Posts tonen met het label WASPAR. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WASPAR. Alle posts tonen

dinsdag 17 juli 2012

Verbrandingsoven medisch afval in bewoond gebied

Hoe milieubewust is directeur Bergraaf van ReComSur – Er zit een luchtje aan de oven

Papier en praktijk twee gescheiden werkelijkheden


17-07-2012   Door: Paul Kraaijer

Het afvalverwerkingsbedrijf ReComSur N.V. (Recycling Company Suriname) blijkt al enkele maanden op een perceel aan de Commissaris Weythingweg te Wanica medisch afval ‘proef’ te verbranden in een verbrandingsoven (op de ReComSur-website wordt die tak van het bedrijf omschreven als: Medical Waste Business Unit, Commissaris Weytingweg 127 Oost, Leiding 11 A, Paramaribo – Suriname). Omwonenden, die verbrandingsoven staat dus gewoon in bewoond gebied, ondervinden hinder van de afvalverbranding en maken zich zorgen, omdat het gaat om medisch afval.

‘Waakhond’ opent de aanval op ReComSur en directeur Bergraaf
Het actualiteitenprogramma ‘Waakhond’ van Sky Radio & TV besteede op vrijdag 13 juli 2012 uitgebreid aandacht aan deze zaak. De vertoonde beelden van onder andere de dikke zwarte rook afkomstig uit een schoorsteen van de verbrandingsoven, spraken boekdelen. Bewoners die op korte afstand van het ReComSur-terrein wonen deden hun onthutsende verhaal. De directeur van het bedrijf, Humphrey Bergraaf, werd door een medewerkster van ‘Waakhond’ telefonisch benaderd met een serie kritische vragen over de aanwezigheid van die verbrandingsoven voor medisch afval in een bewoonde buurt.


Hoelang wordt er al medisch afval verbrandt aan de Commissaris Weythingweg, heeft ReComSur hiervoor de benodigde vergunningen, wat voor medisch afval wordt verbrand, zijn de omwonenden ook vòòraf geïnformeerd over de komst van die oven in hun buurt, bent u bereid om in de studio in discussie te treden met enkele omwonenden en worden er ook petflessen verbrand? Dat waren een paar van de vragen aan de heer Bergraaf die op de meeste vragen geen afdoende antwoord wist te geven. Voor wat betreft een eventuele vergunning liet Bergraaf weten dat slechts een Hinderwetvergunning is vereist en dat hiertoe een aanvraag loopt. Maar, al sedert maart van dit jaar wordt in de oven afval verbrand, dus zonder een vergunning. Op de website van ReComSur wordt gesteld dat het bedrijf beschikt over alle vereiste vergunningen voor alle handelingen die te maken hebben met afvalverwerking – ‘ReComSur N.V., has all of the necessary licences relating to waste handling activities in place.’

Buurtbewoners wonen sinds maart onder zwarte giftige rook
Luisterend naar de ontwijkende antwoorden van Bergraaf bekruipt je het gevoel dat er iemand spreekt die het niet zo nauw neemt met het milieu, die niet goed bekend is met wet- en regelgeving, die liever omwonenden uit de weg gaat, die de waarheid niet helemaal spreekt, die omwonenden niet serieus neemt, die zich in het nauw gedreven voelt en misschien ook iemand die op zijn terrein laat in de avond en ’s nachts van alles en nog wat verbrandt en zeker niet alleen medisch afval. Volgens omwonenden worden er namelijk ook petflessen en zelfs computers in de oven gedonderd. Op het terrein liggen vele grote plastic zakken vol petflessen, terwijl het bedrijf voor dat afval een speciale locatie heeft aan de Wayamboweg te Saramacca. De naaste buren van ReComSur aan de Commissaris Weythingweg ondervinden hinder van de rook en de bedrijfsactiviteiten op het terrein van het bedrijf. Bij het verbranden van medisch afval komen ook nog eens diverse giftige stoffen vrij, waaronder zware metalen en dioxine.

