dinsdag 27 maart 2007

Kerncentraleplan Bisram serieus of gewoon zijn 'speeltje'?



Kerncentraleplan Bisram geloofwaardig?

27-03-2007 door: Paul Kraaijer


Zwolle, Nederland – 27-03-2007 – De Surinaamse ondernemer Chanderbosh Bisram, directeur van Suriname Industrial Engineering and Vehicle Service NV, heeft via de Surinaamse krant de Ware Tijd van 16 maart 2007 bekend gemaakt, dat hij in de tweede helft van 2007 wil beginnen met de bouw van een kerncentrale. Bisram wil een klein type centrale op de plantage Groot Chatillion in het district Commewijne die de energie moet gaan leveren voor een eveneens nog te bouwen aluminiumfabriek.
Hoe geloofwaardig zijn de plannen van de heer Bisram?

Al op 3 april 2006 maakte hij via dezelfde krant dezelfde plannen bekend. Ook toen leidden zijn plannen tot verontwaardigde reacties in de Surinaamse samenleving. Maar ook reacties van ongeloof. Dat ongeloof werd versterkt toen bekend werd, dat Bisram nogal wat leugens verspreidde. Zo beweerde de ondernemer voor zijn plannen contacten te hebben met Mittal Steel, het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en het Duitse bedrijf Siemens, bouwer van kerncentrales. Uit onderzoek werd echter duidelijk dat Bisram nimmer contact had gehad met deze bedrijven. De plannen van Chanderbosh Bisram bleven dan ook zeer vaag en omgeven met vraagtekens.

Daarenboven heeft het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS) vorig jaar de overheid negatief geadviseerd inzake de vergunningaanvraag van Bisram voor de bouw van de kerncentrale. Het NIMOS liet de Nederlander Paul Kraaijer, die sinds 2003 het Surinaamse milieu- en afvalbeleid dagelijks volgt en daarover publiceert, weten dat Bisram probeerde bij elke minister zijn zegje te doen en daarbij vertelde zelfs beweerde dat zijn centrale geen afval produceert. Iedere kerncentrale produceert echter afval. Nù beweert Bisram dat zijn centrale wel degelijk afval produceert en dat dit zelfs wordt teruggenomen door de leveranciers van de brandstof voor de centrale.
In 2006 verklaarde Bisram verder dat spiritualiteit aan de basis staat van zijn plannen. In een reactie naar Kraaijer zei de ondernemer in september 2006: “Als nationalist ben ik verplicht mijn land tot een industrieland te maken.”

In tegenstelling tot in 2006 hebben nu ook enkele Nederlandse media aandacht voor de Surinaamse kerncentrale plannen. Voor het eerst laat een milieuorganisatie van zich horen. Greenpeace toont zich fel tegenstander. In Suriname is geen echte milieubeweging en zal er ook weinig concreet verzet van de grond komen. Het Surinaamse ‘verzet’ blijft beperkt tot het plaatsen van reacties op een aantal Surinaamse internetsites. Over het algemeen zijn die reacties negatief van toon en velen spreken zelfs over een vervroegde 1 april grap.

Maar, ook nu zijn de door Bisram publiek gemaakte plannen bijzonder vaag. Tegenover de media laat hij zich niet uit over wie de kerncentrale gaat bouwen, of de financiering rond is (hij spreekt over investeerders in Nederland, Duitsland en Engeland), of hij nu wel een bouwvergunning heeft en wie de brandstof voor de centrale gaat leveren (hij beweert dat de nucleaire brandstof afkomstig zal zijn van bedrijven in Italië, Zuid-Afrika, Japan, China en Frankrijk). Het is overigens hoogst ongebruikelijk dat de brandstof voor een kerncentrale door meerdere landen c.q. bedrijven geleverd wordt. Meestal wordt met slechts één leverancier een contract afgesloten. In hoeverre heeft Bisram getekende contracten op zak?

Kraaijer heeft al deze vragen voorgelegd aan Bisram en is in afwachting van een reactie. De Zwollenaar is zich bewust van de mogelijkheid dat Bisram geen antwoord kan geven op de vragen, omdat zijn plannen nog niet hebben geleid tot het daadwerkelijk afsluiten van allerlei noodzakelijke contracten.

