woensdag 1 december 2010

Suriname mist weer een kans - Nauwelijks aandacht voor VN Jaar van de Biodiversiteit 2010

VN Jaar van de Biodiversiteit 2010

aan Suriname voorbij gegaan 

Gemiste kans

01-12-2010 Door: Paul Kraaijer,  De Parbode, December 2010, Jaargang 5, Nummer 56


Het jaar 2010 nadert zijn einde. Ook eindigt eind december het internationale VN Jaar van de Biodiversiteit. Maar waren vele Surinamers wel op de hoogte van dit speciale jaar en in hoeverre hebben Surinaamse natuurbeschermingsorganisaties hieraan bekendheid gegeven? De respectievelijke antwoorden zijn niet bemoedigend voor een land waar de natuur in al zijn grillige en kleurrijke vormen zo nadrukkelijk en overweldigend aanwezig is en beschermd dient te worden: neen en nauwelijks. Voor Suriname lijkt dit VN jaar meer symbolisch en ver weg te zijn dan dat het werkelijk enige relevante waarde heeft (gehad) om in 2010 extra aandacht te vragen en te krijgen voor de unieke Surinaamse biodiversiteit.


Suriname ondertekende al begin juni 1992 de VN Biodiversiteits Conventie (Convention on Biological Diversity) en werd in december 1996 formeel een van de 193 deelnemende ‘partijen’. Het is het Ministerie van Arbeid, Technologie en Milieu dat Suriname officieel in de conventie vertegenwoordigd. De vertegenwoordiging bestaat uit maar liefst vier vrouwelijke ambtenaren milieubeleid, meldt de intenetsite van de Conventie. Met enthousiasme werd het speciale VN jaar pas op 26 april met een boodschap op de tv geopend door toenmalig ATM-minister Joyce Amarello-Williams.

Biodiversiteit is een zeer breed begrip. Feitelijk valt alles wat zich in de natuur afspeelt onder biodiversiteit. De VN omschrijft het dan ook alsvolgt: ‘Biodiversiteit is de term gegeven aan een diversiteit van leven op aarde en aan de natuurlijke patronen die gevormd worden. De biodiversiteit die wij vandaag de dag zien is de vrucht van miljoenen jaren van evolutie, gevormd door natuurlijke processen en meer en meer door menselijke invloeden. Het vormt het web van leven waar wij integraal deel van uitmaken en waar we zo afhankelijk van zijn.’

De diversiteit wordt gevormd door een grote variëteit aan planten, dieren en micro-organismen. In Suriname zijn ruim 700 vogelsoorten, 192 zoogdieren, 175 verschillende reptielen en 318 soorten vis en ongeveer 5100 diverse plantensoorten.

Flora en fauna bedreigd
Menselijke activiteiten bedreigen de biodiversiteit. Vele diersoorten sterven uit of zijn al uitgestorven. De zucht naar geld, verkregen uit de opbrengsten van goud- en bauxietwinning, bedreigt de flora en fauna van Suriname. In oktober van dit jaar presenteerde het Wereld Natuurfonds Guianas cijfers over houtkap ten gunste van goudmijnen. Binnen de Guianas is Suriname een triest dieptepunt. In 2008 blijkt maar liefst 27 258.8 hectare regenwoud opgeofferd te zijn voor klompjes goud, terwijl in 2000 ‘slechts’ 8295.9 hectare bos werd neergehaald.
Daarnaast wordt de Atlantische kust van Suriname bedreigd door een langzame, lichte stijging van de zeespiegel en door erosie: een levensbedreigende situatie. De biodiversiteit is in gevaar in de kuststrook en vereist menselijk ingrijpen om toekomstige natuurrampen te voorkomen.

VN Jaar van de Biodiversiteit verdiende meer aandacht
Kortom, het VN Jaar van de Biodiversiteit had zeker dit jaar veel aandacht verdiend. Toch lijkt dit speciale jaar grotendeels langs Suriname te zijn gewaaid en dat staat haaks op de vele natuurlijke problemen waar het land mee kampt.

Diverse natuurbeschermingsorganisaties reageren niet op vragen over wat zij zoal in 2010 hebben gedaan om specifiek aandacht te vragen voor het VN Jaar van de Biodiversiteit. Mogelijk valt er ook niets te reageren, omdat er wellicht weinig tot niets is gedaan om het VN jaar en dus biodiversiteit onder de aandacht te brengen.

Rudi van Kanten, Programme Director van Tropenbos International Suriname, is een van de weinigen die reageert. “Tropenbos International Suriname participeert in de Biodiversiteitsworkshops van het ministerie van ATM en biodiversiteitspresentaties van andere organisaties.” Het is een korte reactie, maar een reactie. Onduidelijk is of de genoemde presentaties van niet nader genoemde andere organisaties werden gehouden speciaal in het kader van het VN jaar. Van Kanten laat ook nog weten dat de novembereditie van het kwartaalblad Bos en Natuur (een uitgave van Tropenbos Internationaal Suriname, het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname, WWF Guianas en Environmental Services & Support) een special is met als thema biodiversiteit.

De Nederlandse ambassade heeft in samenwerking met Tropenbos Internationaal Suriname vier videospotjes geproduceerd waarin diverse aspecten van de biodiversiteit aan de orde komen.
‘In het kader van het vergroten van de publieke bewustwording over de waarde van onze biodiversiteit.’, zo laat de ambassade op haar website weten. Maar ook hier wordt met geen woord gerept over het VN Jaar van de Biodiversiteit.

NIMOS
Het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname, het NIMOS, reageert wel. Yolanda Babb-Echteld, Field Officer, laat namens het NIMOS weten dat geen speciale activiteiten zijn georganiseerd. Niet echt een verrassende reactie. “Maar wij hebben reguliere milieu tori’s, waarbij wij alle milieudagen belichten. Wij hebben geparticipeerd in de activiteiten van het ministerie van Arbeid, Technologie en Milieu in samenwerking met de Districtscommissaris van Paramaribo in het project Paramaribo City of Smiles.” Op de vraag waarom het NIMOS niet iets specifieks heeft georganiseerd in het kader van het internationale VN Jaar van de Biodiversiteit stelt het NIMOS dat zij niet “de focal point voor de UNCBD, de UN Convention on Biological Diversity, in Suriname is, maar het ministerie van ATM”.
Yolanda Babb-Echteld: “Het NIMOS participeert in alle activiteiten van het ministerie. Het NIMOS geeft meer technische invulling aan de implementatie van het Verdrag.” Jammer dat een belangrijk milieu instituut als het NIMOS niet zelf initiatieven neemt om biodiversiteit op de kaart van de publieke aandacht te zetten.

Aanmodderen
Met een nogal afwachtende houding blijft het in Suriname aanmodderen als het gaat om een goed, effectief, georganiseerd en succesvol duurzaam natuurbeheer en dus, met andere woorden, bescherming van het milieu, de flora en fauna in het land, de biodiversiteit. Een land waar nog steeds ongebreidelde voor de natuur desastreuze kleinschalige goudwinning kan plaatsvinden, waar jagers ongestoord en ongestraft (beschermd) wild kunnen afknallen of vangen voor de handel, waar nauwelijks wordt opgetreden tegen het asociale afvaldumpgedrag van velen, waar grote internationale goud- en bauxiet-/aluminium multionationals kaalslag plegen in het regenwoud en het milieu, de flora en fauna van ondergeschikt belang zijn.

Het is gewoon een feit, een gegeven: harde Amerikaanse dollars zijn voor de Surinaamse overheid belangrijker dan goede zorg voor het milieu, de natuur. De nieuwe regering toont echter een iets vriendelijker gezicht voor het milieu. Er zijn goede intenties, maar laat het de komende jaren niet bij woorden en papier blijven. Laat het milieu in al haar aspecten een belangrijk issue worden....

