donderdag 31 januari 2008

MNO Vervat uit Nieuw-Vennep gaat dijken bouwen in Suriname

Nederlandse aannemer bouwt dijken in Suriname
Hollands Glorie aan Surinaamse oevers

31-01-2008 Door: Paul Kraaijer



Aannemersbedrijf MNO Vervat BV in Nieuw-Vennep gaat in de loop van dit jaar beginnen met twee grote dijkenbouwprojecten in Suriname. Zowel in december 2007 als in januari van dit jaar heeft het bedrijf contracten met de Surinaamse overheid in de wacht gesleept.

‘Het is een eer te mogen werken in zo’n mooi land en met zulke mooie mensen.’, zegt de 49-jarige Paul Bak, directeur divisie Buitenland bij MNO Vervat. Gezeten aan een grote vergadertafel op de vierde verdieping van het grote kantoor van het bedrijf, op een bedrijventerrein in Nieuw-Vennep, doet Bak enthousiast verslag van zijn ervaringen met Suriname. Binnen handbereik liggen twee mobiele telefoons. Een druk bezet directeur, een volle agenda.

'Surinamers zijn harde werkers'
Het is niet zo vreemd dat juist MNO Vervat terecht is gekomen in Suriname. Paul Bak heeft een paar jaar in Suriname gewoond en gewerkt, halverwege de jaren ’90. Hij was werkzaam voor Ballast Nedam. Het land heeft hem in alle opzichten geraakt en dat merk aan de wijze waarop hij spreekt. ‘Het is een mooi land, de mensen zijn vriendelijk en het zijn ook nog eens harde werkers. Zij lijken op geen enkele wijze op ‘de luie Surinamers’ zoals ze zo vaak hier worden getypeerd.’, aldus Bak.

In Suriname is hij onder andere betrokken geweest bij de bouw van een drinkwaterstation in Lelydorp en ook heeft hij enige tijd een leidinggevende baan gehad in de Billiton bauxietmijn bij Lelydorp. De bouw van het drinkwaterstation maakte onderdeel uit van het Parwat-project van de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij, SWM.

In 2003 trad Bak in dienst van MNO Vervat. Het bedrijf had toen nog geen grote buitenlandafdeling. Gewerkt werd voornamelijk aan projecten op de Nederlandse Antillen en dan vooral in de utiliteitsbouw. Een van de grootste orders was de bouw van de luchthaventerminal op Sint Maarten. Vrij snel daarna trachtte MNO Vervat haar eerste contract in Suriname in de wacht te slepen door in te schrijven voor plannen voor een nieuwe haven bij Paramaribo. Het bedrijf zag daar echter van af, toen er signalen kwamen dat zij daartoe geen enkele kans zou maken, omdat het geen ervaring zou hebben in de aanleg van havens.

Door al ontstane contacten in Suriname, vooral ontstaan in de periode dat Paul Bak er werkzaam was voor Ballast Nedam, kon MNO Vervat een contract sluiten met de SWM voor continuering en afronding van het Parwat-project. MNO Vervat ging nieuwe waterpompen plaatsen in Paramaribo (William Kraanplein, Blauwgrond en Van Hattemweg). Het betrof een project voor de jaren 2005, 2006 en 2007.

Na dit project bleef Paul Bak zijn aandacht richten op Suriname. Hij ging het Surinaamse nieuws goed volgen en hield een speciale internetsite van de Europese Unie en van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in de gaten. Daar worden zogenoemde tenders gepubliceerd. Bedrijven kunnen zich inschrijven voor projecten. Er verschenen tenders voor de bouw van een zeedijk en gedeelten van rivierdijken in Suriname.

Binnen MNO Vervat is veel ervaring aanwezig op het terrein van baggeren en dijkenbouw, dus Paul Bak zag mogelijkheden.
Het bedrijf meldde zich in augustus 2007 en schreef zich in voor plannen voor de bouw van 5.4 kilometer dijk langs de rechteroever van de Surinamerivier en 3 kilometer langs de linkeroever van de Commewijnerivier (Kavel 2), ten noorden van Paramaribo waar beide rivieren uitmonden in de Atlantische Oceaan ter hoogte van Nieuw Amsterdam, en voor de bouw van een zeedijk ter hoogte van het dorp Totness in het district Coronie (Kavel 1). Naast MNO Vervat schreef ook Ballast Nedam zich in voor het project. Tot verbazing van Paul Bak bleek het bod van Ballast Nedam veel te hoog te zijn.


Alvorens MNO Vervat definitief tot contractondertekening overging voor de bouw van een zeedijk in Coronie, was enige aanpassing in de ontwerpplannen noodzakelijk. Van de aanneemsom van rond 54 miljoen euro moest iets af worden geschraapt om in aanmerking te komen voor de ORET-regeling. Het ORET-programma is een programma van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken en ondersteunt duurzame investeringsprojecten in infrastructuur in ontwikkelingslanden. Door enkele praktische aanpassingen lukte het MNO Vervat om de aanneemsom te verlagen richting 45 miljoen euro waardoor de ORET-regeling binnen bereik kwam. Voor de bouw van de zeedijk zijn zeventig maanden uitgetrokken. Na de bouw volgen nog zes maanden onderhoudstermijn. Met de bouw van de nieuwe ongeveer 11.5 kilometer lange dijk hoopt de regering afslag van de kust tegen te gaan. Ook kan door de dijk de landbouw in het district verder ontwikkeld worden.

‘Surinamers komen hun afspraken na.’, aldus Bak. Tijdens de ondertekening van het uitvoeringscontract op 5 december was Bak aangenaam verrast door de grote mediabelangstelling. ‘Water’ is dan ook een onderwerp dat leeft in Suriname. Het land ligt laag en ook hier heeft het Al Gore doemscenario voet aan wal gekregen. De stijging van de zeespiegel is echter voor Suriname een reëel en niet te onderschatten toekomstig gevaar.

