woensdag 12 oktober 2011

Risico's afvalverbranden door particulieren voor gezondheid onderschat in Suriname

Surinaamse overheid geen aandacht voor afvalverbranding en vrijkomende giftige stoffen

12-10-2011 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Het hoort bij het dagelijks leven van vele Surinamers: het verbranden van het eigen huishoudelijk afval. Iedereen weet dat het verboden is, maar er wordt niet tot nauwelijks tegen opgetreden. In vele buurten en wijken van Paramaribo is dagelijks de lucht van brandend afval te ruiken en zijn rookpluimen en vuur te zien. Maar, niemand in Suriname staat stil bij de niet te onderschatten risico’s voor de volksgezondheid bij het verbranden van afval, ook de overheid niet.

Noodzakelijk kwaad.....
Veel Surinamers zien zich genoodzaakt hun afval op het eigen erf of op een berm in de straat te verbranden. Het ontbreekt nog steeds aan een goede effectieve vuilnisophaaldienst en waar daadwerkelijk de vuilniswagen tweemaal per week in de buurt komt, mijdt deze de onverharde, zanderige en slecht berijdbare wegen. Bewoners aan die wegen gaan daardoor vaak over tot het verbranden van hun afval. Maar, velen zijn ook te gemakzuchtig om even een aantal meters met hun vuilniszakken te lopen, naar een verharde weg. Het mes snijdt dus aan twee kanten. Ook zijn er inwoners die aan verharde wegen wonen en toch hun afval in brand steken... Overigens zijn het niet alleen particulieren die hun afval verbranden.
Ook ondernemers, zoals eigenaren van kleine supermarkten, maken zich er schuldig aan.
Soms loopt een afvalverbranding uit de hand en moet de brandweer komen om het vuur te blussen. In 2008 moest de brandweer 808 keer uitrukken voor zogenoemde ‘vuilnisbranden’ en 731 keer in 2009.

Niemand maakt zich zorgen: dioxine en zware metalen in rook
Afval van kleine supermarkt klaar om in brand te worden gestoken, waaronder een plastic stoeltje....
Schokkend is het te moeten constateren dat werkelijk niemand in Suriname zich zorgen schijnt te maken over de risico’s die verbonden zijn aan het dagelijks afvalverbranden voor de eigen gezondheid. Niet de gewone Surinamer, maar ook de overheid niet.

Alles wordt verbrand: van allerlei verpakkingsmaterialen, tot plastic stoeltjes, kunststoffen autovelgen, lege spuitbussen insecticiden, petflessen, etensresten en blikjes. Wanneer je in een straat woont waar dagelijks iemand zijn afval in brand steekt, dan kun je dagelijks ongewild rook en dus ook allerlei giftige stoffen binnen krijgen. Bij het verbranden van afval komen veel giftige stoffen vrij, waaronder het kanker bevorderende dioxine. Dioxine is een verzamelnaam voor een grote groep chemische verbindingen, waaronder een aantal zeer giftige. Bij onder andere de productie van chloorhoudende bestrijdingsmiddelen en bij de verbranding van chloorhoudende stoffen - zoals het plastic PVC – komt dioxine vrij. Je hoeft geen deskundige te zijn om te weten dat huishoudelijk afval vaak chloor bevat: etensresten met keukenzout (natriumchloride), verpakkingen van PVC en producten als chloorbleekmiddel. Naast dioxine komen ook andere schadelijke stoffen vrij, zoals bepaalde koolwaterstoffen en zware metalen. Zware metalen zoals lood, cadmium, chroom, arseen en kwik komen vrij bij het verbranden van bijvoorbeeld kranten, reclamefolders of behandeld hout. Ze brengen een zeer breed scala aan schadelijke gezondheidseffecten met zich mee.
Het zijn vooral gevoelige groepen in de samenleving, zoals zwangere vrouwen, ouderen, kinderen en longpatiënten, die de grootste gezondheidsrisico’s lopen.

Het afval van de kleine supermarkt, waaronder een plastic stoeltje, wordt 's avonds in brand gestoken.

Op de website van de Belgische organisatie Medisch Miliekundigen is onder andere te lezen dat ‘de norm voor dioxine heel erg laag’ is. ‘Je mag per dag slechts 10 picogram (0,00000000001 gram) per kilo lichaamsgewicht binnenkrijgen. Verschillende dioxine-deskundigen twijfelen aan de juistheid van deze norm. Zo raadt de Nederlandse Gezondheidsraad in haar dioxine- risico-evaluatierapport een inname van hoogstens 0,1 pg per kg lichaamsgewicht per dag aan. Uiterst kleine hoeveelheden zijn al schadelijk. Bij een normaal voedselpakket krijgt men ongeveer 2 tot 15 picogram per dag binnen. Uit een onderzoek van het gezaghebbende Amerikaanse Environmental Protection Agency (EPA) blijkt dat de gevaren van dioxine groot zijn. De norm zou daarom eigenlijk nog zo'n 1500 maal zo streng moeten zijn. Bij mensen kan dioxine een ernstige vorm van huiduitslag, chlooracne, veroorzaken. Hoogstwaarschijnlijk kan dioxine geboorteafwijkingen veroorzaken, kanker bevorderen en de hormoonstofwisseling beïnvloeden. De stof hoopt zich op in vet, zoals melk- en lichaamsvet. We krijgen dioxine voornamelijk binnen via ons voedsel. Een klein gedeelte van de dioxine is afkomstig uit andere bronnen, bijvoorbeeld door roken of door het verkeer’, aldus bericht Medisch Milieukundigen op haar website
Het door de Belgen genoemde Amerikaanse EPA meldt zelfs dat de grootste hoeveelheid dioxine in de lucht in de VS ontstaat door het verbranden van huishoudelijk afval! Diverse gemeenten in Amerika gaan op hun websites in op de risico’s voor de volksgezondheid bij het verbranden van huishoudelijk afval. Daar gebeurt het vooral – in tegenstelling tot in Suriname waar het afval gewoon op een hoop wordt gegooid - in vaten, maar ook in de VS is het verbranden van huishoudelijk afval verboden.

Voedselketen
Bij het verbranden van afval kunnen vrijkomende giftige stoffen, zoals dioxine, neerdalen op de bodem. Het zou terecht kunnen komen in gewassen en grassen en dergelijke, waardoor het in de voedselketen terechtkomt via bijvoorbeeld vee of kippen (denk aan eieren). Zo concentreert dioxine zich in het vet van koeien en dus ook in hun vlees en melkvet. Groenten nemen nauwelijks dioxine op uit de bodem. Vanuit de lucht kan het daarentegen wel op de groenten neerkomen. Door groente goed te wassen kan dioxine grotendeels worden verwijderd. Andere schadelijke stoffen, zoals zware metalen, worden wel in groenten opgenomen. Ook het overblijvende as na het verbranden van afval bevat nog veel schadelijke stoffen en kan een risico zijn voor de gezondheid wanneer men ermee in aanraking komt. Het is dan ook onverstandig wanneer kleine kinderen spelen op grond waar afval is verbrand.