Plannen op papier
Het Ministerie van ATM besteedt op haar internetsite uitgebreid aandacht aan biodiversiteit. Binnen de Conventie inzake biodiversiteit zijn bioveiligheid en de formulering van een nationale Biodiversiteit Strategie het belangrijkst. Het ministerie heeft al in 2006 het Nationale Biodiversiteits Strategie Plan gepubliceerd, verplicht gesteld door de VN. Dit 41 pagina’s tellend document heeft een voorwoord van toenmalig minister drs. Clifford P. Marica. Marica spreekt onder andere de hoop uit ‘dat elke burger van Suriname zichzelf moge terug vinden in de visie van deze Strategie en het tot hun eigen missie moge maken, teneinde Suriname’s biodiversiteit te waarderen, te koesteren en duurzaam te gebruiken.’ Maar, hoeveel burgers hebben inzage hebben gehad in het plan?

In september 2009 werd door ATM een derde, 154 pagina’s tellend, landelijk rapport voor de VN Convention on Biological Diversity gepubliceerd. Dit rapport is samengesteld door het consultancy bureau Environmental Services & Support in Paramaribo. Het ‘rapport’ wordt echter gevormd door zo’n 138 pagina’s VN vragenlijsten met in totaal meer dan 200 vragen. Op zeer vele vragen is met een ‘no’ geantwoord. Zo ook op de vraag of Suriname maatregelen heeft genomen om de rol van biodiversiteit in het regenwoud en het functioneren van het ecosysteem beter te kunnen begrijpen, vanwege het ontbreken van voldoende deskundigheid. ‘No’ is ook het antwoord op de vraag of er mechanismen door de overheid zijn opgezet om direct te reageren wanneer activiteiten of gebeurtenissen de biodiversiteit bedreigen. Op de vraag welke maatregelen worden getroffen om bedreigingen van de biodiversiteit in de bossen te reduceren is geantwoord dat onderzoek is verricht naar kwikvergiftiging in vissen en lokale bewoners en dat er bewustwordingscampagnes zijn over de risico’s van het gebruik in de goudwinning. Het ‘rapport’ schetst een bedroevend beeld.

ATM werkt verder aan een zogenoemd ‘bioveiligheidsraamwerk’ om voorbereid te zijn op ‘hoogstaande biotechnologische technologieën afkomstig uit ontwikkelde landen’.

Opmerkelijk is dat het ministerie via haar website laat weten dat er een ‘sterke wil’ aanwezig is om te komen tot ‘strategie waarbij er een visie geformuleerd wordt zodat het duidelijk is welk beleid gevoerd zal worden met betrekking tot onze biodiversiteit’.

Geen specifiek beleid
Geconstateerd kan worden dat er dus nog geen specifiek beleid ontwikkeld is om de Surinaamse biodiversiteit te beschermen, ondanks de uitgebrachte rapporten. Slechts is sprake van het formuleren van een ‘nationaal biodiversiteit actieplan’.

Ondanks herhaalde verzoeken was het ministerie van ATM niet ‘bereikbaar’ voor commentaar. Kennelijk is het VN Jaar van de Biodiversiteit ook voor het ministerie slechts een papieren jaar en is niemand in staat hierover enkele vragen te beantwoorden. Dat is op zijn zachtst gezegd betreurenswaardig.
Is de vertegenwoordiging van het ministerie van ATM in de VN Convention on Biological Diversity slechts een formele vertegenwoordiging, blijft de aandacht voor biodiversiteit in eigen land slechts beperkt tot het bedenken van plannen aan een bureau in de burelen van het ministerie en een op één hand te tellen concrete activiteit in 2010 en was het woord biodiversiteit dit jaar slechts een aanleiding om in internationale contacten, conferenties en congressen te bedelen om als Suriname door het geïndustrialiseerde Westen gecompenseerd te worden voor haar vermeende duurzame bosbeheer?

Niet afwachten in 2011
Biodiversiteit in Suriname in 2011 vraagt om concrete actie, geen woorden en papier meer. Geen rapporten die in een bureaulade verdwijnen. Het milieu, de flora en fauna kunnen niet meer alleen overleven. Menselijke actie en activiteit zijn noodzaak om de schitterende biodiversiteit van Suriname voor de toekomst te behouden. 2011 Moet niet weer een jaar worden van afwachten, passiviteit, bedelen.

Met een dergelijke houding gaat de kaalslag in het Surinaamse regenwoud door (denk aan de plannen van goudmijngigant Newmont uit Amerika om een grote goudmijn te exploiteren in het Nassaugebied, Oost-Suriname), blijven binnenlandbewoners ziek, worden zieker, door het gebruik van met kwik (gebruikt in de kleinschalige goudwinning) verontreinigd water uit kreken en rivieren en blijven trenzen van percelen overlopen omdat bewoners zelf hun afval er in gooien.

Biodiversiteit, het klinkt zo mooi, maar laat het meer worden dan slechts een klank. Laat de Surinaamse biodiversiteit leven in al haar vormen en schoonheid en bescherm die biodiversiteit met daden en niet met rapporten.


(Bron foto: http://www.vub.ac.be/APNA/staff/FDG/courses/TCB/TCB.html / Bron cartoon: De Parbode)


Geraadpleegde bronnen o.a.:
http://atm.gov.sr/depmilieu/NatRep.pdf
http://atm.gov.sr/depmilieu/index.php?option=com_content&view=frontpage&Itemid=1 http://www.cbd.int/ http://www.cbd.int/countries/?country=sr http://www.nederlandseambassade.sr/Nieuws/Biodiversiteit http://www.stabroeknews.com/2010/news/stories/10/13/mining-deforestation-nearly-tripled-between-2000-08-%E2%80%93wwf/

(Dit artikel is in een ingekorte versie verschenen in het decembernummer 2010 van de Parbode, Jaargang 5, Nummer 56,
http://www.parbode.com/)

maandag 1 november 2010

Hoe 'eco' is het Surinaamse Berg en Dal Eco & Cultural River Resort?

Het eco-gehalte van Berg en Dal

01-11-2010 Door: Paul Kraaijer, De Parbode, November 2010, Jaargang 5, Nummer 55


Sinds de opening van Berg en Dal Eco & Cultural River Resort eind 2008 – het paradepaardje van de Kersten-onderneming – lijkt het voortvarend te gaan met dit voor Suriname unieke eco-resort. Maar achter de schermen loopt in Nederland een rechtszaak. Consultancybureau Euro Leisure uit Gouda, dat feitelijk aan de basis heeft gestaan van het populaire oord aan de Surinamerivier, ligt overhoop met Kersten. Vooral de gebrekkige wijze waarop het project is uitgevoerd, steekt het bureau.


Vele lokale en internationale toeristen weten de weg naar Berg en Dal te vinden. De meesten keren enthousiast huiswaarts. Op de website zoover.nl, waar mensen hun ervaringen met toeristische bestemmingen in de hele wereld kunnen delen, krijgt het eco-resort Berg en Dal als waardering zelfs een 8.8. Maar hebben wij hier te maken met serieuze eco-toeristen of gewoonweg met mensen die avontuur zoeken? En in hoeverre dekt de naam ‘eco-resort’ de lading?
Het eco-complex bestaat uit onder andere een resort met 45 lodges, een zogenoemd Adventure Centre en een Heritage Village. Maar is er wel sprake van een duurzaam karakter? Op de website van Berg en Dal wordt slechts gesproken over het scheiden van afval en daar waar mogelijk van afvalrecycling. Centraal in alle advertenties, mediaberichten en dergelijke wordt echter niet de nadruk op duurzaamheid gelegd. Integendeel. Het zijn vooral de achthonderd meter lange kabelbaan (canopy trail), kajakken en mountainbiken die de aandacht krijgen.

Natuurlijk, de kabelbaan is een doorslaand succes. Bij de opening sprak manager Jerry A-Kum over het ‘wow-effect’ van de canopy trail en dat dit moest zorgen voor zowel Surinaamse als buitenlandse toeristen. En dat is gelukt. Zo bezoeken vele Nederlandse stagiaires het eco-resort enkel en alleen vanwege de avontuurlijke kabelbaan. Reisorganisaties spelen hier ook slim op in. Zo meldt de in Paramaribo gevestigde touroperator Green Tours N Travel dat de canopy trail de bezoeker de unieke kans biedt ‘om uzelf heer en meester te voelen van de jungle door van platform naar platform te vliegen met als hoogtepunt de vlucht over de Surinamerivier’. Touroperator Orange Travel brengt het nog spannender: ‘Vlieg tussen de bomen van de Surinaamse jungle en u beleeft de ultieme adrenaline kik: u vliegt tussen de boomtoppen met als climax een vlucht boven de Surinamerivier’.

