woensdag 2 januari 2013

Begint uitbaggeren vaargeul Surinamerivier werkelijk in juni 2013....

Baggerproject Surinamerivier kent lange geschiedenis

Eerder gedane toezeggingen werden niet waargemaakt

02-01-2013  Door: Paul Kraaijer


Directeur Michel Amafo van de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) maakte in de laatste week van december 2012 bekend, dat het uitbaggeren van de Surinamerivier in juni 2013 zal beginnen. Tegenover de West liet hij op 28 december weten, dat de periode waarin bedrijven een bod kunnen doen op de aanbesteding 14 februari afloopt. Vanaf de monding van de rivier tot Paranam gaat een nieuwe vaargeul gebaggerd worden. De directie van het baggerproject, dat naar verwachting zes maanden zal duren, is in handen van het Raadgevend Ingenieursbureau Lievense B.V. in het Nederlandse Breda.

Al sinds 2004 wordt gesproken over het uitbaggeren van de Surinamerivier. Vele malen zijn toezeggingen gedaan over het moment waarop met de werkzaamheden zou worden begonnen. Op 9 november 2006 werd gesteld dat medio 2007 begonnen kon worden met de baggerwerkzaamheden. Vervolgens werd het een lange periode stil, waarna op 24 augustus 2010 bekend werd gemaakt dat in 2011 de rivier uitgebaggerd zou worden. Een jaar later, 28 september 2011, kwam het bericht dat de werkzaamheden in het eerste kwartaal van 2012 zouden starten en op 3 augustus van dit jaar werd gemeld dat uiterlijk februari 2013 begonnen zou worden met de baggerwerkzaamheden. Deze week kwam de voorlopig laatste voorspelling: 1 juni 2013.
 

Hoe heeft het ‘baggerproject’ zich de afgelopen jaren ‘ontwikkeld’?
De MAS maakte op 7 juni 2006 bekend dat zij een onderzoek zou laten uitvoeren naar de economische en financiële haalbaarheid van een diepere vaargeul in de rivier. Dat onderzoek zou gefinancierd worden door Staatsolie en de bauxietbedrijven Suralco en het inmiddels uit Suriname vertrokken Billiton. De studie gold als voortraject van het project Modernisering Vaarweg Surinamerivier. Vijf maanden later benadrukte de MAS dat het project vooral economisch gericht zou zijn. Baggeren was noodzaak vanwege de smalle breedte,zeventig meter, van de rivier en onvoldoende diepgang bij de monding (ongeveer 4.5 meter bij laag water).

Milieueffecten
De berichten over plannen voor het uitbaggeren van de rivier leidde in november 2006 tot de eerste kritische geluiden. Kleine vissers zeiden te vrezen voor het verarmen van het visbestand. Zij baseerden zich op de ervaringen van vissers op de uitgebaggerde Berbicerivier in Guyana. Veel Guyanese vissers trokken vervolgens naar Surinaamse wateren om vis te vangen. Naast een aanslag op het visbestand, werden ook zorgen uitgesproken over overlast veroorzaakt door de snelheid van zeeschepen en loodsboten. De MAS trachtte de zorgen uit de lucht te halen door te stellen dat er een milieueffectenonderzoek werd uitgevoerd. Eind december 2012 liet de MAS weten dat inmiddels een ‘Environmental and Social Impact Assessment’ is uitgevoerd, dat een uitgebreide analyse van de mogelijke gevolgen van het project is opgeseld en dat op basis van die analyse een plan is geschreven voor de uitvoering van het project. Het onderzoek werd gefinancierd door een consortium bestaande uit Staatsolie, Billition en Suralco.

Opmerkelijk was het dat begin november 2007 het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkkeling in Suriname, NIMOS, al beweerde dat de milieueffecten minimaal zouden zijn bij het baggeren van de Surinamerivier. Ook zou volgens dit instituut de vispopulatie weinig last ondervinden van de baggerwerkzaamheden. Een definitief besluit over het wel of niet baggeren van de rivier was toen nog niet door de regering genomen. Maar, een maand later, bleek uit de Jaarrede van president Bouterse, over het regeringsbeleid voor het jaar 2008-2009, dat ‘de studies in verband met het uitdiepen van de vaargeul in de Surinamerivier reed zijn afgerond en de de inschrijving voor de werkzaamheden heeft plaatsgehad’.

Toenmalig vicepresident Ramdien Sardjoe verklaarde op 27 mei 2008 in gesprek met de Ware Tijd, dat ‘het besluit om al of niet te baggeren’ afhing ‘van mogelijkheden de milieugevolgen te beperken’. Hij benadrukte het economische belang van een uitgebaggerde rivier voor Suriname. Zo was de verwachting dat het transport van bauxiet en aardolie  efficiënter zou kunnen en dat cruisetoerisme van de grond zou kunnen komen. Om de vaargeul op de juiste diepte te houden, zal echter jaarlijks gebaggerd moeten worden, aldus Sardjoe in mei 2008.
In dezelfde maand organiseerde de MAS van 26 tot en met 30 mei een training met als titel ‘Monitoring Dredging Operations’ in Hotel Krasnapolsky in Paramaribo. De training werd verzorgd door Bart Graswinckel, een baggerexpert van het Shipping and Transport College Rotterdam. Tijdens deze training werden de meest gangbare baggermethoden besproken en ook de milieuaspecten. Volgens Graswinckel zou voor het baggeren van de Surinamerivier trailhoppercutterdredging in combinatie met waterinjectiondredging geschikt zijn, omdat deze methoden effectiever en relatief goedkoper zijn dan de andere methoden en minieme gevolgen zouden hebben voor het milieu. Deze methoden zouden voor de scheepvaart ook geen belemmering vormen.

