maandag 29 april 2013

De Ware Tijd censureert eigen bericht online

Artikel over groepsseks tienermeisjes met groepje mannen aangepast

Krant wijzigt binnen korte tijd online-bericht op essentieel punt

29-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - De Ware Tijd heeft vanochtend, maandag 29 april 2013, binnen korte tijd in haar online-versie een artikel inhoudelijk gewijzigd. Het gaat om een artikel over een via het mobiele netwerk in omloop zijnd filmpje waarop te zien zou zijn, dat twee tienermeisjes groepsseks zouden hebben met een groepje mannen.

 

De Ware Tijd Online heeft in de loop van vanochtend een nieuwe versie van haar eerdere artikel gepubliceerd en uit dat artikel zijn de naam van journaliste Naomi Hoever en het tekstdeel ‘Eén van de tienermeisjes in het filmpje is het zusje van een bekende Surinaamse zanger.’ verwijderd.

Ook is de tekst ‘een schokgolf door de samenleving doen gaan’ gewijzigd in ‘houdt de gemoederen in de samenleving bezig’.

 

Bij lezing van de eerste versie vroeg ik me meteen afm wat de toegevoegde nieuwswaarde is dat een van de meisjes 'het zusje' is 'van een bekende Surinaamse zanger'. Naomi Hoever wist kennelijk wel de naam van de zanger, maar vond het interessant om die niet te vermelden waardoor er gegarandeerd in social media en in de samenleving gespeculeerd zou gaan worden over de identiteit van de zanger en van zijn zusje.

Kennelijk werd in een later stadium door de redactie ingezien, dat het niet zo handig was van Hoever om in het artikel 'te spelen' met de identiteit van een van de meisjes en werd daarom besloten een hernieuwde versie van het artikel te plaatsen op haar website waarin ook nog eens de naam Naomi Hoever werd geschrapt.

Overigens staan op dit moment, rond tien uur 's morgens, beide versies gewoon online.....

zaterdag 27 april 2013

'Open Pit': documentaire over activiteiten Newmont in Peru

Newmont bedrijf met slechte reputatie wereldwijd

Surinaamse regering wil deal sluiten met Newmont

Amerikaanse goudmijnmultinational wil grote goudmijn in oosten Suriname

27-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - De Surinaamse regering is in een ver gevorderd stadium om een definitieve overeenkomst te sluiten met de Amerikaanse goudmijnmultinational Newmont. Er ligt een conceptovereenkomst die onlangs is besproken in De Nationale Assemblee, het Surinaamse parlement. Vanwege diverse aandachtspunten en vragen en opmerkingen van parlementsleden werd de regering echter teruggestuurd naar de overlegtafel met Newmont om tot een definitieve deal met de Amerikanen te kunnen komen.

Surinaamse media hebben met regelmaat bericht over de plannen van Newmont in het Meriangebied in het oosten van het land en over de onderhandelingen. Maar, geen enkele journalist heeft ooit de Surinaamse samenleving geattendeerd op de schaduwkanten van Newmont, dat al actief is in onder andere Peru, Indonesië, Ghana, Australië en Nieuw Zeeland. Het goudmijnbedrijf is in die landen met regelmaat geconfronteerd met verzet vanuit lokale bevolkingsgroepen.

Verzet, omdat Newmont te weinig rekening zou houden met lokale (inheemse) gemeenschappen en omdat die gemeenschappen te maken hebben gekregen met milieuschade en in Peru, vanwege de komst van de Newmont Conga goudmijn in de Cajamarca Regio, vrezen inheemsen voor verontreiniging van bergmeertjes. Verzet tegen die mijn leidde op een moment zelfs tot het instellen van de staat van beleg en bij protesten vielen zelfs doden.

Diverse malen heb ik onder andere door eigen artikelen gewezen op de problemen waarmee Newmont in de wereld te kampen heeft, in tegenstelling met bijvoorbeeld het Canadese goudmijnbedrijf IAmGold dat een deal met de Surinaamse regering heeft gesloten voor uitbreiding van activiteiten in haar Rosebel goudmijn in het district Brokopondo.

Zo schreef ik 
op 4 augustus 2011 het artikel 'Suriname wil deal sluiten met Amerikaanse goudmijnmultinational Newmont - Bedrijf met bedenkelijke reputatie' - 'Newmont in opspraak in Ghana',
op 9 augustus 2011 het artikel 'Markant gezelschap voert onderhandelingen met Amerikaanse goudmijngigant Newmont Mining Corporation - Waarom ageert Conservation International Suriname niet tegen Newmont-plan?',
op 2 mei 2012 het artikel 'Newmont in zwaar weer in Peru en Nieuw Zeeland - Amerikaans goudmijnbedrijf wil twee mijnen in Nassaugebied Suriname',
op 30 mei 2012 het artikel 'Heel voorzichtig besteedt De Ware Tijd aandacht aan slechte reputatie Newmont.....met dank aan.... - Weer staaltje journalistiek onfatsoen' en
op 30 september 2012 het artikel 'Onderzoek naar veiligheid in Newmont’s Australische Boddington goudmijn - Newmont wil grote goudmijn in aan biodiversiteit rijk Nassaugebied - Onderhandelingen met Surinaamse regering slepen zich al paar jaren voort' 

Eind vorig jaar verscheen de documentaire 'Open Pit' over Newmont in Peru. Vandaag publiceerde Straight.com, een nieuwswebsite in Vancouver, Canada, dit artikel over de documentaire:



Hieronder kunt u de volledige documentaire bekijken over een Amerikaanse goudmijnmultinational die mogelijk op het punt staat om in zee te gaan met de Surinaamse regering......

vrijdag 26 april 2013

Amerikaanse ambassades wereldwijd, ook in Suriname, promoten intellectueel eigendomsrecht...

 

Klik hier om het artikel te lezen op de website van Ars Technica, Amerika.

'Kankergevallen’ die Latijns Amerika en Caribisch gebied ‘overweldigen’

Redactie verslikt zich in te moeilijk wetenschappelijk artikel en vergeet Suriname

26-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Een webredacteur van Starnieuws heeft vandaag zijn of haar best gedaan een artikel te vertalen uit het Britse blad The Lancet Oncology van deze maand over kanker in Latijns Amerika en het Caribisch gebied. Het is een artikel van 46 pagina’s en is tot stand gekomen dankzij de bijdragen van vele deskundigen.


Maar, het artikel is simpelweg te hoog gegrepen voor de Starnieuws webredactie. De redactie heeft niet eens de moeite genomen om informatie uit het artikel te filteren over de situatie in Suriname. Kortom, een misser van Starnieuws.

Zo is in het Lancet-artikel terug te vinden dat in Suriname voor het jaar 2009 618 kankerpatiënten (‘gevallen’) werden voorspeld en voor 2020 796, een stijging van 28.8%.

 

Volgens Lancet Oncology is Suriname een van de weinige landen in Latijns Amerika, dat geen ‘nationaal kankerplan’ heeft met daarin opgenomen preventieve maatregelen om kanker te voorkomen.

 

Laat de redactie zich alleen richten op het Surinaamse a la ‘Hart van Nederland’ nieuws en niet zich niet verslikken in buitenlandse te complexe wetenschappelijke artikelen.

Daarenboven is de inleidende alinea van het artikel, zoals dat vandaag op Starnieuws te lezen is, wat ongelukkig als het gaat om woordkeuze: ‘Kanker dreigt Latijns-Amerikaanse landen te overweldigen, waarschuwen deskundigen in het wetenschappelijke ‘Lancet Oncology’. (...)’

Overweldigen???? Pffffffff.......niet echt met aandacht aan dit 'artikel' gewerkt door de Starnieuws-'redactie'..... Overweldigen betekent zoveel als onder de voet lopen, overmannen, vermannen, bezetten, overmeesteren, overvallen, toe-eigenen of verbluffen. Let wel, het gaat hier om een ernstige ziekte.....


Tussen 2000 en 2013 werden 25.710 dieren geëxporteerd naar Nederland

Levendige export van dieren uit Suriname

Suriname exporteerde in 2012 bijna 10.000 dieren

Ruim 7.200 groene leguanen uit Suriname gevlogen
Twee tapirs vervoerd naar ‘niet erkende’ Russische dierentuin

26-04-2013 Door: Paul Kraaijer



Paramaribo – Uit de meest recente exportcijfers van dieren uit Suriname in de CITES (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) export handelsdatabase blijkt, dat Suriname nog steeds een aanzienlijke hoeveelheid dieren exporteert voor diverse doeleinden.

In totaal werden in 2012 vanuit Suriname 9.909 dieren geëxporteerd. Het grootste deel ervan bestond uit de groene leguaan: 7.259 en daarvan zijn er 6.150 naar de Verenigde Staten gevlogen. Alle uitgevoerde leguanen hebben van CITES als doel van de export omschreven 'commercieel'. Voor Amerika zal dat doel vooral de lokale consumptiemarkt zijn.