De uitvoering van het Kavel 2 project (‘Aanleg oeververdedigingswerken rechteroever Surinamerivier en linkeroever Commewijnerivier’) gaat vijf jaar in beslag nemen. Het ontwerp van de dijken gaat lijken op de bestaande Zeedijk in Nickerie: een kleilichaam met plasberm, onderhoudsweg, betonnen taludtrappen, afrastering en aan de rivierzijde zogenaamd geotextieldoek en breuksteenbekleding. De financiering komt van het ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking, PLOS. De technische assistentie gaat gecoördineerd worden door het ministerie van Openbare Werken. De nieuwe dijken moeten in de toekomst wateroverlast in Commewijne voorkomen.

Op 24 januari vond in Paramaribo de ondertekening plaats van het contract voor de bouw van de zeedijk in Coronie. Bij die ondertekening waren onder aanwezig vice-president Ramdien Sardjoe, minister Michael Jong Tjien Fa van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer, Humphrey Hildenberg (minister van Financiën), Gregory Rusland (minister van Natuurlijke Hulpbronnen), minister Ganeshkoemar Kandhai van Openbare Werken en minister Rick van Ravenswaay van PLOS.

Goed contact met de bevolking
Paul Bak is zeer te spreken over de samenwerking met de Surinaamse ministeries. Hij omschrijft minister Rick van Ravenswaay van PLOS als een ‘pragmatische man’. ‘Surinamers komen hun afspraken na.’, aldus Bak. ‘Soms gaan zaken wel eens wat traag en wordt niet op tijd betaald, maar uiteindelijk komt altijd alles goed.’

Gedurende de onderhandelingsperiode is MNO Vervat nauw betrokken geweest bij het informeren van de bevolking over de plannen. Kleine problemen liggen her en der op de loer. Zo kan het gebeuren dat bewoners in Commewijne hun huizen moeten verlaten, omdat die illegaal zijn gebouwd. Visbedrijven dreigen ontdaan te worden van hun steigers. De regering stelt zich echter op het standpunt dat de veiligheid van bewoners het meest belangrijk is en juist door dijken gaat die veiligheid gegarandeerd worden.

MNO Vervat gaat voor haar werkzaamheden grotendeels gebruik maken van lokale materialen en arbeidskrachten. Op dit moment heeft het bedrijf slechts twee eigen mensen in Paramaribo en dat zijn, aldus Bak, ervaren rotten in het vak. De mannen zijn rond de zestig en beschikken over jarenlange ervaring, opgedaan in vele landen. Een van de mannen woont al sinds september in Paramaribo. Zij kennen het land, de cultuur, de mensen en hebben ook een sociale betrokkenheid.

‘Wat betreft de materialen is bijna alles in Suriname aanwezig.’, aldus Bak. Het enige dat misschien van elders moet komen zijn graafmachines met een lange giek. Bak: ‘Die zijn nu niet aanwezig in Suriname.’ Hij wil een goede samenwerking opbouwen met lokale mensen.

Zelf voelt hij zich thuis in Suriname. Bak heeft in vele landen gewerkt, waaronder de Antillen, Indonesië en Maleisië. Suriname heeft echter een gevoelige snaar bij hem weten te raken.

'Heh meneer Bak, heeft u nog werk?'
De dijken zijn niet de laatste klussen voor Paul Bak en zijn MNO Vervat in Suriname. Er zijn diverse ontwikkelingen in het land, zoals een geplande geïntegreerde bauxietindustrie in het Bakhuisgebergte in West-Suriname. Dat zou veel interessant werk kunnen opleveren. Hij noemt nog een aantal concrete toekomstige projecten. ‘Maar die houd ik nog voor mij hoor, omdat de concurrentie op de loer ligt.’, zegt Bak. In ieder geval ligt er nog veel werk op de weg en waar die weg naar toe gaat leiden blijft vooralsnog alleen bekend in het kantoor aan de Pondweg in Nieuw-Vennep.

‘Heh meneer Bak, heeft u nog werk?’ Dat hoort Paul Bak vaak tijdens zijn bezoeken aan Suriname, wandelend door Paramaribo. Oude bekenden. Mensen met wie hij heeft gewerkt bij Ballast Nedam en in de bauxietmijn van Lelydorp. Ze herkennen hem. Hij vervalt even in het ophalen van herinneringen. Over Suriname praten doet hij met passie, warmte en liefde. Een ‘bakra’ (Nederlander) met een ‘Sranan’ (Surinaams) hart. De tijd vliegt en een nieuwe afspraak wacht.

Noot:
Het artikel is geplaatst op de internetsite www.nospang.com/ en verschenen in The Suriname Highlights, www.thesurinamhighlights.com/.

woensdag 19 september 2007

Ontwateringsproblemen Suriname onder aandacht gebracht van Nederlandse Kroonprins Willem-Alexander

Kroonprins Willem-Alexander in Mexico City tijdens
4e World Water Forum 16-22 maart 2006
Kroonprins Willem-Alexander plaatst water op hogere internationale politieke agenda

19-09-2007 door: Paul Kraaijer

De Zwolse volger van het Surinaamse milieubeleid Paul Kraaijer heeft de Surinaamse ontwateringsproblematiek onder de aandacht weten te brengen van de Nederlandse Kroonprins Willem-Alexander. De Kroonprins houdt zich sinds 1998 intensief bezig met het onderwerp watermanagement. Hij beschikt over veel kennis over uiteenlopende water problematieken wereldwijd. In internationaal verband woont hij vele bijeenkomsten bij waar over water gesproken wordt. De waterkennis van de toekomstige koning van Nederland wordt alom geprezen.

Vanwege de internationale betrokkenheid van de Kroonprins inzake watermanagement en diens internationale contacten heeft Kraaijer begin mei een brief gezonden aan Kroonprins Willem-Alexander inzake de ontwateringsproblematiek in Suriname. De Zwollenaar wilde met zijn brief de Surinaamse ‘waterproblematiek’ internationaal onder de aandacht brengen om daarmee ook mogelijk een vorm van internationale steun te verkrijgen voor de Surinaamse overheid om de ontwatering in het land adequaat en snel aan te kunnen gaan pakken.