Inschrijvingen
Zes bedrijven uit Nederland, België en China hadden zich in augustus 2008 ingeschreven om het meer dan 30 miljoen Amerikaanse dollar kostend baggerproject van de Surinamerivier uit te voeren. Uiterlijk 7 oktober zou de Maritieme Autoriteit Suriname beslissen welk bedrijf het werk gegund zou krijgen, aldus berichtte de Ware Tijd op 19 augustus 2008. Het ging om de bedrijven China Harbour, Jan de Nul NV en Dredging Internationale uit Belgie en het Baggerbedrijf J. De Boer, MNO Vervat BV en een jointventure van Boskalis en Van Oord uit Nederland.
‘Bij de selectie zullen we nadrukkelijk letten op de kwaliteit (ISO 90001), de milieunormen en de capaciteit van de projectuitvoerder’, sprak directeur Michel Amafo. Het contract dat zal worden getekend, loopt twee jaren. Eén jaar voor het baggeren zelf en een nieuwe vaargeul maken en één jaar voor onderhoudsbaggeren. De MAS maakte bekend dat zeeschepen niet verder dan een diepte van 7.5 meter onder de hoogwaterlijn aan vrachtlading konden vervoeren. De bedoeling was om de vaargeul twee meter dieper te baggeren. De krant meldde dat het besluit tot het baggeren van de Surinamerivier was versneld, omdat de monding dreigde dicht te slibben door de Wia Wia bank, een modderbank voor de kust van Commewijne. Elk jaar verschuift deze zeventig kilometer lange en veertig kilometer lange bank een halve kilometer dichter bij de monding van de rivier.

Wachten op instructie van TCT-minister om te mogen beginnen
Half februari 2009 was er nog steeds onduidelijkheid over de vraag wanneer begonnen kon worden met baggeren. De directeur van de MAS, Michel Amafo, verklaarde op 17 februari tegenover het Dagblad Suriname te wachten op ‘nadere instructie van de minister van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) voor het baggeren van de Surinamerivier’. Ondertussen beraadde de MAS beraadt zich over de wijze waarop de rivier gebaggerd zou kunnen worden. Amafo: ‘Gaan wij de hele rivier doen? Gaan wij maar een deel van de rivier doen? Maar baggeren, dat staat vast. We hebben even de slag nodig om de terugkoppeling naar de regering te maken. Als wij de instructie hebben, dan kunnen wij een besluit nemen.’

De inmiddels nieuwe TCT-minister, Falisie Pinas, vond eind augustus 2010 dat het baggeren van de Surinamerivier prioriteit moest hebben in zijn beleidsdoelstellingen. Hij zei dat tijdens een kennismakingsontmoeting bij de MAS. ‘De Surinamerivier wordt volgend jaar uitgebaggerd’, aldus Pinas op 24 augustus 2010.

Financiële tegenvaller
In april 2011 bleken er plotseling financiële hobbels te zijn voor de uitvoering van het baggerproject. De Mas stelde de regering voor om een zogenoemde baggerheffing in te voeren. Met de extra binnenkomende gelden zou de financiering rond moeten komen voor het baggeren van de Surinamerivier, maar een belangrijke financier was uitgevallen. Bauxietbedrijf Billiton had aanvankelijk steun toegezegd, maar het bedrijf was uit Suriname vertrokken. Staatsolie bleef wel meedoen en had al tien miljoen dollar ingebracht. Lokale handelsbanken en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank waren eventueel bereid een lening te verstrekken. ‘Met de zogenaamde baggerheffing zullen we deze lening dan afbetalen’, zo liet MAS-directeur Michel Amafo weten. De heffing moest voldaan worden bij het laden en lossen van schepen in de haven van Paramaribo. De aanbesteding van het baggerproject zou later dat jaar en de uitvoering zou in 2012 moeten plaatsvinden.
Dat werd 27 september 2011 nog eens benadrukt door minister Falisi Pinas van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT). Bij de ingebruikname van de nieuwe steiger van de Nieuwe Haven zei hij, dat voor 1 april 2012 een start zou worden gemaakt met het baggeren van de Surinamerivier. ‘Ik kan u zeggen dat we niet later dan eerste kwartaal van 2012 zullen beginnen met het baggeren van de Surinamerivier.’ Maar, nog steeds werd naarstig gezocht naar financiers. ‘Het komt goed’, aldus de TCT-minister.

Het kwam niet goed.
Pas begin augustus 2012 kwam er een ministeriële beschikking waarin de MAS door de regering werd aangesteld als uitvoerder van het baggerproject. Uiterlijk februari 2013 zou de vaargeul van de Surinamerivier uitgebaggerd worden. Gestreefd werd om per 1 oktober te beginnen met het aanbestedingsproces, zodat het baggeren van de vaargeul volgens plan zou kunnen beginnen. Het projectgebied reikt vanaf ongeveer7  kilometer ten noorden van de eerste boei bij binnenkomst (Lichtschipboei, kilometer 0) tot Dijkveld (kilometer 66) in de Surinamerivier. Ondiepe plekken bevinden zich voor de monding van de Surinamerivier, Jagtlust en en Dijkveld.

