vrijdag 16 november 2012

Schaars geklede buitenlanders niet welkom bij Surinaamse Vreemdelingendienst

Badslippers??? Thuis laten………

Minister, kijk eerst eens goed in uw eigen keuken

16-11-2012  COLUMN   Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Soms kom je van die berichten in de Surinaamse media waarbij het even nodig is om je ogen uit te wrijven. Een dergelijk bericht verscheen vandaag in de Times of Suriname. 

Minister Edward Belfort van Justitie en Politie, die toch al bekend staat om zijn stiefmoederlijke belerende wijze van spreken en het bijvoorbeeld via de media criminelen laten weten dat zij beter kunnen stoppen met hun criminele activiteiten, zegt vandaag in die krant dat buitenlanders die zich schaars gekleed aanmelden bij de Vreemdelingendienst, weggestuurd worden. Hoe serieus moet je deze minister nog nemen?

Hij heeft de instructie gegeven om de mensen weg te sturen, omdat hij zelf heeft meegemaakt dat vreemdelingen zich nogal schaars gekleed aanmelden bij de dienst, zo bericht de krant. Volgens Belfort is het 'niet acceptabel dat vreemdelingen in zo een situatie op een overheidskantoor verschijnen'. Wat de minister onder schaars gekleed verstaat, heeft hij echter niet gezegd. Korte 'Crocodile Dundee' broek wellicht, slobberig vakantie t-shirtje, 'topje', kort rokje, houtje-touwtje-sandalen?

Hij meent dat sommige personen een loopje nemen met Surinamers. Over welke buitenlanders Belfort het heeft en wat voor loopje wordt ook niet duidelijk, maar in gemoede kan worden aangenomen dat hij met name doelt op Nederlanders.

Badslippers
De opmerkelijke minister beweert zelfs te weten dat buitenlanders in hun eigen land 'vrij netjes' gekleed naar kantoren gaan, maar dat sommigen weigeren zich in Suriname aan de regels te houden. De minister weet ook dat sommige vreemdelingen zelfs badslippers aan hebben wanneer ze naar de Vreemdelingendienst gaan. Hij wil dat daar een einde aan komt en dat iedereen zicht netjes gekleed aanmeldt. Daarom heeft hij de instructie gegeven aan het personeel van de dienst.

Boven de dertig graden
Hij kan zich niet verplaatsen in waarom een buitenlander 'schaars' gekleed bij de Vreemdelingendienst komt. Vergeet hij dat de temperatuur in Suriname deze dagen constant ver boven de dertig graden is? Een warmte waar menig buitenlander de eerste dagen van verblijf in het land aan moet wennen en juist in die eerste dagen moet je je als buitenlander melden bij de Vreemdelingendienst en dat is geen pretje. Natuurlijk ga je luchtig ofwel schaars gekleed. Zeker geen pretje gelet op de onduidelijkheid daar, het veelal lange wachten en de wijze waarop je als buitenlander door medewerk(st)ers van die dienst te woord wordt gestaan of juist niet. Laat de minister daar eens iets aan doen: klantvriendelijkheid.

Ook merkt de bewindsman op dat sommige buitenlanders zich niet houden aan de verkeersregels. Tegen hen treedt de politie op. Het gaat onder meer om gevallen waarbij personen op de fiets een eenrichtingsweg in tegenovergestelde richting in fietsten. Hierdoor ontstaat een onveilige verkeerssituatie, aldus Belfort. Hij weet dat 'deze mensen' in hun eigen land niet zouden durven om verkeerd te fietsen op een eenrichtingsweg, want daar staat er een fikse boete op. Hoe hij dat weet? Geen idee, maar de arrogante wijze waarop deze minister spreekt leidt ongetwijfeld tot het uiten van verzinsels.

Ook hier duidt hij op Nederlanders. Immers, het zijn vooral - voor Surinamers - opvallend blonde, jonge, Nederlandse (maar ook Belgische) vrouwelijke stagiaires die zich in Paramaribo op een fiets voortbewegen. En tja, die kunnen wel eens foutje maken in het chaotische en gevaarlijke Surinaamse verkeer.
 

Kent iedere Surinamer de verkeersregels?
Maar, hoeveel Surinamers kennen de lokale verkeersregels, halen links en rechts in, geven geen voorrang, gebruiken geasfalteerde wegens als racebanen, rijden in auto's, bussen en trucks die in Nederland nooit de APK-keuring zouden doorstaan. Dagelijks zijn er ernstige verkeersongelukken waarbij weggebruikers gewond raken of zelfs overlijden en daar zijn zelden tot nooit buitenlanders onder (met uitzondering van Guyanezen).

Minister, kijk ook eens goed in uw eigen keuken
Kortom, laat minister Belfort eerst eens zijn eigen Korps Politie Suriname tegen het licht houden en de werkwijze van zijn personeel bij de klantonvriendelijke Vreemdelingendienst alvorens te jammeren over schaars geklede buitenlanders bij de Vreemdelingendienst en fietsende Nederlandse stagiaires die per ongeluk wel eens de verkeerde kant van een straat met eenrichtingsverkeer in fietsen. Hoeveel agenten zijn de laatste maanden niet aangehouden voor het plegen van en betrokkenheid bij uiteenlopende strafbare feiten?

zondag 11 november 2012

Heeft 'Journalistenprijs' Suriname nog toekomst.....


Slechts twaalf inzendingen voor Surinaamse ‘Journalistenprijs’

Journalist in Suriname zou zich ondergewaardeerd voelen.....

11-11-2012  Door: Paul Kraaijer


Voor de vijfde maal werd zaterdag 10 november 2012 de jaarlijkse Surinaamse 'Journalistenprijs' uitgereikt. Winnaar werd Tom van Moll met zijn artikel ‘Fort Boekoe blijft ongrijpbaar’, dat in februari van dit jaar verscheen in het maandblad Parbode. De tweede prijs ging naar Lloyd Groenewoud voor een televisieproductie voor het STVS/SRS-programma ‘Mmanten Taki’ over de goudsector en de derde prijs was voor Armand Snijders, voor zijn verhaal ‘Mediator Ramkissoon bouwt puinhoop’ dat in de Parbode’van maart 2012 is verschenen.

Geen hart en ziel in het werk
Iwan Brave, hoofdredacteur van Parbode, nam de prijs voor Van Moll in ontvangst. Hij benadrukte, aldus de Ware Tijd, dat vooral jonge journalisten gemotiveerd moeten worden het werk te doen. Lloyd Groenewoud merkte op dat journalisten het werk met hart en ziel moeten uitvoeren. ‘Vroeger stonden wij journalisten al om vier uur ‘s morgens ergens op de stoep voor een item.’
Tja, je krijgt de indruk dat vandaag de dag vele journalisten alleen tijdens kantooruren werken. Om zeven uur in de ochtend wordt de deur van een redactie geopend en om drie uur ’s middags weer dichtgeslagen. Maar een echte journalist is journalist vierentwintig uur per dag en zeven dagen in de week.

