Posts tonen met het label Zorg en Hoop. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zorg en Hoop. Alle posts tonen

dinsdag 14 oktober 2014

Surinaams ministerie lijkt luchtverkeersleiders niet serieus te nemen

Sinds 2012 luchtverkeer diverse keren door stakingen in gevaar geweest

Tekort aan goed opgeleid personeel en uitbetaling toelage en trainingen blijven uit en lekkende verkeerstoren

Gepensioneerde luchtverkeersleiders schieten steeds te hulp

14-10-2014 Door: Paul Kraaijer/Obsession Magazine


Paramaribo - Sinds 2012 is het Surinaamse luchtverkeer diverse keren door stakingen van de luchtverkeersleiders in gevaar geweest. Ze hadden echter steeds voldoende redenen om het werk neer te leggen, zoals een chronisch tekort aan goed opgeleid personeel, uitblijven van uitbetaling van de toelage, trainingen die niet of onvoldoende worden verzorgd en een lekkende verkeerstoren. Gepensioneerde luchtverkeersleiders schoten steeds te hulp.
 
De Surinaamse luchtverkeersleiders, verenigd in de Suriname Air Traffic Controllers Association (SATCA), zijn begin oktober maar weer eens in staking gegaan. De zoveelste staking sinds 2011 en de zoveelste keer dat reizigers en exporteurs van producten de dupe werden en het luchtverkeer in gevaar werd gebracht. Al een paar jaren willen de luchtverkeersleiders dat een aantal belangrijke zaken wordt aangepakt, maar het verantwoordelijke ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) lijkt de luchtverkeersleiders en de veiligheid van het vliegverkeer niet serieus te nemen en dat is een ernstige zaak die internationaal aandacht verdient.

Al jarenlang onvrede over arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden
De luchtverkeersleiders gingen vrijdag 3 oktober in staking uit onvrede over diverse niet opgeloste zaken, zoals de uitbetaling van de Air Traffic Service toelage, het nog steeds niet kunnen volgen van trainingen en het tekort aan luchtverkeersleiders. Maar, de SATCA wild ook eindelijk eens af van de verwaarloosde en onhygiënische toestanden op de werkvloer en ook dat het gebouw wordt opgeknapt. Bepaalde apparaten zouden buiten werking zijn. Er zijn zelfs luchtverkeersleiders die vijftien jaar geleden al bevorderd hadden moeten worden. Het zijn zaken waar de luchtverkeersleiders al jaren om vragen.

Verder is SATCA-voorzitter Clyde Sabajo er niet over te spreken, dat het zogenoemde Instrument Landing Systeem (ILS) al ruim zes maanden buiten werking is. Het ILS is een radionavigatiesysteem waarmee in de luchtvaart een precisienadering van een landingsbaan kan worden uitgevoerd. ILS maakt landingen bij slechte weersomstandigheden en automatische landingen mogelijk. Volgens Sabajo wachten de luchtverkeersleiders al ruim zeven jaar om diverse zaken gedaan te krijgen.
Het ministerie van TCT zou echter niet in staat zijn geweest om gemaakte afspraken na te komen, omdat die zouden zijn overgeheveld naar het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Volgens Sabajo werd in april van dit jaar een principeakkoord getekend, maar de minister van TCT, Falisie Pinas, heeft nog steeds geen gehoor gegeven aan de wensen van de luchtverkeersleiders. Bij dat akkoord werd een conceptplan met dertig punten opgemaakt, waarvan een viertal punten in april of begin mei moest worden uitgevoerd. Maar, de luchtverkeersleiders ontvingen slechts kledinggeld en uniformen.

Voordat zij vrijdag 3 oktober in staking gingen vond er nog een gesprek plaats op het ministerie, maar ook dat leverde weer geen concrete toezeggingen op.