Milieuzorgen
Terwijl al jaren gesproken werd over het baggerproject, reageerde het Green Heritage Fund Suriname (GHFS) pas op 17 november 2012. Volgens het GHFS zou het uitbaggeren van de rivier een negatieve impact hebben op het milieu. Zo zou het negatieve gevolgen kunnen hebben op de visstand en in navolging daarvan zou de voedselvoorziening van vissers en dolfijnen verstoord kunnen gaan worden. Het fonds pleitte voor een nieuwe milieueffectenrapportage.

Weer inschrijving laat vraag stellen: wat is er met de 2008-inschrijvingen gedaan....
De MAS maakte op 20 december 2012 bekend dat bedrijven zich voor 14 februari 2013 kunnen inschrijven voor het  Suriname rivier Dredging Project. Opmerkelijk, omdat in augustus 2008 zich al zes bedrijven hadden ingeschreven.

Uit de vorengaande terugblik wordt duidelijk dat het baggerproject vele hobbels en onduidelijkheden op de weg naar realisatie is tegengekomen. Een van de grootste hobbels bleek de financiering van het project te zijn. Eind december 2012 is nog steeds niet duidelijk of die financiering rond is. Een andere onduidelijkheid is de inschrijving. De MAS maakte op 20 december 2012 bekend dat bedrijven zich kunnen inschrijven, maar in augustus 2008 hadden zich al zes bedrijven ingeschreven. Wat is er met die inschrijvingen gebeurd? Op vragen hierover werd niet gereageerd door de Nederlandse baggerbedrijven De Boer/Dutch Dredging in Sliedrecht en Van Oord in Rotterdam.

Juni 2013? Eerst zien, dan geloven....er zijn al teveel toezeggingen in het verleden gedaan.

Noot:
Geraadpleegde bronnen, o.a.:
http://www.waterkant.net/suriname/2006/06/07/diepere-vaargeul-surinamerivier-in-de-pijplijn/

UPDATE: De West bericht in haar editie van zaterdag 22 juni 2013 dat er veel onduidelijkheden zijn rond het MAS baggerproject van de Surinamerivier.

UPDATE: De MAS laat op zaterdag 25 januari 2014 (!) weten dat dit jaar, 2014 dus, gestart wordt met de baggerwerkzaamheden. Maar, wie de werkzaamheden gaat uitvoeren is nog steeds niet bekend, zo bericht het Dagblad Suriname, aldus Obsession Magazine.

UPDATE: En wat bericht de Ware Tijd woensdag 12 februari 2014? Baggerproject weer uitgesteld!

De vaargeul in de Surinamerivier wordt voorlopig niet uitgediept. De regering heeft de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS), die belast is met dit project, onlangs meegedeeld dat het plan weer in de koelkast mag verdwijnen, aldus weet de Ware Tijd vandaag, woensdag 12 februari 2014, te melden.

Tijdens de regering-Venetiaan ging dit project ook niet door, nadat BHP-Billiton uit Suriname vertrok. Het bedrijf zou de kosten voor het baggeren destijds samen met Staatsolie en Suralco dragen.
De MAS geeft geen reactie op de jongste ontwikkeling met betrekking tot het baggerproject.

‘We geven geen commentaar en verwijzen voor nadere informatie naar de minister van TCT’, zegt Erna Aviankoi, hoofd Marketing & Communicatie bij de MAS. Diverse pogingen van de redactie van de krant om minister Falisie Pinas van Transport, Communicatie en Toerisme te bereiken, liepen spaak.

Eind januari liet Aviankoi nog weten, dat de MAS helemaal gereed was om het project uit te voeren. Alle studies waren al verricht en ook de financiers stonden l klaar met het geld. Geruime tijd hielden naar verluidt grondperikelen de uitvoering van het project op, omdat de MAS geen titel had op het terrein.

In hoeverre deze kwestie al is opgelost is vooralsnog onduidelijk. Bij diverse gelegenheden hebben zowel vertegenwoordigers van de regering en het bedrijfsleven aangegeven hoe belangrijk het uitdiepen van de vaargeul van de Surinamerivier is voor de scheepvaart en de economie van Suriname. Maar, ondertussen worden al jaren achtereen plannen om te starten met baggerwerkzaamheden op de lange baan geschoven.

UPDATE: Het Nederlandse baggerbedrijf De Boer-Dutch Dredging in Sliedrecht reageert donderdag 13 februari in de Ware Tijd 'not amused' op het bericht uit Suriname, dat het baggerproject weer op de lange baan is geschoven. Het bedrijf stelt dat het besluit ook nog eens schadelijk zal blijken te zijn voor het internationale zaken imago van Suriname.

zaterdag 29 december 2012

Media maken van Afobakaweg een 'dodenweg'

Over de kop geslagen busje met elf Nederlandse toeristen trekt aandacht NOS en ANP

'Tientallen dodelijke ongelukken in 2011' zijn er 'slechts' vijf.....

27-12-2012  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Surinamse was Eerste Kerstdag weer eventjes nieuws in Nederland. De aanleiding was een verkeersongeluk op een van de bekende wegen in Suriname, de pas in 2009 van een asfaltlaag voorziene rode bauxiet Afobakaweg, naar het binnenland. Een personenbusje was over de kop geslagen en de inzittenden bleken elf Nederlandse toeristen waarvan er acht lichtgewond raakten en voor slechts eentje was een bezoekje aan een ziekenhuis even noodzakelijk.