Ronkende terreinwagens
Natuurlijk, dit zal voor menig toerist de ultieme jungle-ervaring zijn. Zich als een heuse soort Tarzan of Crocodile Dundee kunnen voortbewegen boven het Surinaamse woud. Maar, waar is het duurzame karakter? Toeristen die een bezoek hebben gebracht aan Berg en Dal, zijn bijna allemaal lovend over hun verblijf daar. Het zijn echter vooral het vriendelijke personeel, het vele eten en drinken, de gids en het zwembad die zeer gewaardeerd worden. Niemand rept over het al dan niet aanwezige en zichtbare eco-gehalte van het resort.
En de komst vorig jaar van de Staatsolie Diesel Savanne Rally in het Adventure Centre, lijkt ook ver af te staan van het duurzame karakter van het resort. Tientallen ronkende, milieuvervuilende terreinwagens die Berg en Dal als stop aandeden vallen zeker niet onder de noemer ‘duurzaam’.

Het Nederlandse toeristisch management- en consultancybureau Euro Leisure te Gouda, dat feitelijk aan de basis heeft gestaan van het resort in de eerste jaren van 2000, uitte zich in mei 2009 via een eigen uitgebracht persbericht kritisch over het duurzame karakter van Berg en Dal. Volgens het bureau haalt Berg en Dal net driesterren niveau en is het gebouwd met kwalitatief mindere materialen dan was gepland door Euro Leisure. ‘Kersten heeft bepaalde zaken niet verwerkt, zoals de dakoverhang over balkons van lodges welke volledig is verdwenen waardoor bezoekers in de brandende zon moeten zitten en verder zijn alle duurzame aspecten zoals door Euro Leisure gepland, door Kersten verwijderd, zoals eco-airco’s, eco bouwmethodes, waterzuivering en biologische hergebruiksystemen’. Verder beweert Euro Leisure dat het gehele project vier miljoen euro zou gaan kosten. Maar Kersten heeft maar liefst zes miljoen euro geïnvesteerd. Het Goudse bureau vraagt zich af waar de twee miljoen euro verschil is gebleven. Na onenigheid over vastgestelde budgetten en verantwoordelijkheden is Euro Leisure medio 2006 door Kersten aan de kant gezet.

Basisgedachte
Nog steeds zijn directeur Toon Mul van Euro Leisure en onafhankelijk adviseur Johan Maaskant niet te spreken over de wijze waarop het eco-resort tot stand is gekomen en wordt gerund. Maaskant: “De eerste plannen hadden een hoog percentage eco en duurzame ontwikkeling en waren gebaseerd op viersterren project met vijfsterren service. De basisgedachte was om bij de realisatie vooral het project te laten opgaan in de natuur, en gebruik te maken van de natuurlijke rijkdommen, dus geen bomen te kappen indien niet noodzakelijk, de te gebruiken bouwmaterialen zorgvuldig te kiezen, het toepassen van een underground cooling system voor de koeling van de bungalows, enzovoorts, enzovoorts.
Ook wat betreft de duurzaamheid van het project, met name tijdens de exploitatie, was de opzet om de lokale bevolking hierbij te betrekken zoals door het verstrekken van microkredieten om lokaal de benodigde producten te laten verbouwen; hiervoor waren reeds toezeggingen gedaan door verschillende partijen.”


Maaskant bezocht in de tweede helft van 2009 Berg en Dal. “De teleurstelling was groot, zowel de opzet als het exploitatiegedeelte klopten niet. Als een project wordt gerealiseerd is dat nog daar aan toe, echter het deel waar geld verdiend moet worden, laat zeer veel te wensen over. De bedoelde vijfsterren service was in zijn geheel niet terug te vinden, kennelijk is van opleiding van het personeel niets terechtgekomen. Ook bereikt ons van verschillende kanten het bericht dat de prijs/kwaliteit verhouding veel te wensen overlaat. Duidelijk een gebrek aan visie en management. Jammer, jammer, een gemiste kans om een duidelijke bijdrage te leveren aan een verdere ontwikkeling van het toerisme naar Suriname.”
Reorganisatie op zijn plaats
Ook ontdekte hij dat het underground cooling system in zijn geheel niet is toegepast en dat de microkredieten die waren overeengekomen niet tot stand zijn gekomen. “Een terdege reorganisatie is op zijn plaats, maar zolang de eigenaar geen idee heeft hoe een eco lodge functioneert, zal iedere poging sneuvelen in schoonheid”, aldus een teleurgestelde Maaskant.
Wat velen niet weten is, dat in Nederland al enige tijd een rechtszaak loopt. Zowel Toon Mul als Johan Maaskant willen hier echter niets over kwijt. Maaskant: “Dit is een zaak tussen Kersten- Moravian Church Foundation en Euro Leisure, verder kan ik daar niets over zeggen.”
De Moravian Church Foundation is een in Nederland gevestigde kerkelijke stichting. Naast een kerkelijk gehalte houdt deze stichting zich ook en vooral op economisch terrein bezig in landen als Nicaragua, Jamaica, Tanzania, Curaçao, Aruba, Antigua en Suriname. In Suriname is de stichting nauw verbonden met ondernemer Kersten. Het was Joseph Kersten die als eerste Kersten-telg en als Moravian broeder al in juni 1768 een gebouw in Paramaribo liet bouwen. Dat werd de aanzet tot het Kersten-imperium.Mul, die zichzelf omschrijft als ‘de geestelijk vader van Berg en Dal’, reageert ook uiterst terughoudend: “De rechtszaak loopt in Nederland en is zeer waarschijnlijk niet bekend in Suriname. Omdat de zaak nog steeds onder de rechter is, kan ik zelf geen uitspraken doen over het totstandkomen of functioneren van het project, zoals u zult begrijpen.”

Waardeloos
Natuurlijk vraagt de kritiek van Euro Leisure en Johan Maaskant om een reactie van Kersten.
Rick Tjon A Joe, chief operations officer bij C. Kersten en Co. NV, is zeer verbaasd over de negatieve opmerkingen uit Nederland. “Waardeloos”, aldus Tjon A Joe. “En die heer Maaskant? Nooit van de man gehoord.” Hij wuift alle kritiek met gemak van de hand. Zo zijn er wel eco-airco’s en over een underground cooling system is volgens Tjon A Joe nooit gesproken of geschreven in plannen.
Gezwommen wordt in het zoute water van het zwembad. De duurzaamheid van het gehele Berg en Dal complex blijkt vooral gelegen in het betrekken van de lokale bevolking bij het resort.
Tjon A Joe: “Tachtig procent van de werknemers is afkomstig uit de omgeving en speciaal getraind door medewerkers van het Nederlandse Regionaal Opleidings Centrum. Maar wij willen ook dat het goed gaat met de omliggende gebieden zoals Brownsberg en Jodensavanne.”
Op de komst van de Staatsolie Diesel Savanne Rally in het Adventure Centre reageert hij lachend. “Tja, dat heeft wel tot wat discussie geleid. Maar de natuur is juist heel belangrijk voor deze rally.
Alles wordt na de rally netjes opgeruimd, alles wordt teruggebracht in de oorspronkelijke staat en er zijn zelfs bruggetjes aangelegd.”