Naast deze onduidelijkheden blijkt er ook binnen de Surinaamse ministerraad veel onduidelijkheid te zijn. Enkele ministers staan lijnrecht tegenover elkaar.

Minister Lygia Kraag-Keteldijk van Buitenlandse Zaken moet zelfs nog uitzoeken hoe een lidmaatschap van de IAEA (International Atomic Energy Agency in Wenen) moet worden gevraagd en aan welke voorwaarden een land moet voldoen voor een dergelijk lidmaatschap. Kraaijer vraagt zich af waarom Suriname niet na haar onafhankelijkheid lid is gebleven van de IAEA. Feitelijk was Suriname door het lidmaatschap van Nederland tot de onafhankelijkheid lid van deze organisatie. Nederland werd bij de start van het agentschap in 1957 lidstaat.

Een dag na het bekend worden van de kerncentrale plannen van Bisram, gaf het ministerie van Buitenlandse Zaken een persbericht uit waarin de regering verklaart voorlopig geen heil te zien in het gebruik van kernenergie voor economische activiteiten.

In de publieke discussie mengde zich ook ex-parlementsvoorzitter Indra Djwalapersad. Zij is voorstander van het gebruik van zonne-energie en waterkracht-energie. Mevrouw Djwalapersad wordt hierin gesteund door de minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Gregory Rusland. ‘Kernenergie is momenteel niet van belang voor de regering’, aldus Rusland. Zijn collega-minister Cifford Marica van het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu, staat lijnrecht tegenover hem. ‘Kernenergie zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van het energievraagstuk in Suriname’, aldus Marica. Hij is van mening dat de kernenergie-optie serieus bekeken moet worden. Minister Rusland wil daarentegen dat alternatieven verder onderzocht moeten worden.

Grote vraag voor velen is in hoeverre de vermeende kerncentrale plannen van Chanderbosh Bisram serieus genomen dienen te worden. Is het plan een speeltje van Bisram of tracht hij via politieke achterdeurtjes zijn plannen daadwerkelijk te kunnen gaan verwezenlijken?
Kraaijer is van oordeel dat dit jaar zeker geen kerncentrale gebouwd gaat worden in Commewijne. Er zijn te veel onduidelijkheden en Bisram zal nog vele vragen moeten beantwoorden. Zolang de ondernemer de onduidelijkheden niet wegneemt en vragen niet beantwoord blijven vele Surinamers met vragen zitten en blijven het verhaal en de plannen van Bisram ongeloofwaardig te noemen.

Daarbij dienen Surinamers zich de vraag te stellen of het land echt zit te wachten op een risicovolle kerncentrale die enkel en alleen gebouwd gaat worden om een aluminiumfabriek van energie te kunnen voorzien. Is het land klaar voor een dergelijk groots project, waarbij het veiligheidsaspect van levensbelang is?
Suriname kampt al met ernstige problemen met het ophalen en opslaan van oude asbestdakplaten en gewoon huishoudelijk afval…

zondag 19 november 2006

Laag radioactief afval waarschijnlijk in milieu gedumpt....

Kernafval geen prioriteit in Suriname
Expertise om afval te verwerken ontbreekt

19-11-2006  Door: Paul Kraaijer


ZWOLLE 19-11-2006 – Laag radioactief ziekenhuisafval in Suriname wordt waarschijnlijk in het milieu gedumpt. Tot die conclusie komt Paul Kraaijer uit Zwolle. Sinds juni 2003 doet hij onderzoek naar hoe in Suriname wordt omgegaan met – de opslag van – laag radioactief afval.

Milieu- en afvalbeleid in Suriname staat nog in de kinderschoenen. Er zijn positieve ontwikkelingen waar te nemen, maar op het terrein van gevaarlijke soorten afval ontbreekt veel expertise. Niemand weet überhaupt wat er aan gevaarlijk afval in het land aanwezig is, laat staan in welke hoeveelheden.

Aanleiding voor het onderzoek was het door de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) in Vlissingen op 18 juni 2003 gedane voorstel aan de Tweede Kamer om de voormalige en huidige overzeese rijksdelen van Nederland te helpen bij de opslag van haar kernafval.

