit.

Dienstbaar leiderschap wordt feitelijk gevormd door een mistige wirwar, een kluwen, van welhaast dichterlijk opgestelde onbegrijpelijk gesproken of geschreven teksten. Het enige wat je eruit kunt leren is, dat je na een conferentie of cursus kunt zeggen, het was weggegooid geld en ik heb werkelijk niets geleerd. Overigens betekent dienstbaar niets minder en niets minder dan 'ondergeschikt nuttig' en leiderschap staat voor een proces, waarbij een individu een groep van individuen beïnvloedt om een bepaald doel te bereiken. Vaak is dit iemand die een leidinggevende positie heeft binnen de desbetreffende groep, maar dit is geen vereiste. Dit is voor een belangrijk deel een psychologisch proces, waarbij informatie door leiders en medewerkers wordt verwerkt.

Onderstaande tekst is te vinden op zo'n wazige website over dienstbaar leiderschap, te weten de site van 'Symbool Ontwikkelingsprocessen' in het Nederlandse Apeldoorn:

'Dienstbaar leiderschap is een stevige klus. Het impliceert immers de bereidheid het eigenbelang ondergeschikt te maken aan het collectieve. Ga er maar aan staan.
Het vraagt om balans tussen hart en hoofd en het synthetiseren van ideeën, plannen en voorstellen. De vrucht daarvan is niet slechts ten gunste van een enkeling. Géén vaal compromis om iedereen enigszins tevreden te houden, maar een dynamisch concept waarin alle inbreng een nieuwe samenhang en meerwaarde vindt. Ten bate van iedereen. Leiders die dit in huis hebben zijn dun gezaaid.
Daarom richten wij ons op de ontwikkeling van leidinggevenden met gedegen zelfkennis, toenemende compassie en invloed. Op begeleiders die de voorhoede zullen gaan vormen omdat ze samenwerking en welzijn van hun groep tot speerpunt maken en kunnen denken in samenhangen.'

'Dienstbaar' leiderschap houdt gewoon een paar mensen aan het werk
Dienstbaar leiderschap, niemand in de wereld en zeker niet in Paramaribo, heeft de deskundigheid en kennis in huis om dienstbaar leiderschap in begrijpelijke taal uit te leggen. Waarschijnlijk niet, omdat degenen die dienstbaar leiderschap trachten uit te dragen nauwelijks zelf begrijpen wat het betekent.

Volgens Dongor, Hira en Kenswil is Surinaams leiderschap gestoeld op dienstbaar leiderschap. 'Wij ontwikkelen onszelf en anderen om effectief en efficiënt positieve verbetering te realiseren voor onszelf, onze gezinnen en de totale samenleving. SILC is gegroeid van Surinaams leiderschap naar leiderschap voor iedereen. Suriname is immers een deel van de wereld, maar het is uiteindelijk de hele wereld waar leiderschap een cruciale rol in speelt.'

Een leider wordt als leider geboren, dienstbaar of niet, dat zal niemand een zorg zijn
'Dienstbaar leiderschap' in Suriname is niets meer en niets minder dan een bezigheid van een paar mensen met als doel ervoor te zorgen dat er een redelijke laag beleg op hun brood kan komen. Immers, niemand kan in helder Nederlands uitleggen wat 'dienstbaar leiderschap' werkelijk betekent. Er wordt maar iets gezegd, er wordt maar iets geroepen en niemand snapt er iets van.

Dienstbaar leiderschap kun je dan ook niet 'leren' in een tweedaagse conferentie. Een leider wordt als leider geboren en er zijn er velen, ook in Suriname, dienstbaar of niet. Je bent een leider of je bent het niet. Je kunt leidinggeven of je kunt het niet. Een wazige conferentie kan daarbij echt niet een handje helpen. Dat helpt alleen de portemonnee te vullen van de organisatie en de organisatoren.

woensdag 12 november 2014

Zomaar het relaas van een mislukte overval ergens in Paramaribo

Brutale jonge overvaller schrikt en neemt snel de benen

12-11-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Bijna dagelijks lees je in de lokale media artikelen over een, gewapende, overval door een of meerdere overvallers. Ergens in de stad, Paramaribo. Je leest dergelijke artikelen en gaat verder met het doorworstelen van andere berichten. Nu en dan leidt criminaliteit tot discussies in het parlement, De Nationale Assemblee. Dan weer neemt de criminaliteit toe, dan weer af. Het lijkt een ver van mijn bed show, die stijgende of afnemende criminaliteit. Dat zal echter iemand die is overvallen een zorg zijn. Die voelt die criminaliteit, die heeft ook de angst gevoeld en nog steeds of hij of zij nu gewond is geraakt of niet of hij of zij nu wel is bestolen of niet. Iemand heeft je overvallen, iemand is in je persoonlijke, directe, omgevingssfeer geweest en dat is beangstigend, bedreigend en onplezierig.

Het is een gewone, broeierige, woensdagavond (5 november), in een van de gezellige volksbuurten van Paramaribo. Acht uur. Jan gaat even liggen, hij trekt zich even terug, met een fan. Even iets verkoeling. De ogen vallen snel dicht. De warmte van de hele dag heeft toegeslagen. Dan wordt plotseling de rust verstoord door luid geschreeuw. Geschreeuw uit de zogenoemde voorzaal, de woonkamer. Langzaam wordt Jan wakker, langzaam beseft hij zich waar het geschreeuw vandaan komt. Hij staat snel op en wordt in de woonkamer geconfronteerd met zijn echtgenote, Joan. Dan volgt een woordenstroom. Het verhaal moet er uit. Wat haar is overkomen moet er uit.

Joan was rond half negen naar binnen gegaan. De voordeur bleef open, zoals gebruikelijk, om een frisse wind te kunnen voelen. Ze zat in een stoel, laptop op haar schoot, toen plotseling een knaap voor haar stond: een marron (boslandcreool) gekleed in een korte broek, Lois, een zakdoek voor het gelaat, ontbloot bovenlijf en in een van zijn handen een op een vuurwapen gelijkend voorwerp waarmee hij op Joan heeft gericht. Hij trachtte te vuren, maar kennelijk werkte het wapen niet. Joan was overigens meteen gaan staan en hield de laptop ter bescherming voor haar gezicht terwijl ze luid aan het schreeuwen was. De overvaller schrok waarschijnlijk door dat geschreeuw en verdween snel via een belendend, deels overwoekerd, perceel de donkere avond in. Geen buit. Joan droeg gelukkig ook geen gouden halsketting of ringen, gewilde objecten voor overvallers. Er viel voor de mislukte rover dan ook niets weg te rukken.

De buren waren ondertussen ook verschenen en waren geschrokken. Op het perceel bevinden zich vier woningen. Een van de bewoonsters zei nog, dat ze 's avonds wel eens jongens op het belendende perceel zag. Waarschijnlijk om te observeren. Ze had er verstandig aan gedaan om dergelijke informatie meteen met de buren te delen. Op dat belendende perceel staat een, onbewoond, bedrijfspand. Het perceel achter dat pand wordt niet/nauwelijks onderhouden.