Poolse arbeiders
De rechtszaak in Nederland is Tjon A Joe wel bekend. Het is volgens hem echter een zaak tussen Euro Leisure en de Moravian Church Foundation en heeft mogelijk betrekking op een geschil in de beginfase van het project. “Er ontstond volgens mij onenigheid, omdat Toon Mul lodges wilde halen uit Bali en die wilde laten opzetten te Berg en Dal door Poolse arbeiders. Natuurlijk was Kersten het hier niet mee eens. Wil je een resort opzetten gebaseerd op duurzaamheid, dan dien je de lokale bevolking in te schakelen en haal je geen arbeiders uit Polen, toch? Het plan van Mul bleek niet werkbaar en is dan ook nooit uitgevoerd.” Op dit moment ligt het resort ‘op schema’, aldus Tjon A Joe. “We zitten nog in een soort proefperiode. Het bezoekersaantal stemt tot tevredenheid. Tot en met juni van dit jaar hebben 6.200 mensen het resort bezocht. Het Adventure Centre trekt per week zo’n vierhonderd bezoekers. Jaarlijks komen zo’n twintigduizend toeristen naar Berg en Dal.”

(Bron foto's: archief Kraaijer)

vrijdag 1 oktober 2010

Antropologe Marjo de Theije: 'Meeste garimpeiro's zijn legaal aan het werk in Suriname'


Mythes rond goudwinning

 

01-10-2010 Written by Paul Kraaijer, De Parbode, Oktober 2010, Jaargang 5, nr. 54


Surinamers weten niet beter: kleinschalige goudwinning zorgt al vele jaren voor controverses. Geschillen tussen concessiehouders, ruzies en geweld onder porknokkers in Brownsweg en Nieuw Koffiekamp, onvoorzichtig gebruik van kwik en mensen met geld en invloed in de stad (lees: Paramaribo) die op afstand trachten de touwtjes in handen te houden in hun goudmijntjes, de concessies. En dan de duizenden Brazilianen die hun geld verdienen in de sector: de zogenoemde ‘garimpeiro’s’, in de volksmond vaak als illegalen gebrandmerkt. Diverse malen opgejaagd in Clean Sweep-operaties van politie, justitie en het leger.


Antropologe Marjo de Theije, werkzaam aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, doet al enige jaren onderzoek in de kleinschalige goudwinningsgebieden. Onlangs ontving ze ruim 600.000 euro subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek in het programma Conflict and Cooperation over Natural Resources in Developing Countries (CoCooN) voor een vergelijkend onderzoek naar kleinschalige goudwinning in vijf Amazonelanden, waaronder Suriname. In samenwerking met lokale partners, ngo’s en overheden, zullen in dat project de (potentiële) conflicten tussen lokale bevolkingsgroepen, ondernemers in goud, en migranten gouddelvers, bestudeerd worden. Daarbij wordt speciaal aandacht besteed aan de verschillende nationale wetgevingen en beleid van de overheden, zowel om de sector te ordenen en conflicten te hanteren, alswel ten aanzien van de milieuschade die door de kleinschalige goudwinning wordt veroorzaakt. Kortom, spreek je over de controversiële kleinschalige goudwinning in Suriname, dan moet je praten met Marjo de Theije.

We ontmoeten Marjo op haar werk bij de Vrije Universiteit van Amsterdam. Al snel wil zij een kennelijke mythe uit de wereld helpen. De mythe van de Braziliaanse illegaal. “In de media wordt vaak geschreven en gesproken over illegale Braziliaanse goudzoekers. De suggestie wordt gewekt alsof alle garimpeiro’s illegaal aan het werk zijn. Dat is absoluut niet het geval. De meeste Braziliaanse goudzoekers zijn gewoon legaal in het land, staan geregistreerd bij de concessiehouders en de overheid, dragen bij aan de economie en betalen belasting.” In haar toonzetting klinkt ergernis over de berichtgeving in de media die niet altijd op kennis van zaken over de kleinschalige goudwinning is gebaseerd. Met goede onderzoeksjournalistiek zou de beeldvorming aanzienlijk kunnen verbeteren.

Braziliaanse enclave
Als je spreekt over garimpeiro’s, dan spreek je over Benzdorp. Een Braziliaanse enclave waar lust en verderf hoogtij vieren, althans als we het beeld dat door de media gecreëerd wordt moeten geloven. De Theije: “Benzdorp is geen dorp. Het is een goudzoekerskamp. Al in 1885 werd in dat gebied goud gevonden en sindsdien is het een komen en gaan van buitenstaanders die er goud delven. Oorspronkelijk is dit het leefgebied van de Aluku die vooral aan de Franse oever van de Lawa wonen. Nu wonen er niet alleen Brazilianen; naar schatting een derde van de bewoners is Surinamer.”

Bandeloosheid
Ook het geweld en de bandeloosheid die zo de boventoon voeren in de media zijn betrekkelijk. “Als ik in Benzdorp ben voor onderzoek, kan ik ongehinderd mijn werk doen, door het gebied reizen, kampen bezoeken, met mensen praten. Ik heb nooit problemen gehad. Er vindt ook niet meer misdaad of geweld plaats dan op andere plekken in Suriname, zoals Paramaribo, is mijn indruk. Het beeld dat wordt neergezet van Benzdorp, is een verkeerd beeld.”Eind augustus 2008 werd Benzdorp geteisterd door de operatie Clean Sweep. Het was het paradepaardje van de toenmalige minister van Justitie en Politie, Chandrikapersad Santokhi. Een zuiveringsactie om orde en gezag te creëren in het gebied, om ordening te brengen, om illegalen op te pakken. Marjo de Theije spreekt nog vol verbijstering over de ‘Clean Sweep-overval’ op Benzdorp en de lokale Braziliaanse goudzoekers. “De hele operatie werd gepresenteerd als een actie tegen illegale Brazilianen en criminelen. Maar de meeste Brazilianen hadden al een verblijfsvergunning na de grote legaliseringactie een jaar eerder. Het enige resultaat was dat mensen er nu achter kwamen dat ze ook een vergunning moeten hebben voor winkeltjes en dat soort zaken. Die zijn ze na Clean Sweep allemaal gaan halen in de stad, dus ook op dat punt is nu alles gelegaliseerd. Overigens dachten mensen dat ze al een vergunning hadden voor hun economische activiteiten omdat ze maandelijks belasting betaalden aan de concessiehouder."

Kleinigheden
Wat tijdens Clean Sweep gebeurde, was dus niet precies het bestrijden van de criminaliteit in de goudvelden. Er werden succesvolle en geregistreerde goudzoekers gearresteerd om kleinigheden. Ook werden zomaar auto’s en ATV’s in beslag genomen. De Theije: “Agenten en militairen moesten zich toch kunnen verplaatsen in het gebied. Een in beslag genomen auto is zelfs door een onervaren chauffeur de eerste de beste berg afgereden en compleet vernield.” Herinneringen aan de verhalen van de goudzoekers komen, als ware zij gisteren, verteld als een waterval ter sprake. “Een probleem tijdens zo’n actie is ook dat de meeste militairen en politieagenten geen Portugees spreken en verstaan. Er werden gewoon wat Surinamers in Benzdorp geronseld als tolk, maar die waren natuurlijk niet voorbereid op een politionele taak.

Gewoon verkocht
“Mensen vertelden dat bij een Chinese supermarkt aan de oever door agenten en militairen onderdelen voor ATV’s in beslag werden genomen die even later in Benzdorp gewoon verkocht werden aan een andere supermarkteigenaar.” Ook de gedupeerde goudzoekers konden hun in beslag genomen materialen weer terug kopen. “Dat de materialen ter plekke te gelde werden gemaakt is ook niet raar, want hoe hadden ze de graafmachines en andere grote materialen naar Paramaribo moeten vervoeren?"Een paar weken na de Benzdorp-actie sprak minister Santokhi vol trots over het succes van de razzia. De operatie zou in totaal 400.000 srd hebben opgebracht, waarvan 300.000 srd alleen al uit de verkoop van geconfisqueerde materialen. Maar, was het wel een succes? Volgens De Theije was het wellicht in financieel opzicht een succes maar niet meer dan dat. “Na de actie was alles weer snel terug bij het oude in Benzdorp. De kans om de goudsector echt te ordenen en bijvoorbeeld maatregelen te nemen ter bevordering van schonere methoden van goudwinning, werd niet benut.”In het kleinschalige goudwinningproces wordt veelvuldig gebruik gemaakt van kwik.
Volgens De Theije is kwik een noodzakelijk kwaad. “Het goud in het Guiana Shield is fijn van structuur. De gemakkelijkste en goedkoopste manier om het te winnen, is door het te binden met kwik.” Daardoor ontstaat een amalgaam waaruit vervolgens door verhitting het kwik wordt verwijderd. “Veel goudzoekers doen dat op de meest simpele manier. Zij branden het in een open pan. Er bestaan verschillende andere technieken, waarbij geen kwik vrijkomt, maar die worden maar weinig toegepast. In Suriname heeft WWF, de enige lokale NGO die iets aan de milieuschade door goudwinning probeert te doen, het gebruik van retorts gepromoot.” Dat is een apparaat waarin amalgaam in een gesloten circuit wordt verhit. Kwik wordt teruggewonnen omdat het wordt afgekoeld tot vloeibaar metaal. Dus een manier om kwik te hergebruiken. “Toch zijn er veel goudzoekers die geen retort gebruiken. De overheid zou milieuvoorwaarden kunnen stellen, bijvoorbeeld via de concessiehouders.”

