woensdag 7 mei 2014

Zoveelste rechtszaak tegen magazine Parbode - Blad en uitgever verliezen Kort Geding van Henri Ori

NDP-Assembleelid Cheung voelt zich beschadigd door artikel

Politica sleept ook Belgische journalist Pieter van Maele voor rechter 

UPDATE: Parbode verliest Kort Geding van Henri Ori 

Arrogant toontje uitgever Hoogendam spreekt boekdelen

07-05-2014 (11-05-2014) Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Het Nederlands/Surinaams magazine Parbode kan een zoveelste rechtszaak tegemoet zien. Het NDP-parlementslid Noreen Cheung gaat zowel het blad als een journalist aanklagen bij de procureur generaal. Dat liet zij dinsdag 6 mei weten in De Nationale Assemblee tijdens de behandeling van de begroting 2014. Vorig jaar werden Parbode en haar Nederlandse uitgever Jaap Hoogendam al vier keer voor het gerecht gedaagd. Een zaak werd verloren, hoe het met de overige drie zaken is gesteld is niet bekend.

Riooljournalist
‘Riooljournalist’, dat is volgens Cheung de schrijver van het artikel 'Noreen Cheung (NDP) twijfelt nog steeds over amnestiewet – ‘Recht moet zijn beloop hebben’'.
Het artikel hindert het DNA-lid enorm. Ze hekelt ook het feit dat haar foto op de voorpagina is opgenomen. Die riooljournalist is overigens de Belgische freelance journalist Pieter van Maele die ook correspondent in Suriname is voor onder andere het Nederlandse persbureau Novum. Van Maele (1986) studeerde Internationale Politiek aan de universiteit van Gent. Hij kan op Twitter gevolgd worden waar hij er dagelijks lustig op los twittert.
'Deze schrijver brengt veel schade toe aan mij via het blad. Ook andere collega’s hebben dit eerder ondervonden. Ik vraag me af hoe hij journalist is geworden’, zei Cheung. ‘Twijfels over amnestie, ik hou mij niet bezig met amnestie’, sprak ze. ‘Laat hij schrijven over de massamoorden in Kongo, waar zijn geboorteland België veel aan de bloeddiamanten heeft verdiend’, zei Cheung richting de journalist.

‘Ik ben niet tegen de media, maar wel tegen onrecht.’ Cheung riep de regering op alert te zijn en bij deze een diepgaand onderzoek in te stellen naar het maandblad. ‘De pg krijgt een officieel schrijven van mij tegen de schrijver en het maandblad.’

Van Maele liet dinsdag 6 mei via Twitter weten: 'Zo klinkt het wanneer je wordt gebasht door een parlementslid in Suriname.':



Het lijkt er welhaast op dat de Belg blij is met aangekondigde rechtszaak, de aandacht voor het artikel en hem en kennelijk ervan uitgaat, dat hij als gladiator zingend het juridische strijdtoneel zal kunnen verlaten. Ondertussen heeft het blad naar alle waarschijnlijk weer de nodige averij opgelopen....

Wie is Pieter van Maele?
Met regelmaat duikt hij op bij allerlei officiële en minder officiële aangelegenheden en persconferenties in Suriname, altijd gewapend met een fotocamera. Hij valt op. Een zweem van arrogantie hangt rond hem. In een interview met de website debuitenlandredactie.nl zei hij in april 2012 onder andere:

(Bron foto: de buitenlandredactie.nl)
'Ik kreeg eind 2009 als pas afgestudeerde politicoloog de kans om naar Suriname te gaan, om er te werken als verslaggever op de redactie binnenland van het dagblad ‘De Ware Tijd’. Ik had daar in 2007 al eerder stage gelopen, en had nog steeds contact met de directie van het dagblad.
Aangezien Suriname enkele maanden later naar de stembus zou trekken en alles erop wees dat het historische verkiezingen zouden worden, leek het me een heel interessant aanbod. Desi Bouterse won uiteindelijk die verkiezingen, en werd zelfs president. Na een jaar bij ‘De Ware Tijd’ kreeg ik de kans om correspondent te worden voor voornamelijk Nederlandse media. Hoewel ik hier dus eerder toevallig ben terechtgekomen, ben ik hier na meer dan twee jaar nog steeds actief.'

'Ik ben intussen al meer dan twee jaar in Suriname. Echt een concrete datum om het hier voor bekeken te houden heb ik nog niet, maar ik denk dat ik volgend jaar toch uitkijk naar een nieuwe standplaats. Met alle respect voor het land, maar Suriname blijft toch een heel kleine gemeenschap (500.000 inwoners) met een beperkt aanbod aan verhalen. De Nederlandse media zijn voornamelijk in één persoon geïnteresseerd: Desi Bouterse. Uiteindelijk wordt het toch tijd voor een nieuwe uitdaging, of je blijft in cirkels ronddraaien.'

De overige rechtszaken tegen Parbode en uitgever Hoogendam in vogelvlucht
Parbode werd in de eerste week van oktober 2013 door oud-minister Ramon Abrahams van het ministerie van Openbare Werken voor de rechter gedaagd. Het blad had in haar augustusnummer een artikel geschreven door hoofdredacteur Armand Snijders opgenomen, met de kop ‘De affaire Abrahams; Stelen in de politiek loont’ waarin wordt beweerd, aan de hand van verklaringen van diverse anonieme bronnen, dat Abrahams zich tijdens zijn ministerschap zou hebben verrijkt.

Een andere kwestie die speelde rond de Caribbean Media Group (de vermeende uitgeverij van Jaap Hoogendam, die ooit culturele antropologie zou hebben gestudeerd en eigenaar is geweest van het café de Ponteneur in Amsterdam-Oost, Dapperbuurt en geen enkele journalistieke en/of redactonele achtergrond heeft) heeft te maken met één haar weinige uitgaven, de reisgids ‘Buitenkansjes’. De uitgever kreeg eind augustus 2013 een deurwaarder op bezoek en hij ontving een brief van een advocaat van de krant de Ware Tijd, waarin die krant en hoofdredacteur Meredith Helstone verzochten dat die reisgids uit de handel werd genomen en dat een rechtszaak zou worden aangespannen.

In een rondschrijven aan zijn zakelijke contacten stelde Jaap Hoogendam:
‘Zeer opmerkelijk dat een krant de vrijheid van drukpers wil aantasten. Wat is er aan de hand? In de pas verschenen derde druk van de reisgids voor Suriname ‘Buitenkansjes’ schreef ik op pagina 22 het volgende stukje over Surinaamse kranten:

‘Er zijn vier kranten, namelijk de drie ochtendbladen Times of Suriname, de Ware Tijd en Dagblad Suriname en de avondkrant De West. Er is persvrijheid, maar die wordt niet optimaal gebruikt. De Times is van een Surinaamse Berlusconi, die de krant gebruikt als kruiwagen voor zijn bedrijven. Hij steunt de NDP van Bouterse omdat hij daar voordeel van heeft. De Ware Tijd is ook een Bouterse blaadje. Als hoofdredacteur Meredith Helstone de president ontmoet begint ze spontaan te kwispelen, zoals bleek uit haar grote interview met hem. De West is wat onafhankelijkheid betreft de beste krant van Suriname. Ze nemen het trouwens geen van allen nauw met copyright, want er wordt schaamteloos gejat van journalisten, wereldwijd. Dat Surinaamse journalisten het niet voor hun collega’s opnemen! Platleggen die bladen. Sinds Bouterse wordt veel geld besteed aan Overheidsvoorlichting, redactioneel opgenomen in de Times en de Ware Tijd, duidelijker kan het toch niet?’

Behalve de voornoemde twee zaken bleek 6 september 2013 ook nog eens, dat nabestaanden van de vermoordde architect Harold van Ommeren Parbode voor de rechter sleepten vanwege het artikel 'Wie vermoordde Harold van Ommeren' in het septembernummer van het blad. Het bewuste artikel handelt over de vergiftiging van Harold van Ommeren en was bij zijn weduwe, Wilma van Ommeren-Poeran, en dochter Helga niet in goede aarde gevallen.
Journaliste Tanya Wijngaarde, uitgever Jaap Hoogendam en hoofdredacteur Armand Snijders ontvingen vrijdagmorgen 6 september een schrijven, via de deurwaarder, dat zij voor de rechter moetsen verschijnen. 'Wij hebben uitstel gevraagd', aldus Hoogendam in gesprek met de Ware Tijd.

Parbode heeft vrijdag 13 september 2013 het door de familie Van Ommeren aangespannen Kort Geding verloren. De uitgever moest het septembernummer uiterlijk zaterdag 14 september 13.00 uur uit de handel halen.

Zaterdag 5 oktober 2013 werd bekend dat Jaap Hoogendam een vierde rechtszaak aan de broek had gekregen. Notaris Dipak Chitoe eiste in een Kort Geding via zijn advocaat Stanley Marica een correctie van de uitgever. Chitoe voelde zich beledigd en aangetast in zijn goede naam en eer, zo schreef Starnieuws 5 oktober.

Parbode had in het septembernummer gepubliceerd, dat Chitoe als kandidaat-notaris teksten in documenten zou veranderen, wanneer deze al getekend waren. Chitoe zou een van minstens drie notarissen zijn waar vraagtekens bij geplaatst kunnen worden, volgens het blad.

Parbode balanceert op snijvlak toelaatbare
Het blad lijkt zich meer en meer te begeven op het snijvlak van wat uit journalistiek oogpunt en fatsoen verantwoord is om te schrijven. Goed researchwerk en het niet toepassen van het hoor en wederhoor principe lijken uit het redactiekantoor aan de Wichersstraat 10a in Paramaribo te zijn verdwenen.
De nu door Cheung aangekondigde rechtszaak tegen Parbode en Van Maele is ongetwijfeld niet de laatste. Alle juridische kwesties zullen het blad en uitgever Jaap Hoogendam ongetwijfeld geen goed doen. Naast alle negatieve aandacht, zullen de rechtszaken veel tijd, energie en geld kosten. De vraag kan nu gesteld worden of het blad nog een toekomst heeft in Suriname.....

UPDATE:
De Ware Tijd Online bericht in de loop van de dag, woensdag 7 mei, het volgende:

Journalist Van Maele: 'Uitlatingen Cheung rare actie'

'Ik vind het een beetje een rare actie van haar.’ Zo reageert de Belgische freelance journalist Pieter van Maele op uitlatingen van NDP-parlementariër Noreen Cheung over het interview dat hij van haar afnam voor maandblad Parbode. Cheung uitte haar misnoegen maandag in de De Nationale Assemblee tijdens de begrotingsbehandeling. Ze maakte Van Maele uit voor ‘riooljournalist’.

Het verbaast hem, dat Cheung stelde niet blij te zijn met de wijze waarop het artikel is geschreven, maar inhoudelijk niet kon aangeven wat er fout aan was. ‘We kunnen ook niks rectificeren. Alles is geschreven, zoals zij het heeft gezegd. Ik denk dat ze zich daarom zo heeft uitgelaten’, zegt Van Maele. ‘Als er echt leugens in het artikel zaten, had ze meteen een rechtszaak gespannen’, aldus de journalist vandaag, 7 mei 2014, in de Ware Tijd Online.

Van Maele zou dat laatste overigens goed vinden. ‘Dan kunnen we aangeven dat niks in het artikel verkeerd is geschreven.” Hij hoopt dat ze doorgaat, zodat Parbode haar bewijzen kan tonen. ‘Ik denk dat haar collga’s kwaad op haar zijn en zij zo een zondebok probeert te zoeken’, aldus Van Maele.

Op 1 april liet Cheung op haar Facebook-pagina weten, dat ze zeer ontstemd was over het artikel. ‘Het verdraaien van mijn woorden, onjuiste weergave en het met opzet in een ander context plaatsen is een criminele daad van een zekere journalist van Parbode! Mensen volgen jullie mij strak komende dagen, want dit laat ik niet zo!’, aldus een passage op haar Facebook-pagina.