Deskundigen en minister van van ATM en het NIMOS zwijgen
Ieder weldenkend mens zou dus kunnen denken dat het verbranden van afval allesbehalve gezond is. Maar, niet in Surname. Zelfs overheidsinstanties blijken zich er niet te druk om te maken .
Op de websites van bijvoorbeeld het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS) en het ministerie van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu (ATM) is niets te vinden over de risico’s voor de volksgezondheid bij het verbranden van huishoudelijk afval. Op de ATM-website is zelfs helemaal niets over het onderwerp ‘afval’ te vinden.
Het NIMOS gaat summier in op zogenoemd ‘afvalbeheer’:
‘Het branden en het illegaal storten van vaste afvalproducten op verlaten lokaties langs wegen of in nabijgelegen open waterwegen is een gewone zaak geworden als gevolg van een verslechterde infrastructuur met betrekking tot het beheer van afvalproducten.’
Verder meldt het NIMOS in een al op 17 mei 2004 geschreven speciaal document met als titel ‘Afvalprobleem bedreigd volksgezondheid en milieu - Oplossing in zicht’ onder andere:
‘Het grootste milieuprobleem in Suriname is afval. Er is geen adequate afvalinzameling, geen behandeling van afvalwater en nauwelijks afvalverwerking, waardoor de gezondheid van mens en milieu ernstig wordt bedreigd. Het ministerie van OW tracht een begin te maken aan de oplossing van dit probleem door de desbetreffende verouderde wetgeving te moderniseren. Door de snelle economische ontwikkeling is de hoeveelheid afvalstoffen (huis- en tuinafval, grof vuil, gevaarlijk en industrieel afval) de laatste jaren vermeerderd.’
In het hele document wordt echter met geen woord gerept over het verbranden van afval door particulieren, laat staan over de risico’s voor de volksgezondheid. Wel wordt uitgebreid ingegaan op de gevolgen van het ongecontroleerd dumpen van afval, maar daarbij zijn de risico’s voor de volksgezondheid mogelijk minder groot, dan bij het verbranden van afval.

Milieutips ATM
Astrid Boedhoe, eerste voorlichtingsmedewerker bij het ministerie van ATM, laat in een reactie weten dat zij als voorlichter ‘zeker aandacht aan het aangekaart probleem’ gaat besteden ‘in de vorm van milieutips vanuit het ministerie’. Maar, ondanks haar tussenkomst bleven reacties van deskundigen binnen haar ministerie en van de minister, uit. Ook werd niet – ondanks herhaalde verzoeken – gereageerd door het NIMOS en het ministerie van Gezondheidszorg. Het niet reageren is zowel veelzeggend als zorgelijk en lijkt erop te duiden dat niemand binnen de Surinaamse overheid over enige kennis van zaken beschikt als het gaat om de de risico’s voor de volksgezondheid bij het verbranden van huishoudelijk afval door particulieren.

Geen vuiltje aan de lucht
Wie in de nabijheid woont van brandend afval, kan in Suriname niet aan de vrijkomende rook ontkomen. Hoe gering wellicht de hoeveelheid giftige stoffen in rook is die men in het lichaam krijgt, wanneer men er bijna dagelijks in meer of mindere mate aan wordt blootgesteld, zou dat gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid. De twee enige manieren om aan een dergelijk gezondheidsrisico te ontkomen zijn wanneer de vuilnisophaaldienst een- à tweemaal per week ook het vuil – verpakt in (vuilnis-)zakken - bij woningen aan onverharde wegen zou kunnen ophalen, maar vooral door een mentaliteitsverandering bij bewoners die het verbranden van hun afval als de gewoonste zaak van de wereld beschouwen, ‘alsof er geen vuiltje aan de lucht is’.

woensdag 21 september 2011

Guyana en Suriname bespreken moeizame aanpak piraterij in kustwateren

Vissers nog steeds leven niet zeker – Meest recente piraterij schudt Surinaamse autoriteiten wakker

21-09-2011 Door: Paul Kraaijer


Paramarbo – Vissers in de kustwateren van Suriname en Guyana en dan met name in het grensgebied, de monding van de grensrivier Corantijn, zijn hun leven nog steeds niet zeker. Ondanks verscherpte wetgeving inzake piraterij in Guyana blijven piraten vissersschepen aanvallen. Op woensdag 14 september werden maar liefst zeven Guyanese vissersschepen overvallen waarbij in totaal zo’n dertig bemanningsleden ernstig werden mishandeld. Zes van de schepen dreven stuurloos in de richting van de kust van het Surinaamse district Nickerie, terwijl vissers op de zevende boot hun schip eigenhandig huiswaarts wisten te varen. Naar aanleiding van deze meest recente aanval is 16 september een delegatie van van de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) en het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij naar Guyana afgereisd voor overleg.

Af en toe is de strijd tegen de piraterij – die lijkt op een kleinere uitvoering qua omvang en buit van de piraterij voor de kust van het Afrikaanse Somalië, maar niet minder ingrijpend voor de slachtoffers en hun familie - succesvol en worden een paar piraten opgepakt. Een van de meest beruchte en gevreesde piraten, Kevin Narine ‘Long Hair’ (32), zit een gevangenisstraf van negen jaar uit in de Guyanese New Amsterdam-gevangenis bij de grens met Suriname. Hij was opgepakt in Suriname, het land uitgezet en vervolgens in Guyana veroordeeld. Begin juli van dit jaar wist hij echter te ontsnappen. De man wordt in Guyana gezien als een gevaar voor de visserijsector. Hij week uit naar Suriname waar hij op 14 juli door de maritieme politie en het arrestatieteam van het Korps Politie Suriname kon worden opgepakt. ‘Long Hair’ werd al vijf jaar door de Surinaamse autoriteiten gezocht voor piraterij in de kustwaren. Hij zou woonachtig zijn geweest in het district Commewijne, maar week uit naar Guyana.

Eindelijk speciale Surinaamse politie-eenheid
De aanval van piraten op zeven Guyanese vissersschepen in de monding van de Corantijn op 14 september was voor het Surinaamse Korps Politie Suriname endelijk aanleiding een speciale eenheid samen te stellen met de uitdrukkelijke opdracht de piraten te arresteren. De eenheid zal nauw samewerken met Guyanese collega’s. Nu worden de activiteiten van piraten serieus genomen . Maar, al in de eerste week van juli 2008 bespraken Guyanese en Surinaamse autoriteiten de aanpak van piraten en werd de surveillance door politie-eenheden in grenswateren geïntensiveerd. In diezelfde week nam het Guyanese parlement een wet aan die voorziet in de mogelijkheid om levenslange gevangenisstraffen op te leggen aan mensen die schuldig worden bevonden aan piraterij en kidnapping. In een memorandum bij de wet werd onder andere opgenomen: ‘Als piraterij en kidnapping en gewapende overvallen niet worden gevolgd door strenge straffen, dan zullen de werkzaamheden van vissers reduceren, komt de voedselveiligheid van het land in gevaar en neemt de export drastisch af.’

Martieme Autoriteit Suriname weet niets van piraterij
Al jaren teisteren criminele piraten de kustwateren van Suriname en Guyana. Maar, de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) laat bij monde van mr. Annel Edenburg, Manager Maritime Operations, weten ‘helemaal geen info over piraterij in Suriname’ te hebben, zich daarbij tweemaal ‘verontschuldigend’ met een ‘sorry’. Op de vijf concreet gestelde vragen – waaronder de vraag hoe de samenwerking met de Guyanese autoriteiten is en de vraag wat de Surinaamse autoriteiten doen om vissers in de kustwateren te beschermen - komt geen enkel antwoord. Opmerkelijk, gelet op de zeer actieve piraterij in Suriname’s kustwateren en vanwege de wijze waarop de MAS zichzelf op haar website omschrijft: ‘De MAS is de organisatie die toezicht houdt op de naleving van wettelijke voorschriften van de Scheepvaart. De MAS garandeert een veilige en efficiënte doorvaart van zeeschepen van en naar Suriname op basis van internationaal aanvaarde normen, regels en door Suriname geratificeerde verdragen.’ Daarenboven werd 16 september bekend dat vertegenwoordigers van de MAS naar Guyana zijn vertrokken voor overleg naar aanleiding van recente piraterij op de Corantijnrivier. De Surinaamse minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij, Hendrik Setroredjo, en zijn Guyanese collega Robert Persaud waren niet bereikbaar voor commentaar.

Vissers zijn nauwelijks in staat om zich goed tegen piraten te kunnen verdedigen. Vaak gaat het om goed bewapende criminelen die vissersboten overvallen en van alles van waarde van boord halen. De autoriteiten zijn niet in staat om de kustwateren adequaat te kunnen beveiligen vanwege een tekort aan personeel en aan materieel. Bij de monding van de Corantijn wordt door de marine van het Surinaamse Nationaal Leger gepatrouilleerd. Toch worden al een aantal jaren vissers slachtoffers van de gewelddadige praktijken van piraten.