De Parbode was overigens ook in 2010 winnaar van de ‘Journalistenprijs’, die toen voor de derde keer werd uitgereikt. Het winnende artikel ging over kindermisbruik en had als kop ‘Tante, bloedt mijn poenie?’. De jury was twee jaar geleden niet te spreken over de kwaliteit van de ingezonden producties en stukken. Er waren vijfendertig inzendingen: zeventien van de schrijvende pers en negen radio- en negen televisieproducties. Volgens de  jury in 2010 was de kwantiteit toegenomen in vergelijking met voorgaande twee jaren - toen viel Sky Televisie in de prijzen; in 2009 met een aflevering van het programma ‘Waakhond’ over milieuvervuiling in het Benzdorpgebied en in 2008 won hetzelfde programma met een item over Apoera -, maar de kwaliteit was er niet vooruit op gegaan. Er werden ook gewoon krantenknipsels ingezonden.

Organisatie tevreden met slechts elf geldige inzendingen.....
Het evenement werd dit jaar georganiseerd door de Stichting ter Bevordering van de Journalistiek in Suriname (SBJS). 

(Een stichting met een website zonder actueel nieuws. De mededeling op de homepage dat de cursus 'Tijdschrift' in maart 2011 begint lijkt mij behoorlijk gedateerd.... Onder het kopje 'Over ons' is onder andere het volgende te lezen:

'Journalistiek vormt de ruggengraat van elke democratische samenleving. Dit betekent dat journalisten in een democratische staat goed opgeleidt zijn in democratische alsook ethische principes maar ook beschikken over de juiste (technische) vaardigheden. Suriname kent op dit moment één opleidingsinstituut dat zich een journalistieke opleiding verzorgt, echter beperkt deze opleiding zich voornamelijk tot theoretisch onderwijs. Daarbij komt ook bij kijken dat slechts een klein deel van de afgestudeerden aan deze opleiding daadwerkelijk een baan ambiëren als journalist bij een mediabedrijf.
Het overgrote deel van de Surinaamse journalisten heeft geen formele journalistieke opleiding genoten en verricht zijn/haar taken op basis van opgedane ervaring en on-the-job training.

De Stichting ter bevordering van Journalistiek in Suriname beoogt het niveau van de Surinaamse journalist hoger te tillen middels gerichte trainingen, gericht op het aanleren c.q. verbeteren van relevante vaardigheden. (...)'

Hoe kan een Stichting ter Bevordering van de Journalistiek in Suriname beweren de journalistiek te willen bevorderen, als je zelf niet eens in staat bent om foutloze teksten te plaatsen op de eigen website.....)

Doel van deze journalistenprijs is het stimuleren van de kwaliteit van journalistieke producties. Jane Kolf-Bergraaf, voorzitter van de SBJS, beweerde niet ontevreden over het resultaat. ‘Dit jaar hebben wij slechts twaalf stukken ontvangen, terwijl het afgelopen jaar drieëndertig waren. Maar dit jaar waren het allemaal stukken met kwaliteit.’ Het is ongelofelijk dat de voorzitter op deze wijze reageert. Feitelijk is het bijzonder triest dat er dit jaar zo weinig inzendingen waren en zou de organisatie zich de vraag moeten stellen waardoor dat komt. De prijs heeft nu feitelijk geen enkele journalistieke waarde als je in ogenschouw neemt hoeveel artikelen er zijn verschenen en producties zijn uitgezonden die hadden kunnen meedingen naar de prijs. Ook kan de vraag gesteld worden hoe de jury tot haar beoordeling van een ingezonden artikel of productie komt, welke criteria worden gehanteerd.


Misschien had het lage aantal inzendingen voor de organisatie reden moeten zijn om dit jaar geen prijs toe te kennen...... 


Heeft de ‘Journalistenprijs’ in haar huidige vorm en jurybezetting (volgens mij zitten daar geen gewone burgers, kijkers, lezers en luisteraars in) nog wel toekomst? Neen.

Aan de prijs, die werd uitgereikt in het gebouw van de SBJS, is een bedrag van 7.500 Surinaamse dollar verbonden.

SCCN Radio won de prijs vorig jaar met een radioproductie van B-Cham Chandralall en Agatha Castillo, ‘Erkenning van Homorechten’ die met kop en schouder boven andere inzendingen zou hebben uitgestoken.. De tweede en derde prijs gingen naar Radio ABC en Parbode.

Journalist snakt treurig naar waardering.....
‘Velen zien de journalist nog steeds als een lastpost, als een betweter, als een manipulator van het nieuws, als een persoon die denkt de wereld te kunnen verbeteren, als iemand die je gemakkelijk kan gebruiken om je belangen te behartigen, als iemand die gemakkelijk om te kopen is een persoon die je met een fles whisky of een aantal SRD’s over de streep kan halen’, zo sprak Desi Truideman, voorzitter van de jury ‘Journalistenprijs’ 2012 en oud-hoofdredacteur van de Ware Tijd, aldus een bericht op de website van Starnieuws.

Dezelfde Truideman liet een paar dagen later in gesprek met de avondkrant De West weten graag te willen zien dat journalisten zitting zouden kunnen nemen in allerlei overheidscommissies. Als voorbeeld noemde hij de Staatsraad, dat een adviesorgaan is van de regering. ‘Er is geen enkele journalist in de Staatsraad
of welke overheidscommissie dan ook. Die maatschappelijke erkenning en waardering ontbreekt helaas’,
aldus Truideman die kennelijk erg in zijn maag zit met de vermeende onderwaardering van de journalist.



Stel dat Truideman 'zijn zin' zou krijgen, dan zou hij zelf de journalistieke objectiviteit in gevaar en zeker in diskrediet brengen. Ook de politicoloog Hans Breeveld vindt de suggestie van Truideman verwerpelijk.‘Het conflict of interests zal een belangrijke rol gaan spelen. Je zal jouw functie gebruiken om dingen waar je bij betrokken bent goed te praten’, aldus Breeveld tegenover De West.

De nieuwswebsite Starnieuws gaat in een tweede artikel over de ‘Journalistenprijs’ vooral in op de vermeende maatschappelijke positie van de journalist in Suriname. De teneur van het artikel is dat journalisten zich ondergewaardeerd zouden voelen:

‘(...) Hij (red.: Desi Truideman) zei dat de mensen die dit beeld van de journalist ophouden er gemakshalve aan voorbij gaan dat de journalist om zijn werk naar behoren te doen, over een behoorlijke algemene ontwikkeling moet beschikken, kennis draagt van de ontwikkelingsprocessen in dit land, constant moet blijven studeren en een grote mate van verantwoordelijkheidsgevoel aan de dag moet leggen bij het uitvoeren van zijn journalistieke werkzaamheden. Truideman vindt dat de maatschappelijke waardering van journalisten in ons land veel te wensen overlaat. ‘Het is aan te bevelen om na te gaan hoe hoog het beroep van journalist in Suriname op de maatschappelijke ladder staat.’(...)'

