zondag 2 december 2012

Zuurstof versus goud: Surinaams bos van onschatbare waarde

Is het Surinaamse bos meer waard dan het Surinaamse goud?

02-12-2012   Door: Paul Kraaijer


In alle opzichten is Suriname een uniek land. Het heeft een kleurrijke bevolking, de unieke Voltzberg, een mooie snelstromende ‘donkere’ Surinamerivier, prachtige legstranden voor enkele bedreigde grote zeeschildpadsoorten te Galibi en Matapica, de Waterkant in Paramaribo en Domburg, watervallen in het achterland, een unieke en bijzondere biodiversiteit en een immens tropisch regenwoud. Meer en meer toeristen weten de weg naar het mooie kleine Zuid-Amerikaanse land te vinden. Aangetrokken vooral door ‘de jungle’, het bos, het Amazonewoud. Vanuit de hele wereld dragen de toeristen bij aan de Surinaamse economie. Het bos kan echter ook zelf zorgen voor een belangrijke bijdrage aan de economie. Het bos is zelfs van onschatbare waarde. Maar, wat is de waarde van dat bos - het groene goud – en is het meer waard dan het Surinaamse goud? Een vraag die vandaag de dag niet een, twee, drie is te beantwoorden......

Suriname profiteert vooralsnog niet van wat het regenwoud aan harde valuta zou kunnen opbrengen. Suriname gaat nog steeds voorbij aan de vele beschikbare zogenoemde klimaatfondsen in de wereld.
‘Het bos moet nu echt in geld vertaald worden, en daar wachten wij nu op. We hebben het jarenlang in stand gehouden en we willen er nu wel geld voor hebben.’ Dat waren woorden gesproken door oud-minister Rick van Ravenswaay van het minsterie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS) in november 2009. Een maand later wees oud-president Ronald Venetiaan tijdens de Klimaattop van de Verenigde Naties in het Deense Kopenhagen weer eens op het feit, dat Suriname één van de meest kwetsbare landen ter wereld is als het gaat om de negatieve gevolgen van klimaatverandering. Venetiaan benadrukte dat het lage Surinaamse ontbossingscijfer en de dichte bosbedekking, te danken zijn aan ‘een langdurig en consistent beleid’. Maar, concreet ondernam de regering Venetiaan-Sardjoe niets tot zeer weinig om werkelijk harde munt uit het eigen bos te slaan.

Op zoek naar klimaatfinanciering en de juiste projecten
Daar probeert de klimaatadviseur van president Desi Bouterse, John Goedschalk, sinds augustus 2011 verandering in te brengen als directeur van het Climate Compatible Development Agency (CCDA), aan bureau dat direct onder verantwoordelijkheid van  president Desiré Bouterse valt. De regering Bouterse-Ameerali neemt de gevolgen van klimaatverandering serieus en zoekt ook serieus naar internationale compensatiegelden voor de wijze waarop Suriname haar tropisch regenwoud tracht zoveel als mogelijk te beschermen en daardoor de uitstoot van het schadelijke koolstof te voorkomen. Ontbossing is verantwoordelijk voor vijftien procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen en is ook nog eens een belangrijke oorzaak van klimaatverandering. Door het toekennen van een  economische waarde aan de opslag van koolstof in de bomen en bodem krijgen in het Surinaamse tropisch regenwoud staande, levende, bomen, meer waarde dan gekapte, dode, bomen. Het zijn vooral westerse, geïndustraliseerde landen die moeten gaan betalen voor duurzaam bosbehoud en het tegenaan van CO₂-uitstoot. (Koolstofdioxide, ook kooldioxide of koolzuurgas genoemd, is een kleurloos en reukloos gas dat van nature in de atmosfeer voorkomt. Een toename van CO₂ tast de ozonlaag aan, waardoor het warmer op de aarde wordt.)

We spreken John Goedschalk in zijn kantoor aan de Geertruidastraat in Paramaribo kort voor zijn vertrek naar weer een internationale bijeenkomst, deze keer in Paraguay. Hij blijkt tot in zijn tenen een ‘groene’ Surinamer te zijn, die voor de volle honderd procent – zo niet meer – opgaat in zijn taak om in de internationale complexe wereld van fondsen te zoeken naar voor Suriname geschikte financieringsmogelijkheden. Tegelijkertijd heeft hij de schier onmogelijke taak om verantwoordelijken achter interessante Surinaamse projecten als woningbouw, infrastructurele werken, nieuwe goudmijn- en bauxietmijnplannen in het Nassaugebied, maar ook het biodieselproject van Staatsolie en het grootse hydro-energie Tapajai Project, geïnteresseerd te krijgen voor de mogelijkheid om fondsen aan te boren ter financiering van de projecten. Maar, ook het herstel en herbeplanten van de mangrovekust te Coronie, om afkalving van de kust mede veroorzaakt door klimaatverandering te voorkomen, is een zeer goede optie. Goedschalk maakte begin oktober 2011 nog bekend dat mangroves vijfentwintig keer meer koolstof opslaan dan het tropisch regenwoud. Het mangroveproject te Coronie zou volgens hem dan ook miljoenen dollars kunnen opleveren voor Suriname.
Goedschalk: ‘Velen blijken echter nog niet goed op de hoogte te zijn van die mogelijkheden, de mogelijkeden voor klimaatfinanciering. En juist die gerichte vorm van financiering moet bijdragen aan het voor bedrijven en projecten eenvoudiger maken om te kiezen voor duurzame ontwikkeling. Laat zien dat je een project van de grond kunt krijgen waarvoor maar vijftig bomen gekapt hoeven te worden, in plaats van honderdtwintig. Het heef mij overigens verbaasd dat Staatsolie nog geen beroep op klimaatfinanciering heeft gedaan voor haar biodieselproject. Het bedrijf is bekend met die mogelijkheid.’ 
De groene man van het Kabinet van de President betreurt het dat de bewustwording inzake klimaatfinancieringsmogelijkheden zo traag verloopt. Daarenboven heeft hij in zijn dagelijkse werk niet met één ministerie te maken, maar met meerdere en daaruit blijkt weer de complexiteit van de materie.
Hij praat snel, gebruikt veel Engelstalige termen en tracht op een verhelderende manier met behulp van een ‘flapover’ de internationale business van klimaatfinanciering inzichtelijk te maken. Hij tekent het ene na het andere schematisch overzicht ter verduidelijking van het verhaal. Een complexe, abstracte, manier van financiering weet hij binnen korte tijd in een voor leken begrijpelijke taal om te zetten.
De basis van zijn werkzaamheden en van veel projecten die in aanmerking zouden kunnen komen voor klimaatfinanciering, is  klimaatverandering. Goedschalk: ‘Klimaatverandering is feitelijk een ecologisch probleem, waarvoor een economische oplossing nodig is. En die oplossing proberen ik en mijn team te vinden.’ Hij vervolgt in zijn aircogekoelde werkkamer:  ‘Als de risico’s voor het klimaat bij de genoemde projecten bekend zijn, dan kun je met duurzame oplossingen komen. En daar kun je dan weer als land klimaatfinanciering voor krijgen,’ aldus Goeschalk. Het geld is er volgens hem èn in overvloed, maar Suriname maakt er vooralsnog geen gebruik van. Er zijn nog geen projecten ingediend. ‘Fondsen zijn er in voldoende mate. Denk aan de Voluntary Carbon Market (VCM), het EU-Emissions Trading System (EU-ETS), maar zelfs in Australië is een fonds dat nuttig zou kunnen zijn voor Surinaamse projecten.’

John Goedschalk maakt lange dagen om zijn belangrijke stenen te kunnen bijdragen aan een groene ontwikkeling van Suriname. Gedachten gaan onbedoeld even terug naar 25 oktober 2006. John was zowaar het talent van de week in het Nederlandse tijdschrift Elsevier. In het blad kreeg hij een aantal korte vragen voorgelegd. Op de vraag wat hij over vijf jaar zou doen, antwoordde hij: ‘Over vijf jaar..., dan maak ik van Suriname een betere plek. Het land heeft veel in mij geïnvesteerd, nu moet ik teruggeven.’ En dat doet hij: Suriname een beter plek maken en hij geeft absoluut terug.