Piraten gewelddadig en uit op buit
Medio augustus van dit jaar verzochten de Guyanese autoriteiten Suriname nog om hulp bij het zoeken naar vijf vermiste vissers. De vijf verlieten 6 augustus Guyana met hun vissersboot ‘Reshma’. Toen de mannen echter niet terugkeerden werden familieleden achterdochtig, gingen zoeken en vonden de verlaten boot in Suriname. Naar alle waarschijnlijkheid zijn de Guyanese vissers slachtoffers geworden van piraten. De kustwacht van Guyana kon geen zoektocht op touw zetten, omdat ‘het incident’ zich heeft voorgedaan in Surinaamse wateren. De vissers zijn nog steeds niet gevonden. Begin juni werden twee Guyanese vissers op de Atlantische Oceaan door piraten overvallen. Drie gemaskerde en gewapende mannen klommen aan boord en stalen twee tanks met benzine, de buitenboordmotor en een mobiele telefoon. Tijdens de overval werden de twee vissers door de piraten mishandeld.
Een enkele keer zijn er dodelijke slachtoffers onder vissers te betreuren bij een overval door piraten. Een 53-jarige Guyanese visser liet het leven bij een overval door piraten eind november 2009 in Surinaamse kustwateren. De man viel tijdens de overval overboord en raakte bekneld tussen zijn vissersboot en de boot van de twee met vuurwapens en machettes bewapende piraten. De piraten stalen brandstof, vis en visgerij.
- Naar aanleiding van deze overval adviseerde de Surinaamse overheid vissers om radio’s op hun schepen te installeren zodat zij in staat zouden zijn om politiediensten te alarmeren wanneer piraten aan boord zouden klimmen. Overigens werd al inseptember 2007 door de Guyanese autoriteiten een alarmerings radionetwerk in het leven geroepen voor vissers en ook werd overgegaan tot het plaatsen van special merktekens op motoren van vissersschepen om die motoren na diefstal eenvoudiger te kunnen traceren. De maatregelen waren het gevolg van meer dan twintig overvallen op schepen in twee maanden tijd. De Guyanese Landbouwminister Persaud liet weten dat de maatregelen moesten gaan bijdragen aan een afname van piraterij in de kustwateren en aan hulp voor de politie bij het opsporen van de piraten waarvan velen zouden uitwijken naar Suriname en Venezuela. -
Een maand eerder openden piraten het vuur op de bemanning van een Guyanese vissersboot op de Corantijnrivier tussen Guyana en Suriname op weg naar Suriname. Een 29-jarige en een 39-jarige visser, afkomstig uit East Coast Demerara, werden door respectievelijk zes en twintig kogels getroffen. De twee overige bemanningsleden werden met hun schip ontvoerd door de piraten. Het was al de derde keer dat de bemanning door piraten was overvallen.

Financiële steun voor getroffen Guyanese visser
Minister Robert Persaud
Dat de Guyanese overheid in haar maag zit met de piraten bleek in de eerste week van januari dit jaar. Minister Robert Persaud van Landbouw overhandigde een cheque aan een visser die op 20 december 2010 met zijn bemanning was overvallen door piraten. Tijdens de overval liep het schip van de visser brandschade op. Bij de overhandiging van de cheque riep de minister op om veiligheidsmaatregelen voor vissers aan te scherpen, omdat volgens hem piraterij een serieuze bedreiging is voor vissers in zijn land. Het geld voor de cheque is afkomstig uit een begin maart 2008 speciaal door het ministerie van Landbouw opgericht anti-piraterij fonds om slachtoffers van piraten waar nodig financieel te ondersteunen. Bij de instelling van het fonds zei de minister dat piraterij een eeuwenoud probleem is in het Caribbisch gebied en piraten werden door hem omschreven als ‘bandieten van de hoge zeeën’.

Een lichtpunt in de strijd tegen de piraterij was de veroordeling in augustus 2009 door de Surinaamse justitie van zes Guyanese piraten in de leeftijd van 25 tot 35 jaar. De mannen werden in totaal tot 78 jaar celstraf veroordeeld. Drie van de piraten verdwenen veertien jaar de cel in en de overige drie twaalf jaar. De zes ontkenden overigens iedere betrokkenheid bij piraterij. Op 29 maart 2008 werden ze opgepakt, nadat vissers op de Surinaamse Coppenamerivier waren overvallen en hun boten werden gekaapt door de piraten. De overvallers bleken te werken voor Surinaamse eigenaren van trawlers.

Strijd tegen piraterij blijft moeizaam
De strijd tegen piraterij in de kustwateren van Suriname en buurland Guyana is nog niet gestreden. Piraten laten zich niet afschrikken door een paar patrouilleboten van de Surinaamse en Guyanese autoriteiten en ook niet door een aangescherpte wetgeving in Guyana. Dat nu en dan vertegenwoordigers van Surinaamse en Guyanese autoriteiten tesamen komen om over de aanpak van de ongebreidelde piraterij te praten, heeft vooralsnog niet kunnen leiden tot een meer effectieve bestrijding en aanpak van de met name Guyanese piraten.

Geraadpleegde bronnen o.a.:
http://www.demerarawaves.com/index.php/Latest/2011/09/14/pirates-attack-seven-fishing-boats-crew-members-badly-beaten.html
http://www.demerarawaves.com/index.php/Latest/2011/08/22/massive-search-for-missing-guyanese-fishermen.html
http://www.nospang.com/index.php?option=com_content&view=article&id=9986:vissers-opgelucht-door-aanhouding-guyanese-crimineel&catid=73:binnenland&Itemid=65
http://www.kaieteurnewsonline.com/2011/06/07/pirates-leave-corentyne-fishermen-to-drift-ashore/
http://www.kaieteurnewsonline.com/2011/01/05/guyanese-pirates-face-dutch-courts-for-countryman%E2%80%99s-murder/
http://www.foxnews.com/world/2009/11/30/guyana-fisherman-drowns-pirates-attack-boat/
http://www.mas.sr/
http://www.unuftp.is/static/fellows/document/dawn07prf.pdf
http://www.agriculture.gov.gy/Bulletins/January%202011/Minister%20Persaud%20hands%20over%20cheque%20to%20fisherman%20attacked%20by%20Pirates.html
http://go-jamaica.com/news/read_article.php?id=29843
http://www.stabroeknews.com/2009/archives/08/15/six-guyanese-pirates-jailed-in-suriname/
http://www.kaieteurnewsonline.com/2008/07/06/amidst-passing-of-piracy-law-pirates-attack-several-vessels-in-berbice-suriname/
http://www.kaieteurnewsonline.com/2008/06/10/pirates-steal-vessel-dump-crew-overboard/
http://articles.orlandosentinel.com/2007-09-08/news/WORLD08_16_1_guyana-persaud-pirate-attacks
http://www.dwtonline.com/website/nieuws.asp?menuid=37&id=41785
http://www.agriculture.gov.gy/Bulletins/March%202008/Continued%20efforts%20to%20tackle%20piracy.html

Noot Kraaijer:
Het volledige artikel is 21 september 2011 geplaatst op de Surinaamse nieuwswebsite NoSpang.

zondag 11 september 2011

Kleine Chinquapin vliegt jaarlijks van Canada naar Suriname

Regenwulp overleeft zware orkanen op weg naar overwintering

11-09-2011  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Jaarlijks vliegen vele tienduizenden trekvogels wereldwijd naar hun vaste overwinteringsgebieden. Onder de massale hoeveelheid trekvogels bevindt zich de kleine Chinquapin. Het kleine Canadese vogeltje vliegt ieder jaar zo rond augustus en september naar Suriname om daar te overwinteren. Chinquapin overleefde in 2010 en 2011 op zijn barre en extreem lange reis vele zware winden en zelfs heuse orkanen. Dit klinkt als een sprookje, maar dat is het niet. Op dit moment rust het vogeltje uit op Eleuthera, één van de Bahamas eilanden.