Jan hoorde het verhaal van zijn partner een paar keren aan. Hij vroeg zich steeds maar af wat er zou zijn gebeurd als hij ook in de voorzaal was geweest toen die knaap binnen kwam.... Duidelijk was dat de knaap, hij zou niet ouder zijn geweest dan zo'n twintig jaar, precies wist waar hij moest zijn. Hij wist precies waar een prikkeldraadomheining op een stenen muur rond het perceel eindigde en waar een kleine opening was. Voor de overval heeft hij enige tijd op de grond gezeten achter de muur, op het terrein van het belendend perceel. Joan bleek immers voor ze naar binnen ging geritsel te hebben gehoord, maar dacht dat het ratten of andere dieren waren.

Jan adviseerde zijn vrouw om toch maar voor de zekerheid even de politie te bellen. Dat deed ze. Tot hun verrassing was de politie snel aanwezig. Twee agenten en een bewapende militair verschenen van de politiepost uit de buurt en hoorden het verhaal aan. Vervolgens arriveerde een tweede team van een ander politiebureau uit de stad om de formele aangifte op te nemen. De volgende morgen kwam ook nog even de buurtmanager, de wijkagent, langs. Kortom, Jan en Joan zijn dan ook zeer te spreken over de snelle aanwezigheid van de politie en de tijd die de agenten namen om het relaas van Joan aan te horen.

Inmiddels is de prikkeldraadomheining gerepareerd door de verhuurder. Binnenkort wordt een groot deel van het prikkeldraad op de muur vervangen door nieuw prikkeldraad, twee lagen. Een andere muur van het perceel, waar met regelmaat kinderen van buren op een ander belendend perceel (marrons) op lopen of er over heen klimmen om een bal of zo, zonder eerst te vragen, te halen, voorzien van op de muur vast te metselen glasscherven. Een redelijk effectief middel om te voorkomen dat mensen al te gemakkelijk op die muur kunnen komen. Sommigen denken nu eenmaal alles te mogen.

De voordeur blijft nu praktisch hele dagen dicht. Jan en Joan zijn toch voorzichtiger geworden. Ook houden ze het belendende perceel wat beter in de gaten. Zoals zaterdag. Ze waren even naar de dierentuin in Paramaribo geweest. Er even uit, tot adem en tot rust komen. Maar, bij thuiskomst ontdekte Jan twee knapen die gehurkt zaten naast het pand op het belendende perceel. Ze aten meloen. Toen een van de twee knapen Joan zag, dook hij dieper weg. Was hij bang door haar herkend te worden? Zou hij de mislukte overvaller zijn geweest? Jan had ze opgemerkt, omdat hij lang is en over de muur kan kijken. Wat deden die knapen daar? Ze hadden daar toch niets te zoeken? Jan en Joan zijn gewaarschuwd. Natuurlijk werd dit voorval meteen gedeeld met de politie en met de buurtmanager, zoals met ze was afgesproken.

Ondanks die paar seconden die woensdagavond heeft het de nodige impact gehad op het stel. Jan en Joan zijn oplettender geworden. Ze zien er ook op toe dat de poort van het perceel steeds gesloten is. Deze keer liep de ervaring van Joan met een jonge overvaller voor haar – en Jan – goed af. Een volgende keer moet gewoon voorkomen worden en zal worden voorkomen. De dader, die vermoedelijk in de buurt woont, is gewaarschuwd.
Het dagelijkse nieuws over overvallen zal nu ook wat anders door Jan en Joan worden gelezen......

vrijdag 7 november 2014

Nieuwe Wet Nationale Basiszorgverzekering lijkt groep ingezetenen te discrimineren

Wet toont inconsequente benadering begrip ingezetenen


07-11-2014  Door: © Paul Kraaijer (De Surinaamse Krant)


Paramaribo - De nieuwe Wet Nationale Basiszorgverzekering, op vrijdag 29 augustus 2014 met een nipte meerderheid van 26 stemmen door De Nationale Assemblee aangenomen en op 9 oktober van kracht gegaan, laat een inconsequente benadering van het begrip ingezetenen zien. De wet lijkt zelfs een grote groep ingezetenen te discrimineren en niemand maakt zich hier ogenschijnlijk druk over.

In de complete wettekst wordt als het gaat over de verzekerden gesproken over 'ingezetenen' en ook wordt gesteld – zo is te lezen op de speciaal door de overheid in het leven geroepen website aksimi.sr –: 'De wet is bedoeld om een basiszorgverzekering in te voeren voor alle ingezetenen dus ook voor buitenlanders die in Suriname wonen. Met deze verzekering heeft eenieder recht op de zorg die omschreven is in het pakket basiszorgvoorzieningen.'

Geen uitleg
De twee groepen 0-16 jarigen en 60+'ers zijn vrijgesteld van premiebetaling. En dan komt de aap uit de mouw voor buitenlandse ingezetenen in deze groepen: die zijn namelijk niet vrijgesteld van premiebetaling (respectievelijk Srd 55 en Srd 240 maandelijks), zonder dat ook maar ergens wordt uitgelegd waarom niet.

'Kinderen van 0 t/m 16 jaar en zestigplussers met de Surinaamse nationaliteit zijn vrijgesteld van het betalen van premie. Deze premie wordt door de overheid betaald.', aldus de wet.

Klip en klaar discriminatie
Hier lijkt overduidelijk sprake te zijn van discriminatie van een groep ingezetenen en zou de wet wat dat betreft tegen een juridisch licht moeten worden gehouden. Immers, ook de niet-Surinaamse ingezetenen boven de 60 jaar dragen hun steentjes bij aan de opbouw van het land. Het is dan ook volstrekt onduidelijk waarom zij niet vrijgesteld worden van premiebetaling.
Daarenboven staat deze bepaling (uitsluiting van premievrijstelling) haaks op de feitelijke wettekst die stelt dat de basiszorgverzekering geldt voor alle ingezetenen en buitenlanders.

Ook is het vreemd, dat niemand tekst en uitleg lijkt te kunnen geven over de vraag waarom buitenlandse ingezetenen in de groep 60+ gewoon de maandelijkse premie moeten voldoen voor de basiszorgverzekering en ingezeten met de Surinaamse nationaliteit niet. Er zijn ongetwijfeld vele niet-Surinaamse ingezeten die bijvoorbeeld langer in Suriname woonachtig zijn dan menig ingezetene met een Surinaams paspoort.

Aksimi.sr zwijgt
De overheidswebsite aksimi.sr geeft ook geen antwoord. Letterlijk niet. Op die website kunnen bezoekers alle vragen over de nieuwe zorgwetten van het Sociaal Zekerheidsstelsel stellen, dus ook over de Wet Nationale Basiszorgverzekering. Niet dus. Immers, wanneer je de vraag stelt waarom 60+ ingezetenen die niet de Surinaamse nationaliteit bezitten premie moeten betalen en ingezetenen met de Surinaamse nationaliteit niet, krijg je geen antwoord.

