donderdag 26 januari 2012

Gefronste wenkbrauwen SVJ over ranking Suriname op wereldranglijst persvrijheid van Verslaggevers Zonder Grenzen

SVJ heeft twijfels over hoge plaats Suriname op wereldranglijst persvrijheid


Eigen organisatie ook schuldig aan beperken persvrijheid

26-01-2012  door: Paul Kraaijer


De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) laat op 26 januari via haar voorzitter Wilfred Leeuwin weten, verbaasd te zijn over de plaats die Suriname inneemt op de 2011-2012 wereldranglijst van persvrijheid van de internationale organisatie Verslaggevers Zonder Grenzen(VZG). Op die lijst pronkt Suriname nu op een gedeelde tweeëntwintigste plaats met Japan. Suriname laat landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Australië achter zich. Dat lijkt een ware prestatie, maar hoe realistisch is de lijst? Waar wordt de ranking van een land op gebaseerd?

Zijn VZG-informanten betrouwbaar
‘De verbazing van de SVJ wordt vergroot als achteraf wordt begrepen dat VZG geen relevante referentie heeft gebruikt om tot deze notering te komen’, aldus de SVJ in een verklaring, ondertekend door de voorzitter. Op de vragenlijst die een journalist voorgeschoteld heeft gekregen, konden vragen alleen met ‘ja’ en ‘nee’ worden beantwoord, zo staat te lezen op de nieuwswebsite Starnieuws waar Leeuwin als journalist werkzaam is (Kraaijer: die vragenlijst telt vierenveertig vragen).


‘De SVJ als georganiseerde beroepsinstantie en bewaker van de persvrijheid in Suriname is nimmer hierover geconsulteerd’, staat in de verklaring.  Of de SVJ geconsulteerd had moeten worden is natuurlijk maar de vraag. De VZG is voor haar informatie afhankelijk van zogenoemde informanten in landen. Die informanten geven misstanden en dergelijke in de journalistiek door aan het VZG hoofdbureau in het Franse Parijs. De vraag kan gesteld worden hoe betrouwbaar, objectief en geloofwaardig de informanten zijn. Voor Suriname is die informant Ivan Cairo, journalist bij een van de grote landelijke dagbladen, De Ware Tijd. Het is ook deze journalist die Leeuwin heeft geïnterviewd voor de editie van 26 januari. In dat interview zegt de voorzitter van de SVJ te hopen dat VZG zich in de toekomst breder oriënteert over de situatie in Suriname, met meerdere journalisten praat en niet slechts afgaat op de afwezigheid van fysiek geweld tegen journalisten of mediahuizen. Ook de subtielere zaken die fnuikend zijn voor de persvrijheid moeten in de beoordeling worden meegenomen.’Leeuwin heeft feitelijk VZG via Cairo al direct benaderd...... Maar, wat of wie belet de SVJ om zelf informatie over persvrijheidissues in Suriname te melden bij VZG? Als de SVJ casu quo Wilfred Leeuwin zoveel belang eraan hecht dat VZG informatie ontvangt uit Suriname en dat Suriname op een meer realistische plaats komt te staan in de wereldranglijst van persvrijheid, dan zou de Surinaamse journalistenvereniging zelf contact op kunnen nemen met VZG en geen passieve houding aannemen.

Verbale intimidatie journalisten zou zijn toegenomen
Inhoudelijk gaat VZG niet in op de vraag waarom Suriname op de wereldranglijst van persvrijheid dertien plaatsen is geklommen naar plaats tweeëntwintig. In één zin wordt geschreven dat Suriname, zoals Canada, Jamaica en de zeven leden tellende Organisatie van Oost Caribbische Staten, haar nieuwe positie te danken heeft aan het feit dat er geen gewelddadige incidenten zijn geweest waarbij journalisten betrokken zijn geweest en aan verbeteringen in de vrijheid van informatie. In de op 26 januari uitgegeven verklaring reageert de SVJ hierop alsvolgt: ‘Op zich klopt dit en mogen we verheugd zijn dat ‘ook’ in 2011 geen enkele journalist vanwege zijn of haar werk is mishandeld, voor het gerecht is gedaagd of vermoord. Maar voor de SVJ is dat juist de reden waarom 2011 aangemerkt kan worden als het jaar waarin de persvrijheid wel degelijk onder druk is komen te staan. Juist in dat jaar is er verschil te merken en kan een vergelijking gemaakt worden met voorgaande jaren.’
Volgens de SVJ is in 2011 de communicatie tussen de overheid en de vrije media juist verslechterd. ‘De overheid kiest er eerder voor zelf gedoceerde informatie te verstrekken aan de gemeenschap. In 2011 zijn de mediabedrijven Dagblad Suriname en het avondblad De West, waar journalisten werken, vanuit de overheid belemmerd en beknot in de uitoefening van hun werk. In 2011 is de verbale intimidatie naar journalisten toe toegenomen’,aldus Leeuwin. In welke zin die verbale intimidatie is toegenomen, vermeldt Leeuwin niet.



Suriname en VZG
De SVJ hoopt dat VZG de situatie rond persvrijheid in Suriname voor haar jaarlijkse wereldranglijst werkelijk herziet en zich in de toekomst beter laat informeren vanuit Suriname over misstanden en dergelijke in de journalistiek. Hiertoe zou wellicht VZG een andere Surinaamse informant moeten krijgen. Met de verontschuldigingen van de organisatie is in ieder geval een goede zet geplaatst.

Op de internetsite van de organisatie worden overigens slechts drie journalistieke incidenten in Suriname vermeld, waarvan één ook nog eens – hoe opmerkelijk – direct betrekking heeft op haar eigen informant Ivan Cairo:

Mei 2007
Op 10 mei mocht het STVS actualiteitenprogramma Suriname Vandaag van de staatszender niet worden uitgezonden, onder druk van de toenmalige vice-president Ram Sardjoe en onder druk van Chinese diplomaten in Paramaribo. Feitelijk dus onder druk van de regering Venetiaan. Het programma zou gaan over de relatie tussen China en Taiwan. De producer en redacteur van het programma was Nita Ramcharan die  graag had gezien dat het programma was uitgezonden. Een van de journalisten die de Chinese ambassadeur had geïnterviewd kreeg later dreigtelefoontjes van diplomaten.

November 2009
VZG is bezorgd over dreigtelefoontjes op 7 november aan het adres van journalist Ivan Cairo van De Ware Tijd. De telefoontjes werden in verband gebracht met een serie artikelen over de verdwijning van negentig kilo inbeslaggenomen cocaïne uit een politiebureau in Paramaribo. De VZG-website laat met betrekking tot dit incident weten: ‘Cairo is also the Reporters Without Borders Surinam correspondent.’ Cairo verklaarde tegenover VZG een telefonische boodschap te hebben ontvangen waarin hij gewaarschuwd werd om uit te kijken. Suriname stond in 2009 op plaats tweeënveertig van de wereldranglijst van persvrijheid.

Augustus 2010
VZG laat op de dag van de inauguratie van president Bouterse weten dat die installatie niet mag betekenen dat hij onschendbaar wordt voor de moord op journalisten. Onder de vijftien doodgeschoten democratische activisten in de nacht van 8 december 1982 bevonden zich vijf journalisten: Andre Kamperveen, eigenaar en manager van Radio ABC, Frank Wijngaarde, een Radio ABC verslaggever, en drie schrijvende journalisten, Leslie Rahman, Bram Behr en Jozef Slagveer.  VZG: ‘Net als Zuidamerikaanse buurlanden van wie de regeringen veel in het werk hebben gesteld om mensenrechtenschendingen in het verleden niet te vergeten, zo moet de nieuwe regering van Suriname begrijpen dat een verkiezing of amnestie problemen uit het verleden niet kan oplossen.’

De mishandeling begin juni 2010 van de Nederlandse journalist Armand Snijders, onder andere oud-hoofdredacteur van het Surinaamse maandelijkse magazine Parbode, was niet belangrijk genoeg voor VZG om te vermelden op de website van de organisatie. Waarschijnlijk werd de mishandeling ook niet bij de organisatie door haar informant Cairo gemeld...  Snijders werd door een terreinwagen ‘s morgensvroeg van zijn bromfiets gereden en vervolgens geslagen en geschopt. Volgens Armand zouden zijn belagers hem hebben ‘gezegd’ dat hij  'op moet houden met het schrijven van rotzooi in Parbode'. Met gebroken ribben, een op drie plaatsen gebroken sleutelbeen en schaafwonden over zijn hele lichaam kwam hij in een ziekenhuis terecht. Zowel de de Nederlandse Vereniging van Journalisten, NVJ, als de SVJ veroordeelden de mishandeling van Snijders. Het was overigens de vierde keer dat Snijders werd mishandeld. De mishandeling in juni 2010 werd door VZG niet  vermeld in haar volledig jaaroverzicht........

Uit dit overzichtje zou afgeleid kunnen worden dat het met de persvrijheid in Suriname prima is gesteld. Slechts drie ‘ernstige’ incidenten in een paar jaar. Maar, het is opmerkelijk te noemen dat bijvoorbeeld de ernstige mishandeling van Snijders niet wordt vermeld.

Wat weegt zwaarder voor een VZG-informant: een ‘simpel’ dreigtelefoontje aan je eigen (lees: informant) adres of het een ziekenhuis in slaan van een journalist vanwege zijn werk....? Hoe objectief, selectief en onafhankelijk is die ene informant van VZG en hoe goed zou het zijn wanneer het aantal informanten in Suriname drastisch zou worden uitgebreid?


Noot Kraaijer:
Verslaggevers Zonder Grenzen heeft 27 januari 2012 erkend dat de ranking van Suriname op de wereldranglijst van persvrijheid foutief is, aldus bericht het Dagblad Suriname een dag later.

In De Ware Tijd van 28 januari 2012 is in een artikel over 'het gedoe' over de ranking onder andere het volgende te lezen, waarin bevestigt wordt dat dWT journalist Ivan Cairo nog steeds de informant is in Suriname voor Verslaggevers Zonder Grenzen:
'(...) SVJ-voorzitter Wilfred Leeuwin heeft, nadat hij contact zocht met RSF, een brief ontvangen van de organisatie. “Ik moet erkennen dat mijn persoonlijke gegevens over Suriname duidelijk onvolledig zijn”, schrijft Benoît Hervieu van RSF in zijn reactie op de brief van Leeuwin. Verder zegt hij dat het gebrek aan contacten verklaart dat er een onvolledig beeld bestaat. “Ik zou u willen toevoegen als mijn contactpersoon.” Verschuiving Tijdens een telefonisch interview met ‘Bakana Tori’ op Radio SRS daagde RSFcontactpersoon Ivan Cairo eenieder uit om de enquêtelijst op een andere manier in te vullen. “Misschien eindigen we als land dan nog hoger!”

