maandag 21 december 2015

Den Blauwvinger: Suriname ontbeert een krachtige huurdersvereniging

COLUMN: Verhuurders maken op grove asociale wijze misbruik van huurders en woningzoekenden

Huurprijzen worden gevraagd in extreem hoge buitenlandse valuta en dat wordt gedoogd 

Laat de twee consumentenorganisaties aanzet geven om te komen tot een huurdersvereniging

21-12-2015  Den Blauwvinger/De Surinaamse Krant


Afgelopen week werd weer eens in De Nationale Assemblee gedebatteerd over de verhuur van woningen in Euro's in plaats van gewoon in Surinaamse dollars ofwel Srd's. Dat is bij wet verboden en alleen een bedrijf als de SLM (Surinaamse Luchtvaart Maatschappij) mag producten aanbieden in buitenlandse valuta.

In de hele discussie over woningverhuur in extreem hoge buitenlandse valuta mist het aspect van een huurdersvereniging. In Suriname bestaat geen enkele organisatie die zich inzet en hard maakt voor de rechteloze huurder. Consumentenorganisaties (Consumentenkring en Consumentenbond) lijken zich daar ook niet echt druk om te maken, zich voor in te zetten.
Waarom niet?
Waarom is men in Suriname zo passief en laat men alles maar gedwee over zich heen komen? Wanneer wordt die vuist eens op tafel geslagen?
Surinamers kunnen luid en grof praten. Schelden en met vuil smijten is aan de orde van de dag, maar opkomen voor hun persoonlijke belangen en rechten is er nauwelijks bij. Gedwee wordt alles maar, welhaast slaafs, geaccepteerd.

Een loopje genomen en gesold
Met huurders wordt in Suriname een loopje genomen, er wordt met ze gesold. Verhuurders maken misbruik van hun huurders door extreme hoge huren en borgsommen (soms twee tot drie maanden huur vooruitbetalen als borgsom is normaal) te vragen, een positieve uitzondering daargelaten.

Maar, feit is, er worden exorbitante huurprijzen voor woningen (waar soms van alles aan mankeert) gevraagd en niemand maakt zich druk. Ook Assembleeleden niet, want ja, je kunt wel iets roepen in een openbare vergadering van het parlement, maar bij roepen mag het niet blijven. Je hebt als politicus weer even je punt gemaakt, geschoord en wat publiciteit gehaald, maar uiteindelijk zijn de huurder en de woningzoekende daar niet mee gediend.

Paraplutarieven uit de koker van de NDP
Zo stelde de fractievoorzitter van de NDP (Nationale Democratische Partij), André Misiekaba, 17 december, tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblee (DNA) nog voor om zogenoemde paraplutarieven voor huurwoningen in te stellen. Hij zei, dat bij huurders het idee leeft dat de verhuurder de koers bepaalt en dat op die manier de huurder automatisch is overgeleverd aan de grillen van de woningeigenaren. De NDP'er wil dat tarieven per woonomgeving en op basis van de grootte van een woning, per vierkante meter, vastgesteld worden. Eerder had president Desi Bouterse bij het beantwoorden van vragen gezegd, dat de huurder absoluut niet verplicht is de huur in buitenlands geld te betalen. Bouterse zei ook, dat de verhuurder de huurprijs wel in een vreemde munt mag vragen, maar dat niet moet eisen. De verhuurder mag kiezen het bedrag in Surinaamse dollar te betalen tegen de officiële wisselkoers van de Centrale Bank van Suriname en niet tegen een zwarte markt- of cambiokoers. De president lijkt zijn 'eigen' wet- en regelgeving niet te kennen.

Misiekaba: 'Het is goed als gezegd wordt, dat niet in vreemde valuta betaald hoeft te worden, maar ik had graag gezien, dat ook het vragen ervan door de verhuurder wordt verboden.'

Gebreken en ongemakken, daar betaalt de huurder veelal duur voor
De politicus had een punt. Huurprijzen voor woningen in buitenlandse valuta zouden verboden moeten worden. Verhuurders maken er op een ongelooflijke misbruik van en van de heersende woningnood, waardoor soms woningzoekenden gedwongen worden om in te dure huurwoningen te gaan wonen. Negen van de tien huurwoningen worden aangeboden in euro's. Huurprijzen vanaf zo'n 400 euro per maand zijn normaal, maar omgerekend in Srd's (Srd 1.686 op 19 december) voor velen niet op te brengen. Vaak zijn het ook nog eens woningen met de nodige gebreken en ongemakken. Schrijnend.

De meeste verhuurders zijn niets meer en niets minder dan ordinaire geldwolven, die weten dat huurders nauwelijks tot geen rechten hebben, maar die wel de huur netjes op tijd moeten betalen, want anders worden ze zo door hun huurbaas op straat gezet, zonder pardon.

Het wordt tijd dat de regering hier eens serieus werk van gaat maken en verhuurders aanpakt die woningen verhuren in buitenlandse valuta. Verhuurders die de fout in gaan zijn eenvoudig en snel te traceren en dus aan te pakken. Maar, de wil om tegen ze op te treden lijkt niet aanwezig te zijn. Waarom huurders dwingen – terwijl de wet het niet toestaat – de huur te voldoen in euro's? We leven toch in Suriname? Het is te gek voor woorden. Overigens geldt dat ook voor andere sectoren, zoals de autohandel. De meeste auto's in Suriname worden door garages en anderen te koop aangeboden in Amerikaanse dollars. Ook dat wordt gedoogd.

Consumentenorganisaties zouden met initiatief voor huurdersvereniging moeten komen
Wat de woningverhuur betreft zou het aan te bevelen zijn om bijvoorbeeld vanuit de consumentenorganisaties – zij zijn het toch die de belangen van de consument moeten beschermen? – met een initiatief te komen voor het oprichten van een huurdersvereniging, waardoor de druk kan worden opgevoerd op de regering en op asociale verhuurders om onder andere definitief een einde te maken aan de praktijk van het vragen van euro's om de maandelijkse woninghuur te voldoen. We leven en wonen toch in Suriname en niet in Europa?
Maak een einde aan de huidige absurde situatie in de woningverhuursector. Consumentenkring en Consumentenbond Suriname neem het initiatief en werk in gezamenlijkheid aan de oprichting van een huurdersvereniging. Toon eens, dat jullie werkelijk opkomen voor de consument.

Hoogachtend,
Den Blauwvinger,
21 december 2015
Amsterdam-Paramaribo

vrijdag 4 december 2015

Den Blauwvinger: Veel vragen over zogenoemd 'doorlichten' Staatsmedia Suriname door Nico Haasbroek

COLUMN: Oud-hoofdredacteur NOS Journaal onder mistige omstandigheden naar Suriname gehaald en na tien dagen weer in stilte vertrokken

Doorlichting Staatsmedia, op verzoek van de Staat, al voor aanvang gedoemd te mislukken

04-12-2015  Den Blauwvinger/De Surinaamse Krant


De afgelopen dagen was de oud-hoofdredacteur van het NOS Journaal Nico Haasbroek in Suriname om de staatsmedia door te lichten en om personeel van die zenders te trainen. Zijn bezoek was controversieel en met de nodige onbeantwoorde vragen omringd. Immers, hij was – kennelijk door de staat zelf uitgenodigd, maar de staatszenders hadden totaal geen trek om aan de doorlichting, waarvan zij niet vooraf op de hoogte zouden zijn geweest, mee te werken. Ondertussen leverde het werkbezoek aan Suriname Haasbroek een aardig euro-centje op.

Veel vragen over mistig 'Haasbroek-project'
Maar, door wie was de oude rot in het journalistieke metier uitgenodigd, waarom was juist hij voor dit klusje benaderd, waarom moesten de staatsmedia tegen het licht worden gehouden en hoe dacht hij die staatsmedia objectief te kunnen doorlichten - in slechts tien (10!) dagen tijd (hoe kun je twee Surinaamse omroepen, twee radiozenders en de Voorlichtingsdienst van de Staat in zo'n korte tijd op een geloofwaardige wijze doorlichten?) - als zij nauwelijks bereid bleken te zijn om medewerking te verlenen?
Overigens is hij alweer terug in Nederland. Op zijn website staat donderdag 3 december te lezen 'Na een pauze van tien dagen in Suriname ben ik weer terug in Middelland.' (een wijk in Rotterdam) Tien dagen. Heeft hij in tien dagen tijd de staatsmedia weten door te lichten? Hoogst onwaarschijnlijk.

Het was de Ware Tijd die woensdag 18 november gewag maakte van de komst van Haasbroek . De krant wist te berichten, dat de door te lichten staatsmedia – STVS, ATV, SRS, Radio Boskopu en de Nationale Voorlichtingsdienst – jaarverslagen, personeelsbestanden, uitzendschema’s en overzichten van beschikbare technologie ter beschikking zouden moeten stellen aan Haasbroek.
'Maar, ik weet van niets', liet Clifton Limburg, lid van de Raad van Toezicht bij de STVS en SRS, meteen weten. Niemand was geïnformeerd, niemand wist iets.

Wat was de rol van Roy Raymond de Miranda?
Een en ander werd gecoördineerd door Roy Raymond de Miranda, in alle stilte adviseur geworden van vicepresident Ashwin Adhin, en de persoon die leiding geeft aan een commissie die het project Naschoolse Opvang aan het evalueren is. Waarom hij betrokken was bij het 'Haasbroek-project' en wie feitelijk – en waarom – de opdracht daartoe had verstrekt aan de Nederlander is volstrekt onduidelijk. De Miranda heeft geen media-achtergrond en wat weet hij van het onderwijs? Ook niet veel, toch? Hij staat bekend als iemand met een arrogante attitude en een, te, grote mond, die houdt van schelden en vuil smijten en een besmet verleden heeft binnen de NDP van president Bouterse (Clean Files Tribunal, voor wie het zich weet te herinneren.....).