'Meneer Aksi Mi werkt al vele jaren bij de Surinaamse overheid en is goed geinformeerd over het nieuwe Sociaal Zekerheidsstelsel van en voor Suriname.'

Maar dit is wat je als antwoord krijgt:

'Uw bericht is ontvangen door E-Klantenservice van de Surinaamse overheid. U krijgt binnen 48 uur antwoord.'
Na 96 uren nog steeds geen reactie, nog steeds geen antwoord, ondanks een herhaald verzoek. Waarom niet? Waarschijnlijk niet, omdat de overheid liever niet erkent, dat zij een groep ingezetenen willens en wetens en zonder plausibele verklaring discrimineert en daardoor strafbaar is.

  En dan, na ruim 130 uren eindelijk donderdag 6 november 's avonds dit onbevredigende antwoord:

'Beste burger, alleen 60 met een Surinaamse nationaliteit krijgt vrijstelling'

Dus, zoals te verwachten, geen inhoudelijke reactie van Aksimi.sr ofwel van de regering.

Politiek en advocatuur ook niet happig om te reageren
Dezelfde vraag is door de redactie voorgelegd aan enkele Assembleeleden en juristen/advocaten. Geen enkele reactie, geen enkel antwoord. Ook na het versturen van een herinnering komt geen reactie. Mogelijk heeft de vraag ze verrast. Kennelijk heeft het feit, dat de overheid een groep ingezetenen in het kader van de Wet Nationale Basiszorgverzekering discrimineert duidelijk gemaakt, dat de inhoud van de wet door politici slecht wordt gelezen en of dat niemand zijn of haar vingers hieraan durft te branden.

Feiten
Feit is: buitenlandse ingezetenen die ouder zijn dan 60 jaar of tussen de 0 en 16 jaar jong zijn moeten gewoon maandelijks de premie van respectievelijk Srd 240 en Srd 55 betalen, terwijl ingezetenen met de Surinaamse nationaliteit die ouder zijn dan 60 jaar zijn vrijgesteld van premiebetaling.

Feit is: niemand kan uitleggen waarom buitenlandse ingezetenen die ouder zijn dan 60 jaar of zitten in de leeftijdscategorie van 0 tot en met 16 jaar niet zijn vrijgesteld van premiebetaling, zelfs de overheid niet. Op de website aksimi.sr is nergens een uitleg te vinden en ook niet in de wettekst zelf.

(Red. De Surinaamse Krant)

zaterdag 25 oktober 2014

Nieuws Obsession Magazine nu op nieuwe website De Surinaamse Krant

Tijd voor vernieuwing.
Tijd voor verandering.

Tijd voor verfrissing.

Tijd voor overzichtelijkheid.

Tijd voor De Surinaamse Krant!



Paramaribo/Amsterdam, 25-10-2014 - De nieuwsredactie van Obsession Magazine online was toe aan vernieuwing. Vernieuwing in de vorm van een speciale website alleen voor het publiceren van een dagelijkse selectie van Surinaams nieuws uit Suriname, Nederland en de rest van de wereld en ook nieuws van Curaçao.

De naam Obsession Magazine dekt feitelijk niet de meest belangrijke lading van de website, het nieuws, dagelijks, zeven dagen in de week.
Bezoekers kunnen voor dat nieuws sinds maandag 20 oktober 2014 terecht op website De Surinaamse Krant.
Een nieuwe naam, maar volledig gelieerd aan Obsession Magazine. Het is dan ook een uitgave van Obsession Magazine en de hoofdredacteur, Iwan Bottse, in Amsterdam en de webredactie in Paramaribo zijn dan ook de hoofdredacteur en de webredactie van De Surinaamse Krant.

De website van Obsession Magazine blijft bestaan, vooral met het oog op eventuele toekomstige ontwikkelingen rond de papieren versie van het blad van weleer.....

Maar, voor het nieuws bent u van harte welkom op de nieuwe website, die diverse voordelen biedt, ook voor u als bezoekers, als lezer.

* De website is verfrissend, overzichtelijk, duidelijk, helder.
 * Alle nieuwsberichten van een dag worden dagelijks op de homepage geplaatst. Of het nu acht berichten zijn of vijfentwintig op een dag, u ziet ze allemaal onder elkaar op de homepage. U ziet dus iedere dag nieuwe artikelen op die pagina.
* Daarnaast werkt de redactie vanaf vandaag met zogenoemde labels, zodat u heel snel op thema, op onderwerp, alle relevante artikelen kunt vinden. Alle labels worden ook nog eens speciaal vermeld in de linkerkolom van de homepage.
* Een enkele vaste rubriek, zoals de gedichten van Alphons Levens, krijgt in de rechterkolom een speciale vermelding.
* Ook ziet u in de rechterkolom van de homepage op datum alle geplaatste artikelen onder elkaar.
* De mogelijkheid om op artikelen te reageren blijft ook gewoon bestaan, zij het dat anonieme reacties en reacties met een bepaald taalgebruik of met vuilsmijterij niet meer geplaatst zullen worden.

De webredactie van De Surinaamse Krant is bereikbaar via het e-mailadres desurinaamsekrant@gmail.com.

Het oude e-mailadres (redactieobsessionmagazine@gmail.com) blijft bestaan en wordt ook dagelijks gecontroleerd. De op de website van Obsession Magazine vermelde redactie-e-mailadressen delano@obsession-magazine.nlen yasmin@obsession-magazine.nlzijn sinds 20 oktober niet meer beschikbaar voor nieuws gerelateerde zaken. Voor nieuws (persberichten en dergelijke) kunt u zich wenden tot desurinaamsekrant@gmail.com.

Hoofdredacteur Iwan Bottse en de webredactie gaan ervoor en hebben er zin om bezoekers/lezers dagelijks een selectie aan te bieden van het Surinaamse en Curaçaose nieuws uit allerlei nationale en internationale (nieuws-)bronnen. Natuurlijk met bronvermelding, ontdaan van taal-, journalistieke- en andere fouten en indien wenselijk aangevuld met (eigen) informatie en teksten, links, foto's, video's of documenten om de bezoekers/lezers breder te informeren dan de reguliere media doen.

(Bron foto: Rohan Radheya)
Nu en dan zullen ook eigen artikelen geproduceerd en gepubliceerd worden, zoals vandaag, zaterdag 25 oktober 2014 en morgen, zondag 26 oktober, in twee delen, een exclusief interview met de 27-jaar jonge Nederlandse Surinaamse fotojournalist en videograaf Rohan Radheya uit Den Haag, die inmiddels vijf jaren woonachtig is in het grensgebied van Thailand en Birma en begaan is met het lot van Birmese vluchtelingen en in totaal al veertien jaren over de wereld reist. Hij stond de webredactie van De Surinaamse Krant exclusief te woord om zijn bijzondere verhaal te vertellen.