Cairo nam de gelegenheid op de uniforme vragenlijst van RSF door te nemen en daarmee aan te tonen dat de antwoorden op iedere vraag niet in twijfel gebracht konden worden. Daarbij is het zo dat de waardering van andere landen ook een rol spelen in de lijst. “Wanneer de situatie in landen die voorheen hoog scoorden verslechterd is, zakken zij en er vindt een verschuiving plaats op de hele lijst.” (...)'

Maar tot heden heeft geen enkele journalist in Suriname collega Ivan Cairo kritische vragen gesteld over wat hij zoal wel en niet meldt als informant voor Verslaggevers Zonder Grenzen aan deze organisatie......

Overigens besteed, uiteraard, ook Starnieuws op 28 januari 2012 weer aandacht aan de kwestie. Hierin komt de informant voor Verslaggevers Zonder Grenzen, Ivan Cairo, uitgebreid aan het woord.
Hij moet gewoon zijn taak als informant serieuzer nemen...hij komt nu behoorlijk hypocriet en haast verdedigend over en bekritiseert zijn 'eigen' VZG en dan druk ik me nog netjes uit......

Het Assembleelid en oud-journalist Melvin Bouva reageert als mostert na de maaltijd op 31 januari 2011 via het Dagblad Suriname op de ontstane commotie over de klassering van Suriname op de wereldranglijst van persvrijheid, daarbij ongetwijfeld gestimuleerd door zijn verleden als mediaman:

Bouva: “Surinaamse journalisten hebben machtige positie”

Parlementariër Melvin Bouva (NDP/Megacombinatie) vindt het zeer positief dat Suriname van de 36ste plaatst in 2010 naar de 22ste positie in 2011 is gegroeid op de wereld persvrijheidsladder van ‘Reporters Without Borders’.

“In Suriname bestaat er duidelijk geen gevaar voor journalisten om hun werk te doen. Ze hebben integendeel een machtige positie en moeten daar goed gebruik van maken om de bevolking te informeren”, zegt het DNA-lid.

Bouva is van mening dat voorzitter Wilfred Leeuwin van de Surinaamse Vereniging voor Journalisten (SVJ) emotioneel heeft gehandeld bij het bekritiseren en onder de noemer ‘discutabel’ plaatsen van het internationale persvrijheidsrapport.
“Zijn argumentatie dat 'Reporters Without Borders’ slechts één journalist heeft geïnterviewd om te komen tot het eindresultaat en dat journalistiek bedrijven in Suriname juist moeilijker is geworden, is zwak, want ik heb de vragenlijst gezien en ook al hadden 100 journalisten het beantwoord, ze zouden niets anders dan ‘ja’ of ‘nee’ kunnen invullen”, aldus de parlementariër.

Daarnaast vindt Bouva dat persvrijheid meer heeft te maken met de individuele beperkingen die een journalist/verslaggever ervaart om een regeringsfunctionaris te bereiken. “Het heeft ook te maken met hoe hoofdredacteuren het nieuws in zijn juiste of onjuiste vorm doorlaten en met wetten de journalistiek rakende”, aldus Bouva.

Het Megacombinatie-lid is ervan overtuigd dat de regering Bouterse/Ameerali de pers niet onder druk wenst te zetten, zoals de SVJ wil doen overkomen. Hij onderbouwt dit door te stellen dat de huidige regering in de eerste instantie verbeteringen heeft aangebracht voor de media bij de wekelijkse persontmoetingen.

De wekelijkse persontmoetingen zijn in een ander jasje gegoten met instemming van hoofdredacteuren en er zijn geen wetten gemaakt om de journalistiek te beperken. Daarnaast worden journalisten niet ontvoerd of vermoord. De samenleving is in het verleden ook nimmer zou nauw geweest bij de informatie van de regering. De regering Bouterse zorgt op agressieve manier voor informatievoorziening naar de samenleving toe”, aldus Bouva die vindt dat de groei naar de 22ste plek op de wereldpersvrijheidsladder Suriname moet stimuleren om vrije meningsuiting meer ruimte te geven.

Ondertussen heeft Reporters Without Borders, nadat de SVJ in stelling is gekomen, besloten om het onderzoek naar persvrijheid in Suriname opnieuw te doen. “Toch vind ik dat de reactie van de SVJ eenzijdig en geen objectief beeld geeft.”

zaterdag 21 januari 2012

Journalistieke ethiek ver te zoeken bij Times of Suriname

Times of Suriname gaat nog steeds over lijken

21-01-2012  door: Paul Kraaijer


Op de voorpagina van de Times of Suriname vandaag in kleur een foto van het eerste dodelijke verkeersslachtoffer van 2012: een man zonder vaste woon- of verblijfplaats van achteren aangereden door auto op brug van de Grote Combeweg....

Waarom zo'n foto??
Wat is de journalistieke meerwaarde?

Totaal respectloos en journalistieke ethiek is bij deze krant ver te zoeken....

Wanneer wordt journalistieke ethiek eens aan de kaak gesteld door de beroepsorganisatie SVJ (Surinaamse Vereniging van  Journalisten) of weet de SVJ niet wat journalistieke ethiek is.....??

maandag 16 januari 2012

Het bestrijden van de denguemuskiet door het BOG met ladingen insecticiden helpt niet

Opinie:
Alleen gedragsverandering bij de mens kan muskiet verdrijven

16-01-2012  door: Paul Kraaijer


Medewerkers van het BOG (Bureau Openbare Gezondheidszorg) gingen bij mij in de buurt maandagavond, 16 januari, flink tekeer met het spuiten van insecticiden tegen de denguemuskiet. De kracht waarmee het gif vanaf een pickup de lucht in werd geblazen was zefs hoorbaar. Maar, dat helpt geen moer. Voor korte tijd kunnen de insecten worden gedood, maar nieuwe keren snel terug.

Daarenboven verspreiden de insecticiden een voor de mens zeer irritante stank. De stank van de giftige stof die door medewerkers van het BOG de lucht in wordt geblazen, dringt je woning binnen. Gericht gespoten wordt er niet. Muskieten blijven vrolijk overal rond vliegen.

Ja, de muskiet keert terug.

Waarom?
Omdat u, de mens, daarvoor zorgt.
De muskiet kan alleen verdreven worden door een verandering van het gedrag van de mens.
De mens moet stoppen met het dumpen van huishoudelijk- en grofvuil en beginnen met het schoonmaken van de eigen trenzen en percelen. Verwijder voorwerpen die stilstaand water kunnen bevaten, want dat zijn immers de broedplaatsen van de denguemuskiet.

De overheid zou moeten beginnen met het krachtig 'aanspreken' van eigenaren van leegstaande, overwoekerde percelen. Veelal verblijven die eigenaren in het buitenland. Een enkeling huurt iemand in om nu en dan het lege perceel schoon te maken, te onderhouden. Ook dat soort overwoekerde percelen is een broedplaats van onder andere de hinderlijke denguemuskiet.

Begin bij u zelf, begin op uw eigen perceel met een schoonmaak en de muskiet verdwijnt. Wat het BOG doet is een schadelijke, tijdelijke, oplossing.

Noot Kraaijer:
Het artikel is 17 januari 2012 geheel gepubliceerd op de Surinaamse nieuwswebsites NoSpang en GFC Nieuws.

dinsdag 27 december 2011

Justitie in actie tegen goudzoekersponton op stuwmeer - Geen openheid over eigenaar ponton

Gerold Dompig blikt terug in Mmanten Taki

27-12-2011 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - De voorzitter van de presidentiële commissie Ordening Goudsector, Gerold Dompig, blikt tevreden terug op 2011, het eerste actieve jaar van zijn commissie. Hij deed dat in het ochtend tvprogramma Mmanten Taki van de STVS.

Actie tegen goudponton
In het programma onthulde hij dat vandaag, 27 december 2011, actie wordt ondernomen tegen de eigenaar van een goudponton op het stuwmeer. Leden van de commissie gaan zelf polshoogte nemen. Enige tijd terug bleek het ponton zich op het meer te bevinden, maar na ingrijpen door de commissie – gealarmeerd door onder andere Assembleeleden – verdween het ponton. Afgelopen week bleek het goudponton zich toch weer op het stuwmeer te bevinden. ‘De ondernemer is bij de commissie bekend, maar in het kader van privacy maken wij niet bekend wie het is. Het is verboden om uit het stuwmeer goud te winnen. De eigenaar is dan ook in overtreding. Hij zal geen toestemming krijgen om daar werkzaamheden te mogen verrichten. Inmiddels is de Procureur Generaal ingeschakeld om via dwang de pontoneigenaar te dwingen het meer te verlaten.’

Registratie
Volgens Dompig zijn er in 2011 ruim 10.000 goudzoekers door de commissie geregistreerd. Hij is tevreden over de registratie. In totaal zijn er ongeveer 30.000 goudzoekers actief. Verder liet Dompig weten dat zo’n 200 machinehouders zijn geregistreerd. Deze mensen moeten nu belasting betalen. ‘De staat ontvangt dus nu inkomsten die indirect zijn voortgekomen uit de werkzaamheden van de commissie. Onze begroting in 2011 was tussen de 10- en 14.000 srd', aldus Dompig.

Bezochte goudvelden
Onlangs heeft de commissie Benzdorp ‘geordend’. ‘De ordening verliep rustig en naar tevredenheid’, aldus Gerold Dompig. ‘Maar, er moet nog veel in dit goudzoekersdorp gebeuren. Zo zijn er ongeveer 2.500 illegale Brazilianen aan het werk en die moeten binnenkort een traject in gaan om gelegaliseerd te worden. Daarnaast zijn er serieuze problemen, zoals de milieuverontreiniging door het gebruik van kwik, er is geen elektriciteit en er is prostitutie. Het Bureau Openbare Gezondheidszorg en andere instanties moeten in Benzdorp aan het werk om de leef- en werksituatie gezonder te maken.’
Over Maripaston verklaarde Dompig dat de algemene situatie daar nu rustig is, maar dat de problemen nog niet helemaal zijn opgelost.
In 2012 moeten nog de goudvelden te Saramacca, Kraboedoin en Sarakreek door de commissie worden bezocht en geordend.

maandag 19 december 2011

Foutencircus bij De Ware Tijd door incompetente hoofdredactie

Falende hoofdredacteur heeft geen oog voor kwaliteit

19-12-2011 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Met plezier en instemming lees ik eindelijk het boek ‘Het komt nooit meer goed’ van de eigenzinnige en goedgebekte drs. Julian S. With. Het in eigen beheer uitgegeven driehonderdenvierenveertig pagina’s tellende amusante boek, leidde een aantal maanden geleden in Suriname tot de nodige felle reacties. With was in september naar Suriname gereisd om tijdens een paar lezingen zijn boek te promoten en te verkopen. Vooral de toonzetting van With en zijn directe en nuchtere wijze van benadering van zaken oogsten nogal wat kritiek. Veel Surinamers zijn niet gewend aan kritiek en kunnen er nauwelijks mee omgaan. Toch, wie even de moeite neemt om door de ongenadige toonzetting van With te prikken, kan niet anders dan concluderen dat de man het simpelweg bij het rechte eind heeft.