Geen opvolging
Onlangs deed De Theije in opdracht van de IDB in samenwerking met een concessiehouder onderzoek naar de ontwikkeling van een environmental management system voor goudconcessies in Suriname. Dat project heeft echter geen opvolging gekregen. Bovendien ontbreekt nog steeds een effectieve wetgeving. Suriname heeft een Milieuwet, maar die wordt nog niet uitgevoerd.
Veel kwik wordt tijdens het gehele goudwinningproces gemorst. Kreken en rivieren worden vervuild. Inheemsen kampen met onduidelijke gezondheidsproblemen die mogelijk een direct gevolg zijn van kwikvergiftiging. Volgens De Theije is er nog steeds onvoldoende onderzoek gedaan naar de effecten van kwik op het milieu en de volksgezondheid. Wat onderbelicht blijft is een andere vorm van vervuiling veroorzaakt door goudwinning: modder. Water in kreken wordt ernstig vervuild door modder. De natuurlijke waterloop wordt aangetast. “Op veel plaatsen is niet meer te zien hoe een kreek oorspronkelijk liep."

Milieubeleid
Tijdens het hele gesprek loopt als rode draad dat de overheid nauwelijks grip heeft op de kleinschalige goudwinning in het binnenland. Suriname verdient goed aan goud, maar dat gaat niet gepaard met een beleid om het milieu te beschermen. Goudwinning vindt plaats ver buiten de stad, Paramaribo. De overheid is nauwelijks aanwezig in goudvelden. Daar is geen gezondheidszorg, geen onderwijs, geen andere diensten. De politiepost van het district Sipaliwini zit nota bene te Geyersvlijt, Paramaribo. Het duurt zeker twee dagen voordat ‘het gezag’ in het district kan zijn.

Ondanks de vele kritische opmerkingen over de goudsector verdienen vele Surinamers hun brood ermee. De Theije: “Financieel kunnen Marrons overleven door direct of indirect, bijvoorbeeld door transport te leveren, deel te nemen aan de goudwinning. Goud is hun belangrijkste inkomstenbron. Dat geldt ook voor de inheemsen. Mensen in de stad hebben concessies, maar Marrons en Inheemsen moeten ook geld verdienen. Zij vinden dat ze recht hebben op het goud omdat het gevonden wordt in hun leefgebied. In het binnenland is nu eenmaal geen andere economische activiteit dan de goudwinning. De toegang tot de goudvelden is een bron van conflict. Overigens trekken meer en meer jongeren vanuit de stad naar het binnenland om hun geluk te beproeven in de goudwinning, om geld te verdienen. Voor het winnen van goud moet je fysiek sterk zijn maar je hoeft geen specifieke scholing te hebben. Jongeren die in de stad niet aan werk komen, vinden in de goudwinning een goede broodwinning.
“Ik ben heel benieuwd naar het beleid dat de nieuwe regering zal ontwikkelen. De grondrechten kwestie zal nu wellicht ter hand worden genomen, onder andere op initiatief van het nieuwe Assembleelid Hugo Jabini.”

Jabini ontving in het voorjaar van 2009 de prestigieuze internationale Goldman milieuprijs in San Francisco, Amerika, voor zijn strijd tegen houtkap in Saramaccaans gebied. Het nieuwe politieke bewind dat door Suriname waait, zou op den duur de kleinschalige goudwinning in het binnenland beter kunnen gaan reguleren en ook zorgen voor een betere afstemming tussen goudwinning en goed milieubeheer.

(Bron foto: Parbode)

donderdag 31 januari 2008

MNO Vervat uit Nieuw-Vennep gaat dijken bouwen in Suriname

Nederlandse aannemer bouwt dijken in Suriname
Hollands Glorie aan Surinaamse oevers

31-01-2008 Door: Paul Kraaijer



Aannemersbedrijf MNO Vervat BV in Nieuw-Vennep gaat in de loop van dit jaar beginnen met twee grote dijkenbouwprojecten in Suriname. Zowel in december 2007 als in januari van dit jaar heeft het bedrijf contracten met de Surinaamse overheid in de wacht gesleept.

‘Het is een eer te mogen werken in zo’n mooi land en met zulke mooie mensen.’, zegt de 49-jarige Paul Bak, directeur divisie Buitenland bij MNO Vervat. Gezeten aan een grote vergadertafel op de vierde verdieping van het grote kantoor van het bedrijf, op een bedrijventerrein in Nieuw-Vennep, doet Bak enthousiast verslag van zijn ervaringen met Suriname. Binnen handbereik liggen twee mobiele telefoons. Een druk bezet directeur, een volle agenda.

'Surinamers zijn harde werkers'
Het is niet zo vreemd dat juist MNO Vervat terecht is gekomen in Suriname. Paul Bak heeft een paar jaar in Suriname gewoond en gewerkt, halverwege de jaren ’90. Hij was werkzaam voor Ballast Nedam. Het land heeft hem in alle opzichten geraakt en dat merk aan de wijze waarop hij spreekt. ‘Het is een mooi land, de mensen zijn vriendelijk en het zijn ook nog eens harde werkers. Zij lijken op geen enkele wijze op ‘de luie Surinamers’ zoals ze zo vaak hier worden getypeerd.’, aldus Bak.

In Suriname is hij onder andere betrokken geweest bij de bouw van een drinkwaterstation in Lelydorp en ook heeft hij enige tijd een leidinggevende baan gehad in de Billiton bauxietmijn bij Lelydorp. De bouw van het drinkwaterstation maakte onderdeel uit van het Parwat-project van de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij, SWM.

In 2003 trad Bak in dienst van MNO Vervat. Het bedrijf had toen nog geen grote buitenlandafdeling. Gewerkt werd voornamelijk aan projecten op de Nederlandse Antillen en dan vooral in de utiliteitsbouw. Een van de grootste orders was de bouw van de luchthaventerminal op Sint Maarten. Vrij snel daarna trachtte MNO Vervat haar eerste contract in Suriname in de wacht te slepen door in te schrijven voor plannen voor een nieuwe haven bij Paramaribo. Het bedrijf zag daar echter van af, toen er signalen kwamen dat zij daartoe geen enkele kans zou maken, omdat het geen ervaring zou hebben in de aanleg van havens.

Door al ontstane contacten in Suriname, vooral ontstaan in de periode dat Paul Bak er werkzaam was voor Ballast Nedam, kon MNO Vervat een contract sluiten met de SWM voor continuering en afronding van het Parwat-project. MNO Vervat ging nieuwe waterpompen plaatsen in Paramaribo (William Kraanplein, Blauwgrond en Van Hattemweg). Het betrof een project voor de jaren 2005, 2006 en 2007.

Na dit project bleef Paul Bak zijn aandacht richten op Suriname. Hij ging het Surinaamse nieuws goed volgen en hield een speciale internetsite van de Europese Unie en van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de gaten. Daar worden zogenoemde tenders gepubliceerd. Bedrijven kunnen zich inschrijven voor projecten. Er verschenen tenders voor de bouw van een zeedijk en gedeelten van rivierdijken in Suriname.