Voor de nieuwswebsite Starnieuws zijn overigens zowel de voorzitter (Wilfred Leeuwin) als ondervoorzitter (Edward Troon) van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) werkzaam. Ligt er niet een taak voor deze vereniging om iets te gaan ondernemen tegen de kennelijk in de samenleving aanwezige ‘onderwaardering’ van de beroepsgroep - althans een door de journalist zelf gevoelde onderwaardering - , maar ook aan de inhoudelijke kwaliteit van het geleverde journalistieke werk?  

Worden journalisten werkelijk ondergewaardeerd of is het slechts een volgens mij onterecht gevoel onder enkele journalisten? In ieder geval zijn ze van oordeel dat ze hoger zouden moeten worden ingeschaald op de maatschappelijke ladder. Maar, dat ligt toch echt aan de journalisten zelf: wordt er kwalitatief beter werk geleverd dan zal het ‘aanzien’ – voor zover dat nodig is, immers in hoeverre worden een bakker, een groenteteler, een verpleegster, een vuilnisman of bouwvakker gewaardeerd, die toch ook allen belangrijk werk verrichten – ook stijgen..... Hoor je hen of vertegenwoordigende organisaties klagen over onderwaardering zoals dat het geval is bij journalisten?

Journalist niet geïnteresseerd in eigen vakprijs
De Surinaamse journalist blijkt zelfs nauwelijks belangstelling te hebben voor de eigen 'Journalistenprijs'. Wat wil het zeggen dat slechts twaalf stukken en/of producties werden ingezonden, waarvan ook nog eens eentje werd gediskwalificeerd. En hoeveel stukken zou de Parbode hebben ingezonden......? 
Toont het aantal inzettingen wellicht het niveau van journalistieke artikelen en producties in Suriname.... Vinden mediabedrijven hun eigen artikelen en producties wellicht zelf kwalitatief te ongeschikt om in aanmerking te kunnen komen voor een journalistieke prijs? 
Het feit dat er dit jaar slechts elf goedgekeurde inzendingen waren is veelzeggend....en moet een scherp signaal zijn voor de eigen sector.

Er kan door de organisatie wel gezegd worden dat de kwaliteit van alle inzendingen dit jaar goed was, maar voorbij wordt gegaan aan het waarom van het zeer lage aantal deelnemende stukken en producties.

Tijd voor zelfreflectie....
Klagen over onderwaardering van het eigen vak zet geen zoden aan de dijk en komt welhaast zielig en onvolwassen over, maar wat wel zoden aan de dijk kan zetten zijn een gedegen eigen journalistieke opleiding in het land en zelfreflectie van menig Surinaams journalist. 

De 'Journalistenprijs' werd feestelijk uitgereikt, maar van echt feest kan er anno 2012 in het Surinaamse journalistieke landschap geen sprake zijn. Misschien is de tijd aangebroken om deze prijs af te schaffen. Voor zover mij bekend is het de enige beroepsgroep in Suriname die zichzelf jaarlijks in het zonnetje wil laten zetten met een prijs. Kennelijk heeft juist deze beroepsgroep de prijs nodig om weer eens te jammeren over de vermeende onderwaardering. Het is treurig gesteld met de Surinaamse journalist......

vrijdag 9 november 2012

Suriname is een kort lontje



Surinamers snel op hun teentjes getrapt

09-11-2012  COLUMN   Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Mijn aandacht werd vandaag getrokken door deze gewone ingezonden brief op de website van GFCNieuws:

'Hebben Surinamers een kort lontje?

Ik zou heel hard zeggen: ja! De mensen in mijn omgeving kunnen steeds minder verdragen. Het is haast een situatie die vergelijkbaar is met het lopen op eieren.

In de omgang met mensen moet ik de laatste jaren steeds meer laveren. Oppassen wat je tegen een ander zegt. Een uitspraak kan namelijk verregaande gevolgen hebben. Boosheid, agressie, schuin aankijken, grote ruzie, rancune, je kan het allemaal tegenkomen. Wij Surinamers zijn de laatste tijden ontzettend snel op de tenen getrapt!

Goed bedoelde positieve kritiek wordt dikwijls als zeer negatief ervaren. Men kan je de huid vol schelden als je iets zegt wat niet prettig overkomt, hoewel het met de beste intenties is gezegd.

Soms hebben personen ook grote moeite om de kritiek goed te begrijpen. Ze interpreteren zaken op hun eigen wijze of geven een 180 graden draai aan de kern van het verhaal. Ik heb me vaker afgevraagd waar deze houding vandaan komt. Hoewel ik geen psycholoog ben, denk ik het antwoord wel te weten. Uiteraard kan ik het mis hebben. Maar ik denk het niet.

Zou het kort lontje van de meeste van mijn landgenoten te maken kunnen hebben met een stukje minderwaardigheidsgevoel of onderontwikkeldheid? Probeert men om die reden steeds vaker in een defensieve houding te gaan?

Een vriendin van me is het niet eens met mij. Zij deelt juist de opvatting dat arrogantie de basis is van het kort lontje van veel broeders en zusters. Hoe het ook zij, velen zijn steeds sneller op hun teentjes getrapt.

Mevrouw drs. I. Pettie, Paramaribo'
 
Mijn antwoord: ja! Veel Surinamers hebben werkelijk een kort lontje. Helemaal eens dus met de inhoud van deze ingezonden brief. In Suriname kennen velen niet de woorden en begrippen nuance, objectiviteit, open staan voor meningen van anderen, luisteren, acceptatie, begrip, tussenweg.

Neen, hier spreekt en denkt men in alle lagen van de samenleving zwart/wit, ja/nee. Nuancering en begrip zijn onbekend.
Neen, hier houdt men van schelden, vooroordelen, vloeken, tieren, elkaar zwartmaken, het niet toepassen van hoor en wederhoor.
Neen, hier houdt men van te snel oordelen, te snel reageren op bijvoorbeeld een nieuwsbericht zonder de inhoud ervan even eerst te verifiëren.

Op bepaalde ‘Surinaamse’ nieuwswebsites en andere ‘Surinaamse’ websites reageren ongenuanceerde types en onbeschofte asocialen – en ik druk me nog netjes uit - er lustig op los. Om dat onbeschaamde reageren enigszins wat in te perken kunnen bezoekers van de nieuwe website van de Surinaamse krant de Ware Tijd alleen nog reageren met hun Facebook-profiel. Het aantal reacties is meteen drastisch gedaald en het niveau ervan is enigszins verbeterd, maar nog steeds ontbreekt bij velen fatsoen en nuance jegens anderen. Het onfatsoen en de korte teentjes lijken bij de Surinaamse cultuur te horen. Zij zijn erin gesleten en kunnen kennelijk alleen met harde hand eruit worden uitgeslagen.