De Ware Tijd amateuristisch
Ik wil mij hier – logischerwijs – beperken tot het hoofdstuk ‘Meredith Helstone: de incompetentste en onbeschaafdste hoofdredacteur die De Ware Tijd ooit gehad heeft’. Het hoofdstuk lezende kan ik een bevestigende glimlach niet onderdrukken. With heeft gelijk met zijn uitgesproken kritiek op de inhoudelijke kwaliteit van deze krant en de hoofdredactionele kwaliteiten van Helstone.
Hij somt een scala van fouten op die – werkelijk – dagelijks terug te vinden zijn in De Ware Tijd. Dat aantal fouten doet vermoeden dat de krant niet beschikt over een adequate hoofdredacteur en/of eindredacteur. Een aantal malen heb ik mij – eigenlijk naief tegen beter weten in - via email opgeworpen als kandidaat sollicitant voor de functie van eindredacteur. Ik heb immers de ‘arrogante’ gedachte er zeker van te zijn dat het aantal fouten in De Ware Tijd dagelijks drastisch zal dalen zo niet geheel zal verdwijnen als ik eindredacteur zou zijn. Maar, nooit heb ik welke reactie dan ook mogen ontvangen.

Meredith Helstone wil kennelijk haar krant laten voortmodderen op het huidige amateuristische niveau, waarbij het zorgdragen voor een goede inhoudelijke kwaliteit kennelijk niet in de taakomschrijving van de hoofdredacteur voorkomt. Nog afgezien van de dagelijkse hoeveelheid fouten in de krant, is er totaal geen sprake van kritische, onafhankelijke (onderzoeks)journalistiek. Zo heeft bijvoorbeeld tot heden geen enkele journalist op kritische wijze bericht over de Amerikaanse goudmijnmultinational Newmont die op dit moment onderhandelingen met de Surinaamse regering voert over haar plannen om twee goudmijnen op te zetten in het Nassau Gebergte, dat een unieke biodiversiteit rijk is. Geen enkele journalist heeft bericht over de problemen die Newmont nu ondervindt in Peru, Ghana, Indonesië en Australië. Kennelijk mag de gewone Surinamer niet geïnformeerd worden over het schenden van rechten van inheemsen door Newmont en het aanrichten van aanzienlijke milieuschade. Suriname mag niet weten wat haar wellicht te wachten staat.

Journalistiek beoefenen moet hobby zijn
Ook bekruipt mij wel het eens het gevoel dat de journalist van een artikel nauwelijks begrijpt wat hij of zij zelf heeft geschreven, zoals berichtgeving over CO2-compensatiegelden en REDD+. Zelden tot nooit wordt door een journalist in begrijpelijke taal aan de lezer uitgelegd wat bijvoorbeeld REDD+ is., waarschijnlijk niet omdat de journalist het zelf niet kan uitleggen, het zelf niet begrijpt. Verder wordt met regelmaat bewust of onbewust verzuimd om bij overname van artikelen uit andere, buitenlandse, media de nieuwsbronnen te vermelden.

Surinaamse journalisten werken tijdens kantooruren: daarna wordt de journalistiek uit het oog verloren, wordt niet gewerkt aan artikelen, wordt geen onderzoek gedaan. ‘Daar word ik niet voor betaald’, zal de reactie van menig Surinaams journalist zijn. Ik ben opgegroeid met het motto dat een journalist vierentwintig uur per dag en zeven dagen in de week journalist is. Het werk moet een hobby zijn. Je moet het leuk vinden om mensen van nieuws te voorzien en nieuwsvoorziening stopt niet om drie- of vier uur ’s middags of je dat nu doet als journalist, blogger of 'gewoon' schrijver zoals ik.

Ongenadig
In zijn boek krijgt Helstone er van With ongenadig, maar wat mij betreft terecht, van langs.
With: ‘(...) Helstone is een ramp voor De Ware Tijd, omdat ze de deskundigheid mist om slecht geschreven artikelen af te keuren, dus worden de lezers bijna dagelijks geconfronteerd met artikelen in die krant die zelfs door een eerstejaarsstudent journalistiek zouden worden geweigerd. (...) Die weigert artikelen van goede schrijvers en biedt ruimte aan anderen die koeterwaals produceren. (...) Ridicule fouten in artikelen van medewerkers en publicisten in de krant zijn niet goed te praten. Toch komen die eerder in aanmerking voor vergiffenis dan de blunders in de redactionele commentaren waarvoor Helstone direct verantwoordelijk is.
Vanwege haar taalhandicap verwordt het belangrijkste onderdeel van de krant tot een lachwekkend product. (...) Als ik een hele jaargang van de krant kritisch zou lezen, dan zou ik honderden pagina’s kunnen vullen met de krakkemikkige taal die onder het hoofdredacteurschap van mevrouw Meredith Helstone in de redactionele commentaren van de krant gepubliceerd wordt. (...)’

Belabberde kwaliteit
De kritiek van With op de hoofdredacteur van De Ware Tijd mag dan wellicht wat ongenuanceerd overkomen en kort door de bocht, maar in essentie legt hij zijn vinger op de zere plek: journalistiek in Suriname staat nog in de kinderschoenen. Inhoudelijke kwaliteit is ver te zoeken, zo niet onvindbaar. Prijsschieten op fouten. Niet openstaan voor bijdragen van goede journalisten en voor goede objectieve en onafhankelijke journalistiek.
Zolang kranten als De Ware Tijd daar niet voor openstaan, zolang blijven die kranten aanmodderen en een belabberde kwaliteit leveren.

Wat mij betreft verschijnt in een eventuele herdruk van het boek van With een soortgelijk hoofdstuk, maar dan over de hoofd- of eindredactie van en inhoud van de Surinaamse nieuwswebsite Starnieuws.....

vrijdag 16 december 2011

Niets en niemand houdt Suralco/Alcoa uit Nassau Gebergte

Opinie - Suriname plaatst zich buiten de werkelijkheid

16-12-2011 door: Paul Kraaijer


Tijdens een aantal informatiebijeenkomsten in het land heeft het bauxietmijnbedrijf Suralco/Alcoa belangstellenden geïnformeerd over de uitkomsten van de Environmental and Social Impact Assessment (ESIA) van haar Nassau Project. Tijdens de bijeenkomsten stond vooral centraal de geplande aanleg van een ruim honderdenvier kilometer lange transportweg van de geplande bauxietmijn op het Nassau Plateau in het Nassau Gebergte naar de raffinaderij te Paranam.

Surinaamse media hebben niet tot nauwelijks inhoudelijk over de bijeenkomsten bericht.

Vermeende onafhankelijkheid ERM
Suralco/Alcoa gaf, samen met het Amerikaanse consultancybureau Environmental Resources Management (ERM), een toelichting op het door het bureau opgestelde ESIA-rapport. We kunnen er vanuit gaan dat het bedrijf niets doet met de tijdens de bijeenkomst door aanwezige belangstellenden gemaakte kritische opmerkingen. Immers, de geplande voor het bedrijf belangrijke bauxietmijn gaat er komen, koste wat het kost.

Opmerkingen van ERM over haar onafhankelijkheid tijdens de bijeenkomst, kunnen uiteraard met een grote korrel zout worden genomen. Een milieurapport opgesteld door het door Suralco/Alcoa zelf ingehuurde bureau ERM, doet vermoeden dat dat rapport niet als objectief en onafhankelijk kan worden beschouwd. Niemand verwacht dat ERM een rapport presenteert waarvan de inhoud nadelig zou zijn voor opdrachtgever Suralco/Alcoa.

Schande
Het is jammer dat Suralco/Alcoa ongestoord en ongehinderd door wie of wat dan ook haar bauxietmijnplannen in het unieke Nassau Gebergte kan voortzetten. Het is eigenlijk een schande dat er nauwelijks verzet tegen de plannen is.
Natuurbeschermingsorganisaties houden zich muisstil.
Wellicht durven ze niet te ageren tegen bedrijven als Suralco/Alcoa.
Wellicht zijn ze bang voor verstoring van de goede relatie met de regering.
Wellicht is geld ook voor deze organisaties belangrijker dan werkelijke bescherming van de Surinaamse biodiversiteit.
Suriname is wereldwijd tijdens allerlei internationale bijeenkomsten aan het lobbyen om compensatiegelden te mogen ontvangen voor het door de regering gevoerde vermeende duurzame bosbeheer.
Maar, hoe verhoudt dat lobbyen zich met de ophanden zijnde mijnbouwplannen in het Nassau Gebergte? Hoe is het mogelijk dat diezelfde regering gaat toestaan dat een gebied, dat rijk is aan een unieke biodiversiteit, getroffen gaat worden door aanzienlijke vernietiging van die biodiversiteit door bedrijven als Suralco/Alco en het Amerikaanse Newmont dat twee goudmijnen in het gebied wil gaan exploiteren?? Suriname plaatst zich hiermee in het wereldwijde spectrum van natuurbeheer en bosbehoud buiten spel en buiten de werkelijkheid.

Immers...
Ja, natuurlijk bauxiet en vooral goud zijn belangrijke bronnen van inkomsten voor Suriname. Maar, het land, de regering, zou er beter aan doen om bijvoorbeeld te investeren in de toeristensector, de agarische- en tuinbouwsectoren in het verlengde daarvan het tropisch regenwoud te beschermen.
Immers, die sectoren kunnen zorgen voor een aanzienlijke instroom van buitenlandse valuta.....
Immers, die sectoren hebben toekomst.
Immers, binnen een aantal jaren zijn zowel Suralco/Alcoa als Newmont uitgemijnd in het Nassau Gebergte en blijft een groot vernietigd stuk natuur over en is de biodiversiteit onherstelbaar beschadigd.

Suriname wordt wakker en bescherm uw unieke biodiversiteit.

dinsdag 15 november 2011

Vogelsmokkelaars Suriname volhardend, ondanks grote pakkans

Doos waarin twa twa's en picolets zaten, A.J. Pengel luchthaven
(De Ware Tijd, 16 juli 2008)
Geld belangrijker dan welzijn vogels 

‘Smokkel niet nodig’

15-11-2011 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Met regelmaat voorkomt de douane op de Surinaamse nationale luchthaven Johan Adolf Pengel de smokkel uit het land van een partij vogels. De voorlopig laatste vangst was begin oktober, toen een partij van achtendertig vogels werd onderschept, waaronder een zeldzame oranje rotshaan. Ondanks de grote pakkans proberen nog steeds mensen allerlei vogelsoorten op al dan niet ‘creatieve’ wijze het land uit te smokkelen. Vaak is alleen geld de grootste drijfveer voor de smokkelaars. Maar, in Nederland blijkt er onder Surinaamse vogelliefhebbers ook nog steeds vraag te zijn naar Surinaamse wildvang, ondanks een importverbod. De vogels worden vooral gebruikt voor populaire zangwedstrijden.