Parbode heeft vandaag via de media een ‘open brief’ aan Cheung gericht. Zij wordt verzocht ‘publiekelijk de gedane ernstige beschuldigingen terug te nemen’ en zich ‘in de toekomst te onthouden van het uiten van valse lasterpraatjes jegens Parbode en haar redactiemedewerkers’.
Cheung wenst niet te reageren hierop, omdat zij alles via de procureur-generaal wil laten lopen.


De tekst van de open brief van hoofdredacteur Armand Snijers van Parbode:

Ongepaste grieven

Aan: Mevrouw N. Cheung, lid van De Nationale Assemblee

Paramaribo, 7 mei 2014


Geachte mevrouw Cheung,

Naar aanleiding van uw uitlatingen in De Nationale Assemblee tijdens de vergadering van afgelopen maandag, het volgende:

Allereerst: ik heb mij verbaasd dat u de begrotingsbehandeling gebruikt als podium om uw persoonlijk grieven naar Parbode en een Parbode-journalist toe te uiten. Uw ernstige en beledigende beschuldigingen, naar mijn mening een parlementariër onwaardig, zijn volledig misplaatst en ongefundeerd en hebben vooral naar de bewuste journalist toe veel weg van smaad. Terecht heeft Assembleevoorzitter mevrouw Simons u ten aanzien van enkele uitspraken publiekelijk op de vingers getikt.

Reeds direct na het verschijnen van het bewuste interview in de aprileditie van Parbode, heeft u via uw Facebook pagina ook al in niet mis te verstane bewoordingen blijk gegeven niet meer te staan achter datgene wat u heeft gezegd en dat de journalist van Parbode uw woorden zou hebben verdraaid.

Zoals ik u afgelopen vrijdag tijdens ons telefoongesprek heb gezegd, ben ik het, na het opnieuw beluisteren van de geluidsopname van het door u afgestane interview, op geen enkel punt met u eens. Dus ik ben niet van plan een rectificatie in Parbode op te nemen, zoals u heeft geëist. Eenvoudigweg omdat er niets te rectificeren valt: alle citaten van u in Parbode zijn door u letterlijk gedaan en staan ook op band.

Dat u achteraf spijt heeft van wat u heeft gezegd, en dat wellicht in uw naaste omgeving er mensen zijn die daar niet zo gelukkig mee waren, is niet onze verantwoordelijkheid. Om vervolgens een lastercampagne tegen Parbode te beginnen, is op z’n zachtst gezegd ongepast. In al die weken dat u op Parbode en de bewuste journalist uw gifpijlen heeft afgeschoten, heeft u uw beschuldigingen op geen enkele wijze onderbouwd, laat staan een voorbeeld of voorbeelden aangedragen van welke uitspraken we zouden hebben verdraaid.

Ik verzoek u publiekelijk de gedane ernstige beschuldigingen terug te nemen en u in de toekomst te onthouden van het uiten van valse lasterpraatjes jegens Parbode en haar redactiemedewerkers. Ik dring er verder bij u op aan om toch vooral en liefst zo snel mogelijk de procureur-generaal te vragen een ‘diepgaand onderzoek’ in te stellen naar Parbode en de medewerkers, zoals u dat maandag zelf stelde. Wij zien de uitkomst daarvan met alle vertrouwen tegemoet.

De originele audio van het complete interview is vanaf heden op de redactie van Parbode ter beschikking van alle media en andere belangstellenden, zodat zij zelf een mening kunnen vormen of uw beschuldigingen hout snijden of niet.

Tot slot: Parbode is een Surinaams maandblad met een redactie in Paramaribo die vrijwel volledig bestaat uit Surinaamse journalisten of journalisten die al jaren hier wonen en Suriname als hun thuisland beschouwen. Dat is u ook bekend; daarom begrijp ik niet dat u De Nationale Assemblee valselijk voorhield dat het om een buitenlands blad zou gaan.

Hoogachtend,
Armand Snijders
Hoofdredacteur Parbode

Noot:
Ik vraag me af of we nog iets gaan horen van de Surinaamse Vereniging van Journalisten...... Die zou toch steun kunnen betuigen aan Van Maele en aan Parbode???? Maar ja, we weten denk ik allemaal wel zo langzamerhand dat de SVJ een slapend clubje vrienden is..... 

Tot mijn stomme verbazing blijkt er een vijfde rechtszaak, een Kort Geding, te hebben gespeeld tegen Parbode en wel een aangespannen door Henry Ori. Starnieuws bericht hierover zondagavond 11 mei 2014 het volgende:

'De rechter heeft Henry Ori in het gelijk gesteld in zijn tegen het magazine Parbode aangespannen rechtszaak. Ori had Parbode voor het gerecht gedaagd, toen hij ontdekte, dat in september vorig jaar in het blad een artikel was verschenen met de kop ‘Werelderfgoed, status in gevaar: Monumenten illegaal gesloopt’. Ori stelt dat feiten en oordelen door elkaar zijn gehaald in het artikel.

‘De betreffende journalist/uitgever Jaap Hoogendam kon niet het fatsoen opbrengen zaken bij mij te verifiëren. Het schijnt een hobby te worden van Parbode om personen met belangrijke functies in de Surinaamse samenleving te bekladden. Er wordt geen hoor- en wederhoor gepleegd alvorens de uitspraken worden gepubliceerd. Gebleken is dat Hoogendam onbetrouwbare informanten heeft geraadpleegd’, aldus Ori.

In het artikel zijn de eer, goede naam, privacy, maatschappelijke reputatie van prof. dr. H. Ori aangerand, zo schrijft Starnieuws zondagavond 11 mei 2014.

De rechter in Kort Geding heeft nu bepaald, dat Parbode binnen binnen twee weken na betekening van het vonnis, het artikel online (Facebook, Twitter en website) verwijderd en in de eerst volgende editie een rectificatie plaatst op straffe van een dwangsom van 1.000 Srd per dag met een maximum van 100.000 Srd.'

** Het is de zoveelste rechtszaak tegen Parbode en uitgever Jaap Hoogendam, waaruit blijkt dat de redactie van het blad steeds slordiger te werk gaat. Zaken/informatie worden niet goed geverifieerd en hoor en wederhoor wordt kennelijk nauwelijks nog toegepast. Ik denk dan ook dat Ori met zijn reactie tegenover Starnieuws een punt heeft. Overigens blijkt dat Jaap Hoogendam op de website van Parbode op 1 november 2013 al een reactie heeft geplaatst in de richting van Ori die al had geklaagd over het artikel:
'Prof. dr. Henry R. Ori is boos op Parbode. Dat is zijn goed recht, want hij kwam er in onze septembereditie niet best vanaf. Hij blies echter hoog van de toren dat we helemaal het bij het verkeerde eind hadden. Maar extra onderzoek wijst uit, dat we de spijker behoorlijk op zijn kop hebben geslagen.'

Hoogendam vervolgt: 
'We zijn bij Parbode wel wat gewend als het gaat om mensen die boos en verontwaardigd zijn naar aanleiding van datgene wat over hen is geschreven. Soms komen we tot een vergelijk, vaak eindigt het van de kant van de boze partij met het dreigen met een kort geding, dat er in de meeste gevallen niet komt, in de wetenschap dat bij de behandeling daarvan (nog meer) ongewenste zaken boven water kunnen komen drijven. Zo deed ook ons artikel over de illegale sloop van monumenten in het septembernummer veel stof opwaaien. Henry Ori dreigt zelfs met een rechtszaak.'

Het is dus van de zijde van Ori niet bij dreiging gebleven. Overigens spreekt uit de reactie van Hoogendam de bekende arrogante toon van hem, alsof hij (die, voor zover mij bekend, geen enkele journalistieke achtergrond heeft overigens) en zijn blad geen fouten kunnen maken. Laat hij eens achter zijn oren krabben: twee rechtszaken heeft hij inmiddels al verloren en hij richt door zijn attitude mogelijk het blad ten gronde.

UPDATE:
De rechter in Kort Geding heeft in de zaak Noreen Cheung donderdag 11 juni 2015 uitgespraak gedaan en heeft alle eisen van het vertrekkend parlementslid van tafel geveegd.

maandag 5 mei 2014

Vakbondsman en vers politicus karikatuur reincarnatie van een vrijgevochten slaaf

'Koloniaal' en 'kapitalisme' op puntje van de tong

05-05-2014 COLUMN Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De bekende vakbondsman Ronald Hooghart, voorzitter van de Centrale van Landsdienaren Organisaties (CLO) en sinds kort ook de voorzitter van zijn eigen politieke partij PBO (Partij voor Belangen behartiging en Ontwikkeling), heeft er een irritante gewoonte van gemaakt om in interviews of verklaringen de woorden 'koloniaal' en 'kapitalisme' - of woorden van gelijke strekking – regelmatig in de mond te nemen. Of hij nu bij wijze van spreken praat over de hond van de buren, porknokkers in Nieuw Koffiekamp, de maaltijd bij 't Vat, het inmiddels verholpen huisvestingsprobleen van het Bureau Familierechtelijke Zaken (BuFaZ) of over FISO (Functie Informatie Systeem van de Overheid), genoemde woorden komen regelmatig uit de mond van de man rollen. Daarnaast schept het driftkikkertje er ook nog voldoening in door te zeggen, dat anderen 'hun bek' moeten houden, terwijl hij zelf veelal de grootste 'bek' heeft en opentrekt.

De man heeft vaak over arbeids- en andere zaken die actueel zijn een uitgesproken mening. Een mening die ik overigens vaak deel. Hij is altijd scherp en duidelijk in zijn bewoordingen. Prima, je kunt in dit land niet duidelijk en scherp genoeg zijn, om te voorkomen dat mensen je woorden op hun eigen wijze gaan interpreteren en daardoor bewust of onbewust misverstanden in de hand werken. Iets dat hier vaak gebeurt.
Hooghart komt arrogant over. Zijn wil lijkt wet. Zijn mening is de juiste. Maar, het lijkt een door hemzelf opgeworpen karakterscherm. Of hij in mei 2015 bij de verkiezingen hoge ogen gaat gooien met zijn politieke partij? Daar kan sterk aan getwijfeld worden. Het landschap aan politieke partijen is op dit moment te groot geworden. Het veld is gegroeid met een aantal nieuwe spelers. Partijvoorzitters lijken vooral zichzelf op de voorgrond te willen plaatsen, terwijl hun partijen allen feitelijk niets nieuws aan de bevolking te bieden hebben. Het is vooral retoriek, het uiten van standaard clichés. En iedereen heeft het beste voor voor het land: helpen en bijdragen aan de opbouw van 'ons geliefd Suriname'.

Limburgsch Dagblad, 25 november 1975.
Ronald Hooghart is echter een vakbondsman in hart en nieren en geen politicus in den dop. Jammer en onbegrijpelijk is, dat hij te vaak in gesprekken en dergelijke het koloniale verleden van Suriname er aan de haren bijsleept en ook, zij het in mindere mate, het kapitalisme. Dat begint te storen, te irriteren, vooral omdat het zo zinloos en nutteloos is. Immers, waarom zo vaak dat koloniale verleden erbij slepen? Iedereen in het land kent het verleden en weet dat Nederland kolonisator is geweest. Iedereen weet, dat veel huidige wetgeving stamt uit die periode. Iedereen weet ook, dat de regering en het parlement laks zijn om die koloniale wetten aan te passen aan de huidige tijd of geheel te vervangen.

Maar, om een of andere reden zit dat verleden Ronald Hooghart nog steeds dwars en kan hij dat verleden niet vergeten en uit zijn vocabulaire schrappen. Weet hij niet dat het land al sinds 25 november 1975 onafhankelijk is? Door te sterk en te duidelijk vast te houden aan dat koloniale verleden, door het in interviews en dergelijke te benoemen, kun je op een moment niet meer echt serieus genomen worden en gaan mensen je zien als een karikatuur van dat verleden. Hooghart verwordt tot een trieste, meelijwekkende karikatuur van een gereïncarneerde vrijgevochten slaaf.

