zondag 19 mei 2013

Opgewonden standjes in Surinaams parlement

Assembleeleden winden zich met schaamrood op kaken op over ‘pornografie' in HAVO/VWO lesboek biologie op MULO

Stuitende selectieve verontwaardiging onder politici

19-05-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – In Suriname kunnen parlementsleden zich soms druk maken om niets, vooral omdat zij zich niet goed vooraf over een issue hebben laten informeren. Neen, ze kaarten iets aan in De Nationale Assemblee, de Surinaamse Tweede Kamer, zonder van de hoed en de rand te weten, blazen een issue uit zijn proporties en maken van een mugje een olifant. Het parlement was donderdag 9 mei het toneel van een beschamende ‘pornografische’ voorstelling die nog zeker ruim een week bleef voortsudderen en zelfs op ministerieel laag, bedenkelijk, niveau.

Aanleiding was een gewoon Nederlands biologieboek met de titel ‘Biologie voor jou’ voor het eerste leerjaar van de HAVO en het VWO, dat per ongeluk bleek te zijn terecht gekomen op een MULO in het district Commewijne. Niets aan de hand zou je denken. Dat kan gebeuren. Maar, enkele Assembleeleden hadden er lucht van gekregen en vooral lucht van de volgens hun toch wel ‘pornografische’ inhoud van het lesboek. En dat was aanleiding om het onschuldige lesboek biologie op de agenda te plaatsen van het serieuze huis der democratie De Nationale Assemblee van 9 mei.

Selectief verongelijkte politici vinden dat regering ‘pornografie’ promoot
Eén van de voor haar beurt jammerende Assembleeleden was Diana Pokie van de BEP (de partij van Broederschap en Eenheid in de Politiek) uit het district Brokopondo. Zij vroeg zich hardop af of de regering niet bezig was om ‘pornografie te promoten’. Volgens het hevig verontwaardigde parlementslid was het gedeelte in het lesboek dat handelt over seksuele voorlichting, te ‘expliciet’ en ze zei dat te betreuren. Zo zouden seksuele handelingen met naam en toenaam beschreven worden en dat zou te ver gaan. De inhoud van het boek zou ook niet stroken met de Surinaamse cultuur. Haar collega Asiskumar Gajadien van de VHP (Vooruitstrevende Hervormings Partij), nooit vies van een stevige discussie in de Assemblee, ging zelfs zo ver door te stellen dat de regering strafbaar was door ‘pornografie te verspreiden’.

Voor de duidelijkheid, de betekenis van pornografie is boeken waarin opzettelijk seksuele zaken en handelingen worden beschreven om de lezer te prikkelen en het is ook een verzamelnaam voor films, afbeeldingen en verhalen die tot doel hebben de kijker seksueel te prikkelen. Een hoofdstuk ‘voortplanting’ in welk biologieboek dan ook, heeft volgens mij nooit de bedoeling om scholieren te prikkelen......

De vrije naaktheid van het binnenland
De preutse en toch ook wel hypocriete klagende politici in het parlement waren van mening, dat seksuele voorlichting wel moet en nodig is, maar niet op de manier zoals dat in het boek wordt voorgeschoteld aan leerlingen van het eerste jaar van de MULO. Die Assembleeleden hadden, vòòrdat het boek besproken werd in de Assemblee, zich niet laten informeren over de herkomst van het boek en spraken dan ook veel te voorbarig.

Hypocriet, omdat iedereen in deze tijd toch wel het besef heeft, dat de jeugd van vandaag allerlei wegen heeft om zichzelf op de hoogte te stellen van seksuele handelingen en hoe het nu feitelijk zit met de bijtjes en de bloemetjes. Tegenwoordig kan alles in geuren en kleuren op het internet worden gevonden en kinderen vinden dat ook. Het internet staat welhaast bol van porno, de geilheid druipt bijna uit alle hoeken van het beeldscherm. Daarnaast wordt er ook het nodige op de Surinaamse televisie vertoond. Daarenboven is de preutse houding van politici die woonachtig zijn in het binnenland opmerkelijk te noemen, gelet op het aantal jonge meisjes dat bijvoorbeeld in het district Brokopondo zwanger raakt. Jeugd wordt ook daar geconfronteerd met de letterlijke naaktheid van het leven. Bewoners baden zich in de kreken en rivieren en vrouwen lopen soms met ontbloot bovenlijf rond. Ook dat is cultuur en die cultuur wordt door de kids opgesnoven. Zij zijn niet blind. Een biologie lesboek waarin seksuele handelingen als pijpen en beffen met naam en toenaam worden beschreven is dan ook niet schokkend of stuitend voor ze.....voor velen zullen die woorden en benamingen in zekere zin gesneden koek zijn.

De voorzitter van de Assemblee, Jennifer Geerlings-Simons, zei het gewraakte boek te hebben ingezien en kwam als een soort moeder overste tot de slotsom dat er zeker geen ‘pornografie’ in te vinden is. Zij leek daarmee een van de weinigen in het parlement met enige moderne realiteitszin en besef van de betekenis van het woord ‘pornografie’ en de essentie en bedoeling van seksuele voorlichting.

Een dag nadat serieuze politici in het parlement zich smaakvol tegoed deden aan ‘pornografie’, kwamen ook wat reacties uit het onderwijsveld los. MULO-directeuren kwamen zelfs bij elkaar om over het spannende biologie lesboek te spreken. Volgens één van die directeuren, Errol Yzer van MULO Ritfeld, is de stof in het boek ‘te rauw voor zulke jonge kinderen’: in het eerste MULO leerjaar zitten leerlingen van 12 en 13 jaar.

Foutje: verkeerd bezorgd
Weer een dag later, zaterdag 11 mei, verschijnt plotseling de minister van Onderwijs en Volksontwikkeling (MinOV), Shirley Sitaldin, met de mededeling, dat het lesboek abusievelijk in de eerste klas van de MULO Commewijne terecht was gekomen. De minister zei, dat het districtsraadslid Marlon Budeke, één van de bezorgde ouders van leerlingen die geconfronteerd werden met de vermeende ‘pornografie’, haar al op 10 april in een brief over het boek had benaderd. Die brief had hij in afschrift naar De Nationale Assemblee gestuurd.

‘Er staan woorden in als glijmiddel aan de penis via de anus, pijpen en beffen. Dit kan je niet doceren aan leerlingen die net de zesde klas hebben verlaten, ook al is het seksuele voorlichting. Het leerboek biologie is geïmporteerd uit Nederland. In de Nederlandse cultuur zijn deze woorden misschien gangbaar in de omgangstaal, maar niet in Suriname’, zo liet Budeke de minister weten.

Voordat hij die brief verzond, had hij alle Assembleeleden die in het district Commewijne wonen, op de inhoud van het biologieboek geattendeerd, maar niemand reageerde.....

Budeke: ‘In het boek staat duidelijk vermeld dat het bestemd is voor scholieren van HAVO en VWO. Niet alleen het biologieboek, ook lesmateriaal voor VOS van andere vakken is verkeerd terechtgekomen, in de eerste klas van de MULO Commewijne.’ (VOS zijn alle VWO- scholen, IMEAO en HAVO)

Minister Sitaldin schreef Budeke op 20 april, dat het biologieboek terug zou worden gehaald. Maar, dat bleek 10 mei nog niet te zijn gebeurd.

Met die reactie van de minister leek de zaak te zijn afgerond. De geschrokken politici konden weer overgaan tot de orde van de dag, wetende dat het in feite allemaal om een foutje ging en het lesboek nooit bij de eerste klas MULO-leerlingen in Commewijne terecht had mogen komen. De ophef bleek feitelijk een storm in een glas water te zijn geweest. Ouders ook gerustgesteld en hun kroost zit thuis weer voor de computer of de laptop of op de BlackBerry stiekem naar pornovideo’s of -plaatjes te kijken. Wat is er nu leuker om op die wijze seksueel te worden voorgelicht....... De kids van tegenwoordig zijn op velerlei gebied wijzer en beter onderricht dan mening leerkracht, ouder of Assembleelid.

Maar, de storm laaide een aantal dagen later toch weer onverwacht op. Terwijl de Cotticarivier in het oosten van het land, bij Moengo, buiten haar oevers trad en een aantal langs de rivier gelegen dorpen onder water stroomden – met als gevolg dat ruim tweehonderd bewoners werden geëvacueerd naar vooral het Ronnie Brunswijk Stadion in Moengo – gooide de voormalig voorzitter van de ontbonden zogenoemde Task Force van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling, Eddy Jozefzoon, olie op het vuur.

De grote boze wolf Jozefzoon huilt er op los
De man liet 17 mei via diverse media weten, dat hij in het parlement ten onrechte als grote boosdoener was bestempeld, omdat hij de persoon was die verkeerde lesboeken zou hebben aangeschaft. Ook zou hij, zo beweerde hij, beschuldigd zijn een deel van de 8.2 miljoen euro die het project van aanschaf van nieuwe lesboeken voor het onderwijs had gekost, in eigen zak te hebben gestoken.
Tegenover het journaille wilde hij zowel zijn ergernis als zijn ei kwijt en zei onder andere, dat na het aantreden van Sitaldin op het ministerie het project niet meer werd uitgevoerd zoals oorspronkelijk was gepland. Volgens hem zijn voor het aanschaffen van de nieuwe boeken meerdere keren vergaderingen gehouden met vakleerkrachten van de MULO en het middelbaar onderwijs. Zij mochten meebeslissen over welke lesboeken aangeschaft moesten worden. Volgens de gebelgde Jozefzoon werden met iedere uitgever vier contracten getekend; voor de levering, adaptatie, implementatie en het arrangement van de boeken. De boeken werden in oktober 2012 geleverd en die moesten natuurlijk vervolgens worden gedistribueerd. De vakgroepen op de scholen hadden daarna drie maanden de tijd om de boeken te bekijken en aan te geven wat aangepast moest worden.
Jozefzoon: ‘Dit proces noemen wij de versurinamisering of adaptatie. In december 2012 zouden deze veranderingen aan de uitgevers worden doorgegeven en die zouden dan ervoor zorgen dat op 1 maart 2013 de versurinamiseerde boeken zouden worden overhandigd. De boeken die grotendeels ook verkeerd zijn gedistribueerd, zijn dus de ongewijzigde exemplaren en, omdat MinOV het traject van adaptatie niet heeft gevolgd en alles heeft stopgezet, zijn de veranderingen nooit doorgevoerd en is alles blijven staan.’