Volgens Suniel Chedie, voorzitter van het landelijk bestuur van de Nederlandse vereniging ‘Surinaamse Zangvogels in Nederland’ – en bestuurslid bij een Surinaamse vogelvereniging in Amsterdam - blijft er altijd een groepje bestaan dat van mening is dat ‘wildzang’ het beste is en dat daar veel geld voor wil neertellen. Chedie: “Daarnaast zie je ook een trend dat de mensen die de vogels smokkelen, dit vaak doen voor geld om hun ticket te kunnen financieren of om het volgende ticket naar Suriname te kunnen betalen. Ze nemen vaak grotere partijen mee en gaan er vanuit dat er een aantal vogels in leven blijft, zodat ze aan hun geld kunnen komen. Het wel en wee van de vogels is geen issue. Vanuit het landelijk bestuur in Nederland keuren we elke vorm van smokkel van zangvogels af.’

De officiële import van vogels uit Suriname naar de Europese Unie is al een paar jaar verboden. Alle in Suriname in het wild gevangen vogels, waaronder diverse zangvogeltjes zoals de picolet, rowti en de met uitsterven bedreigde twa twa, mogen Nederland niet meer in. Een van de meest belangrijke redenen voor het Europese importverbod is de grote sterfte onder gesmokkelde vogels tijdens de lange vlucht uit Paramaribo. Meer dan de helft van de diertjes komt niet levend op de bestemming aan. Volgens Chedie heeft het importverbod onder andere tot gevolg dat de broed- en kweekprogramma’s in Nederland succesvoller zijn geworden. “De kweek is absoluut niet moeilijk. In het verleden was het wel zo dat de pioniers van het broeden niet alle kennis wilden delen met anderen. Dit is de afgelopen vijf tot acht jaar behoorlijk veranderd. Persoonlijk ben ik in 2009 begonnen met het broeden van twa twa's en rowties. Ik ben inmiddels verrijkt met vijftien twa twa's en twintig rowties. Veel van deze vogels heb ik doorverkocht aan andere vogelvrienden die ze wilden hebben. Vele vogelvrienden vinden het gemak om een vogel direct te kopen interessanter, dan extra moeite te doen om iets moois te zien groeien en bloeien”, aldus Chedie. Een rondje op het internet toont snel aan dat er toch nog steeds mensen in Nederland zijn die kweken met wildvang en dat zijn dus uit Suriname gesmokkelde vogels. Zo laat ene Ruud in maart 2009 op de website vogelarena.com weten, dat hij meerdere paren picolets heeft gehad en verschillende jongen heeft gekweekt. ‘Alle paren waren wildvangvogels’, aldus Ruud. ‘Het geheim van het goed groot krijgen van jonge vogels ligt naar mijn mening aan de goede kwaliteit van miereneieren. Ik heb wel eens een partij gekocht die ontdooid is geweest en opnieuw ingevroren. Deze eitjes plakken aan elkaar en worden door de vogels niet een voor een opgepikt en zijn snel uitgedroogd in het bakje. Toen ik weer goede miereneitjes had kwamen de jongen ook weer op stok. Het waren wildvangvogels en die namen geen eivoer op.’

Surinamers in Nederland zijn bereid om zeer veel geld neer te leggen voor een klein Surinaams zangvogeltje. Volgens Chedie is de prijs sterk afhankelijk van soort, zang en of het een echte wedstrijdvogel is. “Voor een twa twa, picolet of rowtie wordt al snel circa 750 euro betaald, voor een wedstrijdexemplaar rond de 2.500 euro en voor een twa twa, picolet of rowtie die zijn zangkunsten al bewezen heeft ligt de prijs nog hoger. “ Zo’n tachtig procent van de kwekers in Nederland kweekt Surinaamse vogels speciaal voor de zangwedstrijden, aldus Chedie.
 
Partij onderschepte vogels op A.J. Pengel luchthaven (De Ware Tijd, 5 mei 2009)

Hoe kan een koper van een Surinaamse vogel weten dat zijn aankoop geen wildvang is geweest? Chedie: “In Nederland worden de kweekvogels geringd. Alle kweekers kunnen lid worden van de vogelbond en daar voor een paar dubbeltjes een zogenoemde vaste ring bestellen. Op de ringen staan de gegevens van de kweker. Deze vaste ringen kun je alleen aanbrengen als de vogels heel jong zijn, zo tussen de vijf en zeven dagen. Daarna is het niet mogelijk een vast ring aan te brengen. De pootjes van de vogels zijn dan niet meer flexibel. Natuurlijk zijn er ook kwekers die geen ringen gebruiken, maar deze zijn op één hand te tellen. Alle vogels die geen vaste ringen hebben, worden als wildvang bestempeld. Het komt ook wel voor dat vogelvrienden de ringen afknippen, om zodoende te laten zien ofwel te showen dat ze een wildvang hebben in plaats van een broed. Ik weet niet wat de kick hiervan is.”

Af en toe bevindt zich onder een partij gesmokkelde vogels zelfs een oranje rotshaantje. Dat is een zeer opvallende en zeldzame vogel. Vaak zijn het, aldus Suniel Chedie, niet Surinaamse Nederlanders, Duitsers en Belgen die graag zo'n vogeltje willen.

In Nederland zijn naar schatting van Chedie op dit moment ongeveer 5.600 Surinaamse vogels. Hij baseert dat aantal op het feit dat ieder lid van een Surinaamse vogelvereniging – er zijn circa 600 actieve leden - gemiddels zes vogels thuis heeft. Daarbij telt Chedie zo’n 2.000 vogels van zogenoemde niet-actieve leden. Chedie: “Vrijwel alle leden zijn van Surinaamse origine. Ik ken hooguit tien leden van niet-Surinaamse origine.”

Gelet op het aantal Surinaamse vogelliefhebbers en het aantal Surinaamse vogels in Nederland, rijst de vraag of smokkel uit Suriname van zangvogels niet wat onzinnig is. Suniel Chedie reageert hierop kort en duidelijk: “Smokkel is absoluut niet nodig, gezien de vele vogels die reeds aanwezig zijn en de succesvolle broedprogramma’s in Nederland.”


Een overzicht van smokkelpogingen tussen 2007 en heden:

29 augustus 2007 – Vier picolets en zes twa twa’s onderschept
Tien zangvogels – vier picolets en zes twa twa’s – zijn inbeslaggenomen op de Johan Adolf Pengel luchthaven. De afdeling Natuurbeheer van de dienst ‘s Lands Bosbeheer van het ministerie van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer heeft de vogels in het openbaar geveild.

Eind mei 2008 – 81 Surinaamse vogels ontdekt op Schiphol
De douane onderschept op de luchthaven Schiphol 81 Surinaamse zangvogels uit Suriname. Nog nooit eerder heeft de douane zo’n grote partij ontdekt. De vogeltjes zaten in kistjes in twee grote sporttasen, onder allerlei groenten. Zeventien vogels zijn tijdens de vlucht overleden en zes na aankomst. De tassen zaten in het vrachtruim waar het in de lucht min veertig graden celcius wordt.

20 mei 2008 – Zeven rowti’s en een jack in beslag genomen – Smokkelaar kan eigen vogels op veilig terugkopen....
De douane op de Johan Adolf Pengel luchthaven neemt negen zangvogels in beslag. Een man trachtte de zeven rowti’s en twee jacks naar Nederland te smokkelen. Stukken voor uitvoer ontbraken. De afdeling Natuurbeheer van de dienst ’s Lands Bosbeheer heeft de vogels geveild. Opmerkelijk was het dat de smokkelaar persoonlijk op de veiling aanwezig was. De man kon zelfs zes van de vogels (vijf rowti’s en een jack) terug kopen. Hij betaalde voor de zes vogels een bedrag van 1.010 Surinaamse dollars. (in euro’s op 11 november 2011 223,72)

14 juli 2008 – Twee twa twa’s en een picolet op Johan Adolf Pengel ontdekt in bagage
De Militaire Politie neemt op de Johan Adolf Pengel luchthaven drie zangvogels in beslag van een man die deze het land uit probeerde te smokkelen in een klein zuurstof doorlaatbaar doosje in zijn koffer. De zangvogels, twee twa twa’s en een picolet, werden overgedragen aan de dienst ’s Lands Bosbeheer. Voor de uitvoer van de vogels ontbraken de nodige documenten. De vogels werden openbaar geveild. De opbrengst was ruim 7.000 Surinaamse dollars. De smokkelaar kreeg een boete van 4.000 Surinaamse dollars.

12 augustus 2008 – Vier picolets onderschept op luchthaven
Op de Johan Adolf Pengel luchthaven zijn vier tamme picolets in beslag genomen van een buitenlander. De vogeltjes werden door de dienst ’s Lands Bosbeheer geveild.

8 september 2008 – Surinaamse siervogels in koffer op Schiphol
Controlediensten op de luchthaven van Schiphol nemen een partij beschermde siervogels in beslag. Ze zaten verstopt in een koffer die met een vlucht uit Suriname was meegekomen. Tegen drie Nederlandse vrouwelijke verdachten, die elke betrokkenheid bij de smokkel ontkennen, werd proces-verbaal opgemaakt. Medewerkers van de douane vonden de vogels in kleine transportkooitjes in een koffer van de drie vrouwen. De diertjes moesten het stellen zonder zitstok, water en voer. Vier van de vogels, twee oranje rotshanen en twee groene arassari's, bleken op de CITES-lijst te staan van beschermde vogels die niet uitgevoerd mogen worden.

26 april 2009 – Nederlander probeert achttien vogels in schoenen land uit te smokkelen
Een vertrekkende passagier met de Nederlandse nationaliteit is op de Johan Adolf Pengel luchthaven aangehouden. Hij had drie twa twa’s, twee picolets, vier gele beks, een rowti en acht geeldassen in zijn bezit. De man had de vogels op professionele manier in zijn schoenen verstopt. De vogels werden geveild door de dienst ’s Lands Bosbeheer.

24 september 2010
Negen vogels zijn op de Johan Adolf Pengel luchthaven bij een vertrekkende Nederlander onderschept. De man werd onmiddellijk aangehouden en ingerekend door de politie. Hi had elf picolets en drie rowti’s in zijn bezit. Vijf van de vogels stierven nog voordat ze door de dienst ’s Lands Bosbeheer geveild konden worden.