Het noodlottige ongeluk gebeurde ter hoogte van het dorpje Marshallkreek, ongeveer tachtig kilometer ten zuiden van Paramaribo. De eerste Surinaamse berichten meldden dat de oorzaak een klapband was en dat vervolgens het busje over de kop was geslagen.
Vermeld werd dat een 25-jarige K.M. naar het Academisch Ziekenhuis Paramaribo moest worden vervoerd. Later, toen Nederlandse journalisten lucht hadden gekregen van het ongeluk, zei een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken dat die K.M. niet in levensgevaar verkeerde en dat enkele anderen lichte verwondingen hadden opgelopen.

‘De Afobakaweg is enkele jaren geleden geasfalteerd. Sindsdien staat de weg bekend als dodenweg. Er gebeuren veel ongelukken, omdat automobilisten vaak te hard rijden’, aldus berichtte ‘s avonds de NOS in Nederland. Ook de Telegraaf berichtte over het ongeluk, gevolgd door andere media in Nederland.

Verongelukt busje zou te hard hebben gereden
Een van de elf passagiers uit deze bus zocht zelf publicitaire aandacht en plaatste op dezelfde dag nog een reactie op de populaire Surinaamse ‘alles-en-nog-wat’ website waterkant.net, onder een berichtje over het ongeluk. dat de klapband het gevolg was van onverantwoord rijgedrag van de chauffeur. Volgens ene ‘Bart’ had het busje met een snelheid van 120 kilometer per uur over een brug gereden, waardoor deze een klapband kreeg. De chauffeur verloor vervolgens de macht over het stuur.
Kennelijk had die Bart een drang om de wereld te laten weten wat er nu precies op die Afobakaweg was gebeurd. Kennelijk had die Bart goed zicht gehad op de snelheidsmeter in het dashboard voor de buschauffeur......

Via diezelfde website trachtten Eerste Kerstsdag ’s avonds het Nederlandse persbureau ANP en NOS-correspondent in Suriname Harmen Boerboom contact te zoeken met die Bart door deze berichtjes/oproepjes te plaatsen:

Dinsdag 25 december 2012 om 23:19 uur, door David
Beste Bart,
Het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) hoort graag van je wat er precies is gebeurd. Als je je verhaal wilt doen tegenover het ANP, zou je dan een e-mail willen sturen naar nieuwsdienst@anp.nl met daarin het nummer waaop je te bereiken bent?
Met vriendelijke groet,
David

Woensdag 26 december 2012 om 01:34 uur, door Harmen Boerboom
Ha Bart, ook de NOS is geinteresseerd in je verhaal. Wil je me mailen op nos.paramaribo@gmail.com?
Ik ben correspondent in Suriname.
Groet, Harmen Boerboom.

Waarom deden het ANP (die, net als de NOS, ook een eigen correspondent heeft in Suriname, in de persoon van Annelies Brinkman, eindredacteur bij de Ware Tijd en bij het makelaarsblad Surgoed Magazine) en de NOS dit? Mogelijk zaten David en Harmen zich te verkneukelen om een mooi smeuiig sensatieverslag te brengen uit de mond van een ‘slachtoffer’. Mogelijk waren ze journalistiek verblind geraakt door het aantal van elf (Nederlandse toeristen) en waren zij voornemens om van een ongelukje een ramp te maken.

Geen tientallen, maar slechts vijf dodelijke verkeersslachtoffers in 2011.....
Overigens berichtten diverse media ’s avonds Eerste Kerstdag ‘In 2011 vielen er volgens Surinaamse media tientallen dodelijke slachtoffers.’
Geen idee welke Surinaamse media dat zouden hebben gemeld, want in 2011 zijn dus echt niet tientallen dodelijke slachtoffers’ op de Afobakaweg gevallen, neen, slechts vier...... Het gemak waarop Nederlandse media dit hebben vermeld in hun korte artikelen over het ongeluk getuigt van een gebrek aan eigen onderzoek.

Het ANP bleek waarschijnlijk overigens geslaagd te zijn in haar oproep’opzetje’, want dit persbureau meldde nog dezelfde avond dat Bart ene Bart van de Ven uit het Brabantse Boekel is, die in Suriname op vakantie is met familie. ‘De chauffeur reed als een dwaas. Omdat hij zo hard reed, kreeg de bus een klapband. We zijn vier of vijf keer over de kop geslagen. Het is een wonder dat we het allemaal hebben overleefd.’

Niet vermeld wordt of de Nederlandse toeristen tijdens de rit de chauffeur hadden geattendeerd op zijn ‘dwaze’ rijgedrag. Zouden ze met samen geknepen billen op de stoeltjes in het busje hebben gezeten?

Afobakaweg kan geen ‘dodenweg’ worden genoemd
Maar, kan de Afobakaweg werkelijk het stempel ‘dodenweg’ opgedrukt krijgen door vooral ‘journalisten’? Neen, is mijn antwoord en de feiten bewijzen het tegendeel. Natuurlijk, het ‘bekt’ lekker, dodenweg, en nadat de weg was geasfalteerd valt niet te ontkennen dat vele weggebruikers deze weg als een racebaan zijn gaan gebruiken en de bermen als een soort publieke vuilnisdump, terwijl er een maximumsnelheid zou gelden van slechts 40 kilometer per uur. En ja, er zijn sindsdien diverse ongelukjes en ernstige ongelukken geweest, die voor een groot deel te wijten zijn geweest aan onverantwoordelijk en onveilig rijgedrag van weggebruikers. Maar, dodenweg? Neen.