Als de attitude van mensen niet 180 graden draait, dan blijft het hier een scheld- en paranoide-samenleving met veel geklets, geruchten, achterklap en stemmingmakerij.....toch......

Zelfs vermeende volwassen politici gedragen zich met regelmaat in en buiten de Assemblee (de Tweede Kamer van Suriname) als kinderen die hun zin niet krijgen of niet hebben gekregen. Gescheld en gevloek is in het parlement van Suriname de normaalste zaak van de wereld, kennelijk. Ook onfatsoen jegens elkaar en de voorzitter. Elkaar niet laten uitspreken, door elkaar heen schreeuwen, jawel, letterlijk schreeuwen.

De Nationale Assemblee van Suriname kent slechts een handjevol politici dat zich gedraagt naar leeftijd. Het merendeel lijkt echter de openbare lagere school of zondagsschool te hebben gemist. Normen en waarden zijn ver te zoeken. Wat voor voorbeelden krijgen kinderen, de Surinaamse toekomst van morgen, dagelijks voorgeschoteld via de media of zelfs thuis?

Scholieren, leerlingen, studenten kunnen dan wel keurig netjes in uniform dagelijks de school bezoeken, iedere ochtend de Surinaamse vlag op het schoolplein hijsen, het Surinaamse volkslied zingen en daar een goede opvoeding genieten, maar wat gebeurt er na thuiskomst......

dinsdag 23 oktober 2012

Sociale woningstichting accepteert geen betaling huur in Surinaamse dollar.....

St. Sekrepatu wil euro’s voor huur woningen

Regering zou moeten optreden tegen dergelijke ‘praktijken’

23-10-2012  COLUMN   Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De Surinaamse woningstichting Sekrepatu heeft als visie het willen bijdragen aan het oplossen van de woningnood van de lage- en middeninkomensgroepen door het ontwikkelen en waarborgen van kwalitatief goede huisvesting in een leefbare woonomgeving. Een loffelijk, sociaal en toe te juichen streven. Maar, hoe sociaal is het als de huur dient te worden voldaan in euro’s en niet in de lokale Surinaamse dollar?

De stichting heeft een aantal woningprojecten opgezet en in beheer, waaronder aan de Kwattaweg en Tout Lui Fauweg. Voor een aantal projecten heeft de stichting tussen maart 2004 en september 2007 een bedrag van euro 6.598.009 geleend via de Amsterdamse stichting DIGH (Dutch International Guarantees for Housing) voor de aankoop van grond en de bouw van ongeveer 500 woningen.

De stichting DIGH stelt op haar internetsite betaalbare woningbouw mogelijk te maken voor mensen met een laag inkomen in ontwikkelingslanden en landen in een economische overgangsfase. Leningen worden onder andere afgesloten in landen als Zuid-Afrika, Suriname en de regio Midden- en Oost-Europa. Met die leningen worden in samenwerking met lokale corporaties of gemeenten, niet-commerciële, volkshuisvestelijke projecten gerealiseerd.

Sekrepatu stelt zich, zo is te lezen op haar website, krachtens artikel 2 van haar statuten onder andere ten doel het bevorderen van de verbetering van de sociale huisvestingsmogelijkheden voor de bewoners van Suriname en voor Surinaamse remigranten en zij ‘mikt op huishoudens die tot de lage- en middeninkomensgroep behoren’.

Waarom in Euro's?
Maar, waarom vraagt deze stichting huurbedragen tussen de euro 140 en euro 350, exclusief elektra en water?  (Tegen de koers van vandaag: SRD 602,35 en SRD 1.505,87.)
Waarom wordt geen huur gevraagd in SRD’s en waarom moet een huurder bij toewijzing van een woning direct de eerste maand huur en een borgsom gelijk aan twee maanden huur te betalen? Overigens wordt ook als eis gesteld dat een aspirant huurder een inkomen moet hebben van minimaal drie keer de huur. Wanneer de huur euro 150 (SRD 645,37) per maand bedraagt, dan dient het ( gezamenlijk ) inkomen euro 450 (SRD 1.936,12) per maand te bedragen, aldus Sekrepatu.
Dat lijkt niet echt sociaal en niet echt voor lage inkomensgroepen.

Tegenover Apintie's In de Brandingvan maandag 22 oktober 2012 verklaarde de directeur van de stichting Rudy Antonius, dat huur in euro's  wordt gevraagd, omdat de financiering van woningen in euro's is geschied.....  Een 'kul'-reden natuurlijk.

Heeft Sekrepatu nooit van wisselen gehoord? Laat huurders gewoon in SRD's betalen en wissel de huuropbrengsten om in euro's. Inschrijfgeld en administratiekosten worden wel in SRD’s gevraagd, te weten respectievelijk SRD 5 en SRD 20 voor ingezetenen en euro 25 voor niet-ingezetenen.
Neen, Sekrepatu moet simpelweg via de huurders de lening van SIGH terugbetalen.....en vraagt daarom liever huur in euro’s dan in SRD’s.

Regering treedt niet op
De regering wil dat bedrijven, organisaties en dergelijke producten en diensten in SRD's aanbieden, maar treedt niet tot nauwelijks op tegen bedrijven, organisaties en dergelijke die hardnekkig zijn en producten en diensten in euro's en Amerikaanse dollars blijven aanbieden. 

De regering zou moeten optreden tegen de woningstichting Sekrepatu, vooral nu deze stichting beweert een sociaal gezicht te hebben en sociale woningbouw een van de belangrijkste speerpunten van de regering Bouterse-Ameerali is.

Noot:
'Er komt strengere controle op handelaren die hun goederen in vreemde valuta prijzen. Hiervoor waarschuwt minister Raymond Sapoen van Handel en Industrie, aldus de Ware Tijd van vrijdag 15 maart 2013.(...)' Lees hier het volledige artikel.

woensdag 17 oktober 2012

Suriname ziet 'kwaadaardige opzet' in wijziging Nederlands reisadvies voor Suriname

Suriname reageert weer met achterdocht en insinuaties aan adres Nederland

Gewijzigd Nederlands reisadvies gezien als poging om ACP-EU top te boycotten - Misverstand aldus Nederland; gewraakte passage verwijderd uit advies

17-10-2012  COLUMN   Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Suriname heeft zich weer eens van zijn slechte, achterdochtige kant laten zien. Een gewijzigd reisadvies voor Suriname van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft geleid tot ongenuanceerde, welhaast paranoide, typisch Surinaamse reacties. En dat, terwijl het gewijzigde advies feitelijk inhoudelijk nauwelijks nieuw te noemen is.