‘Waakhond’ was uitgenodigd om bij ReComSur aanwezig te zijn om de ondertekening van een samenwerkingsbijeenkomst tussen het bedrijf en het ministerie van Volksgezondheid bij te wonen. ReComSur ontving van het ministerie in bruikleen een door Amerika geschonken verbrandingsoven voor het verbranden van medisch afval. Toen een ploeg van ‘Waakhond’ bij ReComSur arriveerde, bleek dat de ondertekening op het laatste moment was verplaatst naar het ministerie. Kennelijk voelden zowel ReComSur als het ministerie nattigheid en hadden zij liever toch geen vertegenwoordigers van de pers op het bedrijfsterrein: er zouden slapende honden wakker gemaakt kunnen worden......

WASPAR en haar defecte verbrandingsoven voor medisch afval
In het kader van mijn onderzoek naar de opslag en verwerking van laag radioactief afval in Suriname tussen juni 2003 en de Nederlandse zomer van 2005, ontving ik op 26 augustus 2004 een brief van een heer George R. Bijnoe, ‘senior officer public relations and communications’ van Suralco. Ik had hem benaderd na verkregen informatie van de Pan American Health Organization, PAHO, dat bij Suralco een verbrandingsoven zou staan. Hij liet mij onder andere het volgende weten:

‘(...) In het verleden hebben wij op verzoek van lokale ziekeninrichtingen uitsluitend gebruikte injectienaalden in onze medische verbrandingsoven te Paranam vernietigd. Teneinde echter te voorzien in de behoefte der ziekeninrichtingen Diakonessenhuis en het St. Vincentius Ziekenhuis te Paramaribo werd in de maand april 2002 een medische verbrandingsoven geschonken aan de Stichting WASPAR voor gezamenlijk gebruik door de beide voormelde ziekenhuizen. Daarbij werd op het management van WASPAR uitdrukkelijk een beroep gedaan andere medische instellingen dan de twee voormelde ziekenhuizen, op hun verzoek, ook van dienst te zijn bij de vernietiging van hun medisch afval. (...)’

Op 30 juni 2005 benaderde ik WASPAR voor nadere informatie en op 15 augustus 2005 ontving ik deze veelzeggende, maar ook nietszeggende, reactie van Stichting Wasserij Particulieren Ziekenhuizen, WASPAR:

‘In verband met genoemd onderwerp deel ik u mede, dat wij u buiten het Ministerie van Volksgezondheid om geen informatie kunnen mededelen. De stg. Wasserij Particuliere Ziekenhuizen valt onder het Min. van Volksgezondheid, het hoogste orgaan m.b.t. de volksgezondheid, dus adviseren wij u uw brief te richten aan deze instantie. Zij zal op haar beurt ons hiervan verwittigen, en indien nodig zelf hierover met u corresponderen.’

Waarom kon WASPAR niet zelf reageren, het is immers gewoon een stichting.
Vervolgens heb ik niets meer vernomen......ook niet van het ministerie, dat diverse malen door mij tijdens mijn onderzoeksperiode is benaderd.

Volgens een in 2006 uitgebracht rapport van drs. Louise Francis Zuilen van de Universiteit van Gent, België, verbrandt WASPAR onder andere ampulen en injectienaalden, oude en niet meer te gebruiken medicijnen van apotheken, handschoenen en verbandmateriaal uit operatiekamers van ziekenhuizen en matrassen en beddengoed van AIDS-patiënten. Uit haar onderzoek werd ook duidelijk dat al het andere medisch afval gewoon op de vuilstort Ornamibo wordt gedumpt, waar het een risico oplevert voor ‘rapers’, mensen die bruikbare spullen voor verkoop zoeken tussen al het afval. De as uit de WASPAR verbrandingsoven wordt ook te Ornamibo gedumpt, aldus het rapport.