9 november 2010 - Werkstraf voor handel in vogels
Voor het in bezit hebben en handelen in beschermde vogels zijn twee inwoners van het Nederlandse Breda door de economische politierechter veroordeeld tot respectievelijk 120 en 60 uur werkstraf. In hun zaak De Nachtegaal vond de Algemene Inspectiedienst begin 2009 een groot aantal beschermde vogels. Het ging onder andere om baliespreeuwen, grote en kleine beo's, indigo vinken, roodborst kardinalen, Europese nachtegalen, goudvinken, putters, barmsijzen en een klauwier. De rechtszaak tegen de twee Bredanaars was een onderdeel van een groot politieonderzoek tegen een bende die handelde in Surinaamse zangvogels.

3 juni 2011 - 25 zangvogels uit Suriname gesmokkeld in weekendtas
De douane op Schiphol heeft in mei een man aangehouden die in zijn weekendtas – in het vrachtruim van het vliegtuig - 25 zangvogels uit Suriname wilde smokkelen. De vogels zijn weer op een retourvlucht gezet. De man beschikte niet over de juiste papieren.

5 oktober 2011 - Douane onderschept partij beschermde vogelsoorten
Een smokkelaar heeft geprobeerd een partij beschermde Surinaamse vogels het land uit te smokkelen. Bij controlewerkzaamheden op de Adolf Pengelluchthaven ontdekte de douane dat een passagier de dieren in kleine doorzichtige plastic doosjes in zijn handbagage had gestopt. Het ging om twee picolets, twee rowti’s, een geeldas, acht gelebeks, tien zwaluw tangara’s, twee bruinbuiken, zeven zevenkleuren, drie blauwdassen, twee uduloso trogons en een rotshaan. De afdeling Natuurbeheer van de dienst ‘s Lands Bosbeheer heeft de siervogels afgestaan aan de Paramaribo Zoo. Hierdoor kwam de dierentuin in het bezit van een zeldzaam oranje rotshaantje. De wilde zangvogels zijn na overleg met de Officier van Justitie in de vrije natuur losgelaten.

Geraadpleegde bronnen o.a.:
http://www1.nhl.nl/~ribot/ned/oran.htm
http://www1.nhl.nl/~ribot/ned/orcr.htm
http://www1.nhl.nl/~ribot/ned/spmi.htm   http://www1.nhl.nl/~ribot/english/ruru_ng.htm
http://www.douanesuriname.com/apendix14.html
http://www.vogelarena.com/forum/forum_read.php?id=508&recordnum=0
http://www.surinaamsevogels.nl/

Noot Kraaijer:
Het gehele artikel is 15 november 2011 gepubliceerd op de Surinaamse nieuws website NoSpang.

In de Telegraaf verschijnt zaterdag 18 mei 2013 het bericht dat de Nederlandse en Surinaamse politie samen aanwerken een onderzoek naar de illegale export van beschermde vogels. Klik hier om het artikel te lezen. Wel treurig dat het WWF Guianas om een reactie is gevraagd, terwijl deze organisatie naar mijn weten nooit echt welke actie dan ook heeft ondernomen tegen de illegale handel in- en export van vogels uit Suriname of welke andere diersoort dan ook......

dinsdag 8 november 2011

Surinaamse regering kan niet zonder commissies

De commissies van de regering Bouterse-Ameerali


Een overzicht en stand van zaken

08-11-2011 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Sinds het aantreden van de regering van president Desi Bouterse en vice-president Robert Ameerali op 12 augustus 2010, zijn diverse (onderzoeks-) commissies door de regering in het leven geroepen. Gemiddeld één per maand. Voor ieder complex probleem, waar niet direct een simpele oplossing voor blijkt te zijn, wordt een commissie van wijze – vooral – heren geïnstalleerd.

Naast de door de regering Bouterse-Ameerali geïnstalleerde commissies, bleek in februari 2011 dat er al maar liefst 462 commissies bij de overheid aan het werk waren. Dat vond Bouterse toch iets te gortig en hij gaf opdracht om de commissies te ontmantelen. Het was een nalatenschap van de regering Venetiaan. De absurditeit van die commissies bleek onder andere uit het feit dat binnen het ministerie van Justitie en Politie rond de honderd commissies actief waren en bij het ministerie van Handel en Industrie veertig. Ambtenaren hadden zitting in commissies en er waren zelfs commissies die de beschikking hadden over eigen auto’s. Een onwenselijk situatie, aldus de regering Bouterse-Ameerali.

Maar, Bouterse was nog geen twee weken aan de macht of de eerste commissie werd al ingesteld. Eind augustus 2010 werd de zogenoemde ‘ICT-inventarisatiecommissie’ geïnstalleerd met als doel het ordenen van het communicatienetwerk en de ICT-infrastructuur binnen de overheid. Volgens vicepresident Ameerali deugde het computernetwerk van de overheid niet, werkte het inefficiënt en dreef het overheidsuitgaven ‘nodeloos’ op. De commissie werd geleid door de voorzitter van de Associatie van Surinaamse Fabrikanten, Rahid Doekhie.

Begin november 2010 werd de ‘Commissie Reorganisatie van het ministerie Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer’ ingesteld. Deze commissie werd geleid door Cornelly Strijdhaftig Culley, oud-directeur op het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen. Binnen uiterlijk twee maanden moest de commissie een advies aanbieden aan Bouterse, Ameerali en aan minister Martin Sastroredjo. Maar, de commissie presenteerde pas begin april 2011 de uitkomsten van haar onderzoek en die logen er niet om. Volgens de commissie was er binnen het ministerie sprake van vervalsing van stukken, bevoordeling van familieleden en van partijgenoten. Enige vorm van controle ontbrak. De harde conclusies van de commissies leidden tot veel politieke- en maatschappelijke ophef.

Een van de meest in het nieuws zijnde en in het oog springende commissies werd op 20 december 2010 geïnstalleerd: de ‘Commissie Ordening Goudsector’. Deze commissie - met eigen logo - werd door president Bouterse gekwalificeerd als ‘historisch’. Naast het daadwerkelijk ordenen van de goudsector in vooral het binnenland onder de kleinschalige goudzoekers, horen bij de ordening ook het milieuvraagstuk, de bewaking van de volksgezondheid, veiligheid en zogenoemde sociaal-economische zaken. De commissie is nog steeds aan het werk en heeft inmiddels gezorgd voor ordening van de Merian- en Maripaston goudvelden. Ook kwam de commissie onder vuur te liggen van de gebroeders Leo (goudzoeker en onruststoker in het Maripastongebied) en Ronny Brunswijk (goudzoeker, houtkapper, voetballer, oud-rebel en Assembleelid) die commissieleden betichtten zelf belangen te hebben in de goudwinning. De ongefundeerde beschuldigingen van de Brunswijk broers werden snel door de commissie weersproken en na een gesprek met president Bouterse kwam Ronny terug op zijn gedane uitlatingen. Eén van de belangrijkste speerpunten van de commissie is het permanent uitbannen van kwik op de goudvelden en een importverbod op deze giftige stof.

In de eerste week van 2011 werd het Assembleelid Ronny Brunswijk benoemd tot voorzitter van de ‘Commissie Toewijzing en Ontruiming Volkswoningen’. De commissie zou, aldus minister Alice Amafo van het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, ‘een belangrijk hulpmiddel’ moeten worden bij het oplossen van het woningenvraagstuk. Daarnaast zou de commissie meer duidelijkheid moeten brengen bij de toewijzing van woningen de door de staat gebouwd zijn.

De volgende commissie die het levenslicht zag was de ‘Commissie Samenstelling Tripartiet Overleg’ die op 21 februari 2011 door Bouterse zelf werd benoemd. De commissie moest zorgen voor een goede samenstelling en inrichting van het overleg tussen de vakbeweging, het bedrijfsleven en de regering.

Een aantal weken later installeerde vice-president Robert Ameerali - op 11 maart - de ‘Commissie Personenvoer’. Een commissie die zou moeten gaan zorgen voor meer ordening in het openbaar boot- en busvervoer. Die ordening zou onder andere moeten zorgen voor de verwijdering van de vele illegale vervoerders uit de openbaar vervoer sector.

Met ingang van 18 april werd een commissie actief die een inventarisatie moest gaan maken van ‘Texas’ (Devisbuiten). Aanleiding was de onrust onder de enkele honderden illegale bewoners. De rechtmatige eigenaren van de gronden wilden een deel ontruimen. De commissie zou enige duidelijkheid moeten verkrijgen in de situatie van het gebied.
Precies een maand later was het de beurt aan minister Alice Amafo van Sociale Zaken en Volkshuisvesting. Zij installeerde maar liefst vijf commissies. Deze commissies werden onderverdeeld in drie categorieën:
De ‘Commissie Toezicht Kinderbeleid’ (naar aanleiding van ‘incidenten’ in twee kindertehuizen waarbij de rol van de Kinderbescherming in twijfel werd getrokken),
de ‘Commissie Monitoringsplan Sanering Geneeskundige Hulpkaarten Bestand’,
en drie commissies in de categorie Huisvesting (de Commissie Krakersproblematiek en Occupatie’ met als voornaamste taak het oplossen van de occupatie-problematiek in Suriname, de ‘Commissie Afronding Huizen-bouwproject ten behoeve van leprapatiënten’ en de ‘Commissie voor de Afronding van het Huizenbouwproject B.E.W.’ die betrekking heeft op de woningen, die tijdens het B.E.W.-project in 1996 zijn gebouwd. De mensen hebben de al dan niet afgebouwde huizen bezet. De commissie zal ook hier de situatie analyseren, zodat de juridische status voor deze mensen bepaald kan worden. De minister gaf aan, dat de commissies voor een periode van 4 maanden werden ingesteld.

Het presidentieel paleis was het toneel waar president Bouterse op 29 juni de belangrijke ‘Commissie Herziening Grondwet’ mocht installeren. Een Grondwetsherziening was een van de meest belangrijke beleidspunten van de regering Bouterse-Ameerali. Tot voorzitter werd benoemd de bekende staatsrechtgeleerde Sam Polanen. In de samenleving bleken meer en meer getwijfeld te worden over de inhoud van de uit 1987 daterende Grondwet. Geplande wijzigingen zijn nimmer doorgevoerd. De commissie zou de gehele Grondwet tegen het licht gaan houden.

De minister van Justitie en Politie, mr. Martin Misiedjan, installeerde op 16 september de ‘Commissie Inburgering en Integratie’. Deze commissie zou zich gaan buigen over de aspecten inburgering en integratie en ook voorstellen doen inzake de ceremoniële uitreiking van verleende naturalisaties. Tot voorzitter van de commissie werd aangesteld mevrouw mr. S. Sitaram, onder-directeur Vreemdelingenzaken.

De volgende commissie werd geboren op 5 oktober en kreeg de naam ‘Commissie Herziening Telecomwet’. Minister Falisie van Transport, Communicatie en Toerisme kreeg de eer de commissie te installeren. De Wet Telecommunicatievoorzieningen bleek toe te zijn aan een grondige herziening, vooral door de snelle ontwikkelingen in de communicatiesector. De commissie kreeg minimaal vier en maximaal zeven maanden de tijd om haar onderzoeksresultaten te presenteren.