Chinquapin is een van een gps(satelliet)-zender voorziene ongeveer vier jaar oude regenwulp (Numenius phaeopus – Surinaams: krombek) die met tienduizenden soortgenoten jaarlijks Canada verlaat om te gaan overwinteren in de kuststrook van Suriname. Voor het eerst liet de kleine vogel van zich horen op 27 september 2010.  Amerikaanse media berichtten dat Chinquapin in vijf dagen nonstop ruim 5.687 kilometerl had gevlogen van de Amerikaanse staat Georgia naar de monding van de Coppenamerivier in Suriname. De reis van het vogeltje, niet groter dan een duif, werd als ‘verbazingwekkend’ omschreven.

Georgia
Chinquapin werd op 22 mei 2010 in Georgia voorzien van een gps-zender om informatie te verzamelen over de migratieroute van regenwulpen. Het onderzoek wordt verricht door biologen van het ‘Georgia Department of Natural Resources’ in samenwerking met het ‘Center for Conservation Biology’ van het ‘College of William & Mary’. Het eerste deel van de reis van de kleine regenwulp ging naar de Hudson Bay in Canada, iets ten zuiden van de noordelijke Poolcirkel. In de zomer verbleef Chinquapin op Coats Island in de Hudson Bay. Op 5 augustus 2010 vloog hij 965 kilometer naar het zuiden, naar Quebec en over de Amerikaanse staat Maine om vervolgens verder te vliegen boven de Atlantische Oceaan.  Rond 8 augustus raakte het vogeltje verzeild in de uitlopers van de orkaan Colin, ongeveer 483 kilometer ten oosten van Bermuda. Het gps-signaal van Chinquapin werd vervolgens weer opgevangen op 10 augustus. De regenwulp bleek zich te bevinden op een strand in het noordwesten van Puerto Rico, bij Playa de Isabela. Maar, Puerto Rico was niet de eindhalte voor de vogel. Na twee weken ‘vakantie’ vloog hij 2.100 kilometer over Grenada naar Suriname, de overwinteringslocatie voor vele duizenden vogels, ook regenwulpen.

Populatie regenwulpen in VS daalt
Tim Keyes, werkzaam bij het ‘Department of National Resources Wildlife Resources, Division’s Nongame Conservation Section’, laat in een reactie weten dat Chinquapin op dit moment de enige regenwulp is die in Georgia werd voorzien van een zender, maar dat er ook nog drie regenwulpen zijn die in de staat Virgina een zender hebben gekregen. Keyes: “Alle van een zender voorziene vogels uit Georgia en Virginia overwinteren op de noordoost kust van Zuid-Amerika – van Venezuela tot Brazilië. Ik weet dat Chinquapin heeft overwinterd in Suriname in gebieden met modderige gronden en mangroves. Alhoewel regenwulpen niet echt zeldzaam zijn, daalt hun aantal drastisch en dat leidt tot enige zorgen. Volgens mij bestaat de huidige populatie in Noord-Amerika uit ongeveer 60.000 vogels.”

Chinquapin overleeft Irene
Ook nu is de kleine Chinquapin onderweg naar Suriname en wist hij de gerenommeerde Amerikaanse krant USA Today zelfs te halen. De vogel heeft de orkaan Irene overleefd. Chinquapin verliet Southhampton Island in het hoge noorden van Canada op zaterdag 20 augustus, vloog over New England en vervolgens over de oceaan waar hij op 23 augustus verzeild raakte in uitlopers van Irene. Op dit moment komt Chinquapin bij op het eiland Eleuthera, Bahamas, om binnenkort door te vliegen naar de kuststrook van Suriname.

Gps-zender geen last
Fletcher Smith, onderzoeksbioloog verbonden aan het ‘Center for Conservation Biology.
The College of William and Mary/Virginia Commonwealth University’ in het Amerikaanse Williamsburg (Virginia), is een van de onderzoekers die Chinquapin van een zender heeft voorzien. Volgens hem zijn tussenstops, als op de Bahamas, zeer belangrijk voor regenwulpen. “Ook Suriname. Daar hadden we acht regenwulpen met een gps-zender die allemaal verschillende periodes in het land bleven uitrusten om vervolgens verder zuidwaarts te vliegen. Ze kunnen zich in de drassige kuststrook van Suriname te goed doen aan krabben. Alleen Chinquapin bleef overigens in Suriname om te overwinteren. Vorig jaar overwinterde Chinquapin in het Coppename Natuurreservaat, zo’n vijftig kilometer ten westen van Paramaribo”, aldus Smith.
Smith: “Alle regenwulpen vliegen jaarlijks de route van Canada  naar Zuid-Amerika. Het merendeel overwintert in Brazilië en eenderde van de populatie overwintert in Suriname, Guyana en Frans Guyana. De meeste regenwulpen met een zender arriveren in Suriname en Guyana, verblijven daar een maand om bij te komen en vliegen dan door naar het kustgebied van Brazilië om definitief te overwinteren. We hebben slechts twee ‘zender-vogels’ gehad die overwinterden in Suriname en eentje in Guyana.  Op een speciale website is de trek van regenwulpen te volgen.” Op de vraag of Chinquapin geen hinder ondervindt van de zender op zijn rug antwoordt Smith: “Nee hoor, de zender vorm geen last voor de vogel. De op zonne-energie werkende zender weegt 9,5 gram en dat is minder dan drie procent van het gewicht van de vogel. Een van een zender voorziene regenwulp vliegt, eet en gedraagt zich zoals al zijn soortgenoten.”

Arie Spaans ‘vogel-autoriteit’
Volgens Fletcher Smith is er in Suriname één iemand met zeer veel kennis over vogels in het land en ook specifiek over de regenwulp: bioloog Arie Spaans. Spaans wordt door de Amerikaan zelfs als een ‘autoriteit’ op dat gebied omschreven.
Natuurlijk vraagt dit om een persoonlijke reactie van Arie Spaans. “Ik wil niet beweren dat ik de autoriteit ben wat betreft de vogels van Suriname, maar dat geldt zeker wel voor de Amerikaanse steltlopers of snippen zoals we die in Suriname noemen. Daar doe ik al meer dan 40 jaar onderzoek naar.” 
Maar wie is Arie Spaans? Zelf zegt de Nederlander in Suriname ‘wel eens gekscherend te zijn aangeduid als een Surinamer met het verkeerde paspoort’. “ Ik ben beroepshalve in de vogels en dan met name de kustvogels van Suriname geïnteresseerd. In april 1970 kwam ik in Suriname aan om, voor wat nu de afdeling Natuurbeheer van de Dienst 's Lands Bosbeheer (LBB) heet, een inventarisatie te maken van alle kustvogels van Suriname  en een antwoord te geven op de  vraag ‘zitten alle belangrijke kustvogels in de tot dan toe aangewezen natuurreservaten langs de kust, en zo niet wat is daarvan de reden’. Dat betekende niet alleen eindeloos vogels zoeken en tellen - te voet, vanaf boten en vanuit de lucht- , maar ook ecologisch onderzoek starten naar de belangrijkste groepen kustvogels en dat zijn ibissen, reigers, eenden en steltlopers.” Spaans vertrok terug naar Nederland toen in 1973 zijn contract was afgelopen. Maar, twee jaar later kwam hij weer terug in Suriname om voor LBB veldonderzoek te doen ten behoeve van een nieuwe Jachtwet en Jachtbesluit. In 1977, na afloop van het contract,  keerde hij terug naar Nederland, omdat hij daar een baan als ornitholoog kon krijgen bij het toenmalige Rijksinstituut voor Natuurbeheer  in Arnhem, het huidige Alterra in Wageningen. Tot 1990 keerde Spaans jaarlijks op verzoek van Natuurbeheer voor kleine missies terug naar Suriname. Daarna pas weer in 2000. Spaans: “Toen heeft de toenmalige directeur van STINASU, Harrold Sijlbing, mij gevraagd een vertegenwoordiging van STINASU in Nederland op te zetten. Dat werd de Stichting Vrienden van STINASU. Onze missie is tenslotte geworden fondswerving voor concrete natuurbeschermingsprojecten van STINASU en organisaties waarmee zij samenwerkt. Vandaar onze relatie met Natuurbeheer nu. In 2003 publiceerde ik bij STINASU de Kustvogels van Suriname, in 2009 - met Otte Ottema en Jan Hein Ribot als co-auteurs -  voor het WWF Guianas een ‘Annotated Checklist of the Birds of Suriname’ en nu schrijf ik met die twee co-auteurs  een ‘Field Guide to the Birds of Suriname’.

