woensdag 6 juni 2018

Weduwe drugsbaron Pablo Escobar en haar zoon aangehouden in Argentinië

Weduwe en zoon verdacht van witwassen van geld verkregen via drugshandel


De echtgenote van de in 1993 doodgeschoten drugshandelaar Pablo Escobar en haar zoon zitten in Argentinië vast op verdenking van witwassen. Victoria Henao, Juan Pablo Escobar Henao en ook voetbalspeler Mauricio Serna zijn volgens verschillende media verdacht in een onderzoek naar een Colombiaanse drugsbaron.


Een onderzoeksrechter in Argentinie verdenkt Henao van lidmaatschap van een criminele organisatie die criminele gelden witwaste. Ze zouden hebben gewerkt voor de Colombiaanse drugsverdachte José Piedrahita. Ze beheerden onroerend goed en een bekend tango-café.

Er is voor een miljoen dollar beslag gelegd.



De banden tussen de Escobar-familie Argentinië bestaan al lang. Henao en haar zoon veranderden hun naam en vestigden zich al in de jaren negentig in dat land. Zij heten daar María Isabel Santos Caballero en Juan Sebastián Marroquín Santos. In 1999 zat Henao al enige tijd vast.

Mauricio 'Chicho' Serna speelde voorheen bij Boca Juniors, de karakteristieke club uit Buenos Aires en won de Copa Libertadores in 2000 en 2001. In 1998 speelde hij voor Colombia op het WK in Frankrijk.

http://www.dailymail.co.uk/news/article-5809489/Pablo-Escobars-family-Colombias-Serna-charged-probe.html

Who was Pablo Escobar, leader of the Medellin Cartel?

Pablo Emilio Escobar Gaviria was a Colombian drug trafficker.

During his time at the helm of the Medellin Cartel he controlled over 80 per cent of the cocaine shipped to the US. 

This earned him the rank of one of Forbes Magazine’s ten wealthiest people in the world. 

Escobar entered the cocaine trade in the early 1970s, collaborating with other criminals to form the Medellin Cartel.

Despite his role as a drug lord Escobar earned popularity by sponsoring charity projects and soccer clubs.

However terror campaigns run by Escobar resulted in the murder of thousands turned the public against him.  

By the mid-1980s, Pablo Escobar had an estimated net worth of $30 billion and cash was so prevalent that Escobar purchased a Learjet for the sole purpose of flying his money.  

More than 15 tons of cocaine were reportedly smuggled each day, netting the Cartel as much as $420 million a week.

Colombian law enforcement finally caught up to Pablo Escobar on December 2, 1993 in a middle-class neighborhood in Medellin. 
A firefight ensued and, as Escobar tried to escape across a series of rooftops, he and his bodyguard were shot and killed. 

Source: Biography.com 

(Suriname Mirror/Crimesite.nl/El Tiempo/El Espectador/Dailly Mail/YouTube)

Na uitbarsting Volcán de Fuego in Guatemala nog zeker 192 mensen vermist

Het dodental is bijgesteld naar 73

(Bron foto: Twitter)

Na de vulkaanuitbarsting zondag in het zuidwesten van Guatemala worden nog 192 mensen vermist. Dat heeft Sergio Cabañas, een directeur van het rampenbestrijdingsagentschap Conred (Coordinadora Nacional para la Reducción de Desastres de Guatemala), dinsdagavond 5 juni 2018, gezegd. Het dodental is bijgesteld naar 73.

'We hebben inmiddels informatie over namen en de dorpen waar personen als vermist zijn opgegeven en we hebben ook een aantal: 192 personen zijn vermist', aldus Sergio Cabañas.



De 3.763 meter hoge Volcán de Fuego barstte zondag uit. De vulkaan ligt in het gebergte Sierra Madre, op ruim 40 kilometer van Guatemala-Stad.


President Jimmy Morales kondigde de noodtoestand af om sneller hulp in het rampgebied te krijgen. Dinsdag meldden lokale media een nieuwe uitbarsting. Daardoor moesten opnieuw zeven dorpen aan de zuidelijke flank worden geëvacueerd.










(Suriname Mirror/Belga/Prensa Libre/elperiodico.com.gt/YouTube/Twitter/Conred)

Ergernis bij granbrada Urwin Goedhart over respectloze wijze van begraven vandaag de dag...

(Bron screenshot: Facebook)
Tijdens begrafenis in Wageningen springt vrouw dansend op de lijkkist van haar partner 

- 'Nu is een beri verworden tot een show, het draait niet meer om rouwen'
- 'Er worden schoten gelost, mensen rennen op graven en er is geen respect meer'


Urwin Goedhart, granbrada van de Federatie van Afleggersverenigingen in Suriname, verwerpt de handeling van een vrouw tijdens een begrafenis in Wageningen vorige week, die dansend op de lijkkist van haar partner is gesprongen. Ze is er door een familielid vanaf gestoten, blijkt uit een filmpje op Facebook (zie onderaan).

Volgens de granbrada kan het met onwetendheid te maken hebben. Hij zegt dat de vrouw om vergiffenis moet vragen. 'Ze moet begeleid worden zodat wat ze gedaan heeft geen gevolgen voor haar zal hebben. Als degene die in de kist lag haar geen kwaad heeft gedaan toen hij nog in leven was zal dat ook niet het geval zijn bij zijn dood', aldus Goedhart vandaag, woensdag 6 juni 2018, In de Ware Tijd.

Door met de dode in conclaaf te gaan hoeft er niets te gebeuren, weet Goedhart. Hij zegt dat de vraag gesteld moet worden wat de gemoedstoestand van zo iemand is op dat moment. 'Iemand die bij zijn positieven is doet dit niet. Emoties kunnen ook een rol hebben gespeeld.'

'Vroeger ging het er rustig aan toe met koraalmuziek, er was geen ambaran (ophef). Nu is een teraardebestelling een feest.' Vaak genoeg hoort Goedhart nabestaanden zeggen: 'Mi low ini mi ati. Niemand kan in je hart zien. Wat je naar buiten brengt wordt gezien.'

Ook hekelt hij de manier waarop mensen gekleed gaan met straps banden of een jurk tot onder de bil. Het drinken van sterke drank tijdens een begrafenis keurt hij ook af. 'In het verleden had men altijd een hoofddeksel op. Nu is een beri verworden tot een show. Het draait niet meer om rouwen.' 

De begraafplaatsen zouden naar zijn mening met regels moeten komen. Verder valt Goedhart over het soort muziek die gespeeld wordt. 'Er zijn ook stichtelijke liederen waarop je lekker kan dansen.'

Volgens Goedhart wordt er geen rekening meer gehouden tijdens begrafenissen met de ingetogen en respectvolle sfeer die er hoort te zijn. 'Er worden schoten gelost, mensen rennen op graven en er is geen respect meer. Het lossen van schoten had je vroeger alleen bij een begrafenis met politie of militair eerbetoon.'