Natuurlijk is De Surinaamse Krant ook op Facebook te vinden. Sinds vrijdag 24 oktober bestaat de mogelijkheid om via de website de krant 'leuk' te vinden op Facebook en dat is de eerste dag al door tientallen bezoekers gedaan!

Kortom, bezoek en vooral lees De Surinaamse Krant, laat u verrassen, en zegt het voort!

donderdag 16 oktober 2014

Binnenland Suriname dreigt een grote vuilnisbelt te worden

 Gedumpt vuil in een van de dorpen in binnenland.
Bestuur district Brokopondo werkt hard aan vuilophaaldienst en -opslag in diverse dorpen

Nauwelijks vuilophaaldienst voor inheemse- en marrondorpen

Centrale overheid negeert afvalprobleem binnenland

16-10-2014 Door: Paul Kraaijer/Obsession Magazine


Paramaribo - Het binnenland van Suriname dreigt een grote vuilnisbelt te worden, ondanks de inspanningen van een districtscommissaris die werkt aan een schoon milieu in haar district. In slechts enkele dorpen in het binnenland is sprake van een vuilophaaldienst, maar al het opgehaalde vuil wordt ook weer ergens in het binnenland gedumpt. Het vuilprobleem in inheemse- en marrondorpen verplaatst zich dan ook van enkele dorpen naar centrale dumplocaties bij die dorpen of elders in het district. 

Bewoners valt niets kwalijk te nemen
Internationaal krijgt het land aanzien vanwege de inspanningen van achtereenvolgende regeringen om het tropisch regenwoud, de groene longen van de aarde, zoveel als mogelijk te beschermen. Maar, terwijl dat regenwoud zoveel als mogelijk wordt beschermd, wordt onder de groene bomen her en der zeer veel afval gedumpt. Meer en meer, jaar in jaar uit. Het afval hoopt zich op, bestormd door allerlei ongedierte.
Enig regeringsbeleid om de afvalstroom in het binnenland te reguleren lijkt er niet te zijn. Hier en daar trachten dorpen zelf hun afval te 'verwerken' en hier en daar wordt het afval opgehaald. De regering lijkt het binnenland in haar 'afvalbeleid' te negeren. Al jaren, al vele jaren.

Het kan lokale bewoners feitelijk niet kwalijk worden genomen dat zij hun afval ergens dumpen of verbranden met alle schadelijke gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid ten gevolge. De centrale overheid, 'Paramaribo', lijkt niet te werken aan een definitieve oplossing voor het afvalprobleem in het binnenland. Op het terrein van afval werkt decentralisatie (nog) niet echt.  

Positieve ontwikkelingen in district Brokopondo door inspanningen districtscommissarisMaar, er zijn toch positieve ontwikkelingen te bespeuren in met name het district Brokopondo. Districtscommissaris Ivonne Pinas laat in een reactie weten er alles aan te doen om het milieu te beschermen, vooral door de gemeenschappen in het district te informeren over het belang van een schoon milieu.

Pinas: 'Wij hebben ervoor gezorgd dat er twee keren per week in alle ressorten vuil wordt opgehaald. Om het betaalbaar te houden hebben wij afvalzakken ingevoerd. De mensen hebben wij ervan kunnen overtuigen mee te betalen aan het opruimen van hun afval. Het project is boven verwachting geslaagd. Al het huisvuil wordt met ingang van augustus 2014 in oranje zakken aangeleverd. Een organisatie in Klaaskreek heeft zelfs het initiatief genomen om afvalbakken op strategische plekken in het dorp te plaatsen om zwerfvuil zoveel mogelijk tegen te gaan. Andere ressorten hebben nu al aangegeven dit voorbeeld te zullen volgen.'

De districtscommissaris laat verder weten als beleid te hebben, dat de opbrengsten uit economische exploitatie in alle gemeenschappen terecht komen in het districtsfonds.  

'Iedere gemeenschap die een plan indient, wordt vanuit deze opbrengsten gefinancierd. Het is dus niet meer moeilijk om projecten als deze te realiseren.' Klaaskreek werkt aan schoon milieu. (Bron foto: Burger Informatie Centrum Brokopondo)  

PET-flessen worden ingezameld

Districtscommissaris Pinas zegt ook in de planning te hebben een Nationaal Brokopondo Afval Verwerkingsplan. 'Wij hebben nu al verscheidene gesprekken gevoerd met deskundigen op dit gebied. Een samenwerking met de Stichting Samarja heeft er nu al toe geleid, dat wij via de scholen PET-flessen gaan verzamelen die gerycled gaan worden door Fernandes.' Samarja is een stichting in Paramaribo die milieuontwikkeling in het land tracht te bevorderen. Het is een mooi initiatief, maar afval in het binnenland bestaat niet alleen uit plastic flessen. De flessen vormen slechts een klein deel van het vuil.

Op de vraag wat er uiteindelijk met het opgehaalde vuil wordt gedaan, antwoordt Ivonne Pinas, dat dat verzameld wordt op een locatie aan de Afobakaweg, genaamd Diyafutu. 'Hier beheren wij alle binnenkomende huisvuil en sorteren wij ter plekke het afval. Wij hebben inmiddels acht kandidaten via de stichting Samarja in opleiding, die getraind worden in de bronscheiding van het aan te bieden afval. Ook de bermen langs de wegen worden wekelijks van zwerfvuil ontdaan. Kortom, afvalbeheersing in Brokopondo hebben wij goed in de hand en wij zijn goed op weg om te komen tot een reguliere vuilverwerking.'  

Politieke reacties
Het Assembleelid Ronny Asabina van de BEP (Broederschap en Eenheid in de Politiek) laat in een reactie weten, dat er dumpplaatsen zijn gecreëerd in de dorpen Marchalkreek en Nieuw Koffiekamp. 'Aan vuilverwerking wordt echter niet gedaan', aldus de politicus.

Zijn collega Diana Pokie bevestigt de opmerkingen van Asabina. 'In mijn district is er wel in de grote dorpen als Brownsweg, Klaaskreek en Balingsula sprake van een vuilophaaldienst, maar geen vuilverwerking. Dorpen zoals Duata, Baikutu en Pikin Pada kennen geen vuilophaaldienst. Daar zijn de mensen genoodzaakt hun vuil te verbranden. Het dumpen van vuil in het bos en de rivier is minder in het district. De mensen zijn wel wat bewuster geworden.'
Volgens Pokie zijn er aangewezen dumplocaties in het district. 'Ergens in de buurt van Balingsula en in de buurt van Brownsweg. Particuliere vuilophaalbedrijven doen het werk.'

Overigens werd het vuil in ressort Brownsweg in december 2013 enkele dagen niet opgehaald, omdat de vuilophaler ruim vijf maanden niet was betaald. Districtssecretaris Freddy Linga zei 5 december op Starnieuws dat de stank onhoudbaar was. ‘Het is erg onhygiënisch en Brownsweg lijkt een aasgierenstad', aldus Linga.