Over de regenwulp laat Spaans weten dat die het hele jaar door aanwezig is in Suriname. “De grootste aantallen zijn er te vinden van augustus tot oktober , maar een deel  trekt door naar meer zuidelijker gebieden. Die maximumaantallen bedragen enige duizenden. Een extrapolatie gebaseerd op verschillende tellingen langs de kust leverde in de  jaren zeventig een schatting op van enkele duizenden voor de hele kust. Een recente schatting gaat uit van 7.000 tot 10.000 krombekken. De soort lijkt redelijk stabiel in aantal sinds de jaren zeventig, in tegenstelling tot verschillende andere snipsoorten. Jonge vogels vliegen aan het einde van hun eerste levensjaar niet of niet allemaal terug naar hun geboortegebied, vandaar dat er het hele jaar krombekken langs de kust van Suriname worden gezien.”

Illegale jacht op kustvogels
Bekend is, dat in het Surinaamse kustgebied veel illegaal wordt gejaagd. Jagers weten dat ’s Lands Bosbeheer niet optimaal is bemand en dat er constant een gebrek is aan goed materieel.  In hoeverre is de regenwulp het slachtoffer van verboden jachtpraktijken? Arie Spaans blijkt ook hierover veel kennis in huis te hebben. Spaans: “Ja, de krombek was altijd een gewilde jachtbuit voor kustjagers. De soort is daarom lang als jachtwild aangemerkt, evenals de watersnip ofwel gras- of rijstsnip. Daar is met de wijziging van het Jachtbesluit in 2002 een einde aan gekomen. Vanaf die tijds zijn àlle snipsoorten beschermd, ook de krombek/regenwulp. Er wordt echter nog steeds illegaal op gejaagd. Inderdaad kampt LBB met een tekort aan materiaal en gasoline om voldoende  controles uit te voeren. Er loopt echter sinds 2006 een zogenoemd ‘conservation awareness project’ voor een betere bescherming van vogels in het kustgebied. De Stichting Vrienden van STINASU,waarvan ik voorzitter ben, heeft daarvoor vanaf 2006 met succes fondsen in Nederland geworven. Daardoor heeft Natuurbeheer van LBB extra jachtopzieners kunnen opleiden, extra boten en buitenboordmotoren en extra gasoline kunnen kopen. Er is daardoor wel enige verbetering in de situatie gekomen, maar er wordt nog steeds illegaal gejaagd op allerlei kustvogels. Daarnaast loopt er een educatieproject in de hoogste klassen van veel scholen van het gewoon lager onderwijs langs de kust in de districten. In het begin is de educatie gezamenlijk uitgevoerd door STINASU en Natuurbeheer, nu geheel door Natuurbeheer, een situatie die in de loop der tijd zo is gegroeid.”

Binnenkort zal de kleine Canadese Chinquapin ongetwijfeld weer ergens neerstrijken in het Surinaamse kustgebied om te overwinteren. Hopelijk blijft het vogeltje met gps-zender onopgemerkt voor de nog altijd actieve stropers en illegale jagersactiviteiten in de kuststrook van Suriname.

Geraadpleegde bronnen o.a.:
Bron foto’s: het Georgia Department of Natural Resources (www.gadnr.org)

Noot Kraaijer:
Het volledige artikel is op 21 september 2011 gepubliceerd op de Surinaamse nieuwswebsite NoSpang en op zaterdag 8 oktober 2011 in de rubriek Groen van de Nederlandse krant het Reformatorisch Dagblad.)

zaterdag 27 augustus 2011

Ministerie ROGB wil fok (beschermde) diersoorten stimuleren....

Fokkers (beschermde) diersoorten moeten vergunning aanvragen

27-08-2011  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De directeur van het Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Grond en Bosbeheer (RGB) roept in advertenties in De Ware Tijd en de Times of Suriname fokkers van (beschermde) diersoorten uit het wild op, om tussen 22 augustus en 15 november 2011 een vergunning aan te vragen.

Volgens RGB is het krachtens de Jachtwet 1954 en het Jachtbesluit 2002 verboden om beschermde dieren te vangen, te doden, pogen te vangen, pogen te doden, onder zich te hebben, te koop aan te bieden, te verkopen, te kopen, te verhandelen, ten geschenke te geven, af te leveren, te vervoeren, in te voeren of uit te voeren. Maar, dit alles mag iemand wel doen wanneer hij of zij in het bezit is van een geldige vergunning van de directeur van het Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Grond en Bosbeheer of het hoofd van de Dienst ’s Lands Bosbeheer.

Het ministerie wil het fokken en/of het uitbroeden in gevangenschap (‘captive breeding’) van (beschermde) diersoorten uit het wild stimuleren en roept daarom personen die (beschermde) diersoorten fokken op om een vergunning aan te vragen.

Onduidelijk is echter waarom het ministerie de fok van (beschermde) diersoorten wil stimuleren....

De vergunningen kunnen op werkdagen van acht uur ’s morgens tot een uur ’s middags worden aangevraagd bij de Dienst ’s Lands Bosbeheer, afdeling Natuurbeheer/Sectie Vergunningen aan de Cornelis Jongbawstraat 10-14.

maandag 22 augustus 2011

Veel bromfietsers onder dodelijke verkeersslachtoffers

Bromfietsrijbewijs 16-jarigen laat al twee jaar op zich wachten
22-08-2011 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Het is vandaag, 22 augustus 2011, precies twee jaar geleden dat bekend werd gemaakt dat zestienjarigen die bromfiets rijden vanaf 2010 op rijles zouden moeten om een bromfietsrijbewijs te halen. Het voornemen van de regering werd middels een Staatsbesluit goedgekeurd en is erop gericht om de samenleving bewuster te maken van een veilig verkeer. Inmiddels is het 22 augustus 2011 en nog steeds is het bromfietsrijbewijs niet ingevoerd en overlijden er bromfietsers door eigen gedrag of door het gedrag van anderen in het verkeer.

Het afgelopen weekeinde is de zoveelste bromfietser dodelijk verongelukt. De 66-jarige Krishna Janki week zaterdag 20 augustus op de Sophia’s Lustweg uit voor verzakkingen in het wegdek. Helaas kon een achter de bromfietser rijdende auto hem niet meer ontwijken. Een paar uur na de aanrijding overleed Janki aan zijn verwondingen. De man werd hiermee het negentiende dodelijke bromfietsslachtoffer en de 52e verkeersdode van 2011.

Opvallend
Het aantal dodelijke verkeersslachtoffers onder bromfietsers is opvallend te noemen. Maar, is er een logische verklaring voor aan te wijzen? Neen. De oorzaak van het hoge aantal verongelukte bromfieters ligt niet altijd bij hun eigen rijgedrag, maar ook bij dat van anderen.

Toch zijn er wel degelijk kritische kanttekeningen te plaatsen bij het rijgedrag van vele, vooral jonge, bromfietsers. In november van het vorig jaar liet politie-inspecteur Agnes Valies tegenover De Ware Tijd weten dat bromfietsers vaak alleen maar het stopbord kennen, maar dat dat bord zelfs door hun roekeloze rijgedrag wordt genegeerd. Maar, wie eens om zich heen kijkt en let op bromfietsers in het verkeer, kan er niet om heen te constateren dat het niet alleen gaat om kennis van verkeersborden en verkeersregels. Veel bromfietsers zijn jong, rijden te hard op hun opgevoerde knallende en knetterende racemonsters en dragen helmen van inferieure kwaliteit die ook veelal niet goed onder de kin worden vastgemaakt en dus los zitten. Stoere jongens voeren hun bromfiets op om harder te kunnen racen dan wettelijk is toegestaan. Echter, bij het opvoeren wordt vergeten om ook de remmen af te stellen. Die remmen zijn namelijk niet ingesteld op de nieuw ingestelde te hoge snelheid.