Gepensioneerde werknemers van Sehos, Curaçao, eisen uitbetaling van achterstallig pensioen

(Bron screenshots: YouTube/Caribisch Netwerk-NTR)
'Dat geld komt ons toe, het is gedurende jaren onterecht op onze salarissen ingehouden'


Gepensioneerde werknemers van het Sint Elisabeth Hospitaal (Sehos) zijn een handtekeningenactie begonnen voor uitbetaling van achterstallig pensioen. 'Het gaat om 20.4 miljoen gulden', zegt Felix Pinedo, initiatiefnemer van actiegroep ‘Commissie van Zes’. Het merendeel van de ongeveer 1.100 rechthebbenden wacht al meerdere jaren op compensatie van de pensioenuitkering. Enkele gepensioneerden zijn inmiddels overleden. Voor Pinedo is, na acht jaar wachten, de maat vol, aldus dinsdag 5 juni 2018, Caribisch Netwerk/NTR.


'Dat geld komt ons toe, het is gedurende jaren onterecht op onze salarissen ingehouden. Ondanks gesprekken, brieven en aanmaningen komt het Sehos maar niet over de brug.'

Het ziekenhuis houdt nog steeds teveel in op het salaris van werknemers, aldus de Commissie van Zes, die alle personeelsleden oproept om hun handtekening te zetten. Tal van verpleegkundigen hebben vandaag gehoor gegeven aan de oproep. De meesten willen niet gefilmd worden. 'Wij zijn bang onze baan te verliezen', zo legt één van hen uit.

Op de vraag waarom voor een handtekeningenactie is gekozen, antwoordt Pinedo: 'Als gepensioneerden kunnen wij niet staken.'



Mirrles Sparen, lid van de Commissie van Zes, haalt samen met hem handtekeningen op. 'Wij zullen de lijst aan de directie van het ziekenhuis aanbieden, en er namens de ondertekenaars op aandringen dat zij hun geld terugkrijgen.'

De actiegroep geniet niet alleen de steun van de Vereniging van Gepensioneerden van het Sint Elisabeth Hospitaal, maar ook van de zorgvakbond CBV (Curaçaose Bond van Werknemers in Verplegende en Verzorgende Instellingen).

Lees hier het vervolg van dit artikel.

'Versterkte inzet van Defensie niet nodig in Caribisch gebied vanwege Venezuela'

Premier Eugene Rhuggenaath: 'Ik zie geen reden voor extra militaire inzet'


Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat er versterkte inzet van defensie nodig is in het Caribisch gebied met betrekking tot Venezuela. Dat zei premier Eugene Rhuggenaath (PAR) gisteren in de Staten naar aanleiding van de in de Tweede Kamer aangenomen motie (van 28 mei van Isabelle Diks, GroenLinks) om een onderzoek te starten naar de mogelijkheden voor militaire verdediging van het Caribisch gebied in samenwerking met landen als de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië, aldus het Antilliaans Dagblad vandaag, woensdag 6 juni 2018.


'Ik heb gehoord over de aangenomen motie in de Tweede Kamer, en daar hebben wij als regering nog geen mening over geformuleerd', aldus de Curaçaose premier.

'Het Koninkrijk heeft een goede diplomatieke relatie met Venezuela. Ook wij hebben goede contacten met Venezuela en we zullen er alles aan doen om bij te dragen aan een beter welzijn van het land, omdat onze economieën sterk met elkaar verbonden zijn. Uiteraard is de situatie op dit moment in het land precair en het vluchtelingenprobleem pijnlijk, maar ik zie geen reden voor extra militaire inzet', zo vervolgde de minister-president.

'Het is wel zo, dat de Kustwacht versterkt wordt en zich meer zal richten op mensenhandel, reddingsacties en de grensoverschrijdende criminaliteit. Ook moet ik zeggenm dat de samenwerking tussen de Defensie-eenheden van Nederland, Engeland en Frankrijk belangrijk was ten tijde van orkaan Irma en ik ben er trots op dat Curaçao een belangrijke coördinerende rol daarbij heeft kunnen spelen.'

Forse kritiek Werner en Aubert Wiels op OM-onderzoek naar moord op hun broer Helmin Wiels

Onderzoek liep vast tegen bepaalde machtige figuren uit samenleving die deel uitmaken van establishment’

'Degene die nu worden berecht, zijn kleine daders ingehuurd door de groten met kapitaal'


Werner Wiels en Aubert Wiels hebben forse kritiek op de wijze waarop het Openbaar Ministerie (OM) Curaçao onderzoek heeft gedaan naar de moord op hun broer, de parlementariër Helmin Wiels. Het hoger beroep tegen een aantal verdachten dient vandaag, woensdag 6 juni 2018, morgen en vrijdag, aldus Caribisch Netwerk/NTR.

Werner Wiels noemt het hele onderzoek ‘beneden alle peil’. Hij zegt dat het onderzoek goed begon en vooruitging, maar op een gegeven moment liep het vast tegen bepaalde ‘machtige figuren uit de samenleving die deel uitmaken van het establishment’. Zij hebben meegeholpen met de financiering van de moord, maar konden blijkbaar niet worden aangepakt, beweert hij. Daarom gelooft Werner niet meer in een oplossing van de moord, alleen een ‘wonder’ kan dat nog.

'Veel van wat er gebeurd is, is een afspiegeling van onze samenleving. We hebben het niet meer voor het zeggen op Curaçao, de Nederlanders zijn de baas. Zij beslissen welke zaak wél en welke zaak niet doorgaat. Er is nepotisme.'

Hij zegt, dat het doel van het OM is om de huidige regering van ‘jaknikkers’ te steunen.

Aubert Wiels gelooft ook dat er te weinig is getrokken aan de zaak. 'Nu zoeken ze naar een mogelijkheid om de zaak te sluiten. Omdat er hooggeplaatste en machtige personen in de samenleving zijn betrokken. Daarom kunnen ze niet aangepakt worden en zullen ze naar alle waarschijnlijkheid nooit gestraft worden.'

Degenen die volgens hem nu worden berecht, zijn ‘kleine daders’ ingehuurd door de ‘groten’ met kapitaal. Die ‘groten’, die opdracht hebben gegeven voor de moord, zitten ‘veilig thuis’, zegt Aubert.

'Helmin Wiels is niet de eerste noch de laatste die deze groep heeft laten ombrengen. Ze zullen doorgaan met moorden zolang hun geld of hun positie in de gemeenschap bedreigd wordt.'

Belangrijke bemiddelende rol Curaçao in conflict tussen ConocoPhillips en PdVSA

Partijen richten zich op het op korte termijn verhogen productie Isla-raffinaderij

  
Curaçao speelt op dit moment een belangrijke bemiddelende rol bij het oplossen van de problemen tussen ConocoPhillips en PdVSA (Petróleos de Venezuela S.A.). Hierbij richten de partijen zich op het op korte termijn verhogen van de productie van de raffinaderij met een mogelijke strategische partner, waardoor PdVSA in staat zal zijn om de schulden aan ConocoPhillips te betalen. Dat heeft premier Eugene Rhuggenaath (PAR) gisteren in de Staten gezegd, aldus vandaag, woensdag 6 juni 2018, het Antilliaans Dagblad.

De minister-president is positief gestemd over de gesprekken die de vakbonden hebben gehad met PdVSA in Venezuela.