Eind april, begin mei, immers werd Suriname getroffen door extreem veel regen. Die extreme regenval leidde tot zeer veel wateroverlast. Vele wijken van Paramaribo en ook het centrum kwamen blank te staan. Bewoners uitten kritiek op minister Kandhai van het ministerie van Openbare Werken die te weinig zou hebben gedaan om wateroverlast te voorkomen. Pompgemalen bleken slecht onderhouden of werkten helemaal niet. Vele trenzen (greppels) liepen over, omdat zij verstopt waren geraakt door vooral gedumpte petflessen en ander afval en nauwelijks tot niet waren en worden ‘opgeschoond’.

Begin mei ontdekte de Zwollenaar, dat in 2002 een compleet ‘Beheer- en Monitoringsplan’ voor een goede ontwatering van Groot Paramaribo is afgerond. Dat plan (omvattend alle beheersactiviteiten zoals inspecties, gegevensverwerking, onderhoud en management) werd in opdracht van Openbare Werken opgesteld door Broks-Messelaar Consultancy (Amersfoort, Nederland), Sunecon (Paramaribo), Delft Hydraulics (Rotterdam) en DHV Water (Amersfoort).

Messelaar verklaarde tegenover Kraaijer dat de uitvoering van dit grootse plan niet werd uitgevoerd, omdat er onvoldoende financiering voor werd gevonden. Opmerkelijk, vooral omdat president Venetiaan in zijn jaarrede van 2000 verklaarde: ‘Aan de hand van het af te ronden Masterplan inzake de ontwatering van Groot-Paramaribo, zal onze hoofdstad worden bevrijd van het steeds terugkerend probleem van het onderlopen van grote delen ervan.’

Namens Kroonprins Willem-Alexander heeft Koos Wieriks, Adviseur Water van Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje, op 19 september inhoudelijk gereageerd op de brief van Kraaijer.

‘De principes van goed watermanagement en de techniek van allerhande oplossingen zijn in feite overal bekend en voor iedereen beschikbaar. Om tot daadwerkelijk handelen over te gaan is het vaak in eerste instantie noodzakelijk alle betrokkenen, inclusief de politiek verantwoordelijk, nadrukkelijk te wijzen op de noodzaak van de actie. Voor de problemen in Suriname zijn uw artikelen een bijdrage aan dit bewustwordingsproces.’, aldus Wieriks, namens Kroonprins Willem-Alexander.

‘Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje probeert via zijn inspanningen in internationaal verband nadrukkelijk water op de hogere politieke agenda te krijgen. Met uw brief heeft U de problematiek van Suriname nadrukkelijk onder zijn aandacht gebracht."

woensdag 30 mei 2007

Bewoners worden door eigen mentaliteit en houding gestraft

LAAT JONGEREN TRENZEN SCHOONMAKEN...een open deur?

30-05-2007  COLUMN  door: Paul Kraaijer



Sinds 25 april wordt Suriname getroffen door extreem zware regenval. Vooral Paramaribo werd de laatste dagen van april getroffen door onophoudelijke regenbuien. Straten kwamen blank te zijn, winkeliers hielden hun zaken dicht en vele scholen zagen zich genoodzaakt de deuren te sluiten. In vele buurten was het verschil tussen wegen en trenzen en kanalen niet meer te zien. In mei werden meerdere districten getroffen door ernstige wateroverlast.

Volgens meteorologen van de Surinaamse Meteorologische Dienst, maar ook volgens diverse regeringsvertegenwoordigers, is de extreme regenval niet uitzonderlijk. Het is immers de grote regentijd. Een dooddoener voor de mensen die dagen achtereen tot hun knieën in het water zitten. Zelfs de klimaatverandering en dus de opwarming van de aarde worden als schuldigen aangewezen.

Politici in de Nationale Assemblee rollen over elkaar heen in de media om ook hun oppervlakkige kennis inzake waterbeheersing over tafel te gooien. President Venetiaan trekt de stoute laarzen aan en rept zich naar Plantage Vier Kinderen, zijn geboortegrond. Hij wil met eigen ogen zien wat wateroverlast veroorzaakt voor de bewoners. Het leed, de onhygiënische toestanden, het waterpeil in de huizen. Venetiaan wil het leed voelen en loopt stoer als een heuse leider des volks door het smerige water om de lokalen een hart onder de riem te steken. En ja hoor, prompt verschijnen er veel Assembleeleden ten tonele die het maar niets vinden dat hun president alleen naar Para gaat.

Waarom niet naar Commewijne? Waarom niet naar Coronie? Waarom niet naar Nickerie? Ondertussen blijft het hemelwater in grote hoeveelheden de aarde bewateren. Ondertussen moeten vrouwen, kinderen, ouderen, iedereen, zich een weg banen door twintig, dertig, veertig centimeter hoog water in hun huisjes en op hun percelen en erven.

Natuurlijk is het zo, dat de regering in gebreke is gebleken: pompgemalen en sluizen zijn zeer slecht structureel onderhouden en kanalen en grote trenzen zijn de afgelopen jaren niet tot nauwelijks opgeschoond. Feiten. Vele trenzen en kanalen zijn overwoekerd. Duizenden kikkers en padden vinden er een goed leven in en dat laten zich ’s avonds en ’s nachts luid horen.

Bewoners zijn er vaak zelf de oorzaak van dat trenzen verstopt zijn geraakt. Het zijn immers de meest favoriete en voor de hand liggende locaties om hun eigen troep in te dumpen. De mensen vergeten dat veel afval niet vergaat, zoals de duizenden gedumpte petflessen. Op den duur kan het niet anders dan tot verstoppingen leiden.

Het zijn vooral die smerige, overwoekerde trenzen en duikers die er de oorzaak van zijn dat het regenwater alles doet overlopen. Het water in de trenzen kan geen andere kant meer op, dan naar de erven, over de percelen en de huisjes in. Het stroomt onder de deuren door en via afvoerputjes in badkamers de kamers in. Door het hoge water in de trenzen duiken er ook meer en meer aboma’s en labaria’s en zelfs kaaimannen op. Deze situatie is levensgevaarlijk.