 Een van de meest bosrijke landen ter wereld
Suriname valt onder de categorie van landen met een hoge bosbedekkingsgraad, een geringe ontbossing, een kleine bevolking van ruim 500.000 inwoners en 163.820 km2 landoppervlak. Het bosoppervlak is ongeveer negentig procent van het totale landoppervlak. Uitgedrukt in bos per inwoner is Suriname één van de meest bosrijke landen ter wereld, volgens de Wereld Voedsel en Landbouw Organisatie (FAO). Voor klimaatmitigatiedoelstellingen is het beter om het bos helemaal niet te kappen, zodat er zoveel mogelijk CO₂ ofwel koolstof kan worden vastgehouden. Bomen nemen namelijk koolstof op en deze stof wordt opgeslagen als biomassa. Maar, door een ongecontroleerde en illegale houtkap èn slecht bosbeheer, kunnen bossen een bron van CO₂–uitstoot worden. Wanneer zeer veel bomen worden gekapt of op een andere manier uit het bos verdwijnen, dan wordt er meer CO₂ uitgestoten dan opgeslagen.
Om de problemen rond de uitstoot in de wereld van CO₂ aan te pakken werd in 1992 onder verantwoordelijkheid van de Verenigde Naties het klimaatverdrag - UNFCCC, UnitedNations Framework Convention on Climate Change – afgesloten en ondertekend tijdens de ‘Earth Summit’ in Rio de Janeiro. Suriname zette op 13 juni 1992 haar handtekening onder het verdrag, op 14 oktober 1997 werd het bekrachtigd en met ingang van 12 januari 1998 trad het lidmaatschap formeel in werking.

Doel van het verdrag is om emissies van broeikasgassen te reduceren en daarmee ongewenste gevolgen van klimaatverandering te voorkomen. Dat doel kan onder andere bereikt worden door bossen duurzaam te beheren en te exploiteren. Op de jaarlijkse vergadering van UNFCCC in 2005 in Montreal, Canada, kwamen landen met grote tropische bossen met het idee een mechanisme te ontwikkelen waarbij landen die de uitstoot van CO₂ in de atmosfeer kunnen verminderen door de ontbossing in te dammen, financieel gecompenseerd worden. Hiertoe werd het Reduce Emissions from Deforestation (RED) mechanisme ontwikkeld. Vervolgens werd tijdens de bijeenkomst van de UNFCCC in 2007 op Bali, Indonesië, het Reduced Emissionsfrom Deforestation and forest Degradation (REDD) mechanisme ontwikkeld. Dat heeft tot doel het verminderen van CO₂ uitstoot als gevolg van ontbossing en bosdegradatie, door het geven van financiële prikkels aan de eigenaren van bossen. Om ook de ontwikkelingslanden die hun bossen conserveren in aanmerking te laten komen voor dit financieringsmechanisme, werd door de UNFCCC het REDD+ tijdens de bijeenkomst in december 2009 in Kopenhagen, Denemarken, geïntroduceerd. Het REDD+ financieringsmechanisme is nu in ontwikkeling en er moet nog vastgesteld worden hoe dit mechanisme zal functioneren. Zaken die geregeld moeten worden zijn de reikwijdte en schaal, de financiering van de kosten, verdeling van de baten, de monitoring, rapportage en verificatie (MRV), de betrokkenheid van belanghebbenden, de bijdrage van REDD+ aan duurzame ontwikkeling, de bescherming van de biodiversiteit, de ecosysteemdiensten en de rechten van inheemse volken.

Minister Kromosoeto sloeg spijker op de kop
In aanloop naar de VN Klimaattop in het Zuidafrikaanse Durban op 28 november 2011 liet de Surinaamse milieuminister Ginmardo Kromosoeto verrassend weten dat Suriname eigenlijk nog niet in aanmerking kan komen voor financiële compensatie. Volgens de bewindsman moet eerst duidelijk worden wat de waarde van het Surinaamse bos is. Hij sloeg de spijker op zijn kop.
Immers, landen die in aanmerking willen komen voor REDD+, moeten kunnen aantonen dat zij hun bosbeheer verbeteren ten opzichte van het verleden, zodat er nog meer koolstof opgeslagen kan worden in hun bossen. De additionele koolstofopslag wordt vertaald in zogenoemde ‘carbon credits’ waarop de betaling wordt gebaseerd. De vergoeding hiervoor moet komen van de geïndustrialiseerde landen. Hoe deze koolstofmarkt en het betalingssysteem er exact uit gaan zien is vooralsnog niet duidelijk.

Overigens werd vlak voor de Kerstdagen van 2010 bekendgemaakt dat Suriname een CO₂ laboratorium zou krijgen in het district Brokopondo. In februari 2011 werd het laboratorium, ook wel het Carbon-Lab genoemd, al in gebruik genomen. Het initiatief was afkomstig van John Goedschalk en van twee particuliere ondernemingen: Kersten (eigenaar van het ecotoerismeresort Berg en Dal, en het Canadese goudmijnbedrijf IAmGold, eigenaar van de Rosebel goudmijn. Het Carbon-Lab moet laten zien wat de opslag van CO₂ inhoudt. Bezoekers van Berg en Dal kunnen zelf via een trip gegevens van een boom verzamelen door middel van een maatlint en schrijfgerei, en daarna onderzoeken hoeveel CO₂  de boom heeft opgeslagen. In samenwerking met Conservation International en het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname (CELOS), de onderzoekstak van de Anton de Kom Universiteit, worden metingen uitgevoerd. Duidelijk moet worden wat dit type bos nu waard is voor  CO₂ opslag. De resultaten worden in het Carbon-Lab tentoongesteld en dit onderzoek moet in heel Suriname gaan plaatsvinden.

Dr. Eric Arets van Wageningen Universiteit over REDD
Een van de deskundigen van het Surinaamse bos is dr. Eric Arets van onderzoekscentrum Alterra, Wageningen Universiteit in Nederland. Arets is werkzaam voor het Centrum voor Ecosysteem Studies van het Team Bos Ecosystemen. Hij heeft in 2011 met enkele anderen, waaronder Rudi van Kanten van Tropenbos International Suriname, het onderzoeksrapport ‘Towards a carbon balance for forests in Suriname’ gepresenteerd.
Hij geeft zijn visie op REDD: ‘Het achterliggende idee van REDD is dat ontwikkelingslanden financieel gecompenseerd worden voor het reduceren van emissies van broeikasgassen, vooral CO₂, door ontbossing en bosdegradatie tegen te gaan. Landen die aantonen dat de snelheid van ontbossing afneemt, krijgen een bepaald bedrag voor iedere ton CO₂ die minder wordt uitgestoten. Om dat aan te kunnen tonen is dus informatie nodig over de snelheid van ontbossing en bosdegradatie in het verleden en de huidige snelheden hiervan. Vervolgens is informatie nodig over de hoeveelheid koolstof die in dat ontboste areaal opgeslagen was en vervolgens in de atmosfeer terechtkomt. Als je die biomassa gewoon verbrandt, dan komt dus bijna alle CO₂ in de atmosfeer terecht, maar bij houtoogst blijft ook een deel nog in de eindproducten achter. Naast het vòòrkomen van ontbossing kan ook verbeterd bosbeheer resulteren in een vermindering van CO₂ emissies.‘
Ook Arets moet erkennen dat er op dit moment nog veel discussie is over hoe het REDD mechanisme uiteindelijk er uit komt te zien en wat de hoogte van de compensatie per ton CO₂ zal gaan worden.