Op het moment dat Kraaijer van dit voorstel vernam was hij verbaasd, immers de COVRA doelde in haar voorstel ook op Suriname. Als frequent bezoeker van Suriname vroeg hij zich af wat er in het land aan radioactief afval aanwezig is en hoe dit wordt opgeslagen en hoe ermee wordt omgegaan. Op eigen initiatief startte Kraaijer een onderzoek. Intensief e-mailverkeer met diverse instanties en personen in Suriname heeft alleen de “wetenschap” opgeleverd dat in Suriname slechts enkele radioactieve naalden aanwezig zouden zijn. Die “wetenschap” werd aan Kraaijer in een e-mail in november 2003 medegedeeld door de toenmalige vice-voorzitter van de Nationale Assemblee, mevrouw mr. Ruth Wijdenbosch: "in de industrie en de landbouw wordt geen gebruik gemaakt van radioactieve straling. Tevens is de import en export van radioactief afval verboden volgens het Besluit Negatieve Lijst (wet in Suriname). In het verleden is in de geneeskunde wel gebruik gemaakt van radioactieve naalden voor de bestraling van kanker. Deze naalden zijn door de desbetreffende ziekenhuizen (volgens mijn info slechts een ziekenhuis) “veilig” opgeborgen. …”
,br /> Deze reactie stemde Kraaijer niet tevreden. Er moet meer laag-radioactief afval zijn afkomstig uit ziekenhuizen zoals kleding, handschoenen, verouderde apparatuur, etcetera. Wat gebeurt hiermee?

Tussen juni 2003 en oktober van dit jaar heeft hij gepoogd antwoorden te verkrijgen. Hij heeft contact gehad met onder andere het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (het NIMOS), de Stichting Voor een Schoon Suriname (SVSS), het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG, onderdeel Ministerie van Volksgezondheid, directeur Lesley Resida), de Surinaamse vertegenwoordiger van de Pan American Health Organisation (PAHO), de International Atomic Energy Agency (IAEA, Wenen, Oostenrijk) en de heer Jules de Kom (toxicoloog, werkzaam in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo). Ook heeft Kraaijer diverse malen de directie van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo via e-mail en gewone post met vragen benaderd. Ondanks herhaalde verzoeken heeft de directie nimmer de moeite genomen om de e-mails te beantwoorden. De laatste brief aan de directeur van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo, de heer Joemmankan, heeft Kraaijer op 22 oktober verzonden. Overigens kampt het Academisch Ziekenhuis Paramaribo met een afvalprobleem. Het ziekenhuis heeft een verouderde verbrandingsoven die de huidige hoeveelheid afval niet meer kan verwerken en aan vervanging toe is. Het ontbreekt echter aan voldoende financiële middelen om binnen korte termijn een nieuwe oven aan te schaffen.

Dat zwijgen van de heer Joemmankhan en het niet verkrijgen van de gevraagde informatie doet het vermoeden versterken dat het gevaarlijke laag radioactieve afval, hoe gering in hoeveelheid ook, met regulier afval in het milieu wordt gedumpt. Uit eigen ervaring en met zijn eigen ogen heeft Kraaijer diverse malen kunnen zien dat in en rond Paramaribo onder andere kapotte vrieskisten, koelkasten, auto’s en ander (huishoudelijk) afval “gewoon” in de natuur wordt gedumpt. Daarnaast wordt veel afval verbrand. Inmiddels heeft Kraaijer uit Surinaamse bron vernomen dat het Academisch Ziekenhuis Paramaribo afval dumpt en/of verbrand in de natuur.

Volgens het United Nations Environmental Programme, opgesteld in een document naar aanleiding van een conferentie in Port of Spain, Trinidad and Tobago, 19 – 22 mei 2003, is de motivatie van mensen, bedrijfsleven en industrie in Suriname om afval in de open lucht te verbranden gelegen in gemak, gewoonte en kostenbesparing. Met klemt stelt de UN dat ziekenhuisafval apart moet worden ingezameld en behandeld, maar daarentegen vormt het in Suriname een onderdeel van het gewone afval uit de stad. Bij verbranding in de open lucht komt ook nog eens dioxine vrij, gevaarlijk voor mens en milieu. Medisch afval vormt door verbranding een van de grootste bijdragen aan de hoeveelheid dioxine in de lucht, aldus de UN. De Surinaamse afdeling van de PAHO doneerde 70 verbrandings”ovens” waarmee onder andere medisch afval, zoals naalden gebruikt in vaccinatiecampagnes, afkomstig van gezondheidsklinieken uit het binnenland van Suriname, kan worden verbrand. Die “ovens” zijn door studenten van het Natuur Technisch Instituut (NATIN) gemaakt van gebruikte oliedrums!