'Hierdoor kon ook Refineria di Kòrsou (RdK) in gesprek met PdVSA treden en konden we werken aan een kortetermijnoplossing. Er is nu een opening om samen met PdVSA een derde partij te zoeken om de productie van de raffinaderij voor 2019 te verhogen. Daarmee komt de export weer op gang waardoor schulden terugbetaald kunnen worden', aldus Rhuggenaath.

Op de langere termijn wordt gezocht naar een strategische partner voor na 2019. 

'Daarover kan ik zeggen dat we weliswaar één vogel hebben laten vliegen, zoals Statenlid Marilyn Moses (MP) heeft gesteld, maar het was wel een vogel zonder vleugels en eentje die geen eieren legde. Omdat we tijdig de ontwikkelingen met Guangdong Zhenrong Energy (GZE) hebben opgezegd, is de weg geopend om andere mogelijke partners te benaderen. Nu kan ik die tien andere vogels weer proberen te vangen', zo stelde Rhuggenaath.

Drie mannen veroordeeld in zaak 'Fortalesa' op Curaçao

De drie zijn veroordeeld tot celstraffen van 6 en 5 jaar cel en 66 maanden

Twee vrouwen uit Venezuela vrijgesproken
 


Drie mannen, twee uit Venezuela en een uit de Dominicaanse Republiek, zijn gisteren, dinsdag 5 juni 2018, veroordeeld voor de import op 18 augustus 2017 van ruim 10 kilo hennep, 20 vuurwapens en munitie. De drie werden door de rechter in Willemstad veroordeeld tot 6 en 5 jaar cel en 66 maanden. Twee vrouwen uit Venezuela, ook in de auto aangehouden, werden vrijgesproken, zo bericht het Openbaar Ministerie (OM) Curaçao.

De veroordeling is geheel conform de eis van het OM Curaçao. 

Een van hen is tevens veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeluk in de Kaya Mitologia waarbij drie inzittenden zijn omgekomen.

De zaak staat bekend als het onderzoek 'Fortalesa'.


De verdachten bereikten de kust van Curaçao aan boord van een bootje uit Venezuela. Bij de aanlanding bij Sint Joris werden zij betrapt door de Kustwacht. Er startte een achtervolging door de politie. De achtervolging per auto eindigde tragisch in de Kaya Mitologia voor drie van de inzittenden.

Surinaamse belangen verankerd in het ACP-onderhandelingsproces

Minister Pollack-Beighle woont ACP-bijeenkomst in Lomé, Togo, bij

(Bron foto's: ACP)

In Lomé, Togo, werd de 107e Zitting van de ACP Raad van Ministers en de 43ste Gezamenlijke ACP-EU Raad van Ministers gehouden. Tijdens deze vergaderingen, van 27 mei tot en met 1 juni,  stond centraal het opstarten van de onderhandelingen tussen de 79 lidstaten van de Afrikaanse Caraïbische en Pacifische regio (ACP) en de 28 lidstaten van de Europese Unie (EU) om te komen tot een nieuwe samenwerkingsovereenkomst voor de periode na januari 2020.

Met de aanname van het raamwerk voor de onderhandelingen met de EU, door de ACP Ministerraad op 30 mei, werd mandaat verleend aan een speciaal Comité van Ambassadeurs om de onderhandelingen als één blok aan te gaan, iets dat voorheen niet het geval was geweest.


De minister van Buitenlandse Zaken, Yldiz Pollack-Beighle, heeft namens de regering van Suriname de vergadering bijgewoond, zo meldt het Nationaal Informatie Instituut dinsdag 5 juni 2018.

Door de bewindsvrouwe werd een viertal thema’s aangedragen, die als onderdeel van het onderhandelingspakket zijn opgenomen:

1. Grondstoffen verwerking:
De transitie naar een waarde toevoegingssysteem voor grondstoffen, hetgeen inhoudt om met behulp van de nodige technische en financiële ondersteuning een overgang te bewerkstelligen vanuit de huidige positie van grondstoffen leverancier naar die van exporteur van halffabricaten en eindproducten uit de mijnbouw, bosbouw, agrarische en visserij sector. In dit kader werd ook de noodzaak van het beschermen van de preferenties voor de bacoven export vanuit de ACP naar de Europese markt aangehaald.


2. Kwestie opwaardering van de economische status van ACP-landen: 
De tot nu toe gehanteerde methode op basis van slechts het Bruto Nationaal Product, welke als resultaat heeft dat ontwikkelingslanden in een hogere economische categorie worden geplaatst en daardoor bijna geen toegang kunnen krijgen tot concessionele leningen (leningen met lage rentes en lange aflossingstermijnen), dient te worden herzien. De kwetsbaarheden en ongelijkheden binnen ACP-landen dienen meegenomen te worden bij de vaststelling van het ontwikkelingsniveau.

3. Correspondent banking: 
Teneinde de vermeende risico’s te verminderen (‘de-risking’) hebben meerdere Europese banken besloten de relaties met banken, uit met name het Caraïbisch gebied, te beperken of te beëindigen. Deze beslissingen, die vaak eenzijdig worden genomen, hebben ernstige consequenties voor het internationaal financieel verkeer van het Caraïbisch gebied. Gepleit wordt om ontwikkelingslanden de ruimte te bieden hun financiële systemen binnen een realistisch tijdspad aan te passen.

4. Klimaatverandering: 
Minister Pollack-Beighle, deed een oproep om het internationaal aanvaarde principe van 'gezamenlijke en gedeelde, maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid' te blijven hanteren bij het vaststellen en uitvoeren van de internationale acties in het kader van klimaatsverandering. De bijdrage die Suriname levert aan het tegengaan van de opwarming van de aarde door grote arealen tropisch bos te bestemmen tot beheersgebieden dient erkend te worden door middel van technische en financiële ondersteuning.

Verder werd tijdens de vergaderingen door de Surinaamse delegatie het belang van industrialisatie, innovatie en capaciteitsversterking van de ACP-landen benadrukt ter bevordering van het ondernemerschap en werkgelegenheidskansen met name onder vrouwen en jongeren, een groep met veel potentie, maar onvoldoende geïntegreerd is in de nationale economie.

Vermeldenswaard is, alldus het NII, dat in de marge van deze vergaderingen, diverse bilaterale gesprekken door de Surinaamse delegatie zijn gevoerd met haar counterparts in
de Afrikaanse Unie, waaronder Ghana en Equatoriaal-Guinea;
het Pacifisch gebied waaronder Tonga,
en de EU, waaronder Portugal en België, gericht op het aangaan of de verdere uitbouw van samenwerkingsrelaties op het gebied van handel, landbouw, onderwijs, diplomatieke relaties, technische samenwerking en productieverhoging.

Vicepresident Adhin benoemd tot Drager van het Groot Lint in de Ere Orde van de Gele Ster

(Bron foto: NII)
President Bouterse verrast Adhin compleet met hoogste onderscheiding

- Adhin krijgt onderscheiding voor zijn verdiensten als jarenlang voorzitter Culturele Unie Suriname 
- Adhin: 'Er zijn misvattingen over de president en ook vijandigheden'


President Desi Bouterse heeft gisteravond, dinsdag 5 juni 2018, vicepresident Ashwin Adhin compleet verrast met de hoogste onderscheiding. Hij werd benoemd tot Drager van het Groot Lint in de Ere Orde van de Gele Ster van de Republiek Suriname. Het staatshoofd decoreerde Adhin bij de herdenking van 145 jaar Hindostaanse immigratie, aldus het Nationaal Informatie Instituut (NII).