ReComSur heeft sinds begin 2011 verbrandingsoven te Saramacca......
In februari 2011 werd bekend dat ReComSur met een door het ministerie van Volksgezondheid ter beschikking gestelde vrachtwagen medisch afval zou gaan inzamelen. In een opgesteld contract werd opgenomen dat het medisch afval wordt vernietigd in ‘een nieuwe verbrandingsoven van haar bedrijfsplant in Saramacca’, aan de Wayamboweg 54. Bij de ondertekening liet de directeur van ReComSur, Humphrey Bergraaf, weten dat het verbranden van medisch afval volgens internationale normen en regels gaat geschieden. Gebruikelijk was dat medisch afval ‘gewoon’ werd verbrand op de Hindoestaanse cremeerplaats te Weg naar Zee. Verbrandingsovens mogen niet in bewoond gebied worden geplaatst. ReComSur maakte verder bekend dat een tweede oven zou worden aangeschaft ‘om metalen, zoals naalden, te smelten’; dat is mogelijk de oven die sinds maart van dit jaar aan de Commissaris Weythingweg staat.


Zo’n anderhalf jaar later, 13 juli 2012, wordt bekend dat ReComSur van het ministerie van Volksgezondheid een verbrandingsoven in bruikleen krijgt om medisch afval te verwerken en te verbranden. Daartoe werd op 11 juli 2012 een overeenkomst ondertekend in het ministerie. Behalve de nieuwe ReComSur-oven zijn er nog twee verbandingsovens voor medisch afval in Suriname: WASPAR beschikt over een oven, maar die zou ‘kapot’ zijn en het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP) heeft ook een verbrandingsoven, maar die zou ‘verplaatst’ moeten worden.

Onduidelijk is wat WASPAR nu doet met medisch afval en hoelang haar oven al ‘kapot’ is en waarom de oven van het AZP ‘verplaatst’ moet worden en naar waar...... Zowel het AZP als mevrouw Marthelise Eersel,  directeur van het ministerie van Volksgezondheid, waren ‘niet bereikbaar’ voor een reactie.

Het is niet de eerste keer dat WASPAR te kampen heeft met een defecte verbrandingsoven. Eind september 2006 werd bekend dat diverse medische instellingen al maandenlang zaten opgescheept met vuile en gebruikte medische spullen die ze niet kwijt konden. Reden: een defecte verbrandingsoven bij WASPAR. Toenmalig minister Celsius Waterberg van Volksgezondheid was niet op de hoogte dat de oven al enkele maanden kapot was.

Onhandig optreden ministerie van Volksgezondheid
Mevrouw Marthelise Eersel, liet in het ABC actualiteitenprogramma ‘Magazine 4’, vrijdagmiddag 13 juli, weten dat onderzocht gaat worden waar de oven geplaatst gaat worden. Maar die oven – volgens omwonenden – staat al sinds maart van dit jaar op het terrein van ReComSur aan de Commissaris Weythingweg/Leiding 11A en is ook sinds die maand een paar malen per dag in werking. Ook zei mevrouw Eersel dat omwonenden nog geïnformeerd gaan worden door het ministerie over de verbrandingsoven. Dat lijkt de omgekeerde wereld. Normaal gesproken ga je als overheidsinstantie of als ReComSur eerst burgers fatsoenlijk informeren over plannen en voornemens om vervolgens al dan niet tot uitvoering ervan over te gaan. Een ander opmerkelijk gegeven is dat gewone burgers geen huishoudelijk afval op de eigen percelen of in bermen of in trenzen meer mogen verbranden. Dit plaatst het verbranden van medisch afval in een verbrandingsoven op een perceel in een bewoonde omgeving te Wanica in een bedenkelijk daglicht en het lijkt op het meten met twee maten en inconsequent overheidsoptreden.

Kwestie stinkt
Deze hele kwestie stinkt aan alle kanten. Zowel voor wat betreft het handelen van ReComSur als vermeend milieubewuste onderneming, maar ook voor wat betreft het amateurische en onzekere handelen van het ministerie. ReComSur plaatst een verbrandingsoven in bewoond gebied en de overheid heeft dat toegestaan. De kwestie stinkt ook, omdat het er sterk naar riekt dat ReComSur in de oven ook grote hoeveelheden ander afval, vooral petflessen, aan het verbranden is. De dikke zwarte rookpluimen die uit de korte schoorsteenpijp walmen lijken te duiden op verbranding van plastic materialen.