Jongeren vooral gedragen zich onverantwoordelijk in het verkeer op hun populaire Chinese Dayang- of Japanse Yamaha-tweewielers. Vele tientallen van dit merk bromfietsen worden wekelijks aangeboden in de Surinaamse advertentiekrant Via2000 en op haar online-editie via2000.net voor bedragen tussen rond de duizend en achttienhonderd Surinaamse dollar.

Santokhi in februari 2010: ‘Bromfietsrijbewijs per 1 maart 2010’
In februari 2010 deelde toenmalig minister van Justitie en Politie, Chandrikapersad Santokhi, aan de leden van de Nationale Assemblee mee, dat Suriname 35.000 geregistreerde bromfietsen heeft. Hij sprak over de gebrekkige rijvaardigheid van vele bromfieters. De politiek sprak haar bezorgdheid uit over het aantal ongelukken in het verkeer waarbij bromfietsers zijn betrokken. De minister zei toen dat een bromfietser zonder rijbewijs niet aan het verkeer mag deelnemen en hij sprak de verwachting uit een jaar nodig te hebben om iedereen te voorzien van een speciaal bromfietsrijbewijs. Volgens Santohki zou het project Bromfietscertificaat van zijn ministerie per 1 maart 2010 starten.
Een paar maanden later, juni, werd via de media bekendgemaakt dat bromfietsers zonder rijbewijs zich moesten gaan inschrijven bij een rijschool voor het volgen van lessen. Maar, als je als bromfietser beschikt over een rijbewijs voor het besturen van andere voertuigen, dan is een speciaal bromfietsrijbewijs niet nodig..... Vreemd en onbegrijpelijk, omdat het besturen van een auto of vrachtwagen of bus toch totaal iets anders is dan het besture van een bromfiets.

Naar aanleiding van een dodelijk bromfietsongeluk in september 2010 liet politie-inspecteur Humphrey Naarden tegenover journalisten weten te pleiten voor een bromfietsrijbewijs, ‘waarbij alle bromfietsers worden onderworpen aan een rijtest ten aanzien van verkeersregels.’ Naarden: ‘Het wordt tijd dat bromfietsers onderricht krijgen hoe ze zich moeten gedragen in het verkeer.’

Maar, afgaande op diverse geluiden uit het ministerie van Justitie en Politie in de media heeft het nog in te voeren bromfietsrijbewijs alleen betrekking op zestienjarigen. Kennelijk hoeven, om welke redenen dan ook, ouderen geen rijbewijs voor een bromfiets te hebben.

Bromfietsrijbewijs voor alle bromfietsers van 16 jaar èn ouder
Het is bijna september 2011 en nog steeds is er geen bromfietsrijbewijs ingevoerd. Wanneer er weer eens een bromfietser is betrokken bij een ernstig ongeluk, dan zijn politiefunctionarissen en zogenaamde verkeersdeskundigen en soms ook Assembleeleden er snel bij om te pleiten voor een bromfietsrijbewijs. Het bromfietsrijbewijs lijkt vooralsnog echter ergens te zijn gestrand. Er zullen mogelijk eerst nog een paar dodelijke bromfietsslachtoffers bij moeten komen om de regering van de ernst te laten doordringen, dat een bromfietsrijbewijs werkelijk levensreddend zou kunnen zijn. Let wel, zou kunnen zijn! Immers, uit een overzicht van ongelukken waarbij bromfietsers het leven lieten wordt duidelijk dat het aantal jonge slachtoffers, onder de 20 jaar, zeer beperkt is. Het zou dan ook toe te juichen zijn om een bromfietsrijbewijs in het leven te roepen voor iedereen die zestien jaar en ouder is en op een bromfiets aan het verkeer wil deelnemen.

Een zo volledig mogelijk overzicht van ongelukken in 2011 waarbij bromfietsers het leven lieten:

7 januari
De 58-jarige Harold Blom knalt op de Groot Henarpolderweg (Nickerie) op een andere bromfietser en overlijdt ter plaatse. Om onverklaarbare redenen week hij uit naar de andere weghelft.

12 februari
Door uit te wijken voor zwaar materieel langs de kant van de Skroerkieweg in Nickerie, rijdt de 40-jarige Sandjai Algoe met zijn bromfiets tegen een bord en belandt in een kanaal. Hij voerde geen verlichting op de bromfiets. Algoe overlijdt ter plaatse.

21 februari
Een bestelbus rijdt bromfietser Oemesh Singh op de G.G. Maynardstraat te Nickerie aan. De man overlijdt een dag later aan de opgelopen verwondingen in het Streek Ziekenhuis Nickerie. Hij zou op de rijhelft van de bestelbus zijn gekomen.

20 maart
De 41-jarige Jeffrey Wagimin Sandikrama overlijdt rond half zes ’s morgens na op zijn bromfiets te zijn aangereden door een auto op de Tawajarie Polderweg te Wanica. De veroorzaker is na de aanrijding doorgereden en liet het slachtoffer in hulpeloze toestand achter.

1 april
Op de Martin Luther Kingweg wordt de 35-jarige bromfietser Montgomery Kuisch dodelijk aangereden door een personenauto. Kuisch wilde de weg oversteken en werd geschept door de vermoedelijk met hoge snelheid rijdende auto. Nog voordat een ambulance is gearriveerd overlijdt het slachtoffer.

3 april
Een bromfietser en zijn passagier komen om het leven in de buurt van het commissariaat te Para. Ze worden door een auto aangereden en enkele meters meegesleurd. Medische hulp mocht niet meer baten.

17 april
Door geen voorrang te verleden aan een tegemoetkomende bromfietser overlijdt de 40- jarige bromfietser Sieuwpersad S. Het ongeluk vond plaats op de Nieuw Weergevondenweg. Beide bromfietsers hebben met hoge snelheid gereden. Media berichtten dan ook dat het verongelukte slachtoffer zich de dood heeft ingereden.

13 mei
Bromfietser Anandkoemar Mahabier (44) wordt op de Pandit Paltan Tewarieweg te Livorno aangereden door een auto en is op slag dood. De automobilist zou geen voorrang hebben verleend. Door de klap wordt Mahabier de lucht ingeslingerd waarna hij op de verharde weg belandt.

4 juni
Te Commewijne, op de Pandiet Moerlieweg, wordt de 23-jarige bromfietser Valentino Karijosentono op 3 juni aangereden door een pick-up. Volgens de bestuurder van de pick-up trok zijn wagen plotseling tijdens het remmen naar de rechterrijhelft van de weg. Hierop kwam hij in botsing met de bromfietser. De jongeman raakte zwaargewond en overleed een dag later.

5 juni
Een onder invloed van alcohol verkerende automobilist reed 4 juni de 38-jarige bromfietser Kishorekoemar Ramsamoed aan op de Commissaris Weytingweg. De automobilist kwam op de verkeerde rijhelft en reed Ramsamoed aan. De bromfietser overlijdt een dag later op de intensive care van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo.

2 juli
De vrouwelijke passagier van een bromfietser overlijdt na te zijn geschept door een bus op de hoek van de Nieuw Weergevondenweg en Mawakaboweg. De bus, die met hoge snelheid reed, sleurde de slachtoffers ruim driehonderd meter mee.

28 juli
De 26-jarige Alima Saman wordt op haar brommer, met als passagiere haar achtjarige dochtertje, op een kruising te Morgenstond door een auto aangereden. De auto reed waarschijnlijk met zeer hoge snelheid. Saman wordt meters meegesleurd en overlijdt een dag later in het ziekenhuis aan de opgelopen verwondingen.

29 juli
Op de Bonistraat wordt een bromfietser aangereden door een auto die aan het inhalen was en op de weghelft van de bromfietser terecht kwam. De bromfietsbestuurder overlijdt ter plekke.