‘Ik praat erover, omdat het mij mateloos irriteert dat er nu gezegd wordt dat er verkeerde boeken zijn aangeschaft’, aldus Jozefzoon. Verder ontkende hij, dat de boeken via zijn zoon in Nederland zouden zijn gekocht, waardoor hij zich financieel zou hebben bevoordeeld.

De boeken zijn volgens Jozefzoon niet verkeerd, maar het ministerie heeft de boeken niet aan het daarvoor bestemde onderwijstype verstrekt. ‘Het biologieboek BvJ deel B is bestemd voor de HAVO en het VWO en niet voor de MULO dat deel A moet hebben. Dit staat trouwens ook op de boeken aangegeven, dus men moet beter lezen. Zo heeft ook een IMEAO-school wiskundeboeken gehad die voor HAVO/VWO bestemd zijn. Als MinOV zijn werk goed had gedaan was dit niet gebeurd, dus de schuld ligt niet bij Jozefzoon.’

Jozefzoon was zijn ergernis en zijn ei kwijt. Dat lucht op, moet hij gedacht hebben.
Maar, het was en is mij volstrekt onduidelijk waarom hij via Starnieuws is gaan jammeren, terwijl de essentie van de ‘kwestie – het abusievelijk bij eerste klas leerlingen van de MULO in het district Commewijne terechtkomen van een Nederlands HAVO/VWO biologie lesboek, waarin in begrijpelijk Nederlands wordt uitgelegd hoe ‘Jantje de honing haalt’, zonder ook maar enige vorm van pornografie – al was opgehelderd, verklaard en opgelost.

‘Jozefzoon moet zijn mond houden’
Natuurlijk volgde op dezelfde dag dat Jozefzoon de publiciteit zocht om min of meer zijn beschadigde reputatie wat bij te schaven, een niet mis te verstane reactie van minister Shirley Sitaldin, eveneens op Starnieuws, welke nieuwswebsite zich soms verlaagt tot een vorm van riooljournalistiek en er niet voor terugdeinst zich te lenen en te laten gebruiken voor zogenoemde vuilsmijterij over en weer van volwassen mensen zonder meteen, direct, hoor en wederhoor toe te passen.
Het door Jozefzoon aangeschoten wild (lees: minister Shirley Sitaldin) voelde na het lezen van de opmerkingen van de voormalig Task Force voorzitter een onstuitbare drang om terug te vuren, hard en ongenadig, zoals men dat alleen in Suriname doet. Alle fatsoensnormen, zo die er al waren, werden ter zijde geschoven, zelfs door een minister, en het schelden en beschuldigen van elkaar via de media ging vrolijk verder.

Sitaldin vindt de wijze waarop Jozefzoon met vuil smijt en valse beschuldigingen uit aan haar adres over de aanschaf van lesboeken ‘zeer schandalig’.
‘Niet ik heb een project gemaakt voor het MinOV, niet ik ben voor elk leervak van de MULO meer dan zeven en een half duizend boeken gaan kopen. Ik ken geen enkel project van adaptatie en opnieuw assembleren van boeken, waarvan je weet dat je eerst moet aanpassen aan Suriname.’
Ze vindt de toegepaste werkwijze bij de inkoop van lesboeken in Nederland niet correct.
‘Dus je koopt de boeken voor 8.2 miljoen euro, om dan weer met de uitgever het boek te gaan uitgeven in een aangepaste vorm. Als je aanpast, bestel je eerst een kleine hoeveelheid, maak dan je huiswerk met de vakdocenten en het veld, pas het materiaal aan en dan ga je de nodige aantallen aanschaffen of laten drukken. We hebben niet alleen het probleem met het biologieboek, maar met tal van boeken die door Jozefzoon in alle haast zijn gekocht en niet geschikt zijn voor het Surinaamse onderwijs’, onthult Sitaldin, die hiermee een onthutsend kijkje geeft in de slechte communicatie tussen haar en haar voormalig Task Force ‘inkoop officier’ Jozefzoon.

Op 3 mei heeft de minister vergaderd met de uitgever en de biologieleerkrachten over het bewuste boek. ‘Ik heb geïnformeerd en uitdrukkelijk navraag gedaan over de inhoud en ook of er klachten zijn. Er bleken geen klachten te zijn, behalve het geval van een ouder in Commewijne, naar aanleiding waarvan deze kwestie in het parlement is besproken. Ook met mevrouw Meye van het MULO-directeurenberaad heb ik overleg gepleegd. Wat er is gevraagd is training hoe om te gaan met de leerstof.’ Volgens de minister is alleen Jozefzoon verantwoordelijk geweest voor het aanschaffen van de boeken. Van de Nederlandse uitgeverij Malmberg in 's-Hertogenbosch zou Sitaldin hebben vernomen, dat de keus voor het biologieboekje door Jozefzoon zelf is gemaakt en niemand anders.
De bewindsvrouwe beweerde verder tegenover de rioolnieuwswebsite Starnieuws op 17 mei, dat er twaalf containers met lesboeken waren gekomen, dat er geen opslagruimte was, dat er dubbele bestellingen waren van Engelse lesboeken en dat er boeken waren die niet eens gebruikt konden worden. ‘Ik vind dat meneer Jozefzoon zijn grote mond dicht moet houden’, zegt Sitaldin. De man zou volgens haar ook nog eens duizenden natuurkundeboeken hebben ingekocht die niet gebruikt kunnen worden. Leerkrachten kunnen er niet mee werken, omdat ze niet geschikt zijn. Sitaldin: ‘Meneer Jozefzoon wist dat de natuurkundecommissie bezig was, maar heeft de commissie toch gedwongen om de boeken aan te schaffen. Nu zit ik ermee opgescheept. Wat moet ik met de boeken? Ik houd er niet van deze vuile was buiten hangen, maar nu word ik er boos over.’

We zijn niet dom
De vuile was hangt nu buiten aan een dun waslijntje te drogen en te wachten tot iemand de was van de lijn haalt. De MULO-leerlingen in Commewijne zullen er geen minuut minder door slapen. Die zullen waarschijnlijk helemaal niets van de gemaakte commotie over het verkeerd bezorgde biologieboek begrijpen. ‘We weten heus wel hoe we op de aarde zijn gekomen. En beffen en pijpen en zo, dat doen papa en mama toch ook? We zijn niet dom hoor of achterlijk. Er is toch internet en u wilt niet weten wat we daar allemaal op kunnen vinden en hebben gevonden. Oh ja, kijk maar niet in onze BlackBerry.’
De storm is geluwd. Het regenen is begonnen.....

Noot:
Het Dagblad Suriname bericht woensdag 29 mei:  'Schooldirecteuren, leerkrachten, docenten, pedagogen en functionarissen van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling, schoolbesturen van het bijzonder onderwijs en een psycholoog hebben gisteren breed gediscussieerd over het boek “Biologie voor jou”. (...)'. Uit de discussie werd duidelijk dat in het onderwijsveld feitelijk niemand moeite heeft met de wijze waarop in het lesboek, met name, de voortplanting wordt beschreven. Ook tijdens de discussie werd gewezen op tienerzwangerschappen, internet en mobiele telefonie, zoals ik in mijn artikel ook doe. Kortom, de jeugd schrikt niet van de inhoud van het lesboek en de daarin afgebeelde illustraties.

donderdag 16 mei 2013

Regenval legt jarenlange ontwateringsproblemen weer pijnlijk bloot

(Bron foto: Irvin Ngariman/de Ware Tijd)
Falend overheidsbeleid zorgt weer voor natte voeten burgers

Maar, wateroverlast door zware regenbuien ook deels schuld bewoners zelf

16-05-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Deze dagen wordt Suriname getroffen door fikse en langdurige regenbuien. De regenval zorgt weer, zoals ieder jaar in deze tijd van het jaar, de grote regentijd die duurt tot midden augustus, voor ondergelopen straten, percelen, trenzen en woningen en voor klagende en jammerende burgers en een overheid die her en der goed bedoelde ad hoc lapmaatregelen treft om de ergste overlast zo goed als mogelijk tegen te gaan en de onvrede en woede onder de getroffen burgers wat te sussen.