Pas sinds eind 2009 geasfalteerd
De Afobakaweg kent een lange, zanderige, geschiedenis vol ergernissen en frustraties van een deel de naar schatting jaarlijks 20.000 toeristen die via deze bauxietweg hun weg naar het binnenland zoeken, tot het moment waarop in 2009 begonnen werd met de asfaltering. Halverwege januari 2007 werd de weg door toeristen zoveel als mogelijk vermeden door de slechte staat. Bussen, vrachtwagens geladen met zand en boomstammen en auto’s bleven vastzitten in de rode modderpoelen. Vlak voor 18 januari vertrok een voorlopig laatste groep toeristen voor een avontuurlijke reis over de Afobakaweg via Brokopondo naar Sipaliwini.
Gelukkig waren er  toen de eerste geluiden te horen, dat het ministerie van Regionale Ontwikkeling voornemens was de weg te laten asfalteren.

In februari 2009 startte het Chinese asfalteringsbedrijf Dalian met de eerste voorbereidende werkzaamheden voor het asfalteren van de Afobakaweg. Maar, alle begin is moeilijk. Dalian ging in de fout en maakte de weg deels onbegaanbaar, omdat een lateriet van inferieure kwaliteit was gebruikt, waardoor grote modderpoelen ontstonden. Dalian trachtte op Chinese wijze de kuilen te dichten, maar het materiaal dat gebruikt werd bevatte meer klei, waardoor de weg bij de minste en geringste regenbuien nog slechter begaanbaar werd.  Grote gaten in de weg werden met grind dichtgegooid.

Toenmalig president Venetiaan start asfalteringswerkzaamheden
Vier maanden later startte de asfaltering van de Afobakaweg officieel. Het was niemand minder dan toenmalig president Ronald Venetiaan die op 5 juni 2009 ter hoogte van Suralco LCC met assistentie van Dalian-werknemers de eerste meters asfalt walste aan het begin van het 250 kilometer lange wegvak Paranam - Afobaka. Voordat hij het startsein gaf, zei Venetiaan dat de asfaltering een wezenlijke verbetering en het mensvriendelijker maken zou zijn van de wegverbinding met de districten Para, Brokopondo en Sipaliwini. Tijdens de diverse toespraken werd diverse keren gewezen op de verkeersveiligheid en dat de weg niet als racebaan gebruikt moest gaan worden. Voor de weg zou zo’n 200.000 m³ lateriet, 400.000 m³ gradation steenslag en 126.000 ton asfalt gebruikt gaan worden.

De nieuw geasfalteerde Afobakaweg werd 24 november 2009 met veel ceremonieel in gebruik genomen. President Venetiaan sprak daarbij terecht van een mijlpaal. Een paar maanden eerder was echter al een dodelijk verkeersslachtoffer op de weg te betreuren. Een 19-jarige inzittende van een personenbusje verloor 24 september het leven bij een ongeluk tussen Marshallkreek en Klaaskreek. Het busje was onderweg van Paramaribo naar Victora en kreeg, terwijl het vermoedelijk met te hoge snelheid had gereden, een klapband kreeg en vervolgens een aatal malen over de kop sloeg. Een maand later verloor een bromfietser het leven die vanuit een inrit de Afobakaweg op reed. Hij zou geen voorrang hebben verleend aan een met hoge snelheid naderende DAF-truck, die op hem inreed. De vrachtwagenchauffeur werd na het ongeluk door omstanders met een stuk hout mishandeld en moest aan een hoofdwond worden behandeld in een ziekenhuis.

Vlak voor de officiële opening van de geasfalteerde weg was er al kritiek te horen op de duurzaamheid. Directeur Frank Playfair van het bedrijf Sintec, dat samen met Sunecon de directievoering van het asfalteringsprogramma voerde, liet 27 november 2009 weten dat overbeladen en oude langzaam rijdende houtvrachtwagens een gevaar voor die duurzaamheid vormden. De randen van de weg werden al door die trucks aangetast. Dit soort vrachtwagens vormen ook een gevaar voor het verkeer.

Te hard rijen en macht over het stuur verliezen
Vlak na de officiële opening van de van een asfaltlaag voorziene bauxiet Afobakaweg was er al een verkeersongeluk waarbij iemand om het leven kwam. Een 54-jarige automobilist reed op 2 januari 2010 vanuit de richting Powaka in de richting van Paranam en verloor door waarschijnlijk te hoge snelheid de macht over het stuur. De man raakte zwaargewond en overleed drie dagen later.

Bij een verkeersongeluk op 16 november 2010 vloog een auto van de weg en belandde op de kop naast de Afobakaweg. Ook in dit geval reed de bestuurder te hard en verloor de controle over het stuur. Bij dit ongeluk raakten drie inzittenden gewond en werd een baby onder het wrak van de wagen dodelijk verpletterd.