Ingrijpen president Bouterse gevraagd
Het werk van de luchtverkeersleiders werd overgenomen door zes gepensioneerde oud-collega’s. Vanwege het feit, dat het ministerie van TCT niet van zins leek om ook maar enigszins de luchtverkeersleiders tegemoet te komen, deden de stakende luchtverkeersleiders dinsdag 7 oktober tijdens een persconferentie een beroep op president Desi Bouterse om in te grijpen ende vliegveiligheid te garanderen. De actie kost de staat vele duizenden Amerikaanse dollars per dag. Vluchten van en naar het lokale vliegveld Zorg en Hoop in Paramaribo werden alleen afgehandeld tussen acht uur ‘s morgens en vier uur ‘s middags. Tussen vier uur ’s middags en acht uur ’s avonds werden de vluchten op de internationale J.A. Pengelluchthaven te Zanderij afgehandeld.
Tijdens een ledenvergadering van de SATCA op donderdag 9 oktober werd besloten, dat de stakers de volgende dag weer aan het werk zouden gaan. Zij gaan ervan uit, dat een ingestelde presidentiële commissie versneld de zaken waarmee de luchtverkeersleiders zitten zal kunnen oplossen.

Staking begin december 2012
‘Ik schaam me te zeggen hoeveel mensen hier werken, anders gaat men bang worden voor veiligheid’
Daarmee kwam een einde aan de zoveelste staking van de Surinaamse luchtverkeersleiders die al jarenlang te kampen hebben met dezelfde problemen, daarvoor diverse malen het werk hebben neergelegd en naar wie niet door het ministerie van TCT wordt geluisterd. Het lijkt erop dat de minister de luchtverkeersleiders en de vliegveiligheid niet serieus neemt. Immers, de luchtverkeersleiders zagen zich op 4 december 2012 ook al genoodzaakt het werk te onderbreken uit onvrede. Die werkonderbreking duurde slechts een paar uren.

Toenmalig voorzitter van de SATCA, John Seedorf, zei destijds op Starnieuws: ‘Ik schaam me om te zeggen hoe weinig mensen hier werken, anders gaat men bang worden voor de veiligheid.’ Het werk werd die dag hervat, omdat de bewindsman instemde met een gesprek.

Duur nieuw radarsysteem niet optimaal gebruikt, luchtverkeersleiders niet getraind in gebruik
Een week later, op 11 december, liet de ondervoorzitter van de SATCA, Clyde Sabajo, via de Times of Suriname weten, dat ‘het moderne radarsysteem op Zanderij dat vorig jaar in gebruik is genomen niet optimaal wordt gebruikt, omdat de luchtverkeersleiders die het moeten bedienen niet over het vereiste brevet beschikken.’ Hij zei de investering van enkele miljoenen Amerikaanse dollars in het radarsysteem een verloren zaak te vinden. Begin 2011 werd het radarsysteem in gebruik genomen. Hiervoor had de staat Suriname een lening van ruim 9,4 miljoen Amerikaanse dollar bij de Islamic Development Bank afgesloten, terwijl SATCA 1,4 miljoen Amerikaanse dollar had bijgedragen. Het was de bedoeling om door middel van het project ‘Upgrading Air Navigation’ de veiligheid van het luchtvaartverkeer te verbeteren en te professionaliseren.

Voor de ingebruikname van het radarsysteem hadden de luchtverkeersleiders in feite getraind moeten worden, een vereiste binnen de luchtvaartwereld. Maar, dat gebeurde niet, waardoor ze niet over het brevet beschikten om het navigatiesysteem optimaal te kunnen bedienen. Sabajo had de leiding van de Luchtvaartdienst vaak hierop gewezen, maar er werd geen enkele actie ondernomen.
John Seedorf zei vrijdag 4 januari 2013 in het Dagblad Suriname dat er tot die dag toe, niets concreets was bereikt in het overleg tussen de SATCA en het ministerie van TCT. ‘Als TCT niet serieus is, zal men het merken’, sprak de SATCA-voorzitter. De SATCA had met deskundigen van TCT de afspraak, dat in die maand de luchtverkeersleiders enkele van de pijnpunten opgelost zouden zien. Seedorf verwachtte dat nog voor eind januari 2013 concrete toezeggingen gedaan zouden worden betreffende het trainen van kader in het buitenland.