De meteoroloog en de Inter Tropische Convergentie Zone
Media sleuren er de ene na de andere meteoroloog aan de haren bij om een soort publieke verantwoording voor de vele regenbuien af te leggen. Ik wist niet dat er zo veel meteorologen in Suriname werkzaam zijn.
De een na de ander komt met tekst en uitleg, verklaringen en het komt allemaal op hetzelfde neer: we zitten nu eenmaal in de grote regentijd en dan zijn regenbuien normaal en helaas, de zogenoemde Inter Tropische Convergentie Zone (ITCZ) is erg actief.
Volgens het Nederlandse Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut, KNMI, is de ITCZ ‘een ontmoetingsgebied van lucht uit het zuidelijk en het noordelijk halfrond dat gekenmerkt wordt door bewolking en soms zware regen. In deze zone met tropische lagedrukgebieden komen de noordoost- en zuidoostpassaat samen. De ITCZ bevindt zich rond de evenaar en verplaatst zich noord en zuidwaarts naar gelang de stand van de zon. Het KNMI beschikt in Paramaribo over een ozonmeetstation waar de ITCZ twee keer per jaar passeert’.

Maar, wat hebben de ‘ondergelopen’ burger, school, bedrijf en winkel aan deze weerkundige informatie? De burger zit iedere dag in zijn woning maar weer in angst en te hopen dat het vele water op zijn erf niet de woning binnen komt stromen. In sommige gebieden van de stad, Paramaribo, staat het water zo hoog, dat de straat en de goot niet meer van elkaar te onderscheiden zijn. Veel scholieren kunnen met goed fatsoen niet met droge voetjes hun school bereiken en als ze die uiteindelijk bereikt hebben, blijkt die blank te staan en kunnen ze weer huiswaarts keren.
Het Dagblad Suriname verwoordde het gisteren als volgt:

‘(...) Erbarmelijke situaties waar het erf en een deel van de woning onder water staan, komen in ons land nog al te vaak voor. Alles wat te maken heeft met hygiëne en gezonde leefregels wordt overboord gegooid. Elke gedupeerde burger weet te vertellen dat het slecht gevoerde overheidsbeleid debet is aan deze wanhopige situatie. Juist wanneer het regent, komt men tot de ontdekking dat de pompgemalen het niet doen en defect zijn. (...)’

Veel ellende voorkomen door eigen trens schoon te houden
Maar, wat de krant bewust of onbewust niet vermeldt is, dat ook veel burgers zelf debet zijn aan ‘deze wanhopige situatie’. Immers, burgers kunnen ook zelf eens de handen uit de mouwen steken en hun trenzen, zoals dat wordt genoemd, opschonen. Maar neen, de burgers wijzen meteen weer met het beschuldigende vingertje naar de overheid en in dit geval vooral naar het ministerie van Openbare Werken die verantwoordelijk wordt gehouden voor het niet opschonen van trenzen.
De burger weet dat er jaarlijks een grote regentijd is, de burger weet dat in die periode veel regen valt en dat hij het risico gaat lopen natte voeten te krijgen als hij niet op tijd eens zelf ervoor zorgt dat zijn trens wordt schoongemaakt, zodat het water gewoon kan doorstromen en niet het perceel op stroomt.

Rioleringsstelsel door achterstallig onderhoud volledig verstopt
Naast de niet onderhouden trenzen, is ook het complete rioleringsstelsel in de stad toe aan vervanging of een grondige schoonmaakbeurt. Verstoppingen in dat stelsel voorkomen dat overtollig regenwater kan wegtrekken. Tot die niet zo verrassende constatering kwam 13 mei plotseling het hoofd van de afdeling Sluizen en Gemalen van het ministerie van Openbare Werken. De man zei zelfs in de Ware Tijd dat de regentijd ‘de meest geschikte periode is om na te gaan waar verstoppingen zijn om die vervolgens op te heffen.’......
Maar, die verstoppingen zijn er ieder jaar en nooit wordt er naar een structurele oplossing gezocht. Verstoppingen worden verholpen, vuil en dergelijke dat mede voor de verstoppingen heeft gezorgd, wordt verwijderd, maar binnen de kortste keren raakt alles weer verstopt. Burgers blijven nu eenmaal van alles en nog wat aan troep in trenzen en riolen dumpen. Ze creëren zelf hun eigen ondergelopen percelen en woningen. Hoe naïef kun je zijn......

Blaas pompgemaal in Paramaribo Noord op
Maar, bondsvoorzitter Michael Sallons van de Bond Personeel Sluizen en Gemalen, kwam wel met de meest onthutsende opmerking. Volgens hem is een van de belangrijkste pompgemalen van Paramaribo, die op de hoek van de Anton Dragtenweg en de David Simonstraat in het noorden van de stad, zeker anderhalve meter te hoog gebouwd. De man zei zelfs, dat die pomp pas met werken begint als alles al onder water staat. Zonder de pomp zou het water nota bene zelfs sneller zijn weggestroomd. Hij ziet graag dat de pomp wordt ‘opgeblazen’ en dat er een nieuwe wordt gebouwd die dieper ligt.

Zonder toekomst gericht gestructureerd beleid verandert er niets: ook in 2014 weer natte voeten
Helaas, keren dit soort opmerkingen en dergelijke iedere jaar in deze tijd terug. Er verandert hoegenaamd echter niets tot weinig. Wat er gebeurt, gebeurt ad hoc, zonder gestructureerd op de toekomst gericht beleid en daardoor zitten de burgers in 2014 ongetwijfeld weer niet met droge voeten in hun woning, zullen wegen blank staan, kunnen scholen, winkels, et cetera nauwelijks bereikt worden en komen meteorologen en medewerkers van Sluizen en Gemalen van het ministerie van Openbare Werken weer met hun jaarlijks terugkerende opmerkingen en kritieken.

Eigen foto: Paul Kraaijer
‘Preventief’ komt niet in overheidswoordenboek voor
Sommige overheidsdienaren maken juist gebruik van de regenval om zelf in een goed blaadje te komen staan. Neem nu de districtscommissaris van het district Wanica, Rawien Jiawan. Diverse wegen, percelen en landbouwgronden in zijn district waren ondergelopen. Hij nam contact op met het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij en Openbare Werken en meteen werden in het weekeinde van 11 en 12 mei lozingen opgehaald. Ook zou hier en daar het rioleringsstelsel worden opgeschoond en uitgediept. Jiawan kwam hierdoor positief, als een soort ‘held’, in het nieuws, maar ook hier was geen sprake van een structurele oplossing. Het was weer een ah hoc ingrijpen.

Ik begrijp niet waarom de overheid, die weet dat er jaarlijks een grote regentijd komt, niet preventief actie onderneemt en lozingen, riolen, trenzen, enzovoorts op tijd gaat opschonen om wateroverlast voor burgers te voorkomen..... Hier wordt een afwachtende politiek gevoerd en een afwachtend beleid.
Enig op de toekomst gericht beleid ontbreekt volledig en daarvan wordt de gewone burger de dupe. Het woord ‘preventief’ blijkt niet voor te komen in het overheidswoordenboek.

Tegenover de Ware Tijd van 14 mei laat de directeur van de Albergaschool in Paramaribo weten meerdere keren het ministerie van Openbare Werken te hebben benaderd om in te grijpen: ieder jaar staat de school na een stevige regenbui blank. De verouderde duikers rondom de school moeten vervangen worden. Een medewerker van het ministerie heeft de Agnesschool eerder dit jaar bezocht om de waterproblematiek te onderzoeken. Die heeft echter tot op de dag van vandaag nooit meer iets van zich laten horen of zien. ‘Ik heb hem nooit meer gezien’, aldus de directeur. Zo gaat het ministerie dus om met wateroverlastproblemen. Ad hoc: even kijken en vervolgens geen concrete actie ondernemen. Ik durf te stellen dat dit voorbeeld van de Albergaschool één uit velen is.

Open deur
Een meteoroloog komt met een open deur in hetzelfde artikel: ‘Zowel de samenleving als de regering moet goed voorbereid zijn, bijvoorbeeld door trenzen en andere lozingen schoon te houden.’

Het is waarschijnlijk weer aan dovemansoren gericht.

dinsdag 14 mei 2013

Het kwakkelende Surinaamse toerismebeleid en gegoochel met statistieken

Slecht functionerende leiding Stichting Toerisme Suriname (STS)

STS wil verdubbeling van haar budget

Goochelen met toerismecijfers om toerisme impuls te geven: meer toeristen in statistieken dan werkelijk Suriname bezoeken

14-05-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Suriname wil graag een interessante toeristische bestemming zijn, maar het wil nog niet zo vlotten met de toestroom van toeristen. Er zit echter wel een groei in het aantal bezoekende toeristen: in 2011 bezochten 220.475 toeristen het land en vorig jaar was dat aantal gestegen naar 240.000. Toch voert de overheid een ad hoc beleid, is er een aanzienlijke achterstand in de betaling van contributie aan de Caribbean Tourism Organization, wordt zelfs een ‘schoon’ milieu betrokken bij het lokken van toeristen, is er een Stichting Toerisme Suriname (STS) waarbinnen het al enige tijd rommelt tussen de directie en het personeel en wil de STS verdubbeling van het budget om beleid te kunnen ontwikkelen. En, hoe betrouwbaar zijn de cijfers, de statistieken?

De STS tracht op allerlei manieren Suriname als toeristische bestemming in het internationale aandachtsveld te plaatsen. Het laatste initiatief is, dat de stichting bekijkt welke mogelijkheden het internet heeft om aan e-marketing te doen. In de regeringsbegroting van 2013 maakt het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) melding van de e-marketingstrategie. Naast de gebruikelijke marketing-instrumenten, zoals brochures en bezoeken van beurzen, zullen ook de moderne ICT-middelen gebruikt worden voor het aantrekken van toeristen.
Maar, het is de zoveelste poging, het zoveelste initiatief. Een effectief op de toekomst gericht beleid lijkt er niet te zijn, dat is de afgelopen jaren wel duidelijk geworden.