In het op 16 oktober 2012 gewijzigde reisadvies is alleen het onderdeeltje ‘Onveilige gebieden’ gewijzigd. De ‘nieuwe’ tekst luidt: ‘Ben je van plan om te gaan reizen rond en tussen de steden Moengo en Albina in Suriname dan raadt het ministerie van Buitenlandse Zaken aan om eerst informatie in te winnen over de veiligheid in dit gebied. Een aantal rivaliserende bendes maken daar de wet uit en je dient sowieso alert te zijn op criminaliteit.’

 
Centraal in het totale advies van Buitenlandse Zaken staat ‘waakzaamheid betrachten’ en daarmee wordt bedoeld ‘Veiligheidsrisico’s zijn weliswaar aanwezig, maar er zijn geen concrete aanwijzingen dat de reiziger hiervan hinder zal ondervinden.’

'Mensen bewust op verkeerde been gezet'
Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid van het Kabinet van de President, toonde zich verbaasd over dit advies. De man liet via de lokale nieuwswebsite Starnieuws weten dat het absoluut niet waar is dat rivaliserende bendes de dienst uitmaken in dit gebied. ‘Het overheidsgezag wordt op het gehele grondgebied van Suriname toegepast. Met dit bericht worden mensen bewust op een verkeerd been gezet’, aldus het geïrriteerde heethoofd.

Linscheer ging zelfs zover door het aangepaste reisadviesje van Nederland in verband te brengen met de tevergeefse pogingen van Nederland (met name minister Uri Rosenthal van het ministerie van Buitenlandse Zaken en CDA-Europarlementariër Ria Oomen, welke laatste in maart dit jaar al een mislukte lobby startte om te voorkomen dat collega’s ‘handen gaan schudden’ met president Desi Bouterse tijdens de top) om de ACP-EU top in november in Paramaribo te boycotten. 

Dat is een groots opgezette jaarlijkse vergadering van parlementsleden uit Afrikaanse, Caribische en Pacifische staten en uit de Europese Unie. Een belangrijke gebeurtenis voor Suriname, voor de regering. Er wordt dan ook van alles uit de kast getrokken om het de vele internationale gasten tijdens hun verblijf in Suriname naar de zin te maken. Zelfs het centrum van Paramaribo wordt 'opgepimpt', de stad moet er immers picobello uitzien, schoon en zelfs ontdaan van zwervers.

'De Fransen kunnen ook bevestigen dat er niks aan de hand is met dit traject. Dagelijks komen diverse Fransen naar Suriname’, aldus Linscheer.
Hij vindt zelfs dat er sprake is van ‘kwaadaardige opzet’. De beweringen zijn nergens op gebaseerd. In alle landen moeten mensen stille parken en straten vermijden. Volgens hem slaat het reisadvies nergens op en is het volkomen uit de lucht gegrepen.  Suriname zou zelfs volgens Linscheer een van de veiligste landen in het Caribisch gebied zijn.

Ook de gewestelijke politiecommandant van Albina, Lesley Geldorp, verklaarde tegenover Starnieuws dat hem helemaal niet bekend is dat er rivaliserende bendes zijn het district. ‘Wij hebben geen aangiften over berovingen, gepleegd door rivaliserende bendes. Het gebied is veilig en de Fransen maken veel gebruik van de weg’, aldus Gedorp.

‘Overvallen en berovingen zijn vaak gewelddadig en het gebruik van een vuurwapen wordt niet geschuwd. Vermijd daarom afgelegen gebieden, stille straten en stille parken en ga na zonsondergang niet alleen over straat‘, stelt het Nederlandse departement van Buitenlandse Zaken verder met betrekking tot Paramaribo.

Reisadvies niet van vandaag of gisteren
‘Tevens wordt aangeraden na zonsondergang niet alleen over straat te gaan. Dit geldt met name voor stadsdelen die buiten het uitgaanscentrum rondom het Torarica hotel liggen. Het dragen van opvallende juwelen wordt afgeraden. Draag eventuele andere kostbaarheden onopvallend bij u of laat ze achter in het hotel/pension. Verlies uw bezittingen niet uit het oog.’ Een reisadvies dat niet van vandaag of gisteren is, maar al langere tijd door Nederland wordt verstrekt.

Ondiplomatiek en ongenuanceerd
Suriname is, in de persoon van Melvin Linscheer, weer snel op de teentjes getrapt. Er wordt meteen van alles achter het reisadvies gezocht. Spijkers op laag water zoeken.... Het lijkt welhaast een paranoide reactie van Surinaamse zijde, alsof het juist Suriname is dat steeds mot zoekt met Nederland. Zodra er ook maar iets negatiefs over Suriname in Nederland wordt geschreven of gezegd, wordt er vanuit Suriname als een aangeschoten hond op gereageerd. De ene keer wellicht terecht, de andere keer niet. Suriname voelt zich te snel in negatieve zin aangevallen en reageert vervolgens - zoals nu het geval is - kort door de bocht, onnadenkend, paranoide en onvolwassen, kinderachtig en een overheid/regering onwaardig.
Natuurlijk, Linscheer kan een punt hebben. Zijn er werkelijk rivaliserende bendes actief rond Moengo en Albina en zou het gebied daarom te gevaarlijk zijn voor Nederlandse reizigers? Ik geloof daar niet zo in. Overal zijn immers criminele elementen, alleen opererend of in collectief verband, actief in het land.
Maar, de wijze waarop Suriname in casu Linscheer reageert is weer typisch overtrokken Surinaams. Dat is jammer. Suriname lijkt weer de ‘confrontatie’ te zoeken met Nederland. Suriname zou ook diplomatieker en dus genuanceerde kunnen reageren, maar neen, achterdocht en paranoia vieren hoogtij in Suriname als het om Nederland gaat.

Overigens gaf het ministerie van Buitenlandse Zaken in februari 2011 ook al een negatief advies uit voor het gebied Moengo-Albina: '(...) aandacht dient te houden voor onderling geweld tussen bevolkingsgroepen en de mogelijkheid van criminele activiteit van aldaar opererende bendes'......
Zou het deze keer gewoon een 'mistake' geweest kunnen zijn van Buitenlandse Zaken?

Vergissing
Ja, het gaat om een vergissing. Dat heeft persvoorlichter Aad Meijer van het ministerie van Buitenlandse Zaken mij 18 oktober in een email laten weten:  'Het gaat om een misverstand. De passages hierover in ons reisadvies zijn deze week juist in positieve zin gewijzigd: de waarschuwing alert te zijn op onderling geweld tussen bevolkingsgroepen rond Albina en Moengo is verwijderd. Wat in ons reisadvies staat over kans op criminele activiteit komt overeen met wat landen als de VS en Frankrijk in hun reisadvies vermelden.'