‘De mensen moeten vertrekken voor een verdere upgrading van hun kennis of ze moeten instructeurs laten halen’, zei Seedorf.
De luchtverkeersdienst had ruim 60 luchtverkeersleiders nodig om optimaal te kunnen functioneren. De dienst had echter de beschikking over slechts 25 air traffic controllers, van wie een aantal de dienst zou verlaten, vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
Daarnaast wachten de luchtverkeersleiders al zo’n drie jaren op uitvoering van een principeakkoord dat met de regering Venetiaan-Sardjoe was bereikt in 2008. Met de toenmalige vicepresident was overeengekomen een verbetering van werkomstandigheden, bijscholing van het personeel en werving van nieuw personeel om de onderbezetting te minimaliseren.

Korte werkonderbreking medio januari 2013
De volgende staking van de luchtverkeersleiders diende zich aan dinsdagavond 22 januari 2013. De plotselinge staking verraste diverse passagiers van de SLM op onaangename wijze. ‘Wij hadden hiervoor gewaarschuwd’, zei SATCA-ondervoorzitter Clyde Sabajo tegenover de Ware Tijd. ‘We zitten al jaren met dezelfde problemen, maar er komt maar geen oplossing. Nu is de minister verantwoordelijk.’

De volgende dag gingen de stakers al weer aan het werk. Er was een goed gesprek geweest tussen de SATCA en een delegatie onder leiding van vicepresident Robert Ameerali. Er zouden harde afspraken zijn gemaakt om de situatie aan te pakken. Bij het gesprek met de vicepresident waren ook aanwezig de ministers Felisi van TCT en Stanley Betterson van Regionale Ontwikkeling. Afgesproken werd dat een commissie aan het werk zou gaan om de knelpunten bij de luchtverkeersleiders aan te pakken, zoals investeringen in apparatuur en de opleiding van personeel.
Overigens werden kort nadat de luchtverkeersleiders het werk hadden neergelegd, oud-collega’s ingezet die al lange tijd niet actief waren geweest in het begeleiden van vliegverkeer. Dat was volgens SATCA-voorzitter Seedorf een gevaarlijke actie. Hij liet weten, dat geen mensen konden worden ingezet die niet over de juiste papieren beschikten.

‘Loyalisten politieke partijen geaccommodeerd binnen Luchtvaartdienst’
Begin maart werd duidelijk dat luchtverkeersleiders nog steeds niet te spreken waren over de gang van zaken binnen hun werkomgeving. Via de Ware Tijd liet de vicevoorzitter van de SATCA, Clyde Sabajo, op 2 maart weten, dat er teveel leidinggevenden binnen de Luchtvaartdienst zijn ‘die geen kaas hebben gegeten van de dienst’. Volgens hem zijn er door de jaren heen loyalisten van politieke partijen op posten geaccommodeerd, iets dat niet ongewoon is in Suriname. Er was ook een lichtpuntje in de ogen van Sabajo en dat was de start van een training voor luchtverkeersleiders verzorgd door deskundigen uit Trinidad & Tobago. Hij zei dat een goede stap van de regering te vinden, diverse andere voorzieningen waren nog steeds niet geregeld, zoals de uitbetaling van toelaten.

Trainingen door instructeurs uit Trinidad & Tobago niet naar tevredenheid SATCA
Ruim twee weken later bleek de SATCA toch niet tevreden te zijn over de training. Volgens de bond waren de deelnemers zelfs misleid. In drie weken tijd zouden medewerkers tot volwaardig instructeurs worden opgeleid, maar dat was niet gebeurd, aldus Sabajo op dinsdag 19 maart 2013 in de Ware Tijd.

Volgens diensthoofd Robby Venloo van de Luchtvaartdienst waren er elf bevoegde instructeurs afgeleverd. Sabajo zei echter, dat zij slechts tot ‘on the job coaches’ waren opgeleid en dat in slechts vier dagen tijd. Dat was onmogelijk, stelde Sabajo. Eenendertig collega’s volgden gedurende twee weken opfriscursussen.