Maar, is het Surinaamse bos nu meer waard dan het Surinaamse goud?
Volgens Eric Arets hangt de waarde van het Surinaamse bos af van veel zaken. Arets: ‘De waarde wordt niet alleen bepaald door biofysische zaken zoals de koolstofvoorraad of de beschikbaarheid van andere grondstoffen, maar ook van de politiek. Naast dat bos CO₂ uit de atmosfeer vastlegt en, omgekeerd, dat bij ontbossing en bosdegradatie CO₂ vrijkomt, levert het Surinaamse bos ook nog tal van andere goederen en diensten, zoals regulatie van lokaal klimaat, voedsel, schoon water en hout. Ook is het van belang op welke tijdschaal je naar het bos kijkt.’
Over de waarde van het Surinaamse bos afgezet tegen de waarde van het Surinaamse goud, reageert de Nederlandse onderzoeker alsvolgt: ‘De winning van goud kan misschien in een keer veel geld opleveren, maar daarvoor worden alles bij elkaar toch grote delen bos vernietigd en dus de diensten die het levert, de bodem spoelt weg, waardoor herstel heel moeilijk zal zijn en zeer langzaam zal gaan, de loop van water in kreken wordt beïnvloed, waarvan niet duidelijk is wat dat gaat betekenen voor het omliggende niet direct aangetaste bos, etcetera. Op lange termijn is het heel aannemelijk dat de waarde van de diensten - CO₂ opslag, houtproductie, inkomsten uit toerisme uit bijvoordeeld het Brownsberg Natuurpark - die verloren gaan, veel hoger liggen dan de huidige eenmalige opbrengsten uit goud en de daarmee gepaard gaande vervuiling. Denk aan vergifitging van vis en de mensen die die vissen eten, door hoge concentraties kwik in het Brokopondo stuwmeer.’

Goedschalk laat niet los....
John Goedschalk heeft nog veel werk te verzetten. Het bos omzetten in dollars is een ingewikkeld proces met vele belangen en betrokkenen. Goedschalk heeft zich hier echter in vastgebeten en vooralsnog laat hij niet los.....
Met dank aan:
Mej. Vanessa S. Simson van Tropenbos International in Suriname:
‘EEN ZOEKTOCHT NAAR EEN OPTIMALE BENUTTING VAN HET SURINAAMSE BOS - De economische waarde van het bos gemeten aan de hand van de potentiële bijdrage van de bossector: Master thesis ter afronding van de opleiding Macro-economic Analysis and Policy, Paramaribo, Suriname, 21 maart 2011.

Noot:
Dit artikel werd door mij al in maart/april 2012 geschreven voor het tweemaal per jaar verschijnende United Magazine. Het blad is echter met een aanzienlijke vertraging pas in de laatste week van november 2012 verschenen, nummer sept. 2012/feb. 2013.

zaterdag 1 december 2012

TapaJai Project een unieke hydro-energie operatie in het Surinaamse achterland

Omleiding Tapanahonirivier via Jaikreek naar stuwmeer

01-12-2012  Door: Paul Kraaijer


Het zogenoemde Staatsolie TapaJai Hydro-energie Project is een van de grote projecten die de regering Bouterse nog op stapel heeft staan. Een uniek project om water uit de Tapanahonirivier via de Jaikreek om te leiden naar het stuwmeer, met als doel meer water in het meer krijgen om de waterkrachtcentrale daar meer elektriciteit te laten produceren in de nabije toekomst. Essentieel, om de mijnbouwontwikkelingen in het Nassaugebied van voldoende elektriciteit te kunnen gaan voorzien. Het klinkt eenvoudig: water omleiden. Maar, het project is immens en het zal zowel voordelen als nadelen opleveren voor de natuur, de biodiversiteit, en voor de lokale bewoners in het betrokken gebied. Maar, zullen de voordelen opwegen tegen de nadelen?

Het TapaJai Hydro-energie Project heeft de afgelopen jaren met regelmaat het nieuws gehaald. Het grootse project moet de energievoorziening veilig gaan stellen voor toekomstige mijnbouwontwikkelingen in vooral het Nassaugebied, in het oosten van het land. Nu wordt energie voor een belangrijk deel met fossiele brandstof geproduceerd door middel van generatoren van de NV Energie Bedrijven Suriname (EBS) en door waterkracht opgewekt door de Brokopondo (Afobaka) waterkrachtcentrale en die laatste vorm levert schone energie op. 
Waterkracht is simpelweg het vermogen dat door stromend of vallend water of door persing van water ontstaat. Met pijpleidingen of dammen wordt elektriciteit gegenereerd uit stromend of vallend water. Dat water stroomt of valt tegen de bladen van een turbine waardoor deze gaan draaien. De bladen laten vervolgens een generator roteren waardoor elektriciteit wordt geproduceerd. Hydro-energie wordt door velen gezien als de ideale manier om elektriciteit te genereren, omdat het milieu er niet door wordt belast, en de kosten laag zijn. Van alle duurzame energiebronnen is hydro-energie dan ook de meest gebruikte.

Het ontstaan van het TapaJai Project
Al sinds de bouw van de grote dam in het vijftienhonderdzestig vierkante kilometer grote Brokopondo- ofwelProf. dr. ir. W.J. van Blommesteinmeer is rekening gehouden om in de toekomst van elders water om te leiden naar het stuwmeer. In vakjaron wordt dat ‘debiet’ genoemd: de hoeveelheid water die een rivier of beek per tijdseenheid transporteert of afvoert. Om enige duidelijkheid te verkrijgen omtrent de voorgeschiedenis van het TapaJai Project - dat zou leiden tot een extra tweehonderdzestig vierkante kilometer stuwmeer -  is het noodzaak om  zo’n  vijftig jaar terug te gaan in de geschiedenis. Het is 1958, 27 januari, als het Amerikaanse aluminiumbedrijf Alcoa de zogenoemde Brokopondo-overeenkomst sluit met de Surinaamse regering. Met die overeenkomst verplichtten de Amerikanen zich om een stuwdam, een waterkrachtcentrale, een bauxietsmelterij en een fabriek voor aluminiumwinning te bouwen. Maar, daar stond wel iets tegenover:  Alcoa kreeg een concessie voor vijfenzeventig jaar om bauxiet te winnen en een korting op de elektriciteitsprijs. In 1965 werd in Paranam, aan de Surinamerivier,  een aluminiumsmelter in bedrijf genomen, die werkte op elektriciteit uit de waterkrachtcentrale van de Afobakadam. Het complex werd op 9 oktober van dat jaar officieel geopend door de toenmalige Nederlandse koningin Juliana. Na de sluiting van de aluminiumsmelter in 1999 nam het Surinaamse mijnbouwbedrijf Suralco - onderdeel van Alcoa World Alumina and Chemicals (AWAC, een samenwerkingsverband tussen  Alcoa  en Alumina Ltd.) het initiatief voor de studie van een mogelijke omleiding van de Tapanahonirivier, welke opdracht werd gegeven aan AGRA Earth & Environmental in Canada. Met die opdracht wilde Suralco een studie laten verrichten met als voornamelijk doel te onderzoeken of er voldoende ‘debiet’ van de Tapanahonirivier naar het Brokopondostuwmeer omgeleid zou kunnen worden om een aluminiumsmelter met een jaarcapaciteit van honderdduizend ton van energie te kunnen voorzien. De studie werd in augustus 2000 afgerond  (‘Tapanahoni River Diversion Project’ – Phase 1 Study Report)en had als conclusie dat een omleiding werkelijk mogelijk zou kunnen zijn. Bij die studie was betrokken het zogenoemde ‘Tapanahoni River Diversion Project Study Committee’, waarin onder andere zitting had ir. Lothar Boksteen, namens de Surinaamse regering.
Het Braziliaanse bedrijf CNEC Engenharia (in 2010 overgenomen door Worley Parsons) verrichtte vervolgens een uitgebreider onderzoek. Dat onderzoek werd een jaar later afgerond met als conclusie dat een omleiding in de regentijd van water uit de Tapanahonirivier èn van de Jaikreek uitvoerbaar is. Gedurende de regentijd wordt het omgeleide water gespaard in het stuwmeer en staan de centrales van Afobaka in principe stil. Bij Afobaka komt een tweede centrale met een vermogen van 116 megawatt (reeds geïnstalleerd 189 MW), het totale vermogen te Afobaka wordt 305 megawatt. In de droge tijd, wanneer er geen water van de Tapanahonirivier en Jaikreek wordt omgeleid, zullen de twee centrales te Afobaka de benodigde energie kunnen leveren.
Om een aaneengesloten circuit van waterkrachtwerken te ontwikkelen - West-Suriname, Brokopondo en Tapanahonirivier – gaf Suralco in 2005 aan de Brazilianen opdracht om de studie uit 2000 van AGRA Earth & Environmental en de studie van CNEC uit 2001 aan te passen aan de tijd.