Ik wil meer geld!
Fardiy Lila van de STS liet vandaag, dinsdag 14 mei, via de Ware Tijd weten dat er meer geld nodig is om het vermeende toerismebeleid vorm te kunnen geven. Ze wil minstens het dubbele van het huidige budget van drie miljoen Surinaamse dollar. Volgens Lila kan met extra geld ‘Suriname als toerismedestinatie beter naar buiten’ komen. Maar, dan moeten, althans dan beweert ze, wel de speerpunten cultuur, erfgoed, evenementen en natuur ‘met voldoende regelgeving en standaarden gestructureerd worden’.
Wat een onzin. Hoe kun je natuur beter ‘structureren’ ten gunste van toerismebeleid?
Minister Falisi Pinas van het ministerie van Transport, Communicatie en Transport (TCT) zegt echter dat er geen geld is.

Ontwikkelingen en initiatieven op het beleidsterrein toerisme volgen elkaar snel op, maar van enig gedegen beleid blijkt de afgelopen jaren geen sprake te zijn geweest. En de opmerkingen vandaag van Lila in de Ware Tijd versterken het gevoel dat het toerismebeleid rammelt.

Gezamenlijk toerismebeleid met Guyana
Begin januari 2011 sprak minister Falisie Pinas van TCT, tijdens zijn bezoek aan de grootste vakantiebeurs in Nederland (Utrecht), met zijn Guyanese collega Manniram Prashad, over het gezamenlijk ontwikkelen van ‘modellen’ om samen toerisme te bevorderen. Dat gesprek was overigens van tevoren, in Suriname, voorbereid door de Stichting Toerisme Suriname.‘Wij hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden en kunnen leren van Guyana door gegevens uit te wisselen’, zei Pinas 13 januari op de Surinaamse nieuwswebsite Starnieuws. Hij zou een en ander gaan bespreken met zijn collega Winston Lackin van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Eén van de meest belangrijke aandachtspunten was het afschaffen van visa. Hiertoe zou een studie van zo’n vier tot vijf maanden worden uitgevoerd.

Medio juli 2011 sprak Pinas in Paramaribo met vertegenwoordigers van de Franse ambassade en de Kamer van Handel en Industrie. Versoepeling van de visumplicht was ook daar onderwerp van gesprek.

Anno mei 2013 is het echter niet bekend wat verdere ontwikkelingen zijn geweest met betrekking tot het versoepelen van de visumplicht met de buurlanden Guyana en Frans-Guyana.

Senegal
Ontwikkelingen in Suriname op het terrein van toerisme wringt zich soms in vreemde en onverwachte bochten. Neem nu Senegal.
Begin maart 2011 bracht de ambassadeur van dit West-Afrikaanse land, Nafissatou Diagne, een kennismakingsbezoek aan minister Pinas. De Senegalese is gevestigd op Jamaica en wil de relatie met Suriname voor haar land ontwikkelen. Toerisme is voor Senegal een belangrijke bron van inkomsten geworden. Na het gesprek, liet minister Pinas weten dat Suriname graag ervaringen wil uitwisselen met Senegal over het aantrekken van toeristen uit Europa en Amerika. De ambassadeur beloofde contact te gaan leggen tussen Pinas en de minister van Toerisme in Senegal, sinds april vorig jaar is dat de populaire zanger Youssou N’dour. Of er ooit nader contact is geweest tussen beide ministers? Zowel Pinas als Yousso N'dour reageerden niet op vragen hierover. Ik ga er maar vanuit dat het gebleven is bij de opmerkingen destijds, in maart 2011, van de Senegalese ambassadeur en minister Pinas.
Dat gebeurt overigens vaak in Suriname: er worden zaken geroepen, afgesproken, toegezegd, en na verloop van tijd verdwijnen de gedane toezeggingen en afspraken onder in een la en worden er niet meer uitgehaald.

UPDATE: Tot mijn verrassing ontving ik op vrijdag 17 mei alsnog onderstaande reactie van het ministerie van Toerisme van Toerisme:

'We have received your mail of monday, 13 may 2013. I am sorry to tell you that we have no information about the visit of our ambassador Nafissatou DIAGNE in Suriname. I am Ms. Fatou Thiam MBAYE, the Technical Advisor of Senegal Ministry of Tourism, in charge of International Cooperation and I can tell you that unfortunately there is no contact about Tourism sector between Suriname and Senegal.
I can tell you that this can be a good opportunity to build some relationship between the two countries.
Is it possible to arrange a visite in Suriname for our Minister and two experts of our Departement?

Best regards.

Ms Fatou Thiam MBAYE'

Het ministerie verzoekt mij dus nu om, zeg maar, te bemiddelen om een bezoek van de Senegalese minister en twee van zijn experts van het ministerie aan Suriname te regelen. De mail heb ik vandaag doorgestuurd naar het Surinaamse ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme en ter kennisname naar de lokale media.

Suriname met stand op Vakantiebeurs Utrecht
De Stichting Toerisme Suriname presenteerde begin januari 2012 met enige trots cijfers over het aantal toeristen dat jaarlijks Suriname bezoekt. Volgens de STS was het aantal in vergelijking met 2006 met 33 procent gestegen. De meeste ‘bezoekers’ kwamen uit Nederland en buurlanden Guyana en Frans-Guyana. Gesproken werd over ‘bezoekers’ en niet over toeristen....
De stichting liet verder weten de focus te gaan leggen op de Nederlandse- en Franse markten en nieuwe ‘markten’ in Duitsland en Engeland.
Het bericht kwam enkele dagen voor de start van de grote vakantiebeurs in het Nederlandse Utrecht, waar de STS ook aanwezig was. In dat verband zei toenmalig directeur Armand Li-A-Young 16 januari 2012 op Starnieuws dat zijn stichting ‘een goede investering nodig’ had. Volgens hem kon de stichting met een budget van jaarlijks drie miljoen Surinaamse dollar ‘kwalitatief onvoldoende uit de verf komen’. Maar, wat hij met een ‘goede investering’ wilde gaan doen liet hij feitelijk in het midden. Wel zag hij graag meer sfeer in de Suriname stand op de vakantiebeurs in Utrecht, zoals culturele optredens, livemuziek, wat snacks en drank uit de Surinaamse keuken. Hierdoor zouden mensen zich nog meer aangetrokken voelen tot het land en Suriname zou meer profijt hieruit kunnen halen, zo berichtte Starnieuws. Maar, daar heb je toch niet drie miljoen Surinaamse dollar voor nodig?

Waar blijft het Toerisme Masterplan 2030?

Minister Falisie Pinas.
Enkele dagen voor de uitlatingen van de STS-directeur had minister Pinas al laten weten negen miljoen SRD per jaar uit te willen trekken voor de stichting. Hij zei verder, dat de STS op den duur zelfstandig moet worden en zichzelf moet kunnen bedruipen.
Kennelijk was die mededeling van de minister voorbij gegaan aan Armand Li-A-Young. Pinas maakte ook bekend dat er gewerkt zou worden aan een ‘masterplan’ ‘om veel op het gebied van toerisme mogelijk te maken’. Dat plan zou strekken tot 2030 en in de tweede helft van 2012 zou dit plan aan het parlement gepresenteerd worden.
Op 14 november 2012 was er nog geen masterplan. Dit was die dag te lezen in een bericht op Starnieuws: ‘(...) Het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme is bezig met een voorbereiding van een twintigjarig masterplan voor deze sector. Het plan zal toeristische zones in kaart brengen. (...)’

De nieuwe voorzitter van het bestuur van de STS – aangesteld in maart 2012 - Faridy Lila, maakte op 2 november bekend, dat in opdracht van president Desi Bouterse een Toerisme Masterplan 2030 wordt opgesteld. Dat plan zou met medewerking van een Europese consultant worden opgesteld.

Kortom, veel gegoochel over een vermeend masterplan dat maar niet tot stand schijnt te willen komen.
Anno mei 2013 is in nog geen velden of wegen een masterplan boven water gekomen....

Lila maakte begin november 2012 bekend een lichte stijging van het aantal toeristen waar te nemen. Maar, nog niet voldoende. Vandaar dat de STS de marketingbedrijven Ultra Violet en USP inhuurde. USP zou marktonderzoek gaan verrichten in Europa en Ultra Violet in Amerika. Het in Amsterdam gevestigde USP Marketing PR was al aangesteld als het nieuwe PR en communicatiebureau voor de STS. 'USP zal haar expertise en jarenlange ervaring met Suriname inzetten om de schoonheid van het land onder het voetlicht te brengen bij Nederlandse en Belgische vakantiegangers.' Verder maakte Lila bekend, dat beleid inzake toerisme in de diverse districten verder zou worden ontwikkeld door ‘het analyseren van de toerismepotentie van de districten en die te benutten’.

Smet
Een smet op het ‘toerismebeleid’ is de contributieachterstand die Suriname bleek te hebben bij de Caribbean Tourism Organization (CTO). De organisatie heeft daarom Suriname in september 2011 als lid geroyeerd. Minister Pinas liet 14 januari 2013 weten geen idee te hebben hoe groot de betalingsachterstand was en wat inmiddels wel of niet zou zijn betaald. Duidelijk was wel dat de CTO nog duizenden Amerikaanse dollars moest ontvangen voor de periode van 2007 tot en met 2012. Op het moment van royement was de achterstand opgelopen tot 423.000 Amerikaanse dollar, aldus de Ware Tijd. Een paar weken later zei minister Pinas in De Nationale Assemblee dat de contributie aan Caribische Toerisme Organisatie zou worden betaald. Het royement moest volgens NDP-Assembleelid Melvin Bouva gezien worden als een schandelijk signaal aan de regio. ‘Maar het blijft een schande, we zijn voorzitter van de Caricom, iedereen in de regio praat erover wat voor een uniek toeristisch product we hier hebben. Eigenlijk geven we aan het helemaal niet serieus te nemen met het ontwikkelen van de sector in eigen land’, sprak Bouva.