De directeur van ReComSur is ook nog eens secretaris van de stichting Suriname Waste Management, SuWaMa, die zich samen met de Surinaamse gemeenschap, het bedrijfsleven en de overheid inzet voor een schoner Suriname. Volgens de website van de stichting is dit haar ‘missie’: ‘Het is onze missie om het bewustzijn van de Surinaamse samenleving en bedrijven stelselmatig te verhogen zodat zij op verantwoorde wijze omgaan met milieu, energie en afval. Op naar een schoner Suriname!’

Verder is Bergraaf sinds februari 2011 directeur (‘CEO’) en oprichter (‘founder’) van Suriname Offshore Marine Services, een servicebureau op het gebied van off-shore drilling activiteiten voor oliemaatschappijen (ReComSur houdt zich ook bezig met verwerking van afval uit de on- en offshore industrie en het schoonmaken van opslagtanks)......en sinds juli 2010 directeur van Match Business Consultancy N.V., advisering op het gebied van duurzaam ondernemen. ...... en zo kun je je eigen bedrijven voor elkaar laten werken.......

Aanzien aangetast
De begin dit jaar in alle stilte op het terrein van ReComSur aan de Commissaris Weythingweg geplaatste verbrandingsoven voor medisch afval, heeft het aanzien van het bedrijf als een milieubewust bedrijf aangetast.

Directeur Bergraaf schermt graag met het milieubewustzijn binnen het bedrijf. Dat werd in november 2011 duidelijk toen het zogenoemde ISO 9001:2008 (kwaliteitsmanagement) en 14001 (milieumanagement) werd behaald. Een trotse Bergraaf liet toen weten: ‘Met het behalen van deze ISO certificaten wordt aangegeven dat wij continu onze werkwijze zullen verbeteren en ook steeds de kwaliteit zullen verhogen hierdoor zal ReComSur N.V. ook beter en meer rekening houden met de diverse milieuaspecten en milieueffecten en daar waar nodig de impacts van deze milieueffecten direct tot minimum beperken.’

(De ISO 9001 is de internationale norm voor kwaliteitsmanagementsystemen. De organisatie ISO (Genève) staat in voor het opstellen en beheren van duizenden verschillende normen. De meeste hiervan zijn productgericht, maar enkele normen slaan op generieke managementsystemen. Verreweg de bekendste is de ISO 9001. Volgens de ISO 9001 standaard moet het kwaliteitsbeleid van het bedrijf op papier staan en moet dit beleid bekend zijn bij alle medewerkers. De organisatie moet zorgen voor het verhogen van de klantentevredenheid door te voldoen aan de eisen en wensen van de klanten en aan de wettelijke eisen die van toepassing zijn op het product of de dienst van de organisatie. Daarnaast moet de organisatie de bedrijfsprocessen beheersen en die ook kunnen aantonen. Nadat een externe audit is uitgevoerd, kan het bedrijf een certificaat ontvangen waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de eisen van de standaard. Dat is een teken voor het bedrijf en haar klanten dat zij op een vooraf gestelde en gestructureerde manier aan kwaliteitsmanagement (zorg, beheersing en borging) doet. Dit is echter geen garantie voor een kwalitatief goed product.)

Milieubewustzijn bij ReComSur ver te zoeken......
In de praktijk blijken echter milieuaspecten en milieueffecten geen enkele invloed te hebben op de commerciële wijze waarop ReComSur wordt geleid. Het constante schermen met ISO-certificering en –normen door Humphrey Bergraaf lijkt misplaatst en van geen enkele importantie.

Papier en praktijk zijn twee gescheiden werkelijkheden, zeker voor wat betreft het vermeende milieubewuste ReComSur. Bergraaf was niet bereikbaar voor commentaar.

Noot:
Voor wie wil weten wat binnen de Pan American Health Organization (PAHO) / World Health Organization (WHO) de definitie is van 'medisch afval', klik hier.

(Bron foto verbrandinsgoven WASPAR)

Voor het artikel had ik op 13 juli de heer Bergraaf met een paar vragen via email benaderd. Pas op 19 juli ontvang ik een - begrijpelijke - geïrriteerde reactie. Hieronder een paar van zijn opmerkingen.