In de periode 21 tot en met 28 november zou Haasbroek workshops en trainingen verzorgen voor het personeel van de betrokken media. Maar, het bleef na dat ene bericht in de Ware Tijd van 18 november stil rond Haasbroek, tot diezelfde krant op 28 november met een 'follow-up' kwam.

De voorgenomen doorlichting en reorganisatie van de staatsmedia leek op drijfzand te berusten. Dat schreef de Ware Tijd. Leidinggevenden leken niet van zins te zijn veel medewerkers vrij te maken voor de training van Haasbroek en ook bleek het een lastig te nemen hobbel te worden om de benodigde documenten voor de doorlichting in handen te krijgen vanuit de door te lichten media.

Duur prijskaartje
In het radioprogramma Bakana Tori van Clifton Limburg op de SRS, spuugde Eugene van der San, directeur van het Kabinet van de President, zijn gal over het project. Hij plaatste ook vraagtekens bij wat met de doorlichting werd beoogd. Maar, vooral het prijskaartje - de consultant Haasbroek vroeg maar liefst 300 euro per uur – wekte bij Van der San en Limburg verbazing. In Nederland zou Haasbroek, zo beweerde hij, 1.200 euro per uur verdienen aan soortgelijke projecten, maar in Suriname wilde hij het wel voor een habbekrats van 300 euro per uur doen. Maar, 300 euro is dus in Suriname geen habbekrats - maar daar stond de doorlichter niet bij stil -, dat is omgerekend in Surinaamse dollar rond een modaal inkomen.
Om het project uit te voeren was 120 uur uitgetrokken, wat dus neer zou komen op een bedrag van minstens 36.000 euro. Snel en eenvoudig verdiend in tien dagen tijd.

Haasbroek heeft overigens niet gereageerd op vragen van de redactie van De Surinaamse Krant over zijn werkzaamheden in Suriname en op de vraag door wie hij feitelijk voor deze klus was gevraagd. Zijn digitale agenda op zijn website vermeldt ook niet dat hij deze dagen voor werkzaamheden in Suriname verbleef en ook wordt met geen woord hierover op de website gerept, behalve dan die ene zin vandaag, na terugkeer in Nederland.

Als een dief in de nacht
Haasbroek lijkt als een dief in de nacht Suriname te hebben verlaten, met, mogelijk, een goed gevulde portemonnee.
Maar, waarom al dat stilzwijgen rond het 'Haasbroek-project?
Waarom niet even een persconferentie beleggen om tekst en uitleg te geven over de doorlichting?
Wie heeft opdracht gegeven voor het doorlichten en waarom, met welke reden, met welk doel?
Is er wel doorgelicht en zo ja, wat heeft dat opgeleverd, welke conclusie kan er worden getrokken en heeft Haasbroek aanbevelingen gedaan?
Veel vragen, (nog) onbeantwoord, over een mistig, schimmig doorlichtingsproject.

Pauze...
Of het doorlichten van de staatsmedia door Haasbroek zal leiden tot zicht- en hoorbare kwalitatieve en technische verbeteringen bij die media valt ernstig te betwijfelen. Daarvoor zijn tien dagen simpelweg te kort en daarom kan het hele 'Haasbroek-project' niet echt serieus worden genomen.

Haasbroek zit weer thuis met in z'n kontzak wellicht nog een goed gevulde portemonnee en als herinnering een leuk verblijf ofwel een plezierige vakantie in Suriname. Hij schrijft niet voor niets op zijn website dat het tien dagen 'pauze' waren in Suriname.....en dat, dat ene woordje 'pauze', zegt meteen voldoende over hoe Haasbroek het doorlichtingsproject is ingestapt, relaxed, niet echt serieus, gewoon even vakantie vieren en tussendoor wat euro's binnenslepen, dat is het werk van consultant Nico Haasbroek.
En of de Surinaamse burger ooit hoort wat hij in Suriname precies heeft uitgespookt valt ook ernstig te betwijfelen.

Hoogachtend,
Den Blauwvinger
04 december 2015
Amsterdam-Paramaribo

vrijdag 27 november 2015

Den Blauwvinger: De vergeten Surinaamse ramp – Uniek Brownsberg Natuurpark dreigt verloren te gaan

COLUMN: Natuurbeschermingsorganisaties, autoriteiten en een milieuactivist ontlopen hun verantwoordelijkheid

Illegale goudzoekers mogen al jarenlang werken aan vernietiging Brownsberg – Het failliet van de natuurbeschermingsorganisaties

27-11-2015  Den Blauwvinger/De Surinaamse Krant


Je kunt dan wel als Wereldnatuurfonds in Suriname nu en dan een fotorapportje en een inhoudelijk rapport met veel gevoel voor drama en publiciteit uitbrengen over de voor de biodiversiteit vernietigende werkzaamheden van vele honderden illegale goudzoekers, maar daarmee is het Brownsberg Natuurpark niet echt geholpen. Vele jaren hebben natuurbeschermingsorganisaties en een verdwaald vermeend milieuactivist – die ooit een aantal jaren heeft gewerkt bij de Stichting Natuurbehoud Suriname (Stinasu, 'beheerder' van Brownsberg) – toegekeken hoe zoetjesaan het natuurgebied werd en nog steeds wordt verwoest. Beetje bij beetje verdwijnt het van de aardbodem.

Het gaat om een vergeten Surinaamse ramp. Even kwam het natuurgebied weer in het nieuws, op 13 november, toen de Ware Tijd met het bericht kwam, dat nog steeds zo'n 1.500 illegale goudzoekers bezig zijn om het gebied nog meer te vernietigen. De krant schreef zelfs, dat de goudzoekers op weg zijn om het plateau te bereiken en een van de ministers, Steven Relyveld van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer, adviseerde om de Ireneval niet te bezoeken, omdat de grond niet meer stabiel is.

Krankzinnig plan Commissie Ordening Goudsector
Diezelfde minister is gelukkig ook geen voorstander van het al op zaterdag 8 september 2012 gepresenteerde krankzinnige plan van de presidentiële Commissie Ordening Goudsector om 1.200 hectare grond in de omgeving van het natuurgebied ter beschikking te stellen aan de illegale goudzoekers. De autoriteiten wilden dit gebied conform de wettelijke regelingen ter beschikking stellen van de dorpsgemeenschap in het gebied. ‘Maar, daar zijn er natuurlijk voorwaarden aan verbonden’, zo liet Gerold Dompig, het gezicht en spreekbuis van de commissie, via de media weten. De goudzoekers zouden zich moeten organiseren en zich houden aan een aantal criteria voor de bescherming van de natuur. Maar, het plan van de commissie leek eerder op het belonen van illegale porknokkers die een natuurpark hadden vernietigd, dan het beboeten of veroordelen van die goudzoekers voor hun gedrag. Anno november 2015 wachten de goudzoekers nog steeds op een nieuw werkgebied. Overigens zou in ruil voor dat stuk gebied het natuurpark uitgebreid worden met grond die grenst aan het park.

Die ene vermeende milieuactivist was overigens voorstander van het plan en werkte zelfs met de commissie mee door het plaatsen van 'OGS grensbordjes' in het natuurgebied (Ordening Goudsector Suriname). Trots werden hiervan foto's op een Facebookpagina geplaatst. Hij was het milieubeschermingsspoor volledig bijster en nog steeds.

Ook het WWF Guianas toonde zich destijds positief over dat plan. WWF-woordvoerster Karin Spong zei in mei 2014 deze aanpak als een duurzame en een realistische oplossing te zien. Vooral, zo zei ze, omdat die ruim 1.000 hectare toch al helemaal vernietigd was door goudzoekersactiviteiten. En het feit dat er in het zuiden van het park vierduizend hectare bij zou komen is ook positief, aldus Spong.
‘Dat stuk uit de officieel beschermde zone halen en een stuk in het zuiden toevoegen geeft het park de potentie zich weer in zijn oude glorie te herstellen. Het is een gebied met een ongelooflijke biodiversiteit waar bezoekers uit de hele wereld naar toe trekken om van te genieten’, zo liet Spong op 17 mei 2014 weten.

Geen echte actie, alleen mediaoptredens met kritische beschouwingen, rapportjes en foto's
Het is het typerende beeld de afgelopen jaren. Zogenoemde milieubeschermingsorganisaties en een verdwaalde milieuactivist, welke activist net zoveel weet over de natuur en de gang van zaken rond het Brownsberg Natuurpark als een doorsnee Surinamer, verschijnen in de media met hun kritische beschouwingen, rapportjes en foto's, maar daar blijft het bij, tot de dag van vandaag. Echte actie, die je zou verwachten van dergelijke organisaties en figuren, blijven echter achterwege.
Overigens geldt dat ook voor de overheid, de regeringen, de afgelopen jaren.