Binnen MNO Vervat is veel ervaring aanwezig op het terrein van baggeren en dijkenbouw, dus Paul Bak zag mogelijkheden.
Het bedrijf meldde zich in augustus 2007 en schreef zich in voor plannen voor de bouw van 5.4 kilometer dijk langs de rechteroever van de Surinamerivier en 3 kilometer langs de linkeroever van de Commewijnerivier (Kavel 2), ten noorden van Paramaribo waar beide rivieren uitmonden in de Atlantische Oceaan ter hoogte van Nieuw Amsterdam, en voor de bouw van een zeedijk ter hoogte van het dorp Totness in het district Coronie (Kavel 1). Naast MNO Vervat schreef ook Ballast Nedam zich in voor het project. Tot verbazing van Paul Bak bleek het bod van Ballast Nedam veel te hoog te zijn.


Alvorens MNO Vervat definitief tot contractondertekening overging voor de bouw van een zeedijk in Coronie, was enige aanpassing in de ontwerpplannen noodzakelijk. Van de aanneemsom van rond 54 miljoen euro moest iets af worden geschraapt om in aanmerking te komen voor de ORET-regeling. Het ORET-programma is een programma van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken en ondersteunt duurzame investeringsprojecten in infrastructuur in ontwikkelingslanden. Door enkele praktische aanpassingen lukte het MNO Vervat om de aanneemsom te verlagen richting 45 miljoen euro waardoor de ORET-regeling binnen bereik kwam. Voor de bouw van de zeedijk zijn zeventig maanden uitgetrokken. Na de bouw volgen nog zes maanden onderhoudstermijn. Met de bouw van de nieuwe ongeveer 11.5 kilometer lange dijk hoopt de regering afslag van de kust tegen te gaan. Ook kan door de dijk de landbouw in het district verder ontwikkeld worden.

‘Surinamers komen hun afspraken na.’, aldus Bak. Tijdens de ondertekening van het uitvoeringscontract op 5 december was Bak aangenaam verrast door de grote mediabelangstelling. ‘Water’ is dan ook een onderwerp dat leeft in Suriname. Het land ligt laag en ook hier heeft het Al Gore doemscenario voet aan wal gekregen. De stijging van de zeespiegel is echter voor Suriname een reëel en niet te onderschatten toekomstig gevaar.

De uitvoering van het Kavel 2 project (‘Aanleg oeververdedigingswerken rechteroever Surinamerivier en linkeroever Commewijnerivier’) gaat vijf jaar in beslag nemen. Het ontwerp van de dijken gaat lijken op de bestaande Zeedijk in Nickerie: een kleilichaam met plasberm, onderhoudsweg, betonnen taludtrappen, afrastering en aan de rivierzijde zogenaamd geotextieldoek en breuksteenbekleding. De financiering komt van het ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking, PLOS. De technische assistentie gaat gecoördineerd worden door het ministerie van Openbare Werken. De nieuwe dijken moeten in de toekomst wateroverlast in Commewijne voorkomen.

Op 24 januari vond in Paramaribo de ondertekening plaats van het contract voor de bouw van de zeedijk in Coronie. Bij die ondertekening waren onder aanwezig vice-president Ramdien Sardjoe, minister Michael Jong Tjien Fa van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer, Humphrey Hildenberg (minister van Financiën), Gregory Rusland (minister van Natuurlijke Hulpbronnen), minister Ganeshkoemar Kandhai van Openbare Werken en minister Rick van Ravenswaay van PLOS.

Goed contact met de bevolking
Paul Bak is zeer te spreken over de samenwerking met de Surinaamse ministeries. Hij omschrijft minister Rick van Ravenswaay van PLOS als een ‘pragmatische man’. ‘Surinamers komen hun afspraken na.’, aldus Bak. ‘Soms gaan zaken wel eens wat traag en wordt niet op tijd betaald, maar uiteindelijk komt altijd alles goed.’

Gedurende de onderhandelingsperiode is MNO Vervat nauw betrokken geweest bij het informeren van de bevolking over de plannen. Kleine problemen liggen her en der op de loer. Zo kan het gebeuren dat bewoners in Commewijne hun huizen moeten verlaten, omdat die illegaal zijn gebouwd. Visbedrijven dreigen ontdaan te worden van hun steigers. De regering stelt zich echter op het standpunt dat de veiligheid van bewoners het meest belangrijk is en juist door dijken gaat die veiligheid gegarandeerd worden.

MNO Vervat gaat voor haar werkzaamheden grotendeels gebruik maken van lokale materialen en arbeidskrachten. Op dit moment heeft het bedrijf slechts twee eigen mensen in Paramaribo en dat zijn, aldus Bak, ervaren rotten in het vak. De mannen zijn rond de zestig en beschikken over jarenlange ervaring, opgedaan in vele landen. Een van de mannen woont al sinds september in Paramaribo. Zij kennen het land, de cultuur, de mensen en hebben ook een sociale betrokkenheid.

‘Wat betreft de materialen is bijna alles in Suriname aanwezig.’, aldus Bak. Het enige dat misschien van elders moet komen zijn graafmachines met een lange giek. Bak: ‘Die zijn nu niet aanwezig in Suriname.’ Hij wil een goede samenwerking opbouwen met lokale mensen.

Zelf voelt hij zich thuis in Suriname. Bak heeft in vele landen gewerkt, waaronder de Antillen, Indonesië en Maleisië. Suriname heeft echter een gevoelige snaar bij hem weten te raken.

'Heh meneer Bak, heeft u nog werk?'
De dijken zijn niet de laatste klussen voor Paul Bak en zijn MNO Vervat in Suriname. Er zijn diverse ontwikkelingen in het land, zoals een geplande geïntegreerde bauxietindustrie in het Bakhuisgebergte in West-Suriname. Dat zou veel interessant werk kunnen opleveren. Hij noemt nog een aantal concrete toekomstige projecten. ‘Maar die houd ik nog voor mij hoor, omdat de concurrentie op de loer ligt.’, zegt Bak. In ieder geval ligt er nog veel werk op de weg en waar die weg naar toe gaat leiden blijft vooralsnog alleen bekend in het kantoor aan de Pondweg in Nieuw-Vennep.

‘Heh meneer Bak, heeft u nog werk?’ Dat hoort Paul Bak vaak tijdens zijn bezoeken aan Suriname, wandelend door Paramaribo. Oude bekenden. Mensen met wie hij heeft gewerkt bij Ballast Nedam en in de bauxietmijn van Lelydorp. Ze herkennen hem. Hij vervalt even in het ophalen van herinneringen. Over Suriname praten doet hij met passie, warmte en liefde. Een ‘bakra’ (Nederlander) met een ‘Sranan’ (Surinaams) hart. De tijd vliegt en een nieuwe afspraak wacht.

Noot:
Het artikel is geplaatst op de internetsite www.nospang.com/ en verschenen in The Suriname Highlights, www.thesurinamhighlights.com/.

woensdag 19 september 2007

Ontwateringsproblemen Suriname onder aandacht gebracht van Nederlandse Kroonprins Willem-Alexander

Kroonprins Willem-Alexander in Mexico City tijdens
4e World Water Forum 16-22 maart 2006
Kroonprins Willem-Alexander plaatst water op hogere internationale politieke agenda

19-09-2007 door: Paul Kraaijer

De Zwolse volger van het Surinaamse milieubeleid Paul Kraaijer heeft de Surinaamse ontwateringsproblematiek onder de aandacht weten te brengen van de Nederlandse Kroonprins Willem-Alexander. De Kroonprins houdt zich sinds 1998 intensief bezig met het onderwerp watermanagement. Hij beschikt over veel kennis over uiteenlopende water problematieken wereldwijd. In internationaal verband woont hij vele bijeenkomsten bij waar over water gesproken wordt. De waterkennis van de toekomstige koning van Nederland wordt alom geprezen.

Vanwege de internationale betrokkenheid van de Kroonprins inzake watermanagement en diens internationale contacten heeft Kraaijer begin mei een brief gezonden aan Kroonprins Willem-Alexander inzake de ontwateringsproblematiek in Suriname. De Zwollenaar wilde met zijn brief de Surinaamse ‘waterproblematiek’ internationaal onder de aandacht brengen om daarmee ook mogelijk een vorm van internationale steun te verkrijgen voor de Surinaamse overheid om de ontwatering in het land adequaat en snel aan te kunnen gaan pakken.