'Dat er rook uit de schoorsteen komt is een zeer normaal verschijnsel bij een verbrandingsoven.'
'Gelet moet worden op de concentratie van de uitstoot en niet omdat er rook uit de schoorsteen komt is dat per definitie verkeerd/slecht/giftig.'

'De radius van deze oven is gesteld op 50 meter. Op deze afstand zijn er geen bewoners. Aan de achterkant van het terrein is er een kanaal en bos, aan voorzijde bewoners op 200-300 meter afstand, rechterzijde 75 m een bewoonster en linkerzijde 150 m een leegstaand pand, althans nooit een bewoner aangetroffen.'
'Door een brand bij Waspar is de verwerkingscapaciteit daar komen weg te vallen. ReComSur die de oven reeds 7 maanden had gestald in een lood werd gevraagd te helpen dit probleem op te lossen, noodzaak en noodsituatie.'

'Uw conclusies t.a.v. het niet bekend zijn met wet en regelgeving verwijs ik naar het rijk der fabelen.'

'Hoe kunnen wij geheel gratis plastic flessen en computers ophalen en die gaan verbranden? Wij zijn geen dief van onze eigen portemonnee. Gratis zakken verstrekken en gratis ophalen en dan verbranden???'

'Aan een zijde van terrein te Leiding is er een scheidingsstation waar alle plastic flessen/toners/blikjes/ gesorteerd worden voor verdere verwerking aan de Wayamboweg.
Nooit is gesteld dat de oven aan de Wayamboweg zou komen te staan. In eerste aanleg was er sprake van het district Saramacca.'

'Dat ik mijn bedrijven voor elkaar laat werken, wat niet zo is maar stel dat dan nog is dat geen misdaad.'

'Zonder een bezoek te brengen aan ons bedrijf schrijft u een artikel dat totaal niet op waarheid berust.'
'Ik zal u per direct uit ons bestand laten verwijderen want een gedegen journalist doet eerst onderzoek alvorens aantijgingen te doen die u niet kan waarmaken.'

Mijn reactie:

'Ik vind het jammer dat u zo reageert, vooral daar ik u op 13 juli via email een aantal vragen heb gesteld waarop geen enkele reactie is ontvangen. Dus, voordat ik mijn artikel heb geschreven, heeft u de kans gehad te reageren. Dat u nu pas reageert, nadat het programma Waakhond hierover heeft bericht, betreur ik. Natuurlijk begrijp ik uw reactie, want het is nooit leuk als er eens een wat meer kritisch artikel verschijnt en dan nog slechts op op een hand te tellen webblogs. Had u gereageerd als het artikel een wat meer positieve inhoud zou hebben gehad?

Voor de duidelijkheid, ik ben geen journalist, maar een schrijver/blogger en ik heb u de gelegenheid geboden om op mijn email van 13 juli jongstleden te reageren en ik heb zeker geen 'aantijgingen' gedaan. Als u de tekst eens goed zou lezen ziet u dat ik met regelmaat het woord 'lijkt' gebruik hetgeen niet een stelligheid of feit impliceert. De informatie in mijn artikel is afkomstig uit allerlei openbare bronnen en media-artikelen. Ik heb zelf werkelijk niets verzonnen alleen hier en daar zelf conclusies getrokken en dat mag ik als onafhankelijk schrijver/blogger doen. Het zijn mijn conclusies, goed of niet goed.

Als u beweert dat het artikel niet op waarheid berust, waarom heeft u dan niet gereageerd op eerdere publicaties in de media over bijvoorbeeld uw 'plant' te Saramacca? (http://www.starnieuws.com/index.php/welcome/index/nieuwsitem/4636)

Natuurlijk doet u goed werk voor het milieu, maar deze kwestie rond uw verbrandingsoven was/is op zijn zachtst gezegd niet erg handig en dan is het voorstelbaar en voorspelbaar dat er op een moment kritiek komt. Feit is dat een milieubedrijf een verbrandingsoven voor medisch afval sinds maart van dit jaar - ook al was het een noodsituatie - in werking heeft gehad in bewoond gebied zonder vergunning en ja, op uw website, staat werkelijk dat u beschikt over alle vereiste vergunningen.