Zijn de mensen zich ervan bewust dat veel van het leed door de wateroverlast wordt veroorzaakt door hun eigen handelen? Natuurlijk heeft de overheid een verantwoordelijkheid en had het ministerie van Openbare Werken op reguliere basis kanalen en trenzen moeten opschonen. Maar, hebben de mensen geen eigen verantwoordelijkheid om de trenzen rond de eigen percelen schoon te houden?

Wanneer gaan vele Surinamers inzien dat zij hun lege petflessen en ander huishoudelijk afval gewoon in vuilniszakken moeten doen en aan de straat plaatsen op de dagen dat de vuilnisophaal langs komt? Nu worden zij door hun eigen mentaliteit en houding gestraft: vies, smerig donker water op de erven en in de woningen.

Waarom kunnen bijvoorbeeld jongeren in buurten en wijken niet eens de handen uit de mouwen steken?
Vaak zie je jongeren ’s middags en ’s avonds rondhangen voor de vele supermarkten en
internetcafé’s.

Ze maken plezier en dat is ze gegund. Maar, ondertussen lopen hun moeders wanhopig rond in hun door water ondergelopen huizen en dweilen zij met de kraan open. Is het niet mogelijk dat hun kinderen eens de trenzen rond de percelen van hun ouders gaan schoonmaken?

Maar, natuurlijk niet alleen de kinderen.

Laat de mannen in de buurten en wijken eens hun hoofden bij elkaar steken om gezamenlijk de volle trenzen te ontdoen van het afval en dichte begroeiing.

Het is een open deur……, maar als die deur wordt gesloten dan zal de wateroverlast beperkt kunnen worden.

Noot:
Artikel is op 30 mei geplaatst op de internetsite van het Korps Politie Suriname (rubriek 'Natuur en Milieu'), http://www.korps-politie-suriname.com, en op 31 mei is het artikel geplaatst in De West, http://www.dewestonline.cq-link.sr. De internetsite http://www.nospang.com heeft het artikel op 1 juni geplaatst. Het artikel is ook sinds 31 mei te lezen op de pupulaire internetsite http://www.waterkant.net.

woensdag 23 mei 2007

Type kerncentrale Bisram 'niet van de plank te koop' - Regering moet in actie komen

Start bouw kerncentrale Suriname dit jaar waarschijnlijk niet mogelijk

23-05-2007 Door: Paul Kraaijer



De start van de bouw van een kerncentrale in Suriname dit jaar is waarschijnlijk onmogelijk. Tot die conclusie komt de volger van het Surinaamse milieu- en afvalbeleid Paul Kraaijer uit Zwolle na onderzoek.

De Surinaamse ondernemer Chanderbosh Bisram kondigde onlangs aan dat de bouw van zijn kerncentrale in het district Commewijne start in augustus van dit jaar. Het betreft een nieuw type centrale die de experimentele fase net voorbij is.

De eerste zogenoemde High Temperature Reactor Pebble-bed Module (helium gekoelde kogelbed hoge-temperatuurreactor; HTR-PM) wordt overigens dit jaar gebouwd in China.

Volgens Aliki van Heek, kernfysicus bij de Nucleair Research & consultancy Group (NRG) in het Nederlandse Petten, is de HTR-PM ‘nog niet van de plank te kopen’. Mevrouw van Heek heeft Bisram op diens verzoek van ‘in de openbare literatuur beschikbare informatie’ voorzien over het type centrale dat hij wil bouwen.

Zij benadrukt tegenover Kraaijer dat lidmaatschap van het Internationaal Atoom Agentschap (IAEA) wenselijk is voor Suriname. Bij het lid worden van het IAEA moet Suriname een verklaring ondertekenen dat het geen nucleair materiaal zal leveren aan landen die het Non-Proliferatieverdrag (ter voorkoming dat nucleair materiaal in handen van bijvoorbeeld terroristen komt) niet hebben ondertekend, maar ook dat het milieuverantwoord zal omgaan met nucleaire materialen, aldus Aliki van Heek.

Zij verklaart verder dat Bisram niet in staat is om alleen een nucleair programma op te bouwen. Van Heek: ‘Dat is een zaak van de regering, omdat die de benodigde infrastructuur zoals een regelgevende autoriteit (in Nederland de Kernfysische Dienst) in het leven moet roepen, en een organisatie voor radioactief afval.’ Zo’n autoriteit en organisatie hadden er feitelijk volgens de Nederlandse kernfysicus al moeten zijn. Er is al het nodige radioactief afval uit ziekenhuizen en de industrie in Suriname.

De opslag en verwerking van dat afval is echter niet goed geregeld, concludeert Van Heek na bestudering van artikelen en documenten van Kraaijer, die sinds 2003 onderzoek heeft gedaan naar kernafval in Suriname.

Uit de reactie van Aliki van Heek kan geconcludeerd worden dat, alvorens Bisram zijn plan kan uitvoeren en Suriname internationaal niet in een isolement wil raken, de Surinaamse regering actie moet ondernemen. De kans dat dat gebeurt voor augustus dit jaar is niet groot, aldus Kraaijer. De ministers staan niet op één lijn als het gaat om kernenergie. De keuze tussen investeren in veilige, milieuvriendelijke energievormen en kernenergie moet nog gemaakt worden in de Surinaamse ministerraad.

Noot:
Nagekomen interessante reactie van Aliki van Heek:"Voor de bouw van een kerncentrale van start mag gaan moeten er in elk geval een veiligheidsrapport en een milieu-effectrapportage aan het ministerie van Milieu worden overlegd, en die zie ik niet voor augustus dit jaar afkomen."

Het wordt steeds duidelijker dat Bisram met geen mogelijkheid zijn kerncentrale-plan in augustus van start kan laten gaan.

dinsdag 8 mei 2007

IAEA nog niet door Surinaame regering benaderd voor lidmaatschap

Surinaamse regering heeft nog geen contact gehad met IAEA

08-05-2007  Door: Paul Kraaijer 8 mei 2007



Zwolle, Nederland 08-05-2007 – Het Internationaal Atoom Agentschap (IAEA) in het Oostenrijkse Wenen is nog niet door de Surinaamse overheid benaderd voor een aanvraag voor lidmaatschap van deze internationale organisatie. Dat heeft het agentschap laten weten aan de Zwolse volger van het Surinaamse milieu- en afvalbeleid Paul Kraaijer.