Eén van de personen die al vele jaren bij het project betrokken is - als consultant -, is ingenieur Lothar Boksteen. Nog steeds is hij zeer enthousiast over het TapaJai Project. Gevraagd naar de actuele stand van zaken zegt hij dat dit jaar gestart zal worden met de zogenoemde Feasibility Study, als vervolg op de in juni 2011 afgeronde Pre-Feasibility study. In de Feasibility Study worden meegenomen de Technische Feasibilty Study en de ESIA Study (Environmental and Social Impact Assessment, ofwel Milieu en Sociale Effecten Analyse).  Boksteen: ‘Naar alle waarschijnlijkheid zullen deze studies na de begrafenis van granman Gazon starten. Volgens de oorspronkelijke planning zouden de Feasibility Study en de ESIA op dit moment (lees: eind maart 2012) in uitvoering moeten zijn. De werkwijze waarvoor is gekozen is echter, dat deze onderzoeken met medewerking van de belanghebbenden in het projectgebied - de Aucaanse, Saramacaanse, Trio en Wajana gemeenschappen - moeten worden uitgevoerd. De informatievoorziening en consultaties van deze gemeenschappen was reeds in een ver gevorderd stadium. Echter met het verscheiden van granman Gazon, is uit respect voor de tradities van de Aucaners ervoor gekozen om het informatie- en consultatieproces tijdelijk stop te zetten.’ (Het grootopperhoofd der Aucaners Gazon Matodja is op 10 april ten grave gedragen.)

Granman Gazon volgde ontwikkelingen project op de voet
Granman Gazon volgde de ontwikkelingen rond het prestigieuze project zo goed en zo kwaad als dat ging op de voet. Hij vroeg in april 2009 aan toenmalig minister Gregory Rusland van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen, tekst en uitleg over de omleidingsplannen van de Tapanahonirivier. De plannen, waaronder de constructie van zes ondersteunende dammen in de Tapanahonirivier, de Jaikreek  en de Marowijnekreek, zouden de nodige schade kunnen aanrichten in het gebied. Genoemde rivier en kreken worden volgens het TapaJai Project door omleidingswerken ofwel door kanalen tot een breedte van vijfentachtig meter met elk een sluis, met elkaar verbonden. Door de dammen wordt hoogte gecreëerd, waardoor energie kan worden opgewekt.
Gazon maakte zich vooral zorgen over de effecten van de omlegging van waterwegen bij zijn beheersgebied op de leefgewoonten van de Aucaners. De marrons gebruiken dagelijks het water uit de kreken en rivier om in te baden, te wassen en om te drinken. Daarnaast verplaatsen zij zich met hun korjalen en dergelijke via de wateren. Gevreesd wordt dat door de ontstane lage waterstand de sula’s in de Tapanahoniriver onbevaarbaar worden. Deskundigen beweren echter dat het effect van het TapaJai Project op het waterpeil in de rivier miniem zal zijn. 

260 km2 Komt onder water te staan: Inheems dorp Palumeu verdwijnt waarschijnlijk
Toch gaat het project er voor zorgen dat een gebied van tweehonderdzestig vierkante kilometer onder water komt te staan. Het inheemse dorp Palumeu zou mogelijk onder water verdwijnen. Ook is er vrees dat de eilanden in het stuwmeer door de hogere waterstanden zullen verdwijnen. De eilanden die tijdens de overstromingen in 2006 droog bleven, zullen ook bij de uitvoering van het TapaJai Project niet onder water komen te staan. In een reactie zegt Boksteen dat Palumeu echt gaat verdwijnen: ‘Het dorp Palumeu is het ènige dorp dat ten gevolge van het project onder water zal komen te staan. In Palumeu wonen circa tweehonderdvijftig mensen - Trio’s en Wajana’s - die in hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de ecotoeristische activiteiten van reisorganisatie METS in Paramaribo. Voor deze burgers zal een oplossing worden gezocht, welke gedreven zal worden door de inzichten en wensen van de mensen zelf.’ Naast dit concrete nadeel van het project erkent Boksteen dat er ook nog een tweede groot nadeel zal optreden. ‘Een verminderde waterstroom door de Tapanahonirivier in de regentijd. Hierdoor zal de Tapanahonirivier die in de droge tijd moeilijk bevaarbaar is, ook in de regentijd moeilijker bevaarbaar zijn. Dit nadeel van het project zal worden opgevangen met de aanleg van een weg langs Tapanahoni, welke de dorpen met Paramaribo verbindt.’ De vrees van de Aucaners, dat de rivier moeilijk bevaarbaar zal worden, blijkt terecht. 
De inbreng van de binnenlandbewoners bij de ESIA studie zal zeer belangrijk zijn, aldus Boksteen. ‘Tijdens de uitvoering van de ESIA en daarna zullen op zeer regelmatige basis consultaties met de inheemsen, Aucaners en Saramaccaners plaatsvinden. Zolang de ESIA niet van start gaat is er geen zinvolle informatie welke met de inheemsen kan worden gedeeld. Zodra granman Gazon begraven is, zal het informatie- en consultatieproces weer worden opgestart met als doel om op zo kort mogelijke termijn medewerking te verkrijgen om te kunnen aanvangen met de ESIA en de technische Feasibility studies.'

Lothar Boksteen ziet meer voor- dan nadelen voor het TapaJai Project. Eén van de grote voordelen is onder andere dat het project, volgens Boksteen, een belangrijke bijdrage gaat leveren aan de energiezekerheid van het land. Boksteen: ‘Waterkracht heeft als voordeel dat het een natuurlijke hulpbron is die onuitputbaar is en waarvan de voorziening onafhankelijk is van geopolitieke ontwikkelingen. Met dit inzicht hebben vele Latijns Amerikaanse landen, waaronder het economisch succesvolle Brazilië, decennia terug ervoor gekozen om hun waterkracht potentieel ten volle te benutten. Daarnaast gaat het project bijdragen aan lage elektriciteitsprijzen in Suriname. Suriname behoort binnen het Caribisch gebied tot de landen met de laagste elektriciteitsprijzen. Deels heeft dit zijn oorsprong in de subsidie welke de Surinaamse overheid verstrekt op stroomprijzen in Suriname, maar voor het belangrijkste deel is dit toe te schrijven aan het kunnen beschikken over waterkracht vanuit de Brokopondo waterkrachtcentrale. De vraag naar elektriciteit in Suriname neemt steeds toe. De nodige uitbreidingen in opwekcapaciteit hebben tot nu toe steeds plaatsgevonden door de installatie van dieselmachines die zware stookolie als brandstof gebruiken. Deze machines zijn in de EBS-centrale aan de Saramaccastraat en de Staatsolie centrale te Tout Lui Faut geïnstalleerd. De kosten voor elektriciteitsopwekking met zware stookolie zijn echter afhankelijk van de prijs van aardolie op de wereldmarkt. Bij een aardolieprijs van honderd Amerikaanse dollars per vat kost het opwekken van een kilowattuur elektriciteit met zware stookolie ongeveer achttien Amerikaanse dollarcent. Ter vergelijking, een kilowattuur elektriciteit opgewekt middels waterkracht kost heden ten dage vier tot zestien cent per kilowattuur, afhankelijk van de schaalgrootte van het project.  Het TapaJai Project zal ertoe bijdragen dat de kosten voor elektriciteit in Suriname relatief laag blijven.’