In bijvoorbeeld het Matawai-dorp Kwakoegron, aan de Saramaccarivier, wordt nooit vuil opgehaald. Daar wordt afval gewoon her en der in de natuur gedumpt, ook bijvoorbeeld achter de lokale school, of verbrand. Het dorp heeft een centrale dumplocatie, niet ver achter een van de twee lokale 'snesi's, supermarkten, praktisch aan de oever van de rivier. Er is echter nog geen sprake van, dat al dat gedumpte afval wordt opgehaald. Al dat vuil heeft een grote aantrekkingskracht op ongedierte en zorgt natuurlijk voor een onhygiënische situatie.

Districtscommissaris Pinas van goede wil
Maar, districtscommissaris Ivonne Pinas lijkt van zeer goede wil. Al bij haar aantreden – ze werd 9 december 2013 door president Bouterse geïnstalleerd – liet ze weten, dat vuilverwerking een centrale plaats zou krijgen in haar uit te voeren beleid. Bij haar aantreden trof ze veel onduidelijkheden hierover aan. ‘Ik heb in de contracten met vuilophalers nergens hun werkafspraken kunnen achterhalen. Ook kan niemand mij zeggen waar een vuilstortplaats is. Vandaar dat ik overal verspreid in het district vuilhaarden aantref. Er zal een duidelijk vuilophaalsysteem moeten komen', zei ze maandag 25 februari 2013 in de Ware Tijd.
Ook zei ze zich mateloos te ergeren aan de vele lege waterflesjes bij de scholen. ‘De Naschoolse Opvang reikt deze flesjes uit, terwijl de meeste kinderen thuis gewend zijn om regen- of kraanwater te drinken. Deze waterflesjes creëren onnodige vervuiling in het binnenland.’  

District 'Sipaliwini' zwijgt
Hoe het is gesteld met de vuilverwerking en -ophaal in het district Sipaliwini is niet bekend. Geen enkel uit dit district afkomstig Assembleelid heeft, ondanks herhaald verzoek, gereageerd. Dat geldt ook voor het lokale bestuur. Maar, aangenomen mag worden, dat in dit district geen sprake is van een vuilophaaldienst en dat gemeenschappen hun afval dumpen in de natuur of verbranden.

De betrokken ministers, Rabin Parmessar van Openbare Werken en Stanley Betterson van Regionale Ontwikkeling (RO), blijken het ook niet nodig te vinden om te reageren. Zij zijn diverse malen benaderd met het vriendelijke verzoek enkele vragen te beantwoorden, maar een reactie bleef uit. Het ministerie van RO liet op 7 oktober bij monde van Anna Lachman-Johannes, Hoofd Voorlichting en Burgerparticipatie, in reactie op een al op 18 september verzonden verzoek, weten: 'Alvast onze verontschuldiging voor de heel late reactie. Helaas heb ik nog geen antwoord voor u op uw vragen, verzoeke ons nog even wat ruimte te geven. Ik hoop u nog deze week van een andere reactie te voorzien.' Er volgde echter geen enkele reactie meer.  

Regeringsbeleid negeert binnenland
Tot slot: Het lijvige regerings 'Ontwikkelingsplan 2012-2016, Suriname in Transformatie' vermeldt onder andere, dat afval 'het grootste milieuprobleem in Suriname is'.  

'Suriname beschikt nog steeds niet over adequate ophaal, opslag en verwerking van afval. Groot Paramaribo alleen produceert dagelijks circa 180 ton afval waarvan circa 67% huishoudelijk afval. De rest bestaat uit onder andere medisch, industrieel, vloeibaar en constructieafval. Inadequate afvalverwerking vormt een grote bedreiging voor het milieu en de gezondheid van de mens. Het beleid zal zich in de komende vijf jaren richten op het terugdringen van de hoeveelheid afval die geproduceerd wordt, op het verhogen van de mate van recycling, op het verbeteren en reguleren van de ophaal, de verwerking en op het invoeren van het gebruik van afval als bron voor energieopwekking.'

In het plan is ook te lezen, dat er samenwerking moet komen tussen relevante instanties, 'waaronder Milieu Inspectie van het BOG (Volksgezondheid), Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname/Nimos (ATM), Gewassenbescherming (LVV), de constructie sector (Openbare Werken), Regionale Ontwikkeling (RO) en de Brandweer (Justitie en Politie). Milieuverontreiniging bedreigt de gezondheid van de bevolking en tast de kwaliteit van de woon- en leefomgeving aan.'  

Centrale overheid negeert afvalprobleem binnenland: 'Paramaribo' kijkt toe
Maar, het plan besteedt op geen enkele wijze aan vuilverwerking en -ophaal in het binnenland. Het binnenland wordt niet eens vermeld. Ondanks dat gepoogd wordt op diverse terreinen (zoals infrastructuur, telefonie, televisie, radio en internet) het binnenland te ontsluiten, blijft de centrale overheid in Paramaribo wat betreft afvalverwerking en -ophaal dat grote deel van het land negeren. Enig gestructureerd beleid op dat gebied lijkt er niet te zijn.

Verantwoordelijken, de ministers, hullen zich in stilzwijgen en dat zegt voldoende..... Het merendeel van het vuilprobleem van het binnenland, een groen binnenland dat zoveel buitenlandse toeristen aantrekt, wordt maar niet opgelost. Veel bewoners van inheemse- en marrongemeenschappen worden gedwongen hun afval in dat mooie groene binnenland te dumpen of te verbranden. Beiden leiden tot overlast. 'Paramaribo' weet dat, 'Paramaribo' kijkt toe.

dinsdag 14 oktober 2014

Surinaams ministerie lijkt luchtverkeersleiders niet serieus te nemen

Sinds 2012 luchtverkeer diverse keren door stakingen in gevaar geweest

Tekort aan goed opgeleid personeel en uitbetaling toelage en trainingen blijven uit en lekkende verkeerstoren

Gepensioneerde luchtverkeersleiders schieten steeds te hulp

14-10-2014 Door: Paul Kraaijer/Obsession Magazine


Paramaribo - Sinds 2012 is het Surinaamse luchtverkeer diverse keren door stakingen van de luchtverkeersleiders in gevaar geweest. Ze hadden echter steeds voldoende redenen om het werk neer te leggen, zoals een chronisch tekort aan goed opgeleid personeel, uitblijven van uitbetaling van de toelage, trainingen die niet of onvoldoende worden verzorgd en een lekkende verkeerstoren. Gepensioneerde luchtverkeersleiders schoten steeds te hulp.
 
De Surinaamse luchtverkeersleiders, verenigd in de Suriname Air Traffic Controllers Association (SATCA), zijn begin oktober maar weer eens in staking gegaan. De zoveelste staking sinds 2011 en de zoveelste keer dat reizigers en exporteurs van producten de dupe werden en het luchtverkeer in gevaar werd gebracht. Al een paar jaren willen de luchtverkeersleiders dat een aantal belangrijke zaken wordt aangepakt, maar het verantwoordelijke ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) lijkt de luchtverkeersleiders en de veiligheid van het vliegverkeer niet serieus te nemen en dat is een ernstige zaak die internationaal aandacht verdient.