Minister Pinas deelde op vragen vanuit het parlement mee dat de achterstand 636.000 Amerikaanse dollar was.

Gedonder op werkvloer STS
Alsof de contributieachterstand bij de Caribische Toerisme Organisatie nog niet genoeg smet was op het blazoen van het Surinaamse toerismebeleid, werd in de laatste week van januari ook nog eens duidelijk dat er sprake was van gedonder binnen de Stichting Toerisme Suriname. Er heerste ontevredenheid onder de toerismesector in het land en zelfs onder het personeel van de stichting over de eigen leiding. Ingewijden in de toerismebranche stelden in het Dagblad Suriname van 24 januari van dit jaar, dat Lila - waarnemend-directeur – een lichtgewicht is op toerismegebied. ‘Politiek heeft haar op deze posten gezet. En nu bekleedt ze niet één, maar drie functies waarvan ze geen kaas heeft gegeten. Ze heeft ook geen ervaring met leiding geven’, aldus ‘een bron’ in de krant. Faridy Lila is namelijk ook voorzitter van het stichtingsbestuur en onderdirecteur Toerisme op het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT).
Maar wat de toerismebranche het meest hinderde, was dat het bestuur ervoor koos om naar de Vakantiebeurs in Nederland te gaan, terwijl het personeel niet eens op tijd uitbetaald kon worden.
‘De STS heeft momenteel te kampen met financiële problemen. Men is al drie dagen laat met het uitbetalen van het personeel en deze week zal dat ook niet meer het geval zijn. In plaats om dit probleem op te lossen, vertoeven momenteel twee bestuursleden op kosten van de STS in Nederland voor de beurs. Wat doen mensen van het stichtingsbestuur op de beurs? Zijn de leiding van STS en het personeel niet verantwoordelijk voor de uitvoering’, vroeg de bron zich af in het Dagblad Suriname.

Vertekend beeld toeristencijfers
Maar, alsof er niets aan de hand was kwam op 1 februari 2013 de STS met het bericht enthousiast te zijn over de toename van het aantal Belgische toeristen in de periode januari tot en met september 2012: het ging om 1.500 Belgische toeristen die 15 tot 21 dagen in Suriname verbleven en dagelijks ruim 125 euro per persoon uitgaven.

Op dat moment werd echter duidelijk, dat de Stichting Toerisme Suriname onder toeristen ook blijkt te verstaan studenten, stagiaires en zakenlieden. Als dat het geval is en de STS werkelijk in haar toeristencijfers ook meeneemt studenten, stagiaires en zakenlieden dan krijgen die cijfers een totaal verkeerd beeld. Aan de hand van die vertroebelde cijfers maken bedrijven in de toerismesector beleid, stemmen wellicht hun inkoopbeleid erop af, maar ook het ministerie van TCT gebruikt die cijfers. Het aantal jaarlijks Suriname bezoekende toeristen is dus waarschijnlijk aanzienlijk lager kunnen liggen dan de door de STS ieder jaar gepresenteerde cijfers.

Schoon milieu moet toeristen trekken
Dat het milieubeleid min of meer als los zand aan elkaar hangt bleek medio februari van dit jaar. Plotseling stort de STS zich op een schoon milieu. ‘Alleen dan blijft het land aantrekkelijk voor toeristen’, stelde de stichting op 21 februari in een artikel in de Ware Tijd. De STS stelde vuilnistonnen beschikbaar voor scholen. ‘Er zijn scholen meegenomen die niks te maken hebben met toerisme’, zei James Akewaje, hoofd van de afdeling Educatie en Informatie en Productontwikkeling en Kwaliteitsbewaking van STS. ‘Alle scholen moeten helpen de jeugd op een dusdanige manier op te voeden dat ze het toeristisch inzicht dat wij indertijd hebben gemist wel meekrijgt.’

Een schoon milieu en toeristen lokken..... Is dat toerismebeleid? Zou de STS zich dan ook niet sterk moeten maken voor het opknappen van de krakkemikkige trottoirs in Paramaribo, voor renovatie van vele in slechte staat van onderhoud verkerende panden in het stadscentrum, voor het herstel van de vele gaten en kuilen in het wegennet, voor een meer sociaal gedrag van veel weggebruikers, enzovoorts, enzovoorts.

Pinas en Lila zwijgen en wie zwijgt......
Zowel de Stichting Toerisme Suriname als minister Falisie Pinas van het ministerie van Transport, Communicatie en Toerisme, waren niet bereikbaar, anders gezegd waren niet bereid, om onderstaande vragen te beantwoorden. Kennelijk zitten zij niet te wachten op dergelijke vragen. Maar, niet reageren is ook reageren:

1) Hoe is het gesteld met versoepeling van de visumplicht voor bezoekers uit Guyana en Frans-Guyana? (Begin januari 2011 sprak minister Pinas met zijn collega uit Frans-Guyana hierover en hiertoe zou een studie van vier tot vijf maanden worden uitgevoerd. In juli 2011 sprak de TCT-minister met vertegenwoordigers van de Franse ambassade en de Kamer van Koophandel en Fabrieken over onder andere versoepeling van de visumplicht voor bezoekers uit Frans-Guyana.)

2) Begin maart 2011 bracht de Senegalese ambassadeur, gevestigd op Jamaica, een kennismakingsbezoek aan minister Pinas. Besloten werd informatie met elkaar uit te wisselen over o.a. hoe toeristen aan te trekken uit Europa en Amerika. De ambassadeur van Senegal zou haar minister van Toerisme in contact brengen met Falisie Pinas. Is er ooit nader contact geweest tussen Suriname en Senegal inzake toerisme?
Geen reactie, is ook een reactie!

3) Waar blijft het in januari 2012 aangekondigde Toerisme Masterplan 2012 dat half 2012 al gereed had moeten zijn?

4) Is de contributieachterstand bij de Caribbean Tourism Organization inmiddels weggewerkt en is het royement van Suriname door de CTO opgeheven?

5) Wordt er niet een vertekend beeld verstrekt door in toerismecijfers ook studenten, stagiaires en zakenlieden mee te nemen, die feitelijk geen toeristen zijn? Dit bleek uit een bericht op 1 februari van dit jaar over een toename van het aantal Belgische toeristen. Aan de hand van de toeristencijfers bepalen ondernemers in de toerismesector hun (inkoop-)beleid en wellicht worden die cijfers ook gebruikt door het ministerie van TCT in haar toerismebeleid.

6) Sinds dit jaar houdt de STS zich ook bezig met een schoon milieu om toeristen aan te kunnen trekken. Is dat toerismebeleid? Zou de STS zich dan ook niet sterk moeten maken voor het opknappen van de krakkemikkige trottoirs in Paramaribo, voor renovatie van vele in slechte staat van onderhoud verkerende panden in het stadscentrum, voor het herstel van de vele gaten en kuilen in het wegennet, voor een meer sociaal gedrag van veel weggebruikers, enzovoorts?

vrijdag 10 mei 2013

Stilte rond Commissie Ordening Goudsector....

Waar blijft ‘strategisch plan’ van presidentiële commissie?

Veel vragen voor commissie over ordening goudsector

10-05-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De laatste tijd is het opvallend stil rond de Surinaamse presidentiële Commissie Ordening Goudsector (COG). De laatste keer dat de commissie even in het nieuws was, was op 15 maart van dit jaar. Die dag nam de voorzitter van het Managementteam van de COG, Gerold Dompig, deel aan het seminar ‘Minimalisering en voorkomen van kwikgebruik ik Suriname’ van het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS), dat haar 15-jarig bestaan vierde.

Gerold Dompig laatste weken niet erg spraakzaam
De commissie was ook van de partij tijdens de ACP/EU-top die medio november 2012 werd gehouden in Paramaribo. Dompig hield een presentatie voor parlementsleden uit Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen en uit landen van de Europese Unie over de ordening van de goudsector in Suriname.
Opmerkelijk was, dat hij werd bijgestaan door antropoloog Chris Healy. Healy bleek uit het niets aan Commissie Ordening Goudsector te zijn toegevoegd als consultant. Hij is naast antropoloog goed bekend met de goudsector en heeft voor nationale en internationale organisaties en instituten rapporten geschreven over de goudsector in Suriname. Zo schreef hij onder andere mede in 2005 het 116 pagina’s tellende rapport ‘Situation Analysis of the Small-scale Goldmining in Suriname’ voor het WWF Guianas:


Porknokkers beloond voor vernietigende illegale activiteiten
Tijdens de presentatie maakte Dompig bekend dat voor porknokkers die illegaal aan het werk waren in onder het Brownsberg Natuurpark, nieuwe werkgebieden waren aangewezen: in de omgeving van het natuurpark een gebied van 5.600 hectare, bij Nieuw Koffiekamp ook 5.600 hectare en bij Langetabbetje 4.700 hectare. ‘Ik denk dat ze hier blij mee zijn. We halen de illegalen weg uit het beschermd gebied, maar maken ze niet brodeloos en hebben nu een win-win situatie’, zei Dompig.