Volgens Lothar Boksteen zal het project ook een bijdrage leveren aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.
‘Hoewel Suriname op wereldschaal gezien slechts een bescheiden bijdrage levert aan de uitstoot van broeikasgassen, zal het Tapajai Project leiden tot een verminderde uitstoot van CO₂, daar de hoeveelheid elektriciteit van het project niet met zware stookolie hoeft te worden opgewekt. Waterkracht heeft geen uitstoot van broeikasgassen.’ 
De ingenieur lijkt de voordelen uit zijn mouw te schudden. Hij vervolgt met nog een groot voordeel en dat is de ontsluiting van het achterland. Boksteen: ‘Het binnenland van Suriname is vrij geïsoleerd van de economische activiteiten welke zich voornamelijk in het noorden afspelen. De binnenlandbewoners hebben in vele opzichten een achterstand ten opzichte van de bewoners van de kustvlakte. Denk maar aan onderwijs, gezondheidszorg, de toegang tot informatie, elektriciteitsvoorziening, enzovoorts. Het optrekken van het welvaartsniveau van het binnenland is in principe onmogelijk zonder goede verbindingen over land. De enige manier om grote delen van het binnenland te bereiken is via de rivier, over de vele sula’s. De transportkosten zijn hierdoor heel erg hoog. Het binnenland is voor haar behoeftevoorziening heel erg afhankelijk van Paramaribo. Door de hoge transportkosten over de rivieren zijn de prijzen van bijvoorbeeld levensmiddelen vaak bijkans het dubbele van wat men in Paramaribo betaalt. Een ander voorbeeld in de elektriciteitsvoorziening. De overheid moet zorgen voor transport van brandstof via de rivieren naar de verschillende dorpen.  Behalve de hoge kosten voor het brandstoftransport komt het ook voor dat wegens, zeg maar, diverse redenen de brandstof haar bestemming niet bereikt. Het eindresultaat is dat dorpen in het binnenland voor zover ze over elektriciteit kunnen beschikken, daar maar voor slechts enkele uren per dag van kunnen genieten. Ook komt het vaak voor dat men voor langere perioden geheel niet over elektriciteit beschikt.
Inherent aan het TapaJai Project is de aanleg van wegen welke het binnenland zullen ontsluiten. Er is een weg geprojecteerd langs de dorpen aan de boven-Suriname en een weg langs de dorpen aan de Tapanahoni tot aan Stoelmanseiland. Een honderdzeventig kilometer lange ontsluitingsweg gaat aangelegd worden van Pokigron tot aan de dam in de Tapanahoni bij de Ingipikin Sula De wegen zullen de overheid beter in staat stellen om haar burgers in het binnenland van adequaat onderwijs, een goede gezondheidszorg en betrouwbare elektriciteit te voorzien. Als onderdeel van het project zullen dan ook concrete projecten worden opgenomen ter verbetering van de elektriciteitsvoorziening in het binnenland. Ook zullen de burgers in het binnenland een betere toegang hebben tot de economische activiteiten, markt, in de kustvlakte, hetgeen een verhoging van hun welvaartsniveau met zich mee zal brengen. Zo kunnen bijvoorbeeld binnenlandondernemers in de bosbouw hun producten tegen redelijke transportkosten en dus concurrerende prijzen in het noorden afzetten. De mogelijkheden  voor ecotoeristiche activiteiten zullen worden verruimd, hetgeen ook ertoe zal bijdragen dat binnenland bewoners kunnen rekenen op een stabiel inkomen.’

Hydroloog Naipal ziet meer na- dan voordelen
Het klinkt allemaal bijna te mooi om waar te zijn. Ook de bekende hydroloog Sieuwnath Naipal, werkzaam aan de Universiteit van Suriname te Paramaribo, ziet voordelen in het project. Maar, in een reactie somt hij er slechts zes op, die ook allen worden genoemd door Lothar Boksteen. Naipal ziet daarentegen maar liefst zeventien nadelen. Zo ziet hij nadelige gevolgen voor de afvoer van sediment. Naipal: ‘Met de waterafvoer worden ook deeltjes, sediment, mee getransporteerd. Deze deeltjes bezinken waar de snelheid van het water afneemt en worden verder getransporteerd waneer de snelheid weer toeneemt. Uiteindelijk wordt een groot deel van de sedimenten afgezet in of dicht bij de estuarine zone – het afzettingsgebied van sediment - van zo 'n rivier. Een ander deel wordt bij hoge waterstanden in de overstromingsgebieden afgezet – de natuurlijke bemesting van gebieden langs de rivier. Overstromingsgebieden zijn daarom vruchtbaar en kennen dus een hoge mate van biodiversiteit. Deze processen zullen worden beïnvloed door minder watertransport en dus bij lage waterstanden en lagere stroomsnelheden. Passen wij hierbij de theorie van een domino effect toe, dan zit het erin dat de sedimentbalans in de estuarine zone van de Marowijnerivier verstoord zal worden - er komen dus minder zanddeeltjes vanuit het binnenland naar de monding. Deze tekortkoming zal vanuit de zee worden aangevoerd. En als het zeesediment slib is dan hebben we geen schoon strand meer. Maar, alles hangt af van de hoeveelheid water dat wordt ontrokken van de boven-Tapanahoniriver.’
Ook Boksteen heeft oog voor sedimentatie: ‘De zandafzettingen aan de monding van de Marowijne vormen de broedplaats van zeeschildpadden. Gevreesd wordt dat als de stroming in de Tapanhoni en daarmee dus ook in de Marowijne minder wordt, de zandafzettingen aan de monding onvoldoende onderhouden zullen kunnen worden en dat dit op termijn nadelig kan werken op de broedplaatsen voor de schildpadden. De mate waarin het effect van de verminderde stroming zich tot aan de monding van de Marowijne zal voortzetten en of dit de sedimentatie zal beïnvloeden, zal in de ESIA worden onderzocht.’

Volgens de hydroloog zal ook het leven in het water de gevolgen gaan ondervinden van het TapaJai Project. ‘Een parameter die van belang is bij het aquatisch leven is de temperatuur van het water. Tijdens de regenperiode liggen de meeste rotsen in de Tapanahonirivier onder water. Waneer water wordt ontrokken, zullen - afhankelijk van de grootte van de onttrekking - grote delen van de rotsen droog komen te staan. In de droge tijd zullen deze nog meer droog komen te staan. Deze rotsen worden overdag verhit door de zon die op hun beurt het stromend water verwarmen. De verwachting is dat de gemiddelde temperatuur van het water omhoog gaat. Een hoge watertemperatuur heeft weer invloed op het aquatisch leven.’
Naipal wijst met nadruk op de noodzaak van een goed beheer van het stroomgebied, de rivieren. Hij vindt dat dat topprioriteit moet gaan krijgen: ‘River Bassin Management’.
‘Wanneer nu het waterniveau in de benedenloop van de Tapanahonirivier en de Marowijnerivier jaren weg blijft, zullen de nederzettingen ook langzaam maar zeker in de richting van de rivier uitbreiden. Dus in de vroege overstromingsgebieden. Ervan uitgaande dat het Van Blommensteinstuwmeer gebouwd is op basis van de neerslagcijfers van toen - de vijftiger jaren -, betekent dat waneer deze condities weer worden bereikt, er geen water hoeft te worden afgeleid naar het stuwmeer. Met andere woorden, het water van de boven- Tapanahoni zal via de kunstwerken normaal worden afgevoerd in de benedenloop van de rivier. Die hoeveelheid water zal een golf doen ontstaan in de benedenloop van de Tapanahonirivier waarbij de vroegere overstroomde gebieden weer onder water zullen lopen. Maar, inmiddels is op verschillende plaatsen gebouwd en die bebouwing zal onder deze omstandigheden mogelijk ook onder water lopen. Voor zover ik het weet hebben we geen ervaring met ‘River Bassin Management’. Dat moet dan worden geïntroduceerd, mensen moeten worden opgeleid, instrumenten moeten worden geplaatst, de totale technologie moet worden eigengemaakt en het beheer opgezet. Naast het technische moeten ook institutionele zaken worden opgezet - dus de nodige wetten moeten er komen, mogelijk met sancties en/of verzekeringen, etcetera.’