Ik heb niet als feit gesteld dat petflessen en computers worden verbrand, dat beweren omwonenden. Dat u uw bedrijven mogelijk voor elkaar laat werken is inderdaad geen misdaad en dat heb ik ook nergens geschreven, het zegt alleen iets over hoe u werkt, niets meer en niets minder. U verwerkt o.a. offshore afval en heeft een servicebureau dat voor die sector werkt.......handig, toch. Natuurlijk, geen probleem, maar wel feitelijke informatie die ik in het artikel heb verwoord.

Dat u mij uit uw bestand verwijderd vind ik prima, immers wat heb ik van u de laatste jaren mogen ontvangen?

Overigens hoop ik dat mensen eerst eens artikelen goed lezen alvorens met allerlei beschuldigingen te komen, dan zal snel duidelijk worden dat 99% van de beschuldigingen ongegrond zijn.

Net als u hoop ik dat er snel wetgeving komt, maar ja, hoelang wacht Suriname al op een Milieuwet? U zou juist blij moeten zijn met de kritische houding van velen ten aanzien van uw verbrandingsoven en dat mensen zich zorgen maken om het milieu en hun gezondheid. Mensen die zonder dat zij vooraf zijn geinformeerd, geconfronteerd zijn met een verbrandingsoven in hun omgeving.

Ik hoop dat wet- en regelgeving snel op orde zijn en dat u gewoon uw werkzaamheden binnen die wet- en regelgeving kunt uitvoeren, want u bent wel een pionier als het gaat om de verwerking van petflessen, maar dat was in deze case niet aan de orde.'

zondag 19 november 2006

Laag radioactief afval waarschijnlijk in milieu gedumpt....

Kernafval geen prioriteit in Suriname
Expertise om afval te verwerken ontbreekt

19-11-2006  Door: Paul Kraaijer


ZWOLLE 19-11-2006 – Laag radioactief ziekenhuisafval in Suriname wordt waarschijnlijk in het milieu gedumpt. Tot die conclusie komt Paul Kraaijer uit Zwolle. Sinds juni 2003 doet hij onderzoek naar hoe in Suriname wordt omgegaan met – de opslag van – laag radioactief afval.

Milieu- en afvalbeleid in Suriname staat nog in de kinderschoenen. Er zijn positieve ontwikkelingen waar te nemen, maar op het terrein van gevaarlijke soorten afval ontbreekt veel expertise. Niemand weet überhaupt wat er aan gevaarlijk afval in het land aanwezig is, laat staan in welke hoeveelheden.

Aanleiding voor het onderzoek was het door de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) in Vlissingen op 18 juni 2003 gedane voorstel aan de Tweede Kamer om de voormalige en huidige overzeese rijksdelen van Nederland te helpen bij de opslag van haar kernafval.

Op het moment dat Kraaijer van dit voorstel vernam was hij verbaasd, immers de COVRA doelde in haar voorstel ook op Suriname. Als frequent bezoeker van Suriname vroeg hij zich af wat er in het land aan radioactief afval aanwezig is en hoe dit wordt opgeslagen en hoe ermee wordt omgegaan. Op eigen initiatief startte Kraaijer een onderzoek. Intensief e-mailverkeer met diverse instanties en personen in Suriname heeft alleen de “wetenschap” opgeleverd dat in Suriname slechts enkele radioactieve naalden aanwezig zouden zijn. Die “wetenschap” werd aan Kraaijer in een e-mail in november 2003 medegedeeld door de toenmalige vice-voorzitter van de Nationale Assemblee, mevrouw mr. Ruth Wijdenbosch: "in de industrie en de landbouw wordt geen gebruik gemaakt van radioactieve straling. Tevens is de import en export van radioactief afval verboden volgens het Besluit Negatieve Lijst (wet in Suriname). In het verleden is in de geneeskunde wel gebruik gemaakt van radioactieve naalden voor de bestraling van kanker. Deze naalden zijn door de desbetreffende ziekenhuizen (volgens mijn info slechts een ziekenhuis) “veilig” opgeborgen. …”
,br /> Deze reactie stemde Kraaijer niet tevreden. Er moet meer laag-radioactief afval zijn afkomstig uit ziekenhuizen zoals kleding, handschoenen, verouderde apparatuur, etcetera. Wat gebeurt hiermee?