Eerder op de dag had hij 32 personen van Hindostaanse afkomst gedecoreerd voor hun bijzondere verdiensten.


Adhin kreeg de hoogste onderscheiding voor de verdiensten als jarenlang voorzitter van de Culturele Unie Suriname (CUS). Bouterse zei, dat de CUS niet meer weg te denken is uit de samenleving. Hij bedankte Adhin voor alles wat hij voor het land heeft gedaan.

Voor Adhin is er geen grotere eer dan deze onderscheiding te krijgen van deze president. Hij is volgens Adhin een inspiratiebron voor velen. Hij is een legende in het land. Het lijkt alsof de president volgens Adhin al 200 jaar rondloopt, zoveel verhalen zijn er over hem. 'Er zou een boek moeten komen met de 'parabels van de grootmeester.'

Er zijn volgens de vicepresident misvattingen over de president en ook vijandigheden. Maar, zelfs de vijand raakt geïnspireerd door hem, meent Adhin. Hij had geen woorden genoeg om de president te bedanken en ook zijn echtgenote, zonder wie hij geen millimeter verder zou komen, aldus het NII. Zij staat hem in alles bij.

Minister Soewarto Moestadja spreekt conferentie ILO toe in Genève, Zwitserland

Moestadja wijst op totstandkoming en vernieuwing diverse arbeid gerelateerde wetten

(Bron screenshot: ILO/Suriname Mirror)

Minister Soewarto Moestadja van Arbeid heeft gisteren, dinsdag 5 juni 2018, de Internationale Arbeidsconferentie in Genève, Zwitserland, toegesproken. De minister deed in zijn (amper vijf minuten durende) toespraak verslag over de inspanningen van Suriname op het vlak van arbeid, aldus het Nationaal Informatie Instituut, NII.

Zo sprak de bewindsman over de modernisering van de arbeidswetgeving. Sinds zijn aantreden als minister zijn zes wetten aangepast of vernieuwd en één volledige nieuwe wet gemaakt, die al in uitvoering is. De bewindsman doelde op de wet die zich richt op uitzendwerk, uitzendbureaus en uitzendkrachten. Afgezien hiervan zijn er volgens de minister nu zes wetsvoorstellen voor behandeling bij de Nationale Assemblee (DNA). Het gaat in deze om wetsontwerpen die betrekking hebben op bescherming van het moederschap, kinderarbeid, bipartiet dialoog op de werkplek, ontslag, contractarbeid, en een nationaal productiviteitscentrum.

Hij informeerde de conferentie dat de bekrachtiging van het protocol over dwangarbeid vorige week is goedgekeurd door DNA. Suriname heeft ook de kinderarbeid conventie nr. 138 in januari 2018 geratificeerd. Binnenkort volgt hieromtrent een plan van aanpak.

De modernisering van de arbeidswetgeving plaatst hij tegen de achtergrond van het Ontwikkelingsplan 2017-2021, de Agenda Decent Work, en de duurzame ontwikkelingsdoelen 2030 van de Verenigde Naties,

Moestadja hield de conferentie ook voor wat van Suriname verwacht mag worden met betrekking tot de Arbeidsinspectie. De modernisering van de arbeidswetgeving plaats volgens hem de Arbeidsinspectie voor grote uitdagingen. Daarom heeft het ministerie de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) gevraagd om Suriname te assisteren met de versterking van het inspectieapparaat. In het volgend Decent Work Country Program voor Suriname, krijgt de Arbeidsinspectie bijzondere aandacht. De bewindsman zegt dat in de komende maanden rehabilitatie van deze dienst zal worden voorbereid, gericht op het herstellen van de uitvoering van haar basis taken, namelijk handhaving van de arbeidswetgeving. Het uiteindelijk doel is volgens de minister om een complete modernisering van de Arbeidsinspectie teweeg te brengen op basis van een nieuwe aanpak.

De minister informeerde de conferentie ook over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Het opzetten van een arbeidsmarktinformatiesysteem om een actief arbeidsmarktbeleid te voeren, geniet volgens hem hoge prioriteit. De economie in Suriname die zich geleidelijk aan het verbeteren is moet uiteindelijk resulteren in herstel van de koopkracht van loontrekkers. Moestadja zei zich te zullen inzetten voor een beter welzijn van werkenden en hun gezinnen.

De Internationale Arbeidsconferentie bepaalt de speerpunten van het beleid dat uitgevoerd zal worden door de ILO. Deze jaarlijkse conferentie brengt 4.000 vertegenwoordigers van de overheid, werkgevers- en werknemersorganisaties bij elkaar die afkomstig zijn van de 185 lidstaten van de ILO. De conferentie wordt beschouwd als het wereld parlement van de arbeid. Op dit forum worden internationale arbeidsnormen vastgesteld en goedgekeurd. Ook worden belangrijke sociale- en arbeidsaangelegenheden met elkaar besproken.

(Suriname Mirror/NII)

Peruaanse president Vizcarra onder vuur na reactie op moord op jonge vrouw

'Zo gaat het soms in het leven, dat moeten we accepteren'

Vrouwenorganisaties zijn furieus vanwege deze woorden


Woede en onbegrip over de reactie van de Peruaanse president Martin Vizcarra op de moord op een jonge vrouw. De president betuigde zijn medeleven aan haar familie en zei dat de dader levenslang opgesloten moest worden, maar voegde eraan toe: 'Zo gaat het soms in het leven, dat moeten we accepteren.'


Vrouwenorganisaties zijn furieus om deze woorden, aldus lokale Peruaanse media dinsdag 5 juni 2018. Afgelopen weekeinde gingen ze de straat op en eisten ze bescherming voor vrouwen en een einde aan de straffeloosheid. De demonstraties liepen uit de hand en de politie moest de vrouwen met traangas uit elkaar drijven.

'Eyvi is vermoord door Carlos Hualpo, maar ook door het machogedrag in de samenleving', schreef de linkse politica Veronika Mendoza op Twitter: 'Nee president Vizcarra, dat is niet hoe het leven is.' Mendoza vraagt de machthebbers meer te doen om het geweld tegen vrouwen in Peru te stoppen.


De 22-jarige Eyvi Agreda overleed twee maanden nadat haar stalker haar in brand had gestoken. Haar aanvaller, Carlos Hualpa, spoot in april een brandbare stof over haar heen in de bus. Hij zei daarbij: 'Als ik jou niet kan hebben, zal je van niemand zijn.'

Eyvi werd twee maanden in coma gehouden en overleed als gevolg van zware brandwonden op meer dan de helft van haar lichaam. Volgens Eyvi's familie werd ze twee jaar lastiggevallen door Hualpa. Hoewel de jonge vrouw meerdere keren aangifte deed en de politie om hulp vroeg, kwam niemand in actie.

Volgens Rossina Guerrero, leidster van een vrouwenorganisatie, is er in Peru geen gelijkheid. 'Als onze maatschappij hier niet in onderwezen wordt, zal er weinig veranderen. Maar, helaas luistert de president alleen naar de ultra-conservatieven. Hij wil niet praten over de structurele oorzaken van geweld tegen vrouwen, zoals machogedrag.'