De Surinaamse ondernemer Chanderbosh Bisram liet op 16 maart via het Surinaamse dagblad de Ware Tijd weten dat hij nog steeds rondloopt met serieuze plannen voor de bouw van een klein type kerncentrale om daarmee een nog te bouwen aluminiumfabriek van energie te kunnen voorzien. Bisram ging zelfs zo ver door te melden dat de bouw in de tweede helft van dit jaar start en dat de financiering voor het project in Groot-Chatillon (district Commewijne) rond is.

Minister Lygia Kraag-Keteldijk van Buitenlandse Zaken kondigde direct aan dat zij op nationaal niveau een consultatieronde zou beginnen om over de plannen van Bisram te praten. Daarbij zou ook een eventueel lidmaatschap van het Internationaal Atoom Agentschap ter sprake komen. De bewindsvrouwe verklaarde dat onderzocht zou worden aan welke voorwaarden Suriname moet voldoen om zich aan te sluiten bij het IAEA.

Het bouwen van een kerncentrale vereist echter niet de toestemming van het IAEA, aldus een verklaring welke Kraaijer van de organisatie op 8 mei heeft ontvangen. ‘Het is een nationale beslissing om te starten met een nuclear programma’, aldus Ayan Evrensel van het IAEA. Evrensel benadrukt dat het haar leden, en dat zijn er inmiddels 143, vele voordelen oplevert. Zo biedt het IAEA aanzienlijke technische hulp biedt.
Verder beoordeelt het agentschap voor haar leden de economische levensvatbaarheid van een te bouwen kerncentrale en wordt kritisch gekeken naar de complete infrastructuur die nodig is om een centrale optimaal te laten functioneren.

Evrensel deelt Kraaijer verder mede dat in samenwerking met het IAEA ook veiligheidsnormen en veiligheidsprogramma’s kunnen worden vastgesteld en dat wordt onderzocht of de fysieke omgeving waar de centrale gebouwd gaat worden passend is voor het gehele nucleaire complex.

Uit de reactie van het IAEA blijkt duidelijk dat er bij de bouw van een kerncentrale veel komt kijken. Het is dan ook, aldus Kraaijer, onwaarschijnlijk dat nog dit jaar gestart kan worden met de bouw van een kerncentrale in Suriname. Hij twijfelt zelfs aan de algehele haalbaarheid van de plannen en of de komst van een kerncentrale door de Surinaamse bevolking omarmd wordt. De plannen van Bisram voorzien niet in energievoorziening aan de bevolking, maar slechts voor een eigen – nog te bouwen - industrieel complex.

Begin deze maand liet Bisram nog weten dat zijn plannen in volle gang zijn en dat hij in zijn nopjes is met het nieuwe klimaatrapport van de Verenigde Naties. In dit rapport wordt kernenergie vermeld als een optie om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. De ondernemer ziet dit als een extra stimulans voor zijn plannen. Kraaijer vindt de reactie van Bisram voorspelbaar. ‘Hij vermeldt echter niet dat het VN-Klimaatrapport kernenergie niet ziet als dè oplossing voor het klimaatprobleem en dat nog vele zaken eerst goed onderzocht moeten worden, zoals het vraagstuk rond de opslag van radioactief afval.’, aldus Kraaijer.

Noot:
Het artikel is op 8 mei geplaatst op de internetsite van het Korps Politie Suriname ('Natuur en Milieu'), http://www.korps-politie-suriname.com. Ook heeft Iwan Brave het geplaatst op zijn internetsite 'Amsterdams Venster, http://www.amsterdamsvenster.blogspot.com.

zaterdag 28 april 2007

Greenpeace Argentinie: hoe bekostigt Suriname haar IWC-lidmaatschap?

Waarom is Suriname lid van de Internationale Walvis Commissie

28-04-2007 door: Paul Kraaijer



Zwolle, Nederland, 28-04-2007 – Het lidmaatschap van Suriname van de International Whaling Commission (IWC) roept vragen op. Immers, waarom zou een land als Suriname lid zijn van een internationale organisatie die zich richt op de gang van zaken rond onder andere de walvisvangst? Suriname is zelf niet bekend met walvisvangst, walvisvlees wordt in het land niet gegeten en het land doet zelfs niet aan het zogenoemde ‘whale watching’.

Suriname werd in 2004 lid van de IWC. Jaarlijks houdt de IWC een internationale vergadering. De 59e jaarlijkse vergadering vindt dit jaar in mei plaats in Anchorage, Alaska.

Het stemgedrag van de Surinaamse vertegenwoordiger heeft de afgelopen jaren de aandacht getrokken in negatieve zin. Jaswant Sahtoe bleek ieder jaar exact hetzelfde stemgedrag te hebben als Japan. Japan wil dat het verbod op de commerciële walvisvangst wordt opgeheven. Suriname staat hierin achter Japan. Maar waarom?
Geruchten zoemden rond.

Japan zou Suriname omkopen.
Opvallend is het aantal kleine lidstaten sinds 2000 in de IWC. In 1999 verklaarde Japan dat het zou gaan werken aan een toename van zijn aantal vrienden in de IWC. Dat is gelukt gelet op het lidmaatschap sinds 2000 van Nicaragua, Ivoorkust, Mongolië, Tuvalu, Mali, Kiribati, Gambia, Nauru, Kameroen, Togo, Cambodja, Mauritanië, Marokko, Gabon, Benin, Palau, de Marshall Islands en Suriname.

Japan blijft ontkennen dat zij stemmen heeft gekocht om daarmee te streven naar opheffing van het verbod op commerciële walvisvangst.

Maar, algemeen wordt aangenomen dat Japan alle kosten vergoed voor het IWC-lidmaatschap van nieuwe leden en de kosten die de nieuwe lidstaten moeten maken om deel te kunnen nemen aan de jaarlijkse vergaderingen van de commissie. Het is verder bekend dat het Japanse Visserij Agentschap bepaalde landen financieel ondersteund. Zo werd in februari van dit jaar bekend dat Japan aan Suriname een bedrag van 7 miljoen US dollar schenkt voor de bouw van een visserijcentrum.
De Japanse vertegenwoordiger in de IWC beweerde op 23 april nog dat beschuldigingen over omkoping ‘een belediging is van de soevereiniteit van de lidstaten van de IWC om te stemmen zoals zij wensen’.