Maar, het lijkt er meer op dat illegale goudzoekers door de overheid beloond worden voor hun vernietigende werkzaamheden in bijvoorbeeld het Brownsberg Natuurpark. Geen enkele porknokker is ooit bestraft voor het illegaal mijnen naar goud, laat staan voor het gebruik van het voor het milieu en voor de gezondheid van inheemsen en marrons schadelijke, giftige, en verboden kwik.

In hoeverre vandaag de dag al door goudzoekers wordt gemijnd in de aan hun toegewezen nieuwe werkgebieden voor goudzoekers is niet bekend. De Commissie Ordening Goudsector is de laatste weken niet erg spraakzaam gebleken.

Parlementslid Asabina: Geen geloof meer in Commissie Ordening Goudsector
Gevraagd om een reactie zegt het BEP- (Broederschap en Eenheid in de Politiek) Assembleelid Ronny Asabina:
 ‘Eerlijk gezegd ben ik confused voor wat betreft de ordening. Ik hecht geen geloof meer aan wat uit de hoek van de Commissie Ordening Goudsector aan info met de samenleving wordt gedeeld. Niemand anders dan de heer Dompig heeft tijdens een workshop in het kader van de hier te lande georganiseerde ACP-EU meeting aangegeven, dat de commissie een strategisch plan heeft ontwikkeld dat op het bord van de minister van Natuurlijke Hulpbronnen zou liggen. Langer dan zes maanden daarna weet niemand waar het plan is. Ik kan mij niet indenken dat je een sector van zo een grote importantie kan ordenen zonder een plan. Ik vraag mij af of men geen andere bedoeling heeft met deze zogenaamde ordening.’

Gerold Dompig en minister Jim Hok van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen wilden niet reageren op de onderstaande vragen, ondanks herhaald verzoek:

1) hoe zit het nu met het Brownsberg Natuurpark, wie heeft dat nu feitelijk in beheer en wie controleert? Is Stinasu daar nog in beeld?
2) wordt er in het binnenland wel gecontroleerd op het gebruik van kwik? Naar mijn weten is er nog nooit kwik op een goudveld in beslag genomen of is er een porknokker of garimpeiro beboet of voor een rechter verschenen voor het gebruik van kwik, de import van kwik en/of voor illegale goudwinning.
3. wat is de stand van zaken met betrekking tot een fonds dat in het leven geroepen zou worden voor porknokkers, waar ze een beroep op zouden kunnen doen voor financiering van milieuvriendelijke winningsmethoden?
4. werkt het pasjes-/belastingsysteem?
5. waar is het strategisch plan en wat is de inhoud?

Het zwijgen is veelzeggend en ook een reactie.....

donderdag 9 mei 2013

GFC Nieuws bedrijft geen journalistiek

Wanneer roept SVJ GFC Nieuws op het matje van voorzitter Leeuwin?

09-05-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – GFC Nieuws heeft vandaag weer eens aangetoond ver af te staan van de journalistiek. Natuurlijk, dagelijks publiceert de vermeende redactie van deze Surinaamse nieuwswebsite artikelen die het predicaat ‘journalistiek’ laat staan ‘nieuws’ waardig zijn.

Neem nu dit artikel dat vandaag op de website is verschenen:


Wat een onzinnig en journalistiek inhoudelijk rammelend artikel, waar ik verder niet inhoudelijk op wil ingaan. Maar, uit het artikel blijkt maar weer eens, dat de zogenoemde redactie van GFC Nieuws geen benul heeft van nieuws en kwalitatief inhoudelijke journalistiek.....

Wat denkt GFC Nieuws met een dergelijk suggestief artikel te kunnen bereiken en dan ook nog een ‘deskundige’ opvoeren en niet de naam van hem of haar vermelden......
Een dikke onvoldoende, voor de zoveelste keer, voor GFC Nieuws!

Laat voorzitter Wilfred Leeuwin van de Surinaamse Vereniging van Journalisten hier eens wat aan of tegen doen en de redactie van GFC Nieuws op het matje van Leeuwin roepen voor een vermanend woord, iets dat de SVJ-voorzitter niet vreemd is om te doen, een vermanend woordje spreken.

dinsdag 7 mei 2013

Newmont gaat goud winnen onder woningen in Nieuw Zeeland

Bewoners Waihi bezorgd over gevolgen ondergrondse goudwinning

Newmont wuift bezwaren bewoners weg

07-05-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De Amerikaanse goudmijnmultinational Newmont heeft maandag 6 mei van de regering van Nieuw Zeeland toestemming gekregen om goud ondergronds te gaan winnen onder 45 woningen te Waihi.

Ondergrondse mijn valt slecht bij bewoners
De beslissing van de overheid is slecht gevallen bij de inwoners van Waihi, een kleine stad in het Hauraki District op het Noordelijke Eiland, Coromandel schiereiland, van Nieuw Zeeland. Het heeft een geschiedenis als goudmijnstad en telde in 2006 4.503 inwoners.
Het nieuwe project van Newmont Waihi Gold wordt de eerste operationele mijn deels onder bewoond gebied. De afgelopen maanden hebben bewoners vaak geprotesteerd tegen de plannen voor ondergrondse mijnbouw. In de eerste week van maart vond nog een protestactie plaats:


Groene Partij verontrust
Het Parlementslid Catherine Delahunty van de Groene Partij is zeer verontrust over de komende ontwikkelingen in met name Waihi Oost en over het effect dat de ondergrondse mijn gaat hebben op het dagelijkse leven van de inwoners. Newmont Waihi Gold heeft in Waihi al de goudmijnen Martha, Favona en Trio operationeel.

In de afgegeven vergunning om onder de grond en onder woningen te gaan mijnen zijn wel enkele voorwaarden opgenomen, bijvoorbeeld met betrekking tot de zwaarte van- en het aantal explosies.

De politica vindt dat alle Nieuw Zeelanders bezorgd zouden moeten zijn over de nieuwe plannen van Newmont. ‘Gelet op de slechte huizenmarkt in Waihi zijn de inwoners nu overgeleverd aan Newmont om ze uit te kopen of ze zullen moeten leven met de gevolgen van het geluid en trillingen door de ondergrondse mijnbouwwerkzaamheden. De inwoners gaan de prijs betalen.’

‘Als het gaat om de uitbreiding van mijnbouwactiviteiten in Waihi dan hebben de belangen van buitenlandse ondernemingen het gewonnen van de belangen van de gewone Nieuw Zeelanders’, aldus Delahunty vandaag tegenover TVNZ.

Newmont wuift bezwaren weg
Newmont wuift de bezwaren en angsten van de bewoners weg. ‘Er zullen trillingen in de bodem zijn, maar niet meer dan wanneer er een truck passeert, maar er zal geen geluidsoverlast zijn en er zal geen stof zijn.’

Volgens het Amerikaanse bedrijf zal 350 meter onder het aardoppervlak gemijnd gaan worden. Newmont stelt verder dat bewoners van ongeveer 375 woningen te maken zullen krijgen met trillingen, maar alleen overdag - één van de 77 voorwaarden waaraan het bedrijf zal moeten voldoen.

Banen 
Een mijnbouwvakbond denkt dat de ondergrondse mijn zo’n 400 banen gaat opleveren. De ‘Engineering, Printing and Manufacturing Union’ stelt dat er rond de 250 banen zullen ontstaan voor de mijn zelf en ook nog eens extra ondersteunende banen op het terrein van administratie en geologie.

Newmont en Suriname
De Surinaamse regering staat op het punt een overeenkomst te sluiten met Newmont voor het opzetten van een grote goudmijn in het Meriangebied in het oosten van het land. Een overeengekomen conceptovereenkomst werd onlangs behandeld in het Surinaamse parlement. Op punten bleken diverse politici het niet eens te zijn met de inhoud van het concept, waarop besloten werd dat er opnieuw onderhandeld moet gaan worden tussen de regering en de Amerikanen om eventueel enkele knelpunten aan te passen.

maandag 6 mei 2013

SVJ krijgt eindelijk kritiek op functioneren uit eigen achterban.....!

De West in rubriek Keerpunt kritisch over Surinaamse Vereniging van Journalisten

06-05-2013


Paramaribo - Eindelijk eens een kritische nooit over het functioneren van de SVJ vanuit de eigen achterban! Hopelijk worden vanaf zaterdag 4 mei 2013, toen dit stuk in de rubriek Keerpunt van De West verscheen, meer journalisten wakker en nemen ze het functioneren van het bestuur van de SVJ onder vuur.


Hieronder voor de duidelijkheid de volledige tekst van het hierboven afgebeelde artikel en de verklaring van de SVJ:

De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) heeft vanaf haar oprichting in 1981 felle strijd geleverd om te zijn waar zij als organisatie nu is. De SVJ is de bakermat voor de persvrijheid in Suriname en in deze strijd mag de SVJ deze weg, hoe zwaar die ook mag zijn, nimmer verlaten. De SVJ werd opgericht in een periode, waarin een eigen mening hebben taboe was en de uiting daarvan als een misdaad werd gezien, des te meer als de geuite mening niet in lijn was met de toen heersende militaire dictatuur. De strijd voor vrijheid van vrije meningsuiting is het vlot waarop de vrije pers drijft.
En hoeveel beperkingen de overheid ook daarop wil leggen, de SVJ is de laatste organisatie die deze beperkingen mag prediken, althans als zij zichzelf respecteert als persorganisatie. De SVJ is dus gewaarschuwd!