De mislukte 'Cean Sweep'
De regering Venetiaan voerde in het gebied in september 2007 een zogenoemde 'Clean Sweep' operatie uit. Toenmalig verantwoordelijk minister Michael Jong Tjien Fa van het ministerie van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer was al in juli 2007 over de misstanden in het natuurpark geïnformeerd. Volgens hem was de toestemming die aan inwoners van de gemeenschap Brownsweg was gegeven om op kleine schaal goud in het natuurreservaat te winnen, misbruikt voor meer grootschalige commerciële goudwinning.
Gedurende drie dagen werd het gebied uitgekamd door militairen, politie, bosopzichters van ’s Lands Bosbeheer en medewerkers van Stinasu. De aanwezige illegale goudzoekers werden gesommeerd het natuurpark onmiddellijk te verlaten. Enkele kampen van de goudzoekers werden vernield en er werd beslag gelegd op hun bezittingen. De autoriteiten hoopten hiermee te voorkomen dat de goudzoekers hun activiteiten toch weer zouden voortzetten.

Goudzoekers verwijderen is nu dweilen met kraan open
De acties van de regering Venetiaan om een einde te maken aan het mijnen van goud in het beschermde Brownsberg Natuurpark, bleken echter vruchteloos te zijn geweest. Eind 2010 waren gewoon weer goudzoekers aan het mijnen in het gebied. En dat is zo gebleven tot de dag van vandaag.
Het gebied is zo lek als een mandje. Constant zijn goudzoekers in het natuurgebied aan het werk. Nu en dan is een handjevol verwijderd, maar de volgende dag zijn ze weer terug. Het zijn ad hoc acties vanuit de overheid, maar zonder enig aangestuurd en gecoördineerd beleid. Zowel de regering als natuurbeschermingsorganisaties ondernemen nauwelijks actie om het gebied te beschermen. Men kijk naar en wacht op elkaar. Er is geen toezicht. De organisatie die feitelijk het gebied behoort te beschermen, de Stichting Natuurbehoud Suriname (Stinasu), heeft zelfs de aanwezigheid van illegale goudzoekers gedoogd en de directeur werd hiervoor zelfs door goudzoekers betaald. De grote organisatie Conservation International en haar Surinaamse tak zijn in geen velden of wegen te bekennen.

Noodkreet van Amerikaanse primatologe niet gehoord...
Op 28 december 2014 plaatste de Amerikaanse primatologe Marilyn Norconck, verbonden aan de Kent State Universiteit in Ohio, nog een noodkreet in Suriname media. 'In mijn werk als primatoloog heb ik zojuist een 3-weekse onderzoeksreis naar het Brownsberg Natuurpark afgerond. Ik kom al sinds 2003 naar deze magische plek, maar ik ben verontrust en ontmoedigd over de tol die de goudwinning van het park eist. Het begon als winning 'op kleine schaal', meestal door mannen uit Brownsweg, en de activiteiten waren tien jaar geleden nog relatief gering (maar wel al verstorend). Nu is de goudwinning hier diep geworteld. De berg wordt van drie of meer kanten belaagd en de onophoudelijke zoektocht naar goud heeft geresulteerd in de vernietiging van honderden hectaren bebost parkland', zo schreef zij.

'Sinds deze week banen mijnwerkers en zwaar materieel zich een weg stroomopwaarts door de bedding naar de iconische Ireneval. Dit is niet alleen een tragedie voor het land en de dieren die worden verwoest op het pad van bulldozers en graafmachines, maar het is ook een symbolische belediging aan het volk van Suriname. Ja, het zou jammer zijn om de Ireneval te verliezen. Eerdere inspanningen van verzet hebben er nooit toe geleid dat de mijnwerkers met hun machines de berg definitief verlieten. Tenzij er onmiddellijk iets gebeurt, gaat de Ireneval verloren. Dat zou op zich al tragisch genoeg zijn, maar er staat meer op het spel dan de waterval, want de Brownsberg vormt een hele gemeenschap van leven', aldus Norconk eind december 2014.

En ze schreef ook deze zeer kritische woorden: 'De Brownsberg is een van die plekken, bekend bij alle Surinamers, ongeacht of u er geweest bent of niet. Mogelijk hebt u zich niet gerealiseerd hoe bijzonder het is. Maar laat me u zeggen dat ik nog nooit een plek als deze heb gezien, en dat terwijl ik in diverse tropische bossen in Centraal- en Zuid-Amerika, in Afrika en Azië ben geweest. Van de omvang en de diversiteit van de bomen, de heldere kleuren en het uitstekende klimaat, de vele diersoorten die met slechts een beetje moeite te zien zijn, tot de zee van aaneengesloten boomkruinen helemaal tot aan het Brokopondomeer...de Brownsberg is het waard om gered te worden. En dit alles, een ongelofelijk geschenk, behoort toe aan de bevolking van Suriname, met de verantwoordelijkheid om deze te beschermen.'

Maar, haar woorden maakten geen indruk. Er werd door niemand op gereageerd. Ook op het recente artikel in de Ware Tijd is door niets en niemand gereageerd. Wie interesseert zich nog voor een uniek stuk biodiversiteit in de wereld? In Suriname werkelijk niemand. Immers, zou dat wel het geval zijn, dan zou er vandaag geen enkele goudzoeker meer te vinden zijn in het Brownsberg Natuurpark.

Een uniek stukje Suriname bloedt dood
Inmiddels is het november 2015 en iedereen die het zou moeten aangaan kijkt duimendraaiend naar elkaar en onderneemt geen enkele actie tegen de goudzoekers en voor de bescherming van het gebied. De toekomst van het natuurgebied ziet er somber uit. De wijze waarop de autoriteiten het Brownsberg Natuurpark en haar unieke biodiversiteit al jaren aan haar lot overlaten staat haaks op de wijze waarop het groene en waterrijke Suriname door diezelfde autoriteiten in de wereld wordt uitgedragen. En de vermeende (internationale) natuurbeschermingsorganisaties en die ene Brownsberg-activist? Die kijken vooral een andere richting uit, laten zich nu en dan horen en zien via de media ter eigen glorie en egostreling en nemen geen verantwoordelijkheid door zich in te spannen voor de daadwerkelijke bescherming van een in de wereld uniek stukje Suriname. Zij zouden zich diep moeten schamen. Een uniek stukje Suriname is aan het doodbloeden en geen enkele serieuze donor laat zich zien of horen.

Hoogachtend,
Den Blauwvinger
27 november 2015
Amterdam-Paramaribo

zondag 15 november 2015

Den Blauwvinger: De Surinaamse luchtverkeersveiligheid kraakt

COLUMN: Is vliegverkeer boven Suriname veilig?

Radar en Instrument Landing System defect op 'Zanderij' en onbevoegde piloten op Zorg en Hoop

15-11-2015  Den Blauwvinger/De Surinaamse Krant


Afgelopen week deden twee berichten in Surinaamse media de wenkbrauwen flink fronsen. Naar aanleiding van die berichten kwam meteen de vraag naar boven 'hoe veilig is het vliegverkeer boven Suriname' en 'hoe veilig is de passagier'?

Het Dagblad Suriname berichtte in haar editie van 9 november, dat het zogenoemde Instrument Landing System (ILS) op de nationale Johan Adolf Pengelluchthaven buiten werking is. En dat is niet de eerste keer. Begin dit jaar was het systeem ook al enige tijd buiten gebruik en dat was zelfs voor de Latijns-Amerikaanse en Caribische Luchttransportassociatie (ALTA) reden om begin februari publiekelijk haar bezorgdheid te uiten over het aanhoudende gebrek aan aandacht voor het onbruikbare ILS op de luchthaven.
ALTA ontving voor maart 2015 rapporten van luchtvaartmaatschappijen, waarin melding werd gemaakt van het geruime tijd niet of niet degelijk functioneren van het ILS van de luchthaven.

Het ILS-instrument is een radiostraalzender die de richting van naderende vliegtuigen bekendmaakt. Het systeem maakt veilig landen mogelijk, vooral wanneer het zicht minder wordt door regenachtig of mistig weer. Een volledig functioneel ILS is een belangrijke veiligheidsmaatregel voor alle luchtvaartmaatschappijen.

Eduardo Iglesias, directeur van de Alta, die meer dan 86% van het verkeer in de Latijns-Amerikaanse en Caribische regio vertegenwoordigt, verklaarde dat de situatie te Paramaribo verontrustend was.

Maar, dat is nog niet alles. De krant berichtte ook vernomen te hebben, dat de radar op de luchthaven defect is. Er zou een onderdeel moeten worden vervangen dat ongeveer 100.000 Amerikaanse dollar kost.

De radar is een belangrijk hulpmiddel in de luchtvaart. Het is een soort antenne met behulp waarvan een verkeersleider vliegtuigen op een beeldscherm kan zien. Hij weet dan waar het toestel is en op welke hoogte het vliegt. Om een taxiënd vliegtuig goed te kunnen volgen, wordt op de grond ook gebruik gemaakt van een grondradar.

In de praktijk blijkt, dat personeel dat belast is met onderhoud van apparatuur, waaronder de radar en het ILS, niet altijd even deskundig is, wat met zich meebrengt dat er steeds mensen uit het buitenland gehaald moeten worden om apparatuur te repareren, aldus het Dagblad Suriname van 9 november.

Je hoeft geen deskundige te zijn....
Je hoeft geen deskundige te zijn om in te kunnen schatten, dat het ontbreken van het ILS en de radar zorgt voor een onveilige situatie. Het bericht in het dagblad heeft echter niet geleid tot welke reactie dan ook. Ook politici doen er het zwijgen toe. Is er dan niets aan de hand? Of wordt de put pas gedempt als het kalf is verdronken, ofwel moet er eerst iets ernstigs gebeuren alvorens eindelijk eens gezorgd gaat worden voor een deugdelijk werkend ILS en radar? Ben je als passagier nog wel veilig?