De afgelopen jaren is door Japan echter diverse malen erkend dat zij aan bepaalde landen steun biedt vanwege belangen in de IWC.
In juli 2001 erkende Maseyuku Komatsu van het Japanse Visserij Agentschap tegenover ABC TV in Australië, dat Japan landen hulp biedt en dat die hulp een ‘belangrijk stuk gereedschap is’ om steun te verkrijgen voor het hervatten van de commerciële walvisjacht. ‘Japan has to use tools op diplomatic communications and promises of overseas development aid to infuence members of the International Whaling Commission’, aldus Komatsu in de Britse krant The Guardian op 19 juli 2001.

In dat zelfde jaar verklaarde de toenmalige minister-president van Antigua en Barbuda, Lester Bird, in een interview met de Caribbean News Agency, dat zolang de walvis nog geen bedreigde diersoort is er geen enkele reden is om Japan in de IWC niet te steunen en dan ook nog eens daarvoor enige hulp te ontvangen. ‘I am not going to be a hypocrite; that is part of why we do so.’, aldus Bird.

Op 18 juli 2005 deed ook de toenmalige IWC-vertegenwoordiger voor de Solomon Islands, Albert Wata, een uitlating over Japanse steun in ruil voor een stem. Wata verklaarde op ABC TV (Australië): ‘The Japanese pay the government’s subscriptions. They support the delegations to the meetings in terms of meeting airfaires and per diem.’

In april 2002 werd duidelijk dat Japan geld had geschonken aan de regering van Grenada voor de International Whaling Commission. Het voormalige lid van de IWC voor Grenada, Michael Baptiste, verklaarde met dat geld betaald te zijn.

Atherton Martin nam in juli 2005 ontslag als minister van Visserij op Dominica, omdat zijn land in de IWC tegen een voorstel had gestemd voor een beschermd walvisgebied. Het Kabinet was daar echter voorstander van. Later bleek dat er onduidelijkheden waren rond de financiering van deelname aan de IWC door de Dominica-vertegenwoordiger. Volgens Martin kon niemand in de regering aangeven hoe de deelname aan de IWC werd bekostigd. ‘I don’t think the international legal community has come up with a term yet to describe this blatant, purchasing of small country governments by Japan.’

Greenpeace Argentinië vraagt zich af hoe Suriname deelname aan de IWC bekostigd. Een lidstaat betaalt voor haar lidmaatschap jaarlijks 13.000 US dollar. Naast het lidmaatschapsgeld is een land ook jaarlijks kosten kwijt aan de reis naar de jaarlijkse vergadering en aan hotelkosten. Uit onderzoek blijkt, dat enkele IWC-lidstaten die kosten krijgen vergoed van het Japanse Visserij Agentschap.

Inmiddels is de Surinaamse overheid benadert met het verzoek om openheid van zaken te geven met betrekking tot het bekostigen van het IWC-lidmaatschap.
Greenpeace blijft een van de meest kritische volgers van het Surinaamse stemgedrag in de IWC. Volgens Milko Schvartzmann, campagneleider ‘walvissen’ Latijns Amerika van de Argentijnse afdeling van Greenpeace, zijn Surinaamse argumenten inzake de walvisjacht nooit in een wetenschappelijke uitgave verschenen.

De argumenten zijn slechts een herhaling van de propaganda van het Japanse Visserij Agentschap, aldus Schvartzmann. (Schvartzmann: ‘All arguments about whaling that Suriname Government have been using are false, and never were published in any scientific peer review paper, they are only a repetition of Japan Fisheries Agency propaganda.’)

De hardnekkigheid waarmee de Surinaamse overheid blijft volhouden dat van enige vorm van omkoping door Japan in de IWC geen sprake is, is opvallend. De afgelopen jaren blijken voldoende feiten boven water te zijn gekomen, waaruit blijkt dat Japan IWC-lidstaten aan zich wil binden in ruil voor met name financiële steun. Inmiddels staat Suriname alleen als Latijns Amerikaans land met haar steun aan Japan in de IWC. De lidstaten Brazilië, Chili, Argentinië, Nicaragua, Panama en Belize zijn tegenstanders van de jacht op walvissen.

In december 2006 kwamen zelfs de IWC-landen Argentinië, Brazilië, Mexico, Peru, Chili en Panama bijeen in Buenos Aires om onder andere te praten over ‘whale watching’.

Bij deze bijeenkomst waren ook regeringsvertegenwoordigers aanwezig van Ecuador, Guatemala en de Dominicaanse Republiek en diplomaten van de ambassades van Colombia, Uruguay en Venezuela. ‘Whale watching’ toerisme is een belangrijke bron van inkomsten geworden. Deze vorm van toerisme moet volgens de ‘Buenos Aires Groep’ worden gestimuleerd. Verder blijven zij fel gekant tegen de hervatting van commerciële walvisvangst en pleiten zij voor beschermde gebieden voor walvissen in de zuidelijke Atlantische Oceaan en het zuidelijke deel van de Stille/Grote Oceaan. Chili wordt de gastheer voor de 60e jaarlijkse vergadering van de IWC in 2008.

Opvallend is dat bij deze 'Buenos Aires Groep' Suriname ontbreekt…..

Jaswant Sahtoe was niet voor een reactie bereikbaar.

maandag 23 april 2007

Japan ontkent omkopingbeschuldigingen in Walviscommissie

Stemgedrag Suriname in IWC niet gekocht door Japan

23-04-2007 Door: Paul Kraaijer


Zwolle, Nederland, 23-04-2007 – Het stemgedrag van Suriname in de International Whaling Commission (IWC) is de afgelopen jaren niet beïnvloed door Japan. Dat beweert Minou Morimoto, de Japanse vertegenwoordiger in de IWC.

Sinds het lidmaatschap in 2004 van Suriname heeft de Surinaamse vertegenwoordiger in de IWC, Jaswant Sahtoe, gestemd voor het opheffen van het verbod op de commerciële walvisvangst.