Export grote aantallen leguanen staat haaks op komst fokboerderij
De aanzienlijke hoeveelheid uitgevoerde leguanen duidt niet op een schaarste aan deze reptielen in het land. Het is daarom opmerkelijk, dat in het district Coronie in juni van dit jaar een eerste Surinaamse leguanenfokboerderij geopend wordt. De eigenaar van die boerderij gaat de dieren fokken om toeristen naar het district te trekken, om de lokale consumptiemarkt te voorzien van leguanenvlees en om de wildpopulatie in stand te houden door in gevangenschap gefokte exemplaren in de natuur te plaatsen. De fokker wil in jui beginnen met ruim tweehonderd dieren. Het initiatief wordt volledig gesteund door het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij dat ook op termijn graag een fokboerderij voor kaaimannen wil. Ook zijn er plannen voor het kweken van bepaalde vogelsoorten in gevangenschap, zoals de rode ibis. De regering hoopt met dergelijke initiatieven bepaalde diersoorten voor uitsterven in Suriname te behoeden.

Naast de groene leguaan werd de oranjevleugelamazone (papegaai) het meest geëxporteerd in 2012: 807 exemplaren. Verder worden veel andere vogelsoorten geëxporteerd en ook kikkersoorten.

Opvallende exporten in 2012 waren die van 2 laagland tapirs (tapirus terrestris) naar Rusland , 52 kolenbranderschildpadden (chelonoidis carbonaria) en 5 anaconda’s (eunectes murinus) naar Spanje.

Twee tapirs naar onbekende dierentuin in Rusland
De laagland tapir staat op de zogenoemde ‘Red list’ van het IUCN, International Union for Conservation of Nature, vermeld als ‘vulerable’ (kwetsbaar). In 2011 werden 3 tapirs geëxporteerd voor fokdoeleinden naar Egypte en in 2008 2 exemplaren naar Zuid-Afrika. Het is een diersoort waarvan er zeer weinig Suriname verlaten en dat maakt hun export opvallend.

In Rusland heeft voorzover bekend alleen het Zoopark Novosibirsk en de dierentuin van Moskou tapirs (тапир) in hun collectie, maar die zijn allen in gevangenschap in Europa geboren. Olga Shilo, curator van de collectie van de Novosibirsk dierentuin laat in een reactie weten: ‘Wij houden een paartje laaglandtapirs en hun jong, geboren in december 2012. We hebben een vrouwtje ontvangen van de Nurnberg dierentuin in Duitsland en een mannetje van de Zweedse Eskilstuna dierentuin. Helaas weten wij niet welke Russische dierentuin tapirs uit Suriname heeft ontvangen, het kan een private dierentuin zijn of een persoon met een privécollectie.’

De Braziliaanse tapirdeskundige Patricia Medici, werkend voor de IUCN Tapir Specialist Group (International Union for Conservation of Nature), zegt niet op de hoogte zijn van de export van twee Surinaamse tapirs naar Rusland.
‘We hebben de ISIS database (International Species Information System) ingezien en geconcludeerd dat er slechts twee dierentuinen in Rusland zijn met laagland tapirs, in Moskou en Novosibirks. Volgens de database zijn die dieren in gevangenschap in Europa geboren. Beide dierentuinen zijn lid van EAZA (European Association of Zoos and Aquaria). Wij hebben de sterke indruk dat de tapirs zijn geïmporteerd door een niet erkende bij de EAZA aangesloten dierentuin of door een dierenhandelaar.’

WWF Guianas heeft geen mening over export tapirs
Benoit de Thoisy uit Kwata, Frans Guyana, is de tapirdeskundige van de IUCN Tapir Specialist Group voor de Guianas. Hij heeft overheidsinstanties en nongouvernementele organisaties in Suriname benaderd om er achter te komen wat de bestemming is geweest van de in 2012 geëxporteerde twee tapirs.
Hij berichtte 25 maart: ‘Ik heb getracht meer informatie te verkrijgen, maar ik heb van niemand een reactie ontvangen.’
Verantwoordelijke instanties hullen zich in stilzwijgen en reageren niet op vragen. Het Wereld Natuurfonds Suriname (WWF Guianas) maakt zich niet druk om de komst van een leguanen fokboerderij. In een formele reactie laat de natuurbeschermingsorganisatie weten: ‘WWF Guianas is een non-gouvernementele organisatie die de rol van waakhond met betrekking tot een aantal issues op zich genomen heeft. Tegelijkertijd zullen wij de overheid ondersteunen waar dat effectief en zinvol kan. In dit geval ziet het WWF Guianas geen enkele reden om een standpunt tegen de keuze van de overheid in te nemen.’

Laveren in een mijnenveld
Het is een reactie die je kunt verwachten van een natuurbeschermingsorganisatie in Suriname. Stelling nemen tegen bepaalde natuur issues doen zij zelden. Ook de andere grote internationale organisatie in Suriname, Conservation International, laat zich zelden horen. Het zijn dan ook geen actiegroepen, maar organisaties die moeten laveren in een mijnenveld van belangenverstrengelingen, vriendjespolitiek en botsende economische- en milieubelangen.

Export van dieren uit Suriname in 2011
In 2011 werden in totaal 12.292 dieren geëxporteerd. Daaronder onder andere:
32 doodskopaapjes (saimiri sciureus)
501 zwartkop caiques (pionites melanocephalus)
3.650 groene leguanen
64 kaaimannen
164 boa constrictors 1.769 pijlgifkikkers (dendrobates tinctorius)
18 anaconda’s (eunectes murinus)

Export naar Nederland
Tussen 2000 en 2013 werden volgens de CITES export handelsdatabase in totaal 25.710 dieren naar Nederland geëxporteerd. Het aantal is sinds 2000 dalende. Een van de meest uitgevoerde diersoorten was de oranjevleugelamazone.

 

Hieronder per jaar de meest opvallende exporten

Laagland paca
* 2000 – in totaal 7.796 dieren, waaronder 2.012 groene leguanen, 1.488 oranjevleugelamazones (amazona amazonica: van 2006 tot en met 2011 werd geen enkel exemplaar geëxporteerd en in 2012 12 exemplaren), 664 pijlgifkikkers (dendrobates tinctorius), 226 zwartoorpapegaaien (pionus menstruus), 240 maisparkieten (aratinga pertinax), 4 laagland paca’s (cuniculus paca: alleen in 2000 geëxporteerd), 214 boa constrictors en 334 zwartkop caiques (pionites melanocephalus)

* 2001 – in totaal 2.730 dieren, waaronder 1.050 groene leguanen, 537 oranjevleugelamazones (amazona amazonica) en 90 pijlgifkikkers (dendrobates tinctorius: deze kikkersoort werd niet uitgevoerd van 2002 tot en met 2007)

* 2002 – in totaal 2.364 dieren, waaronder 847 oranjevleugelamazones (amazona amazonica) en 3 anaconda’s (eunectes murinus)

* 2003 – in totaal 481 dieren, waaronder 206 oranjevleugelamazones (amazona amazonica)

* 2004 – in totaal 1.235 dieren, waaronder 313 oranjevleugelamazones (amazona amazonica) en 2 grijze roodstaartpapegaaien (psittacus erithacus: alleen in 2004 zijn deze twee vogels Suriname uitgevoerd. De vogel staat in de zogenoemde Rode Lijst van het IUCN met als kwalificatie ‘kwetsbaar’)

* 2005 – in totaal 1.847 dieren, waaronder 631 oranjevleugelamazones (amazona amazonica)

Kolenbranderschildpad
* 2006 – in totaal 833 dieren, waaronder 293 kolenbranderschildpadden (chelonoidis carbonaria), 134 bronzen helmschildpadden (chelonoidis denticulata: tussen 2000 en 2006 werd deze soort niet geëxporteerd – deze soort staat in de zogenoemde Rode Lijst van het IUCN met als kwalificatie ‘kwetsbaar’)

Gouden teju
* 2007 – in totaal 1.027 dieren, waaronder 1 oranjevleugelamazone (amazona amazonica), 1 grote amazone (amazona farinosa), 2 gouden teju’s (tupinambis teguixin), 2 anaconda’s (eunectus murinus)

* 2008 – in totaal 1.432 dieren, waaronder 416 kolenbranderschildpadden (chelonoidis carbonoria), 200 groene leguanen, 6 anaconda’s (eunectus murinus)

* 2009 – in totaal 2.611 dieren, waaronder 917 kolenbranderschildpadden (chelonoidss carbonaria), 906 pijlgifkikkers (dendrobatus tinctorius), 20 brilkaaimannen (caiman crocodilus: tweede export sinds 2000 – in 2001 werden 90 exemplaren geëxporteerd)