Tussen juni 2003 en oktober van dit jaar heeft hij gepoogd antwoorden te verkrijgen. Hij heeft contact gehad met onder andere het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (het NIMOS), de Stichting Voor een Schoon Suriname (SVSS), het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG, onderdeel Ministerie van Volksgezondheid, directeur Lesley Resida), de Surinaamse vertegenwoordiger van de Pan American Health Organisation (PAHO), de International Atomic Energy Agency (IAEA, Wenen, Oostenrijk) en de heer Jules de Kom (toxicoloog, werkzaam in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo). Ook heeft Kraaijer diverse malen de directie van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo via e-mail en gewone post met vragen benaderd. Ondanks herhaalde verzoeken heeft de directie nimmer de moeite genomen om de e-mails te beantwoorden. De laatste brief aan de directeur van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo, de heer Joemmankan, heeft Kraaijer op 22 oktober verzonden. Overigens kampt het Academisch Ziekenhuis Paramaribo met een afvalprobleem. Het ziekenhuis heeft een verouderde verbrandingsoven die de huidige hoeveelheid afval niet meer kan verwerken en aan vervanging toe is. Het ontbreekt echter aan voldoende financiële middelen om binnen korte termijn een nieuwe oven aan te schaffen.

Dat zwijgen van de heer Joemmankhan en het niet verkrijgen van de gevraagde informatie doet het vermoeden versterken dat het gevaarlijke laag radioactieve afval, hoe gering in hoeveelheid ook, met regulier afval in het milieu wordt gedumpt. Uit eigen ervaring en met zijn eigen ogen heeft Kraaijer diverse malen kunnen zien dat in en rond Paramaribo onder andere kapotte vrieskisten, koelkasten, auto’s en ander (huishoudelijk) afval “gewoon” in de natuur wordt gedumpt. Daarnaast wordt veel afval verbrand. Inmiddels heeft Kraaijer uit Surinaamse bron vernomen dat het Academisch Ziekenhuis Paramaribo afval dumpt en/of verbrand in de natuur.

Volgens het United Nations Environmental Programme, opgesteld in een document naar aanleiding van een conferentie in Port of Spain, Trinidad and Tobago, 19 – 22 mei 2003, is de motivatie van mensen, bedrijfsleven en industrie in Suriname om afval in de open lucht te verbranden gelegen in gemak, gewoonte en kostenbesparing. Met klemt stelt de UN dat ziekenhuisafval apart moet worden ingezameld en behandeld, maar daarentegen vormt het in Suriname een onderdeel van het gewone afval uit de stad. Bij verbranding in de open lucht komt ook nog eens dioxine vrij, gevaarlijk voor mens en milieu. Medisch afval vormt door verbranding een van de grootste bijdragen aan de hoeveelheid dioxine in de lucht, aldus de UN. De Surinaamse afdeling van de PAHO doneerde 70 verbrandings”ovens” waarmee onder andere medisch afval, zoals naalden gebruikt in vaccinatiecampagnes, afkomstig van gezondheidsklinieken uit het binnenland van Suriname, kan worden verbrand. Die “ovens” zijn door studenten van het Natuur Technisch Instituut (NATIN) gemaakt van gebruikte oliedrums!

In augustus 2004 bereikte Kraaijer via de Suriname Aluminium Company L.L.C. (SURALCO) per e-mail het bericht dat dit bedrijf in het verleden op verzoek van lokale ziekenhuisinrichtingen uitsluitend gebruikte injectienaalden in haar medische verbrandingsoven in Paranam heeft vernietigd.