Belgisch reisadvies rept niet over Moengo en Albina
Het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken rept in haar meest recente reisadvies voor Suriname, van 23 augustus 2012, overigens met geen woord over eventuele rivaliserende bendes in het gebied tussen Moengo en Albina in het oosten van Suriname. Dit is het Belgische reisadvies:

‘De criminaliteit in Suriname is de voorbije jaren teruggedrongen maar blijft op een gemiddeld niveau. Zij concentreert zich in de hoofdstad en neemt meestal de vorm aan van (gewapende) roofovervallen. Het stadsdeel van Paramaribo waar zich de meeste internationale hotels bevinden kan als veilig worden beschouwd. Daartegenover wordt de toeristen aanbevolen om de niet-toeristische buurten, waar veel aanvallen worden gemeld, te vermijden. Het binnenland kan als veilig worden beschouwd. Aangezien er weinig politie aanwezig is buiten Paramaribo, is het echter raadzaam om zo veel mogelijk overdag te reizen.’

Nederland begrijpt Surinaamse ophef niet
Nederland heeft inmiddels op haar beurt - diplomatiek en genuanceerd - verbaasd gereageerd op de Surinaamse reacties. Secretaris Merle Van der Voorde van de Nederlandse ambassade in Paramaribo liet 17 oktober via De Ware Tijd weten dat het reisadvies voor Suriname ‘in zijn algemeenheid niet negatief’ is. ‘Het is juist verbeterd. Wij begrijpen de ophef niet.’

Van der Voorde: ‘Eerder maakten wij melding van spanningen tussen de bevolkingsgroepen.’ Na de nodige adviezen te hebben ingewonnen van onder meer ‘diplomatieke bronnen’ is besloten de melding over spanningen deze keer weg te laten.

Noot:
Een deel van dit stuk heb ik gebruikt, met name de reactie van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, voor een artikel voor de website van Obsession Magazine op 18 oktober. Dat artikel werd op 23 oktober overgenomen door de Surinaamse avondkrant De West....

zondag 30 september 2012

Onderzoek naar veiligheid in Newmont’s Australische Boddington goudmijn

Newmont wil grote goudmijn in aan biodiversiteit rijk Nassaugebied 

Onderhandelingen met Surinaamse regering slepen zich al paar jaren voort

30-09-2012  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Australische media hebben zaterdag 29 september 2012 bekendgemaakt dat Newmont’s Boddington goudmijn - zeventien kilometer ten noordwesten van Boddington in West-Australië -  door de autoriteiten gesloten is vanwege veiligheidsgebreken die zouden kunnen leiden tot de dood van- of het veroorzaken van ernstig letsel bij arbeiders. Het ministerie van Mijnbouw en Olie doet onderzoek naar vier ernstige gebreken in de laatste maanden, waaronder een voorval waarbij een arbeider werd verpletterd door een één ton wegende metalen plaat. Dankzij snelle reanimatie overleefde de werknemer het ongeluk.

Teveel veiligheidsincidenten
De Boddington-goudmijn
Daarnaast zijn er incidenten geweest met een truck geladen met cyanide die reed op een weg die alleen gebruikt mag worden door schoolbussen, een truck die kantelde en een geladen kraan die kantelde. Ze maken deel uit van in totaal vijftig veiligheidsincidenten in die mijn dit jaar. De Amerikaanse goudmijnmultinational Newmont Mining Corporation ontving zes zogenoemde ‘verbodsmededelingen’ sinds 1 januari.
Een klokkenluider bij Newmont bestempelt de goudmijn als een ‘dodelijke val’ en verklaarde: ‘Een ieder van die incidenten had kunnen leiden tot potentiële dodelijke slachtoffers. Je had een schoolbus vol dode kinderen op je geweten kunnen hebben als die bus op de verkeerde plaats en op het verkeerde tijdstip daar had gereden.’
Intussen zijn in het deze week door het ministerie uitgebrachte jaarlijkse rapport details van veiligheidsincidenten opgenomen, waaronder 41 ongelukken bij op-en overslag  en ongelukken met het transport van gevaarlijke goederen ongevallen en dat zijn er 15 meer dan in het  voorgaande boekjaar.
Newmont wilde niet in de media reageren op incidenten die onderwerp van onderzoek zijn, maar een woordvoerster liet wel weten dat ieder veiligheidsincident ‘grondig en onmiddellijk onderzocht’ wordt en dat preventieve maatregelen worden genomen.

Onrust
Australië is niet het enige land waar Newmont actief is en met regelmaat onder vuur ligt vanwege personele-, milieu- en culturele kwesties. Problemen zijn er (geweest) in Indonesië, Nieuw-Zeeland, Ghana en Peru. 

In Peru is de bouw van de Conga goudmijn tijdelijk stopgezet vanwege hevig verzetvan inheemsen die vrezen dat de mijn hun watervoorziening (een paar bergmeertjes in de regio Cajamarca) zal vervuilen. De regering zag zich zelfs genoodzaakt om de staat van beleg af te kondigen.

Wereldwijd ontstaat meer en meer verzet van lokale bewoners en inheemsen tegen de komst van goudmijnen van veelal buitenlandse multinationale ondernemingen. Vaak vloeit dat verzet voort uit angst voor aanzienlijke milieuschade en uit vrees dat die ondernemingen zich verrijken over hun ruggen en dat (te) veel dollars verdwijnen naar de landen van waar die ondernemingen zijn gevestigd in plaats van dat die dollars gepompt worden in de lokale gemeenschappen en economieën.

Suriname onderhandelt met Newmont
De Surinaamse regering voert al een paar jaar onderhandelingen met het Amerikaanse bedrijf. Eind maart 2010 werd bekend dat de regering vòòr de verkiezingen van 25 mei al een deal wilde sluiten met Newmont voor het opzetten van een goudmijn in het oosten van het land.  Toenmalig minister Gregory Rusland van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen liet weten dat zijn ministerie er alles aan zou doen om ‘de goedkeuring nog in deze regeerperiode in orde te hebben. Als het niet lukt, moet er wel genoeg gedaan zijn, zodat mijn opvolger het verder kan oppakken.’

Kort voor het aftreden van de regering Venetiaan werd een conceptakkoord door de Ministerraad goedgekeurd. Maar, de na de verkiezingen aangetreden nieuwe minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Jim Hok, maakte al direct in augustus 2010 bekend opnieuw te willen kijken naar het akkoord. In dat akkoord was voor Suriname een twintig procent aandeel afgesproken. Maar, in maart dat jaar bleek al dat Assembleeleden van de NDP een deal van twintig procent onvoldoende vonden. Ook waren zij van mening dat de regering Venetiaan vlak voor de verkiezingen in mei een nieuwe regering niet kon opzadelen met een dergelijke deal.

Bouterse spreekt ‘Newmont’ in New York
Ruim een maand later, medio september 2010, werd in New York in goed onderling overleg tussen vertegenwoordigers van Newmont en een Surinaamse delegatie, onder leiding van president Desi Bouterse, afgesproken dat de conceptovereenkomst opengebroken zou worden. Bekend werd gemaakt dat een hoge delegatie van het Amerikaanse bedrijf in oktober naar Suriname zou afreizen voor verdere besprekingen. In New York zei de Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken, Winston Lackin, dat Newmont duidelijk was gemaakt dat geïnvesteerd moest worden in werkgelegenheid, volkshuisvesting, onderwijs en gezondheidszorg. Daarenboven zou de Amerikanen ook zijn gevraagd een bijdrage te leveren aan de ordening van de kleinschalige goudsector. Volgens de bewindsman zou Newmont positief hebben gereageerd en begrip hebben voor de visie van de Surinaamse regering.