* 2010 – in totaal 2.241 dieren, waaronder 4 geelvleugelara’s (ara macao), 200 groene leguanen, 1.138 pijlgifkikkers (dendrobates tinctorius), 297 driestreepgifkikkers (epipedobates trivittatus)

* 2011 – in totaal 1.070 dieren, waaronder 140 kolenbranderschildpadden (chelonoidis carbonaria), 664 pijlgifkikkers (dendrobates tinctorius)

* 2012 – in totaal 43 dieren: 12 oranjevleugelamazones (amazona amazonica), 6 grote amazone (amazona farinosa), 5 blauwwangamazones, 20 zwartkop caiques (pionites melanocephalus)

Noot:
Dit artikel is een geactualiseerde en aangepaste versie van het artikel van 31 maart 2013.

dinsdag 23 april 2013

Nauwelijks beleid om gevolgen klimaatverandering te bestrijden en te voorkomen

Slechts projecten om mangrove in kuststrook te herstellen

‘Bescherm de mangrovebossen, dan zullen de mangrovebossen ons beschermen’

‘Beleid’ vooralsnog beperkt tot workshops en ontwikkelen ‘klimaatmodellen’

23-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Het gemeentebestuur van Cartagena de Indias, een bestemming voor vele toeristen, aan de Caribische kust van Colombia, is haar stranden aan het verbreden ter bescherming tegen de steeds sterker wordende gevolgen van klimaatverandering, zeespiegelstijging.

Het is slechts een klein voorbeeld van wat noordelijke landen van het Zuid Amerikaanse continent doen om zich tegen de gevolgen van het veranderende klimaat te beschermen. Sinds 2006 heeft Venezuela projecten in werking in het kader van klimaatverandering. Zo is er ‘Energie Revolutie’-programma om efficiënter om te gaan met stroomverbruik en het ‘Mission Tree’-programma (Misión Árbol), dat miljoenen bomen heeft gepland in een poging erosie tegen te gaan en om koolstof op te slaan. Daarnaast bestaat 70 procent van de energievoorziening in het land uit duurzame energie, zoals hydro-elektriciteit.
In Guyana wordt door het ‘Mangrove Action Committee’ het ‘Mangrove Restoration Project’ uitgevoerd om erosie van het kustgebied door zeespiegelstijging tegen te gaan. De regering van het land heeft fors in het project geïnvesteerd.

 

Suriname in wereld top tien meest kwetsbare landen met lage kustvlakte die door zeespiegelstijging bedreigd wordt 
Maar, wat doet Suriname? Suriname wordt in statistieken van het Ontwikkelings Programma van de Verenigde Naties (UNDO, United Nations Development Programme) vermeld in de top tien van meest kwetsbare landen met een lage kustvlakte, die deze eeuw bedreigd worden door zeespiegelstijging ten gevolge van klimaatverandering. De zeespiegelstijging voor de Surinaamse kust veroorzaakt al zoutwaterindringing, verzilting, erosie en een verminderende biodiversiteit.

De landbouwsector in Suriname loopt ernstig gevaar bij klimaatverandering. Dat is één van de niet zo verrassende aandachtspunten tijdens een regionale trainingsworkshop met als thema ‘De kwetsbaarheid van enkele sectoren wanneer het klimaat zal veranderen’, die deze week wordt gehouden door het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM) in samenwerking met het Caribbean Community Climate Change Centre (CCCCC). De zogenoemde ‘Vulnerability and Capacity Assessment’ (VCA) training is onderdeel van een groter regionaal project, waar de Europese Unie voor acht miljoen euro aan bijdraagt. Suriname neemt deel aan vrijwel alle onderdelen van het project, met onder andere als resultaat dat technici van de Anton de Kom Universiteit worden getraind in het gebruik van klimaatmodellen. Suriname zal bovendien spoedig de beschikking krijgen over zeven moderne weerstations, waarmee de weersvoorspellingen nog nauwkeuriger kunnen worden gedaan, zo bericht De West maandagavond 22 april 2013.

CCCCC Programme Manager Joseph McGann verklaart dat er meerdere redenen zijn om de training te geven. ‘Wij willen graag klimaatmodellen opstellen om mee te werken in de regio. Met deze klimaatmodellen kunnen we beter huidige risico’s in kaart brengen om zodoende grote problemen te voorkómen.’

‘We zijn ons bewust van de kwetsbaarheid van onze landbouwsector’, aldus directeur Milieu Henna Uiterloo van het ministerie van ATM. Volgens Uiterloo gaat de economie dan ook niet voor alles. ‘De economische ontwikkeling is belangrijk in ons land, maar we moeten deze ontwikkeling wel op een duurzame manier bereiken. Landbouw is een kwetsbare en lastige sector, het is belangrijk het klimaat in ogenschouw te nemen bij het nemen van belangrijke beslissingen. Als de zeespiegel stijgt, verzilt er landbouwgrond waardoor de grond niet meer bruikbaar is. We moeten dus kijken of we landbouwgrond, waarbij verzilting een reëel risico is, kunnen verplaatsen. We zijn nog niet toe aan aanpassingen. Onderzoek wijst uit wat de risico’s precies zijn. We hebben nu veel behoefte aan workshops, waarin onze deskundigen technieken leren om de landbouwsector te beschermen.’

Het is de zoveelste workshop. Uitvoerend beleid blijft nog steeds grotendeels achterwege. Natuurlijk is landbouw belangrijk, maar de mens en de biodiversiteit worden ook bedreigd in de kuststrook bij een stijging van de zeespiegel..... Wat vindt de regering belangrijker: het veiligstellen van de landbouwsector of de bescherming van de bevolking?

Herstel mangrovebossen kuststrook
Een enkel project om de kuststrook te beschermen wordt uitgevoerd, zoals het herstel van mangrovebossen in van Coronie. Bij dat project is onder andere betrokken de bekende hydroloog Sieuwnath Naipal, werkzaam aan de Anton de Kom Universiteit. Volgens hem is de invloed van zeespiegelstijging nu reeds zichtbaar. ‘Met de jaren zal dit steeds duidelijker worden. Zeespiegelstijging is niet een proces van jaren alleen, maar van eeuwen. Het zal ons niet met rust laten.’

Het toenmalige ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS) en de Anton de Kom Universiteit van Suriname waren er een paar jaar geleden van overtuigd om mangroven te planten ter bescherming van de kust tegen het stijgende zeewater. Het ministerie van PLOS financierde de eerste fase van een speciaal mangrove rehabilitatie project dat startte in januari 2010 en dat drie jaren zou duren, waarvan de universiteit de drager is. Bij het project is ook betrokken het ‘Hydraulics’ Laboratorium van de Katholieke Universiteit Leuven (België).

Gekozen werd voor de locaties Weg naar Zee (Wanica) en Moy (Coronie).Een tweede fase wordt voor een bedrag van 260.000 Amerikaanse dollar gefinancierd door de de Suriname Conservation Foundation (SCF). Het SCF zou gekloonde mangrove planten aanschaffen bovenop 228.000 planten die door het PLOS werden gefinancierd.
Er werden echter, aldus het Jaarverslag 2010 van het SCF, slechts 7.000 planten geleverd.
Over de wijze van financiering wil Naipal geen uitspraken doen: ‘Financiering is een complexe situatie. Er zijn verschillende afspraken gemaakt, omdat er ook verschillende partijen hierbij betrokken zijn en waren’.

Hij legt uit wat de verhoogde zeespiegelstijging voor gevolgen heeft voor de Surinaamse kuststrook: ‘Een van de gevolgen van de verhoogde zeespiegelstijging is kustafslag als gevolg van hoge golven. Golven worden afgebroken door de aanwezigheid van modderbanken en de mangrovevegetatie, maar op de eerste plaats door de aanwezigheid van de modderbanken. Op locaties waar geen modderbanken voorkomen hebben wij met erosie te maken. Een hogere mate van erosie komt daar voor waar de waterdiepte groot is, omdat de golven niet of nauwelijks afgebroken worden. De verwachting is dat dit wel het geval zal kunnen zijn bij een toenemende waterhoogte van de zee.’

Mangrove aanplant te Coronie (Bron foto: S. Naipal)
Opmerkelijk is, dat Sieuw Naipal mangrove niet ziet als een soort ‘wonderboom’ die de kustlijn onder alle omstandigheden kan beschermen.
‘De aanwezigheid van mangrovebossen zorgen er inderdaad voor, dat energie van de golven die de kustlijn naderen, afgebroken wordt. Een golf die de kustlijn aandoet verliest zijn energie als het op de branding neerslaat en dus de kustlijn doet eroderen. Dat gebeurt niet wanneer een strook mangrovebossen voor de kust staat. Mangrove bossen moeten niet gezien worden als een ‘wonderboom’, die de kustlijn onder alle omstandigheden beschermt. Ook de mangrovebossen moeten beschermd worden. Enkele mangrovebomen aan de kustlijn zal geen soelaas bieden. Bescherm de mangrovebossen dan zullen de mangrovebossen ons beschermen.’