In augustus 2004 bereikte Kraaijer via de Suriname Aluminium Company L.L.C. (SURALCO) per e-mail het bericht dat dit bedrijf in het verleden op verzoek van lokale ziekenhuisinrichtingen uitsluitend gebruikte injectienaalden in haar medische verbrandingsoven in Paranam heeft vernietigd.

“Teneinde echter te voorzien in de behoefte der ziekenhuisinrichtingen (het Diakonessenhuis en het St. Vincentius Ziekenhuis te Paramaribo) werd in de maand april 2002 een medische verbrandingsoven geschonken aan de Stichting WASPAR voor gezamenlijk gebruik door de beide voormelde ziekenhuizen.”

Uiteraard zocht Kraaijer contact met de Stichting WASPAR (Stichting Wasserij Partikuliere Ziekenhuizen). Van de bedrijfsleider van deze stichting ontving hij op 15 augustus 2005 de mededeling dat buiten het Ministerie van Volksgezondheid om geen mededelingen mochten worden gedaan.

Antwoorden bleven uit. Het ministerie reageerde niet.

Van 15 oktober tot en met 8 november 2005 zette Kraaijer zijn onderzoek in Suriname voort. Tijdens het verblijf in Suriname sprak hij met een vertegenwoordigster van het NIMOS, met Jules de Kom en met Lesley Resida (hiervoor genoemd). Kraaijer werd niet veel wijzer. De heer Resida van het Bureau Openbare Gezondheidszorg (Ministerie van Volksgezondheid) kon slechts vertellen dat het onderwerp kernafval geen prioriteit heeft. Deskundigheid ontbreekt, aldus Resida.

In zijn eigen burelen staat oude röntgenapparatuur in een afgesloten ruimte. Wat er mee moet gebeuren weet hij niet. Volgens Resida ontbreekt ook hier de expertise om de apparatuur uit elkaar te halen. Naar aanleiding van het bezoek van Kraaijer zou hij wel zijn superieuren informeren.

Kraaijer wees de heer Resida op enkele ernstige ongelukken in het recente verleden met laag-radioactief afval afkomstig uit ziekenhuizen (Goiânia, Brazilië, september 1987 – Ikitelli, Istanbul, Turkije, december 1998 – Samut Prakan, Bangkok, Thailand, februari 2000). Deze ongelukken hadden ernstige, langdurige en verstrekkende gevolgen voor de volksgezondheid. Zij waren het directe gevolg van inadequate opslag van- en onzorgvuldig handelen met laag-radioactief afval afkomstig uit ziekenhuizen en medische onderzoeksinstituten. Nucleair afval dook op in afvalhopen bij metaalhandelaren, “gewoon” gedumpt. Het afval bleek veelal gebruikt te zijn bij de behandeling van kankerpatiënten. Ten gevolge van die dumpingen overleden mensen, mensen werden ernstig ziek en ledematen moesten worden geamputeerd (daaronder ook niets vermoedende spelende kinderen) De ongelukken hadden allen ook politiek inhoudelijke consequenties en overal werd de vraag gesteld wie nu feitelijk verantwoordelijk was voor de opslag van radioactief afval. Dergelijke ongelukken moeten voorkomen worden, aldus Kraaijer.

Om de druk op te voeren op de directeur van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (om hem eindelijk te bewegen openheid van zaken te geven over de gang van zaken rond radioactief afval in zijn ziekenhuis) heeft de Zwollenaar in de eerste week van november brieven verzonden aan de Surinaamse vertegenwoordiger van de Pan American Health Organization (PAHO) in Paramaribo, aan de World Heath Organization (WHO) in Wenen, Oostenrijk, en aan Paul Somohardjo, voorzitter van de Nationale Assemblee.

Na terugkeer in Nederland ging Kraaijer door met zijn onderzoek. Sinds september van dit jaar heeft hij deze speciale internet weblog opgezet, waarin dagelijks wordt bericht over het milieu- en afvalbeleid in Suriname. Op dit weblog is ook veel informatie te vinden over plannen van de Surinaamse ondernemer Bisram om een kleine kerncentrale te willen bouwen in het district Commewijne. Zo is een opmerkelijke reactie te lezen van Bisram op aan hem door Kraaijer gestelde vragen en van natuurbeschermings organisatie STINASU die Bisram kwalificeert als een “doorgedraaide idioot”.