In april 2011 werd duidelijk dat de regering en Newmont er waarschijnlijk wel uit zouden komen en dat een deal kon worden verwacht. De in december 2010 ingestelde presidentiële commissie Ordening Goudsector ging namelijk over tot de ontruiming van een deel van het concessiegebied van Newmont in het Meriangebied.  Het concessiegebied van de multinational bestaat uit twee delen. Het Meriangebied ligt in een gebied ter grootte van 8.000 hectare. De lokale Paramaccaanse gouddelvers mogen van het bedrijf in het andere deel hun activiteiten gaan ontplooien. Na 17 april moesten alle kleinschalige goudzoekers (porknokkers en Braziliaanse garimpeiros), winkels en al hun materieel uit het gebied zijn verdwenen.

Suriname Gold Company LLC (Surgold) - een joint-venture tussen Alcoa en Newmont - kon in mei de exploratie hervatten in het Meriangebied, nabij het Nassaugebergte, nadat het gebied door de commissie Ordening Goudsector was ontruimd.

Bouterse spreekt ‘Newmont’ in Peru
President Bouterse had eind juli in Peru – waar hij de installatie van de nieuwe president Ollanta Humala Tasso bijwoonde - een zakelijk gesprek met enkele functionarissen van Newmont met als doel afspraken te maken voor het snel bereiken van een overeenkomst. Bouterse maakte bekend dat Newmont al in 2014 met de productie van de goudmijn wilde starten. ‘We kunnen dan 1.500 tot 2.000 man aan werk helpen. De gebieden die nu door de commissie Ordening Goudsector zijn ontruimd, bieden ruimte voor de mensen om daar te werken, zodat ze als zelfstandige ondernemers zaken kunnen doen met Newmont’, aldus Bouterse tegenover de media na terugkeer uit Peru. Verder liet hij weten dat een commissie in het leven zou worden geroepen om de onderhandelingen te beginnen met de Amerikanen. ‘Newmont is aangeschreven dat het ons menens is. Het zou heel goed zijn voor de economie en ons image als we Newmont aan boord kunnen krijgen en ik denk dat het bedrijf erg geïnteresseerd is.’

Het onderhandelingsteam, onder leiding van Henk Ramdien, jarenlang directeur van Suralco, werd zaterdag 6 augustus 2011 al geïnstalleerd.

De door Newmont op te zetten goudmijn zal ruim 2.000 nieuwe banen creëren. Dit zei Manuel Esteban Crespo, ‘manager of government affairs’ van het bedrijf op 7 augustus op de Surinaamse nieuwswebsite Starnieuws.. Volgens hem waren al meer dan zestig Surinamers werkzaam bij Newmont.  Crespo zei voorts te verwachten dat de onderhandelingen met de Surinaamse regering binnen een jaar zouden kunnen worden afgerond.  Hij durfde niet te speculeren over hoe de uiteindelijke deal met Suriname eruit gaat zien, maar zei voor beide partijen een goede toekomst te zien. Tijdens de onderzoeksfase was al aangetoond dat er voldoende goud in de bodem zit en dat werd de basis voor het besluit om een goudmijn op te zetten.
Deze maand werd bekend dat het Surinaamse onderhandelingsteam en Newmont verwachten dat eind oktober een definitieve deal  kan worden getekend. Veel tijd in de onderhandelingen zou zijn gaan zitten in de voorwaarden. Suriname zal ook participeren in de op te zetten goudmijn. Er wordt nog onderhandeld over het aandeel dat de staat zal hebben in de mijn. Aangezien Newmont en Alcoa (Surgold) een meerderheidsaandeel zullen hebben, moet goed afgesproken worden wat de beslissingsmomenten zullen zijn, aldus berichtte Starnieuws op 23 september.

Newmont wereldwijd ‘geplaagd’ door problemen en conflicten
.
Peru
In september 2006 werd Newmont in Peru al geconfronteerd met hevige protesten van bewoners uit de regio Cajamarca bij de Carachuga-goudmijn in het Andesgebergte. De mijn werd zelfs geblokkeerd door bewoners. Watervoorraden van de lokale inheemsen werden door de mijn gebruikt en ook ernstig vervuild. Ook de Yanacocha-mijn in het noorden van Peru werd geblokkeerd.

Indonesië
In Indonesië exploiteerde Newmont sinds halverwege de jaren 1990 een goudmijn te Buyat Bay op Sulawesi. Bewoners van Buyat Bay kregen ernstige gezondheidsproblemen (huidziekten, tumoren), veroorzaakt door het dumpen door Newmont vanchemicaliën, waaronder kwik, cadmium en koper in de baai. Ook nam het aantal vissen in de baai drastisch af sinds het storten van mijnafval. 

 

De directeur van de Indonesische milieuorganisatie WALHI (Milieudefensie Indonesië), Longgena Ginting, verklaarde in augustus 2004: ‘De Buyat Bay milieuramp laat zien dat mijnbouw gemeenschappen en volksgezondheid vernietigt in plaats van dat de activiteit ten goede komt aan de arme leefgemeenschappen.’ De New YorkTimes berichtte op 5 augustus 2005 onder andere dat Newmont dagelijks 2,000 ton afval (‘tailings’) in de baai dumpte. Overigens bleek, aldus de New York Times, in 2001 uit een eigen intern onderzoek binnen Newmont, dat tussen 1997 en 2001 managers van de mijn toestonden dat 33 ton kwik kon ontsnappen en in de lucht en in de baai terecht kwam.
Begin augustus 2011 heeft een coalitie van milieuorganisaties weer een klacht ingediend bij het Ministerie van Milieu, omdat de vergunning voor het jaarlijks dumpen van 51 miljoen ton afval uit de Batu Hijau goud- en kopermijn op het eiland Sumbawa in de oceaan, op 5 mei was verlengd. Dat afval zou zeer schadelijke gevolgen hebben voor het leven in de oceaan. Newmont heeft op 3 augustus haar Nusa Tenggara’s Batu Hijau goud- en stilgelegd, nadat boze afgewezen sollicitanten de toegang tot de mijn hadden geblokkeerd. Zij zijn het niet eens met de door Newmont gehanteerde sollicitatieprocedure. Ruim 5.500 mensen haddden gesolliciteerd, maar niet meer dan zo’n 230 zijn aangenomen.