Tijdens een onderhoud tussen de SATCA en de regering, eind januari 2013, was afgesproken dat de medewerkers tot volwaardige instructeurs zouden worden opgeleid. ‘Uit gesprekken die SATCA met één der instructeurs uit Trinidad en Tobago had, is gebleken, dat zij de trainingen die door Suriname aangevraagd waren hebben verzorgd en dat zij ook in staat zijn om de instructeurscursus te verzorgen, zodat we over volledig bevoegd verklaarde instructeurs kunnen beschikken’, zo schreef SATCA in een persbericht.

Door de gang van zaken rond de door Trinidadiaanse deskundigen gegeven opleiding, beschikte het korps luchtverkeersleiders nog steeds niet over bevoegde instructeurs en bleef aangewezen op deskundigen uit het buitenland.

Augustus 2013 trekt SATCA weer aan bel: tekort van 60 luchtverkeersleiders
Luchtvaartdienst verziekt
De SATCA zag zich in de tweede week van augustus 2013 weer genoodzaakt om aan de bel te trekken. Er was immers een tekort van 60 luchtverkeersleiders. Het aantal van 84 zou een optimale bezetting garanderen bij de dienst, maar slechts 24 luchtverkeersleiders waren werkzaam op de vliegvelden te Zanderij, Zorg en Hoop en Nickerie. Dat leidde tot een onverantwoord zware werkdruk.
De onderbezetting had volgens Sabajo alles te maken met mismanagement bij de Luchtvaartdienst. De dienst was gedurende vele jaren zwaar gepolitiseerd, met als gevolg dat er uitholling van kader plaatsvond.
De dienst is verziekt, zei destijds de presidentiële adviseur Eddy Jozefzoon. Hij was voorzitter van een commissie die de dienst in beter vaarwater moest brengen. Maar, volgens Sabajo heeft die commissie sinds haar instelling zes maanden geleden geen resultaten bereikt. ‘Nul komma nul, is wat de commissie tot nu toe gepresteerd heeft.’

De SATCA diende een herstructureringsplan in bij de regering. Het plan werd eind juli 2013 aangeboden aan vicepresident Robert Ameerali en voorzitter Jennifer Geerlings Simons van De Nationale Assemblee, het Surinaamse parlement.

Werkonderbreking luchtverkeersleider begin april 2013
Uit ontevredenheid, omdat nog steeds niet de pijnpunten waar zij sinds 2007 aandacht voor vroegen werden aangepakt, besloten de luchtverkeersleiders en hun assistenten donderdag 3 april het werk weer neer te leggen. Volgens de SATCA was de werksituatie verslechterd en niet meer vol te houden. Toegezegde opleidingen en trainingen bleven uit, toelages voor wisseldiensten waren er nog steeds niet, er waren sanitaire problemen op de werkvloer en onhygiënische toestanden en de verkeerstoren lekte.
Daarenboven was er sprake van onderbezetting. Door mismanagement bij de leiding bij de Luchtvaartdienst en het niet optreden van het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme waren de pijnpunten alleen maar verslechterd.
Ook waren er geen bevoegde krachten en instructeurs die de opleidingen konden verzorgen op hoger niveau. Overigens zou een enkele collega wel bereid zijn geweest om te werken. Maar, de werkzaamheden werden overgenomen door gepensioneerden die via de Luchtvaartdienst werden ingezet.

De voorzitter van de Moederbond, de vakbond waarbij de SATCA is aangesloten en die de actie van de stakende luchtverkeersleiders en assistenten had overgenomen, Errol Snijders, voerde dinsdagavond 8 april overleg met de directeur en minister van het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme.
De volgende avond kwamen ze weer bijeen. Er werd weer een conceptplan met ongeveer dertig pijnpunten samengesteld waarvan drie of vier punten in april of begin mei uitgevoerd moesten worden. Hete hangijzers waren de uitbetaling van de toelage en het tekort aan luchtverkeersleiders. Om dat tekort op te heffen bestond het idee om assistent luchtverkeersleiders aan te trekken en daarvoor ontheffing te verlenen. Ook de aankoop van apparatuur stond op het urgent uit te voeren lijstje evenals het opknappen van de werkruimten die in erbarmelijke staat verkeren.