Kraaijer hoopt eind dit jaar, begin 2007, zijn onderzoek in Suriname voort te kunnen zetten.

vrijdag 15 september 2006

Weet niemand hoeveel radioactief afval aanwezig is in Suriname?

Zoektocht naar laag radioactief afval in Suriname

15-09-2006  Door: Paul Kraaijer


In de zomer van 2003 begon Kraaijer zijn onderzoek naar hoe in Suriname wordt omgegaan me(de opslag van) laag radioactief afval. Hij zocht slechts antwoord op de volgende drie vragen:

Hoe wordt omgegaan met dit gevaarlijke afval?
Hoe wordt het afval opgeslagen?
Hoeveel laag radioactief afval is in het land aanwezig?

Dit lijken drie simpel te beantwoorden vragen.

Ruim drie jaar later heeft echter feitelijk niemand de antwoorden kunnen geven. De enige concrete reactie ontving Kraaijer van de toenmalige vice-voorzitter van de Nationale Assemblee, mevrouw mr. Ruth Wijdenbosch. In een e-mail meldde zij in november 2003:

"(...) Het antwoord komt erop neer:
dat in de industrie en de landbouw geen gebruik wordt gemaakt van radioactieve straling. Tevens is de import en export van radioactief afval verboden volgens het Besluit Negatieve Lijst (wet in Suriname). In het verleden is in de geneeskunde wel gebruik gemaakt van radioactieve naalden voor de bestraling van kanker. Deze naalden zijn door de desbetreffende ziekenhuizen (volgens mijn info slechts een ziekenhuis) "veilig" opgeborgen. (...)"

Deze informatie had mevrouw Wijdenbosch overigens ontvangen van het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS).

Maar, er moet volgens Kraaijer meer zijn aan laag radioactief afval. Wat te denken van verouderde rontgenapparatuur en ziekenhuiskleding? Wat gebeurt daarmee en met naalden die gebruikt zijn bij de behandeling van kankerpatienten?

Het NIMOS laat Kraaijer in februari 2004 het volgende weten:
* er is in Suriname geen specifieke wetgeving over gevaarlijk afval met betrekking tot het
opslaan, verwerken danwel transporteren van dit afval;
* er zijn in Suriname geen afvalverwerkingsfaciliteiten;
* er zijn in Suriname illegale vuilstortplaatsen;
* gevaarlijk afval (bedrijfsafvalstoffen, medisch afval, etcetera) wordt in het milieu gedumpt;
* het NIMOS gaat een inventarisatie maken van gevaarlijk afval en hoe het verwerkt dient te
worden.

Een onthutsende reactie!

Het feit dat tot de dag van vandaag niemand heeft kunnen of willen mededelen wat de situatie in Suriname is met betrekking tot laag radioactief afval, is veelzeggend. Het versterkt ook het vermoeden bij Kraaijer dat dit afval mogelijk op een niet juiste wijze wordt verwerkt en/of opgeslagen. Het vermoeden wordt sterker als blijkt dat ondanks vele e-mails en brieven van Kraaijer, de directeur van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo nooit heeft gereageerd. Waarom niet?
Heeft hij iets te verbergen?
Wordt zijn laag radioactief afval daadwerkelijk in het milieu gedumpt?


Het ontbreekt, volgens Kraaijer, mogelijk aan voldoende kennis om het gevaarlijke radioactieve afval op een veilige wijze op te slaan. Hij benadrukt, dat dat afval de komende jaren meer zal worden. Vooral door de komst van een kankerbehandelingscentrum (Radiotherapeutisch Centrum Suriname) bij het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. De eerste steen wordt in februari 2007 gelegd en de oplevering wordt in juni 2008 verwacht (kosten $ 8.4 miljoen).
De kennis inzake opslag van bijvoorbeeld radioactieve naalden is wel aanwezig bij het Internationaal Atoom Agentschap in het Oostenrijkse Wenen (http://www.iaea.org).
Maar, Suriname is geen lidstaat van de IAEA.
Opmerkelijk, aldus Kraaijer, vooral nu ook met regelmaat geluiden te horen zijn in Suriname over het mogelijk invoeren van kernenergie c.q. de bouw van een kleine kerncentrale.