Al jarenlang onvrede over arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden
De luchtverkeersleiders gingen vrijdag 3 oktober in staking uit onvrede over diverse niet opgeloste zaken, zoals de uitbetaling van de Air Traffic Service toelage, het nog steeds niet kunnen volgen van trainingen en het tekort aan luchtverkeersleiders. Maar, de SATCA wild ook eindelijk eens af van de verwaarloosde en onhygiënische toestanden op de werkvloer en ook dat het gebouw wordt opgeknapt. Bepaalde apparaten zouden buiten werking zijn. Er zijn zelfs luchtverkeersleiders die vijftien jaar geleden al bevorderd hadden moeten worden. Het zijn zaken waar de luchtverkeersleiders al jaren om vragen.

Verder is SATCA-voorzitter Clyde Sabajo er niet over te spreken, dat het zogenoemde Instrument Landing Systeem (ILS) al ruim zes maanden buiten werking is. Het ILS is een radionavigatiesysteem waarmee in de luchtvaart een precisienadering van een landingsbaan kan worden uitgevoerd. ILS maakt landingen bij slechte weersomstandigheden en automatische landingen mogelijk. Volgens Sabajo wachten de luchtverkeersleiders al ruim zeven jaar om diverse zaken gedaan te krijgen.
Het ministerie van TCT zou echter niet in staat zijn geweest om gemaakte afspraken na te komen, omdat die zouden zijn overgeheveld naar het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Volgens Sabajo werd in april van dit jaar een principeakkoord getekend, maar de minister van TCT, Falisie Pinas, heeft nog steeds geen gehoor gegeven aan de wensen van de luchtverkeersleiders. Bij dat akkoord werd een conceptplan met dertig punten opgemaakt, waarvan een viertal punten in april of begin mei moest worden uitgevoerd. Maar, de luchtverkeersleiders ontvingen slechts kledinggeld en uniformen.

Voordat zij vrijdag 3 oktober in staking gingen vond er nog een gesprek plaats op het ministerie, maar ook dat leverde weer geen concrete toezeggingen op.

Ingrijpen president Bouterse gevraagd
Het werk van de luchtverkeersleiders werd overgenomen door zes gepensioneerde oud-collega’s. Vanwege het feit, dat het ministerie van TCT niet van zins leek om ook maar enigszins de luchtverkeersleiders tegemoet te komen, deden de stakende luchtverkeersleiders dinsdag 7 oktober tijdens een persconferentie een beroep op president Desi Bouterse om in te grijpen ende vliegveiligheid te garanderen. De actie kost de staat vele duizenden Amerikaanse dollars per dag. Vluchten van en naar het lokale vliegveld Zorg en Hoop in Paramaribo werden alleen afgehandeld tussen acht uur ‘s morgens en vier uur ‘s middags. Tussen vier uur ’s middags en acht uur ’s avonds werden de vluchten op de internationale J.A. Pengelluchthaven te Zanderij afgehandeld.
Tijdens een ledenvergadering van de SATCA op donderdag 9 oktober werd besloten, dat de stakers de volgende dag weer aan het werk zouden gaan. Zij gaan ervan uit, dat een ingestelde presidentiële commissie versneld de zaken waarmee de luchtverkeersleiders zitten zal kunnen oplossen.

Staking begin december 2012
‘Ik schaam me te zeggen hoeveel mensen hier werken, anders gaat men bang worden voor veiligheid’
Daarmee kwam een einde aan de zoveelste staking van de Surinaamse luchtverkeersleiders die al jarenlang te kampen hebben met dezelfde problemen, daarvoor diverse malen het werk hebben neergelegd en naar wie niet door het ministerie van TCT wordt geluisterd. Het lijkt erop dat de minister de luchtverkeersleiders en de vliegveiligheid niet serieus neemt. Immers, de luchtverkeersleiders zagen zich op 4 december 2012 ook al genoodzaakt het werk te onderbreken uit onvrede. Die werkonderbreking duurde slechts een paar uren.

Toenmalig voorzitter van de SATCA, John Seedorf, zei destijds op Starnieuws: ‘Ik schaam me om te zeggen hoe weinig mensen hier werken, anders gaat men bang worden voor de veiligheid.’ Het werk werd die dag hervat, omdat de bewindsman instemde met een gesprek.

Duur nieuw radarsysteem niet optimaal gebruikt, luchtverkeersleiders niet getraind in gebruik
Een week later, op 11 december, liet de ondervoorzitter van de SATCA, Clyde Sabajo, via de Times of Suriname weten, dat ‘het moderne radarsysteem op Zanderij dat vorig jaar in gebruik is genomen niet optimaal wordt gebruikt, omdat de luchtverkeersleiders die het moeten bedienen niet over het vereiste brevet beschikken.’ Hij zei de investering van enkele miljoenen Amerikaanse dollars in het radarsysteem een verloren zaak te vinden. Begin 2011 werd het radarsysteem in gebruik genomen. Hiervoor had de staat Suriname een lening van ruim 9,4 miljoen Amerikaanse dollar bij de Islamic Development Bank afgesloten, terwijl SATCA 1,4 miljoen Amerikaanse dollar had bijgedragen. Het was de bedoeling om door middel van het project ‘Upgrading Air Navigation’ de veiligheid van het luchtvaartverkeer te verbeteren en te professionaliseren.

Voor de ingebruikname van het radarsysteem hadden de luchtverkeersleiders in feite getraind moeten worden, een vereiste binnen de luchtvaartwereld. Maar, dat gebeurde niet, waardoor ze niet over het brevet beschikten om het navigatiesysteem optimaal te kunnen bedienen. Sabajo had de leiding van de Luchtvaartdienst vaak hierop gewezen, maar er werd geen enkele actie ondernomen.
John Seedorf zei vrijdag 4 januari 2013 in het Dagblad Suriname dat er tot die dag toe, niets concreets was bereikt in het overleg tussen de SATCA en het ministerie van TCT. ‘Als TCT niet serieus is, zal men het merken’, sprak de SATCA-voorzitter. De SATCA had met deskundigen van TCT de afspraak, dat in die maand de luchtverkeersleiders enkele van de pijnpunten opgelost zouden zien. Seedorf verwachtte dat nog voor eind januari 2013 concrete toezeggingen gedaan zouden worden betreffende het trainen van kader in het buitenland.

‘De mensen moeten vertrekken voor een verdere upgrading van hun kennis of ze moeten instructeurs laten halen’, zei Seedorf.
De luchtverkeersdienst had ruim 60 luchtverkeersleiders nodig om optimaal te kunnen functioneren. De dienst had echter de beschikking over slechts 25 air traffic controllers, van wie een aantal de dienst zou verlaten, vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Daarnaast wachten de luchtverkeersleiders al zo’n drie jaren op uitvoering van een principeakkoord dat met de regering Venetiaan-Sardjoe was bereikt in 2008. Met de toenmalige vicepresident was overeengekomen een verbetering van werkomstandigheden, bijscholing van het personeel en werving van nieuw personeel om de onderbezetting te minimaliseren.