Ook in 2011 was de Afobakaweg het ongevraagde toneel van een paar verkeersongelukken. Het aantal dodelijke slachtoffers bleef echter beperkt tot vijf.
Maar liefst drie auto’s knalden op 20 april op elkaar, waarna de wagens in brand vlogen. Twee inzittenden overleden ter plekke en een derde overleed een dag later in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. Een van de auto’s bleek te zijn uitgeweken naar de rechterrijhelft en raakte daarbij een tegenligger. Een auto daarachter raakte vervolgens ook bij de botsing betrokken. De brandweer moest gealarmeerd worden om enkele inzittenden uit de wrakken te bevrijden.

Vier ongelukken op één dag op de Afobakaweg. Dat was het geval op 26 september 2011. In totaal werden drie personen met letsels naar het Academisch Ziekenhuis Paramaribo vervoerd.

Op de laatste dag van 2011 verongelukten twee vrouwen dodelijk, ter hoogte van Mast 61. Hun busje raakte van de weg en sloeg over de kop. Uit onderzoek bleek dat de chauffeur van het busje met hoge snelheid had gereden in de richting Atjoni toen hij de controle over het stuur verloor. Drie inzittenden raakten gewond.

Bouterse voorspelt verkeersdoden
President Desi Bouterse verklaarde in de eerste week van februari 2012 dat al bij het ontwerp van de asfalteringswerkzaamheden van de Afobakaweg voorspeld was dat er verkeersdoden zouden vallen. Zo was er bezorgdheid over de breedte van de weg, die slechts zeven meter is. Bouterse liet verder weten dat de politie er alles aan doet om via
voorlichting de weggebruikers erop te attenderen dat zij verantwoordelijker moeten gaan rijden.

In dezelfde maand werd bekend dat het Canadese goudmijnbedrijf IAmGold, eigenaar van Rosebel Gold Mines NV te Brokopondo, veiligheidsvoorzieningen op de Afobakaweg wil mede-financieren. De Canadezen zeiden het aanbod te hebben gedaan, vanwege  haar maatschappelijke betrokkenheid bij de ontwikkelingen in Brokopondo waar ze haar productieactiviteiten heeft en omdat het bedrijf een veiliger weg wil. De regering reageerde enthousiast en liet weten dat in ieder geval  verkeersborden, vangrails, verkeerslichten en andere voorzieningen zoals rumble strips en straatverlichting nodig zijn. Het ministerie van Openbare Werken was al begonnen met de aanleg van pechhavens langs de weg, zodat automobilisten met pech of bij het uitlaten van passagiers kunnen uitwijken en niet op de rijbaan hoeven stil te staan.

Op 8 maart 2012 verloor een inzittende van een auto het leven ter hoogte van Paranam. De auto waarin hij zat was over de kop geslagen. Drie inzittenden werden gewond afgevoerd naar het Academisch Ziekenhuis Paramaribo.

Een personenbusje belandde 17 oktober in de Klaaskreek. Het busje reed in de richting Paramaribo en bij de brug van Klaaskreek stopte deze om tegemoet komend verkeer voorrang te verlenen over de brug. De chauffeur van een achter het busje rijdende vrachtwagen bemerkte te laat dat het busje had afgeremd en knalde achterop waardoor het voertuig in de kreek belandde. Een inzittende van het busje raakte lichtgewond.

Geen sprake van 'dodenweg'
Uit het voorgaande overzicht blijkt dat het aantal dodelijke verkeersslachtoffers op de Afobakaweg meevalt. Van een ‘dodenweg’ is dan ook absoluut geen sprake. Er is wel sprake van onverantwoordelijk gedrag van weggebruikers. Tot die conclusie kwam 5 december 2012 ook het Korps Politie Suriname. Leden van het korps hadden verkeerscontroles gehouden op de Afobakaweg en kwamen tot de slotsom dat te veel automobilisten te hard rijden. Eén automobilist werd bekeurd, omdat die met een snelheid van 134 kilometer per uur over de Afobakaweg ‘reed’....

Kortom, jaarlijks valt slechts een op één hand te tellen, van de in totaal tientallen, dodelijke verkeersslachtoffers op de Afobakaweg. Niemand kan bij het volle verstand beweren dat deze weg een ‘dodenweg’ is. Maar, zoals eerder al gesteld, het ‘bekt’ zo lekker. Het zou ‘journalisten’ sieren om zich van feiten te bedienen en niet om zich heen te slaan met ongefundeerde opmerkingen om een sfeer van ‘angst’ rond de mooie historische Afobakaweg te creëeren.
Verantwoord rijgedrag kan het aantal (dodelijke) slachtoffers op in ieder geval de Afobakaweg tot nul reduceren.....

woensdag 19 december 2012

Heeft Bouterse het nu gezegd of niet....

Het hebben van een voornemen.....

en het journalistieke ontkennen ervan

19-12-2012  COLUMN  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De media in Suriname besteden deze week nogal wat aandacht aan een door president Desi Bouterse op 4 november in het recreatieoord Colakreek gedane vermeende toezegging inzake een verhoging van de Algemene Oudedags Voorziening (AOV).

Starnieuws: ‘Bouterse kondigt verhoging van AOV aan’
De nieuwswebsite Starnieuws  berichtte op 5 november van dit jaar dat president Bouterse een dag eerder te Colakreek, waar ouden van dagen bijeen waren voor een gezellige dag, daar heeft toegezegd dat er dit jaar nog een verhoging komt van de AOV. Ook in februari volgend jaar zal er ‘een kleine verrassing komen’, althans zo schreef Starnieuws. Zelfs de kop was hierover klip en klaar: ‘Bouterse kondigt verhoging van AOV aan’.
 