Piloten zonder papieren de lucht in
Een dag later berichtte overigens de Times of Suriname dat op de tweede grootste luchthaven van Suriname, vliegveld Zorg en Hoop in Paramaribo, illegaal vliegen haast tot de praktijk is verheven. Volgens deze krant worden vanuit Zorg en Hoop commerciële vluchten uitgevoerd door onbevoegde piloten, piloten die niet in het bezit blijken te zijn van de vereiste documenten. Sommigen vliegen met privémachines waar geen maatschappij achter staat. Ook zijn er vliegmaatschappijen die hun vliegtuigen over voor hen verboden gebieden laten vliegen, aldus e Times. Inmiddels zou zijn ingegrepen door de Luchtvaartdienst.

Het constant terugkerend luchtverkeersleiders probleem
Behalve voornoemde ernstige issues speelt ook nog het om de zoveel tijd terugkerende probleem van het tekort aan luchtverkeersleiders, die nu en dan uit onvrede het werk neerlegden en vervangen moesten worden door onder andere gepensioneerde oud-collega's, dat ook niet bevorderlijk is voor de luchtverkeersveiligheid.

Voorzitter Clyde Sabajo van de bond Suriname Air Traffic Controllers Association, SATCA, zei eind oktober 2014 nog, dat die problemen langzaam maar zeker worden opgelost. Maar, de Luchtvaartdienst had nog steeds een ernstig tekort aan luchtverkeersleiders. Er waren destijds ongeveer 80 luchtverkeersleiders nodig en er waren slechts rond de 20 aan het werk.

Het PolyTechnic College Suriname overhandigde op 23 juni van dit jaar certificaten aan 18 personen die succesvol de anderhalf jaar durende opleiding luchtverkeersleiders Basic Air Traffic Service (BATS) hadden afgerond. Certificaten! Geen diploma. Een tweede groep zou afgelopen oktober aan de opleiding beginnen.

Laat Suriname hopen, dat alle defecte apparatuur op de nationale luchthaven inmiddels is hersteld en dat alleen bevoegde piloten vanaf Zorg en Hoop het luchtruim kiezen en dat het weer even veilig is in het Surinaamse luchtruim....

Hoogachtend,
Den Blauwvinger
15 november 2015
Amsterdam-Paramaribo

zaterdag 14 november 2015

Conservation International Suriname: Natuurbeschermingsorganisatie of een commercieel bedrijf?


Directeur CI-S houdt zich liever bezig met export van water naar Barbados dan met natuurbescherming

14-11-2015  Door: Paul Kraaijer


Wie begrijpt onderstaand ingezonden stuk, dat zaterdag 14 november verscheen op de Surinaamse nieuwswebsite Starnieuws? Wat wil John Goedschalk, op persoonlijke titel, met dit stuk zeggen en/of bereiken? Ik heb in ieder geval geen flauw idee.

Is hij als directeur van de Surinaamse tak van Conservation International (CI-S) een echte natuurbeschermer of iemand die meer hecht aan de financieel economische waarde van natuur? Is hij niet de man die zo graag rivierwater, in zakken voortgesleept door een boot over de oceaan, wil exporteren naar onder andere het tropische eiland Barbados? Willen hij en CI-S op die manier de Surinaamse natuur beschermen? Hij zou een voorbeeld kunnen nemen aan iemand als CNN Hero Monique Pool die werkelijk de Surinaamse biodiversiteit beschermt.

Met dit ingezonden stuk, gericht aan academici (immers, wie weet waar al die afkortingen voor staan? Had Goedschalk niet even de moeite moeten en kunnen nemen om die afkortingen voluit te vermelden?) zoals blijkt uit zijn wollig taalgebruik, waar soms geen touw aan vast te knopen is?

Kortom, hou je bezig met het beschermen van de Surinaamse natuur! Denk eens aan het onder toeziend oog van de autoriteiten en vermeende natuurbeschermingsorganisaties door illegale goudzoekers deels vernietigde Brownsberg! Stop met het proberen academisch over te komen en probeer een echte natuurbeschermer te worden.

Oh ja, Goedschalk was ooit mede-oprichter in Nederland van de succesvolle T-shirt-winkel Freshcotton.com, volgde in de VS met een Surinaamse beurs een theateropleiding, studeerde bedrijfskunde en werd consultant bij Ernst & Young. (
http://www.waterkant.net/suriname/2006/10/26/john-goedschalk-talent-in-weekblad-elsevier/) En via het Kabinet van de President, waar hij enige tijd milieuadviseur was, zit hij nu in het pluche van CI-S en houdt zich vooral bezig met.....water.

dinsdag 10 november 2015

Den Blauwvinger: Suriname kent donders goed de gevaren van kwik voor milieu en gezondheid

COLUMN: Goed bedoelde bewustwordingscampagnes zetten weinig zoden aan dijk

Overheid onderneemt al vele jaren geen enkele actie tegen kwikgebruik 

Men kijkt nog steeds vanuit Paramaribo toe hoe de biodiversiteit en inheemsen en marrons in binnenland door kwik worden aangetast

10-11-2015  Den Blauwvinger/De Surinaamse Krant


Afgelopen week organiseerde de bewustwordingscampagne 'No Kwik' een speciale actieweek die zaterdag 7 november eindigde met een soort bewustwordingswandelloop in Paramaribo. Enkele duizenden mensen liepen mee, om toch vooral na afloop huiswaarts te kunnen keren met een gevoel van 'yeah, ik heb iets gedaan tegen kwikgebruik en ik voel me nu lekker' en ik heb er ook een mooi t-shirt aan overgehouden met het logo van de campagne erop. De 'No Kwik'-campagne heeft inmiddels via haar website zo'n 25.000 ondersteuners weten te vergaren. Allemaal mensen die ergens bij willen horen en door hun naam te verbinden aan de campagne, net als die sportieve wandelaars die bijna allemaal zichzelf in een No Kwik-shirt hadden gehesen, het gevoel willen hebben iets gedaan te hebben tegen het gebruik het kwik. Overigens geldt dat gevoel ook voor de (op dit moment) iets meer dan 19.400 zogenoemde 'likes' van de No Kwik Facebookpagina.

De zin en onzin van 'No Kwik'
Maar, heeft een campagne als 'No Kwik' wel zin? Denken de mensen erachter, waaronder Hennah Draaibaar van de Back Lot en het 10 Minuten Jeugdjournaal, werkelijk dat de regering, de vele goudzoekers in het binnenland en de goudbedrijfjes in onder andere Paramaribo, zich ook maar iets aantrekken van de ondeskundige ondersteuners en volgers van 'No Kwik'? Nee hoor, natuurlijk niet. Wat zou er nu in ene zijn veranderd, in de wetenschap dat in het verleden vanuit de overheid nooit welke actie dan ook tegen kwikgebruik is ondernomen, dat de goudzoeker geen enkele steun krijgt om over te kunnen stappen op milieuvriendelijke goudwinningsmethodes en dat de goudbedrijfjes nog steeds gewoon hun werkzaamheden in de stad kunnen uitoefenen waardoor kwikdampen boven de stad hangen?

Goudzoekers krijgen geen steun voor overstap op milieuvriendelijke winningsmethodes
Een aantal jaren geleden was er sprake van, dat een speciaal fonds zou worden opgericht. Een fonds waarop goudzoekers een beroep zouden kunnen doen voor financiële steun, waardoor zij in staat zouden worden gesteld om milieuvriendelijke goudwinningsapparatuur aan te kunnen schaffen. Dat fonds is er echter nooit gekomen.
De goudzoeker is niet dom.
De goudzoeker kent alle risico's van het werken met kwik.
De goudzoeker weet, dat hij daardoor schade toebrengt aan de biodiversiteit en aan de gezondheid van inheemsen en marrons in dorpjes in het achterland, die vaak afhankelijk zijn van door met kwik vervuild kreek- en rivierwater: ze baden in dat water, doen de was in dat water, gebruiken het water voor consumptie en eten de vis – met kwik – uit dat water.
Maar, de goudzoeker wordt nauwelijks gemotiveerd en gestimuleerd om te stoppen met kwik en om over te stappen op andere, milieuvriendelijke winningsmethodes van goud.
En de goudzoeker wil ook brood en wat beleg op de plank, dus hij blijft kwik gebruiken en dat is hem eigenlijk niet eens kwalijk te nemen....

Regering schuldig
De regering is schuldig aan en verantwoordelijk voor de door kwik veroorzaakte vernietiging van de biodiversiteit in het binnenland en voor de gezondheidsproblemen onder binnenlandbewoners. De regering kent de inhoud van de vele onderzoeksrapporten die de afgelopen jaren zijn verschenen over kwikvervuiling in het binnenland en over de aanwezigheid van te hoge concentraties kwik in de haren van bijvoorbeeld Wayana in het zuidoosten van het land en van Matawai in het dorp Kwakoegron aan de Saramaccarivier. Met de rapporten is niets gedaan. Een van de onderzoekers, de Amerikaan Daniel Peplow, mag Suriname zelfs niet meer in, zo bleek 10 april van dit jaar uit een artikel in de Amerikaanse krant Yakima Herald. De regering heeft de rapporten genegeerd.