Al snel gingen er geruchten dat Japan, de grootste voorstander van het opheffen van dat verbod, kleine landen omkocht om stemmen te vergaren tijdens de jaarlijkse vergaderingen van de IWC. Ook Suriname zou zijn omgekocht. Het Wereld Natuur Fonds en Greenpeace beschuldigden de Japanse vertegenwoordiging in de IWC van omkoping tijdens de 56e vergadering van de IWC in juli 2004 in Italië.

Een jaar later kwamen de beschuldigingen terug. In een ingezonden brief in de grootste Surinaamse krant de Ware Tijd op 19 februari 2005 liet Milko Schvartzmann van Greenpeace Argentinië weten bezorgd te zijn over het stemgedrag van Suriname in de IWC. De Surinaamse vertegenwoordiger in de commissie, Sahtoe, heeft zich altijd fel verzet tegen de beschuldigingen.

Toch kwamen de corruptie verdachtmakingen begin dit jaar weer boven water in de Surinaamse media. Japan schonk Suriname 7 miljoen US dollar voor de financiering van een tweede visserijcentrum in Bethesda. Minister Lygia Kraag-Keteldijk haastte zich om duidelijk te maken dat het stemgedrag van Suriname in de IWC geen enkele invloed heeft gehad op de Japanse financiële steun.

Binnenkort wordt de 59e jaarlijkse IWC-vergadering in Anchorage, Alaska, gehouden. De milieubeweging zal met belangstelling het stemgedrag van onder andere Suriname in de gaten houden.

Bij monde van de Tweede Secretaris van de Japanse ambassade in Nederland, Masatada Takemoto, laat de Japanse vertegenwoordiger in de IWC weten dat de beschuldiging over omkoping ‘een belediging is van de soevereiniteit van de lidstaten van de IWC om te stemmen zoals zij wensen’.

‘Beschuldigingen over het kopen van stemmen vormen onderdeel van bedreigingen en intimidaties door enkele NGO’s tegen Caribische- en buurlanden die het principe van duurzaam gebruik van alle zeeorganismen inclusief walvissen hebben gesteund.’, aldus Morimoto, de Japanse vertegenwoordiger in de IWC. Morimoto: ‘Het is niet verrassend dat landen die afhankelijk zijn van de zee op een gelijke manier stemmen in de IWC als Japan.’

Hij benadrukt verder, dat het voor Japan gebruikelijk is om allerlei landen wereldwijd hulp te bieden, dus ook Suriname. Onder die landen bevinden zich ook landen als Argentinië, Brazilië, India en Mexico. Deze landen zijn tegenstanders van de walvisjacht.

Noot:
Een groot artikel over het stemgedrag van Suriname in de IWC: zie 13 april 2007.
Ter volledigheid hieronder de gehele reactie van de Japanse vertegenwoordiger in de IWC die ik heden heb ontvangen:

23 April 2007

Dear Mr. Paul Kraaijer,

With regard to your e-mail to Mr. Morimoto dated 22 April, I would like toanswer your question.

Japan is one of the world’s largest donor in development assistance, providing aid to over 150 countries. This aid is not linked to the policiesof recipient nations on specific issues. In fact, Japanese aid is provided to a number of countries including Argentina, Brazil, India and Mexico thatare opposed to whaling. Allegations of vote buying are part of a campaign of threats and intimidation by some NGOs against Caribbean and neighboring nations that have supported the principle of sustainable use of all marine resources including whales.

It is not surprising that nations dependant on the resources of the seawould vote in a similar manner to Japan in the IWC. Assertions that their votes have been bought are an insult to the sovereignty of these nations to vote as they wish within the IWC. In addition, I recognize that the Surinamese government be a member of IWCbased on the ICRW (the International Convention for the Regulation of Whaling) procedure properly.

I hope the answer is enough for you.

Best regards,

Masatada TAKEMOTO (Mr.)
Second Secretary
Embasy of Japan

vrijdag 13 april 2007

Blijft Suriname Japan steunen in Internationale Walvis Commissie?

Standpunt Suriname in internationale walvisvangst
Geruchten omkoping door Japan nog niet verdwenen

13-04-2007 door: Paul Kraaijer

ZWOLLE, Nederland, 13-04-2007 - Sinds de aanvang van het lidmaatschap van Suriname op 14 juli 2004 van de International Whaling Commission, is het stemgedrag van de Surinaamse vertegenwoordiger tijdens de jaarlijkse bijeenkomsten van de commissie omgeven door insinuaties en verdachtmakingen. Immers, Suriname bleek Japan te steunen in het streven naar opheffing van het tijdelijke verbod op de commerciële walvisvangst. Dat verbod werd in 1986 van kracht. Wat gaat Suriname bij de 59e vergadering van de IWC doen, die in mei wordt gehouden in Alaska?

De steun aan Japan is opvallend: wat is het belang van Suriname als het vangstverbod wordt opgeheven? Komt er na opheffing van het verbod een hoeveelheid walvisvlees in de Surinaamse keuken? Of zit er toch ergens geldelijk gewin in voor de Surinaamse overheid...

Vanwaar die steun aan Japan?
Vanuit organisaties als Greenpeace en het Wereldnatuur Fonds werd gesuggereerd dat Suriname zich had laten omkopen door Japan. Dit zou gebeurd zijn tijdens de 56e vergadering van de IWC in Italië, juli 2004. Japan benaderde de vertegenwoordigers van een aantal kleinere lidstaten om hun steun te verwerven.

Maar in alle redelijkheid kun je je afvragen wat de toegevoegde waarde is van het lidmaatschap van landen als Marokko, San Marino, Mongolië, Benin, Luxemburg, Oman en Suriname.

Binnenkort vindt de 59e vergadering plaats in het Amerikaanse Anchorage (Alaska). Welk standpunt gaat Jaswant Sahtoe, beleidsadviseur bij het Ministerie van Landbouw, Visserij en Veeteelt, dan namens Suriname innemen?