Minister Amafo: ‘Helemaal geen AOV-verhoging aangekondigd’
Maar, ruim een maand later, op 17 december, zei minister Alice Amafo van Sociale Zaken en Volkshuisvesting niet begrepen te hebben dat Bouterse beloofd heeft dat er een verhoging komt van de Algemene Oudedags Voorziening. Dit zei ze tijdens de behandeling in De Nationale Assemblee van de begroting voor 2013. Amafo blijkt geen verhoging van de AOV opgenomen te hebben op de begroting van het komende jaar. 
Je kunt je natuurlijk de vraag stellen, waarom deze minister niet eerder heeft gereageerd op mediaberichten waarin werd gesteld dat Bouterse een AOV-verhoging zou hebben aangekondigd.

Natuurlijk leidde de opmerking van minister Amafo tot verbaasde reacties, vooral in de media die tot inzicht hadden moeten komen dat ze foutief bericht hadden. Starnieuws schreef 17 december op haar website onder andere ‘(...) Bouterse had op de 'bigisma dey' op Colakreek op 4 november geïndiceerd dat de seniorenburgers een kleine verhoging zouden krijgen in december en er zou ook iets in februari merkbaar zijn. (...)’ Geïndiceerd, tja, mooi woord, maar zoals bij veel journalisten het geval is, er wordt bar slecht geluisterd en gelezen.

Naar aanleiding van de mededeling van Amafo schreef de Ware Tijd op 18 december: ‘(...) In november verkondigde president Desi Bouterse dat een verhoging er dit jaar nog komt. (...)’ 
De krant bleef volhouden dat de president wel degelijk de bejaarde Surinamers een verhoging van hun AOV in het vooruitzicht stelde.

Misverstand
Op dezelfde dag liet Bouterse weten dat het allemaal om een misverstand ging. Volgens de president sprak hij te Colakreek over de verhoging van de pensioenen van landsdienaren en ambtenarensalarissen en niet over een AOV-verhoging.

Journalist wil zijn gelijk
Ondanks de reactie van Bouterse blijft de Ware Tijd hardnekkig haar gelijk zoeken. In de editie van woensdag 19 december gaat de krant de fout in en duidelijk moge zijn dat daar journalisten werken die teksten bewust of onbewust verkeerd interpreteren en lezen. Een nijvere journalist dacht zo slim te zijn om Bouterse op een fout te betrappen, maar deze journalist leest niet goed. Welke journalist het is is helaas niet duidelijk. Maar hij of zij dacht een snuggere ingeving te hebben en ging eens een kijkje nemen op de website van het Kabinet van de President en vond daar zowaar een berichtje over het bezoek van de president aan Colakreek. De krant vermeldt zelfs dat het berichtje ‘gisteravond nog op de site stond’, voor het geval de president onraad zou ruiken en snel het berichtje zou verwijderen voor het geval een snuggere journalist van de Ware Tijd het zou ontdekken:

‘(...) Echter staat in het verslag de volgende zinsnede; "De president had echter een extra boodschap en gaf tijdens zijn speech aan dat hij en zijn regering voornemens zijn om de AOV wederom te verhogen en dat al voor einde van het jaar. Het verhogen van de AOV is noodzakelijk om onze senioren burgers, die zich ingezet hebben voor de opbouw van Suriname, te verzekeren van een redelijke oude dag". (...)’

‘Voornemens’ zijn.......
Wat heeft de journalist hiermee willen aantonen? Een leugentje van Bouterse, want hij heeft wel degelijk een AOV-verhoging aangekondigd? Neen. Lees het stukje tekst goed. Bouterse heeft nooit gezegd te Colakreek op die 4e november dat de AOV verhoogd wordt. Neen. Hij heeft gesteld dat hij en zijn regering ‘voornemens zijn’ om de AOV wederom te verhogen.
En een voornemen betekent zoveel als 'van plan zijn', 'voor ogen hebben'. Een voornemen hebben betekent dan ook niet, dat hetgeen wordt voorgenomen een vaststaand feit is...... Het is maar net hoe je als journalist bewust of onbewust iets wilt interpreteren, een draai wilt geven......

Colombiaanse goudzoekers gebruiken geen kwik, maar bladeren balsaboom

Surinaamse goudzoekers kunnen voorbeeld nemen

Porknokkers niet zo happig op groene winningsmethoden


19-12-2012  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - De Surinaamse kleinschalige goudzoeker gebruikt voor de winning van goud nog te veel de voor het milieu en de volksgezondheid schadelijke stof kwik. Er zijn echter alternatieven voorhanden, maar veel goudzoekers willen hierin niet investeren.

In Colombia werkt een groep goudzoekers, verenigd in de organisatie ‘Green Gold’ ofwel ‘Groen Goud’, die op een opmerkelijk milieuvriendelijke wijze goud wint. ‘Green Gold’ is onderdeel van een groeiende beweging die duurzame winningsmethoden propageert onder de miljoenen kleinschalige goudzoekers in de wereld die jaarlijks tonnen kwik gebruiken.

In het noorden van Colombia, in het departement Choco, wordt door die groep goudzoekers geen gebruik gemaakt van kwik, maar van bladeren van de balsaboom. Zij winnen al hun hele leven goud met behulp van de bladeren die als een soort zeep vermengd worden met het water in een houten pan. Lichte mineralen hechten zich aan het mengsel van bladeren en worden weggespoeld met achterlating van zwaardere mineralen zoals goud.