‘Wat wij proberen te doen is de natuur een handje helpen, de bossen proberen te beschermen. Dit kan gedaan worden, onder andere, door mangrove te planten en zo de weerbaarheid van de mangrovebossen te vergroten, zodat er geen netto verlies optreedt als de volgende golf van erosie zich voordoet. Een bepaalde orde van grootte mangrovestrook voor de kust is het beste middel tegen erosie. We praten dan van een groene dijk.’

Maar, de dreiging van een stijgende zeespiegel door klimaatverandering blijkt vooralsnog niet op het beleidsprioriteitenlijstje te staan van de regering Bouterse-Ameerali. Het mangrove project is een van de weinige projecten, zo niet het enige, om de zeespiegelstijging aan te pakken in het Surinaamse kustgebied dat uit de koker van de overheid is gekomen.

NIMOS waarschuwde in 2007 al voor risico’s klimaatverandering
Al in mei 2007 waarschuwde het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS), bij monde van Nancy del Prado, projectcoördinator Klimaatverandering, voor een miljardenramp door klimaatverandering. Uitgerekend was, dat in 2030 van de Surinaamse bevolking 82 procent geëvacueerd zou moeten worden, omdat het kustgebied van Suriname tegen die tijd zal onderlopen. Ruim 3.800 vierkante kilometer land verdwijnt dan mogelijk in zee en de economische schade daardoor werd in mei 2007 geschat op meer dan 30 miljard Amerikaanse dollar. Dit bij een zeespiegelstijging van een meter, aldus een rapport over klimaatverandering aan de regering zou worden overhandigd.
‘De regering moet leren plannen en het kustgebied beschermen. Door gebrek aan ruimtelijke ordening staat de kustvlakte nu onder druk. Daar bevinden zich namelijk de grootste bevolkingsconcentratie en economische activiteiten’, aldus Del Prado half mei 2007. ”
‘Voor ontwikkelingslanden als Suriname zijn de effecten van klimaatverandering dramatisch, omdat onze economie erg kwetsbaar is’, zo stelde Del Prado. ‘Drastische maatregelen op zeer korte termijn zijn daarom gewenst.’
Zij liet destijds al weten dat er dijken, dammen en golfbrekers aangelegd moesten worden en mangrovebossen beschermd. De noodkreet vanuit het NIMOS bleek aan dovemansoren gericht te zijn geweest, maar werd begin december 2010 bevestigd door een studie van CARICOM en de UNDP, ‘Modelling the Transformational Impacts and Costs of Sea Level Rise in the Caribbean’, waarin een aantal scenario’s is opgenomen waaruit blijkt, dat laaggelegen landen als Suriname, Belize en Guyana enorm veel landverlies ‘in de komende tachtig jaar bij een zeespiegelstijging van een meter’ zullen lijden. Suriname zou bij een meter zeespiegelstijging zeker honderd meter land verliezen door erosie. Volgens de studie zullen onder andere landbouwgebieden en toeristische trekpleisters als stranden en hotels verdwijnen en dat gaat lijden tot een miljardenverlies voor de landen.

In het rapport staan ook aanbevelingen voor de regeringen in de regio. Het Surinaamse kustgebied is door klimaatverandering met name kwetsbaar voor overstromingen als gevolg van stormen, onderwater lopen van land door de zeespiegelstijging, verzilting van zoetwaterbronnen door verschuiving van de zoutwatergrens en erosie die gepaard gaat met het verlies van mangrovebossen.

Het duurde echter tot oktober 2012 voordat er iets van actie vanuit regeringszijde werd ondernomen. Een intentieverklaring met Oostenrijk werd getekend ter financiering van herstel van de mangrovebossen aan de kust. Met Oostenrijk zou ook samengewerkt gaan worden om de gevolgen van klimaatverandering te bestuderen. Hiertoe werd een werkplan opgesteld door het Caribbean Community Climate Change Center  dat voor commentaar naar het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu werd gezonden om van commentaar te voorzien.

Nauwelijks investeringen in milieu en bescherming kustgebied
Eind 2012 bleek echter tijdens de behandeling van de begroting voor 2013 dat nauwelijks wordt geïnvesteerd in het milieu en in bescherming van het Surinaamse kustgebied. Het Assembleelid Harish Monorath van Nieuw Suriname was het enige parlementslid dat medio december in het parlement hiervoor aandacht vroeg. Hij stelde onder andere dat er niets terecht zal komen van het strategisch plan voor klimaatverandering, wanneer daarvoor dit jaar slechts een bedrag van 50.000 Surinaamse dollar wordt uitgetrokken.

Risicogebieden in kaart gebracht
Ruim een maand later, 22 januari 2013, werd bekend dat het Nationaal Coördinatie Centrum voor Rampenbeheersing (NCCR) gebieden die risico lopen bij klimaatverandering, in kaart gaat brengen. Beter laat dan nooit, moet het NCCR gedacht hebben. Jerry Slijngard, hoofd van het NCCR, zei dat zijn organisatie voorbereid moet zijn op veranderende natuuromstandigheden. Een understatement. Het land moet voorbereid zijn op die veranderende natuuromstandigheden. ‘Het is bekend, dat het hele kustgebied van Suriname bij zeespiegelstijging in gevaar komt. Het moet niet worden uitgesloten dat de omvang en gevolgen van onder andere rivieroverstromingen zullen toenemen’, zo liet Slijngard weten. Het NCCR gaat, met financiële steun van de overheid en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, risicogebieden in kaart brengen en op zogenoemde ‘cruciale plekken’ worden waterstandsmeters geplaatst.

Naipal laat echter in een reactie weten dat die risicogebieden al ‘relatief goed in kaart’ zijn gebracht. ‘Zie hiervoor de ‘First National Communication'. Het is een verslag dat Suriname moet doen naar de UNFCCC toe (United Nations Framework Convention on Climate Change) en is te downloaden van de website. De hele kust van Suriname is in dit boekwerk als kwetsbaar genoemd’, aldus de hydroloog.

Klimaatverandering waardoor?
De temperatuur op aarde is voor een belangrijk deel afhankelijk van de aanwezigheid van broeikasgassen, zoals waterdamp, kooldioxide en methaan, in de atmosfeer. Deze stoffen houden de warmtestraling van de aarde gedeeltelijk vast, de zogenoemde broeikaswerking. Zonder het broeikaseffect zou de temperatuur op aarde gemiddeld negatief 18 graden Celsius zijn. De gasvormige laag, waarmee de aarde wordt omringd, wordt de atmosfeer of de dampkring genoemd. De atmosfeer is 700 kilometer dik en bestaat uit verschillende lagen. 
Voor de aarde zijn van belang de Troposfeer en de Stratosfeer. De atmosfeer bestaat uit verschillende gassen: het grootste gedeelte bestaat uit stikstof (78,2 %) en zuurstof (20,9%). Voor de overige 0,9% bestaat de atmosfeer uit onder andere argon, kooldioxide, neon, helium, methaan, waterstof en ozon. De belangrijkste broeikasgassen zijn waterdamp, koolstofdioxide , methaan, stikstofmonoxide of lachgas en ozon. De zon verwarmt de aarde en een deel van de zonnestralen warmt de aardbodem en de zeeën en oceanen op. Een ander deel wordt teruggekaatst in de dampkring of atmosfeer. Hier bevinden zich de broeikasgassen die als het ware een warme deken om de aarde leggen. Ze zorgen ervoor dat de warmte uit de teruggekaatste zonnestralen wordt vastgehouden. De opwarmende werking van deze deken wordt het natuurlijke broeikaseffect genoemd. Menselijke activiteiten, zoals de uitstoot van broeikasgassen en ontbossing, zijn in belangrijke mate de oorzaak van de warmer wordende wereld. 
Van de broeikasgassen draagt CO2 voor meer dan 60 % bij aan de menselijke beïnvloeding van het klimaat. CO2 komt vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen zoals olie, kolen en gas en bij ontbossing. Dit versterkte broeikaseffect kan een wereldwijde klimaatverandering tot gevolg hebben. 
Wetenschappers voorspellen een temperatuurstijging op aarde aan het eind van de 21ste eeuw met 1,4 tot 5,8 graden Celsius. In de 20ste eeuw is de wereldgemiddelde temperatuur met 0,6 graden toegenomen; een opwarming die zich waarschijnlijk de laatste duizend jaar niet heeft voorgedaan. 
De Verenigde Naties verwachten dat klimaatverandering gedurende de 21ste eeuw zou kunnen zorgen voor grote overstromingen (door de zeespiegelstijging als gevolg van de stijging van de temperatuur waardoor kuststreken en laaggelegen landen zullen overstromen), extreme weersomstandigheden, droogte en ongeschiktheid van de landbouwgrond (door de temperatuurstijging vindt er meer verdamping plaats met als gevolg meer neerslag; dit zorgt voor meer afstroming, de regen neemt dan meer voedingsstoffen uit de bodem, waardoor de bodem minder vruchtbaar wordt). Bestaande ecosystemen als koraalriffen, mangrovemoerassen en lagunes zullen verdwijnen.