Naipal gaat er vanuit dat met het hydro-energie project de waterstand in de Surinamerivier zal stijgen, maar ook dat er gevaar gaat ontstaan voor Paramaribo.  ‘De snelheid van het water in de rivier zal toenemen en daarmee ook de erosie. De Surinamerivier is de belangrijkste rivier tot nu toe voor Suriname. Aan weerszijden van de rivier wordt flink gebouwd. Of er rekening wordt gehouden met mogelijke zeespiegelstijging of eventuele drastische overstromingen is zeer de vraag. Meer water in de rivier betekent niet alleen meer hogere waterstanden, maar een sterkere meandering (meer lussen in de loop) van de rivier en dus ook gevaar op vele plaatsen voor de bewoners. En dat betekent weer een verhuizing, aanpassing of bescherming. De stad Paramaribo zal vaker het gevaar gaan lopen voor mogelijke overstromingen. Nu, onder de huidige omstandigheden is dat merkbaar, laat staan als er tweehonderd kubieke meters water per seconde extra bijkomen. Let op, ook de benedenloop van de Commewijnerivier gaat hier mee te maken krijgen. Het is niet duidelijk of onder deze omstandigheden ook de schommeling van de getijdestand ongewijzigd blijft.’

Er zijn dus naast voordelen ook uiteenlopende nadelige gevolgen van het project, nadelen voor het milieu, de natuur, de biodiversiteit. Boksteen loopt daar niet voor weg. Hij denkt bijvoorbeeld aan beïnvloeding van de  visstand in de Tapanahonirivier. ‘Doordat veel vissen hun broedplaatsen hebben in de verschillende zijkreken van de Tapanahoni tijdens perioden van hoge waterstand, regentijd, wordt gevreesd dat omleiding van water vanuit de Tapanahoni naar het Brokopondostuwmeer in de regentijd, een zodanige verlaging van de waterstanden in de kreken tot gevolg zal hebben dat de vermenigvuldiging van vissen nadelig wordt beïnvloed. Of dit inderdaad het geval is en in hoeverre dit effect zich zal uitstrekken, moet in de ESIA worden vastgesteld. In ieder geval kan worden gesteld dat het effect van de omleiding van water ter plekke van de Ingipkin Sula steeds minder wordt naarmate men verder stroomafwaarts van de Tapanahoni gaat. Bij de Ingipikin Sula wordt zestig tot tachtig procent van het water omgeleid. Bij de samenvloeiing van de Tapanahoni en de Lawa is dit effect gereduceerd to circa vijftien procent minder water, omdat de verschillende zijkreken benedenstrooms van de dam  de rivier blijven voeden.’

Nauwelijks reacties van natuurbeschermingsorganisaties
Natuurbeschermings- en milieuorganisaties, politieke- en maatschappelijke organisaties zijn opmerkelijk stil. Geluiden van enig verzet tegen het TapaJai Project zijn niet tot nauwelijks te horen. Boksteen verwacht geen grote weerstand. ‘Bij de eerste informatieronde waarbij ook de meeste politieke partijen zijn geinformeerd, is naar voren gekomen dat men wel beseft dat de energieproblematiek opgelost moet worden, maar benadrukt wordt dat het milieu aspect goed onderzocht moet worden. Bij de binnenlandbewoners is een groot ongeloof in toezeggingen van de overheid geconstateerd waar zaken rond de afronding van het Brokopondoproject ook aan ten grondslag liggen. Bij de voorlichting aan de binnenlandbewoners zal benadrukt moeten worden dat het project niet alleen Paramaribo ten goede komt. Begrijpelijkerwijs zullen binnenlandbewoners en hun politieke vertegenwoordigers het project aangrijpen om verbetering in hun achtergestelde positie te bewerkstelligen. Men zal een aantal eisen ingewilligd willen zien, zoals het afdwingen van de oplossing van het grondenrechtenvraagstuk - maar in ieder geval zekerheid dat het project hun eventuele grondenrechten niet aantast - en verbetering van de elektriciteitsvoorziening in het binnenland. Politieke leiders van de binnenlandbewoners zien in ieder geval in dat dit project de voorwaarden zal scheppen om het binnenland uit haar isolement en achtergestelde positie te halen. Derhalve is de verwachting dat het project ook politiek haalbaar is.’
Hij verwacht wel dat vooral buitenlandse natuurbeschermingsorganisaties, vooral die organisaties welke principieel tegen waterkracht zijn en organisaties  of personen die in enge zin streven naar behoud van de traditionele leefwijze van de binnenlandse gemeenschappen, ‘alles in het werk zullen stellen om het project tegen te houden’.

Zeestromen
Sieuwnath Naipal komt nog met een verrassende slotopmerking. Volgens hem is er nog een andere hydrobron om elektriciteit mee op te wekken die het TapaJai Project mogelijk wellicht overbodig zou kunnen maken. ‘Zeestromen. Deze hulpbronis tot nu toe niet goed of helemaal niet onderzocht. Benutting hiervan zal vele malen minder tot zelfs verwaarloosbaar kleine milieuproblemen opleveren. De vraag is waarom hieraan geen aandacht wordt besteed. TapaJai kan altijd nog worden uitgevoerd.‘

Noot:
Dit artikel werd door mij al in maart/april 2012 geschreven voor het tweemaal per jaar verschijnende United Magazine. Het blad is echter met een aanzienlijke vertraging pas in de laatste week van november 2012 verschenen, nummer sept. 2012/feb. 2013.

UPDATE - TapaJai Project van de baan
President Bouterse maakte medio april 2013 niet verder te willen met het project. 

'Het TapaJai hydroproject is voor de regering definitief van de baan. Binnen twee weken zal districtscommissaris (dc) Margaretha Malontie de officiële mededeling van staatshoofd Desi Bouterse overhandigen aan de leiding van de stam der Aucaners. De president deed de toezegging vóór zijn vertrek uit Drietabiki. Veel bewoners uit het gebied zijn fel gekant tegen dit project. Zij vrezen dat de milieuschade enorm zal zijn en hun leven ontwricht zal worden. (...)' Dit berichtte Starnieuws op maandag 22 april 2013.

dinsdag 27 november 2012

Wanneer worden Surinaamse politici volwassen....

Beschamend kinderlijk gedrag tijdens ACP/EU-top in Paramaribo

Onparlementair taalgebruik aan orde van de dag 
Politiek gewin uit een misverstandje

27-11-2012  Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Deze week hebben enkele Surinaamse parlementsleden weer eens getoond hoe onvolwassen ze kunnen reageren en hoe achterdochtig en bevooroordeeld ze kunnen zijn. Terwijl in Paramaribo deze dagen parlementsleden aanwezig zijn uit Afrikaanse-, Caribische- en Pacifische (ACP) landen en van het Europees Parlement voor het bijwonen van- en deelnemen aan afzonderlijke- en gezamenlijke bijeenkomsten, lijken Surinaamse politici uit de coalitie en oppositie de confrontatie te zoeken met Europarlementsleden èn onderling met elkaar.

Het draait allemaal om een bijeenkomst, maandag 26 november 2012, van Europarlementsleden van de zogenoemde EPP-Groep (European People’s Party), de sterkste politieke bundeling in het Europese Parlement, met Assembleden uit de oppositie.

Gesloten deur voor coalitie
De EPP-Group had kenbaar gemaakt graag achter gesloten deuren over enkele Surinaamse issues te praten. ‘We willen graag een open en duidelijke discussie over alle onderwerpen en de situatie in Suriname’, zei EPP-coördinator Michael Gahler. De EPP wilde volgens hem graag weten wat het natraject is geweest van de gewijzigde Amnestiewet eerder dit jaar.
In de EPP-groep zitten vijf Nederlandse politici, waaronder Ria Oomen (CDA) die op dit moment als enig Nederlands Europarlementslid de ACP/EU-top in Paramaribo bijwoont.
Voor de bijeenkomst, aan de vooravond van de 24e (gezamenlijke) ‘ACP-EU Joint Parliamentary Assembly’, waren ook vertegenwoordigers van de ACP uitgenodigd en de EU-ambassadeur voor Suriname, Robert Kopecky.

Toen enkele coalitieleden, Remy Taranadie van de NDP en Martha Djoseparto (Pertjajah Luhur), de bijeenkomst wilden bijwonen, werd de deur echter voor hun neus dichtgegooid, omdat alleen leden van de oppositie welkom waren. Zij wilden de vergadering bijwonen als vervangers van de hoofdorganisator van de ACP/EU-top, NDP’er Rabin Parmessar.