De goudzoekers krijgen meer inkomen, onder andere door het Fairtrade- en ‘Fairmined’-programma, door op deze milieuvriendelijke wijze goud te winnen. Zij krijgen een premie van tien procent bovenop de internationale prijs voor goud en die premie moeten ze in hun bedrijf investeren of gebruiken om hun gemeenschap te ontwikkelen.

Om in aanmerking te komen voor een Fairtrade-label moeten goudmijnbedrijven voldoen aan strikte voorwaarden, zoals het niet meer gebruikmaken van kinderarbeid, het zorgen voor gezondheids- en veiligheidstraining voor alle goudzoekers en regulering van het gebruik van chemicaliën. Het goud wordt gebruikt door zogenoemde ‘ethische juweliers’ die één procent vormen van de wereld juwelenmarkt. In 2011 werd de eerste Fairtrade-ring in Londen gemaakt met goud uit Bolivia.

De Fairtrade-beweging hoopt op samenwerking met veel goudzoekers in Latijns-Amerika, Afrika en Azië, maar dat proces verloopt moeizaam. Ondanks de premies voor milieuvriendelijk gewonnen goud, blijkt het nog steeds makkelijker en winstgevender te zijn om goud te winnen met behulp van grote hoeveelheden kwik. Tot nu toe hebben slechts 1.400 goudzoekers in Colombia, Peru en Bolivië zich bij het Fairtrade- en ‘Fairmined’-programma aangesloten.

Ook in Suriname blijkt er nauwelijks animo te zijn voor ‘eerlijk’ gewonnen goud. Het Wereld Natuur Fonds Guianas (WWF Guianas) hield al op 22 april 2010 een internationale workshop over een mogelijk Fairtrade-label voor de kleinschalige goudwinningssector. Vandaag de dag wordt er nog geen enkel Fairtrade-product in Suriname geproduceerd.

donderdag 13 december 2012

Slapen de Surinaamse Assembleeleden?

Saca Punta weer gespreksonderwerp in parlement 

NDP-Assembleelid Jabini sprak half september al over kansspel

13-12-2012  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Het kansspel Saca Punta lag vandaag, donderdag 13 december 2012, weer onder vuur in het parlement. De naam is ethisch onaanvaardbaar, zo sprak het Assembleelid Marinus Bee (ABOP), die deze zaak aanzwengelde. Hij bracht naar voren dat hoewel het bij dit kraslot om een Spaanse benaming gaat, het woord ‘punta’ in Suriname een andere betekenis heeft, aldus bericht de Ware Tijd.

Maar, het is niet Bee die ‘deze zaak’ heeft aangezwengeld, zoals de krant stelt.

Al half september van dit jaar was het zijn NDP-collega Hugo Jabini die hier aandacht voor vroeg. ‘Wat de grens van het moreel ethische overschrijdt, moet vermeden worden’, zei Jabini een paar maanden geleden, in reactie op een radiospot voor het kansspel Saca Punta, waaraan de samenleving aanstoot bleek te hebben genomen. Kennelijk is destijds met de opmerkingen van Jabini niets gedaan.
Bee is gewoon weer beginnen te jammeren over een issue dat dus een paar maanden geleden door een collega al tevergeefs werd aangekaart. Zijn collega’s in de Assemblee hebben of half september of vandaag zitten slapen. Niemand heeft vandaag gesproken over datgene dat door Jabini in september al naar voren was gebracht. Assembleeleden hebben wellicht een korte termijn geheugen....

Ook nu gaat het weer over radiocommercials die zijn ingesproken. Bee stelt vandaag, dat de manier waarop die zijn ingesproken, het bewijs zou zijn dat de naam Saca Punta verwijst naar de Surinaamse ‘schunnige’ betekenis.

Hij drong er bij de regering op aan in overleg te treden met de organisatoren van deze loterij om de naam te veranderen. Maar, waarom zouden de organisatoren dat nu wel doen? In september hebben ze ook de kritieken gelaten over zich heen laten komen.

Bee kreeg bijval van zijn collega in het parlement Harish Monorath van Nieuw Suriname, maar die waarschuwde wel voor onbesuisde acties van de overheid. Hij verwees naar een incident enkele maanden geleden, waarbij het ministerie van Handel en Industrie een importeur verbood de energiedrank ‘Cocaïne’ nog langer te verkopen., omdat de naam zou kunnen duiden op de aanwezigheid van cocaïne in het drankje. De ondernemer stapte met succes naar de rechter.

Volgens Monorath, naast parlementslid ook advocaat, zijn er in Suriname nog geen wettelijke regels om maatschappelijk onaanvaardbare namen van producten te verbieden. Zorgvuldig optreden van de overheid in voorkomende gevallen is daarom geboden. Hij pleit voor regelgeving.

Het wederom aanzwengelen van Saca Punta zorgt in ieder geval weer voor de nodige reclame voor dit kansspel. Je vraagt je af of het zinvol is, gelet op het feit dat sinds Jabini aandacht vroeg voor dit kansspel er kennelijk niets mee is of tegen gedaan door de regering.   

De woorden van Bee zullen ook snel in de vergetelheid geraken, in tegenstelling tot Saca Punta. Er zijn belangrijker zaken in Suriname waar een Assembleelid aandacht voor zou kunnen vragen, maar het is natuurlijk met Saca Punta makkelijk scoren......., en niet winnen.