De regering heeft het kwikprobleem nooit werkelijk serieus genomen. Immers, neem je dat probleem wel serieus, dan had je als overheid bijvoorbeeld allang het Nationaal Leger en het Korps Politie Suriname nu en dan onverwacht het binnenland ingestuurd om her en der op goudvelden kwik in beslag te nemen en goudzoekers te beboeten of voor een rechter te slepen. Maar, voor zover bekend moet de eerste hoeveelheid kwik in het binnenland nog in beslag worden genomen en is er ook nog nooit een goudzoeker beboet of veroordeeld voor het gebruik van kwik. In de stad wordt nog steeds nauwelijks gecontroleerd bij de goudbedrijfjes. Nu en dan wordt kwikuitstoot gemeten en vervolgens wordt er met de resultaten, de uitkomsten, weer niets gedaan. De bedrijfjes mogen gewoon in Paramaribo, in het centrum en tussen bewoning, operationeel blijven. De uitstoot van kwik gaat gewoon door, iedere dag. Er is nog steeds geen structureel beleid, maar een ad hoc beleid.

Bewustwordingscampagne prima, maar dan vooral gericht op producten waarin kwik is verwerkt
Suriname kent dus de gevaren van kwikgebruik en kwikuitstoot. Een bewustwordingscampagne lijkt dan ook niet echt nodig, of zij zou zich vooral en met name moeten richten op producten die bijna iedereen wel in huis heeft en waarbij men niet stilstaat bij de aanwezigheid erin van kwik, zoals in verlichtings tl-buizen en in batterijen.
Maar, als het gaat om het gebruik van kwik door goudzoekers en de daaraan verbonden risico's voor de biodiversiteit en binnenlandbewoners is iedere bewustwordingscampagne er eigenlijk een teveel en zonde van de tijd en energie erin gestoken.

Het is nu aan de overheid om in actie te komen. Het is 1 minuut voor 12.

Behoedt de bewoners en de biodiversiteit in het binnenland voor een nog grotere catastrofe. Of moet het kalf eerst verdrinken alvorens men de put dempt?

Hoogachtend,
Den Blauwvinger
10-11-2015
Amsterdam-Paramaribo

zaterdag 7 november 2015

Den Blauwvinger: Conservation International Suriname bijt zich zonder natuurbeschermende argumenten vast in export zoetwater

COLUMN: Haalbaarheidsstudie moet CI-S in haar natte droom ondersteunen

Al in 2012 kreeg Zwitsers/Nederlands 'bedrijf' concessie om rivierwater te exporteren uit Suriname 

Plannen echter omringd door mist, onduidelijkheden, schimmige cijfers en veel, veel vraagtekens

07-11-2015  Den Blauwvinger/De Surinaamse Krant


Waarom stort de Surinaamse tak van de internationale natuurbeschermingsorganisatie Conservation International zich welhaast als een geobsedeerde bezetene op de export van zoetwater, oppervlaktewater, water uit in eerste instantie vooral de Coppenamerivier, water dat vanuit het schone diepe zuiden uiteindelijk vervuild de oceaan in stroomt? Hiermee wordt de natuur in Suriname toch echt niet beschermd, integendeel. 


Een organisatie als Conservation International Suriname (CI-S) zou beter tijd en energie kunnen steken in de bescherming van natuurgebieden en het tropisch regenwoud en de biodiversiteit in het land tegen met name de ongebreidelde – illegale – houtkap en kleinschalige en grootschalige goudwinningsactiviteiten (denk aan de te bouwen grote Surgold/Newmont goudmijn in het Meriangebied in het oosten van het land). Maar, waarom je als natuurbeschermingsorganisatie blindstaren op de export van water in samenwerking met een onduidelijk Zwitsers/Nederlands 'bedrijf' met de sprookjesachtige naam Amazone Resources? CI-S directeur John Goedschalk lijkt er in de media overigens moeite mee te hebben om goed uit te leggen waarom juist zijn organisatie zich zo bezighoudt met het issue export zoetwater. Wat is het belang van CI-S hierbij?

Hoe is beschermen van waterbronnen te rijmen met export van rivierwater?
Goedschalk (zie foto - Bron: eigen foto Red. De Surinaamse Krant) zei dinsdag 3 november bij de overhandiging van de uitkomsten van een haalbaarheidsstudie (kosten 100.000 Amerikaanse dollar volgens Goedschalk in de Ware Tijd van 30 maart van dit jaar) naar de economische potentie van de export van zoetwater, aan de minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Regilio Dodson: 'We geloven in waterexport, omdat die sector alleen duurzaam zal zijn als we de waterbronnen beschermen. Bovendien kunnen we zo onze afhankelijkheid van sectoren, die zware druk leggen op de natuur, langzaamaan verkleinen.'
De reactie van Dodson: 'We gaan kijken naar de haalbaarheid voor het exporteren van water. Dat is de directe reden waarom dit project ondersteund wordt.' 

Maar, hoe is het beschermen van waterbronnen, in het diepe zuiden van het land, te rijmen met de export van rivierwater, dat haar oorsprong vindt in dat diepe zuiden? Hoe worden die bronnen beschermd? Het antwoord hierop is niet gegeven. Verder is het opmerkelijk, dat het rapport slechts in samenvatting is gepubliceerd op de website van CI-S (zie onderaan) en dat niemand openheid schijnt te willen geven over door wie de studie is uitgevoerd: door 'een onafhankelijk expert' is het antwoord. Geen enkele vermeend onderzoeker wordt bij naam genoemd of vermeld.

Overigens volgen er meer onderzoeken. De Nederlandse ambassade in Suriname heeft ruim 120.000 euro beschikbaar gesteld voor nader onderzoek naar de gevolgen van waterexport voor de natuur. Het Nederlandse kennisinstituut Deltares, gevestigd in Delft en Utrecht, voert dit onderzoek samen met de Surinaamse stichting Samarja uit. De natte droom van Goedschalk zal hij waarschijnlijk nog jaren blijven dromen.

Water in zakken over de oceaan slepen....
Volgende vraag, wat is feitelijk, in essentie, het plan? Men heeft voor ogen om door Amazone Resources – dat al in 2012 een concessie zou hebben gekregen van de Surinaamse overheid voor het aftappen van rivierwater – zoetwater af te laten tappen op een locatie, 30 kilometer van de monding van de Coppenamerivier. Vervolgens moet dat niet gezuiverde water in grote zakken over de oceaan worden getransporteerd naar de exportbestemming (en we dromen rustig verder), zoals het Caribisch eiland Barbados waar zoetwaterschaarste zou heersen. Amazone Resources zal volgens haar website minimaal 12 bn m3 aan zoetwater aftappen per jaar. Hiervoor zal het ‘royalties’ aan de staat betalen die de eerste 5 jaar 50% van de brutowinst en vanaf het 25ste jaar 80% van de brutowinst zullen uitmaken.

Veel cijfergegoochel maakt curieus waterexportplan nog schimmiger
Nog meer gegoochel met cijfers om 'de zin' van export van zoetwater te ondersteunen Met een afzet van water op onder andere Antigua, Haïti, Barbados, Bahama's en St Kitts & Nevis, welke tropische Caribische eilanden allemaal een tekort aan zoetwater zouden hebben, kan Suriname, volgens CI-S, rond de 4,5 miljard Amerikaanse dollar per jaar verdienen. Dit bedrag zou zelfs, als we de natuurbeschermingsorganisatie mogen geloven, vele malen hoger kunnen worden aangezien de 4,5 miljard dollar slechts van drie procent van het water dat nu wordt afgevoerd naar zee (151 miljard kubieke meter) berekend is. Elke Surinamer heeft de beschikking over 228.000 kubieke meter in tegenstelling tot iemand op bijvoorbeeld de Bahama’s die slechts over 57 kubieke meter beschikt. Gooi al die cijfers – waarvan de herkomst onduidelijk is – maar in mijn pet, zeggen we, de doorsnee lezers, dan.

Deskundige criticasters – zoals een CNN Hero en een hydroloog - niet op voorhand enthousiast over waterexportplannen
Hoe enthousiast Goedschalk ook moge praten en schrijven over zijn natte droom, er zijn ook deskundige criticasters die toch wel wat terughoudender zijn dan de CI-S-directeur en zij hebben, met hun achtergrond, iets meer recht van spreken dan iemand als de CI-S-directeur.

Zo zei de milieuactiviste en CNN Hero Monique Pool dinsdag 4 november in het Dagblad Suriname terecht: 'Zonder een gedegen milieustudie denk ik dat we er niet aan moeten beginnen. Het enige is natuurlijk dat de concessie al is afgegeven'. Alleen zo'n gedegen studie zou haar er misschien van kunnen overtuigen om er toch nog een voorstander van te worden. Pool meent voorts, dat het in een tijd van klimaatverandering geen verstandige stap is.
'De droge tijd houdt nu al veel langer aan. Er zou over een aantal jaren gemeten moeten worden hoeveel water we nu hebben en hoeveel water men zou kunnen onttrekken zonder dat dit ten koste van het milieu gaat.'
Er zou volgens haar minimaal vijf jaar lang onderzoek moeten worden gedaan naar de specifieke rivier, voordat men over kan gaan tot het weghalen van water uit het systeem.