De oorzaak van de ongelijkheid tussen man en vrouw, ligt onder meer in de samenwerking tussen de overheid en de kerken, zeggen de vrouwelijke activisten. De kerken propageren ouderwetse denkbeelden over rolpatronen, waardoor de Peruaanse man zich boven de vrouw verheven voelt. Seksueel geweld is een groot probleem in Peru.

Een op de vijf gevangenen in Peru zit vast vanwege seksueel gerelateerde misdaden. In de eerste vier maanden van dit jaar werden 43 vrouwen vermoord en zijn er 103 pogingen tot moord gedaan op vrouwen.

(Suriname Mirror/The Guardian/Twitter/NOS/Expreso.com.pe/Trome/El Popular)

Nationale leger van Colombia doodt zes dissidente FARC-leden in zuidwesten van het land

Leger maakt al maanden jacht op 'Guacho', de Ecuadoraanse bevelhebber van een guerrillagroep

Drie minderjarigen gevonden, vermoedelijk zes maanden geleden door de groep gerekruteerd


Het nationale leger van Colombia heeft zes dissidente FARC-leden gedood in het zuidwesten van het land, zei het ministerie van defensie dinsdag 5 juni 2018. De guerrillastrijders werden gedood in een offensief tegen 'Guacho', de Ecuadoraanse bevelhebber van een groep die vorig jaar Colombia's vredesproces heeft verlaten. '

In een vuurgevecht tussen het leger en de dissidenten in de buurt van de gemeente Tumaco wist 'Guacho' te ontsnappen. De autoriteiten zeiden, dat ze drie minderjarigen hadden teruggevonden, vermoedelijk zes maanden geleden door de groep gerekruteerd. Het leger vond ook elf geweren, twee pistolen, communicatiemateriaal en documenten die door de militaire inlichtingendienst moesten worden geanalyseerd, in een nieuwe slag toegebracht aan een van de meest gezochte criminele structuren in het land.


'In een operatie van hoge precisie, uitgevoerd door de geüniformeerde Publieke Macht in Tumaco (Nariño), werd een structurele slag toegebracht aan de overblijvende georganiseerde gewapende groep onder bevel van de man bekend als 'Guacho' die zes verdachte leden van die structuur neutraliseerde', bevestigde generaal Jorge Nieto dinsdag in een tweet:


De inspanningen van het nationale leger tegen dissidente groepen die buiten de historische vredesovereenkomst met de nu gedemobiliseerde FARC-rebellen bleven, begonnen resultaten te vertonen met deze slag, slechts een week na de dood van elf dissidenten in confrontaties in de provincie Caqueta.

Deze laatste aanval op de groep in Nariño markeert een van de recente tegenslagen voor deze dissidente groep, die de grensregio met Ecuador terroriseerde. Tussen maart en mei van dit jaar zijn verschillende naaste medewerkers van 'Guacho' opgepakt door  de autoriteiten, waaronder zijn zwager 'Cachi', samen met 'Brayan', 'Mantequilla' en 'Wainer'. Verschillende andere mannen zijn gevangen genomen, waaronder Juan Mosquera en Kevin Rodriguez, vermeende moordenaars van sociaal leider Harold Lerma.

De Ecuadoraanse autoriteiten van hun kant hebben melding gemaakt van de arrestatie van 48 mensen waarvan wordt aangenomen dat ze verbonden zijn met de groep geleid door 'Guacho', die zich bezighoudt met drugshandel in het coca-rijke gebied. Dissidentleider 'Guacho' is een publieke vijand in zowel zijn thuisland Ecuador en Colombia na beschuldigd te zijn van extreem geweld in beide landen.

'Guacho', wiens echte naam Walter Arizala is, werd geboren in Esmeraldas, de Ecuadoraanse provincie die grenst aan havenstad Tumaco in het zuidwesten van Colombia. Het is onzeker hoe oud de voormalige FARC-commandant is. Naar verluidt trad hij in 2007 toe tot de Colombiaanse guerrilla nadat hij was gerekruteerd door een guerrilla genaamd 'Tachuela'. 

Volgens de Ecuadoraanse autoriteiten werd hij een van de explosievenexperts van het Daniel Aldana-front van de FARC, die vorig jaar bij Tumaco demobiliseerde. Daarnaast hielp hij met het beheren van de winstgevende drugshandelroutes van de voormalige guerrilla-eenheden in het coca-rijke gebied rond de havenstad. Gedurende zijn guerrillacarrière heeft 'Guacho' alleen geopereerd in Tumaco en de jungles aan de Ecuadoraanse kant van de grens. Tegen de tijd dat hij deelnam aan het staakt-het-vuren van 2016 in de FARC, was 'Guacho' een eenheidscommandant geworden, vertelde hij RCN Noticias in 2017.

De commandant van het middenniveau kwam aanvankelijk overeen om deel te nemen aan het vredesproces, zei hij, maar hij verloor het vertrouwen in zowel de regering en zijn guerrilla-oversten. 'Guacho' verliet het vredesproces eind 2016, 'niet omdat we het er niet mee eens waren, maar er was ongelijkheid tussen de commandanten op het middenniveau en de guerrilla's'. Volgens 'Guacho'  'zullen alleen de commandanten op het hoogste niveau baat  hebben' bij de deal tussen de FARC en de administratie van president Juan Manuel Santos. 

Vanwege de toenemende criminele acties van de groep onder zijn bevel, is 'Guacho' een topprioriteit geworden voor de Colombiaanse strijdkrachten, terwijl ze doorgaan met inspanningen om de invloed van dissidente groepen te beteugelen. Volgens denktank Fundacion Ideas para la Paz (FIP), zijn 18 fracties gevormd uit de gedemobiliseerde rebellengroep in heel Colombia. Tussen 1.200-1.500 vechters van de 14.000 die in 2016 zijn gedemobiliseerd, hebben opnieuw wapens opgepakt, voornamelijk in Midden- en Zuidwest-gebieden in Colombia, volgens een rapport van april van de denktank.

(Suriname Mirror/Colombia Reports/TeleSUR)

FARC-dissidenten stellen in video vier sociale leiders te hebben vermoord in Cauca en Valle de Cauca

Dissident-guerrilla's beweren, dat sociale leiders banden hadden met paramilitaire groepen


Meerdere bronnen meldden afgelopen weekend de dood van minstens acht sociale leiders en mensenrechtenactivisten in heel Colombia. FARC-dissidenten brachten zondag 3 juni 2018 een video uit, waarin ze zeiden dat ze vier sociale leiders hadden vermoord in de provincies Cauca en Valle de Cauca.

Obdulio Angulo Zamora, Hermes Angulo Zamora, Simeon Olave Angulo en Iber Angulo werden gedood tussen 17 april en 5 mei door de FARC-dissidenten, volgens de boodschap uitgegeven door het Oliver Sinisterra Front van het Ecuadoraanse voormalige FARC-lid 'Guacho'.


De guerrillagroep beschuldigde vier ontvoerde sociale leiders ervan criminelen te zijn, met banden met paramilitaire groeperingen.