De SVJ heeft gisteren, vrijdag, een verklaring uitgegeven ter ere van de 'World Press Freedom Day'. Daarin begint het bestuur van deze organisatie met een mooie preek dat het recht op vrije meningsuiting geen gunst is, maar een mensenrecht. Keerpunt gaat ervan uit dat de SVJ daarmee bedoelt dat de overheid bij voorbaat verplicht is met haar handen af te blijven van de beleving van dit recht. Immers, mensenrechten moeten in ruime mate worden beleefd om het genot van deze rechten tot zijn recht te laten komen.

Wie niet verder leest, zou net denken dat het de SVJ als bestuur en als vereniging een felle entiteit is die precies weet hoe je een grote bek moet opzetten wanneer je het voor je zaak opneemt. Keerpunt valt echter bijna achterover van de inhoud van alinea 4 en 5. Daarin keert de persorganisatie zich op een sluwe manier tegen haar eigen gelederen en torpedeert haar eigen grondvesten. De SVJ gaat voor even op de stoel van een baldadige overheid zitten en verdedigt de beperkingen die de overheid heeft opgelegd aan de pers, de vrije pers wel te verstaan. Die beperkingen zijn in beginsel beperkingen op het recht van de vrije meningsuiting, hetzij bij wet, hetzij bij wijze van willekeur. En hoezeer deze beperkingen eventueel ook in de wet zijn of kunnen zijn opgenomen, de SVJ moet zich schamen om `hoera' te gaan zingen voor die beperkingen.

Keerpunt roept journalisten op en waarschuwt de SVJ om niet met vuur te spelen. De beperkingen in de wet op de vrijheid van elkeen zijn mening te uiten zijn een aantasting van het recht dat de basis vormt voor het werk van de vrije pers en van de onafhankelijke journalist. Over de strekking van deze beperkingen en hoe daarmee om te gaan, wenst Keerpunt zich een andere keer uit te laten. Maar het is wel uitermate schandalig dat de SVJ deze beperkingen bejubelt.

De hoofdredactie van De West heeft dan ook bij wijze van protest deze besproken verklaring gisteren niet gepubliceerd. Om de lezer de gelegenheid te geven dit protest beter te begrijpen, is de verklaring vandaag wel opgenomen in de kolommen van Keerpunt. De verklaring staat elders op deze zelfde pagina. De SVJ is gewaarschuwd!

Het lijkt op het eerste gezicht een onschuldige oproep van de SVJ aan journalisten in het algemeen en haar leden in het bijzonder om respect op te brengen voor de beperkingen. Welke vakbond roept zijn leden op om eerbied te hebben voor de beperkingen van de arbeidsrechten? Welke studentenorganisatie roept studenten op om het hoofd te buigen voor studentenonvriendelijke regels in het schoolreglement? Ajajai.

Natuurlijk zijn die vijandige regels er en kun je als organisatie zo snel niets tegen doen, maar dat wil nog niet zeggen dat je ze bejubelt. Een normale organisatie bedenkt een strategie hoe zij daarmee omgaat, een strijdorganisatie herinnert haar leden elke keer eraan dat die beperkingen uit den boze zijn, maar een laffe organisatie streelt die beperkingen bij elke gelegenheid. Keerpunt proeft een gevaarlijke ondertoon in de taal die de SVJ aanslaat in deze en eerdere verklaringen en persberichten en waarschuwt de organisatie. Journalisten horen journalisten te zijn, echter iedereen heeft het recht om een andere uitdaging te kiezen en voor een andere baan te kiezen. Maar besef dat sommige jobs zich niet kunnen verenigen met het journalistenleven. Journalisten kunnen moeilijk het belang dienen van de overheid, … wees een journalist of ga openlijk voor de overheid werken. De SVJ is gewaarschuwd!


VERKLARING SVJ OP WORLD PRESS FREEDOM DAY: RECHT OP VRIJE MENINGSUITING GEEN GESCHENK, MAAR EEN GRONDRECHT


,,Bij de herdenking van ‘World Press Freedom Day’, (recht op vrije meningsuiting,) wenst de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) stil te staan bij de betekenis van dit recht. De vereniging stelt voorop dat dit recht geen geschenk of gunst is afkomstig van welke instantie, overheid of politieke overtuiging. Het recht op vrije meningsuiting is een grondrecht, een mensenrecht dat bij de geboorte al meteen van toepassing is. Dit grondrecht is dan, zeker in een democratische samenleving, vastgelegd in de nationale wetgeving. Het ‘kan’ en mag niemand worden ontnomen.

In de Surinaamse grondwet is dit recht vastgelegd in artikel 19 van de Surinaamse Grondwet en komt ook voor in artikel 19 van de Internationale Verklaring van de Rechten van de Mens en aan artikel 19 van het Verdrag voor Burgerlijke en Politieke Rechten (Bupo). Suriname heeft beide internationale documenten ondertekend. De Verenigde Naties die zich samen met haar partners sterk maakt voor de waarborging van dit recht, legt dit jaar de nadruk op de voorwaarden die gelden in een samenleving, waardoor het veilig is ombelemmerd het recht op vrije meningsuiting te beleven.

De SVJ, zelf aangesloten bij regionale en internationale overkoepelende journalistenorganisaties, voelt zich hierdoor gesterkt en onderschrijft ten volle de nadruk die wordt gelegd op de bescherming van dit recht. Overigens registreren de VN en haar partners nog altijd dat dit recht, door inmenging vanuit politieke, niet politieke organen en personen wordt geschonden. Burgers, maar met name zij die de beleving van dit recht tot hun levenstaak of beroep hebben gemaakt worden nog altijd beknot, bedreigd, mishandeld, in het gevang weggestopt en zelf gedood. De steeds terugkerende nadruk voor het beleven van het recht op vrije meningsuiting is dit jaar mede ingegeven door het feit dat in 2012 een record aantal van 121 journalisten en mediawerkers om het leven zijn gebracht voor het beleven van dit grondrecht. Terugkijkend op de eigen Surinaamse situatie moet worden toegegeven dat de beleving van dit recht redelijk goed te noemen is. De SVJ feliciteert dan ook de Surinaamse gemeenschap, maar in het bijzonder haar leden en beroepsgenoten met de herdenking van deze dag. Echter doet de vereniging meteen ook een oproep aan beroepsgenoten dit recht op de juiste wijze te beleven. Geen enkele vrijheid is absoluut. Artikel 19 eindigt dan ook niet met het opnoemen van de rechten, maar vervolgt met te zeggen, dat bij de uitoefening van dit recht er bijzondere plichten en verantwoordelijkheden aan zijn verbonden. Dit (het recht dus) kan derhalve aan bepaalde beperkingen worden gebonden, doch alleen beperkingen die bij de wet worden voorzien en nodig zijn.

Het gevaar voor een eenzijdige beleving van dit recht kan resulteren in het schenden van de rechten van derden. Erger nog, kan dit leiden tot beknotting van het recht op vrije meningsuiting. De SVJ pleit dan ook voor een hoogstaande beoefening van het journalistieke beroep met een strikte inachtneming van de ethische principes en beroepscode die de journalistiek zich eigen heeft gemaakt.” (Einde verklaring)

Omroepen zouden moeten investeren in kwaliteit

Te vaak vastlopende film- en andere beelden op televisie bij diverse omroepen

Vernieuwing apparatuur wenselijk en ook van beeldarchief

Auteursrechten geschonden door dvd-gebruik

06-05-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Kijk je naar een spannende actiefilm op een van de lokale Surinaamse zenders, begint plotseling het beeld te haperen, staat stil, beweegt weer iets, staat stil om vervolgens compleet vast te lopen. Het gebeurt te vaak en bij te veel omroepen. Hinderlijk, ergerlijk, storend, maar daarnaast komt het zeer amateuristisch over.

Het lijkt de hoogste tijd dat enkele omroepen hier eens gaan investeren in nieuwe apparatuur, zodat films, documentaires, series, concerten, enzovoorts aan een stuk door kunnen worden uitgezonden, zonder haperingen, vastlopers of dat de film/dvd werkelijk vastloopt en een – in slaap gedommelde - medewerk(st)er er pas na een aantal minuten achterkomt dat het programma is vastgelopen...... Van enige oplettendheid bij enkele omroepen is absoluut geen sprake, alsof ze er niet zijn voor mij en u, de kijkers.

Geen rekening gehouden met kijkers
Het gevoel bekruipt je regelmatig, dat omroepen totaal geen rekening houden met de kijkers. Er wordt maar wat gedaan. Dat is de indruk die je krijgt als weer eens een film vastloopt. Als je als kijker mazzel hebt, wordt de vastloper na enkele minuten ontdekt door een wakkere omroepmedewerk(st)er en wordt het euvel verholpen. Maar, het gebeurt ook met regelmaat dat bijvoorbeeld een film vervolgens niet verder wordt vertoond waarna je als kijker wordt geconfronteerd met de zoveelste muziekvideoclip die je al oneindig veel keren hebt mogen aanschouwen, tot vervelends toe.

Illegaal films en andere programma’s vanaf dvd vertonen....
Omroepen vertonen hier veel films, documentaires, series, concerten, enzovoorts simpelweg vanaf een dvd. Niet voor niets krijg je als kijker vaak op je beeldscherm symbolen en woorden en dergelijke te zien die verraden dat een dvd wordt afgespeeld. Dat beelden haperen en vastlopen zal een gevolg zijn van een smerige dvd of van slechte, verouderde of niet schoongemaakte afspeelapparatuur. Sinds ik in Suriname kom (1998) en vanaf dat ik hier in augustus 2010 ben komen wonen, weet ik niet anders en beter, dan dat omroepen kijkers niet serieus nemen en dat er gewerkt wordt met dvd’s en slechte, verouderde of niet schoongemaakte afspeelapparatuur. Omroepen nemen kennelijk niet de moeite om uit te zenden materiaal vooraf te bekijken en te controleren op gebreken.