Wie of wat is Amazone Resources....
Ook is Pool benieuwd naar wie er achter Amazone Resources zitten. Goedschalk heeft destijds de garantie gegeven, dat het bedrijf een gedegen achtergrond check zou moeten doorstaan alvorens besloten zou worden om wel of niet tot samenwerken over te gaan. 'Het hoofdkantoor van ons in Washington is nog bezig met een gedegen achtergrondonderzoek naar het bedrijf. Zolang dat niet is afgerond kan er geen sprake zijn van een formele samenwerking', aldus Goedschalk op 4 april van dit jaar in de Ware Tijd. Of dat onderzoek werkelijk heeft plaatsgevonden is niet bekend.
Volgens de website van Amazone Resources zijn ene Cor de Ruiter (honorair consul van Suriname in Nederland....(!)) en ene Floriska Hoogedoorn de personen achter dit 'bedrijf'. Maar, verdere informatie over genoemde personen ontbreekt op de website. Het 'bedrijf' is niet via een e-mailadres te bereiken. Hooge(n)doorn zou ook werken voor FC Corporate Services AG in het Zwitserse Zug zoals zou blijken uit deze internetlink.

Behalve Pool had de bekende hydroloog Sieuwnath Naipal zich al op 24 juli 2014 via de Ware Tijd negatief uitgelaten over exportplannen van zoetwater. Het rivierwater dat in zee terechtkomt heeft een natuurlijke functie. 'Het is onderdeel van het ecosysteem aan de kust. En daar mag je niet mee experimenteren', aldus Naipal. Er zou volgens hem tenminste behoorlijk wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd moeten worden.
Gaan Conservation Internationa Suriname en Amazone Resources de kritieken van de echte deskundigen ter harte nemen of gewoon op arrogante wijze volledig negeren? Waarschijnlijk het laatste, omdat blindstaarders zelden oog of oor hebben voor de mening van anderen.


Zit Barbados werkelijk te wachten op zakken vol vervuild Surinaams rivierwater?
Het land waar CI-S zich vooral op richt als toekomstige exportbestemming is het tropisch eiland Barbados. Een van de twee personen achter Amazone Resources, Cor de Ruiter, zei hierover zaterdag 4 april van dit jaar in de Ware Tijd:
'We zijn in gesprek met Barbados, de overheid daar heeft interesse in het zoete water van Suriname. Onze planning is om eind 2015 de eerste 20.000 kubieke meter daar naar toe te transporteren.' (let wel, pas op, dit – de eerste geplande export naar Barbados eind 2015 – wordt zelfs vermeld in de afgelopen week uitgebrachte haalbaarheidsstudie – hoe betrouwbaar is die studie?)
De keuze viel op de Coppenamerivier, aldus De Ruiter, omdat volgens hem aan die rivier amper activiteiten plaatsvinden waardoor 'het zeker is dat de waterkwaliteit maximaal is'.


Het klinkt allemaal leuk hoor, maar toch blijven er veel onbeantwoorde vragen. De Ruiter zei dus begin april, dat eind dit jaar de eerste 20.000 m3 zoetwater naar Barbados wordt gesleept in waterzakken. Had die heer De Ruiter geen rekening gehouden met allerlei maanden durende onderzoeken naar de economische en milieu-haalbaarheid van het plan? Dacht de heer De Ruiter werkelijk gewoon wat zakken te kunnen vullen met water uit de Coppenamerivier en er dan gewoon mee weg te kunnen varen?
Heeft Barbados al concreet een verzoek ingediend voor de ontvangst van een bepaalde hoeveelheid Surinaams rivierwater? Vragen hierover aan de Waterautoriteit op dat eiland (Barbados Water Authority), het parlement en de premier, Freundel Jerome Stuart, blijven - vooralsnog - onbeantwoord. Een veeg teken.

CI-S gaat de mist in verblind door dollartekens
Wat is überhaupt de ervaring van Cor de Ruiter met dit soort projecten? Waarschijnlijk nul, zero. En hiermee gaat CI-S in zee, letterlijk en figuurlijk, of de mist in..... Laten we vooralsnog van het laatste uitgaan (de mist in), ook en vooral vanwege de natuurbeschermende rol van CI-S, die in dezen toch wel ver te zoeken is, ondanks alle interessante, maar zonder veel concrete inhoud, woorden van directeur Goedschalk, een directeur die dollartekens in de ogen schijnt te hebben in plaats van de bescherming van de Surinaamse biodiversiteit. Natuurlijk, CI-S komt niet voor niets met haar waterplan op de proppen, er zal zeker iets aan de bekende strijkstok blijven hangen.
Een andere gemotiveerde - dan slechts een financiële - reden om met een dergelijk plan tevoorschijn te komen is vooralsnog niet in de mist van mooie woorden en vele cijfers te vinden.

Hoogachtend,
Den Blauwvinger
07-11-2015
Amsterdam-Paramaribo

De samenvatting van de zogenaamde haalbaarheidsstudie uitgevoerd in opdracht van CI-S en Amazone Resources door een niet nader genoemde onafhankelijke expert en 3 november overhandigd aan minister Regilio Dodson van Natuurlijke Hulpbronnen:

dinsdag 3 november 2015

Wie is hier, in Suriname, nog te vertrouwen?

Meelijwekkend figuur tracht je tevergeefs te breken

03-11-2015  COLUMN Door: Paul Kraaijer


Je wordt - in eerste instantie onbewust - benaderd voor een klus, maar in werkelijkheid word je op geniepige wijze voor allerlei karretjes gespannen en belandt in een wespennest waarin de een 'dit' zegt en een ander 'dat'.... Je wordt gebruikt en misbruikt en weer ben je erin getrapt. Iemand wil je willens en wetens 'breken'. Triest, die iemand zou eens in de spiegel moeten kijken en zelfmedelijden moeten krijgen door datgene wat hij ziet.

Een irritante achter je rug om intrigant, onruststoker, tracht je tevergeefs bij anderen zwart te maken, een opdracht te ontnemen. Een zielig figuur, vlotte babbel, maar dat is alles. Beweert Jan en Allemaal te kennen. Het is slechts lucht. Hij heeft geen inhoud. En dat, terwijl hij zelf beweerde je ook te willen gebruiken voor het schrijven van teksten voor een nieuw op te zetten website gericht op een bepaalde economisch belangrijke sector in het land.

Wie kun je nog geloven? Zijn er nog betrouwbare, geloofwaardige Surinamers in Suriname? Hij is iemand die bijvoorbeeld graag een website voor je creëert, via een door jou gekozen internet host, en eigent zich vervolgens de website toe, bij zijn eigen internet host. Vilein.

Je wordt wakker, op tijd, en hebt daar geen zin meer in, in dat gedoe, veel te vermoeiend, het kost je teveel tijd en energie die je nuttiger kunt besteden...... 

Je bent niet meer voor welk karretje dan ook te spannen, omdat je op je hoede bent geworden......
Je wilt op een eerlijke, oprechte en betrouwbare wijze werken met betrouwbare mensen en niet met leugenachtige figuren die zichzelf heel wat vinden, maar feitelijk niets zijn, slechts onruststokers die er een sadistisch plezier in schijnen te hebben om mensen te breken, kapot te maken.....

Die ene intrigant wordt gewist, geblokkeerd, en anderen....in een adem, in een 'pennenstreek' uit het geheugen in je hoofd en uit het geheugen in je computer. Die intrigant gaat zichzelf nog wel eens een keer tegenkomen en de klap zal hard zijn, dat is zeker.

Je gaat je verder eigen weg in Suriname. Je bent niet meer te benaderen door mensen voor welk klusje of klus dan ook en wie dat wel doet, daar prik je doorheen, op tijd.
Dat is het verstandigst, op voorhand terughoudend, argwanend en achterdochtig zijn, oppassen, dat is echt nodig in dit land, waar types wonen, die rijp zijn voor het Psychiatrisch Centrum Suriname, die je vanuit een trieste jaloezie en afgunst het licht in de ogen niet gunnen. Je wordt gehard en je leert, iedere dag.

donderdag 15 oktober 2015

Den Blauwvinger: Armand Zunder en zijn Reparatie Commissie draven en draaien door

COLUMN: Zunder lijkt alles wat koloniaal Nederlands klinkt uit te willen bannen

De geschiedkundige censuur van een econoom

15-10-2015  Den Blauwvinger/De Surinaamse Krant


De eigenzinnige, arrogant overkomende econoom Armand Zunder, vakbondsman, onruststoker binnen de Nationale Partij Suriname (NPS) met zijn actiegroepje Seti NPS dat zich afzet tegen de partijleiding, en voorzitter van de zogenoemde Nationale Reparatie Commissie Suriname (NRCS) blijft verbazen. Hij blijkt als voorzitter van de NRCS een belangrijk stuk Surinaamse geschiedenis met blunderkalk en gom uit te willen wissen: de koloniale periode onder Nederlands gezag. Hij wil dat verleden wegwerken van de Surinaamse geografische kaart. Maar, waarom? Wat schiet je ermee op? Waarom een belangrijk deel van het verleden, van de Surinaamse geschiedenis, negeren? Slechts persoonlijke genoegdoening, een zucht naar aandacht overheerst door een duister, mystiek slavernijverleden dat als een spook om hem heen lijkt te zweven. Niets meer en niets minder.

Doe niet zo flauw, geef bergen hun inheemse namen terug....
In een brief van 9 oktober aan president Desi Bouterse heeft de NRCS-voorzitter gevraagd om het Wilhelminagebergte en de 1.280 meter hoge Julianatop hun oorspronkelijke inheemse namen terug te geven, zonder overigens bekend te maken wat die inheemse namen dan zijn. 'Ter gelegenheid van veertig jaar staatkundige onafhankelijkheid van Suriname zal het heel gepast zijn om dit te doen', aldus Zunder, voor wie het koloniaal verleden een doorn in het oog lijkt te zijn.