Met het dichtgooien van een deur begon het traditionele Surinaamse politieke gedonder, geschreeuw en gescheld.

Misleidend
Het NDP-Assembleelid André Misiekaba en zijn collega Parmessar lieten weten de uitnodiging van de Europarlementsleden ‘misleidend’ te vinden. In die uitnodiging zou gestaan hebben dat ‘alle ACP-vertegenwoordigers’ aanwezig mochten zijn, en ook coalitieleden in De Nationale Assemblee zijn ACP-vertegenwoordigers.....

De jonge politicus Misiekaba, die er niet vies van  is om ongenuanceerd te zijn in zijn bewoordingen, beweerde dat de ‘actie van de oppositie’ erop wees, dat ‘het succes van de ACP/EU-top toch besmeurd’ moest worden. ‘Men gunt deze regering het succes van de vergadering niet’, was zijn ongefundeerde en welhaast emotionele conclusie. Maar, hij ging verder met zijn achterdocht: de oppositie zou in de vergadering politieke zaken willen bespreken, zonder dat de coalitie gelegenheid zou hebben om haar kant van ‘het verhaal’ te laten horen .
Hij sprak zelfs zijn vermoedens uit dat de oppositie vooral de kwestie rond de dreigbrief met kogelhuls aan de jonge activiste Sharona Lieuw On, van de organisatie Jongeren tegen Amnestie, zou aankaarten om een verkeerd beeld te scheppen van de werkelijke politieke situatie in het land.

Met zijn uitspraken wordt eens te meer duidelijk dat achterdocht en vooroordelen en te snel ingenomen standpunten, oordelen en meningen hoogtij vieren in de Surinaamse politiek. Dat is te betreuren en hiermee wordt bewust, willens en wetens, een min of meer gespannen politieke sfeer gecreëerd. Misiekaba en anderen hadden er ook voor kunnen kiezen en er zeker verstandig aan gedaan, om deze ‘zaak’ in alle rust te bespreken, ook met vertegenwoordigers van de EPP-Group om zekerheid te krijgen over het antwoord op de vraag waar het mogelijk met de uitnodiging voor de bijeenkomst fout zou zijn gegaan of juist niet.

Coalitie ‘niet wijs’
Natuurlijk volgde snel een vinnige reactie van het Nederlandse Europarlementslid Ria Oomen (CDA). Zij vond het ‘niet wijs’ van de coalitie om aanwezig te willen zijn bij de ontmoeting tussen Europarlementsleden van de EPP-Group en leden van de oppositie.
Ze zei dat de coalitie, die vooraf te kennen had gegeven aanwezig te willen zijn, was voorgehouden liever weg te blijven. ‘Omdat er een uitnodiging vanuit de EPP-fractie gegaan was naar de oppositie, lijkt het mij in een goed functionerend parlement ook wijs dat de coalitie dan niet komt’, zo sprak Oomen.

De oppositieleden Ruth Wijdenbosch (NPS) en Radjkoemar Randjietsing (VHP) verklaarden dat de oppositie er geen enkele moeite mee had, als coalitieleden aanwezig zouden zijn geweest. Ze beweerden niet te hebben geweten dat collega’s van de coalitie waren geweigerd.  ‘Met of zonder de coalitie zeggen we toch wat we willen zeggen’, aldus Wijdenbosch.

Alsof Misiekaba al niet genoeg olie op het Surinaamse politieke vuurtje had gegooid, dacht NDP’er Ricardo Panka waarschijnlijk ‘ik zal Misiekaba even overtreffen’ en dat deed hij in gesprek met GFC Nieuws: ‘De inborst van de Nederlandse Europarlementariërs is hypocriet en ze kunnen niet tegen hun verlies. Ze hebben alle moeite gedaan om de gezamenlijke ACP/EU-vergadering niet hier in ons land te doen plaatsvinden, maar het is ze niet gelukt. Daarom blijven ze proberen om ons grote succes te besmeuren.’

‘De Surinaamse oppositieleden en de Nederlandse Europarlementariërs menen geen moer van hun prachtig geschreeuw. Met deze zelfde Europarlementariërs is door de Surinaamse oppositie juist bekokstoofd om de ACP/EU-vergadering hier te boycotten. De oppositie beweert dat ze eensgezind staat achter onze regering en de coalitie, omdat het hier houden van de vergadering een nationale zaak is, maar ze bewezen het tegendeel met hun afwezigheid, afgelopen zaterdag, toen president Desi Bouterse de ACP vergadering officieel opende.’
Niet echt woorden die je verwacht van een politicus. Panka zei verder dat ‘de Nederlandse parlementariërs hypocriet zijn, want ze weten dat ze hier vrij zijn om te doen wat zij willen, juist omdat Suriname een democratisch land is. Een Surinamer zou zich dit echter niet kunnen permitteren in Nederland’.
Overigens blijkt uit de uitspraken van Panka dat hij er geen benul van heeft, dat slechts één Nederlands Europarlementslid deelneemt aan de ACP/EU-top en dat is Ria Ommen.

‘Ik vind het walgelijk en verwerpelijk dat ze steeds proberen om het grote Surinaamse succes te besmeuren, ondanks dar ze niets hebben kunnen doen om het tegen te houden’,aldus Panka.

De opmerkingen van Panka zijn niet serieus te nemen. ‘Walgelijk, ‘verwerpelijk’, ‘hypocriet’, ‘bekokstoofd’ en ‘besmeuren’ zijn zware onparlementaire woorden van een gefrustreerd coalitielid, dat beren op de weg ziet die er niet zijn, voor een onschuldig misverstand bij het opstellen van de uitnodiging voor de bijeenkomst van de EPP-Group en leden van de oppositie.

Het braafste jongetje van De Nationale Assemblee, Carl Breeveld van DOE (Democratie en Ontwikkeling in Eenheid), liet vandaag weten de discussie die is ontstaan rond het gesprek tussen Europarlementariërs en de oppositie, een schandalige te vinden, die niets te maken heeft met Suriname. Op vragen van Europarlementariërs, tijdens de gewraakte bijeenkomst met de oppositie, over de Amnestiewet, reageerdei Breeveld  zelf geen voorstander te zijn geweest van het aanpassen van die wet. ‘Maar ik heb ze erbij gezegd, dat ik het ook niet correct, maar hypocriet vindt, dat de Nederlanders voor 60 jaar hun archieven rond de jaren tachtig gesloten houden. Dan vind ik het hypocriet als je begint te kletsen over amnestie’, zei Breeveld dinsdag 27 november 2012 op Starnieuws. Op zijn opmerkingen heeft hij geen reactie gehad van de aanwezige Europarlementsleden, zo berichtte Starnieuws. Neen Starnieuws, natuurlijk niet, want hetgeen Breeveld aankaartte over de Nederlandse archieven is een Nederlands-Surinaamse kwestie en geen Surinaams-Europese aangelegenheid.

Na Breeveld vond ook de fractie van PALU het nodig om nog even te reageren. De PALU was het niet eens met de opstelling van de oppositie. ‘Het zou getuigen van een nationale instelling als het verzoek was gedaan om alle leden van de Surinaamse ACP-delegatie toe te laten tot de vergadering. En het zou nog meer getuigen van een nationale opstelling dat, wanneer dat niet zo worden gehonoreerd, de Surinaamse oppositieleden uit de vergadering waren gelopen.' De politieke partij stelt dat Suriname zich niet op zo een goedkope manier moet laten verdelen. ‘Door te participeren hebben deze Surinaamse politici zich gedragen alsof Suriname nog steeds in de koloniale tijd zit toen Surinamers zich hebben laten verdelen en heersen, met armoede, sociale ellende en broederstrijd als gevolg.’

Opblazen
In Suriname weet men hoe van een onschuldig mugje een olifant in een porseleinkast te maken. In Suriname weet men iets nietigs op te blazen tot iets gigantisch. Alle perspectieven en oog voor realiteit en nuance worden uit het oog verloren. Niet verbazingwekkend. Het is Suriname. 