Omroepen en beleid: twee werelden apart
Het is mij volstrekt onduidelijk wat voor beleid omroepen voeren. De technische kwaliteit en inhoud van veel uitzendingen is over het algemeen zo erbarmelijk, dat je je afvraagt wie er achter de knoppen zitten – te slapen. Laat ik het hier maar niet hebben over de keuze van uit te zenden programma’s, de beeldkwaliteit, de ontelbare herhalingen van films, documentaires en concerten, de irritante en te vaak uitgezonden videoclips waardoor je een hekel begint te krijgen aan bepaalde groepen en artiesten, ook Surinaamse, over decors van diverse zogenoemde actualiteiten- en praatprogramma’s en over de wijze van presenteren en interviewen in dergelijke programma’s. Onprofessioneel en beschamend haperend, dat is het.

Herhalen, herhalen en herhalen
Daarnaast zou het goed zijn als het archief met beeldmateriaal bij omroepen eens wordt opgeschoond en vernieuwd, maar vooral aangevuld..... Zo vaak worden dezelfde beelden, films, etcetera vertoond.....zelfs binnen een week tijd.
Zo zond ABC zondagmiddag 5 mei voor de 46e keer een National Geographic documentaire uit over de ondergrondse van New York. Heeft ABC nu niets anders om uit te zenden, dacht ik. En hieronder is die documentaire dan voor de 47e keer:


Altijd maar weer uitzendingen tot in den treure herhalen...... triest, armoedig en een omroep onwaardig..... Volgens mij heeft ABC een aantal dvd-boxen gekocht vol National Geographic- en BBC (natuur)-documentaires die oneindig vaak worden herhaald. Treurig, en ook nog weinig vernieuwend, de Surinaamse televisie.

Werk voor SASur
Overigens zou de onder andere door omroepen hevig bekritiseerde Stichting Auteursrechten Suriname (SASur) er goed aan doen – voorzover ze dat al niet doet - ook daar eens naar te kijken: de grote hoeveelheid films en concerten en series en dergelijke die door omroepen vanaf dvd op tv worden vertoond, iets dat negen van de tien keer wettelijk niet is toegestaan..... (lees de disclaimers op dvd's). Vaak mogen dvd’s niet voor een publiek worden vertoond, maar alleen in de privésfeer. Omroepenbazen moeten dat weten, maar storen zich kennelijk aan niets en niemand.

Laat directeuren van omroepen zich niet zo druk maken om een wettelijke organisatie als SASur, maar zich druk maken om de technische- en inhoudelijke kwaliteit van hun eigen uitzendingen. Investeren in kwaliteit, investeren in de toekomst. Stap af van het amateurisme en wordt een professional die zijn of haar omroepwerk serieus neemt en rekening houdt met de kijkers.

Tot slot: 
Wat mij betreft de meest irritante presentator van de Surinaamse televisie, Gerold Vliet. Vaste presentator op maandagen van het ABC actualiteitenprogramma Magazine 4 dat live vanaf vier uur 's middags wordt uitgezonden. Een presentator die zelf het hardst lacht om zijn eigen 'grapjes' en zichzelf vaak interessanter vindt dan zijn gast(e). Het slijm en ijdeltuiterij druipen er werkelijk bij deze man van af. Maar, wellicht is dit het voorbeeld van iemand die men mag of juist helemaal niet....en wie weet heeft hij vele fans.

donderdag 2 mei 2013

SVJ-voorzitter: 'Vrijheid van meningsuiting geen gunst'

'Recht op persvrijheid is een grondrecht'

Karige boodschap SVJ in kader VN 'World Press Freedom Day'

Suriname kent persvrijheid..... immers, geen kritische noot van SVJ

02-05-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Surinamers moeten elkaar er constant aan herinneren, dat vrijheid van meningsuiting geen gunst of geschenk is. Het is een grondrecht, een mensenrecht. Dat is de boodschap van Wilfred Leeuwin, voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ), ter gelegenheid van Wereld Persvrijheid Dag van de Verenigde Naties (UNESCO) morgen, vrijdag 3 mei 2013.


Tijdens de militaire dictatuur in de jaren ’80 zijn vijftien journalisten door het toenmalige militaire regime om het leven gebracht en werden enkele mediahuizen vernietigd, schrijft Ivan Cairo vanavond in de Ware Tijd Online. Desi Bouterse, de huidige president, was destijds regeringsleider.

Als samenleving dient Suriname erbij stil te staan, dat het vermoorden van journalisten of het vernietigen van mediabedrijven door de overheid, nooit meer mag plaatsvinden. ‘We moeten vooruitkijken. maar ons er steeds weer aan herinneren dat het recht op vrije meningsuiting en persvrijheid een grondrecht is’, stelt Leeuwin.

Als dit de enige boodschap van Leeuwin is - Suriname eraan helpen herinneren dat recht op persvrijheid een grondrecht en een gunst is - in het kader van de Wereld Persvrijheid Dag van morgen, dan is het treurig gesteld met het bestuurlijk niveau van de SVJ.

Je zou van, vooral, hem een wat meer diepgaande boodschap verwachten, met wat meer inhoud. Zijn boodschap, namens de SVJ, is te gemakkelijk. Maar, het is hier de gewoonste gang van zaken om altijd maar terug te grijpen naar het 'zwarte' verleden van Suriname, als een soort zwaktebod. Leeuwin stelt zelf 'We moeten vooruitkijken', maar ondertussen blikt juist hij terug op een journalistiek donkere periode in de lokale geschiedenis.

De Wereld Persvrijheid Dag heeft echter betrekking op het heden, op de persvrijheid heden ten dage. Daar gaat de SVJ-voorzitter niet op in, op de actuele stand van zaken in Suriname als het gaat om persvrijheid. Kennelijk wist Leeuwin daarover geen enkel negatief bericht uit zijn geheugen op te diepen.
Kennelijk is hij tevreden over de mate van persvrijheid in Suriname......
kennelijk valt het mee met de persvrijheid hier.
Immers, zou het slecht zijn gesteld met de lokale persvrijheid, dan had Leeuwin, juist met het oog op de dag van morgen, een kritische boodschap moeten uitdragen..... Durfde hij dat niet aan of is er werkelijk geen enkele aanleiding voor een kritische boodschap? Ik denk dat het laatste het geval is......

Noot:
SVJ-voorzitter Wilfred Leeuwin was vrijdagavond 3 mei te zien in het 10 Minuten Jeugdjournaal waarin hij werd geïnterviewd over persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Tot mijn verbazing hoorde ik hem zeggen, dat een journalist voor een artikel nooit moet afgaan op informatie van één bron, maar dat meerdere bronnen gebruikt moeten worden om er verzekerd van te zijn dat de inhoud van het artikel op waarheid berust. Als er onjuiste informatie over bijvoorbeeld een persoon wordt gepubliceerd, dan zal dat die persoon blijven achtervolgen, aldus Leeuwin. 


Mijn gedachten gingen automatisch terug naar de tweede week van juni in 2011....
Kortom, Leeuwin kan oh zo correct overkomen, feit is, dat het tijd wordt dat vele journalisten hier eens een les journalistiek krijgen - neen, een complete opleiding journalistiek gaan volgen - want het schort nog steeds aan fatsoen, normen en waarden, ethiek en inhoudelijke kwaliteit bij menig journalist in Suriname.

maandag 29 april 2013

De Ware Tijd censureert eigen bericht online

Artikel over groepsseks tienermeisjes met groepje mannen aangepast

Krant wijzigt binnen korte tijd online-bericht op essentieel punt

29-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - De Ware Tijd heeft vanochtend, maandag 29 april 2013, binnen korte tijd in haar online-versie een artikel inhoudelijk gewijzigd. Het gaat om een artikel over een via het mobiele netwerk in omloop zijnd filmpje waarop te zien zou zijn, dat twee tienermeisjes groepsseks zouden hebben met een groepje mannen.

 

De Ware Tijd Online heeft in de loop van vanochtend een nieuwe versie van haar eerdere artikel gepubliceerd en uit dat artikel zijn de naam van journaliste Naomi Hoever en het tekstdeel ‘Eén van de tienermeisjes in het filmpje is het zusje van een bekende Surinaamse zanger.’ verwijderd.

Ook is de tekst ‘een schokgolf door de samenleving doen gaan’ gewijzigd in ‘houdt de gemoederen in de samenleving bezig’.

 

Bij lezing van de eerste versie vroeg ik me meteen afm wat de toegevoegde nieuwswaarde is dat een van de meisjes 'het zusje' is 'van een bekende Surinaamse zanger'. Naomi Hoever wist kennelijk wel de naam van de zanger, maar vond het interessant om die niet te vermelden waardoor er gegarandeerd in social media en in de samenleving gespeculeerd zou gaan worden over de identiteit van de zanger en van zijn zusje.

Kennelijk werd in een later stadium door de redactie ingezien, dat het niet zo handig was van Hoever om in het artikel 'te spelen' met de identiteit van een van de meisjes en werd daarom besloten een hernieuwde versie van het artikel te plaatsen op haar website waarin ook nog eens de naam Naomi Hoever werd geschrapt.

Overigens staan op dit moment, rond tien uur 's morgens, beide versies gewoon online.....