De voorlopige laatste commissie die het levenslicht kreeg te zien is een commissie die tot taak kreeg om de problemen van milieu-inspecteurs te inventariseren en om daarvoor passende oplossingen aan te dragen.
Deze commissie werd op 14 oktober geïnstalleerd door minister Celcius Waterberg van Volksgezondheid. Eigenlijk had het Bureau Openbare gezondheidszorg (BOG), waar de milieu-inspecteurs werkzaam zijn, een commissie moeten samenstellen. Maar, David Bakker - voorzitter van de Bond van Milieu-inspecteurs - verklaarde tegenover de media dat het BOG dat had nagelaten. De commissie moet binnen drie maanden met voorstellen komen.

Het blijkt lastig te zijn om er achter te komen wat de stand van zaken is van de verschillende commissies. Niemand blijkt bereikbaar te zijn voor commentaar. Niemand kan of wil zeggen wat de huidige stand van zaken van een commissie is.
Voor wat betreft de ‘Commissie Personenvervoer’ berichtte het Dagblad Suriname op 27 oktober dat het ordenen van het busvervoer ‘niet lukt’. Volgens de krant wordt minister Falisie Pinas van Transport, Communicatie en Toerisme ‘meneer ordening’ genoemd. Maar, het blijkt hem, aldus het Dagblad Suriname, niet te lukken het chaotische busvervoer te ordenen. ‘Buschauffeurs hebben deze dagen messen en machetes naast hun stoel en schromen er niet voor deze te gebruiken. Laatst vond dat plaats bij het pompstation te Welgedacht C. Een notoire buschauffeur wilde een andere te lijf gaan met zo’n grote machete die zelfs in Rwanda de mensen de stuipen of het lijf zou jagen.’

Het wachten is op de volgende commissie. Mogelijk zal die binnenkort al worden ingesteld, want er valt nogal wat te ordenen in Suriname....

Noot Kraaijer:
Toeval bestaat niet? Of toch wel? Een dag na publicatie van mijn artikel verscheen op de nieuwswebsite NoSpang een artikel met als kop 'President wil commissies toevoegen aan ministeries'. Overigens is mijn artikel op dezelfde website geheel geplaatst.

donderdag 3 november 2011

Suriname wil internationaal geld voor 'duurzaam' bosbeheer

Opinie - Waarde van tropisch regenwoud Suriname nog onbekend


03-11-2011 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Suriname zou jaarlijks miljoenen Amerikaanse dollars kunnen verdienen door haar natuur internationaal op de milieumarkt aan te bieden. Het land zou wellicht financieel gecompenseerd kunnen worden voor haar vermeende duurzaam bosbeheer. De Surinaamse regering is zich dat al enkele jaren bewust, maar de eerste compensatiegelden moeten het land nog binnenstromen.

Tijdens allerlei internationale politieke en maatschappelijke bijeenkomsten, conferenties en congressen smeken vertegenwoordigers van de regering, inclusief de president, welhaast om Suriname te compenseren. Landen als Costa Rica en Guyana is het wel gelukt om veel (Europees) geld binnen te halen voor hun duurzaam bosbeheer.

'Smeken'
‘Het bos moet nu echt in geld vertaald worden, en daar wachten wij nu op. We hebben het jarenlang in stand gehouden en we willen er nu wel geld voor hebben’, aldus oud-minister Rick van Ravenswaay van het minsterie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS) in november 2009. Een maand later wees oud-president Ronald Venetiaan tijdens de Klimaattop van de Verenigde Naties in het Deense Kopenhagen weer eens op het feit dat Suriname één van de meest kwetsbare landen ter wereld is als het gaat om de negatieve gevolgen van klimaatverandering. Venetiaan benadrukte dat het lage Surinaamse ontbossingscijfer en de dichte bosbedekking te danken zijn aan ‘een langdurig en consistent beleid’.

In de smeekbeden wordt dus vooral gewezen op de wijze waarop Suriname haar tropisch regenwoud beschermd en op de wijze waarop dat bos duurzaam wordt beheerd. Maar, schuilt daarin niet enige mate van hypocrisie? Hoe duurzaam wordt dat Surinaamse regenwoud werkelijk beheerd en beschermd? Natuurlijk, het land doet haar best om haar natuurlijke rijkdommen zo goed mogelijk te beschermen, maar aan de andere kant zijn het natuurlijke hulpbronnen die zorgen voor grote kaalslag in het bos. Hoeveel bomen gaan er niet tegen de vlakte in het binnenland om grote groepen Surinamers en Brazilianen de ruimte te geven naar goud te mijnen, met behulp van giftig kwik? Die kleinschalige goudmijnbouw geschiedt niet overal legaal en dus worden ook her en der illegaal grote stukken bos gekapt. Goudzoekers schuwen er zelfs niet voor terug om illegaal te gaan mijnen in een beschermd natuurpark, Brownsberg. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de natuurbeschermingsorganisatie die dat natuurpark zou moeten beschermen, Stinasu, gedurende lange tijd de goudzoekers in haar park willens en wetens heeft gedoogd. Wie Suriname vanuit de ruimte bekijkt, met behulp van Google Earth, kan zelf de grote open stukken in het Surinaamse tropisch regenwoud zien.
Duurzaam bosbeheer vindt vooral en slechts in kleine gebieden plaats, waar bijvoorbeeld legaal hout wordt gekapt.

Buitenlandse mijnbouwmultinationals
Daarnaast levert Suriname grote stukken regenwoud uit aan grote buitenlandse mijnbouwmultinationals. Die bedrijven hebben geen duurzaam oog voor het bos. Neen, die bedrijven willen slechts vele dollars verdienen aan het winnen van bauxiet en goud op een grootschalige wijze. Miljoenen Amerikaanse dollars en tonnen delfstoffen verlaten Suriname. Het Canadese goudmijnbedrijf IAmGold exploiteert bijvoorbeeld een grote goudmijn met een totale oppervlakte van zo’n honderdzeventig vierkante kilometer. De mijn is het succesnummer wereldwijd van dit bedrijf. Vele bomen zijn daarvoor geslachtofferd. In de nabije toekomst gaat het Surinaamse bauxietbedrijf Suralco – dochteronderneming van het Amerikaanse Alcoa - beginnen met mijnen in het unieke Nassau Gebergte in het oosten van het land. Een gebied met een rijke biodiversiteit. Een gebied waar in 2006 nog een twintigtal nieuwe diersoorten werd ontdekt door een expeditie van naturbeschermingsorganisatie Conservation International, welke ontdekking Suriname even op de wereldwijde nieuwspagina’s bracht. In hetzelfde gebergte wil het Amerikaanse goudmijnbedrijf Newmont Mining Corporation twee grote mijnen gaan exploiteren. Newmont heeft echter wereldwijd een bedenkelijke reputatie als het gaat om het toebrengen van milieuschade en het schenden van mensenrechten in Peru, Ghana en Indonesië. Die niet onbelangrijke aspecten blijken echter niet relevant voor de Surinaamse regering. Niemand spreekt er over, niemand schrijft er over. Naast genoemde mijnen in het Nassau Gebergte moet ook een complete infrastructuur worden aangelegd om de gewonnen mineralen te transporteren. Kortom, vele bomen zullen uit de grond ontworteld moeten gaan worden.

Legale en illegale houtkap
Er verdwijnt dus veel bos in Suriname om plaats te maken voor mijnbouw. Maar, er verdwijnt ook veel bos door legale en illegale houtkap. En ook hier blijken buitenlandse ondernemers aan het werk, vooral uit China. Zo beschikt de Greenheart Group Ltd. uit Hong Kong, onderdeel van het Chinese Sino-Forst, over totaal 312.000 hectare concessiegebied. In 2010 hebben meer dan 166 personen en bedrijven houtkapactiviteiten ontplooid in Suriname. In datzelfde jaar zijn 142 geldige houtkapvergunningen verstrekt met een totale oppervlakte van 2 miljoen hectare. Van dit aantal zijn er 62 concessies, met een oppervlakte van 1,3 miljoen hectare. Dat lijkt relatief weinig, gelet op het feit dat Suriname voor meer dan 90%, 14,8 miljoen hectare, bedekt is met bos. Maar, in de genoemde cijfers is niet meeberekend het aantal hectare illegaal gekapt bos.
Met de kap van bomen verdwijnt koolgas – dat in de bomen zit – dat wordt omgezet in het broeikasgas CO2. Ontbossing is verantwoordelijk voor 15% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen en is ook nog eens een belangrijke oorzaak van klimaatverandering. Door het toekennen van een economische waarde aan de opslag van koolstof in de bomen en bodem krijgen in het Surinaamse tropisch regenwoud staande, levende, bomen, meer waarde dan gekapte, dode, bomen. Het zijn vooral westerse, geïndustraliseerde landen die moeten gaan betalen voor duurzaam bosbehoud en het tegenaan van CO2-uitstoot.

'Nieuwe' natuurlijke hulpbronnen
Maar, wat zou de Surinaamse regering doen wanneer in het uiterste zuiden van het land, waar echt Amazonewoud is (slechts twee procent van het totale Amazonewoud), goud en diamant in de grond blijkt te zitten? Diamant is zelfs aannemelijk. Al in oktober 2007 doken er berichten op dat een Surinaams bedrijf, C-Mining, ‘verkenningen’ wilde gaan verrichten naar de aanwezigheid van diamantvoorkomens bij het inheemse dorp Sipaliwini. De lokale Trio-indianen kwamen echter in verzet uit vrees voor milieuschade. Uiteindelijk kreeg het bedrijf geen concessie.

Inmiddels gaan er (begin november 2011) geruchten dat diverse buitenlandse bedrijven geïnteresseerd zouden zijn in andere – nog nimmer gemijnde - natuurlijke hulpbronnen die Suriname rijk is: mangaan, ijzer en nikkel.
Gaan buitenlandse multinationale mijnbouwbedrijven geweerd worden door de Surinaamse regering als zij voor de deur staan of wordt weer gezwicht voor harde valuta en wordt duurzaam bosbeheer op zijn Surinaams geïnterpreteerd? Suriname is zoekende naar een juiste balans tussen duurzaam bosbeheer, de ontginning van kostbare natuurlijke hulpbronnen door met name multinationale buitenlandse mijnbouwbedrijven en de wereldwijde zoektocht naar financiële compensatie van geïndustrialiseerde landen voor het gevoerde duurzaam bosbeheerbeleid.