Het wachten is op witte rook
Maar, het waren de zoveelste afspraken, toezeggingen en pijnpuntplannen. Weer kwam er niets van terecht en weer zagen de luchtverkeersleiders zich genoodzaakt om naar het wapen van staking te grijpen en dat gebeurde in de eerste week van oktober. Na een paar dagen het werk neergelegd te hebben hebben de actievoerders nu hun hoop gevestigd op de presidentiële commissie.

Inmiddels is het 14 oktober.

De luchtverkeersleiders zijn weer aan het werk, onder slechte werkomstandigheden. Die worden tegen heug en meug geaccepteerd, om het luchtverkeer niet langer in gevaar te brengen. Het wachten is op witte rook, het wachten is, na vele jaren, op de gevraagde verbeteringen van hun arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Maar, wie naar het recente verleden kijkt kan niet anders dan concluderen dat het Surinaamse verantwoordelijke ministerie de luchtverkeersleiders en de veiligheid van het vliegverkeer niet serieus nemen.

donderdag 4 september 2014

Brandweerlieden vliegveld Zorg en Hoop in Paramaribo schreeuwen al jaren om meer veiligheid en kleding

Diverse acties en stakingen vinden geen gehoor

Veiligheid lokaal vliegveld te Paramaribo in het geding: regering lijkt grote risico's met iedereen op en rond vliegveldje te nemen

04-09-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Het was vrijdag 15 augustus jongstleden weer eens raak op het vliegveld Zorg en Hoop in Paramaribo. Brandweerlieden van het lokale vliegveldje, gelegen midden in een woonbuurt, legden het werk korte tijd neer en niet zonder redenen. Ze hebben een chronisch tekort aan attributen, er worden geen opleidingen en trainingen verzorgd, er is een in slechte staat verkerend blusvoertuig. De maat was vol voor John Seedorf, voorzitter van de Luchthaven Brandweer Bond Zorg en Hoop. Het bondsbestuur wilde overleg met verantwoordelijk minister Falisie Pinas van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT). Maar, na 15 augustus werd het weer stil. En dat is het gebruikelijke beeld sinds 2012.

Roeien met de riemen die men heeft....
De laatste dag van augustus werd bekendgemaakt, dat de bond aan tafel zou gaan zitten met minister Pinas. De bond wil dat de veiligheid van de brandweerlieden op het vliegveld Zorg en Hoop gegarandeerd is. Bondsvoorzitter Seedorf liet ook nog weten, dat de commandant van de luchthavenbrandweer zijn werk niet naar behoren doet en dat het beleid op Zorg en Hoop 'rommelig' is. Kortom, genoeg ernstige problemen die schreeuwen om een snelle oplossing. Maar, ook nu bleef het weer stil. Ondertussen moet de brandweer op het lokale vliegveldje roeien met de riemen die het heeft. Zoals het al een aantal jaren met dezelfde riemen moet roeien. Alsof de regering de problemen van de brandweerlieden niet serieus neemt, alsof er eerst iets moet gebeuren op Zorg en Hoop dat leidt naar de opmerking 'als het kalf verdronken is, dempt men de put'.

Situatie al in 2007 onveilig
Al half oktober 2012 waren de brandweerlieden op Zorg en Hoop de onveilige situatie beu. De Times of Suriname berichtte van ‘bronnen’ vernomen te hebben, dat de brandweerwagen al geruime tijd stuk was. Daarnaast zouden de manschappen niet beschikken over voldoende beschermende kleding. Ook waren de brandweerlieden boos over het uitblijven van bevorderingen. Problemen die toen ook al jaren speelden. Immers, in 2007 werd de onveilige situatie ook aangekaart en ging het personeel twee keer over tot een staking. Maar, er veranderde niets. Het was en is waarschijnlijk vandaag de dag nog steeds een zorgelijke situatie, omdat de brandweer niet adequaat kon en kan optreden in het geval van een calamiteit.