Korte werkonderbreking medio januari 2013
De volgende staking van de luchtverkeersleiders diende zich aan dinsdagavond 22 januari 2013. De plotselinge staking verraste diverse passagiers van de SLM op onaangename wijze. ‘Wij hadden hiervoor gewaarschuwd’, zei SATCA-ondervoorzitter Clyde Sabajo tegenover de Ware Tijd. ‘We zitten al jaren met dezelfde problemen, maar er komt maar geen oplossing. Nu is de minister verantwoordelijk.’

De volgende dag gingen de stakers al weer aan het werk. Er was een goed gesprek geweest tussen de SATCA en een delegatie onder leiding van vicepresident Robert Ameerali. Er zouden harde afspraken zijn gemaakt om de situatie aan te pakken. Bij het gesprek met de vicepresident waren ook aanwezig de ministers Felisi van TCT en Stanley Betterson van Regionale Ontwikkeling. Afgesproken werd dat een commissie aan het werk zou gaan om de knelpunten bij de luchtverkeersleiders aan te pakken, zoals investeringen in apparatuur en de opleiding van personeel.
Overigens werden kort nadat de luchtverkeersleiders het werk hadden neergelegd, oud-collega’s ingezet die al lange tijd niet actief waren geweest in het begeleiden van vliegverkeer. Dat was volgens SATCA-voorzitter Seedorf een gevaarlijke actie. Hij liet weten, dat geen mensen konden worden ingezet die niet over de juiste papieren beschikten.

‘Loyalisten politieke partijen geaccommodeerd binnen Luchtvaartdienst’
Begin maart werd duidelijk dat luchtverkeersleiders nog steeds niet te spreken waren over de gang van zaken binnen hun werkomgeving. Via de Ware Tijd liet de vicevoorzitter van de SATCA, Clyde Sabajo, op 2 maart weten, dat er teveel leidinggevenden binnen de Luchtvaartdienst zijn ‘die geen kaas hebben gegeten van de dienst’. Volgens hem zijn er door de jaren heen loyalisten van politieke partijen op posten geaccommodeerd, iets dat niet ongewoon is in Suriname. Er was ook een lichtpuntje in de ogen van Sabajo en dat was de start van een training voor luchtverkeersleiders verzorgd door deskundigen uit Trinidad & Tobago. Hij zei dat een goede stap van de regering te vinden, diverse andere voorzieningen waren nog steeds niet geregeld, zoals de uitbetaling van toelaten.

Trainingen door instructeurs uit Trinidad & Tobago niet naar tevredenheid SATCA
Ruim twee weken later bleek de SATCA toch niet tevreden te zijn over de training. Volgens de bond waren de deelnemers zelfs misleid. In drie weken tijd zouden medewerkers tot volwaardig instructeurs worden opgeleid, maar dat was niet gebeurd, aldus Sabajo op dinsdag 19 maart 2013 in de Ware Tijd.

Volgens diensthoofd Robby Venloo van de Luchtvaartdienst waren er elf bevoegde instructeurs afgeleverd. Sabajo zei echter, dat zij slechts tot ‘on the job coaches’ waren opgeleid en dat in slechts vier dagen tijd. Dat was onmogelijk, stelde Sabajo. Eenendertig collega’s volgden gedurende twee weken opfriscursussen.

Tijdens een onderhoud tussen de SATCA en de regering, eind januari 2013, was afgesproken dat de medewerkers tot volwaardige instructeurs zouden worden opgeleid. ‘Uit gesprekken die SATCA met één der instructeurs uit Trinidad en Tobago had, is gebleken, dat zij de trainingen die door Suriname aangevraagd waren hebben verzorgd en dat zij ook in staat zijn om de instructeurscursus te verzorgen, zodat we over volledig bevoegd verklaarde instructeurs kunnen beschikken’, zo schreef SATCA in een persbericht.

Door de gang van zaken rond de door Trinidadiaanse deskundigen gegeven opleiding, beschikte het korps luchtverkeersleiders nog steeds niet over bevoegde instructeurs en bleef aangewezen op deskundigen uit het buitenland.

Augustus 2013 trekt SATCA weer aan bel: tekort van 60 luchtverkeersleiders
Luchtvaartdienst verziekt
De SATCA zag zich in de tweede week van augustus 2013 weer genoodzaakt om aan de bel te trekken. Er was immers een tekort van 60 luchtverkeersleiders. Het aantal van 84 zou een optimale bezetting garanderen bij de dienst, maar slechts 24 luchtverkeersleiders waren werkzaam op de vliegvelden te Zanderij, Zorg en Hoop en Nickerie. Dat leidde tot een onverantwoord zware werkdruk.
De onderbezetting had volgens Sabajo alles te maken met mismanagement bij de Luchtvaartdienst. De dienst was gedurende vele jaren zwaar gepolitiseerd, met als gevolg dat er uitholling van kader plaatsvond.
De dienst is verziekt, zei destijds de presidentiële adviseur Eddy Jozefzoon. Hij was voorzitter van een commissie die de dienst in beter vaarwater moest brengen. Maar, volgens Sabajo heeft die commissie sinds haar instelling zes maanden geleden geen resultaten bereikt. ‘Nul komma nul, is wat de commissie tot nu toe gepresteerd heeft.’

De SATCA diende een herstructureringsplan in bij de regering. Het plan werd eind juli 2013 aangeboden aan vicepresident Robert Ameerali en voorzitter Jennifer Geerlings Simons van De Nationale Assemblee, het Surinaamse parlement.

Werkonderbreking luchtverkeersleider begin april 2013
Uit ontevredenheid, omdat nog steeds niet de pijnpunten waar zij sinds 2007 aandacht voor vroegen werden aangepakt, besloten de luchtverkeersleiders en hun assistenten donderdag 3 april het werk weer neer te leggen. Volgens de SATCA was de werksituatie verslechterd en niet meer vol te houden. Toegezegde opleidingen en trainingen bleven uit, toelages voor wisseldiensten waren er nog steeds niet, er waren sanitaire problemen op de werkvloer en onhygiënische toestanden en de verkeerstoren lekte.
Daarenboven was er sprake van onderbezetting. Door mismanagement bij de leiding bij de Luchtvaartdienst en het niet optreden van het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme waren de pijnpunten alleen maar verslechterd.
Ook waren er geen bevoegde krachten en instructeurs die de opleidingen konden verzorgen op hoger niveau. Overigens zou een enkele collega wel bereid zijn geweest om te werken. Maar, de werkzaamheden werden overgenomen door gepensioneerden die via de Luchtvaartdienst werden ingezet.