VN-Klimaattop Durban: realiteitszin regering Bouterse-Ameerali
In het Zuidafrikaanse Durban vindt 28 november weer een VN-Klimaattop plaats. In aanloop naar deze top heeft de Surinaamse milieuminister Ginmardo Kromosoeto verrassend laten weten dat Suriname eigenlijk nog niet in aanmerking kan komen voor financiële compensatie. Volgens de bewindsman moet eerst duidelijk worden wat de waarde van het Surinaamse bos is. Verder zei de bewindsman dat het essentieel is dat de mangrovebossen in het land worden hersteld. Vooral in de kuststrook is mangrove – dat nauwelijks meer aanwezig is - zeer belangrijk in de strijd tegen de zeespiegelstijging tengevolge van de wereldwijde uitstoot van CO2. Het lijkt erop dat de huidige regering meer realiteitszin aan de dag legt dan de voormalige regering Venetiaan. De tijd van internationaal bedelen blijkt plaats te hebben gemaakt voor een nuchtere kijk op duurzaam bosbeheer en enige terughoudendheid in het zoeken naar CO2-compensatiegelden.

Noot Kraaijer:
Het volledige artikel is 4 november 2011 gepubliceerd op de Surinaamse nieuws website NoSpang.

vrijdag 14 oktober 2011

Bioloog Jan Mol vecht tegen komst bauxietmijn Suralco/Alcoa op Nassau Plateau - Unieke biodiversiteit wordt ernstig bedreigd

Suralco gaat bauxiet mijnen in uniek gebied – Overheid reageert niet op pleidooi Mol – Niets staat Suralco in de weg

14-10-2011 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Bioloog Jan Mol, professor in aquatische ecologie aan de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo (Suriname), tracht al een paar jaren tevergeefs gehoor te krijgen bij de Surinaamse overheid om geen bauxietwinning toe te staan in het in Oost-Suriname gelegen Nassau Gebergte. Het bauxietbedrijf Suralco, dochteronderneming van de Amerikaanse multinational Alcoa, heeft ver gevorderde plannen voor een bauxietmijn op het Nassau Plateau in het gebied met een rijke en unieke biodiversiteit.

De Nederlandse bioloog die al sinds 1987 in dienst is van de universiteit, heeft alle reden voor bezorgdheid. De komst van een bauxietmijn en alle bijbehorende infrastructuur in het Nassau Gebergte (de Nassau concessie is 8.300 hectare groot waarvan zo’n 1.000 hectare bauxiet bevat) zal desastreuze gevolgen hebben voor de unieke flora en fauna van dat gebied. En Jan Mol, visdeskundige, kan het weten. In 1995 promoveerde hij aan de Universiteit van Wageningen, Nederland, op een proefschrift over de ecologie van drie pantsermeervallen in Suriname. Tien jaren later, in 2005, nam hij deel aan de zogenoemd Rapid Assessment Program (RAP) expeditie van de natuurbeschermingsorganisatie Conservation International. Tijdens die expeditie van diverse internationale biologen werden in het Nassau Gebergte ruim twintig nieuwe diersoorten ontdekt, waaronder de ‘Harttiella crassicauda’ (een pantsermeervalsoort ; een Nederlandse naam is er nog niet) die alleen voorkomt in de Paramakakreek en de paarse fluoriscerende Atelopuskikker. Door de unieke vondst werd Suriname even wereldwijd voorpaginanieuws. De expeditie werd gevolgd door vele onderzoeken en studies aan de Anton de Kom Universiteit en in Zwitserland in het Museum d’Histoire Naturelle in Genève en aan de Universiteit van Genève.

Harttiella crassicauda:
Trond Larsen (met dank aan Jan Mol)

Hoofdpijn
Jan Mol: “Ja, het Nassau Gebergte is een grote hoofdpijn voor mij en dan vooral de geplande Suralco bauxietmijn die het plateau zelf zal vernietigen.” Hij is niet te spreken over het feit dat de Surinaamse overheid nauwelijks reageert op de aangekondigde plannen van Suralco in het gebergte. Maar, dat geldt volgens Mol ook voor de zwijgende natuurbeschermingsorganisaties Conservation International Suriname en het Wereld Natuur Fonds Guianas. “Suralco gaat maar door met haar voorbereidingen, dit terwijl haar door het Amerikaanse bureau Environmental Resources Management (ERM, gevestigd te Annapolis, Maryland) uitgevoerde Milieu- en Sociale Effecten Analyse, ESIA, voor wat betreft vissen, precies heeft aangetoond wat we al wisten van de Conservation International-RAP, namelijk dat het om een bijzonder gevoelig gebied gaat met endemische soorten”, aldus Mol. Natuurlijk rijst meteen de vraag hoe objectief en onafhankelijk een bureau kan zijn dat door Suralco zelf is ingeschakeld om een soort Milieu Effect Rapportage uit te voeren. Overigens was de visdeskundige in december 2008 zelf door de Amerikanen benaderd om het vis-aquatisch ecologisch onderzoek te verrichten. Mol ging daar echter niet op in en adviseerde ERM om contact op te nemen met visdeskundigen van het Natuur Historisch Museum in Genève en de Universiteit van Genève. Deze deskundigen waren juist gespecialiseerd in pantsermeervallen, waartoe de ontdekte visjes in het Nassau Gebergte behoren. In eerste instantie ging ERM in zee met de Genève-deskundigen, maar op een moment werd besloten – zonder overleg met de Zwitserse visdeskundigen – om het onderzoek verder te laten verrichten door de bekende Amerikaanse visdeskundige Jonathan Armbruster die echter geen kennis heeft van Surinaamse vissen. De Zwitsers reageerden in mei 2010 woedend naar ERM en spraken hun zorg uit over de uitkomsten van het visonderzoek binnen de Nassau ESIA. Mol: “We kunnen niet alle resultaten van de ESIA vertrouwen, bijvoorbeeld van de tweede Harttiella soort die zou zijn ontdekt. In 2010 heb ik geklaagd bij het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname, NIMOS, dat de vissenstudie van de ESIA niet goed werd gedaan.”

Suralco/Alcoa bewust van 'positie' Mol
In een reactie laat Indre Ori, Feasibility Study Manager bij Suralco/Alcoa, weten dat de Milieu en Sociale Effecten Analyse inmiddels is afgerond. Ori: “Het concept rapport is echter pas in november 2011 beschikbaar. Deze studie is volledig onafhankelijk uitgevoerd en worden gepresenteerd aan het publiek in de openbare vergadering waarin de resultaten zullen worden gepresenteerd na ontvangst van het concept rapport. De naar voren gebrachte punten van bioloog/visdeskundige Jan Mol zijn volledig meegenomen in de ESIA en hebben er mede toe geleid dat additionele onafhankelijke deskundigheid uit Australie is toegevoegd aan het ESIA team van ERM.” Volgens Ori is Suralco/Alcoa zich bewust van ‘de positie van dr. Mol’ inzake de voorgestelde Nassau Plateau mijn. “ERM’s aquatisch ecoloog en de ESIA project manager hebben persoonlijk met de heer Mol gediscussieerd over zijn visie op het project en we hebben hem onze bevindingen over de aquatische ecologie van het Plateau voorgelegd. ERM realiseert zich dat het Nassau Project zekere risico’s met zich mee kan brengen voor de ecologie van het Plateau en het bureau werkt nauw samen met Suralco’s mijningenieurs om zich ervan te verzekeren dat die risico’s worden vermeden en geminimaliseerd in gevallen waar ze niet kunnen worden vermeden.” Het Biologisch Management Plan dat deel uitmaakt van de ESIA bevat volgens Ori verschillende maatregelen om de flora en fauna van het Nassau Plateau te beschermen. “Het deel van het Plateau waar de Atelopuskikker en de Harttiella crassicauda leven zal een biologisch reservaat voor deze species worden. Ook zullen mijnbouwtechnieken worden ontwikkeld om de grootte van het gebied dat door de activiteiten verstoord gaat worden te minimaliseren”, aldus de Feasibility Study Manager.
Jan Mol ziet echter niet in ‘hoe ze in een gebied van twintig bij twintig vierkante kilometer kunnen mijnen zonder de waterkwaliteit in de centrale kreek, Paramakakreek, te bederven en de waterkwantiteit in de droge tijd te verlagen doordat de bauxietspons wordt verwijderd’. Daarenboven speelt nog een andere kwestie volgens de Nederlandse bioloog: “Er is ook nog een kwestie van een begraafplaats van de Paramakaners die aan de monding van de Paramakakreek is gelegen en onder water zal komen te staan bij verhoogde afvoer in de regentijd. De bauxietspons houdt dan het water niet meer vast, omdat die is verwijderd. Die begraafplaats is slechts meters van de kreek verwijderd”.

Overheid reageert niet
Al in februari 2009 sprak Mol in een open brief tegenover onder andere de toenmalig president van Suriname, Ronald Venetiaan, enkele betrokken ministers, het NIMOS, Conservation International Suriname en het Wereld Natuur Fonds Guiana, zijn zorgen uit over de plannen van Suralco en de dreigende vernietiging van de flora en fauna in het Nassau Gebergte. Hij verwees onder andere naar een resolutie uit juni 2008 van de ‘Association for Tropical Biology and Conservation’ (ATBC), opgesteld tijdens een bijeenkomst te Paramaribo, waarin internationale ecologen en biologen hun bezorgdheid uitten over de mijnbouwplannen in het Nassau Gebergte. De ATBC stelde de Surinaamse regering voor om van het Nassau Gebergte een beschermd natuurgebied te maken. Een reactie van de regering bleef uit. Marilyn Norconk, antropologe verbonden aan de Kent State Universit (VS), één van de ondertekenaars van de ATBC-resolutie, toonde zich eveneens teleurgesteld in het Surinaamse milieubeleid. “We wisten in 2007 al dat er mijnbouwconcessies waren verstrekt voor het Nassaugebied. Desondanks hoopten wij dat ATBC in staat zou zijn om de regering te bewegen een andere kijk te krijgen op het afgeven van mijnbouw- en houtkapconcessies in dat gebied. Het is een groeiend, serieus probleem dat nog steeds te weinig aandacht krijgt van de Surinaamse regering,” aldus Norconk in januari 2010.
Jan Mol laat weten ook nimmer een reactie te hebben ontvangen op zijn brief van februari 2009. Dat stilzwijgen van de zijde van de regering is veelzeggend. Kennelijk wil men niet teveel ‘gedoe’ rond de plannen van Suralco. Het lijkt er welhaast op dat die bauxietmijn er koste wat het kost moet gaan komen.