Het IAEA heeft de eerste jaren van 2000 Chili geholpen met het zorgen voor een veilige opslag van radioactieve bronnen.

Wellicht zou het raadzaam zijn dat ook Suriname zich gaat aanmelden voor een IAEA lidmaatschap.....
wordt vervolgd.

dinsdag 2 mei 2006

Compleet ontwateringsplan Groot-Paramaribo ligt sinds 2002 in de kast van ministerie van OW

Geen geld voor ontwateringsplan Paramaribo

02-05-2006  Door: Paul Kraaijer


Zwolle, Nederland 02-05-2006 – Een compleet ‘Beheer- en Monitoringplan’ voor een goede ontwatering van Groot Paramaribo ligt sinds 2002 te wachten op uitvoering.
Het plan omvat alle beheersactiviteiten zoals inspecties, gegevensverwerking, onderhoud en management.


Hevige regenval zorgde ervoor dat de afgelopen dagen delen van Paramaribo blank stonden. Het openbare leven lag gedeeltelijk stil. Winkels en scholen waren gedwongen hun deuren te sluiten. De wateroverlast werd vooral veroorzaakt door slecht onderhouden trenzen, duikers, riolen en pompgemalen. Voor de Surinaamse overheid heeft dat geen prioriteit. Ondertussen ondervindt de gewone Surinamer veel leed door de wateroverlast.

In opdracht van het Surinaamse ministerie van Openbare Werken hebben Broks-Messelaar Consultancy (Amersfoort), Sunecon (Paramaribo), Delft Hydraulics (Rotterdam) en DHV Water (Amersfoort) in het voorjaar van 2001 het Beheersplan opgesteld als onderdeel van het Masterplan Ontwatering Groot Paramaribo. Het gehele Masterplan is in 2002 voltooid.

‘Behalve een structureler beheer en onderhoud, omvat het Masterplan ook verbeteringsmaatregelen (oplossen hydraulische knelpunten) en adviezen over de organisatie van alles’, aldus Arjan Messelaar van het Nederlandse Broks-Messelaar Consultancy. Na voltooiing van het Masterplan moest de uitvoering volgen. Volgens Messelaar is de uitvoering de eerste jaren niet gelukt, omdat er onvoldoende financiering voor werd gevonden. Hij vervolgt: ‘En omdat ik nog steeds niets heb gehoord over de uitvoering, neem ik aan dat de uitvoering van het plan nog steeds op zich laat wachten.’

Voor het gehele plan was een raming opgesteld van de jaarlijkse beheerskosten.

Messelaar betreurt het dat er nu weer sprake is van ernstige wateroverlast.

‘Wat jammer, want van de ontwateringsinfrastuctuur in Paramaribo is zeker iets goeds te maken. Met een goed beheer en onderhoud kan al een aanzienlijk deel van de problemen worden verminderd.’, aldus Messelaar, als vakman reagerend. Hij vervolgt: ‘Als mens denk ik: Zoals ik de Surinamers heb leren kennen, kunnen zij gelukkig, ondanks de wateroverlast, vast nog wel een brede lach op hun gezicht toveren.’

Toch is deze keer de kritiek vanuit de Surinaamse samenleving op de overheid hevig. In niet mis te verstane bewoordingen uiten vele Surinamers hun gevoelens over de wateroverlast en over de houding van de overheid onder andere op vele internetsites in Suriname en in Nederland.

In zijn jaarrede van 2000 zei president Venetiaan: 'Aan de hand van het af te ronden Masterplan inzake de ontwatering van Groot-Paramaribo, zal onze hoofdstad worden bevrijd van het steeds terugkerend probleem van het onderlopen van grote delen ervan.'

Noot:
Het artikel is geplaatst op het weblog van Iwan Brave, http://www.amsterdamsvenster.blogspot.com, op de internetsite van het Korps Politie Suriname 'Natuur en Milieu, http://www.korps-politie-suriname.com en op 3 mei in het Dagblad Suriname, http://www.dbsuriname.com. Op 14 mei is het artikel opgenomen in de Milieukrant van de Ware Tijd, http://www.dwtonline.com, en is het op 14 mei ook geplaatst in de Times of Suriname.