30 juli
De 45-jarige Johan Faer rijdt op de Zonnebloemstraat tegen een vuilniswagen aan tijdens het inhalen. De man overleed direct na de aanrijding. In eerste instantie was er enige onduidelijkheid over de doodsoorzaak. Er waren berichten dat de man een beroerte zou hebben gehad, maar die berichten bleken niet juist te zijn.

14 augustus
Een met hoge snelheid rijdende auto rijdt op de Anton Dragtenweg de 19-jarige bromfietser Gavin Fatoe om drie uur in de ochtend dood. De auto belandde op de weghelft van Fatoe en zijn duorijder. Beide jongeren worden enkele tientallen meters meegesleurd. Fatoe overlijdt ter plaatse.

19 augustus
Op de Indira Ghandiweg rijdt de slechts 15-jarige bromfietser Severino Parana zich om vier uur ’s morgens dood tegen een pick-up die op de middenstrook van de weg stond geparkeerd. Hij overlijdt enkele uren na aankomst op de intensive care van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo. De jongen mocht uiteraard niet op een bromfiets rijden.

Noot Kraaijer:
Het artikel is op 25 augustus volledig geplaatst op de Surinaamse nieuwswebsite NoSpang.

donderdag 4 augustus 2011

Suriname wil deal sluiten met Amerikaanse goudmijnmultinational Newmont - Bedrijf met bedenkelijke reputatie

Newmont in opspraak in Ghana

 


Bedrijf toont nauwelijks respect voor cultuur lokale bewoners
                                                      
04-08-2011  Paul Kraaijer


De Surinaamse regering staat op het punt om via onderhandelingen een contract te ondertekenen met het Amerikaanse goudmijnbedrijf Newmont Mining Corporation, gevestigd in Denver (Colorado). De onderneming wil goud gaan mijnen in het Nassaugebied. Newmont heeft echter een bedenkelijke reputatie als het gaat om schendingen van rechten van inheemsen en het aanbrengen van milieuschade. Een niet onbelangrijk aspect van dit bedrijf dat in Suriname onderbelicht is. (In juli 2006 bleek Newmont overigens al ‘illegaal’ aan het werk te zijn in Suriname. Het bedrijf was samen met Suralco ‘economisch rendabele bomen’ in het Nassaugebied aan het kappen. Dat gebeurde in het kader van onderzoek naar goudvoorkomens. Newmont was niet in contact getreden met de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht om de houtkap te melden.)

Koninklijk Mausoleum
Ghanese media berichten deze dagen uitgebreid over de wijze waarop de Amerikaanse goudmijnmultinational Newmont omgaat met de inwoners van de gemeenschap Yayaso in het Birim Noord District in de Oostelijke Regio. In commentaren wordt zware kritiek geleverd op het bedrijf. Newmont Gold Ghana Limited wil een koninklijk mausoleum en diverse heilige graven van dorpshoofden en andere hoogwaardigheidsbekleders ruimen om plaats te maken voor een locatie waar het bedrijf haar afval kan dumpen afkomstig van het Akyem (goudmijn) Project (deze mijn moet in 2013 operationeel zijn). Dat afval zou bestaan uit zo’n 396 miljoen ton gesteente en 116 miljoen ton ijzer dat uit de mijn komt in een periode van vijftien jaar. Het Amerikaanse bedrijf wil de graven, maar ook de bewoners, verplaatsen naar de gemeenschap Adausena een paar kilometer verwijderd van Yayaso. 

‘Newmont Ghana verrijkt buitenlandse witte belangen ten koste van de degradatie van de grond van lokale bewoners, waarbij zelfs de doden niet worden gespaard’, zo luidt een commentaar in de krant The Ghanaian Chronicle op 3 augustus 2011. In de Akan gemeenschappen zijn de doden heel belangrijk. Begraafplaatsen worden gezien als heilige locaties. Een koninklijk mausoleum, zoals in Yayaso, is zo’n gewijde locatie en in iedere Akan gemeente is het zelfs voor de lokale bewoners verboden om er ook maar één voet binnen te zetten. Iedere poging van buitenlanders om zo’n heilige grond te vernielen wordt gezien als een oorlogsverklaring. De bewoners van Yayaso stellen dan ook alles in het werk om Newmont te beletten de graven te ruimen. Het gebruik van geweld door de lokale bevolking wordt niet uitgesloten. Bewoners bewaken het mausoleum en de graven. 
Zij hebben ondertussen steun gekregen van het ‘Centre for Social Impact Studies’ (CeSIS), een onderzoeks- en juridische non-gouvernementele organisatie die gemarginaliseerde gemeenschappen steunt. In een op 1 augustus 2011 uitgegeven verklaring stelt CeSIS dat zij het verachtelijk en afschuwelijk vindt dat een buitenlands multinationaal goudmijnbedrijf het durft om een van Ghana’s meest heilige symbolen van haar tradities en gebruiken, een begraafplaats, te schenden. ‘Met een dergelijke onverantwoordelijke daad, heeft Newmont alle grenzen van fatsoen overtreden door onze tradities en gebruiken te beledigen. Hoe kan zo’n mijnbouwmultinational naar ons land komen en het Koninklijk Mausoleum in een gemeenschap vernietigen?’ De organisatie heeft ook grote moeite met de wijze waarop de politie een demonstratie van inwoners van Yayaso uit elkaar heeft geslagen : ‘De wijze waarop zwaar tot de tanden bewapende politie een kleine gemeenschap heeft bestormd en ongewapende vreedzame inwoners heeft geterroriseerd, geeft reden tot zorg en brengt afschrikwekkende beelden naar boven van Newmont’s staat van dienst als het gaat om mensenrechtenschendingen in andere delen van de wereld. In Peru en Indonesië, waar Newmont ook goudmijnen operationeel heeft, is het bedrijf beschuldigd van de ontvoering en dood van activisten die tegen de mijnbouwactiviteiten waren.’

Peru en Indonesië
In september 2006 werd Newmont in Peru geconfronteerd met hevige protesten van bewoners uit Cajamarca bij de Carachuga goudmijn in het Andesgebergte. De mijn werd zelfs geblokkeerd door bewoners. Watervoorraden van de indianen werden door de mijn gebruikt en ook ernstig vervuild. Ook de Yanacocha mijn in het noorden van Peru werd geblokkeerd.
In Indonesië exploiteerde Newmont sinds halverwege de jaren 1990 een goudmijn te Buyat Bay op Sulawesi. Bewoners van Buyat Bay kregen ernstige gezondheidsproblemen (huidziekten, tumoren), veroorzaakt door het dumpen door Newmont van chemicaliën, waaronder kwik, cadmium en koper in de baai. Ook nam het aantal vissen in de baai drastisch af sinds het storten van mijnafval. De directeur van de Indonesische milieuorganisatie WALHI (Milieudefensie Indonesië), Longgena Ginting, verklaarde in augustus 2004: ‘De Buyat Bay milieuramp laat zien dat mijnbouw gemeenschappen en volksgezondheid vernietigt in plaats van dat de activiteit ten goede komt aan de arme leefgemeenschappen.’ De New York Times berichtte op 5 augustus 2005 onder andere dat Newmont dagelijks 2,000 ton afval (‘tailings’) in de baai dumpte. Overigens bleek, aldus de New York Times, in 2001 uit een eigen intern onderzoek binnen Newmont, dat tussen 1997 en 2001 managers van de mijn toestonden dat 33 ton kwik kon ontsnappen en in de lucht en in de baai terecht kwam.
Begin augustus 2011 heeft een coalitie van milieuorganisaties weer een klacht ingediend bij het Ministerie van Milieu, omdat de vergunning voor het jaarlijks dumpen van 51 miljoen ton afval uit de Batu Hijau goud- en kopermijn op het eiland Sumbawa in de oceaan, op 5 mei is verlengd. Dat afval zou zeer schadelijke gevolgen hebben voor het leven in de oceaan. Newmont heeft op 3 augustus haar Nusa Tenggara’s Batu Hijau goud- en stilgelegd, nadat boze afgewezen sollicitanten de toegang tot de mijn hadden geblokkeerd. Zij zijn het niet eens met de door Newmont gehanteerde sollicitatieprocedure. Ruim 5.500 mensen haddden gesolliciteerd, maar niet meer dan zo’n 230 zijn aangenomen.