Overigens, in juli 2012 gingen leden van de brandweer van het vliegveld de buurt in, in het kader van de actie ‘Meet The People’ om bewoners in de nabijheid van het vliegveld bewust te maken van de gevaren die aanwezig zijn en de gevaren die zij soms zelf onbewust kunnen creëren voor een piloot. Zaken zoals het verbranden van vuil dichtbij het vliegveld, vliegeren dichtbij het vliegveld en loslopend vee zijn slechts enkele van de gevaren die kunnen zorgen voor een calamiteit. De brandweer ging huis aan huis om met de bewoners te spreken over de veiligheid. Los van de genoemde risico-activiteiten uitgevoerd door omwonenden, was en is er natuurlijk ook de onveiligheid op de luchthaven zelf die gevolgen kan hebben voor diezelfde omwonenden.... maar daarover zullen de bewoners ongetwijfeld niet zijn geïnformeerd.

Ontploffingsgevaar...
De problemen rond het vliegveld Zorg en Hoop kwamen in de eerste week van het nieuwe jaar, 2013, weer in het nieuws. Bewoners van de Parastraat maakten zich ernstig zorgen over het mogelijke ontploffingsgevaar in hun buurt, vanwege de kerosine-opslagtanks van vliegmaatschappij Blue Wings. De tanks bevinden zich weliswaar op het terrein van het vliegveld, maar pal naast de weg, in het zicht van woningen, berichtte vrijdag 4 januari 2013 de Ware Tijd.
 

Al jaren werd vliegtuigbrandstof op die plek opgeslagen. Wat de bewoners echter bezorgd maakte was, dat in november 2012 nog een opslagplaats werd gebouwd die duizenden liters brandstof voor een langere periode kon opslaan. De brandweer van het vliegveld wees de CASAS, Civil Aviation Safety Authority Suriname, en Luchthavenbeheer op het gevaar. (De N.V. Luchthavenbeheer onderhoudt, ontwikkelt en exploiteert luchthaventerreinen en de daarbij behorende faciliteiten ten behoeve van het luchtverkeer.)
Een brandweercommandant zei, dat de bevindingen van zijn organisatie over de plaatsing van de tanks negatief waren. Zo stonden de huizen te dichtbij de opslagtanks en was het materiaal van de brandweer Zorg en Hoop niet berekend voor een eventuele brand van een dergelijke omvang.

Kerosine opslagtank op vliegveld. (Bron foto: Irvin Ngariman/de Ware Tijd)
Luchtvaartdienst: 'Situatie veilig'
Het hoofd van de Luchtvaartdienst, Robby Venloo, leek, aldus de Ware Tijd, lichtvaardig met de situatie om te gaan. Hij beweerde, dat zij die klaagden niet zwart op wit konden aantonen hoe de brandstof dan wel zou moeten worden opgeslagen. ‘Wij hebben geen informatie dat de situatie gevaarlijk is. De vliegtuigmaatschappij is bezig met een gecertificeerd bedrijf dat toeziet op de opslag.’ Alle documentatie voor de opslag was volgens Venloo in orde. ‘Ik doe mijn werk op basis van bestaande regels en wetten. Laat de brandweer zwart op wit bewijzen dat de wijze van opslag niet goed is.’ 

Maar, half februari 2013 zei een hoofdbrandwacht van de brandweer op het vliegveld, dat het uit veiligheidsoverwegingen beter zou zijn, dat op het vliegveld een ondergrondse oliebunker zou worden aangelegd in plaats dat de diverse vliegmaatschappijen elk een eigen olie-opslagplaats hebben. De brandweerman heeft dat advies al ergens eind 2012 gegeven aan de CASAS. Volgens hem moet rekening worden met het feit, dat in de directe omgeving van het vliegveld een vrij grote woongemeenschap is. Alleen uit dit oogpunt zou de brandstof op een andere manier moeten worden opgeslagen. Daarnaast verklaarde hij, dat niet ver van het vliegveld een munitiedepot aanwezig is. De brandweerman zei verder, dat al in geval van een calamiteit de brandweer van Zorg en Hoop niet berekend is om op te treden. Of deze brandwacht ooit een reactie van de CASAS heeft ontvangen is onbekend.

Alarmerend
Het Dagblad Suriname kwam dinsdag 26 maart 2013 met het bericht, dat de situatie van de brandweer op de luchthaven te Zorg en Hoop alarmerend was. Onder andere beschikte de brandweer niet over een adequaat blusvoertuig. Men gebruikte een geïmproviseerde 2-ton pick-up als poederblusvoertuig voor een eventuele reddingsoperatie, aldus de krant.