Bij de herdenking van 152 jaar afschaffing van de slavernij, op 1 juli, lukten het Zunder en zijn commissie om het wapenschild van de Nederlandse Geoctrooieerde Sociëteit van het presidentieel paleis te laten verwijderen en in de plaats daarvan het Surinaams wapen te laten plaatsen.

 
Dat lijkt de aanzet te zijn geweest voor het streven van Zunder om het nog resterende zichtbare koloniale verleden in Suriname uit te bannen.

Geen benul van historisch besef
De man ontbeert geschiedkundig inzicht en respect voor het verleden, heeft geen enkel historisch besef als econoom, hoe pijnlijk dat verleden, die geschiedenis, ook moge zijn. Geschiedenis is niet uit te wissen en je mag en moet er niet voor weglopen. In Nederland en vele andere landen in de wereld wordt ook niet weggelopen voor bepaalde zwarte perioden in het verleden. Die perioden zijn feiten en met feiten moet men leren leven, er mee om leren gaan.

'Ook de mind van de mensen moet bevrijd worden en dat kan door de mensen bewust te maken van hun eigen geschiedenis', beweert Zunder. Natuurlijk, natuurlijk moet je de bevolking bewust maken van haar eigen geschiedenis, maar hoort daar ook niet dat verfoeilijke koloniale verleden bij? Wat Zunder wil en doet is echter censuur toepassen op de eigen lokale geschiedenis. De man blikt steeds maar terug op het verleden in plaats van met een frisse blik naar de toekomst kijken.

Slechts tussen de oren van een enkeling woedt de brand van een zwart verleden
'Het Nederlands kolonialisme is een afschuwelijke geschiedenis geweest van wreedheden en mentale slavernij. Een groot deel van de Surinaamse bevolking weet niet dat daar de wortels liggen van de problemen die zich nu voordoen.'
Ook woorden van de wat toonzetting betreft zwaar aanzettende econoom Zunder, die de kennis van zijn eigen burgers kennelijk onderschat en problemen ziet die er in werkelijkheid nauwelijks meer zijn. De huidige Surinaamse generatie leeft met de cellulair, IPhone, internet, sms, YouTube, videoclips, Facebook en staat ver weg van de eigen geschiedenis, dan slechts de lessen op school. Zogenaamde 'problemen' zijn nagenoeg uitgestorven. Slechts in het hoofd van, tussen de oren van, een enkeling - zoals Zunder - woedt de brand van een zwart verleden voort, aangespoord door een wellicht persoonlijke verbeeldende psychologische problematiek voortgekomen uit eigen gecreëerde waan- en droombeelden die dagelijks als een onzichtbare last worden mee gesleept aan eveneens onzichtbare ketenen. 

Schoenmaker blijf bij je leest
Misschien zou Zunder er goed aan doen om zich te gedragen en op te treden als econoom en zich niet voor te doen als een mislukt historicus/geschiedkundige. Schoenmaker blijf bij je leest en tracht niet met allerlei populaire ideetjes het koloniale verleden weg te vegen van de landkaart en elders.

Nu zijn het het Wilhelminagebergte en de Julianatop, maar als Zunder consequent is dan gaan er nog meer brieven aan de president volgen met verzoeken - omkleed met krankzinnige argumenten - om bijvoorbeeld de namen van plaatsen als Groningen, Alkmaar, Katwijk, Domburg, Wageningen, Fort Zeelandia, Nieuw Amsterdam en Boskamp en bergen als het Bakhuisgebergte, Van Asch van Wijckgebergte en Eilerts de Haangebergte te wijzigen in meer 'Sranen'-klinkende namen. Hoe ver reikt de waanzin van een econoom die zich met veel bravoure, belerend toontje en oog voor publiciteit op het terrein van een historicus begeeft? C'est le tone qui fait la musique!

Hoogachtend,
Den Blauwvinger
15 oktober 2015
Amsterdam – Paramaribo

zaterdag 10 oktober 2015

'Journalistieke' zwerver weer terug op het oude nest

Op inhoudelijke kwaliteit en ervaring zit de Ware Tijd niet te wachten

10-10-2015  COLUMN  Door: Paul Kraaijer


De lokale 'journalistieke' zwerver Wilfred Leeuwin (ooit ook werkzaam bij de Times of Suriname) en voorzitter van de naar het zich laat aanzien slechts op papier bestaande Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ), lijkt de inhoudelijk in verval ogende nieuwswebsite Starnieuws weer te hebben verlaten voor de Ware Tijd, waar hij in het verleden ook al eens werkzaam was. 

Betekent dat inhoudelijke kwaliteitsverbetering van artikelen in de Ware Tijd??? Neen dus.
Maar, waarschijnlijk had hoofdredacteur Iwan Brave - die meer aandacht en tijd lijkt te besteden aan zijn eigen (te) vele (9 in september en nu al 7 in oktober !) hoofdredactionele commentaren dan aan de kwalitatieve journalistieke inhoud van zijn krant - daar op gehoopt. Miskleun, dus. 

Echte journalistieke- en schrijvers kwaliteiten worden door de Ware Tijd en de leiding genegeerd om het eigen dagelijkse journalistieke falen te kunnen blijven verbloemen. Want, op inhoudelijke kwaliteit en ervaring zit die krant niet te wachten.

dinsdag 6 oktober 2015

Projecten in Coronie komen maar niet van de grond

Aloë vera- en leguanen- fokboerderij-project een stille dood gestorven

Oprichter cassavefabriek IAP Robert Power kan ook aloë vera-project niet van de grond krijgen 

Gonsalves Jardin da Ponte kan fluiten naar beetje overheidssteun voor welslagen leguanenboerderij

06-10-2015  Door: Paul Kraaijer (De Surinaamse Krant)


Het kustdistrict Coronie is vooral bekend vanwege de kokos. Maar, toen waren daar plotseling in december 2012 de toenmalig districtscommissaris Harold Sijlbing met een plan voor het opzetten van een leguanenfokboerderij in het district en begin 2014 ene Robert Power die een plan had om aloë vera te gaan telen. Mooie plannen. Maar, dat zijn het - deels - gebleven, plannen. De leguanenfokboerderij is feitelijk nooit goed van de grond gekomen en uiteindelijk door geldgebrek een stille dood gestorven en het aloë vera-project lijkt in rook te zijn opgegaan. Een terugblik op twee met veel tamtam gepresenteerde projecten die in stilte ten onder zijn gegaan door slecht van tevoren uitgestippeld beleid en doorzettingsvermogen van de projectdragers.

Leguanen fokken voor consumptie en toeristen
Harold Sijlbing (ooit nog eens directeur geweest van de Stichting Natuurbehoud Suriname, StiNaSu) liet in december 2012 weten, dat de leiding van ’s Lands Bosbeheer (LBB) en de Afdeling Natuurbeheer (onderdelen van het ministerie van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer) zich sterk zouden gaan maken om wilde dieren in gevangenschap te fokken om te voorkomen dat ze ‘verdwijnen’. Een leguanenfokboerderij in Coronie was zijn eerste plan en met name bedoeld om toeristen te trekken. Het plan had echter weinig tot niets te maken met het in stand houden van de soort in het wild. Immers, gelet op het aantal groene leguanen dat jaarlijks wordt geëxporteerd, kan er van enige schaarste in het land nauwelijks sprake zijn.

– Uit de exportcijfers in de CITES (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) export handelsdatabase blijkt dat tussen 1981 en 2011 maar liefst 503.201 groene leguanen werden geëxporteerd, op een totaal aantal uitgevoerde wildvangdieren van 850.700. In 1993 werden de meeste leguanen, 40.715, Suriname uitgevlogen en het minste aantal in 2004, 1.227. In 2012 werden nog 7.259 leguanen geëxporteerd - waarvan 6.150 naar de Verenigde Staten -, op een totaal aantal van 9.909 geëxporteerde dieren. Kennelijk is er geen schaarste aan dit reptiel in Suriname en is het zelfs de diersoort die het meest uit Suriname jaarlijks wordt uitgevoerd. –

Het hoofd van LBB, Hesdy Esajas legde tijdens een presentatie in het kokosdistrict uit waarom gekozen was voor Coronie. Hij beweerde, dat Coronianen dol zijn op leguanen, maar niet beseffen dat het ongebreideld eten van de eieren gaat leiden tot afname van deze reptielensoort. Verder zouden boeren de leguanen in het wild als een plaag ervaren, omdat zij hun groenten zouden opeten.
‘Er zijn veel iguana farms in de wereld, vooral in Midden-Amerikaanse landen, waar een groot deel van het vlees wordt geëxporteerd naar de Verenigde Staten. In Nederland is er ook een grote markt onder de Surinamers en Antillianen. Naast de consumptie van het vlees kan de huid ook worden bewerkt tot leer voor diverse gebruiksartikelen. Zeer aantrekkelijk voor Coronie is de opzet van een boerderij voor toeristen, die ook de dieren kunnen voeren’, zei Sijlbing, die kennelijk de Wikipedia-encyclopedie op het internet even had ingezien.

Zo’n twee maanden later, op 8 februari 2013, werd bekend, dat de eerste ‘leguanenkwekerij’ (om een of andere reden spreekt met in Suriname van ‘kweken’ in plaats van ‘fokken’) dat jaar in Friendship, Coronie, een feit zou zijn. Ondernemer Cleo Gonsalves Jardin da Ponte was al ver gevorderd met de ‘infrastructurele voorzieningen’. Volgens hem heeft Coronie een schaarste aan leguanen, omdat het vlees van dit reptiel een delicatesse is in het district. Gonsalves Jardin da Ponte had plannen om de dieren in het district Saramacca te vangen voor zijn boerderij. Hij zei van plan te zijn in juni te willen starten met ruim 200 leguanen. De fokkerij zou een lengte hebben van 150 meter en een breedte van 40 meter en dichtbij de dijk van Coronie liggen, aantrekkelijk voor toeristen, aldus de leguanenboer.