Tijdens de vergadering van de Internationale Walvis Commissie in 2004 bleek Sahtoe Japan te steunen. Zo zei de Surinaamse vertegenwoordiger onder andere, dat het mogelijk moet worden om weer te starten met de commerciële walvisvangst in een tijd dat op plekken in de wereld mensen moeite hebben om voedsel te vinden. Dit argument werd door milieuorganisaties van tafel geveegd. Walvissen voeden zich immers vooral in gebieden waar geen mensen aanwezig zijn en met organismen waarop door de mens niet wordt gevist. Toch blijkt de afgelopen jaren dat het aantal landen dat Japan steunt geleidelijk aan het stijgen is: 9 landen in 2000, 15 in 2001 en 21 in 2003.

In het voorjaar van 2005 trok de Argentijnse afdeling van Greenpeace aan de bel, in aanloop naar de 57e vergadering van de IWC in Zuid-Korea. Via een ingezonden brief in het Surinaamse dagblad de Ware Tijd toonde Milko Schvartzmann van Greenpeace zijn bezorgdheid over het standpunt van Suriname inzake de commerciële walvisvangst. ‘Wij merken op dat het Surinaamse stemgedrag bij de IWC precies hetzelfde geweest is als dat van Japan.
Regeringsleden van sommige Caribische en Centraal-Amerikaanse landen hebben wel erkend dat hun stem beïnvloed was door de financiële hulp die Japan hen gaf. Daardoor staat Suriname bekend als één van de ‘gekochte stem-landen’.’, aldus Schvartzmann op 19 februari 2005 in de Ware Tijd. Het stemgedrag van Suriname is des te opmerkelijk, omdat het met een stem tegen het beschermen van walvissen ook stemt tegen een duurzame en milieuvriendelijke manier van leven voor vele leefgemeenschappen aan de kusten van Latijns Amerika. Juist activiteiten als ‘whale watching’ levert vele kustdorpen de broodnodige inkomsten op.

De zware kritiek en beschuldigingen van Greenpeace kwamen hard aan bij de Surinaamse vertegenwoordiger in de IWC, de heer Sahtoe. Hij verwierp de omkoping verdachtmakingen. Zijn stemgedrag was gebaseerd op het beleid van zijn ministerie van LVV: het stimuleren van duurzame visserij en duurzame benutting van maritieme hulpbronnen. Suriname is dan ook alleen voor een verbod op walvissen die daadwerkelijk met uitsterven worden bedreigd, zoals de blauwe vinvis. Voor andere soorten zou, volgens Sahtoe, de vangst in banen moeten worden geleid. Hij kan het echter ook niet laten om in publicaties te wijzen naar landen als Australië, Amerika en Nederland die nu tegenstanders zijn van de walvisvangst, maar in het verleden aan de basis hebben gestaan van de bijna uitroeiing van enkele walvissoorten.

Tijdens de 57e jaarlijkse bijeenkomst in Ulsan, Zuid-Korea, van de IWC lukte het Japan weer niet om steun te krijgen voor de zo door het land gewenste hervatting van de commerciële walvisvangst. Ook tijdens deze vergadering stond Suriname achter Japan. Overigens wordt dit Surinaamse standvastige standpunt onderschreven door twaalf andere CARICOM-landen. Volgens Suriname blijft het land zich inzetten voor het beschermen van bedreigde walvissen. Maar, aldus de Surinaamse vertegenwoordiger binnen de IWC, van de tachtig soorten walvissen worden er ‘slechts’ rond de twaalf ernstig bedreigd. ‘Van de overigen is de populatie dusdanig groot dat er commercieel op ze gejaagd mag gaan worden.’, aldus visserijbeleidsmedewerker Albert van Dijk van LVV tegenover de Ware Tijd in juni 2005. Hij ergert zich aan de emotie-politiek van organisaties als Greenpeace. De walvisvaart is nu alleen toegestaan voor wetenschappelijke doeleinden. Maar in Noorwegen, op IJsland en in Japan is walvisvlees nog steeds een lekkernij en is het duidelijk dat deze landen niet vanwege wetenschappelijke doeleinden de grote zee zoogdieren op gruwelijke wijze vangen en doden.

Voorspelbaar was natuurlijk het stemgedrag van Suriname tijdens de 58e bijeenkomst van het IWC op 16 en 17 juni 2006 op St. Kitts. Ook tijdens de derde vergadering waar Suriname aan deel nam, steunde de heer Jaswant Sahtoe Japan. Het lukte Japan echter ook nu weer niet om een meerderheid in de IWC te krijgen voor het opheffen van het vangstverbod. Maar, slechts twee stemmen kwam de Japanse vertegenwoordiger tekort.

Boven het stemgedrag van Suriname blijft echter een waas van omkoping hangen

Geruchten hierover sluimeren voort en soms zijn er momenten dat zij worden versterkt. Zoals begin dit jaar. Bekend werd dat Japan een tweede visserijcentrum aan Suriname schenkt. Dit moderne centrum in Bethesda wordt door Japan voor maar liefst 7 miljoen US Dollar gefinancierd. De bouw start in juni dit jaar en verwacht wordt dat in augustus 2008 het centrum gereed is. Volgens minister Lygia Kraag-Keteldijk van Buitenlandse Zaken heeft het stemgedrag van Suriname binnen de IWC geen enkele invloed gehad op de Japanse financiële steun. Het ministerie van LVV haastte zich te verklaren dat Japan al ruim dertig haar de visserijsector in Suriname ondersteunt.
De Surinaamse overheid tracht iedere verdenking in de richting van omkoping door Japan tijdens vergaderingen van de International Whaling Commission naar het rijk der fabelen te verwijzen.
Van 28 tot 31 mei dit jaar wordt de 59e jaarlijkse IWC-vergadering gehouden in Alaska.

Gaat Suriname weer Japan steunen?
Het ligt voor de hand. Vooral nu Suriname onlangs enkele miljoenen van Japan heeft ontvangen voor de bouw van een tweede visserijcentrum, zal de heer Sahtoe het niet in zijn hoofd halen om Japan binnen de International Whaling Commission af te vallen….dit is nu eenmaal een Surinaamse wijze van ‘politiek’ bedrijven die erg hardleers is.