Een paar tekstvoorbeelden uit het recente verleden:
In een artikel in de Ware Tijd van 30 april dit jaar gaat Hooghart in op de wijze waarop het ministerie van Justitie en Politie de ambtenaren van het Bureau Familierechtelijke Zaken behandelt en dat zij geen vakcentralebijeenkomsten mogen bijwonen:
Hooghart: 'Deze vorm van discriminatie van de ene burger naar de andere toe is tekenend voor de wijze waarop omgegaan wordt met Surinamers, een situatie die we kennen vanuit het koloniale tijdperk. We tekenen protest aan tegen deze verdeel- en heershouding van het ministerie en vragen ons in gemoede af waartoe het leidt.'

De nieuwswebsite Suriname Herald citeert op 19 april 2013 de vakbondsman in het artikel 'Hooghart vraagt Pensioenfonds aandacht voor concubines': 'We leven in een wereld van veranderingsprocessen, een factor waar we als samenleving verplicht zijn rekening mee te houden. In de dagelijkse ontwikkelingen praten we er vaak over, echter blijven we zitten met koloniale regels en wetten, die in feite tot het rijk der fossielen behoren. Het ergste van deze achterstanden is dat ze de wenselijkheid tot humanere levensverhoudingen in alle lagen van de samenleving verstoren.'

‘Wij komen uit een koloniale verhouding en dan groeit jou strijdvaardigheid’, aldus Hooghart in de Ware Tijd van 28 februari 2013. Hij zei dit in een artikel waarin hij stelde, dat vakbondsleiders tegenwoordig minder strijdvaardig zijn in vergelijking met hun voorgangers tientallen jaren geleden. Natuurlijk, hij heeft het gelijk aan zijn zijde. Maar, om dan weer dat koloniale verleden te benoemen......

In het artikel 'Veiling gebouw Moederbond schaadt vertrouwen' van 3 oktober 2012 op de website van GFC Nieuws, zegt Hooghart onder andere dat het bekend is, dat vakcentrales schulden hebben. 'Hij geeft ook de schuld aan kapitalisten die geen vertrouwen in de vakbeweging hebben', schreef GFC Nieuws. 'Kapitalisten zijn altijd tegen de vakbeweging en zelfs binnen het ambtelijk apparaat worden werknemers aangezet om geen lid te worden van een vakorganisatie. Dat een kapitalist De Moederbond op de veiling heeft gegooid, heeft Hooghart niet verrast', aldus de nieuwswebsite.

'De eenheid binnen de vakbeweging staat onder enorme druk en die wordt voor een belangrijk deel gevoed door dreigende kapitalistische scenario's van externe krachten', sprak Hooghart in november 2011, zo berichtte nospang.com op 25 november dat jaar. 'Het kapitalisme en de politiek hebben in zekere mate delen van de vakbeweging aangetast', aldus Hooghart.

Tegenover de Times of Suriname van 22 augustus 2011 zei Hooghart, dat politiek Suriname van houding moet veranderen. 'Politieke leiders doen er goed aan af te stappen van de rancuneuze houding, die een koloniale is.' 'Alsof er sinds de periode van Nederlands bewind niets veranderd is. Uiteindelijk wordt het land ermee opgezadeld en blijft de nationale ontwikkeling sukkelen. Het is precies deze verandering die nodig is bij onder meer de NPS', aldus de vakbondsleider.

In september 2010 reageert Hooghart op de opmerking van vicepresident Robert Ameerali, dat de vakbeweging niet thuishoort in een Raad van Commissarissen van een bedrijf.  'De vakbondsleider vindt dat de vicepresident een kapitalistische visie uitdraagt als hij stelt dat de vakbeweging niet thuis hoort in de RvC's van de bedrijven', aldus berichtte Starnieuws de 19e september 2010.

Tot slot een tekstvoorbeeld uit het verre verleden, 1999. Het Nederlandse NRC Handelsblad berichtte 29 juli van dat jaar: 'Voorzitter Ronald Hooghart van de ambtenarenbond CLO en adjunct-secretaris Gilbert Tjon Atoe zijn gisteren in Paramaribo gearresteerd en drie uur ondervraagd omdat ze zonder vergunning betoogden. (...)'
'(...) Dinsdag verbood minister van Justitie Kertoidjojo betogingen als daar geen vergunning voor was aangevraagd, een wettelijke vereiste die de afgelopen jaren in onbruik was geraakt. Dit kennelijk naar aanleiding van de straatprotesten die de ambtenarenbond CLO heeft aangekondigd. Hooghart verklaarde gisteren te blijven weigeren vergunningen aan te vragen. Hij bracht ertegen in dat de wet uit de koloniale tijd dateert. 'De straat is van ons, niet van Wijdenbosch, niet van de regering. De boodschap die wij voor de regering hebben is dat ze zorgen dat de criminelen onder hen worden opgeruimd', aldus Hooghart.

Het is slechts een willekeurige selectie tekstvoorbeelden. Mocht het crescendo gaat met Hooghart's politieke partij en met zijn functie als partijvoorzitter, dan is hij zelf in een positie gekomen om het zo door hem verfoeide koloniale verleden in ieder geval 'te laten verwijderen' uit de 'Surinaamse' wetgeving. Immers, als politicus kan hij druk gaan uitoefenen op de regering om bepaalde wetten aan te laten passen of zelfs helemaal te schrappen. Wie weet komt er na 25 mei 2015 een moment, dat ook Hooghart het koloniale verleden kan laten rusten en in ieder geval niet meer benoemt. Hij zal zichzelf moeten bevrijden van het kennelijk bij hem ergens aanwezige koloniale juk.

De grote bek van Hooghart:


zondag 4 mei 2014

Regering kent geen doortastend zonne-energiebeleid

(Bron foto: Guguplex Suriname)
Incidenteel ontvangen enkele dorpen achterland paar zonnepaneeltjes

Geen enkel groot project komt van de grond, ondanks internationale interesse

04-05-2014  Door: Paul Kraaijer/Obsession Magazine


Paramaribo - Al gedurende vele jaren duiken verhalen op over grootse zonne-energieprojecten voor het Surinaamse achterland. Maar, dat zijn het, verhalen. Tot de dag van vandaag is er geen enkel groots zonnepanelenproject van de grond gekomen, terwijl er toch om de zoveel tijd berichten in de media verschijnen over, vermeende, internationale belangstelling voor dergelijke projecten. Nu en dan wordt hier en daar in een marron- of inheems dorp een paneeltje ergens geplaatst. Op een huis of op een school. Leerlingen blij dat er eindelijk licht is en dat er een mogelijkheid is gekomen om te kunnen internetten, maar dan moeten er wel computers en verbinding zijn. Van enig gestructureerd overheidsbeleid om het achterland te voorzien van zonne-energie is nog steeds geen sprake.

Eind april berichtte de Ware Tijd dat bedrijven uit China, Korea, de VS, Israël en Frans-Guyana staan te popelen om dorpen in het achterland van zonne-energie te voorzien. Die bedrijven zouden presentaties gehouden hebben voor onder meer de Investment and Development Corporation Suriname NV (IDCS). IDCS is belast met de voorbereiding van het zonne-energie project, dat uitgevoerd moet worden in het gehele binnenland. Directeur Winston Caldeira wees erop dat er verschillende opties zijn voor de installatie van zonnepanelen. ‘Die panelen kunnen op een centrale plek gezet worden of elk paneel kan geplaatst worden op een individueel dak’, aldus Caldeira die blijk geeft nauwelijks kaas te hebben gegeten van zonne-energie.

Soeratmin Moestadja, IDCS-chief investment officer voor mijnbouw, energie en constructie, stelde dat de IDCS veertien dorpen heeft voorgesteld die prioriteit genieten. Het gaat om dorpen in het Boven-Surinamegebied en inheemse dorpen die verspreid liggen in het land. Er is tien maanden voor uitgetrokken en Moestadja zei te hopen, dat nog in 2013 gestart kon worden met het project. Tot zover de berichtgeving in de Ware Tijd eind april.


Al begin 2013 internationale zonne-energie interesse
Maar, is dit nieuws anno april 2014? Neen. Immers, lees wat dezelfde krant op 21 februari 2013 berichtte in een artikel met als kop 'Regering zoekt buitenlands geld voor ontwikkeling zonne-energie in alle dorpen binnenland dit jaar'. 'Bewoners van het binnenland krijgen dit jaar stap voor stap de beschikking over elektriciteit. De regering zou hiervoor hulp krijgen van onder andere Frankrijk, India en China en instellingen als de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) en de Wereldbank.' Kortom, ruim een jaar geleden waren er al grootse plannen en die plannen zijn vandaag de dag dus nog steeds niet om onduidelijke redenen van de grond gekomen.

De voorzitter van de 'investeringsarm' van president Bouterse, de IDCS, Winston Caldeira, zei in februari 2013: 'Dit jaar moet een keer vierentwintig uur stroom worden gerealiseerd in de dorpen. Nu wordt er gebruik gemaakt van aggregaten. Nu zal het duurzaam en milieuvriendelijk zijn.' De man beweerde verder, dat er aanbiedingen waren uit India, Frankrijk en China. De krant berichtte verder dat de IDCS met het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen bezig was financiële en technische ondersteuning in het buitenland 'te mobiliseren'. Een van de betrokken lokale ondernemingen zou de NV Energiebedrijven Suriname (EBS) zijn. Volgens de technisch directeur van dit bedrijf, Marcel Eyndhoven, zouden er twee mogelijkheden zijn: het opzetten van zonne-energie centrales per dorp of het installeren van kleine installaties per huishouden.

Het ontbreekt aan doortastend groene stroom beleid – Marrons en inheemsen krijgen jarenlang sprookjes te horen vanuit Paramaribo
De regering worstelt met het ontwikkelen van serieus en gestructureerd beleid met betrekking tot het opzetten van grote zonne-energieprojecten. Feiten laten zien, dat er de afgelopen jaren diverse grote (internationale) en minder grote initiatieven en plannen zijn bedacht. Van alle die plannen is slechts een handjevol in het achterland gerealiseerd en dan vooral en met name door particuliere initiatieven en door inspanningen van een lokale onderneming in Paramaribo.

De grote plannen zijn plannen gebleven, veroorzaakt vooral door laks regerings- en doortastend beleid. Dat is teleurstellend voor de vele marrons en inheemsen die wonen in het achterland. Hen wordt en is constant voorgehouden door 'Paramaribo', dat het achterland ontsloten wordt en dat dorpen gaan beschikken over permanent elektriciteit en stromend water. Niets is minder waar. Hier en daar doemt een zonnepaneeltje op en dan vooral op gebouwtjes van bijvoorbeeld de Medische Zending. Het aantal gemeenschappen dat nog van stroom en stromend drinkwater moet worden voorzien, is bij lange na niet op een hand te tellen. 'Paramaribo' zegt, beweert en belooft veel en de binnenlandbewoners wachten, wachten en wachten, al vele jaren op een beetje licht, 'verlichting' en schoon drinkwater.

Een overzicht
November 2012: Zonne-energie voor school te Semoisie en Alalapadu, Sipaliwini
Directeur Orlando Olmberg van Guguplex Technologies Suriname in Paramaribo, maakte op woensdag 14 november 2012 bekend, dat leerlingen in het Saramaccaanse dorp Semoisie, aan de Boven-Surinamerivier, en de Trio-gemeenschap Alalapadu in het diepe zuidwesten van Suriname begin 2013 zullen beschikken over 24 uur per dag stroom op school dankzij zonne-energie. Op de school in Semoisie zal internet geïnstalleerd worden. Door het ontbreken van een telefoonverbinding te Alalapadu kan daar nog geen internetverbinding tot stand worden gebracht.

Het zonnepaneelproject van Guguplex viel in 2012 in de prijzen bij een energiecontest van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB). Guguplex zou binnen twee jaar 166.000 Amerikaanse dollar ontvangen om zonne-energieprojecten uit te voeren. Daarvan is 100.000 bestemd om leningen te verstrekken aan binnenlandbewoners. Een school te Stoelmanseiland werd in oktober 2012 al voorzien van stroom.

Het zijn nog steeds, helaas, druppels op een gloeiende plaat. Guguplex spant zich wel in om iets te doen aan de behoefte onder binnenlandbewoners aan 24 uur per dag elektriciteit. Bij de regering blijft het vooralsnog bij plannen en bij wazige vermeende internationale belangstelling voor zonne-energieprojecten in onder andere het achterland.