Ghana
Ingang Ahafo-goudmijn in Ghana
Ghanese media berichtten in augustus2011 uitgebreid over de wijze waarop de Amerikaanse goudmijnmultinational omging met de inwoners van de gemeenschap Yayaso in het Birim Noord District in de Oostelijke Regio. In commentaren werd zware kritiek geleverd op het bedrijf. Newmont Gold Ghana Limited wilde een koninklijk mausoleum en diverse heilige graven van dorpshoofden en andere hoogwaardigheidsbekleders ruimen om plaats te maken voor een locatie waar het bedrijf haar afval kan dumpen afkomstig van het Akyem (goudmijn) Project (deze mijn moet in 2013 operationeel zijn). Dat afval zou bestaan uit zo’n 396 miljoen ton gesteente en 116 miljoen ton ijzer dat uit de mijn komt in een periode van vijftien jaar. Het Amerikaanse bedrijf wil de graven, maar ook de bewoners, verplaatsen naar de gemeenschap Adausena een paar kilometer verwijderd van Yayaso.

‘Newmont Ghana verrijkt buitenlandse witte belangen ten koste van de degradatie van de grond van lokale bewoners, waarbij zelfs de doden niet worden gespaard’, zo luidde een commentaar in de krant The Ghanaian Chronicle op 3 augustus 2011. In de Akan gemeenschappen zijn de doden heel belangrijk. Begraafplaatsen worden gezien als heilige locaties. Een koninklijk mausoleum, zoals in Yayaso, is zo’n gewijde locatie en in iedere Akan gemeente is het zelfs voor de lokale bewoners verboden om er ook maar één voet binnen te zetten. Iedere poging van buitenlanders om zo’n heilige grond te vernielen wordt gezien als een oorlogsverklaring. De bewoners van Yayaso stelden dan ook alles in het werk om Newmont te beletten de graven te ruimen. Bewoners bewaakten het mausoleum en de graven.

Zij kregen steun van het ‘Centre for Social Impact Studies’ (CeSIS), een onderzoeks- en juridische non-gouvernementele organisatie die gemarginaliseerde gemeenschappen steunt. In een op 1 augustus 2011 uitgegeven verklaring stelde CeSIS het verachtelijk en afschuwelijk te vindtendat een buitenlands multinationaal goudmijnbedrijf het durft om een van Ghana’s meest heilige symbolen van haar tradities en gebruiken, een begraafplaats, te schenden. ‘Met een dergelijke onverantwoordelijke daad, heeft Newmont alle grenzen van fatsoen overtreden door onze tradities en gebruiken te beledigen. Hoe kan zo’n mijnbouwmultinational naar ons land komen en het Koninklijk Mausoleum in een gemeenschap vernietigen?’ De organisatie had ook grote moeite met de wijze waarop de politie een demonstratie van inwoners van Yayaso uit elkaar heeft geslagen : ‘De wijze waarop zwaar tot de tanden bewapende politie een kleine gemeenschap heeft bestormd en ongewapende vreedzame inwoners heeft geterroriseerd, geeft reden tot zorg en brengt afschrikwekkende beelden naar boven van Newmont’s staat van dienst als het gaat om mensenrechtenschendingen in andere delen van de wereld. In Peru en Indonesië, waar Newmont ook goudmijnen operationeel heeft, is het bedrijf beschuldigd van de ontvoering en dood van activisten die tegen de mijnbouwactiviteiten waren.’

Newmont werd in Ghana in mei van ditjaar ook geconfronteerd met beschuldigingen dat door haar  toedoen duizenden dode vissen dreven in de Awonsuo Rivier. Door de Ahafo goudmijn zou het giftige cyanide nabij gelegen wateren in zijn gelekt. Maar, volgens Newmont waren de vissen door zware regenval en zuurstofgebrek gestikt. De beschuldigingen aan het adres van de Amerikanen was niet zo vreemd. Immers, in oktober 2009 was cyanide van de Ahafo goudmijn terechtgekomen in de Subririvier en ook toen leidde dat tot de dood van vele  vissen.

Nieuw-Zeeland
Naast de problemen in Ghana, Indonesië, Australië en Peru, ondervindt het bedrijf ook lokaal verzet tegen een goudmijnplan in Nieuw Zeeland. Daar heeft het Amerikaanse bedrijf al ruim vijfentwintig jaar drie mijnen in Waihi, tussen Auckland en Tauranga: de bovengrondse mijn Martha en de ondergrondse mijnen Favona en Trio. In augustus 2011 kondigde Newmont aan om haar ondergrondse activiteiten uit te willen gaan breiden. Newmont wil onder haar Martha mijn gaan werken en een nieuwe Correnso mijn opzetten met een diepte tussen honderdertig- en driehondervijftig meter.

Vanaf het moment van de aankondiging wordt Newmont met verzet, acties, demonstraties, marsen en protestengeconfronteerd, vooral georganiseerd door ‘Waihi's Distressed Residents Action Team’.

Ongeveer eenendertig woningen bevinden zich boven de voorgestelde nieuwe goudmijn en vijftien er naast. Newmont wil mensen die het dichtst bij haar operaties wonen financieel compenseren. De bewoners verlangen echter meer dan hetgeen door de Amerikanen wordt geboden. Zij willen ook dat het bedrijf gaat investeren in hun gemeenschap, ter compensatie van waardeverlies van hun eigendommen, overlast door trillingen, stof en lawaai. Het meeste verzet komt overigens volgens Newmont niet van lokale bewoners, maar van de politieke groene partij ‘Greens’.

Newmont kritisch tegemoet treden
De Amerikaanse goudmijnmultinational Newmont voert anno september 2012 nog steeds achter de schermen onderhandelingen met de Surinaamse regering. Het bedrijf zal ongetwijfeld een deal weten te sluiten met de regering Bouterse.

Maar, gelet op de problemen van Newmont in andere landen, mag verondersteld worden dat het team van Bouterse tijdens de gesprekken met het bedrijf ook oog en oor heeft voor al die problemen en voor de diverse milieuaspecten bij het opzetten van een grote goudmijn. Het team kan feitelijk niet om het milieu heen, nu Bouterse tijdens diverse gelegenheden zich heeft uitgelaten over de schoonheid van de Surinaamse natuur en dat deze beschermd dient te worden.

Maar, in het onderhandelingsteam zitten echter geen milieudeskundigen of een of meer vertegenwoordigers van Surinaamse natuurbeschermingsorganisaties zoals het WWF Guianas, de Suriname Conservation Foundation of Conservation International Suriname.

De vraag rijst dan ook in hoeverre het onderhandelingsteam met Newmont spreekt over de uiteenlopende problemen die het bedrijf wereldwijd ondervindt. De komst van Newmont zou goed zijn voor de Surinaamse economie en voor de werkgelegenheid en daarom toe te juichen. Maar, dat neemt niet weg dat de Amerikanen toch kritisch tegemoet getreden zouden moeten worden, vooral als het gaat om de bescherming van de unieke biodiversiteit die het Nassaugebied rijk is.