'Het is te betreuren, dat organisaties met een hoge geloofwaardigheid als het Bureau van de Ombudsman zeggen, dat de mannen mensenrechtenleiders waren, terwijl zij integendeel betrokken waren bij criminele activiteiten die de integriteit van ons volk en onze organisatie in de weg stonden met paramilitairen' , zei een gemaskerde man in de video.





De sociale leiders werden eerder dit jaar ontvoerd en de Verenigde Naties hadden opgeroepen om hun leven te beschermen.

Een andere sociaal leider, Carlos Jimmy Prado Gallardo, werd zaterdag vermoord in de provincie Nariño, zeggen leden van zijn gemeenschap op Facebook. 'De laatste keer dat we onze vriend zagen leven was tijdens de sessie van het overleg op 1 juni met de regering, om 4 uur 's morgens vertrok hij naar zijn gebied en nu veroordelen we zijn moord', zeiden buren.


In de provincie Córdoba werd sociaal leider Orlando Negrete zaterdag naar verluidt gedood door niet-geïdentificeerde mannen toen hij een voetbalwedstrijd verliet.


De broer van een inheemse gouverneur in Cordoba, Julio Cesar Montalvo, werd zondag vermoord, volgens de lokale media. Hij was lid van de inheemse groep geleid door zijn zus.


 In de provincie Antioquia is een gedemobiliseerd FARC-lid, Frady Estiven Chica, gedood.


Het doden van sociale leiders op het voormalige FARC-grondgebied heeft internationale waarnemers van het vredesproces gealarmeerd.

(Suriname Mirror/Colombia Reports/Twitter/YouTube)

VS doet een beroep op de OAS om Venezuela uit de organisatie te zetten

Amerika wil regering van president Maduro nog verder onder druk te zetten met sancties


President Maduro: 'We zullen deze dag tot een feestdag voor het ganse land uitroepen'


Na de omstreden herverkiezing van president Nicolas Maduro in Venezuela, waarbij hij beschuldigd wordt van grootschalig manipulatie, dreigt het land uit de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) te worden gezet. De VS hebben dinsdag 5 juni 2018 een beroep gedaan op de OAS om Venezuela uit de club te zetten en de regering van president Maduro nog verder onder druk te zetten met sancties, gesteund door de zogenaamde Groep van Lima.

De OAS, een verbond van veertien Amerikaanse en Caraïbische landen, wil een vreedzaam einde brengen aan de crisis in Venezuela. Behalve de motie tot uitsluiting, buigen de 35 leden van de OAS zich ook over een resolutie die de socialistische regering in Venezuela, die de oppositie buitenspel heeft gezet, scherp veroordeelt.


'Naast de uitsluiting, eis ik bijkomende maatregelen tegen het Maduro-regime', zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, die de recente verkiezingen als 'een schande' bestempelde en de regering van Maduro als 'een dictatuur'.

Volgens diplomatieke bronnen is het zo goed als zeker dat de resolutie de nodige 18 stemmen zal halen om goedgekeurd te worden. Of dat ook het geval is voor de motie tot uitsluiting, die met een tweederdemeerderheid van 24 stemmen moet worden goedgekeurd, is nog niet duidelijk.

 De mogelijke uitsluiting uit de OAS wordt in Venezuela op hoongelach onthaald. Het Zuid-Amerikaanse land had vorig jaar al te kennen gegeven dat het de internationale organisatie wilde verlaten, maar daarvoor geldt een wachttijd van 24 maanden, die pas in april volgend jaar afloopt. 'Hoe willen ze ons uitsluiten als we toch al weggaan?', aldus de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken Jorge Arreaza.

Maduro zelf reageerde al door aan te kondigen dat hij op de dag waarop Venezuela geen lid meer is van de OAS, een groot volksfeest zal organiseren. 'We zullen deze dag tot een feestdag voor het ganse land uitroepen', aldus het staatshoofd maandag. Hij vindt de OAS 'vergiftigd en nutteloos'.

(Suriname Mirror/Belga/NRC/YouTube/Reuters/Washington Post)

Venezolaan met maat 68 krijgt hulp van een Duitse schoenmaker

(Bron foto's: Guinness World Records)
Jeison Rodriguez, 22, heeft de grootste voeten ter wereld


De 2m36cm lange man met de grootste voeten ter wereld krijgt nieuwe schoenen van een Duitse schoenmaker. Jeison Rodriguez, 22, uit Venezuela, heeft schoenmaat 68. De afgelopen vijf jaar heeft een schoenmaker in de Duitse stad Vreden, bij de Nederlandse grens, zijn unieke schoenen voor hem gemaakt.

Rodriguez' linkervoet is 40,55 centimeter lang, terwijl zijn rechtervoet 40,57 is, waarmee ze de grootste voeten ter wereld zijn, zoals maandag 4 juni 2018, bevestigd is door het Guinness Book of World Records.


Rodriguez, uit de stad Maracay in het noorden van Venezuela, verliet voor de eerste keer zijn land om zijn eerste reis te maken naar Georg Wessels, de schoenmaker van Vreden. Hij zei dat hij heel dankbaar is, dat hij naar Europa kon reizen en terug kan komen met vier paar schoenen.

Het supersize schoenatelier van Wessels biedt al jaren hulp aan mensen met grote voeten.

Zonder de hulp van het Münsterland, zegt Rodriguez' nicht die in Duitsland woont, zou hij waarschijnlijk nog steeds rondrennen in versleten sandalen. Of in zelfgemaakte schoenen van oude autobanden, uitgelachen door zijn klasgenoten. 'Als hij nog kon lopen', voegt Wessels eraan toe.


(Suriname Mirror/schwaebische.de/aerztezeitung.de/Gulf Times/YouTube/Twitter)

Van januari tot mei 2018 onderschepten Braziliaanse strijdkrachten zo'n 6.6 ton drugs in Amazonegebied

(Bron foto's: Exército Brasileiro)
170 Operaties uitgevoerd in samenwerking met overheidsinstanties van 4 staten in Amazonegebied


Van januari tot mei 2018 hebben de Braziliaanse strijdkrachten bijna 6.6 ton drugs onderschept in het Amazonegebied, dat valt onder de verantwoordelijkheid van het Comando Militar da Amazônia (CMA), met het hoofdkantoor in Manaus, de hoofdstad van Amazonas. 

De 170 operaties werden uitgevoerd in samenwerking met overheidsinstanties van vier staten in het Amazonegebied die grensden aan Guyana, Venezuela, Colombia, Peru en Bolivia.

Volgens cijfers die CMA eind mei publiceerde, omvatten de inbeslagnames ook 26.700 kubieke meter illegaal geoogst hout uit het bos, 68 vuurwapens en 77.500 liter brandstof. Dienstleden en politieagenten arresteerden ook 87 mensen in verband met de misdaden. Patrouilles aan de grenzen van de Amazone zijn sinds eind 2017 geïntensiveerd, volgens het operationele model het Geïntegreerde Grens Beschermings Programma dat in 2016 werd ingesteld.

Het programma leidde tot een herstructurering van operatie Ágata, die liep gedurende vooraf gedefinieerde perioden en grote delen van het grondgebied bestreek. Dienstleden en veiligheidsagenten voeren nu het hele jaar door sporadische operaties uit, voor kortere periodes en met een kleinere kracht.