Mei 2013: Zonne-energie in Gunsi
Het Kabinet van de President kondigde op 13 mei 2013 aan dat het dorp Gunsi een zonne-energie pilot project krijgt. Dat project zou worden uitgevoerd door het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen, het ministerie van Regionale Ontwikkeling en de coördinator Milieu van het Kabinet van de President, John Goedschalk (die inmiddels directeur is van natuurbeschermingsorganisatie Conservation International Suriname). Daarbij zou ondersteuning gegeven gaan worden door onder andere de Anton de Kom Universiteit en de NV Energiebedrijven Suriname.
Welke keuze uiteindelijk gemaakt moet worden, is niet zonder meer vooraf te zeggen, aldus het Kabinet van de President. Uitgebreid veldonderzoek door experts zal moeten uitwijzen welke mix van energievoorzieningen voor Suriname per gebied het meest ideaal zal zijn, aldus een bericht op de website van het Kabinet van de President.

De regering stelde bereid te zijn te investeren in onderzoek naar de meest effectieve mix voor Suriname zodat ontwikkeling gestimuleerd kan worden, ook in de meest verafgelegen gebieden. In dit kader vindt dit pilot project zonne-energie plaats op Gunsi.
Het persbericht van het Kabinet van de President vermeldde verder onder andere:

'WTEC (Wind Turbine Energy Company) is het nummer 1 bedrijf in Noord Amerika op het gebied van innovatieve energie oplossingen. Dit bedrijf zal een 15 Kilowatt installatie aan Suriname doneren ter waarde van ongeveer 75000 USD. Directeur van WTEC, Bryan Singh, was met een topdelegatie van het bedrijf vertegenwoordigd op de persconferentie en legde uit dat Suriname genoeg zonlicht heeft om in energie te voorzien. De directeur noemde veel grotere projecten in New Jersey die succesvol opereren onder vergelijkbare omstandigheden als in Suriname. Vooral omdat de prijzen voor zonnepanelen wereldwijd dalen, is de toepassing van deze manier van energievoorziening op dit moment kosteneffectief voor Suriname, aldus de heer Singh. Verder heeft de heer Singh intern aangegeven blijvend betrokken te willen blijven bij het project zodat ze kunnen monitoren hoe het systeem gebruikt en onderhouden wordt, zodat de effectiviteit optimaal gegarandeerd wordt.


Momenteel worden de zonnepanelen voor dit specifieke pilot project al geproduceerd door WTEC. Er zal een nieuw concept 'plant in a box' worden toegepast waarbij de hele installatie, al gedeeltelijk gemonteerd, per container naar Suriname gebracht zal worden. In overleg met de lokale bevolking van Gunzi is bepaald waar de plant in het dorp opgebouwd zal worden. Een gebied van 30 bij 30 meter zal vrijgemaakt worden met hulp van de lokale bevolking. Ook zal er met lokaal hardhout een constructie gebouwd worden voor de zonnepanelen. De planning is dat de constructie in juni zal plaatsvinden en in het derde kwartaal van 2013 operationeel zal zijn.
De installatie zal alle 50 gezinnen van Gunzi voorzien van wat binnen het project 'basisstroom' genoemd wordt. Dit is stroom die 24 uur per dag zorgt voor: stroom voor een koelkast om voeding goed te houden, stroom voor het kunnen opladen van een mobiele telefoon, stroom voor licht om in de avond te kunnen lezen en studeren en stroom voor het kunnen aansluiten van een radio. t.b.v. informatie verkrijgen. Kortom, de basisvoorzieningen die in de hedendaagse tijd gelden, zullen voortaan gevoed kunnen worden. Berekend is dat voor basisvoorzieningen ongeveer 300 Watt per huishouden nodig is. De totale installatie zal dus 50 huishoudens maal 300 watt is 15 Kilowatt aan vermogen leveren.'

Een zonnepaneel arriveert eind 2013 in Gunsi. (Bron foto)

Maar, er waren in januari 2014 nog steeds geen zonnepanelen geïnstalleerd voor de bewoners van Gunsi. Niet alle onderdelen van het elektriciteitssysteem bleken naar Suriname te zijn zijn verscheept. 'We wachten nog op twee containers en één van deze moet eind januari in het land zijn', verklaarde projectcoördinator Theresa Castillion-Elder op 7 januari tegenover de Ware Tijd. De andere laadbak zou volgens haar niet lang daarna arriveren. Let wel, het Kabinet van de President liet in mei 2013 weten, dat het project in het derde kwartaal van 2013 operationeel zou zijn. Maar, weer bleek, dat Suriname hinder ondervindt van een traag uitvoeringsbeleid. (Lees hier meer informatie over het project in Gunsi.) Hoe het nu is gesteld met het project in Gunsi is niet bekend: mevrouw Castillion-Elder was niet bereikbaar voor commentaar.

Juli 2013: Minister Jim Hok en Kwamalasamutu
Ondanks grootse zonne-energieplannen voor het binnenland en internationale belangstelling daarvoor, maakte minister Jim Hok van Natuurlijke Hulpbronnen in juli 2013 bekend, dat de inheemse Trio-gemeenschap Kwamalasamutu in het uiterste zuidwesten van Suriname voorzien gaat worden van zonne-energie. Volgens de bewindsman had het zonnepanelenbedrijf Guguplex te Paramaribo gedurende zes maanden onderzoek gedaan naar de status van een oud zonnepanelenproject in dit inheemse dorp.
‘De bedoeling is om te leren uit fouten die in het verleden zijn gemaakt en om overlappingen te voorkomen’, sprak Hok. Op basis van de resultaten zal het departement het dorp duurzame energie bieden.

Hetzelfde concept, een combinatie van dieselmotoren en zonne-energie, zal ook worden toegepast in andere dorpen in het achterland. Volgens Guguplex Suriname directeur Orlando Olmberg was het gebrekkige onderhoud, het grootste probleem bij het vorige project uit de negentiger jaren.
Olmberg stelde, dat geen enkel compleet systeem uit 1994 nog in gebruik is. ‘De mensen hebben wel gebruik gemaakt van de oude nog bruikbare panelen. Enkele bewoners hebben zelf geïnvesteerd in nieuwe panelen. In heel Kwamalasamutu hebben we 48 systemen op basis van zonne-energie kunnen waarnemen.’
De wens van de dorpelingen is om vierentwintig uur per dag en zeven dagen in de week te kunnen beschikken over energie. Zonne-energie zou daar een oplossing in kunnen bieden. Het project wordt gefinancierd uit de eigen begroting van NH en met donaties.

Dat er totaal geen beleid is bleek een maand later, in augustus 2013. Toen maakten de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) en Guguplex bekend, dat zij gaan onderzoeken hoe zonne-energie het best toegepast kan worden in het binnenland....terwijl de IDCS eerder dat jaar had laten weten te zullen gaan zorgen voor zonne-energie in dorpen in het achterland. Duidelijk moge zijn, dat het binnen de IDCS volledig ontbreekt aan terzake deskundigheid. Van enig grondig onderzoek binnen de IDCS lijkt hier geen sprake te zijn. Daarenboven maakte minister Hok een paar weken eerder met stelligheid bekend, dat er zonne-energie gaat komen te Kwamalasamutu, terwijl een onderzoek, naar de haalbaarheid, dus nog uitgevoerd moest worden. Het lijkt de omgekeerde wereld: je gaat toch eerst onderzoek uitvoeren en vervolgens pas komen met eventueel concrete zonne-energie plannen?

Een belangrijk doel van de samenwerking tussen de universiteit en het zonnepanelenbedrijf was te voorkomen dat zonne-energieinstallaties in de dorpen mislukken, zoals in de Trio-gemeenschap Kwamalasamutu, in het uiterste zuidwesten van Suriname, is gebeurd. De installatie daar werd niet onderhouden en functioneert daardoor niet meer. ‘Ook moeten we weten welke types batterijen geschikt zijn voor onze klimaatomstandigheden en wat het werkelijke stroomgebruik is van mensen in het binnenland’, zei Orlando Olmberg, directeur van Guguplex, woensdag 21 augustus 2013, in de Ware Tijd.

November 2013: Canadese goudmijnmultinational stort zich op zonne-energie
De Canadese goudmijnmultinational IAmGold, eigenaar van de Rosebel goudmijn in het district Brokopondo, kwam in november 2013 plotseling op de proppen met plannen voor de financiering van een groots zonne-energieproject, vooral bedoeld om energie op te wekken voor de goudmijn. In een op 27 november uitgebracht persbericht van het bedrijf werd onder andere vermeld, dat de totale projectkosten rond de 14 miljoen Amerikaanse dollar zouden komen te liggen en dat het project naar verwachting operationaal zou kunnen zijn aan het begin van het derde kwartaal van 2014. Het plan is de opgewekte energie te gaan gebruiken op de bedrijfslocatie van Rosebel in Brokopondo, waarbij het systeem zal worden gekoppeld aan het elektriciteitsnetwerk van Suriname, aldus liet IAmGold weten. Hoe het anno mei 2014 met dit plan is gesteld is niet bekend.

November 2013: Turkse interesse
Overigens lieten een paar weken eerder, 7 november, een paar Turkse ondernemers op bezoek in Suriname, weten te willen investeren in onder andere zonne-energie. Onder de Turkse delegatie was zelfs een specialist op het terrein van zonne-energie, professor Muhammed Eltez. In totaal zou het om een investering gaan van enkele miljoenen Amerikaanse dollars, aldus Eltez. Onderdeel van het project zou zijn de bouw van 2.500 sociale woningen die voorzien moeten gaan worden van stroom verkregen door zonne-energie. De Turkse professor zei te verwachten in januari 2014 met de bouw te kunnen starten en dat de huizen binnen een jaar afgebouwd konden zijn. Overigens liet de man ook nog weten, dat met een zonne-energiecomplex het energieprobleem in het binnenland opgelost kan worden. Volgens lokale Surinaamse media was Eltez in gesprek met de NV Energiebedrijven Suriname en hoopte hij groen licht te krijgen voor het project. Maar, net als met andere plannen, bleef het ook dit geval verder stil.....

Lange adem
Grote zonne-energieprojecten zijn de afgelopen jaren niet van de grond gekomen, ondanks vermeende internationale belangstelling uit diverse landen. Bewoners van de vele dorpen in het binnenland moeten vrezen, dat zij nog lange tijd verstoken zullen blijven van zonne-energie en dus van ontwikkeling. Hier en daar is een zonnepaneeltje te ontwaren, maar dat is vooral geplaatst dankzij particulier initiatief. Vooralsnog hoeft van 'Paramaribo' niet veel verwacht te worden. Daar blijft het binnenland, het achterland, kennelijk.....

(Red. Obsession Magazine)

woensdag 30 april 2014

Surinaamse producenten gebotteld water zwijgzaam over herkomst water

Waar komt het 'bron- en natuurlijk mineraalwater' in flesjes vandaan?

Kraanwater niet slechter dan gebotteld water

Waterexportplannen president Bouterse komen niet van de grond


30-04-2014  Door: Paul Kraaijer/Obsession Magazine


Paramaribo - Waar komt het Surinaamse 'bron- en natuurlijk mineraalwater' in flesjes vandaan? Alleen de producenten kennen het antwoord. Suriname is rijk aan, zoet, drinkwater. Dusdanig rijk, dat president Bouterse tijdens zijn nieuwjaasrrede in januari 2012 zei, dat het land grote kansen ziet voor de export van drinkwater. De regering zou daar zelfs prioriteit aan geven in haar beleid.

'(...) Water is een kostbaar bezit van ons land en komt overvloedig voor. In de wereld bestaat echter een groot tekort aan schoon drinkwater. Wij zullen daarom de export hiervan als een van onze prioriteiten beschouwen, en in dit jaar van verhoogde aktie met voortvarende zorg de voorbereidingen tot export hiervan ter hand nemen. (...)'