En ja, ook voor Suriname heeft klimaatverandering gevolgen.....en langzaamaan begint de regering dat ook in te zien en te begrijpen.

zondag 21 april 2013

Aanpak transport en opslag gevaarlijk (chemisch) afval verloopt stroperig

Suriname worstelt al vele, vele jaren met afval

Nog steeds geen Afvalstoffen- en Milieuwet

Werkgroepen en plannen leiden niet tot concreet effectief beleid

21-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De directeur van het zogenoemde directoraat Milieu van het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM), Henna Uiterloo, heeft op 1 maart 2013 een werkgroep ‘Beheer van het grensoverschrijdend transport van gevaarlijk afval’ ingesteld. De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het directoraat Milieu en van het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS).

De voornaamste taak is het directoraat en ATM adviseren en assisteren bij het uitstippelen van beleid op het gebied van het transport van gevaarlijk afval over landsgrenzen.

Gebleken is, aldus het ministerie, dat de opslag, het transport en de manier van omgaan met chemicaliën en gevaarlijk afval in Suriname nog niet helemaal op verantwoorde wijze gebeurt. Suriname bezit ook nog geen adequate faciliteiten om vervallen chemicaliën en gevaarlijk afval op milieuvriendelijke wijze op te slaan en te verwerken. Om deze zaken effectief aan te kunnen pakken zal de regering haar beleid richten op het terugdringen van de hoeveelheid afval die geproduceerd wordt, zo liet ATM begin maart van dit jaar weten.

Ook zal het grensoverschrijdend transport en het gebruik van chemicaliën en gevaarlijk afval constant gemonitord worden. Bovendien zullen nationale maatregelen geformuleerd worden voor het verantwoord opslaan van chemicaliën en gevaarlijk afval en het transport daarvan.

Milieuwetgeving laat al jaren op zich wachten
Een werkgroep moet nu dus de aanzet zijn voor de aanpak van opslag en transport van chemicaliën en gevaarlijk afval in Suriname. Beter laat dan nooit zullen we maar zegen, maar wetgeving laat al jaren op zich wachten.

Feitelijk werd de aanzet al gegeven in augustus vorig jaar, toen het directoraat Milieu van het ministerie van ATM met een eigen persbericht op 24 augustus 2012 ‘Verantwoord chemicaliënbeheer in Suriname’ aandacht besteedde aan chemicaliën in het land'. De regering liet via haar persbericht weten, dat zij met het prioject ‘Suriname/UNDP/UNEP partnership initiative for the integration of Sound Management of Chemicals into development planning and processes: Quick Start Programme (het SAICM/QSP-project)’ het initiatief had genomen om te komen tot een verantwoord chemicaliënbeheer in Suriname. Suriname ontving hiervoor 250.000 Amerikaanse dollar. ‘Het SAICM/QSP-project heeft tot doel het versterken van de nationale capaciteit om verantwoord chemicaliënbeheer te doen integreren in economische planning en besluitvormingsprocessen. De duur van dit project is gesteld op 16 maanden en is van start gegaan op 24 november 2011.’

 

De implementatie van het SAICM/QSP-project zou door het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu worden gecoördineerd.
‘Het beleid omtrent chemicaliën, welke onderdeel is van het milieubeleid van het Ministerie van ATM, is gericht op het continu monitoren van de import van chemicaliën, alsook het duurzaam gebruiken en beheren van chemicaliën in Suriname middels het opzetten van een gedegen database, het aangaan en onderhouden van een sterke samenwerking met instanties die direct betrokken zijn bij chemicaliënbeheer en het continu geven van voorlichting’, zo is te lezen in het bericht van de afdeling Milieu van het ministerie van ATM van 24 augustus vorig jaar.

Met de mededeling van ATM in augustus 2012 leek het ministerie een eerste stap te zetten in de uitvoering van het regeringsbeleid. In het in februari 2012 door de regering gepresenteerde ‘Ontwikkelingsplan 2012 – 2016 – Suriname in Transformatie’ is een apart hoofdstuk ‘6.3.2. Chemicaliënbeheer’ opgenomen. Daarin stelt de regering onder andere:  
‘Gebleken is dat de import, het gebruik, de opslag, de distributie en het transport van chemicaliën in Suriname veelal op onverantwoorde wijze plaatsvinden. Ook bevinden zich op verschillende locaties in Suriname voorraden van gevaarlijk chemisch afval die jarenlang onverantwoord zijn opgeslagen en waarvoor er nog geen geschikte verwijderingsmethoden (onder andere verwerking en export) bestaan. Door de grote verscheiden heid aan problemen met betrekking tot het chemicaliënbeheer worden de negatieve gevolgen nog moeilijker te overzien, waardoor het milieu en de gezondheid van de mens nog meer in gevaar komen.’

Verder maakte de regering Bouterse-Ameerali in haar document bekend dat haar beleid zich in de periode 2012-2016 zal richten op ‘het continu monitoren van de import en het gebruik van chemicaliën, het formuleren van nationale maatregelen zodat opslag, gebruik en eventueel transport (voor verwerking naar het buitenland) van reeds geïdentificeerde gevaarlijke chemicaliën, zoals POP’s (Persistent Organic Pollutants), op een verantwoorde wijze geschieden.’

Maar wat hebben de regering, het ministerie van ATM en het NIMOS tot vandaag de dag, 21 april 2013, gedaan op het terrein van chemicaliën en gevaarlijk afval?

‘Triest gesteld met chemisch afval in Suriname’
ATM-beleidsmedewerkster Anuradhada Khoen Khoen liet op 7 maart 2011 via Starnieuws weten dat het triest is gesteld met chemisch afval in Suriname. Het ministerie van ATM) had toen ‘vergevorderde stappen gezet voor een nieuwe structuur om chemische stoffen en chemisch afval die in Suriname voorkomen te lokaliseren’. Ook de verwerking en aanpak van chemisch afval zouden terug te vinden zijn in de nieuwe structuur.

Een maand eerder had het Surinaamse parlement, de Nationale Assemblee, haar goedkeuring gegeven aan de regering voor het ondertekenen van het Verdrag van Basel en van Stockholm.

Op basis van deze twee verdragen zou verder gewerkt kunnen worden aan het lokaliseren, opslaan en verwerken van chemische stoffen en afvalmaterialen die schadelijk zijn voor mens en milieu. Het verdrag van Basel handelt over de wettelijke regeling voor de uitvoer van uiterst gevaarlijke stoffen. In Suriname zijn op verschillende locaties dergelijke stoffen opgeslagen.
Bij het Stockholm Verdrag gaat het om de bestrijding van Persistente Organische Verontreinigers (POP's). Verschillende schadelijke chemicaliën veroorzaken wereldwijd ernstige milieuproblemen. Sommige kunnen zelfs vele jaren nadat ze terecht zijn gekomen in het milieu nog negatieve effecten hebben. POP's zijn geen stoffen die van nature in het milieu voorkomen. Ze zijn door de mens gemaakt. In de Stockholm Conventie zijn de gevaarlijkste POP's vastgelegd. Dit verdrag heeft als doel milieuverontreiniging door POP's te voorkomen of te beperken. Suriname ondertekende in mei 2002 samen met 150 landen de Stockholm Conventie, maar had deze nog niet geratificeerd.

Tijdens de behandeling van beide verdragen in De Nationale Assemblee beloofde minister Ginmardo Kromosoeto van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM) na de aanname, dat spoedig ook de algemene nationale milieuwet aan het college zou worden aangeboden. Die wet zal meteen ook inspelen op de twee internationale verdragen. Dat was dus in februari 2011 en de Milieuwet is nog steeds niet beland in het parlement ter behandeling.

ATM erkent: 'Op vuilstort Ornamibo wordt naast huisvuil ook chemisch afval gedumpt’
Volgens Anuradhada Khoen Khoen, begin maart 2011, is het enorm triest gesteld met vrijwel alle aspecten van chemisch materiaal en afval in Suriname. Van import, productie tot opslag en verwerking. ‘Als we alleen al kijken naar de algemene vuilstortplaats Ornamibo. Daar worden naast huisvuil waarvoor het is bestemd, ook alle soorten schadelijk chemisch afval gedumpt. Dat is erg triest.’

NIMOS: Onbekend hoeveel schadelijk afval wordt gestort te Ornamibo
Naast het trage handelen door ATM, kan ook van het NIMOS niet echt gezegd worden dat het een alert en milieubewust instituut is. Het NIMOS opereert vooralsnog vooral op papier en participeert slechts, neemt deel aan, maar neemt zelden eigen initiatief.