Een voorbeeld van dit soort engagement is Operação Escudo, ontworpen om transnationale misdaden te bestrijden en de militaire aanwezigheid in de grensregio's van het land te vergroten. 'Deze operatie gaat door sinds januari en zal het hele jaar door blijven (2018), met ongeveer 12 grensverkenningsmissies per maand', aldus Braziliaans leger generaal-majoor Gustavo Henrique Dutra de Menezes, commandant van de 1e Jungle Infanterie Brigade, met het hoofdkantoor in Boa Vista, in de staat Roraima. Tijdens Operação Escudo controleerden de troepen van de 1e Brigade de 2.000 kilometer grenzend aan Venezuela en Guyana.

Bezoeken aan inheemse gemeenschappen - die op moeilijk bereikbare locaties wonen - om aan eventuele behoeften te voldoen, maken deel uit van patrouilles.

Een ander voorbeeld van intermitterende CMA-operaties is Operação Controle. De operatie op federale- en rijkswegen vormt wegversperringen en controleposten om transportmiddelen voor drugs en andere illegale goederen te controleren. Gemotoriseerde patrouilles en patrouilles te voet op paden en andere routes worden ook uitgevoerd. Naast het bestrijden van criminaliteit en het verbeteren van de veiligheid langs de grens, wil Operação Controle de monitoring van immigranten uit naburige landen intensiveren. In Brazilië worden immigranten doorverwezen naar opvangcentra of krijgen hulp om terug te keren naar hun land.

'Deze acties leverden een aantal significante cijfers op, zoals het opzetten van meer dan 100 wegversperringen, de inspectie van 32.000 voertuigen en de inbeslagname van bijna $ 537.000 in smokkelwaar', zei generaal-majoor Dutra over de resultaten van Operação Controle sinds het begin van 2018.
Vier jagersinfanteriebrigades, in totaal 20.000 leden, voeren CMA-operaties uit. De brigades coördineren 24 speciale grenspelotons (PEF, Pelotões Especiais de Fronteira), ingezet langs de grens, die op hun beurt de activiteiten van CMA verbreden. 'Permanent toezicht en constante patrouilles vormen routinematige operaties van de leden van het peloton. Ze werken dagelijks onder het motto 'Leven, vechten en werken', wat alles opsomt wat een Braziliaans leger speciaal grenspeloton doet', zei generaal-majoor Cristiano Pinto Sampaio, commandant van de 16e Jungle Infanterie Brigade, met het hoofdkantoor in de stad Tefé in de staat Amazonas.

De 2e PEF, die rapporteert aan de 16e brigade, maakte een van de grootste drugsvangsten in 2018 binnen het rechtsgebied van CMA. De operatie in januari was een nachtelijke overval op een kanaal van de rivier de Içá, ook bekend als de Putumayo, een zijrivier van de Amazone. Dienstleden vonden 1.860 kilo marihuana in een clandestien schip. 'De drugs werden meegenomen naar het federale politiebureau in Tabatinga, waar de eenheid voor strafrechtelijk onderzoek de procedures van de wet volgt', zei generaal-majoor Pinto Sampaio.

De 2e PEF bestrijkt een gebied op de grens met Colombia. Volgens generaal-majoor Pinto Sampaio is het oerwoudgebied dun bevolkt, net als andere delen van deze regio, en daar is de overheid afwezig. Deze voorwaarden leiden ertoe dat leden van het peloton verder gaan dan beveiligings- en defensietaken, zoals hulp bij de gezondheidszorg, het evacueren van zieke mensen en het bemiddelen bij kleine conflicten. 'Dat alles maakt de missie nog uitdagender voor service-leden en hun families', concludeerde generaal-majoor Pinto Sampaio.

(Suriname Mirror/Diálogo Americas)

Landbouwconflicten in Brazilië eisen steeds meer doden

Sinds president Michel Temer in 2016 aan de macht kwam is situatie verslechterd


De landbouwconflicten in Brazilië lopen uit de hand. In 2017 zijn er bij de rurale conflicten 71 doden gevallen, het hoogste cijfer in 14 jaar. Dat stelt de Pastorale Commissie van de Aarde (CPT, Comissão Pastoral da Terra), een katholieke non-gouvernementele organisatie, in een maandag 4 juni 2018 uitgebracht rapport. Onder het bestuur van de Braziliaanse president Michel Temer is de situatie opvallend verslechterd. 

Sinds president Michel Temer in 2016 aan de macht kwam, gaat het van kwaad naar erger. De Pastorale Commissie van de Aarde, die de rechten van de kleine boeren in Brazilië verdedigt, benadrukt in haar rapport, dat er in 2017 meer doden zijn gevallen dan in 2016.

Het rapport beschrijft bovendien gedetailleerd hoe landbouwers gemarteld en op brutale wijze vermoord werden. Het watertekort is één van de belangrijkste oorzaken van de conflicten.

Het beleid van de Braziliaanse overheid krijgt veel kritiek. De regering Temer geeft voorrang aan de economische groepen, aan de grootgrondbezitters en aan de landbouwbedrijven die kost wat kost hun dominantie willen behouden. De lobby van de agro-business in Brazilië is erg sterk met meer dan 200 afgevaardigden in het Parlement.

Kleine boeren worden dus het slachtoffer van maatregelen in het voordeel van landbouwindustrie. Ze bekopen het vaak met hun leven als grootgrondbezitters willen uitbreiden. De kleine boeren vormen een obstakel voor de uitbreiding van de agro-business en moeten dus hard vechten om te blijven bestaan.



(Suriname Mirror/VRT/Comissão Pastoral da Terra)

Meer dan een half miljoen mensen vermoord tussen 2006 en 2016 in Brazilië

Alleen al in 2016 zijn 62.517 moorden gepleegd


Meer dan een half miljoen mensen zijn vermoord tussen 2006 en 2016 in Brazilië, volgens de laatste statistieken over geweld in het grootste land van Latijns-Amerika. Alleen al in 2016 - het laatste jaar waarvan volledige statistieken beschikbaar zijn - zijn 62.517 moorden gepleegd, blijkt uit het dinsdag 5 juni 2018 gepubliceerd onderzoek van het Ipea-onderzoeksbureau (Instituto de Pesquisa Econômica Aplicada) en het gerespecteerde Fórum Brasileiro de Segurança Pública. 

Dat was bijna 26 procent meer dan een decennium eerder en markeert Brazilië als een van de meest gewelddadige plaatsen op aarde, met een moordcijfer van 30,3 op 100.000 mensen, 30 keer meer dan het Europese cijfer, aldus de studie.

'Alleen al in de afgelopen 10 jaar zijn 553.000 mensen omgekomen als gevolg van opzettelijk geweld in Brazilië", aldus de onderzoekers.

Zoals al lang het geval is in het misdaadlandschap van Brazilië, hebben jonge, arme zwarten verreweg de meeste kans slachtoffer te worden, met blanken, die ongeveer de helft van de bevolking uitmaken, goed voor slechts 28,5 procent van het aantal jaarlijkse moorden. Van mannen tussen de 15 en 29 jaar steeg het aantal moorden tot bijna 281 op 100.000 mensen.