Inmiddels is het april 2014 en de waterexportplannen van Bouterse zijn nog steeds plannen. Nog geen druppel drinkwater heeft Suriname, in het kader van een gestructureerd exportplan, verlaten. Het water verdwijnt nu nog slechts in flessen en flesjes zogenoemd bronwater.

Zwijgzame producenten
Maar, waar halen de lokale Surinaamse producten hun bron- en mineraalwater vandaan, is het werkelijk allemaal bronwater of gewoon goed gefilterd grondwater, wie zijn die producten en welke merken lokaal bronwater zijn er op de markt verkrijgbaar? Antwoord krijgen van de diverse producenten op de vraag waar het water in hun flessen en flesjes vandaan komt blijkt een lastige klus. Op een na, reageert niemand. Pas op 21 mei reageert een tweede bedrijf. Waarom niet? Hebben zij iets te verbergen? Durven zij niet bekend te maken waar hun zogenoemde bron- en mineraalwater vandaan komt? Komt dat water wellicht niet uit een bron?

De voorzitter van de Consumentenbond Suriname, Rudy Balker, laat in een reactie weten, dat de bond zelf een onderzoek gaat starten naar 'de echtheid van in Suriname gebotteld water'.

'Diamond Blue': water uit het Amazone-bekken?

De enige producent die meteen reageert is het bedrijf Rudisa Beverages & Juices NV aan de Martin Luther Kingweg in Paramaribo. Hier wordt sinds mei 2007 'Diamond Blue' geproduceerd, 'Purified water - Non carbonated - Out of the Amazon'. Maar, komt het water van 'Diamond Blue' werkelijk uit het Amazonegebied. Volgens Warsha S. Torilal-Sardjoe, 'vice-president' van het bedrijf, wel: 'Er staat op de label, uit de Amazone, en zoals u zelf weet, word dit deel van de wereld “het Amazone gebied” genoemd. Wij vermelden niet dat het water uit een bron midden in het Amazone regenwoud vandaan komt. De bronnen zijn daadwerkelijk met het Amazone-bekken verbonden. Onze wells zijn diep genoeg zodat het daad werkelijk bron water genoemd mag worden.'

Maar, kennelijk weet de 'vice-president' niet, dat 'dit deel van de wereld' echt niet het 'Amazone-gebied' wordt genoemd. Natuurlijk zal ongetwijfeld in het doorsnee taalgebruik snel gezegd worden, dat het Surinaamse regenwoud Amazone regenwoud is, terwijl dat feitelijk niet het geval is.
Het Amazoneregenwoud beslaat een oppervlakte van 7 miljoen km² en is verspreid over negen landen: Brazilië (60%), Peru (13%), Colombia (9%), Venezuela (5%), Bolivia (5%), Guyana (3%), Suriname (2%), Ecuador (1,5%) en Frans-Guyana (1,5%). Het Amazoneregenwoud bevindt zich in Suriname alleen in het uiterste diepe zuiden van het land, in het grensgebied. Het Amazone-bekken is gesitueerd in een bekken dat grotendeels door de rivier de Amazone en zijn 1.100 zijrivieren wordt doorstroomd. Ook wat dit betreft lijkt Suriname iets te ver uit de buurt te liggen om maar enigszins verbonden te kunnen zijn met dat bekken. Er kunnen dan ook vraagtekens geplaatst worden bij de herkomst van het water in de 'Diamond Blue' flessen en flesjes. De vermelding van het woord 'Amazone' op 'Diamond Blue' klinkt aantrekkelijk uit marketing overwegingen, maar of het letterlijk en figuurlijk de lading dekt?

De bekende Surinaamse hydroloog Sieuwnath Naipal, verbonden aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname, bevestigt in een reactie, dat het water van 'Diamond Blue' niet afkomstig kan zijn uit het Amazone-bekken, laat staan uit het Amazonegebied. 'Onze diepgrondwaterbronnen gaan niet ver. Sommigen zijn afgesloten en is dus niet verbonden met openwater. Weer anderen hebben wel verbinding met het openwater en zijn dus niet afgesloten. De niet afgesloten waterdragende lagen hebben hun re-charge area’s in het Savannagebied. Het regenwater dringt door de savannazandlaag tot de waterdragende laag en vervolgens stroomt het verder in de noordelijke richting naar de oceaan. Deze, Surinaamse, aquifers hebben geen verbinding met de aquifers van die van het Amazone Basin, ofwel het Amazone Stroomgebied.'

Wel zegt Naipal dat het verwarrend is, dat Suriname tot het zogenoemde Amazone Basin wordt gerekend en als zodanig participeert in de organisatie van ACTO (Amazon Cooperation Treaty Organization). Maar, ook dat wil volgens de hydroloog niet zeggen, dat het water van 'Diamond Blue' Amazonewater is. Hij legt uit:
'De deelname van Suriname in deze organisatie moet naar mijn inziens niet gezien worden vanuit de kant van de hydrologie, maar vanuit de kant van de meteorologie. Regens in het Amazonegebied worden deels aangevoerd vanuit het noorden, dat over Suriname gaat. Dit gebeurt tijdens de eerste helft van het jaar wanneer de zon naar het zuiden gaat. Bij ons is dat de kleine regentijd. In het andere geval, wanneer de zon wederom naar het noorden terugkeert (zomer in Europa), volgt de band van de noordoost en zuidoostpassaatwinden, ook wel genoemd de Inter Tropische Convergentie Zone (ITCZ), met een kleine vertraging de richting van de zon en passeert Suriname voor de tweede keer. De eerste keer waneer de zon richting het zuiden gaat is in de periode december-januari. De neerslagkarakteristieken worden dan voor een groot deel bepaald door het milieu van het Amazonegebied. Met andere woorden, hoe langer de luchtmassa blijft hangen boven het Amazonegebied, des de groter de invloed van de Amazone (milieu) op de neerslag die boven Suriname zal vallen en of valt (geldig vooral tijdens de grote regentijd van april tot half augustus. Hoe groot de correlatie is tussen de gevallen neerslag in Suriname tijdens de grote regentijd en de herafkomst van de neerslag - in dit geval het Amazonegebied - is niet helemaal duidelijk. Dat er een verband bestaat, gelooft een ieder. Maar, kan dan hieruit het recht worden ontleend om te stellen dat het water in de fles uit de Amazone komt? Ik denk dat er meer moet worden onderzocht.'

Overige bronwatermerken die verkrijgbaar zijn in Suriname zijn 'Para Springs', 'Dasani', 'Desha', 'Basic One', 'Aqua Para' en het vrij onbekende 'Whahaha' van de Whahaha Suriname Purified Products Company NV. Maar liefst veertien vergunningen voor het bottelen van water en/of de productie van non-alcoholische dranken werden tussen 2005 en 2009 door de regering afgegeven.

De laatste loot aan de Surinaamse bronwaterboom is 'D'ru', een initiatief van de bekende zanger Damaru (Dino Orpheo Canterburg). Dat water is sedert 15 juli 2013 verkrijgbaar en wordt gebotteld door Three Star Food Company aan de Tout Lui Fautweg te Paramaribo. De herkomst van het water is niet duidelijk. Daar heeft de zanger zich nooit over uitgesproken.


'Para Springs': 'enige natuurlijk mineraal water dat wordt gebotteld vanuit de bron'.....'Para Springs' is een product van Caribbean Beverages NV dat is gevestigd aan de Indira Gandhiweg in Paramaribo. Sinds 2006 produceert het bedrijf gebotteld water. 'Para Springs is het enige natuurlijk mineraal water in Suriname dat wordt gebotteld vanuit de bron', aldus het bedrijf op haar website. Hebben we hier te maken met mineraal- of bronwater? Volgens het bedrijf wordt het water gebotteld uit bronnen op het terrein van Caribbean Beverages. 'Het brongebied is onderdeel van het beroemde Guyana schild. (...) Para Springs is natuurlijk mineraal water afkomstig uit een zoetwaterhoudende zandlaag liggend op ongeveer 20-30 meter diepte. Deze laag is geologisch beschermd tegen eventuele verontreiniging of besmetting door middel van een dikke laag klei.' Ondanks deze voor het publiek toegankelijke informatie op de website van het bedrijf, kwam er geen reactie, ondanks herhaald verzoek, op de vragen waar het 'Para Springs'-water vandaan komt en hoe het in Paramaribo komt.

Hydroloog Naipal bevestigt de uitleg van Caribbean Beverages over 'Para Springs':
'Para Springs, dit woordt zegt het al, district Para waar de Zanderij-formatie, savanna - witzand, voorkomt. Het zogenoemde bronwater ligt op een relatief ondiepe laag en kan dus relatief gemakkelijk uit de bodem worden gepompt.' Hij merkt nog op dat het gebied geen industrie ken, er enkele sporadische voorkomende huizen zijn en concentraties van kleine dorpen.

'Para Springs' vervuild
Toch kwam het bedrijf in juni 2009 negatief in het nieuws toen bleek, dat in diverse flessen water van 'Para Springs' zichtbare deeltjes aanwezig waren. De bekende voedseltechnoloog Ricky Stutgard liet via een ingezonden artikel in lokale media weten, dat het bedrijf problemen had met het filtratiesysteem, waardoor teveel magnesium in het water kon achterblijven. 'Door reactie met zuurstof ontstaat magnesiumoxide', schreef Stutgard. 'Internationaal gebruik is dat het bedrijf de productie en distributie moet stopzetten. Ook behoort dat bedrijf alle levensmiddelen die zij aan de man brengt terug te roepen. In Suriname blijken er steeds weer andere regels te zijn. Het bedrijf produceert een gecontamineerd produkt, mag door blijven verkopen, terwijl naar het probleem wordt gezocht. Ongelofelijk! (...) Het probleem van Para Springs dient zich al enkele weken aan, en de indruk bestaat nu dat men niet instaat is binnen korte tijd met een oplossing te komen zonder dat de productie volledig stopgezet wordt. Wat wij willen opmerken is dat Para Springs het probleem van vervuild gebotteld water al enkele weken heeft, maar het werd allemaal geheim gehouden voor de Surinaams gemeenschap. Doordat de klachten bleven aanhouden en juist toenamen besloten BOG (Bureau Openbare Gezondheidszorg) en Para Springs naar de pers stappen.'

Het 'kraanwater' van 'Dasani'Een ander bronwatermerk, 'Dasani', is ooit internationaal in opspraak geraakt. 'Dasani' is feitelijk een internationaal merk onder de vlag van 'the Coca-Cola Company', dat in Suriname wordt gebotteld, sinds maart 2008, door het grote bedrijf Fernandes Bottling Company N.V. .
Volgens het bedrijf is 'Dasani' 'gezuiverd water, rijk aan mineralen, met een zuivere frisse smaak'. 'Dasani is een verfrissend alternatief voor kraanwater. Het is verzorgend en beschermt het lichaam en de werking daarvan met de noodzakelijke mineralen', aldus is te lezen op de website van Fernandes Bottling.

De consument zou zich kritisch kunnen gaan afvragen, of het water van 'Dasani' werkelijk mineraalwater is. De gedachte dat het wellicht kraanwater zou kunnen zijn komt ongemerkt naar boven drijven. Geen vreemde gedachte.
Het merk 'Dasani' kwam namelijk tien jaar geleden, in maart 2004, op bedenkelijke wijze in het internationale nieuws. Coca-Cola moest begin maart erkennen, dat 'Dasani', het 'zuivere niet-bruisende water' dat op de Britse markt in flessen verkocht werd, niets meer of minder was dan kraanwater. Bij consumenten werd echter de indruk gewekt, dat het water in de flessen natuurlijk bronwater was. In werkelijkheid bleek het water via leidingen van 'Thames Water', een Brits waterdistributiebedrijf, overgetapt naar de Coca-Cola-fabriek in Sidcup, ten zuidoosten van Londen.... Volgens Coca-Cola onderging het water van 'Thames Water' 'een bijkomende zuivering' via drie filters. Vervolgens onderging het water een behandeling waardoor 'alle bacteriën, virussen, zouten, mineralen, proteïnen en giftige stoffen' ontdaan werden, waarna aan het water mineralen werden toegevoegd.
De introductie van Dasani in Europa mislukte na de 'Britse zaak'. Het watermerk is tegenwoordig nog te krijgen in de Verenigde Staten, Canada en Zuid-Amerika.