Eind april, begin mei, immers werd Suriname getroffen door extreem veel regen. Die extreme regenval leidde tot zeer veel wateroverlast. Vele wijken van Paramaribo en ook het centrum kwamen blank te staan. Bewoners uitten kritiek op minister Kandhai van het ministerie van Openbare Werken die te weinig zou hebben gedaan om wateroverlast te voorkomen. Pompgemalen bleken slecht onderhouden of werkten helemaal niet. Vele trenzen (greppels) liepen over, omdat zij verstopt waren geraakt door vooral gedumpte petflessen en ander afval en nauwelijks tot niet waren en worden ‘opgeschoond’.

Begin mei ontdekte de Zwollenaar, dat in 2002 een compleet ‘Beheer- en Monitoringsplan’ voor een goede ontwatering van Groot Paramaribo is afgerond. Dat plan (omvattend alle beheersactiviteiten zoals inspecties, gegevensverwerking, onderhoud en management) werd in opdracht van Openbare Werken opgesteld door Broks-Messelaar Consultancy (Amersfoort, Nederland), Sunecon (Paramaribo), Delft Hydraulics (Rotterdam) en DHV Water (Amersfoort).

Messelaar verklaarde tegenover Kraaijer dat de uitvoering van dit grootse plan niet werd uitgevoerd, omdat er onvoldoende financiering voor werd gevonden. Opmerkelijk, vooral omdat president Venetiaan in zijn jaarrede van 2000 verklaarde: ‘Aan de hand van het af te ronden Masterplan inzake de ontwatering van Groot-Paramaribo, zal onze hoofdstad worden bevrijd van het steeds terugkerend probleem van het onderlopen van grote delen ervan.’

Namens Kroonprins Willem-Alexander heeft Koos Wieriks, Adviseur Water van Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje, op 19 september inhoudelijk gereageerd op de brief van Kraaijer.

‘De principes van goed watermanagement en de techniek van allerhande oplossingen zijn in feite overal bekend en voor iedereen beschikbaar. Om tot daadwerkelijk handelen over te gaan is het vaak in eerste instantie noodzakelijk alle betrokkenen, inclusief de politiek verantwoordelijk, nadrukkelijk te wijzen op de noodzaak van de actie. Voor de problemen in Suriname zijn uw artikelen een bijdrage aan dit bewustwordingsproces.’, aldus Wieriks, namens Kroonprins Willem-Alexander.

‘Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje probeert via zijn inspanningen in internationaal verband nadrukkelijk water op de hogere politieke agenda te krijgen. Met uw brief heeft U de problematiek van Suriname nadrukkelijk onder zijn aandacht gebracht."

woensdag 30 mei 2007

Bewoners worden door eigen mentaliteit en houding gestraft

LAAT JONGEREN TRENZEN SCHOONMAKEN...een open deur?

30-05-2007  COLUMN  door: Paul Kraaijer



Sinds 25 april wordt Suriname getroffen door extreem zware regenval. Vooral Paramaribo werd de laatste dagen van april getroffen door onophoudelijke regenbuien. Straten kwamen blank te zijn, winkeliers hielden hun zaken dicht en vele scholen zagen zich genoodzaakt de deuren te sluiten. In vele buurten was het verschil tussen wegen en trenzen en kanalen niet meer te zien. In mei werden meerdere districten getroffen door ernstige wateroverlast.

Volgens meteorologen van de Surinaamse Meteorologische Dienst, maar ook volgens diverse regeringsvertegenwoordigers, is de extreme regenval niet uitzonderlijk. Het is immers de grote regentijd. Een dooddoener voor de mensen die dagen achtereen tot hun knieën in het water zitten. Zelfs de klimaatverandering en dus de opwarming van de aarde worden als schuldigen aangewezen.

Politici in de Nationale Assemblee rollen over elkaar heen in de media om ook hun oppervlakkige kennis inzake waterbeheersing over tafel te gooien. President Venetiaan trekt de stoute laarzen aan en rept zich naar Plantage Vier Kinderen, zijn geboortegrond. Hij wil met eigen ogen zien wat wateroverlast veroorzaakt voor de bewoners. Het leed, de onhygiënische toestanden, het waterpeil in de huizen. Venetiaan wil het leed voelen en loopt stoer als een heuse leider des volks door het smerige water om de lokalen een hart onder de riem te steken. En ja hoor, prompt verschijnen er veel Assembleeleden ten tonele die het maar niets vinden dat hun president alleen naar Para gaat.

Waarom niet naar Commewijne? Waarom niet naar Coronie? Waarom niet naar Nickerie? Ondertussen blijft het hemelwater in grote hoeveelheden de aarde bewateren. Ondertussen moeten vrouwen, kinderen, ouderen, iedereen, zich een weg banen door twintig, dertig, veertig centimeter hoog water in hun huisjes en op hun percelen en erven.

Natuurlijk is het zo, dat de regering in gebreke is gebleken: pompgemalen en sluizen zijn zeer slecht structureel onderhouden en kanalen en grote trenzen zijn de afgelopen jaren niet tot nauwelijks opgeschoond. Feiten. Vele trenzen en kanalen zijn overwoekerd. Duizenden kikkers en padden vinden er een goed leven in en dat laten zich ’s avonds en ’s nachts luid horen.

Bewoners zijn er vaak zelf de oorzaak van dat trenzen verstopt zijn geraakt. Het zijn immers de meest favoriete en voor de hand liggende locaties om hun eigen troep in te dumpen. De mensen vergeten dat veel afval niet vergaat, zoals de duizenden gedumpte petflessen. Op den duur kan het niet anders dan tot verstoppingen leiden.

Het zijn vooral die smerige, overwoekerde trenzen en duikers die er de oorzaak van zijn dat het regenwater alles doet overlopen. Het water in de trenzen kan geen andere kant meer op, dan naar de erven, over de percelen en de huisjes in. Het stroomt onder de deuren door en via afvoerputjes in badkamers de kamers in. Door het hoge water in de trenzen duiken er ook meer en meer aboma’s en labaria’s en zelfs kaaimannen op. Deze situatie is levensgevaarlijk.

Zijn de mensen zich ervan bewust dat veel van het leed door de wateroverlast wordt veroorzaakt door hun eigen handelen? Natuurlijk heeft de overheid een verantwoordelijkheid en had het ministerie van Openbare Werken op reguliere basis kanalen en trenzen moeten opschonen. Maar, hebben de mensen geen eigen verantwoordelijkheid om de trenzen rond de eigen percelen schoon te houden?

Wanneer gaan vele Surinamers inzien dat zij hun lege petflessen en ander huishoudelijk afval gewoon in vuilniszakken moeten doen en aan de straat plaatsen op de dagen dat de vuilnisophaal langs komt? Nu worden zij door hun eigen mentaliteit en houding gestraft: vies, smerig donker water op de erven en in de woningen.

Waarom kunnen bijvoorbeeld jongeren in buurten en wijken niet eens de handen uit de mouwen steken?
Vaak zie je jongeren ’s middags en ’s avonds rondhangen voor de vele supermarkten en
internetcafé’s.

Ze maken plezier en dat is ze gegund. Maar, ondertussen lopen hun moeders wanhopig rond in hun door water ondergelopen huizen en dweilen zij met de kraan open. Is het niet mogelijk dat hun kinderen eens de trenzen rond de percelen van hun ouders gaan schoonmaken?

Maar, natuurlijk niet alleen de kinderen.

Laat de mannen in de buurten en wijken eens hun hoofden bij elkaar steken om gezamenlijk de volle trenzen te ontdoen van het afval en dichte begroeiing.

Het is een open deur……, maar als die deur wordt gesloten dan zal de wateroverlast beperkt kunnen worden.