Newmont respecteert bevolkingscultuur....
In een redactioneel commentaar in The Ghanaian Chronicle wordt begin augustus 2011 de vraag gesteld of het verstrekken van grote concessies aan bedrijven als Newmont niet moet worden heroverwogen. ‘Goud heeft Ghana bekendheid bezorgd in het verleden, maar het land heeft weinig terug ontvangen om zichzelf te kunnen ontwikkelen. Het land is gedurende vele jaren opgebouwd door arme cacaoboeren. Hun boederijen zijn echter vernietigd, waarna multinationals de natuurlijke hulpbronnen konden plunderen en het milieu vernietigen.’
Volgens Newmont woordvoerder Adiki Ofeibea Ayitevie voert het bedrijf nog gesprekken met leiders van Yayaso en wordt gehoopt op een voor beide partijen acceptable regeling. ‘We erkennen de gevoeligheid van dit issue en we respecteren de cultuur van de bevolking. Niemand zal verplaatst worden, voordat de zaak naar tevredenheid van allen is opgelost.’
Newmont verwacht overigens de bewoners in het voorjaar van 2012 te kunnen verplaatsen en er gaan tweehonderddertig woningen voor hen gebouwd worden. Daarnaast gaat het bedrijf scholen, gemeenschapscentra, onderkomens voor leerkrachten, kerken en een marktplaats bouwen en boeren van wie land door Newmont wordt afgenomen worden met contante betalingen gecompenseerd.

Geraadpleegde bronnen o.a.:
http://www.ngdir.ir/geoportalinfo/SubjectInfoDetail.asp?PID=454&index=176

(Het artikel is op 8 augustus 2011 volledig gepubliceerd op de Amerikaans/Surinaamse nieuwswebsite NoSpang.)

dinsdag 12 juli 2011

Jonge Canadese toerist gebeten door kapassi slang in Brownsberg Natuurpark

Slechte behandeling in ziekenhuis Paramaribo

Kakkerlakken in bed en overal mieren en termieten

12-07-2011  Door (en vertaald door) Paul Kraaijer


De 24-jarige Canadees Brent O’Hara heeft een nare bijsmaak overgehouden aan wat een mooi vakantie had moeten worden in het Surinaamse regenwoud. Op de eerste dag in het binnenland werd de jongen gebeten door een giftige kapassi slang (‘bushmaster’). Het zou voor hem en zijn reisgezel Colin Dawdy het begin zijn van een bizarre vakantie. Brent zou meer zien van de intensive care van een ziekenhuis in Paramaribo dan van het regenwoud. Hij doet zijn verhaal op 12 juli tegenover een journaliste van de Canadese krant The Whig-Standard.


O’Hara en Dawdy bezochten op 15 juni het populaire Brownsberg Natuurpark. Bij een van de watervallen gleed O’Hara uit en stapte per ongeluk met zijn rechtervoet op een slapende kapassi slang. Natuurlijk werd de giftige slang wakker en sloeg meteen toe door de jongen in de voet te bijten. Brent begreep meteen wat er gebeurd was en ook dat het ging om een giftige slangensoort.
Dawdy reageerde snel en rende naar de top (plateau) van het natuurpark voor hulp. Daar kreeg hij te horen dat zijn maat niet dood zou gaan. Maar, toch zijn er mensen overleden aan de gevolgen van een beet van de kapassai slang.

Ondertussen was O’Hara bij de waterval achtergebleven en had een touw rond zijn been gebonden om verdere verspreiding in het lichaam van het gif te voorkomen. De manager van het Brownsberg Natuurpark had een truck geregeld om O’Hara naar een dokterspost te vervoeren. Maar, die truck kon de onfortuinlijke Canadees niet bereiken bij de waterval. De jongen moest gedwongen met zijn zeer pijnlijke voet samen met Dawdy twee-en-een half uur lopen naar de top van het natuurpark. ‘Het was een zeer pijnlijke wandeling. Mijn hoofd tolde en mijn voet werd steeds groter en deed ontzettend pijn’, aldus O’Hara.

Op de top aangekomen was de truck gelukkig gearriveerd en konden de beide Canadese vakantiegangers naar een polikliniek anderhalf uur rijden verwijderd van Brownsberg. Maar, daar bleek geen antigif aanwezig te zijn, waarop O’Hara naar een ziekenhuis in Paramaribo werd vervoerd.

O’Hara: ‘Het was afschuwelijk. In het ziekenhuis wilden ze me geen antigif toedienen, omdat ik geen verzekeringsbewijs op zak had.’ Beide jongens waren meeverzekerd met de vriendin van O’Hara, Colin’s zus Kate Dawdy. ‘Het ziekenhuispersoneel wilde Brent niet verder behandelen, omdat mijn naam op zijn verzekeringsbewijs stond’, aldus Kate.

O’Hara kreeg pijnstillers en er werd bloed afgenomen, zo verklaart hij tegenover The Whig-Standard. Vervolgens werd hij naar de intensive care gebracht waar hij plasma kreeg.Thuis in het Canadese Kingston werkte Kate aan de verzekeringspapieren en vroeg haar vader een vlucht te boeken naar Suriname om Brent ter plekke te helpen.

Pas drie dagen nadat hij was gebeten besloten doktoren om O’Hara op zaterdag eindelijk een antigif serum toe te dienen, ondanks dat de verzekeringspapieren nog niet binnen waren gekomen vanwege het weekeinde. Kate had inmiddels van haar huisarts vernomen, dat poliklinieken in het Amazonegebied beter zijn uitgerust om O’Hara te helpen dan Canadese ziekenhuizen. Zij besloot dan ook om niet naar haar vriend af te reizen.

O’Hara kon zijn rechterbeen niet bewegen, had geen trek in eten en was uitgeput. Hij lag, volgens zijn zeggen, te zweten in de 36 graden hitte van Paramaribo en te wachten tot hij beter zou worden. Er waren kakkerlakken in zijn bed, mieren en termieten waren overal te zien en hij lag met acht andere patiënten op een zaal. Een van hen was volgens Dawdy een crimineel, onder constante politiebewaking. Drie verpleegsters moesten zorgen voor meer dan 200 patiënten, aldus O’Hara.

Dawdy mocht zijn vriend twee uren per dag bezoeken. Hij zocht in het ziekenhuis naar extra kussens voor onder O’Hara’s gigantisch opgezwollen been. Zelfs zo opgezwollen volgens Dawdy dat zijn zwembroek niet over de rechterknie kon. De tenen waren verkleurd en de huid van O’Hara’s voet begon door infectie en een gebrek aan bloedcirculatie te vervellen.

Brent: ‘Mij werd verteld dat wanneer de zwelling niet zo verdwijnen, mijn been zou worden opengesneden van de enkel tot mijn heup om de druk op de aderen te verkleinen. Ook werd gesproken over het amputeren van tenen en werd ik erop gewezen dat soms bij mensen die door kapassi slangen waren gebeten een voet moest worden geamputeerd.'

Op 4 juli kon O"Hara eindelijk het ziekenhuis verlaten, waarna hij en Dawdy meteen een vlucht naar huis boekten. Maar, volgens O'Hara, had hij eigenlijk nog een week moeten blijven. Weer thuis ging Brent direct naar een dokter. 'Zij vertelde mij dat ik veel geluk had mijn voet nog te hebben, omdat de infectie heel diep bleek te zitten.'

(Noot Kraaijer: het oorspronkelijke Canadese artikel in The Whig-Standard is geschreven door journaliste Samantha Butler. Het in het artikel genoemde ziekenhuis is naar alle waarschijnlijkheid het Academisch Ziekenhuis Paramaribo, AZP.)