Ooit, een paar jaar geleden, schreef Sandra Bihari ‘Education & Awareness Officer NIMOS’ een stuk met als titel ‘Ons huidig beleid t.a.v. gevaarlijk afval'. Daarin wordt in de inleiding een aantal soorten gevaarlijk afval benoemd, zoals zware metalen, polychloorbifenylen (PCB’s), (landbouw) chemicaliën, afgewerkte olie, oliefilters, batterijen, accu’s, oplosmiddelen en gevaarlijk afval. Opmerkelijk in haar stuk is de vermelding dat radioactief afval ‘weliswaar gevaarlijk is’, maar dat het niet valt onder gevaarlijk afval.
Ook op z’n zachtst gezegd opmerkelijk is het volgende tekstdeel: ‘Van de totaal geschatte hoeveelheid huishoudelijk en bedrijfsafval (plus minus 120.000 ton per jaar) welke gestort wordt op de vuilstortplaats Ornamibo is niet bekend hoeveel hiervan gevaarlijk is, aangezien er geen scheiding van het afval plaatsvindt alvorens deze wordt gedumpt. Voor gevaarlijk afval geldt dat zij in het algemeen naar categorie gescheiden, ingezameld, opgeslagen en bewerkt of verbrand moet worden. Vanwege de schadelijke bestanddelen mag gevaarlijk afval niet bij het gewone afval worden opgeslagen. Momenteel zijn er geen specifieke wettelijke bepalingen die het totaal proces vanaf de lozing of inzameling tot de verwerking van afval, inclusief gevaarlijk afval, regelen.’

Beperkte informatie op website NIMOS

Verder schrijft de NIMOS-medewerkster, dat regulering van gevaarlijk afval dringend vereist is in het belang van mens en milieu. ‘Momenteel is niet bekend hoeveel en welke soorten gevaarlijk afval er vrijkomen in bedrijven en huishoudens omdat er geen meldingsplicht bestaat omtrent de aard, de hoeveelheid en andere gegevens. Door instanties als het NIMOS en de ADEK (Anton de Kom Universiteit van Suriname) is gepoogd om d.m.v. onderzoeken nadere gegevens te verkrijgen. Helaas zijn het bij pogingen gebleven, aangezien een aantal bedrijven geweigerd heeft de gevraagde informatie te verschaffen en deze bedrijven correct aanvoeren dat zij hiertoe wettelijk niet verplicht zijn.’

Papieren tijger
Uit niets blijkt echter wat het NIMOS actief heeft ondernomen om er bijvoorbeeld achter te komen, door bijvoorbeeld het houden van steekproeven, hoeveel gevaarlijk afval terechtkomt op de bekende vuilstort Ornamibo of bij welke bedrijven welke soorten van gevaarlijk afval vrijkomen bij bijvoorbeeld productieprocessen. Het NIMOS lijkt een papieren tijger. De website laat vooral veel oude informatie zien. Enige actuele informatie is niet of nauwelijks aanwezig. De burger wordt slecht door dit milieuinstituut geïnformeerd over allerlei belangrijke milieu gerelateerde zaken.

Suriname weet zich geen raad met afvalstroom
Suriname kampt al vele jaren met een afvalprobleem in algemene zin, voornamelijk door slecht en laks beleid. Dat leidde in het voorjaar van 1999 al tot irritatie in ‘Den Haag’. Toenmalig minister Evelien Herfkens van Ontwikkelingssamenwerking was het zelfs zat om geld te steken in Surinaamse projecten die moeizaam verliepen door slecht beleid in Paramaribo.

De Volkskrant besteedde hieraan op 3 maart dat jaar aandacht:

‘Acht missies stuurde Nederland in vier jaar naar Suriname om het afvalprobleem van groot-Paramaribo op te lossen. Maar op de laatste dag van 1998, toen het ontwikkelingsproject al moest zijn voltooid, was de vuilverwerking van Paramaribo geen greintje verbeterd. Suriname faalde jammerlijk in het nakomen van gemaakte afspraken’, aldus berichtte de krant.  

‘Zo wees de Surinaamse regering pas op 30 december, een dag voor de deadline, een stortlocatie aan. De verzelfstandiging van het Surinaamse afvalbedrijf, een andere belangrijke voorwaarde, was helemaal niet rond. Het afvalbedrijf had niet eens een kantoor. En een nieuwe Afvalstoffenwet is nog altijd niet goedgekeurd door het parlement. Nederland stopte onlangs de financiering van het mislukte project, maar minister R. Mangal van Openbare Werken wil gewoon doorgaan. Alleen. De vijf miljoen gulden die nu ontbreken, zo verklaarde de minister trots, moet dan maar ergens op zijn begroting worden gevonden.’

Anno april 2013 heeft Suriname nog steeds geen Afvalstoffenwet – Concept lag in november 2007 al bij OW.....
Al begin november 2007 liet de directeur Vuilverwerking bij het ministerie van Openbare Werken, Bholanath Narain, weten dat de concept Afvalstoffenwet bij de Raad van Ministers lag voor commentaar. De Afvalstoffenwet zou volgens hem gesynchroniseerd zijn met de Milieuwet en de hele keten van vergunning tot controle op vuilverwerkingsactiviteiten zou erin zijn opgenomen. Via de Ware Tijd van 7 november 2007  beloofde Narain dat bij de inwerkingtreding van deze wet een grootscheepse voorlichtingscampagne zou worden opgezet, waarin burgers ingelicht zouden worden over de noodzaak van hygiëne, en gemotiveerd worden te helpen bij het proces het land schoon te houden.

Maar, eind oktober 2009 was er nog steeds geen wet. Toenmalig minister van Openbare Werken, Ganeshkoemar Kandhai, zei in de tweede week van oktober 2009 dat het ministerie bezig geweest was met een concept Afvalstoffenwet. Die was op dat moment gereed, maar de minister was niet in staat om concreet te zeggen of het binnen de regeerperiode haalbaar zou zijn om de wet goedgekeurd te krijgen door De Nationale Assemblee.

Inmiddels is het bijna mei 2013 en Suriname beschikt nog steeds niet over milieuwetgeving...

ATM reageert niet
Henna Uiterloo, directeur directoraat Milieu van ATM, zond ik op 9 april ter beantwoording de volgende vragen:

1) Hoe vorderen de werkzaamheden van de werkgroep ‘Beheer van het grensoverschrijdend transport van gevaarlijk afval’? 
2) Hoe is het SAICM/QSP-project afgerond en wat zijn de resultaten ervan? 
3) Zijn inmiddels chemische stoffen en chemisch afval in het land gelokaliseerd? 
4) Wat is de actuele stand van zaken rond de Milieuwet? Tijdens de behandeling gisteren in De Nationale Assemblee van de twee gouddeals kwam deze wet, en dan vooral de vraag naar de stand van zaken, ook ter sprake.

Het ministerie heeft tot heden (nog) niet de moeite genomen om te reageren op een paar concrete vragen. Geen reactie is echter ook een reactie, een heel duidelijke reactie....

vrijdag 19 april 2013

Internationaal Pers Instituut neemt Surinaamse wetgeving inzake laster onder de loep

Delegatie IPI bezoekt 20 april Suriname

IPI wil geen wereld met journalistieke zelfcensuur

Als het aan het IPI ligt mogen Surinaamse journalisten de president beledigen.......

19-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Een delegatie van het in het Zwitserse Genève gevestigde International Press Institute (IPI),  dat wereldwijd strijdt voor persvrijheid, bezoekt van 15 april tot en met 6 mei, samen met de Association of Caribbean Mediaworkers (ACM), Trinidad & Tobago, Guyana, Curaçao, de Dominicaanse Republiek, Antigua & Barbuda en Suriname.

De organisaties gaan in ieder geval tijdens hun bezoek morgen, 20 april, aan Suriname de lokale wetgeving inzake laster, waarvoor – zo berichtte De West in haar editie van 10 april 2013 - journalisten zware celstraffen riskeren, bespreken. Het is nog niet duidelijk hoelang het bezoek gaat duren.

Journalisten zouden risico lopen veroordeeld te worden
Uit onderzoek, uitgevoerd door de organisatie als deel van een campagne om wetten inzake laster in het Caribisch gebied te herroepen, blijkt dat in zes Caribische landen journalisten het risico lopen te worden veroordeeld tot celstraffen. Voorts is het niet ongewoon dat er dreigementen worden geuit tegen mediawerkers. Suriname hoort bij die 'alarmerende groep' en zou zelfs over de strengste wet met betrekking tot laster beschikken, aldus De West. ‘Deze wet straft journalisten die hun mening naar de regering toe openlijk én op een vijandige, haatdragende of verachtelijke manier uiten, met maar liefst zeven jaar celstraf.’

De krant doelt op het artikel 171-136 in het Wetboek van Strafrecht:

Artikel 171-136 
Hij, die in het openbaar uiting geeft aan gevoelens van vijandschap, haat of minachting jegens de Regering van Suriname, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.