Fernandes Bottling producent van Dasani in Suriname reageert alsnog op woensdag 21 mei. Ayida Slooten, communicatiemedewerkster, laat via email weten:
'Dasani is niet afkomstig uit een bron, en het wordt ook niet als bronwater geadverteerd, maar als mineraalwater. Het water is afkomstig uit de leiding van de Surinaamse Waterleiding Maatschappij en wordt door Fernandes Bottling Company gezuiverd en middels een proces van omgekeerde osmosis verrijkt met mineralen. Er lijkt een misvatting te zijn over het verschil tussen bron- en mineraalwater. De perceptie van veel consumenten en ook journalisten is dat gebotteld water gelijk zou staan aan bronwater en dat ook Dasani wordt verkocht of gepromoot als ‘bronwater’, maar daar is geen sprake van. Dasani is per definitie ook niet ‘gewoon kraanwater’, wat helaas ook wel eens gezegd wordt.'

Kraanwater als bronwater verkopen, ook in Suriname
Rudy Balker, voorzitter van de Consumentenbond Suriname, zegt zich nog te kunnen herinneren, dat zo'n zeventien jaar geleden 'een zogenaamde ondernemer op heterdaad betrapt werd, toen hij bezig was flessen te vullen voor verkoop en export, maar dat betrokkene gewoon in een van de achterstraten van Lelydorp stond flessen met gewoon kraanwater te vullen. Het bedrijf werd gesloten.'

Een internationale 'Dasani'-commercial:


'Desha'-water uit bronnen te RepubliekSinds 2006 verschijnt ook 'Desha' op de markt dat geproduceerd wordt door het aan de Verlengde Gemenelandsweg in Paramaribo gelegen Desha Distribution Center N.V. Volgens dit jonge bedrijf komt hun water uit bronnen te Republiek en heeft het 'de unieke smaak van ons zoete Surinaamse water'. Hoe het bedrijf haar water uit de bronnen haalt, waar die zich precies bevinden en hoe dat water naar Paramaribo wordt getransporteerd is niet bekend. Op vragen hierover kwamen ook van dit bedrijf geen antwoorden. Een mooie commercial moet de indruk wekken bij de consument dat het water van 'Desha' ergens uit de Surinaamse binnenlanden afkomstig is:


Volgens Sieuwnath Naipal 'ligt de grote bron van drinkwater inderdaad in Republiek en daar gaat de SWM over'. 'Waar de bonnen liggen van de andere genoemde producenten, dat weet ik niet. Maar, wat betreft het merk 'Diamond Blue', waarvan producent Rudisa Beverages & Juices op de flessen en flesjes vermeldt 'Out of the Amazone', is het in ieder geval geologisch duidelijk, dat onze, Surinaamse, aquifers geen verbinding hebben met die van de Amazone en het water van dit merk dan ook niet uit het Amazone-bekken afkomstig kan zijn.'

Het gefilterde SWM-drinkwater van 'Basic One'Future Beverages N.V. begon in 2007 aan de Van Hattemweg in het district Wanica met het bottelen van water onder de merknaam 'Basic One'. Volgens het bedrijf, op haar website, is dat water afkomstig van de zogenoemde Zanderij 'aquifer', een watervoerende laag in de ondergrond. Het wordt gefilterd door de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij NV (SWM). Als het water bij Future Beverages arriveert gaat het via verschillende filters en onder een UV-(ultraviolet)lamp. Het water wordt, alvorens het wordt gebotteld, 'geozoneerd'. 'Basic One' zou dus gekwalificeerd kunnen worden als gezuiverd SWM-drinkwater......grondwater. Het bedrijf tracht vooral de sportieve consument geïnteresseerd te krijgen voor 'Basic One':


Bron-, natuurlijk- of mineraal water of toch gewoon ordinair gefilterd en gefilterd en gefilterd grondwater?De zwijgzaamheid van bijna alle bronwaterproducenten zou geïnterpreteerd kunnen worden als het niet willen onthullen van waar zij hun water vandaan halen en op welke wijze of als wie zwijgt stemt toe.....zou al dat water dan toch voor het merendeel gewoon (SWM) drinkwater zijn en niet afkomstig uit een of andere spannende, verborgen, natuurlijke diepe ondergrondse bron, waar zich schoon en helder drinkwater bevindt?

De antwoorden blijven binnen de muren van de producerende bedrijven.

Overigens, laten we niet uit het oog verliezen dat gebotteld water zeer milieuonvriendelijk is. Immers, wat doen wij met z'n allen met al die lege plastic flessen en flesjes? De illusie van ‘beter water’ blijkt een hoge prijs voor het milieu te hebben. Jaarlijks wordt 1,5 miljoen ton plastic wereldwijd vervaardigd voor de flessenwaterindustrie. Met de vervuiling die door het transport en de afvaloverlast worden veroorzaakt wordt dan niet eens rekening gehouden.

De export van drinkwater komt maar niet van de grond
Resten de vragen waarom het maar niet vlot met de door president in januari 2012 in zijn jaarrede aangekondigde grootse exportplannen van Surinaams water, waarom er kennelijk ruim twee jaren later nog steeds geen specifiek beleid hiervoor is ontwikkeld en waarom particuliere ondernemingen geen initiatieven hiertoe ontwikkelen.

Twaalf maanden na de uitspraken van Bouterse doet Deryck Ferrier van het Centrum voor Economisch en Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek (CESWO), half december 2012, de uitspraak, dat 'de export van grote hoeveelheden water van ondergeschikte betekenis' is voor de economische ontwikkeling van Suriname. Volgens hem loont bulkexport van water pas als gebruik kan worden gemaakt van schepen vanaf 18.000 ton. Maar, dergelijk grote schepen kunnen niet aanmeren in de havens van Suriname en de bestemming zou binnen een straal van vijftig mijl moeten liggen. 'Ideale afnemers zijn grote steden zoals New York, maar in de naaste omgeving van Suriname heb je geen stedelijke concentraties die zoveel water nodig hebben. De Caribische eilanden zijn bijvoorbeeld te klein', aldus Ferrier in de Ware Tijd van 13 december 2012. Volgens Ferrier heeft de Braziliaanse staat Amapá zuiver water vlak bij afvoerhavens. 'Ze kunnen het dertigvoudige aanleveren van wat Suriname kan produceren, tegen een lagere prijs. We zijn niet meer competitief.'

Tot slot enkele opmerkelijk feiten:
Flessenwater is niet beter of gezonder dan kraanwater. Toch smaakt het soms wel anders. Of toch niet? Het Nederlandse televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde ontdekte, dat het bronwater van Bar-Le-Duc, samen met Spa èèn van de best verkochte verpakte waters in Nederland, uit dezelfde grondlaag komt als het water dat in Utrecht gewoon uit de kraan komt, technisch gezien is het dus gewoon hetzelfde water. De naam is wel heel slim bedacht Bar-Le-Duc is namelijk gewoon het Franse woord voor Utrecht.....


Wetenschappers uit Frankrijk en Ierland onderzochten een paar jaar geleden of consumenten puur op smaak leidingwater en gebotteld water van elkaar kunnen onderscheiden. Het merendeel van de testpersonen proefde geen verschil. De uitkomsten van het onderzoek werden in 2010 gepublieerd.
Het Franse onderzoeksteam, bestaande uit onderzoekers van het CNRS (Nationaal Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek) en het INRA (Nationaal Instituut voor Landbouwkundig Onderzoek), voerde haar smaaktest uit onder 389 willekeurige personen uit Frankrijk. Zij kregen twaalf glazen water voorgeschoteld, waarvan zes gevuld waren met leidingwater en zes met water uit flessen.

Uit het onderzoek bleek, dat 'de meeste consumenten geen verschil proeven tussen gebotteld water en chloorvrij leidingwater'. Slechts 36% onderscheidde enig verschil tussen het gebottelde water en het leidingwater. Het onderzoeksteam publiceerde de studie in 2010 in The Journal of Sensory Studies.
Vijf jaar eerder werd in Ierland een soortgelijk onderzoek gehouden. Deborah Wells, hoofddocent psychologie aan de Queen’s University, hield haar onderzoek onder meer dan duizend proefpersonen en kwam tot dezelfde conclusie. 'De bevindingen uit mijn onderzoek geven aan dat mensen gebotteld water niet herkennen aan de hand van de smaak. De hoge vraag naar gebotteld water moet gebaseerd zijn op andere factoren dan de smaak of geur ervan.' Aan de hand van haar onderzoek schreef ze het rapport 'The Identification and Perception of Bottled Water'.

CONCLUSIE, de feiten:
- Gebotteld water is niet veiliger en smaakvoller dan kraanwater
- Flessenwater creëert bergen afval
- Flessenwater is vele malen duurder dan kraanwater

zaterdag 19 april 2014

De onbetrouwbare 'anonieme' bronnen van de Ware Tijd

Het hebben van primeur belangrijker dan verifiëren gebruikte 'betrouwbare' bronnen

Laat de Ware Tijd zich voor politieke karretjes spannen of
is er 'slechts' sprake van onzorgvuldige journalistiek?

19-04-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Het politieke Surinaamse spectrum werd afgelopen week danig door elkaar geschud. De voorzitter van het coalitieberaad, Desi Bouterse, besloot maandag 14 april om de Pertjajah Luhur (PL) uit de coalitie in de Nationale Assemblee te verwijderen, omdat die partij chantagepolitiek bedrijft en onbetrouwbaar is. Het was 'breaking news'. Media zaten er bovenop. Het ene bericht na het andere verscheen op de diverse nieuwswebsites en websites van kranten als de Ware Tijd en het Dagblad Suriname.

Niet alleen zouden PL-Assembleeleden uit de coalitie vertrekken, maar de beslissing had ook gevolgen voor de PL-ministers. Zij konden hun portefeuille inleveren. Het spel rond hun vervanging kon beginnen en in dat spel blijkt de Ware Tijd een bijzondere en negatieve rol te spelen.


De betrouwbaarheid van ('anonieme') 'betrouwbare' bronnen
Deze krant is afgelopen week twee keer behoorlijk met haar berichtgeving de mist in gegaan.
Deze krant brengt nieuws op grond van ('anonieme') 'betrouwbare' bronnen. Al in eerdere artikelen heb ik gesteld, dat nieuwsredacties zeer terughoudend zouden moeten zijn met informatie verkregen van ('anonieme') 'betrouwbare' bronnen en in ieder geval tot het uiterste zouden moeten gaan om die verkregen informatie te checken en dubbel checken. Door gebruik te maken van dergelijke bronnen loop je als krant het risico, dat je je voor bepaalde - politieke - karretjes laat spannen. Personen kunnen een redactie bewust, willens en wetens, verkeerde informatie doorspelen om bijvoorbeeld de samenleving te misleiden of om een zekere vorm van 'onrust' te creëren . Maar, dat is voor redacties niet relevant, zij willen slechts de eerste zijn die 'het nieuws' brengen, kennelijk koste wat het kost en enige journalistieke zorgvuldigheid en toepassing van hoor en wederhoor uit het oog verliezende.

* Overigens wil het simpele feit, dat in een artikel wordt verwezen naar 'anonieme' bronnen, niet zeggen, dat die bronnen voor de redactie werkelijk 'anoniem' zijn. Om voor de redactie moverende redenen kan het zijn, dat bewust is gekozen om te stellen dat het gaat om 'anonieme' bronnen, terwijl in werkelijkheid die bronnen voor de redactie verre van anoniem zijn......

De afgelopen week is de Ware Tijd dus twee keer in de fout gegaan, zonder zich tegenover de lezers te verontschuldigen of tegenover de persoon die ten onrechte in een specifiek artikel werd genoemd als een van de nieuwe PL-ministers.