Geldgebrek en ontbreken overheidssteun blokkeren voortgang leguanen-project
Maar, medio juni 2013 waren de eerste geluiden al te horen, dat de start van de fokkerij op zich liet wachten en dat dat werd veroorzaakt volgens Gonsalves Jardin da Ponte door ‘financiën en vegetatie’. De werkzaamheden zouden traag hebben verlopen door het ontbreken van een goed irrigatiesysteem. De geplante vegetatie zou veel zoet water nodig hebben. ‘Als wij straks in de grote droge tijd zijn, hebben wij een groot probleem, omdat alles zal afsterven’, zei de leguanenboer.
Daarnaast liet hij weten een begrotingstekort te hebben van Srd 20.000 voor het aanbrengen van de omrastering rondom het gebied met een grootte van ongeveer 6.000 vierkante meter. Hij had nog ongeveer Srd 15.000 nodig om het project af te ronden.

Inmiddels is het oktober 2015 en het is stil geworden rond de leguanenfokboerderij. Stil, omdat het project definitief zou zijn stopgezet vanwege een tekort aan financiële middelen en steun vanuit de lokale en nationale autoriteiten.

Het districtscommissariaat van Coronie was niet bereid om op vragen over de leguanenboerderij te reageren en ook de beide Assembleeleden uit het district, Anton Paal (PALU) en Remie Tarnadi (NDP), doen er het zwijgen toe en reageren niet op vragen.

Bananen- en cassavedeskundige stort zich op aloë vera
Na het leguanenproject werd het district verblijd met de aankondiging van een aloë vera-project van Robert Power. De man had grootse plannen. Volgens deze bananendeskundige en honorair consul van Barbados zou Coronie bij uitstek het meest geschikte gebied van Suriname zijn voor de teelt van aloë vanwege het goede klimaat met de meeste zonuren en de goede bodem. Hij richtte daartoe Plant Cropping & Processing NV op en toog in januari 2014 naar het district om tijdens en presentatie de bewoners over zijn plan te informeren. Power wilde in maart 2014 starten met de voorbereidende werkzaamheden. Hij zou 1.8 miljoen Amerikaanse dollar uit het PetroCaribe-fonds ontvangen voor het project. Maar, begin oktober zei Power te verwachten 'ergens medio of in de derde week van september van start' te kunnen gaan.’ Het leek een eerste kink in de kabel. Of hij die dollars ooit heeft ontvangen is onduidelijk.

Eerst zouden jam en gezondheidsdranken gemaakt worden samen met diverse Surinaamse vruchten, en in een later stadium zou de aloë vera verwerkt worden tot cosmetische en medische producten. De eerste 40.000 plantjes in gedroogde toestand zouden van Curaçao naar Suriname verscheept worden. Aan de Pater de Kortstraat zou een demonstratie areaal aangelegd worden om de bevolking te laten zien hoe de aloë vera groeit. Tegelijk zouden geïnteresseerde landbouwers opgeleid worden om de aloë vera te telen volgens internationale standaarden. Op hetzelfde terrein zou vervolgens een moderne verwerkingsfabriek gebouwd worden.

Het klonk allemaal zo mooi, maar uiteindelijk ziet het ernaar uit, dat ook dit project in de zilte Coroniaanse kustaardbodem is verdwenen. In stilte. Maar, wellicht meer voor de hand liggend dan het doodbloeden van het leguanenboerderij-project.

Power laat cassavefabriek stranden
Immers, die Power was ook een van de oprichters – samen met de echtgenote van de oud-minister van Buitenlandse Zaken (Winston Lackin) Kamla Madho – van het op 5 april 2014 geopende Innovative Agro Processing Industries (IAP) NV in het district Para, een bedrijf dat cassave opkoopt, verwerkt tot cassavemeel en moet exporteren naar onder andere Barbados – natuurlijk Barbados vanwege zijn contacten op dat eiland. Bij IAP is ook al langere tijd nauwelijks welke activiteit dan ook waar te nemen en het is dan ook onderhevig aan de nodige kritieken vanuit onder andere het parlement en de cassavetelers in Para.
Het bedrijf werd overigens al in april 2013 voor Srd 1 is verkocht aan de Staat Suriname. Ruim een jaar later, begin mei 2014, werd bekend dat de regering sinds de overname al Srd 5.200.000 had overgemaakt naar de cassavefabriek in Para en dat in het eerste kwartaal 2014 een lening aan IAP NV werd verstrekt van 2.7 miljoen Srd voor onder andere opkoop en verwerking van cassave.

Onduidelijk is wat er met het geld is gebeurd. In september van dit jaar werd bekend, dat de cassavefabriek in Para drie jaar na de oprichting officieel overgedragen was aan het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij, LVV.

Minister Soeresh Algoe van LVV liet 29 september weten voorstander te zijn van onderzoek door de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) bij de cassavefabriek. 'Controle is geen daad van vijandschap', aldus de bewindsman. Hij wilde niemand beschuldigen voor de achtergebleven ontwikkeling van het bedrijf, maar vermoed wordt dat de oprichters en leidinggevenden van de fabriek, Robert Power en Kamla Madho, zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan malversaties.Het wachten is of de CLAD werkelijk onderzoek gaat doen.

Power was niet bereikbaar voor een reactie op de gang van zaken rond zijn aloë vera-project in Coronie.

zaterdag 26 september 2015

Leerkrachten in Naschoolse Opvang wachten al maanden op hun geld

MinOWC lijkt financiële administratie Naschoolse Opvang maar niet op orde te krijgen

26-09-2015  Door: Paul Kraaijer/De Surinaamse Krant


Terwijl minister Robert Peneux van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC) zich vooral druk lijkt te maken om het opstellen van gedragsregels voor scholieren en leerkrachten, wachten diverse leerkrachten, werkzaam in het project Naschoolse Opvang, al vele maanden op hun geld en loopt de grote vakantie over een paar dagen ten einde.

Dat project wordt juist gedragen door de inzet van leerkrachten die na de gewone gewerkte schooluren in de ochtend, 's middags nog een paar uur doorwerken voor de Naschoolse Opvang. Echter, de waardering voor hun werk is binnen MinOWC niet zichtbaar, terwijl wel met het project wordt gepronkt. Op dit moment zijn er leerkrachten in de Naschoolse Opvang die al sinds maart van dit jaar, en anderen sinds mei, niet zijn uitbetaald voor hun werkzaamheden.

Betrokken leerkrachten hadden gehoopt hun geld te ontvangen voor aanvang van de grote vakantie, maar dat blijkt ijdele hoop te zijn geweest.

Het is niet de eerste keer, dat het ministerie in gebreke blijft om op tijd de vergoedingen voor leerkrachten, werkzaam in de Naschoolse Opvang, over te maken. Dat niet op tijd uitbetalen kan op den duur leiden tot minder gemotiveerde leerkrachten en mogelijk tot vertrek.

Dat het niet de eerste keer is dat er problemen zijn met de uitbetaling blijkt bijvoorbeeld uit onderstaand persbericht, dat het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling op 15 juli 2013 verzond, waarin werd uiteengezet hoe en wanneer de leerkrachten in de Naschoolse Opvang uitbetaald zouden gaan krijgen:



Onderdirecteur Roy Narain van het toenmalige ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (MinOV) zei 13 augustus vorig jaar nog, dat het uitbetalen van de leerkrachten het grootste probleem is binnen de Naschoolse Opvang en Begeleiding (NOB). Dit was volgens hem altijd het zorgpunt van de minister geweest. Maar, zo zei hij, de minister is afhankelijk van het ministerie van Financiën. ‘Wanneer dat achterwege blijft, ontstaat er veel ruis in het veld met alle consequenties van dien. Hij hoopt dat voldoende geld voor het project wordt uitgetrokken, zodat er geen stagnatie meer kan komen’, zei Narain in de Times of Suriname.

Hij zei destijds ook, dat men doende was het Bureau Naschoolse Opvang en Begeleiding onder te brengen bij het onderdirectoraat Onderwijs. Met de ordening van het bureau zou het ministerie meer armslag krijgen, waardoor bepaalde zaken die zich onder de commissie afspeelden, konden worden ingedamd.
 Het lijkt er echter anno september 2015 op, dat het ministerie de financiële administratie van het project maar niet onder de knie kan krijgen. Leerkrachten in de Naschoolse Opvang weten nog steeds niet wanneer ze worden uitbetaald voor hun gewerkte uren.

Het blijkt voor MinOWC kennelijk niet mogelijk te zijn om gelijktijdig met de uitbetaling van het normale salaris over een maand, de gewerkte uren in de Naschoolse Opvang van de maand ervoor uit te betalen. Tot de dag van vandaag weten de leerkrachten nooit waar ze aan toe zijn. Op willekeurige momenten wordt de vergoeding voor gewerkte uren in de Naschoolse Opvang voldaan en nooit over een maand, maar over een aantal maanden. Een specificatie van de vergoeding, met vermelding van het aantal gewerkte uren in de Naschoolse Opvang, ontvangen de leerkrachten overigens nooit.

Het ministerie was niet bereikbaar voor een reactie,