De West vermeldt ook, dat het beledigen van de Surinaamse president of vlag een journalist al snel tot vijf jaar opsluiting kan opleveren. Hier slaat de krant de plank echter finaal mis. Beledigt iemand de Surinaamse vlag dan kan die persoon ten hoogste zes maanden achter tralies belanden. Dat is opgenomen in artikel 176-a143 van het Wetboek van Stafrecht:

Artikel 176-a143
Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding opzettelijk op een voor nationale gevoelens krenkende wijze uitlaat over de vlag van Suriname, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden.

Artikel 176-b144
Hij die een geschrift of afbeelding, waarin een voor nationale gevoelens krenkende uitlating over de vlag van Suriname voorkomt, verspreidt, openlijk ten toon stelt, of aanslaat, of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat in het geschrift of de afbeelding zodanige uitlating voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden.

Het beledigen van de president zou, conform artikel 173-138 van het Wetboek van Strafrecht, een gevangenisstraf kunnen opleveren van hooguit twee jaar. Overigens wordt nergens de benaming ‘de president van de Republiek Suriname’ vermeld:

Artikel 173-138
Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk in beledigende vorm uitlaat over het openbaar gezag in Suriname, over een openbaar lichaam of over een openbare instelling, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste drieduizend gulden.

Artikel 174-139
Hij die een geschrift of afbeelding, waarin een uitlating in beledigende vorm over het openbaar gezag in Suriname, over een openbaar lichaam of over een openbare instelling voorkomt, verspreidt, openlijk ten toon stelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat in het geschrift of de afbeelding zodanige uitlating voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden. 

Waarom zouden journalisten wèl mogen beledigen?
Deze wetsartikelen gelden uiteraard voor alle ingezetenen van Suriname en dus ook voor journalisten. Het zou te gek voor woorden zijn, wanneer speciaal voor journalisten uitzonderingen in de wet zouden worden gemaakt.
Als ìk niet mondeling of schriftelijk de president mag beledigen, waarom zou een journalist dat dan wel mogen? Beledigen is beledigen en laster is laster. Mij is dan ook volstrekt onduidelijk wat het IPI wil bereiken met een bezoek aan Suriname. De regering gaat echt niet een wet wijzigen ten gunste van een handjevol journalisten, die ook allen gewone burgers zijn.
Zou je als journalist in een artikel de president mogen beledigen? Dat is, zo begrijp ik, hetgeen het IPI graag ziet: een extreme mate van vrijheid voor de journalist. In een column zou het wellicht kunnen en mogen, al naar gelang de context van de column. Maar, het hek zou van de grens van de toelaatbare dam zijn, wanneer je een journalist als uitzonderingsgroep die extreme mate van beledigende vrijheid zou geven. Waar blijven de algemeen geaccepteerde en gerespecteerde fatsoensnormen?

President wordt niet benoemd in wetsartikelen
Nogmaals, geen enkel wetsartikel in het Surinaamse Wetboek van Strafrecht vermeldt specifiek de benaming ‘de president van de Republiek Suriname’.

In het Nederlandse Wetboek van Strafrecht wordt daarentegen wel specifiek ‘de Koning’ genoemd en ook in Nederland staat op belediging van ‘de Koning’ hooguit vijf jaar celstraf (in de volksmond wordt gesproken over majesteitsschennis). De artikelen dateren overigens uit 1881:

Artikel 111 W.v.S.
Opzettelijke belediging van de Koning wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 112 W.v.S.
Opzettelijke belediging van de echtgenoot van de Koning, van de vermoedelijke opvolger van de Koning, van diens echtgenoot, of van de Regent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel 113 W.v.S.
Hij die een geschrift of afbeelding waarin een belediging voorkomt voor de Koning, de echtgenoot van de Koning, de vermoedelijke opvolger van de Koning, diens echtgenoot of de Regent, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige belediging voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

SVJ wil 'niets uit de doeken doen'
IPI-directeur Alison Bethel McKenzie wil, zo werd 9 april door het IPI in een eigen persbericht bekendgemaakt, proberen om tijdens het bezoek aan de landen in het Caribisch gebied steun te krijgen van journalisten, redacteuren, organisaties uit het maatschappelijk middenveld en van gouvernementele en niet-gouvernementele bestuurders om te trachten de wetgeving inzake laster te herroepen. Ook wil het IPI de bescherming van journalisten in Suriname, Guyana en Antigua & Barbuda ter sprake brengen. ‘Het IPI en ACM streven samen naar een wereld, waarin geen enkele journalist wordt gedwongen tot zelfcensuur of een celstraf opgelegd kan krijgen door simpelweg zijn of haar job uit te oefenen’, aldus Mc-Kenzie.

IPI-bezoek zou volgens SVJ 'een reguliere oriëntatie' zijn.....
Tegenover De West van 10 april wilde de voorzitter van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ), Wilfred Leeuwin, het programma van de IPI-delegatie ‘nog niet uit de doeken doen’. Een dag voor de aankomst van de delegatie heeft de SVJ nog niets van zich laten horen..... 's Avonds blijkt de SVJ een persbericht te hebben uitgebracht waarin de komst van de delegatie morgen wordt aangekondigd. De delegatie blijkt tot en met woensdag 24 april, aldus de SVJ, in Suriname te vertoeven. De vereniging maakt bekend gedurende het delegatiebezoek waar te nemen voor de Associatie van Caraïbische Journalisten.

Overigens zou volgens de SVJ het bezoek van de IPI-delegatie 'een reguliere oriëntatie van het instituut aan leden' zijn. De vereniging rept niet over de werkelijke intenties van het bezoek van de delegatie aan Suriname.......dat is op z'n zachtst gezegd opmerkelijk te noemen.

Noot:

SVJ ziet graag dat Surinaamse 'muilkorfwetten' uit Surinaamse wetgeving worden verwijderd

Het recht op vrije meningsuiting mag niet belemmerd worden, doordat burgers die hiervan gebruik maken celstraf riskeren. Personen die vinden dat hun naam is aangetast, mogen gebruik maken van andere wetgeving om dit recht te trekken.

Dit zei voorzitter Wilfred Leeuwin van de Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) in een gezamenlijke persconferentie met vertegenwoordigers van International Press Institute (IPI). Vooral journalisten lopen door deze koloniale wetten het risico in de bak te belanden, zo schrijft de Ware Tijd vandaag, woensdag 24 april 2013.

De internationale organisatie, die de afgelopen twee dagen op bezoek was in Suriname, voert campagne in verschillende Caribische landen om deze koloniale wetten uit de Grondwet te schrappen. IPI en SVJ hebben met verschillende organisaties en instanties gesproken. Hoewel de wetten zeer zeldzaam worden gebruikt, vinden mediaorganisaties het gevaarlijk om deze te laten bestaan. Bovendien blijkt dat ‘overtreders’ in Suriname de zwaarste straffen riskeren in vergelijking met andere Caribische landen.

IPI-voorzitter Alison McKenzie benadrukt echter, dat het schrappen van de bewuste wetten niet bedoeld is om journalisten de ruimte te geven onwaarheden te publiceren zonder dat er hieraan consequenties verbonden kunnen worden. De mogelijkheid om een journalist aan te klagen moet van kracht blijven.

Naar aanleiding van de gesprekken geeft Leeuwin aan dat er vanuit de gemeenschap echter ook enorme behoefte bestaat aan toezicht op journalisten en mediawerkers. Alle gesprekspartners zijn bereid mee te werken aan het schrappen van de wetgeving, maar eisen meer regelgeving voor deze beroepsgroep.
De SVJ belooft samen met de IPI en de Association of Caribbean MediaWorkers (ACM) hieraan mee te werken.

Leeuwin wil een traject uitstippelen, waarbij niet alleen aan het schrappen van de muilkorfwetten wordt gewerkt, maar ook aan regelgeving en trainingen voor journalisten. Het is volgens de voorzitter dus meer dan ooit noodzakelijk dat mediawerkers zich bundelen…..

Natuurlijk besteedt vandaag, 24 april, ook de nieuwswebsite Starnieuws aandacht aan het bovenstaande. Ongetwijfeld is het artikel van de hand van Starnieuws-redacteur Wilfred Leeuwin, voorzitter van de SVJ.

woensdag 17 april 2013

De anarchie van de parkerende automobilist in Paramaribo

Asociaal parkeergedrag automobilisten dwingt voetgangers de straat op

In Paramaribo lijkt automobilist het gezag te hebben en niet de politie

17-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Paramaribo blinkt nu niet echt uit door voetgangersvriendelijke wegen. Paramaribo blinkt niet echt uit door sociale automobilisten, neen, het centrum van de stad blinkt uit door asociaal gedrag van vooral automobilisten. Asociaal parkeergedrag. Anarchistisch gedrag. Veel automobilisten blijken lak te hebben aan wet- en regelgeving. Waar het maar even kan parkeren ze hun bolides. Politie is in geen velden en wegen te bekennen. In Paramaribo heeft de automobilist het gezag, ook chauffeurs van overheidsvoertuigen.