De Ware Tijd: Nieuws Suriname levert nieuwe HI-minister - Nieuw Suriname ontkent
De redactie van de krant berichtte op dinsdag 15 april dat de politieke partij Nieuw Suriname de nieuwe minister voor het ministerie van Handel en Industrie gaat leveren. Dit meldde de krant nog voordat de voorzitter van het coalitieberaad, Bouterse, die ochtend een persconferentie hield om tekst en uitleg te geven over de ontstane politieke situatie. De schrijver van het artikel berichtte een en ander te hebben 'vernomen uit betrouwbare bron'. Opmerkelijk is het dat de krant het zo stellig bracht, terwijl in hetzelfde artikel werd geschreven dat het Nieuw Suriname Assembleelid Harish Monorath het bericht ontkende.

(De krant bericht zondag 20 april het volgende:
'Nieuw Suriname (NS) heeft geen vertrouwen in de Mega Combinatie (MC) en staat daarom niet te springen om een ministerspost. Geruchten deden de ronde dat de ministerspost van Handel en Industrie in handen van de partij zou komen, maar die zijn uit de wereld geholpen met de mededeling dat de Abop die zal invullen.'
Geruchten??? Neen, het was de Ware Tijd zelf die 15 april meldde uit 'betrouwbare bron' te hebben vernomen dat Nieuw Suriname de nieuwe minister voor Handel en Industrie gaat leveren...... )

De nieuwswebsite Starnieuws meldt echter op vrijdag 18 april, dat de ABOP invulling mag geven aan het ministerie van Handel en Industrie. Het ABOP-Assembleelid Marinus Bee verklaarde dag en ook liet hij weten dat partijvoorzitter Ronnie Brunswijk die dag een spoed structurenvergadering hierover had belegd. Brunswijk zou van president Desi Bouterse de mededeling gekregen. dat hij de opengevallen plaats mag invullen.

De tweede misser dankzij 'ingewijden'
Ulrich Arron wordt de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken. Hij volgt Soewarto Moestadja op die is gevraagd zijn functie ter beschikking te stellen nu zijn partij Pertjajah Luhur (PL) uit de coalitie is gezet. Dat meldde de Ware Tijd maandag 14 april op haar website. De krant berichtte dit dus onomwonden...... Arron is in het verleden voorzitter van de Rekenkamer geweest en voorzitter van de benoemde Assemblee tijdens de militaire periode. De redactie heeft waarschijnlijk niet het fatsoen gehad of de moeite genomen om Arron te benaderen voor een reactie.

Een dag later bericht dezelfde krant, dat Edmund Leilis de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken wordt. De krant meldt dit van 'ingewijden' te hebben vernomen. De keuze zou op Leilis zijn gevallen, omdat hij op het ministerie als onderdirecteur heeft gewerkt.

Starnieuws houdt op dezelfde dag, dinsdag 15 april, een slag om de arm en bericht voorzichtig dat Leilis 'gepolst' is voor het ministerschap.

Gewoon even wachten op officiele bekendmaking
Inmiddels is het zaterdag 19 april en nog geen enkel ministerie, dat door de ontwikkelingen rond de Pertjajah Luhur zonder minister zit, heeft een nieuwe leiding, een nieuwe minister.
Laten media gewoon rustig wachten tot president Bouterse hierover met informatie komt en de namen van nieuwe bewindslieden bekendmaakt.

Journalistiek moet betrouwbaar zijn, maar in Suriname kan nauwelijks gesproken worden van werkelijk betrouwbare journalistieke berichtgeving. Objectieve journalistiek is nauwelijks bekend.

Noot:
De krant heeft er een gewoonte van gemaakt om berichtgeving te baseren op vermeende 'betrouwbare' bronnen. Dat is ook weer het geval met een artikel in de krant van woensdag 23 april 2014. Hieronder de volledige tekst van dat artikel dat u hier op de website van de Ware Tijd kunt terugvinden:

'Directeur John Sandriman van Jeugdzaken zal worden ontheven uit zijn functie. Een betrouwbare bron op het ministerie van Sport- en Jeugdzaken, die niet bij naam wil worden genoemd, heeft dit tegen de Ware Tijd gezegd.

Volgens de bron zal ook onderdirecteur Andy Atmodimedjo van de afdeling Recreatie en Sport zijn baan moeten opgeven.

Het bedanken van de Pertjah Luhur (PL)-toppers is volgens de bron onderdeel van het stopzetten van de samenwerking tussen de Mega-Combinatie en de PL. Coalitieleider Desi Bouterse zei vorige week dat alle functies die PL heeft gekregen op basis van de samenwerking ingeleverd zullen moeten worden. Sandriman om een reactie gevraagd wenste hierop niet te reageren. "Het is een zeer delicate kwestie", volstaat hij.

Minister Ismanto Adna van Sport- en Jeugdzaken reageert als volgt op deze berichten. "Als u naar de president luistert dan gaat het om het vervangen van de PL in de ruimste zin des woords. Ik denk dat hij daarmee bedoelt iedereen die gelieërd is aan de PL, dat die nauwkeurig zullen worden vervangen.'

vrijdag 18 april 2014

Pertjajah Luhur eruit geschopt en coalitieleden wakker geschud...

Politieke aardverschuiving in Suriname

Voorzitter coalitieberaad laat zich niet chanteren door onbetrouwbare coalitiepartner

26 Coalitieleden is risicovol.......

18-04-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - De Pertjajah Luhur (PL: Javaans voor 'Vol Vertrouwen') van Paul Somohardjo is maandag 14 april door de voorzitter van het coalitieberaad in De Nationale Assemblee, Desi Bouterse, uit de coalitie verwijderd. Suriname belandde van de ene op de andere dag in een politieke aardverschuiving en de Assembleeleden werden wakker geschud. Bouterse was duidelijk: 'Ik laat mij niet chanteren door een onbetrouwbare coalitiepartner.'

Wel aanwezig en toch niet aanwezig
Aan de oever van de Surinamerivier, in het gebouw van het Surinaamse parlement, zou maandag eindelijk de begroting van 2014 worden behandeld. De openbare vergadering van De Nationale Assemblee zou 's morgens om negen uur beginnen, maar tegen half elf besloot voorzitter Jennifer Geerling-Simons de vergadering te cancelen: er waren weer eens onvoldoende politici in de vergaderzaal aanwezig. Diverse Assembleeleden verleenden niet het zogenoemde 'quorum'. Het 'quorumspook' dook weer op: een doorn in het oog van de voorzitter, van het handjevol parlementsleden dat hun werk wel serieus neemt en van de Surinaamse samenleving. Assembleeleden zijn volksvertegenwoordigers en zijn door hun kiezers gekozen om hen te vertegenwoordigen in het parlement en daar ontvangen ze maandelijks een riant salaris voor van rond de 13.000 Surinaamse dollar netto. Door weg te blijven, door openbare vergaderingen en dergelijke in het parlement niet bij te wonen, geven Assembleeleden er blijk van hun kiezers en de ontwikkeling van Suriname niet serieus te nemen.

De Assembleeleden, de fractieleden, van de Pertjajah Luhur tekenden maandagochtend wel de presentatielijst in het parlement voor aanvang van de vergadering, maar gingen vervolgens in vergadering ergens op de eerste verdieping. Volgens fractieleider Somohardjo had de Assembleevoorzitter ze even moeten bellen..... Hij was zich er niet van bewust dat hij op dat moment het politieke doodvonnis tekende van zijn partij, van zijn positie in de coalitie, van zijn ministers en onderminister en van zijn overige vertegenwoordigers in het land, zoals PL-districtscommissaris Ingrid Karta-Bink in Commewijne die inmiddels plaats heeft moeten maken voor collega Mike Nerkust van Paramaribo Zuid-West en nu een nieuwe toekomst voor haar hoopt te zien weggelegd als parlementslid voor de Pertjajah Luhur.

Chantage en onbetrouwbaar
Als donderslag bij heldere hemel werd Somohardjo maandagochtend op het matje geroepen door de voorzitter van het coalitieberaad. Niet voor een gezellig praatje, neen, Bouterse deelde hem mee, dat per direct de Pertjajah Luhur door hem uit de coalitie was gezet. De beslissing ontving Somohardjo ook nog eens op papier. De afwezigheid in de openbare vergadering was voor Bouterse de druppel die de bekende emmer had doen overlopen. Hij liet de PL weten niet gediend te zijn van chantagepolitiek.

Het besluit van Bouterse om de Pertjajah Luhur uit de coalitie te knikkeren sloeg in als een bom. Het vuil smijten, iets dat men graag doet in Suriname, kon beginnen. Politieke partijen kwamen in spoedbijeenkomsten bijeen om de ontstane politieke situatie onder de loep te nemen en de consequenties ervan te bespreken.

De spoken van Somohardjo
Na een bijeenkomst in het partijcentrum van de Pertjajah Luhur, bijna letterlijk onder de Wijdenboschbrug, begon Somohardjo met het smijten van vuil. Hij beweerde bij hoog en bij laag dat zijn partij uit de coalitie was gezet, om de weg vrij te maken voor de partij van Desi Bouterse, de NDP, om zich de ministerspost van Binnenlandse Zaken toe te eigenen. Somohardjo, die willens en wetens misbruik maakte van het 'quorumspook', ziet nu eigen spoken.
Volgens hem wil de NPD een eigen minister op Binnenlandse Zaken om invloed te kunnen uitoefenen op de gang van zaken in de richting van de verkiezingen in 2015......alsof Bouterse en zijn NDP op slinkse wijze zich bij de verkiezingen die winst willen gaan toe-eigenen.
Vergezocht van een partijvoorzitter in nood en een kat in het nauw maakt rare sprongen, ook Somohardjo. Het feit dat meteen al de naam van een nieuwe minister van Binnenlandse Zaken door een krant, de Ware Tijd, werd bekendgemaakt was voor Somohardjo de bevestiging, dat het uit de coalitie gooien van zijn fractie een vooropgezet plan was. Een dag later meldde dezelfde krant echter een andere naam. De eerste naam werd genoemd op basis van anonieme bronnen. De krant berichtte dus zeer onzorgvuldig en wilde niets meer en niets minder, dan als eerste te komen met de naam van een nieuwe minister, waarbij bronnen niet werden geverifieerd. De redactie had alvorens met die naam naar buiten te komen tot drie moeten tellen.

Somohardjo moet toch erkennen, dat hij diverse malen binnen coalitieverband wel degelijk een chantagepolitiek heeft gevoerd. Zo is hij onder andere van plan om niet voor de begroting van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling te stemmen, als daarvoor niet in een issue rond twee ontheven PL-ambtenaren binnen dat ministerie ongedaan gemaakt zou worden. Somohardjo beweert dat die twee ambtenaren waren vervangen door familieleden van minister Ashwin Adhin. Ook heeft hij ooit een motie van de oppositie mede ondertekend en dat was natuurlijk ook tegen het zere been van zijn coalitiegenoten. Naast de gevoerde chantagepolitiek binnen coalitieverband was de Pertjajah Luhur ook nog eens onbetrouwbaar.

Bouterse belegde dinsdagochtend, 15 april, een speciale persconferentie in het bureau van het Kabinet van de President naar aanleiding van zijn besluit om de PL uit de coalitie te verwijderen. Tijdens die conferentie, die rechtstreeks werd uitgezonden op de staatszender STVS en op de staatsradio SRS, maakte hij duidelijk, dat de PL een onbetrouwbare partij is die chantagepolitiek voerde binnen de coalitie. Naast Bouterse zat coalitiegenoot Ronnie Brunswijk van de ABOP, die blijk gaf Bouterse door dik en dun te steunen en die een rijtje gebeurtenissen opsomde waaruit de onbetrouwbaarheid van de Pertjajah Luhur moest blijken. Het was maandagochtend dan ook wel degelijk de bekende druppel geweest.

Diverse politici reageren voorzichtig
Opvallend is de voorzichtige wijze waarop de oppositie op de ontstane politieke situatie reageert. De leider van de Vooruitstrevende Hervormings Partij, Chandrikapersad Santokhi, zegt dat de blikken van zijn partij zijn gericht op 25 mei 2015 of eerder. 'We zijn ready voor de verkiezingen en de regeerverantwoordelijkheid. Dat er problemen waren binnen de coaltie, wisten wij al geruime tijd. Dat er partners eruit zouden gaan voor of na de begrotingsbehandelingen, dat wisten we ook. We maken ons programma al klaar en samen met onze partners werken we naar een politieke combinatie die sterke samenwerking en regering moet kunnen garanderen voor de structurele en duurzame ontwikkeling van ons land. Wij hebben even geen tijd voor deze zaken die vele burgers eigenlijk reeds lang van tevoren hadden zien aankomen.’