Politiek gewin uit een misverstandje
Laat mij tot slot nog een duit in het klaagzakje gooien: ‘Oh, zo worden 'ze' nooit vriendjes......wat een in en in triest kinderlijk gezeur en gejammer..... Politici, wordt toch eens volwassen of op z'n minst, probeer je volwassen te gedragen en te uiten. Verval niet in over en weer gescheld als coalitie en oppositie, terwijl feitelijk de halve wereld meekijkt en -luistert, maar daar staan de heren en dames politici van De Nationale Assemblee niet bij stil. Neen, zij willen alleen maar politiek gewin halen uit een misverstandje.


maandag 19 november 2012

Suriname gaat diplomatieke banden aan met Sri Lanka

VN-ambassadeurs Suriname en Sri Lanka ondertekenen in New York document

19-11-2012   Door: Paul Kraaijer


Suriname heeft vanaf 16 november 2012 officieel diplomatieke betrekkingen met Sri Lanka. Op die dag hebben in het Amerikaanse New York de ambassadeur en permanente vertegenwoordiger van Sri Lanka bij de Verenigde Naties, dr. Palitha T.B. Kohona, en zijn Surinaamse collega mr. Henry MacDonald een document daartoe ondertekend. Dat heeft de in Zweden gevestigde Asian Tribune bericht op 19 november.

Het aangaan van diplomatieke banden tussen Sri Lanka en Suriname bevestigt de vriendschappelijke band tussen beide landen en de samenwerking op politiek-, sociaaleconomisch- en cultureel gebied zal tot voordeel zijn van zowel Suriname als Sri Lanka. De landen delen binnen de Verenigde Naties diverse gezamenlijke doelstellingen.

De twee ambassadeurs zijn overeengekomen om in de nabije toekomst bezoeken op hoog niveau aan hun landen te organiseren.

Sri Lanka is een eilandstaat in de Indische Oceaan en telt ruim 21 miljoen inwoners.

De regering van het eiland Sri Lanka had half augustus van dit jaar toestemming gekregen van het Kabinet van Ministers om diplomatieke relaties aan te knopen met dertien Latijns Amerikaanse landen waaronder Suriname.

Het Kabinet ging akkoord met een voorstel van de minister van Buitenlandse Zaken professor Peiris om diplomatieke banden aan te knopen met Suriname, Guatemala, Belize, Honduras, Nicaragua, Antigua & Barbuda, Barbados, Dominica, Grenada, Haiti, St. Kitts & Nevis, St. Lucia en St. Vincent & the Grenadines.

Sri Lanka heeft al diplomatieke relaties met 20 van de 33 landen in Latijns Amerika die VN-lidstaten zijn.

De regering zegt dat het haar diplomatieke relaties in een wijds gebied in deze regio een volgende stap voorwaarts is in het buitenlandse beleid van Sri Lanka.

vrijdag 16 november 2012

Schaars geklede buitenlanders niet welkom bij Surinaamse Vreemdelingendienst

Badslippers??? Thuis laten………

Minister, kijk eerst eens goed in uw eigen keuken

16-11-2012  COLUMN   Door: Paul Kraaijer


Paramaribo - Soms kom je van die berichten in de Surinaamse media waarbij het even nodig is om je ogen uit te wrijven. Een dergelijk bericht verscheen vandaag in de Times of Suriname. 

Minister Edward Belfort van Justitie en Politie, die toch al bekend staat om zijn stiefmoederlijke belerende wijze van spreken en het bijvoorbeeld via de media criminelen laten weten dat zij beter kunnen stoppen met hun criminele activiteiten, zegt vandaag in die krant dat buitenlanders die zich schaars gekleed aanmelden bij de Vreemdelingendienst, weggestuurd worden. Hoe serieus moet je deze minister nog nemen?

Hij heeft de instructie gegeven om de mensen weg te sturen, omdat hij zelf heeft meegemaakt dat vreemdelingen zich nogal schaars gekleed aanmelden bij de dienst, zo bericht de krant. Volgens Belfort is het 'niet acceptabel dat vreemdelingen in zo een situatie op een overheidskantoor verschijnen'. Wat de minister onder schaars gekleed verstaat, heeft hij echter niet gezegd. Korte 'Crocodile Dundee' broek wellicht, slobberig vakantie t-shirtje, 'topje', kort rokje, houtje-touwtje-sandalen?

Hij meent dat sommige personen een loopje nemen met Surinamers. Over welke buitenlanders Belfort het heeft en wat voor loopje wordt ook niet duidelijk, maar in gemoede kan worden aangenomen dat hij met name doelt op Nederlanders.

Badslippers
De opmerkelijke minister beweert zelfs te weten dat buitenlanders in hun eigen land 'vrij netjes' gekleed naar kantoren gaan, maar dat sommigen weigeren zich in Suriname aan de regels te houden. De minister weet ook dat sommige vreemdelingen zelfs badslippers aan hebben wanneer ze naar de Vreemdelingendienst gaan. Hij wil dat daar een einde aan komt en dat iedereen zicht netjes gekleed aanmeldt. Daarom heeft hij de instructie gegeven aan het personeel van de dienst.

Boven de dertig graden
Hij kan zich niet verplaatsen in waarom een buitenlander 'schaars' gekleed bij de Vreemdelingendienst komt. Vergeet hij dat de temperatuur in Suriname deze dagen constant ver boven de dertig graden is? Een warmte waar menig buitenlander de eerste dagen van verblijf in het land aan moet wennen en juist in die eerste dagen moet je je als buitenlander melden bij de Vreemdelingendienst en dat is geen pretje. Natuurlijk ga je luchtig ofwel schaars gekleed. Zeker geen pretje gelet op de onduidelijkheid daar, het veelal lange wachten en de wijze waarop je als buitenlander door medewerk(st)ers van die dienst te woord wordt gestaan of juist niet. Laat de minister daar eens iets aan doen: klantvriendelijkheid.

Ook merkt de bewindsman op dat sommige buitenlanders zich niet houden aan de verkeersregels. Tegen hen treedt de politie op. Het gaat onder meer om gevallen waarbij personen op de fiets een eenrichtingsweg in tegenovergestelde richting in fietsten. Hierdoor ontstaat een onveilige verkeerssituatie, aldus Belfort. Hij weet dat 'deze mensen' in hun eigen land niet zouden durven om verkeerd te fietsen op een eenrichtingsweg, want daar staat er een fikse boete op. Hoe hij dat weet? Geen idee, maar de arrogante wijze waarop deze minister spreekt leidt ongetwijfeld tot het uiten van verzinsels.

Ook hier duidt hij op Nederlanders. Immers, het zijn vooral - voor Surinamers - opvallend blonde, jonge, Nederlandse (maar ook Belgische) vrouwelijke stagiaires die zich in Paramaribo op een fiets voortbewegen. En tja, die kunnen wel eens foutje maken in het chaotische en gevaarlijke Surinaamse verkeer.
 

Kent iedere Surinamer de verkeersregels?
Maar, hoeveel Surinamers kennen de lokale verkeersregels, halen links en rechts in, geven geen voorrang, gebruiken geasfalteerde wegens als racebanen, rijden in auto's, bussen en trucks die in Nederland nooit de APK-keuring zouden doorstaan. Dagelijks zijn er ernstige verkeersongelukken waarbij weggebruikers gewond raken of zelfs overlijden en daar zijn zelden tot nooit buitenlanders onder (met uitzondering van Guyanezen).

Minister, kijk ook eens goed in uw eigen keuken
Kortom, laat minister Belfort eerst eens zijn eigen Korps Politie Suriname tegen het licht houden en de werkwijze van zijn personeel bij de klantonvriendelijke Vreemdelingendienst alvorens te jammeren over schaars geklede buitenlanders bij de Vreemdelingendienst en fietsende Nederlandse stagiaires die per ongeluk wel eens de verkeerde kant van een straat met eenrichtingsverkeer in fietsen. Hoeveel agenten zijn de laatste maanden niet aangehouden voor het plegen van en betrokkenheid bij uiteenlopende strafbare feiten?