De Watermolenstraat bijvoorbeeld in het centrum van de stad, is voor voetgangers nauwelijks fatsoenlijk toegankelijk. Aan beide zijden van de straat is het voetpad vol geparkeerd met auto's. Voetgangers worden gedwongen om op de weg te lopen met alle risico's van dien. Ook auto's van de overheid staan gewoon bij een kantoor van het ministerie van Buitenlandse Zaken op de stoep geparkeerd. Maak je daarover een opmerking tegen een zogenoemde 'beveiliger' ('Je parkeert toch geen auto's op de stoep!'), dan wordt er niet gereageerd...... onbeschoft en onbehoorlijk gedrag, ook van de vele automobilisten, Trottoirs worden ook nog eens extra zwaar beschadigd en de tegels liggen al zo schots en scheef......

Vooral voor mensen met een beperking en ouderen is een wandeling in het centrum van Paramaribo waarschijnlijk een ware martelgang geworden. Maar, niemand bij de autoriteiten en bij het bevoegde gezag lijkt zich daarom druk te maken, laat staan aan deze mensen te denken.

Waarom wordt er niet tegen de fout- en asociale parkeerders opgetreden? Waarom worden kapot geparkeerde trottoirs niet hersteld? Waarom worden burgers gedwongen om gevaarlijke capriolen uit te halen door zich tussen het verkeer op wegen te begeven, omdat asocialen hun bolides parkeren op de alleen voor voetgangers bedoelde trottoirs....

Vragen die vragen om een reactie. Dus, zowel het ministerie van Openbare Werken als het ministerie van Justitie en Politie, eigenlijk tegen beter weten in, hierover benaderd voor een reactie.

Zoals verwacht, ondanks herhaalde verzoeken, geen enkele reactie. De ministeries zijn wel bereikbaar voor commentaar, maar niemand heeft het fatsoen om te reageren. Natuurlijk niet, waarom zouden ze: het is immers beschamend om eigen falen te erkennen. Die erkenning is echter niet nodig. De fatsoenlijke Surinamer kent het onfatsoenlijke deel van het land. Kennelijk zit asociaal gedrag in de genen van vele Surinamers. Ik kan het gedrag niet anders verklaren. Fatsoen in Suriname? Waar?

Tijd wellicht voor het instellen van een presidentiële Commissie Ordening Parkeergedrag Verkeer of een Commissie Ordening Asocialen in Paramaribo? Maar ja, we weten allemaal dat dergelijke commissie ook weinig zoden aan de dijk weten te zetten.....

Noot:
'Roekeloos parkeergedrag binnenstad wordt aangepakt' Dat was de kop boven een artikel in een van de Surinaamse kranten van 26 januari 2006. De tekst van dat artikel luidt:

In verband met de verdergaande ordening van de binnenstad gaat de politie van het ressort Centrum, in nauwe samenwerking met de Motor Surveillancedienst en de buurtmanagers, er toe over om tegen foutparkeerders op te treden. De overtreders zullen bekeurd worden en een boete van SRD 50,= opgelegd krijgen.

Vooruitlopend op het bekeuren van de overtreders zal in eerste instantie een “aanmanings- en waarschuwingsbriefje” op het voertuig worden achtergelaten. Hierop is onder meer aangegeven hoe men een voertuig op de openbare weg dient te parkeren, echter alleen indien dit bij wet is toegestaan. De politie zal daarna, indien de eigenaar van het voertuig niet snel is te achterhalen, er toe overgaan om het voertuig weg te laten slepen. De kosten en alle risico’s, verbonden aan het wegslepen van het voertuig, zullen voor rekening van de overtreder komen. 

En iedereen bleef vervolgens dromen......

maandag 15 april 2013

Jager toont trots door hem doodgeschoten jaguar op zijn Facebookpagina

‘Ik heb twee kilo vlees in de vries wil je proeven’

Ongestraft beschermde en bedreigde jaguar doden in Suriname

15-04-2013 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Al bijna een jaar zijn op Facebook foto’s te zien van een jager in Suriname, die trots een door hem doodgeschoten beschermde en bedreigde jaguar aan zijn ‘vrienden’ op zijn Facebookpagina toont. Dat kan, open en bloot, zonder dat er tegen die man is of wordt opgetreden. Het is immers verboden om zonder toestemming van de afdeling ’s Lands Bosbeheer van het ministerie van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer een jaguar dood te schieten.

Ongestraft
Diverse artikelen heb ik geschreven over de jaguar (‘tigri’ voor Surinamers) in Suriname. Zo schreef ik op 16 en 20 juni 2012 dit artikel en al op 3 mei 2010 het artikel ‘Verdwijnt de 'tigri' uit Suriname? - Beschermde jaguar mag ongestraft doodgeschoten worden’.

Maar, nog steeds kan men ongestraft voor de lol de beschermde en bedreigde jaguar doodschieten, zonder dat de autoriteiten optreden tegen de moordenaars, want dat zijn die zogenoemde ‘jagers’, moordenaars.

Vandaag werd ik geattendeerd op een serie foto’s van ene Randjietkoemar Ramdat die half juli 2012 een serie foto’s plaatste op zijn Facebookpagina van een door hem doodgeschoten jaguar. Via deze en deze link zijn de foto’s te bekijken voor mensen met een sterke maag. (Update 18 april: Ramdat blijkt alle foto's van zijn Facebookpagina te hebben verwijderd - mr Ramdat has removed all jaguar- and other hunting trophies photos from his Facebookpage -, kennelijk geschrokken van de ruchtbaarheid die er aan was gegeven..... - apparently shocked by the publicity...)

De man lijkt het dier enkel en alleen te hebben afgeknald voor zijn huid, tanden en vlees. Ramdat heeft de jaguar zelf gevild. Bij een van de foto’s schrijft hij ook nog eens ‘heerlijk vlees hoor’ en ‘ik heb twee kilo in de vries wil je proeven? ga zaterdag koken op me buitenplaats wie lust tigrie vlees?’

Tijd voor actie vanuit regering
Het wordt hoog tijd dat de autoriteiten gaan optreden tegen mensen die voor de lol, voor hun eigen adrenalinestoot, voor hun eigen opwinding , voor hun plezier, voor de in hun ogen leuke plaatjes en voor geldelijk gewin ,bedreigde jaguars doodschieten. Een internationaal beschermd diersoort. Maar, ook zogenoemde natuurbeschermingsorganisaties als het WWF Guianas en Conservation International Suriname zouden eens hun stem krachtig moeten laten horen en zich niet moeten beperken tot voorzichtige diplomatieke reacties om maar vooral niet de relatie met de autoriteiten te verstoren.


Regering laat biodiversiteit vernietigen 
De laatste maanden loopt de Surinaamse regering over van het beschermen van de biodiversiteit en REDD+ en duurzaam bosbeheer, maar ondertussen wordt die biodiversiteit nog steeds vernietigd door onder andere ongebreidelde en ongecontroleerde jachtpraktijken waarbij ook beschermde en bedreigde diersoorten worden afgeknald, door het gebruik van kwik in de kleinschalige goudwinning, door goudpontons op rivieren en het stuwmeer, door illegale vuilstort en door komende grootschalige goudmijnbouwactiviteiten in onder andere het Meriangebied.

Noot: 
In Mexico wordt 15 november 2013 bekend dat een milieubureau Justitie verzoekt om het doodschieten van een jaguar te onderzoeken. Het dier werd afgeknald door een man die vervolgens foto's van het dier plaatste op Facebook - veel overeenkomsten dus met 'het geval' in Suriname!!!

Mexico to probe man who allegedly killed jaguar 

November 15, 2013 20:50 GMT APNewsNow

MEXICO CITY (AP) -- Mexico's environmental agency says it will ask federal prosecutors to investigate the killing of a jaguar by a man who posted photos of the dead animal on Facebook.
The agency said in a statement released Friday that the man also posted photographs of the jaguar being cooked.

The jaguar is an endangered species protected by law in Mexico. The agency said the man who hunted and cooked the big cat in the northern state of Nuevo Leon, across the border from Texas, faces between one and nine years in prison.

Photos circulating online show two men, one in hunting clothes, holding up with one arm the partially skinned corpse of a bloodied jaguar while holding a beer in the other hand.

* Op 26 maart 2014 bericht de Costa Ricaanse krant Tico Times dit bericht. Over een jongen die op zijn Facebookpagina foto's plaatste van een doodgeschoten jaguar. Dat leidde tot de nodige ophef op social media. Ik heb naar die krant toe gereageerd over hoe en in Suriname over het algemeen om gaat met de jaguar en over die jager en zijn foto's op Facebook.