“Teneinde echter te voorzien in de behoefte der ziekenhuisinrichtingen (het Diakonessenhuis en het St. Vincentius Ziekenhuis te Paramaribo) werd in de maand april 2002 een medische verbrandingsoven geschonken aan de Stichting WASPAR voor gezamenlijk gebruik door de beide voormelde ziekenhuizen.”

Uiteraard zocht Kraaijer contact met de Stichting WASPAR (Stichting Wasserij Partikuliere Ziekenhuizen). Van de bedrijfsleider van deze stichting ontving hij op 15 augustus 2005 de mededeling dat buiten het Ministerie van Volksgezondheid om geen mededelingen mochten worden gedaan.

Antwoorden bleven uit. Het ministerie reageerde niet.

Van 15 oktober tot en met 8 november 2005 zette Kraaijer zijn onderzoek in Suriname voort. Tijdens het verblijf in Suriname sprak hij met een vertegenwoordigster van het NIMOS, met Jules de Kom en met Lesley Resida (hiervoor genoemd). Kraaijer werd niet veel wijzer. De heer Resida van het Bureau Openbare Gezondheidszorg (Ministerie van Volksgezondheid) kon slechts vertellen dat het onderwerp kernafval geen prioriteit heeft. Deskundigheid ontbreekt, aldus Resida.

In zijn eigen burelen staat oude röntgenapparatuur in een afgesloten ruimte. Wat er mee moet gebeuren weet hij niet. Volgens Resida ontbreekt ook hier de expertise om de apparatuur uit elkaar te halen. Naar aanleiding van het bezoek van Kraaijer zou hij wel zijn superieuren informeren.

Kraaijer wees de heer Resida op enkele ernstige ongelukken in het recente verleden met laag-radioactief afval afkomstig uit ziekenhuizen (Goiânia, Brazilië, september 1987 – Ikitelli, Istanbul, Turkije, december 1998 – Samut Prakan, Bangkok, Thailand, februari 2000). Deze ongelukken hadden ernstige, langdurige en verstrekkende gevolgen voor de volksgezondheid. Zij waren het directe gevolg van inadequate opslag van- en onzorgvuldig handelen met laag-radioactief afval afkomstig uit ziekenhuizen en medische onderzoeksinstituten. Nucleair afval dook op in afvalhopen bij metaalhandelaren, “gewoon” gedumpt. Het afval bleek veelal gebruikt te zijn bij de behandeling van kankerpatiënten. Ten gevolge van die dumpingen overleden mensen, mensen werden ernstig ziek en ledematen moesten worden geamputeerd (daaronder ook niets vermoedende spelende kinderen) De ongelukken hadden allen ook politiek inhoudelijke consequenties en overal werd de vraag gesteld wie nu feitelijk verantwoordelijk was voor de opslag van radioactief afval. Dergelijke ongelukken moeten voorkomen worden, aldus Kraaijer.

Om de druk op te voeren op de directeur van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (om hem eindelijk te bewegen openheid van zaken te geven over de gang van zaken rond radioactief afval in zijn ziekenhuis) heeft de Zwollenaar in de eerste week van november brieven verzonden aan de Surinaamse vertegenwoordiger van de Pan American Health Organization (PAHO) in Paramaribo, aan de World Heath Organization (WHO) in Wenen, Oostenrijk, en aan Paul Somohardjo, voorzitter van de Nationale Assemblee.

Na terugkeer in Nederland ging Kraaijer door met zijn onderzoek. Sinds september van dit jaar heeft hij deze speciale internet weblog opgezet, waarin dagelijks wordt bericht over het milieu- en afvalbeleid in Suriname. Op dit weblog is ook veel informatie te vinden over plannen van de Surinaamse ondernemer Bisram om een kleine kerncentrale te willen bouwen in het district Commewijne. Zo is een opmerkelijke reactie te lezen van Bisram op aan hem door Kraaijer gestelde vragen en van natuurbeschermings organisatie STINASU die Bisram kwalificeert als een “doorgedraaide idioot”.

Kraaijer hoopt eind dit jaar, begin 2007, zijn onderzoek in Suriname voort te kunnen zetten.