De voorzitter van de Moederbond, de vakbond waarbij de SATCA is aangesloten en die de actie van de stakende luchtverkeersleiders en assistenten had overgenomen, Errol Snijders, voerde dinsdagavond 8 april overleg met de directeur en minister van het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme.
De volgende avond kwamen ze weer bijeen. Er werd weer een conceptplan met ongeveer dertig pijnpunten samengesteld waarvan drie of vier punten in april of begin mei uitgevoerd moesten worden. Hete hangijzers waren de uitbetaling van de toelage en het tekort aan luchtverkeersleiders. Om dat tekort op te heffen bestond het idee om assistent luchtverkeersleiders aan te trekken en daarvoor ontheffing te verlenen. Ook de aankoop van apparatuur stond op het urgent uit te voeren lijstje evenals het opknappen van de werkruimten die in erbarmelijke staat verkeren.

Het wachten is op witte rook
Maar, het waren de zoveelste afspraken, toezeggingen en pijnpuntplannen. Weer kwam er niets van terecht en weer zagen de luchtverkeersleiders zich genoodzaakt om naar het wapen van staking te grijpen en dat gebeurde in de eerste week van oktober. Na een paar dagen het werk neergelegd te hebben hebben de actievoerders nu hun hoop gevestigd op de presidentiële commissie.

Inmiddels is het 14 oktober.

De luchtverkeersleiders zijn weer aan het werk, onder slechte werkomstandigheden. Die worden tegen heug en meug geaccepteerd, om het luchtverkeer niet langer in gevaar te brengen. Het wachten is op witte rook, het wachten is, na vele jaren, op de gevraagde verbeteringen van hun arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Maar, wie naar het recente verleden kijkt kan niet anders dan concluderen dat het Surinaamse verantwoordelijke ministerie de luchtverkeersleiders en de veiligheid van het vliegverkeer niet serieus nemen.

maandag 13 oktober 2014

Surinaams/Jamaicaanse zanger wil internationaal geld verdienen aan ebola-angst met lied 'Mr. Ebola'

Spanglish (Bron foto: Dempire Management)
Zanger Spanglish zaait juist angst en maakt zichzelf belachelijk

'Oh, help ik ben niet veilig' – 'Als het er is verhuis ik naar de Amazone'

13-10-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Hoe diep kun je zinken of hoe ver kun je afglijden als artiest met een lied over het ebolavirus, terwijl juist de angst voor ebola een grotere paniek in de wereld veroorzaakt dan het feitelijke virus zelf. De kans dat je het virus in een land als Suriname oploopt is praktisch nihil. En dan komt zo'n artiest op de proppen die een graantje denkt mee te kunnen pikken van het leed van vele duizenden in vooral een aantal West-Afrikaanse landen door een lied getiteld 'Mr. Ebola' op te nemen met een even misselijk makende clip erbij die al op YouTube te vinden is met een Engelstalige omschrijving erbij, natuurlijk. Mensen aantrekken, aandacht krijgen als artiest, want dat is en niet de vermeende vrees voor ebola.

Zanger Spanglish, want die is het, geboren als Anthony Dennis Reid in Kingston, Jamaica, en sinds 2011 woonachtig in Suriname, beweert vandaag in de lokale Surinaamse krant De Ware Tijd 'zeer verontrust over het ebolavirus te zijn'. 'Ik ben niet alleen bang voor mezelf, maar vooral voor wat het de mensheid kan aandoen.'

Doordat hij niet wist hoe hij ermee moest omgaan, besloot hij zijn gevoelens in een lied te gooien. Daardoor ontstond ‘Mr. Ebola’, zo schrijft de krant.
Ondertussen zijn er wel enkele honderden mensen in Suriname werkelijk getroffen door het chikungunyavirus. Ook niet echt plezierig om onder de leden te hebben. Maar ja, daar valt natuurlijk als artiest internationaal wat minder aan te verdienen. Immers, het aantal dodelijke slachtoffers is op een hand te tellen.

'Het uitbrengen van de single heeft Spanglish wat rustiger gemaakt, ondanks dat hij weet dat hij nog niet veilig is.' Werkelijk, ongelooflijk, woorden in de Ware Tijd. Hoezo zou Spanglish niet veilig zijn? Weten wij en de regering iets niet? Is iemand in zijn nabije omgeving getroffen door het dodelijke virus? Wat een onzin. Deze man weet gewoon niet wat hij zegt, hij is verblind door dollartekens voor zijn ogen.

Natuurlijk wordt hem door de schrijver van het artikel in de Ware Tijd geen enkele kritische vraag gesteld. Daar heeft het doorsnee Surinaamse journaille moeite mee, kritisch zijn.

Overigens is zijn clip doorspekt van 'ebola'-foto's en krantenartikelen over ebola en links naar zijn social mediapagina's. Voor het gebruik van de foto's en artikelen zal hij waarschijnlijk geen toestemming hebben gevraagd. Het is overduidelijk dat deze artiest uit is op geld en zich internationaal op een podium wil plaatsen. Dat moet hij vooral doen, en vooral over de ruggen van ebolaslachtoffers, hij zal er hopelijk snel van af donderen.

Nu het lied en de clip er zijn, wil Spanglish volgens de krant helpen bewustwording te creëren. 'Niet iedereen volgt het nieuws, maar ze luisteren wel naar muziek', aldus deze zogenoemde bewuste zanger. Het lijkt er eerder op dat hij getroffen is door een ander virus: het virus van de zonnesteek.
Hij meent zelfs te weten hoe de bevolking over ebola spreekt en wat de bevolking ervan weet. Immers, dit zegt hij in de krant: 'Er wordt in Suriname wel over gesproken, maar nog niet serieus, omdat het er nog niet is. Toch moeten we voorbereid zijn en erover weten.'
Kennelijk leest en ziet Spanglish het lokale en internationale nieuws niet. Ondertussen weet bijna iedereen wel wat ebola is en hoe je het kunt oplopen. Bijna iedereen heeft vandaag de dag wel een televisie en radio thuis of internet.
Maar, Spanglish weet dat kennelijk niet.
Spanglish denkt alleen aan dollars.
Spanglish weet werkelijk niet welke onzin hij uitkraamt. Het zijn mensen zoals hij die anderen onnodig angst aanjagen. Hij zaait angst.

Toppunt is, dat hij zelfs zo onnozel is door te zeggen een plan klaar te hebben liggen mocht het virus opduiken in Suriname. 'Als het er is, verhuis ik met mijn familie naar de Amazone. Ver van het virus vandaan.' Hoe dom kun je zijn.


Noot: 
Opmerkelijk is het dat Spanglish in de Ware Tijd van maandag 10 november 2014 jammert over de in zijn belevingswereld geringe aandacht die Surinaamse artiesten krijgen bij Surinaamse media... Is hij vergeten dat hij met zijn misplaatste ebola-song en clip afgelopen maandag nog de nodige media-aandacht kreeg? En nu zoekt hij, en weer via dezelfde krant, aandacht en die krijgt deze Jamaicaan ook nog.....die dus pas sinds 2011 in Suriname woonachtig is.... Deze artiest lijkt voer voor psychologen...