De voorzitter van de DOE-eenmansfractie Carl Breeveld peinst er geen moment over om het wapen van quorum in te zetten bij zijn deelname aan vergaderingen in De Nationale Assemblee (DNA). ‘Wij zullen altijd quorum verlenen, omdat we daarvoor gekozen zijn. We zullen er zijn om te vergaderen, tenzij dat ons onmogelijk wordt gemaakt.’ Hij verwacht, dat het de komende periode nog moeilijker werken wordt in De Nationale Assemblee dan het nu al is. Uiteindelijk worden land en volk de dupe van deze ontwikkeling, omdat beleidszaken niet van de grond zullen komen, stelt hij. ’Ik zie dat de messen worden geslepen en dat ministers direct zijn teruggeroepen. Dit is een zeer zwak moment voor onze democratie’, zegt de politicus.
Breeveld, verwacht, dat wanneer het in het parlement ‘echt onhandelbaar wordt’, de regering genoodzaakt zal zijn vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Mogelijk de beste oplossing, omdat het toch altijd ‘een rommelige coalitie is geweest’.

'Het beleid lijkt vastgelopen, want de begrotingsbehandeling komt niet op gang. Dit is een politieke crisis die in de coalitie tot uiting is gekomen’, zegt NPS-voorzitter (Nationale Partij Suriname) Gregory Rusland. Hij hoopt niet dat de stagnatie, het nog steeds niet kunnen behandelen van de begroting van 2014, de algemene ontwikkeling gaat schaden. Nu de coalitie met een krappe meerderheid in het parlement zit, moet er volgens Rusland rekening gehouden worden met vervroegde verkiezingen.

Volgens Winston Jessurun, voorzitter van DA91 (Democratisch Alternatief '91), zal de NDP haar mensen plaatsen als onder meer voorzitter van de verkiezingsbureaus. ‘Ze zullen hierdoor mogelijk de verkiezing willen beïnvloeden om winst te behalen’, stelt Jessurun.

26
Voorzitter Jennifer Geerlings-Simons van De Nationale Assemblee en NDP-lid wijst op een belangrijk gevolg van het besluit van Bouterse. ‘Het enige wat ik kan zeggen is dat we nu, samen met de A combinatie, het aantal van 26 hebben. Wanneer ze allemaal op tijd zullen zijn, gaan we door. 26 Is het magische aantal. We gaan door. Dat is de consequentie die wij moeten begrijpen als parlementariërs. We kunnen door, dat is geen probleem, maar dat is van alle 26 leden afhankelijk. Niemand kan ziek zijn, men moet gewoon komen naar die vergadering, anders gaan we het land niet kunnen besturen. Als ze niet komen, gaan we niet doorregeren tot 2015. Ik denk dat vandaag tot iedereen is doorgedrongen dat als u er niet bent, de vergadering niet doorgaat. Dan ligt het aan onze mensen.’
Dat magische aantal van 26 wordt dus gevormd door de coalitieleden en dat zijn er sinds maandag 14 april 2014 17 (inclusief Simons) van de NDP, 3 van de partij van Ronnie Brunswijk de ABOP (Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij), 2 van Nieuw Suriname, 2 van de PALU (Progressieve Arbeiders en Landbouwers Unie) en 2 van de KTPI (Kerukunan Tulodo Prenatan Inggil, hetgeen in het Engels betekent: Party for National Unity and Solidarity of the Highest Order). De Assemblee telt 51 leden....met 26 leden heeft de coalitie nu dus een nipte meerderheid, maar dan moet bij stemming wel iedereen aanwezig zijn. De komende periode zal moeten gaan blijken hoe serieus de coalitieleden hun werkzaamheden opvatten.

De tweemansfractie van Nieuw Suriname (NS), Harish Monorath en Prem Lachman, heeft besloten dat haar positie in het parlement ongewijzigd blijft. De partij hoort niet bij de coalitie en ook niet bij de oppositie. Afhankelijk van het onderwerp waarover vergaderd wordt in De Nationale Assemblee gaat de fractie beslissen of zij wel of geen quorum gaat verlenen. Monorath heeft overigens een uitgesproken mening over zijn collega's van de NDP. Volgens hem zijn er bepaalde NDP-parlementariërs die op continue basis verzuimen en maanden niet naar het parlement gaan. Daarentegen waren de Assembleeleden van de PL wel altijd op tijd aanwezig. ‘Zij verzuimden niet en waren altijd op tijd in de zaal. Maar wij van de NS stellen het algemeen belang in het land voorop. Dat staat centraal voor ons. Anders wordt het een economische chaos in het land. Daarom hebben we geen standpunt ingenomen om deel uit te maken van de oppositie.’
De NS heeft hier een punt, want het is een feit dat diverse NDP-Assembleeleden vaak niet in het parlement aanwezig zijn en een enkel lid kan zelfs als onbekend worden gekwalificeerd, zoals ene Nasiebhoesein Moesafierhoesein uit het district Saramacca. Iets bekender is Rames Kajoeramari van Marowijne, maar ook die schittert vaak door afwezigheid. Maar, de vaak afwezig zijnde parlementsleden steken wel maandelijks voor hun afwezigheid een salaris (veelal vergoeding genoemd) van netto rond de 13.000 Surinaamse dollar in hun zakken......

Bestuurskundige August Boldewijn kijkt met een kritische blik naar de nieuwe situatie in het parlement. ‘Politiek voeren met een smalle basis van 26 zetels is een risico. Als er een of twee leden wegblijven vanwege ziekte of cito naar het buitenland moeten, heb je een probleem.’

Het aantal coalitieleden, na het vertrek van de PL, is voor Paul Somohardjo reden om te beweren, dat die 26 Assembleeleden nu hoge eisen kunnen gaan stellen en in een positie zijn gekomen waarin juist zij kunnen gaan chanteren.
De geplaagde PL-leider tracht dus een paar dagen na zijn verwijdering uit de coalitie terug te slaan in de richting van de voorzitter van het coalitieberaad, Bouterse, die de PL chantagepolitiek verweet. 'Maar', aldus Somohardjo, 'na goedkeuring van de begroting van 2014 zal de waarde van die 26 weer tot nul zijn gedaald, omdat de regering dan geen rekening meer hoeft te houden met het parlement.'

24 April begint nieuw politiek strijdtoneel
Bouterse maakte tijdens zijn persconferentie bekend, dat de behandeling van de begroting in het parlement geagendeerd staat voor donderdag 24 april. Op die dag begint een nieuw Surinaams politiek strijdtoneel dat zijn weerga niet zal kennen en begint ook een spannende periode in de richting van de verkiezingen van 25 mei 2015.

woensdag 16 april 2014

McDonald's Nationaal Scholieren Songfestival: de verkeerde winnares

Optredende meiden en jongens moeten tegen zichzelf beschermd worden

Festival op irritante wijze doorspekt van sponsoring

16-04-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Negesty van Gee, van de St, Ceciliaschool, is zondagavond 13 april winnares geworden van het door de Stiching Winner 101 van zanger Bryan B. georganiseerde Mc Donald's Nationaal Scholieren Songfestival. Maar, is zij de terechte winnares? Neen. De op plaats drie geeindigde Jelissa Sumter van de George Assinschool had absoluut het festival moeten winnen. Ze bracht onder andere 'And I'm telling you' van Jennifer Hudson ten gehore. Haar optreden had uitstraling, passie, beweging en haar volwassen stem was een door diamanten omringde opaal juweel. De beslissing van de jury, waaronder zangeressen en zangers (!) en de verdwaalde radio- en televisiepresentator Stephen van Frederikslust, zegt veel over de vermeende deskundigheid van die leden.

DE winnares, Jelissa Sumter, eindigde op de derde plaats......
Sumter swingt en bruist: de koningin van het scholieren songfestival 2014
Jelissa Sumter stond halverwege het programma, als tiende, op het podium. Haar optreden en zang deden alle andere optredens verbleken en in het niets verdwijnen. De meiden en jongens die na haar nog het podium beklommen, hadden net zo goed in de coulissen kunnen blijven. Met kop en schouders stak Jelissa Sumter boven de andere achttien (!) deelnemers en deelneemsters uit. De juryleden hebben ongetwijfeld zitten slapen of zijn totaal onbekend met de kunst van zang en performance of hebben vanwege een andere reden/oorzaak bepaald dat Van Gee met de eer mocht strijken. Want, naast de zang, was ook de performance van Sumter een bruisende en swingende massa. Het publiek waardeerde haar optreden ook zicht- en hoorbaar.

Vibrerende stemmetjes
Bij het zien van enkele zichtbaar zenuwachtige zangeresjes met vibrerende stemmetjes die krampachtig trachtten de juiste klanken te halen kwam ongeremd de vraag naar boven of die kinderen niet tegen zichzelf beschermd zouden moeten worden. Immers, ze maken zichzelf feitelijk onbedoeld belachelijk terwijl ze ongetwijfeld van zichzelf denken dat ze heel goed kunnen zingen. De organisatie en de jury van het festival weten dat natuurlijk. Toch laten ze de meisjes en een paar jongens voor een groot publiek, in de Antony Nesty Sporthal en thuis voor de buis (het festival werd rechtstreeks door Apintie TV uitgezonden), optreden. Enige professionaliteit ontbreekt volledig bij het McDonald's Nationale Scholieren Songfestival, dat vooral in het leven lijkt te zijn geroepen om reclame te maken voor de wereldwijde hamburgerketen.
Natuurlijk waren er ook pluspunten. Zo waren de kwaliteiten van de musici goed te noemen. De achtergrondzangeressen en -zanger klonken goed, professioneel. Ook het geluid en beeld tijdens de rechtstreekse uitzending waren goed te noemen.

De avond van een hamburgerbakker
Maar, het was McDonald's voor en McDonald's na en achter. Achter de muzikanten op het podium waren naast het logo van het festival twee grote 'M's aanwezig en rechts onderin het televisiescherm ook nog eens. Daarenboven leek de presentator door de hamburgerketen te zijn betaald om bijna in iedere uitgesproken zin de naam van het bedrijf te vermelden. Het is een irritante vorm van sponsoring dat ook een toontje lager had gekund. McDonald's leek belangrijker te zijn dan de optredens op het podium.

Foute presentatiekeuze
Naast de over het algemeen treurige zangkwaliteiten van het merendeel van de deelneemsters en deelnemers en de zogenoemde deskundighed van de jury, kan natuurlijk de presentatie niet onvermeld blijven. Die was in handen van de bekende en altijd lachende showman Henk van Vliet. Deze bejaarde glitter presentator lijkt zichzelf altijd belangrijk te vinden, zijn hele attitude lijkt gekunsteld te zijn - ook om maar zo jong mogelijk te lijken - en op het podium kan hij niet op een gewone toon het publiek toespreken, maar hij vindt het altijd nodig om in microfoons te schreeuwen. Hoe ouder hij wordt, hoe harder hij schreeuwt. Maar, misschien is hij wel het soort mens, dat je of graag mag of juist niet.

Toch, onbegrijpelijk dat de organisatie voor de presentatie niet in zee is gegaan met een voor de jeugd meer aansprekende presentator of presentatrice. Jong, vlot, puur, niet gemaakt en gekunsteld, zoals, om maar iemand te noemen, een Chantal Cadogan.

Wat een geslaagd songfestival had moeten zijn, kwam niet verder dan een lange commercial voor McDonald's, dan een niet deskundige jury en dan optredens van jongens en meisjes die eigenlijk nooit het podium hadden moeten halen. De nummer drie zal voor vele kijkers de nummer een zijn, terecht. De nummer een had nimmer in de finale moeten komen.....

(Bron foto's: Don_Lau All/Facebookpagina McDonald's Suriname)