Noot:
Artikel is op 30 mei geplaatst op de internetsite van het Korps Politie Suriname (rubriek 'Natuur en Milieu'), http://www.korps-politie-suriname.com, en op 31 mei is het artikel geplaatst in De West, http://www.dewestonline.cq-link.sr. De internetsite http://www.nospang.com heeft het artikel op 1 juni geplaatst. Het artikel is ook sinds 31 mei te lezen op de pupulaire internetsite http://www.waterkant.net.

woensdag 23 mei 2007

Type kerncentrale Bisram 'niet van de plank te koop' - Regering moet in actie komen

Start bouw kerncentrale Suriname dit jaar waarschijnlijk niet mogelijk

23-05-2007 Door: Paul Kraaijer



De start van de bouw van een kerncentrale in Suriname dit jaar is waarschijnlijk onmogelijk. Tot die conclusie komt de volger van het Surinaamse milieu- en afvalbeleid Paul Kraaijer uit Zwolle na onderzoek.

De Surinaamse ondernemer Chanderbosh Bisram kondigde onlangs aan dat de bouw van zijn kerncentrale in het district Commewijne start in augustus van dit jaar. Het betreft een nieuw type centrale die de experimentele fase net voorbij is.

De eerste zogenoemde High Temperature Reactor Pebble-bed Module (helium gekoelde kogelbed hoge-temperatuurreactor; HTR-PM) wordt overigens dit jaar gebouwd in China.

Volgens Aliki van Heek, kernfysicus bij de Nucleair Research & consultancy Group (NRG) in het Nederlandse Petten, is de HTR-PM ‘nog niet van de plank te kopen’. Mevrouw van Heek heeft Bisram op diens verzoek van ‘in de openbare literatuur beschikbare informatie’ voorzien over het type centrale dat hij wil bouwen.

Zij benadrukt tegenover Kraaijer dat lidmaatschap van het Internationaal Atoom Agentschap (IAEA) wenselijk is voor Suriname. Bij het lid worden van het IAEA moet Suriname een verklaring ondertekenen dat het geen nucleair materiaal zal leveren aan landen die het Non-Proliferatieverdrag (ter voorkoming dat nucleair materiaal in handen van bijvoorbeeld terroristen komt) niet hebben ondertekend, maar ook dat het milieuverantwoord zal omgaan met nucleaire materialen, aldus Aliki van Heek.

Zij verklaart verder dat Bisram niet in staat is om alleen een nucleair programma op te bouwen. Van Heek: ‘Dat is een zaak van de regering, omdat die de benodigde infrastructuur zoals een regelgevende autoriteit (in Nederland de Kernfysische Dienst) in het leven moet roepen, en een organisatie voor radioactief afval.’ Zo’n autoriteit en organisatie hadden er feitelijk volgens de Nederlandse kernfysicus al moeten zijn. Er is al het nodige radioactief afval uit ziekenhuizen en de industrie in Suriname.

De opslag en verwerking van dat afval is echter niet goed geregeld, concludeert Van Heek na bestudering van artikelen en documenten van Kraaijer, die sinds 2003 onderzoek heeft gedaan naar kernafval in Suriname.

Uit de reactie van Aliki van Heek kan geconcludeerd worden dat, alvorens Bisram zijn plan kan uitvoeren en Suriname internationaal niet in een isolement wil raken, de Surinaamse regering actie moet ondernemen. De kans dat dat gebeurt voor augustus dit jaar is niet groot, aldus Kraaijer. De ministers staan niet op één lijn als het gaat om kernenergie. De keuze tussen investeren in veilige, milieuvriendelijke energievormen en kernenergie moet nog gemaakt worden in de Surinaamse ministerraad.

Noot:
Nagekomen interessante reactie van Aliki van Heek:"Voor de bouw van een kerncentrale van start mag gaan moeten er in elk geval een veiligheidsrapport en een milieu-effectrapportage aan het ministerie van Milieu worden overlegd, en die zie ik niet voor augustus dit jaar afkomen."

Het wordt steeds duidelijker dat Bisram met geen mogelijkheid zijn kerncentrale-plan in augustus van start kan laten gaan.

dinsdag 8 mei 2007

IAEA nog niet door Surinaame regering benaderd voor lidmaatschap

Surinaamse regering heeft nog geen contact gehad met IAEA

08-05-2007  Door: Paul Kraaijer 8 mei 2007



Zwolle, Nederland 08-05-2007 – Het Internationaal Atoom Agentschap (IAEA) in het Oostenrijkse Wenen is nog niet door de Surinaamse overheid benaderd voor een aanvraag voor lidmaatschap van deze internationale organisatie. Dat heeft het agentschap laten weten aan de Zwolse volger van het Surinaamse milieu- en afvalbeleid Paul Kraaijer.

De Surinaamse ondernemer Chanderbosh Bisram liet op 16 maart via het Surinaamse dagblad de Ware Tijd weten dat hij nog steeds rondloopt met serieuze plannen voor de bouw van een klein type kerncentrale om daarmee een nog te bouwen aluminiumfabriek van energie te kunnen voorzien. Bisram ging zelfs zo ver door te melden dat de bouw in de tweede helft van dit jaar start en dat de financiering voor het project in Groot-Chatillon (district Commewijne) rond is.

Minister Lygia Kraag-Keteldijk van Buitenlandse Zaken kondigde direct aan dat zij op nationaal niveau een consultatieronde zou beginnen om over de plannen van Bisram te praten. Daarbij zou ook een eventueel lidmaatschap van het Internationaal Atoom Agentschap ter sprake komen. De bewindsvrouwe verklaarde dat onderzocht zou worden aan welke voorwaarden Suriname moet voldoen om zich aan te sluiten bij het IAEA.

Het bouwen van een kerncentrale vereist echter niet de toestemming van het IAEA, aldus een verklaring welke Kraaijer van de organisatie op 8 mei heeft ontvangen. ‘Het is een nationale beslissing om te starten met een nuclear programma’, aldus Ayan Evrensel van het IAEA. Evrensel benadrukt dat het haar leden, en dat zijn er inmiddels 143, vele voordelen oplevert. Zo biedt het IAEA aanzienlijke technische hulp biedt.
Verder beoordeelt het agentschap voor haar leden de economische levensvatbaarheid van een te bouwen kerncentrale en wordt kritisch gekeken naar de complete infrastructuur die nodig is om een centrale optimaal te laten functioneren.

Evrensel deelt Kraaijer verder mede dat in samenwerking met het IAEA ook veiligheidsnormen en veiligheidsprogramma’s kunnen worden vastgesteld en dat wordt onderzocht of de fysieke omgeving waar de centrale gebouwd gaat worden passend is voor het gehele nucleaire complex.

Uit de reactie van het IAEA blijkt duidelijk dat er bij de bouw van een kerncentrale veel komt kijken. Het is dan ook, aldus Kraaijer, onwaarschijnlijk dat nog dit jaar gestart kan worden met de bouw van een kerncentrale in Suriname. Hij twijfelt zelfs aan de algehele haalbaarheid van de plannen en of de komst van een kerncentrale door de Surinaamse bevolking omarmd wordt. De plannen van Bisram voorzien niet in energievoorziening aan de bevolking, maar slechts voor een eigen – nog te bouwen - industrieel complex.

Begin deze maand liet Bisram nog weten dat zijn plannen in volle gang zijn en dat hij in zijn nopjes is met het nieuwe klimaatrapport van de Verenigde Naties. In dit rapport wordt kernenergie vermeld als een optie om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. De ondernemer ziet dit als een extra stimulans voor zijn plannen. Kraaijer vindt de reactie van Bisram voorspelbaar. ‘Hij vermeldt echter niet dat het VN-Klimaatrapport kernenergie niet ziet als dè oplossing voor het klimaatprobleem en dat nog vele zaken eerst goed onderzocht moeten worden, zoals het vraagstuk rond de opslag van radioactief afval.’, aldus Kraaijer.

Noot:
Het artikel is op 8 mei geplaatst op de internetsite van het Korps Politie Suriname ('Natuur en Milieu'), http://www.korps-politie-suriname.com. Ook heeft Iwan Brave het geplaatst op zijn internetsite 'Amsterdams Venster, http://www.amsterdamsvenster.blogspot.com.