Paramakakreek
In hetzelfde jaar werd een aantal kritische ingezonden artikelen van Mol over de bauxietmijnplannen van Suralco/Alcoa gepubliceerd in de Surinaamse krant De Ware Tijd. Zo schreef hij op 20 maart van dat jaar onder andere het volgende:
‘In 2005 heeft Conservation International een expeditie georganiseerd naar het Nassau- en Lely Gebergte om de grotendeels onbekende fauna van deze plateaus te bestuderen. De vegetatie van deze gebergtes was een paar jaar eerder reeds bestudeerd door de Universiteit van Utrecht en het herbarium van de Anton de Kom Universiteit van Suriname. In een klein kreekje boven op het Nassau Plateau werd door Conservation International een bijzonder visje (Harttiella crassicauda, een miniatuur familielid van de warawara en libakwi) verzameld, voor het eerst na de ontdekking van deze soort in 1949. Sinds de ontdekking van dit kleine visje in het Nassau Gebergte hebben wetenschappers gedacht dat Harttiella crassicauda een oude soort was, die zelfs de voorouder zou kunnen zijn van een grote onderfamilie van harnasmeervallen met een afgeplatte staart. Aangezien de Mining Joint Venture BHP-Billiton/Suralco belangstelling had om in het Nassau Gebergte eventueel bauxiet te mijnen, heeft BHP-Billiton een vervolgexpeditie van de Anton de Kom Universiteit naar het Nassau Gebergte gefinancierd om meer informatie te verzamelen over de habitat en de verspreiding van dit visje in het Nassau Gebergte. Tijdens deze tweede expeditie in 2006 werd niet alleen vastgesteld dat het visje Harttiella crassicauda alleen voorkomt in de bovenloop van de Paramakakreek ('IJskreek' en andere zijtakken van Paramakakreek, maar niet in andere kreken in het Nassau Gebergte), maar werden ook vier nieuwe vissoorten verzameld alsook een nieuwe Atelopuskikker met prachtige, felpaarse tekening. (...) De bijzondere, endemische vissoorten van het Nassau Gebergte zijn slechts bekend van één kreek, de Paramakakreek. De Paramakakreek is gelegen in de centrale vallei tussen de twee benen van het U-vormig Nassau Plateau. De zijtakken van de Paramakakreek (waaronder IJskreek) ontspringen in het noorden, westen en zuiden op het bauxietplateau. Het bauxietgesteente is poreus en heeft een sponswerking: in de regentijd wordt het regenwater opgezogen in de bauxiet 'spons' (aquifer) en vervolgens wordt het water in de droge tijd weer langzaam afgegeven aan de zijkreekjes van de Paramaka kreek. De bauxiet 'spons' zorgt er dus voor dat de Paramakakreek het gehele jaar door helder, stromend water heeft.’

Klein Duimpje tegen de Reus
Inmiddels is het oktober 2011 en Suralco gaat onverminderd door met haar voorbereidende onderzoeksactiviteiten op het Nassau Plateau. Het lijkt de strijd van Klein Duimpje tegen de Reus, bioloog Jan Mol tegen bauxietgigant Suralco/Alcoa, maar Mol laat zich niet zo snel uit het veld slaan en blijft zich inspannen om de komst van een bauxietmijn in Oost-Suriname te voorkomen, misschien tegen beter weten in.
Mol: “Recentelijk, op 11 juli 2011, heb ik nog eens een brief geschreven aan minister Ginmardo Kromosoeto van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu (ATM), en ik heb ook met drs. Ellen Naarendorp, een belangrijke adviseur van president Desi Bouterse, gesproken. Zij had de neiging te gaan schipperen, maar dat kan juist niet, het gebied is te klein en de bauxiet-spons is een essentieel onderdeel van het aquatische ecosysteem, omdat het als een aquifer dient die de kreken in de droge tijd van water voorziet. Zonder de bauxiet vallen de kreken droog en sterven de visjes uit.”

Volgens Mol is het volstrekt ‘duidelijk dat die bauxietmijn er niet moet komen, maar ook is duidelijk dat Suralco zich niets aantrekt van milieu issues. Dat zou het bedrijf toch moeten doen, want hun naam gaat er aan als die nieuwe diersoorten uitsterven.’ Mol: “Het is jammer dat BHP-Billiton weg is, daar viel volgens mijn nog mee te praten. Dat bedrijf heeft destijds ook de beslissing genomen om Nassau niet te mijnen en daar was Suralco het toen mee eens, maar een half jaar later bleek Suralco honderd procent te zijn omgeslagen. Waarom is me nooit duidelijk geworden.”
Dat het milieu nauwelijks belangstelling heeft binnen Suralco/Alcoa, wordt bevestigd op de eigen website waar feitelijk maar in één zin aandacht wordt besteed aan dit onderwerp: ‘Terwijl Suriname nu hoopt haar schoonheid in de toekomst met de wereld te delen, zal Alcoa doorgaan met het leveren van banen, gemeenschapsontwikkeling en houdbare energie, terwijl het tegelijkertijd een uniek en onschatbaar landschap helpt bewaren en bevorderen.’

Brief aan ATM-minister
De drie pagina’s tellende brief van Mol aan de minister van ATM is een gloedvol en goed onderbouwd betoog om de bewindsman duidelijk te maken dat een bauxietmijn op het Nassau Plateau desastreus zou zijn voor de unieke flora en zeldzame fauna. Mol schrijft onder andere: ‘Ik denk dat er nu voldoende wetenschappelijk onderbouwde informatie beschikbaar is om een voorstel tot het instellen van een natuur reservaat in het Nassau Gebergte in overweging te nemen, gebaseerd op de unieke biodiversiteit (Harttiella en ander endemische vissoorten, de Atelopuskikker, etc.), een exeptioneel mooie natuur/landschap, belangrijke wetenschappelijke vragen op gebied van evolutie, biogeografie en geografie en mogelijkheden voor educatie/toerisme. Om een dergelijk voorstel naar Suralco toe te verantwoorden zou U in overweging kunnen nemen een economisch/ecologische analyse van de korte/lange termijn kosten/baten van het bauxietmijn project voor het land Suriname te laten uitvoeren.’ In de brief benadrukt Mol ook weer dat de geplande bauxietmijn voor slechts een relatief korte periode van vijf tot zeven jaar bauxiet kan leveren aan de fabriek te Paranam.

Nassau: Adrian Flynn (met dank aan Jan Mol)

Maar, ook op deze brief heeft Jan Mol nog geen reactie mogen ontvangen. Het lijkt erop dat de gedreven bioloog/visdeskundige een roepende in de woestijn is. Hij vindt geen gehoor bij de Surinaamse overheid en zelfs niet bij natuurbeschermingsorganisaties. De Surinaamse biodioversiteit is kennelijk ondergeschikt aan de belangen van kapitaalkrachtige mijnbouwondernemingen. De rol en positie van lokale natuurbeschermingsorganisaties in deze kwestie kan op zijn zachtst gezegd bedenkelijk worden genoemd. In allerlei internationale politieke en maatschappelijke overlegstructuren schermen vertegenwoordigers van de Surinaamse overheid met het natuurschoon van hun land en dat Suriname zo goed zou presteren als het gaat om het behoud van het tropisch regenwoud. Ondertussen krijgen internationale multinationale mijnbouwondernemingen ruimschoots en ongehinderd de gelegenheid om de Surinaamse biodiversiteit aanzienlijke schade toe te brengen.

Transportweg
Suralco heeft inmiddels aangekondigd in maart 2012 te beginnen met de aanleg van een honderddertien kilometer lange transportweg tussen de Nassau Bauxietmijn op het Nassau Plateau en de aluinaarderaffinaderij te Paranam. Om de aanleg te kunnen realiseren zullen ruim dertig plantages op de linkeroever van de Surinamerivier moeten wijken. Suralco/Alcoa wil de eigenaren 700 Amerikaanse dollar per hectare betalen. Slechts zeven plantages gaan hiermee akkoord. Met de overige plantages voert de bauxietmaatschappij nog besprekingen.
“In maart 2012 zal de zogenoemde Feasibility Study van de plannen voor de mijn worden afgerond”, aldus Feasibility Study Manager Indre Ori. “De studie over de haalbaarheid is dus in volle gang, het project heeft meerdere uitdagingen die zeer nauwkeurig onderzoek en analyse vergen. Pas als de Feasibility Studie is afgerond en het alle fasen van het "Alcoa Stage Gate process" heeft gepasseerd en van Alcoa authorisatie is ontvangen voor de investeringen zal het bekend zijn of er een project is of niet.”
Op de vraag waarom niet als alternatief gemijnd gaat worden in het Bakhuis Gebergte in het westen van het land, reageert Indre Ori dat een Bakhuis bauxietmijn geen levensvatbaar alternatief is voor het Nassau Plateau. “Uit onderzoek dat een aantal jaren geleden werd uitgevoerd in opdracht van Suralco/BHP Billiton, bleek dat de impact van een mijn te groot zou zijn op de waterkwaliteit, de aquatische ecologie en waterbronnen. Maar, er waren ook zorgen over de veiligheid langs de rivieren die gebruikt worden voor visserij en goederentransport en over de veiligheid op de wegen door toenemend verkeer. In 2009, na jaren van studie, werd besloten dat het Bakhuis Project niet economisch rendabel zou zijn vanwege onder andere hoge transportkosten. Er zijn nog steeds onderzoeken naar alternatieven voor het Bakhuis Gebergte, maar op het moment is een Bakhuis bauxietmijn voor ons niet haalbaar.”

De macht van mijnbouwmultinationals als Suralco/Alcoa is groot. Niets houdt het bedrijf tegen om op het Nassau Plateau een bauxietmijn te gaan ontwikkelen ten koste van haar unieke biodiversiteit - ondanks te nemen beschermende maatregelen - , ook Jan Mol niet.

Noot Kraaijer:
Het volledige artikel is 14 oktober gepubliceerd op de Surinaamse nieuwswebsite NoSpang en op 23 oktober op de website Suriname Stemt.
Het NIMOS reageerde alsnog - bij monde van Marjory Danoe-Alimoenadi, 'Field Officer, Environmental and Social Assessment Office' - op 24 oktober in antwoord op de vraag wat de NIMOS-richtlijnen zijn voor het uitvoeren van een Milieu Effecten Analayse alsvolgt:
' - Nimos Richtlijnen zijn richtlijnen voor de uitvoering van milieu effecten analyse (MEA) en zijn te koop voor 50 srd of ter inzage liggen maar niet te copieren bij ons;
- informatie hieromtrent kunt u ook vinden op onze website
www.nimos.org.'

Kortom, inhoudelijk wil het NIMOS niet reageren.

12  januari 2012:
Tot mijn stomme verbazing kom ik er vandaag bij toeval achter dat op 5 november 2011 dit artikel gepubliceerd is in het Nederlands Dagblad. Dat is gebeurd zonder vooroverleg met mij. Het artikel is aanzienlijk ingekort en enige vergoeding is achterwege gebleven. Natuurlijk heb ik een boze email naar de redactie gestuurd en gevraagd om toezending van een pdf-file van het artikel (via de website moet je er voor betalen om het artikel te kunnen lezen!) en om uitbetaling van de vergoeding!
http://www.nd.nl/artikelen/2011/november/05/mol-in-de-nassaubergen