De sterke toename van het aantal moorden vond plaats in een periode waarin Brazilië een opkomende markt werd, voordat het zich in economische wanorde stortte en werd geleid door arme staten in het noorden en noordoosten.

De moordpartijen in de staat Bahia zijn in het decennium bijna 98 procent gestegen en bereikte 47 op 100.000 mensen. Het percentage van Rio Grande do Norte trof 53,4 mensen voor elke 100.000, een stijging van 257 procent, wat 1.854 doden in 2016 betrof.

De grootste stad en economische krachtcentrale van Brazilië, Sao Paulo, is daarentegen getuige geweest van een duidelijke daling van gewelddadige sterfgevallen. Er waren in 2006 8.377 moorden, maar 4.870 in 2016, waarbij het aantal per 100.000 mensen bijna 47 procent daalde.

Rio de Janeiro, waar de regering het leger heeft gestuurd om de politie te helpen in hun bloedige strijd tegen drugsbendes, grijpt de krantenkoppen tegenwoordig. Maar, zelfs met 6.053 moorden in 2016 is dat beter dan een decennium eerder, toen er 7.389 moorden waren. Het percentage per 100.000 mensen in Rio de Janeiro ligt iets boven het nationale gemiddelde, namelijk 36,4.


http://www.ipea.gov.br/portal/index.php?option=com_content&view=article&id=33411&catid=8&Itemid=6

05/06/2018 11:20

Brasil ultrapassa pela primeira vez a marca de 30 homicídios por 100 mil habitantes
 
Taxas de homicídio entre 2006 e 2016 variaram de uma queda de 46,7% em São Paulo a um aumento de 256,9% no Rio Grande do Norte, segundo o Atlas da Violência 2018, produzido pelo Ipea e pelo Fórum Brasileiro de Segurança Pública

O Brasil atingiu, pela primeira vez em sua história, o patamar de 30 homicídios por 100 mil habitantes. A taxa de 30,3, registrada em 2016, corresponde a 62.517 homicídios naquele ano, 30 vezes o observado na Europa naquele mesmo ano, e revela a premência de ações efetivas por parte das autoridades públicas para reverter o aumento da violência. É o que aponta o Atlas da Violência 2018, produzido pelo Instituto de Pesquisa Econômica Aplicada (Ipea) e pelo Fórum Brasileiro de Segurança Pública, que foi divulgado nesta terça-feira, 5.

Apenas entre 2006 e 2016, 553 mil pessoas perderam suas vidas devido à violência intencional no Brasil. Entre 1980 e 2016, cerca de 910 mil pessoas foram mortas pelo uso de armas de fogo no país. Uma verdadeira corrida armamentista que vinha acontecendo desde meados dos anos 1980 só foi interrompida em 2003, com a sanção do Estatuto do Desarmamento. Em 2003, o índice de mortes por armas de fogo era de 71,1%, o mesmo registrado em 2016.


Homicídios nos estados
A evolução das taxas de homicídios foi bastante heterogênea entre as Unidades da Federação entre 2006 e 2016, variando desde uma redução de 46,7% em São Paulo a um aumento de 256,9% no Rio Grande do Norte. Sete unidades federativas do Norte e Nordeste têm as maiores taxas de homicídios por 100 mil habitantes: Sergipe (64,7), Alagoas (54,2), Rio Grande do Norte (53,4), Pará (50,8), Amapá (48,7), Pernambuco (47,3) e Bahia (46,9). Entre os 10 estados onde a violência letal cresceu no período analisado, estão o Rio Grande do Sul e nove pertencentes às regiões Norte e Nordeste.


No Rio de Janeiro, as taxas diminuíam desde 2003, mas em 2012 esse movimento se reverteu e, em 2016, houve forte crescimento dos índices. São Paulo mantém uma trajetória consistente de redução das taxas de homicídio desde 2000. Alguns fatores que podem explicar esse desempenho são as políticas de controle responsável das armas de fogo, melhorias no sistema de informações criminais e na organização policial e a hipótese de pax monopolista do Primeiro Comando da Capital (PCC).


A redução dos homicídios também ocorre desde 2013 no Distrito Federal. A pesquisa constata a efetividade de programas como Paraíba pela Paz (PB) e Estado Presente (ES), lançados em 2011, quando esses estados eram o 3º e o 2º mais violentos do país, respectivamente. Em 2016, caíram para as posições de número 18 e 19.

 
Perfil das vítimas
Os homicídios respondem por 56,5% dos óbitos de homens entre 15 a 19 anos no Brasil. Em 2016, 33.590 jovens foram assassinados – aumento de 7,4% em relação a 2015 –, sendo 94,6% do sexo masculino. Houve crescimento na quantidade de jovens assassinados em 20 Unidades da Federação no ano de 2016, com destaque para Acre (aumento de 84,8%) e Amapá (41,2%), seguidos por Rio de Janeiro, Bahia, Sergipe, Rio Grande do Norte e Roraima. A juventude perdida é considerada um problema de primeira importância no caminho do desenvolvimento social do país e que vem aumentando numa velocidade maior nos estados do Norte. 


A desigualdade de raça/cor nas mortes violentas acentuou-se no período analisado. De todas as pessoas assassinadas no Brasil em 2016, 71,5% eram pretas ou pardas. Naquele mesmo ano, a taxa de homicídios de negros foi duas vezes e meia superior à de não negros (40,2 contra 16,0). Contudo, em nove estados as taxas de homicídio de negros decresceram na década de 2006 a 2016, entre eles São Paulo (-47,7%), Rio de Janeiro (-27,7%) e Espírito Santo (-23,8%).

A pesquisa observa um aumento de 6,4% nos assassinatos de mulheres no Brasil entre 2006 e 2016. No último ano analisado, ocorreram 4.645 homicídios em que a vítima era do sexo feminino. A situação é mais grave em Roraima, que apresentou uma taxa de 10 homicídios por 100 mil mulheres. Em 20 Unidades da Federação, a violência letal contra mulheres negras cresceu no período estudado, e os piores desempenhos ocorreram em Goiás e no Pará.


A edição deste ano do Atlas da Violência também aborda os registros administrativos de estupro no Brasil. Em 2016, as polícias brasileiras registraram 49.497 casos de estupro, conforme informações do 11º Anuário Brasileiro de Segurança Pública. O número contrasta com os 22.918 incidentes desse tipo reportados no Sistema Único de Saúde. De acordo com a pesquisa, certamente as duas bases de informação possuem uma grande subnotificação.


Outras seções do Atlas da Violência tratam das mortes violentas por causa indeterminada, das mortes decorrentes de intervenções policiais, da política de controle responsável de armas de fogo, da qualidade dos dados do Sistema de Informações sobre Mortalidade do Ministério da Saúde em cada estado e da importância dos Objetivos de Desenvolvimento Sustentável para a redução da violência. A pesquisa recomenda, por fim, investimentos em uma arquitetura institucional que capacite o Estado brasileiro e lhe garanta as ferramentas de governança para que se possa efetivamente implementar políticas de pacificação.


Acesse a íntegra do Atlas da Violência 2018
Acesse o infográfico que reúne dados do Atlas da Violência 2018

(Suriname Mirror/AFP/Channel News Asia/IPEA)