De bond van brandweerpersoneel wees er ook weer op, dat op de luchthaven een grote hoeveelheid vliegtuigbrandstof was opgeslagen. ‘Er wordt door de goudkoorts nu meer dan ooit vracht bestaande uit onder andere gasflessen, brandstof en vloeistoffen voor de goudwinning vervoerd in het luchtruim boven bewoonde gebieden in de omgeving van het vliegveld', zei bondsvoorzitter Seedorf. ‘De problemen bij de brandweer zijn door de jaren heen gaan groeien met het gevolg, dat ze bijna niet meer te herstellen zijn. Het gevolg hiervan is dat de brandweer de brandveiligheid niet kan controleren noch garanderen’, aldus de bond.

‘Er moet een duidelijk te onderscheiden structuur komen binnen deze brandweerorganisatie. Op korte termijn moet er een bedrijfszeker blusvoertuig komen. De luchthavenbrandweer beschikt niet over een hulpverleningsvoertuig dat deel moet uitmaken van een reddingsoperatie. Er moeten voortgezette opleidingen en trainingen komen in het kader van aerodrome firefight. Ook de stagnatie binnen het bevorderingsproces en doorgroeimogelijkheden qua rang moeten aangepakt worden.’ Woorden van bondsvoorzitter Seedorf op 26 maart vorig jaar!

Een maand later zei hij, op 2 mei, dat de problemen rond de brandveiligheid op vliegveld Zorg en Hoop zouden worden aangepakt. Maar, twee weken eerder, 20 april, stelde hij nog dat het vliegveld een 'tikkende tijdbom' was.
De veiligheid van passagiers was in het geding, omdat in vertrekkende vliegtuigen richting airstrips in het binnenland ook benzinevaten en gasflessen werden vervoerd. Dat is niet toegestaan. Dergelijk vracht mag niet vervoerd worden door de lucht, als ook passagiers aan boord zijn. De adviezen van de brandweer worden volgens Seedorf niet gerespecteerd, 'niemand luistert'. In een onderhoud met minister Pinas en vertegenwoordigers van het Kabinet van de President werd toegezegd dat er veranderingen zouden komen.

Maar, er was meer aan de hand. Organisatorisch. De brandweer valt onder de Luchtvaartdienst en die ressorteert onder het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme. Vanwege de vele afdelingen bij de Luchtvaartdienst, zou er te weinig geld overblijven voor de brandweer. Seedorf ziet de afdeling Brandweer Zorg en Hoop om die reden liever vallen onder het Korps Brandweer Suriname. Dit voorstel deed hij aan verschillende ministers van TCT en Justitie en Politie. Maar, de brandweercommandant gaf een negatief advies aan de regering, waardoor het plan werd gedwarsboomd.

Verantwoordelijke instanties weigeren te reageren
Inmiddels is het september 2014. De Luchtvaartdienst (CAD, Civil Aviation Department), de CASAS (Civil Aviation Safety Authority Suriname), de leiding van het Korps Brandweer Suriname en verantwoordelijk minister Pinas waren, ondanks herhaalde verzoeken, niet bereikbaar voor commentaar. Deze zwijgzaamheid is veelzeggend. Genoemde instanties en de bewindsman weigeren vragen over de veiligheidssituatie op het lokale vliegveldje in een woonwijk van Paramaribo, te beantwoorden, waarschijnlijk bang voor de consequenties, de reacties. Het niet reageren lijkt op het niet willen erkennen, dat de situatie op en rond het vliegveldje nog steeds niet veilig is.

Wachten op ingrijpen regering of op een calamiteit....
Het wachten is op een calamiteit, het wachten is op ingrijpen door de regering om ervoor te zorgen dat iedereen op en in de nabije omgeving van het vliegveld Zorg en Hoop veilig en zonder zorgen kan werken, wonen en leven. Laat iedereen hopen dat de regering op tijd ingrijpt, om een ramp – hoe klein of groot ook – te voorkomen.

Beelden van vliegveld Zorg en Hoop: