zondag 8 juni 2014

De Britse nep 'sjamaan' Juliette D'Souza en de Surinaamse connectie

(Bron foto: Polly Hancock/ Ham&High)
D'Souza veroordeeld tot tien jaar cel voor oplichting en fraude

Britse ponden in boom in Surinaams regenwoud zouden kwalen en ziekten genezen

'Sjamaan' had jarenlang Surinaams aapje Joey als huisdier in te kleine kooi

08-06-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – De Blackfriars rechtbank in Londen, heeft op 30 mei 2014, na een vijf weken durende rechtszaak, de 59-jarige Juliette Sophia Josephine D'Souza veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar voor oplichting en fraude. De vrouw deed zich jarenlang voor als een 'sjamaan', een soort natuurlijke genezeres, die mensen die leden aan ernstige kwalen en ziekten als kanker wijs wist te maken, dat zij ze kon genezen. Daartoe gelukte het de in Guyana geboren Britse haar slachtoffers - waaronder een operazangeres en een een advocaat, voor wie D'Souza een soort laatste toevluchtsoord en hoop op genezing was geworden - zo'n een miljoen Britse pond af te troggelen met het verhaal, dat dat geld naar Suriname werd gestuurd waar het in het regenwoud in een boom werd opgehangen, waarna de slachtoffers zouden genezen. Inmiddels heeft een bij de zaak betrokken politiefunctionaris verklaard, dat het waarschijnlijk gaat om een bedrag van rond de vijf miljoen pond.

Het was een opmerkelijke rechtszaak met een sterk Surinaams tintje. Toch ging de rechtszaak volledig voorbij aan Surinaamse media, met uitzondering van het Nederlands/Surinaamse Obsession Magazine dat diverse keren vanaf de eerste zittingsdag, op basis van Britse mediaberichten over de rechtszaak, aandacht schonk aan de rechtszaak, Juliette D'Souza en haar aapje Joey. Pas toen de jury van de rechtbank haar oordeel velde en de rechtbank uitspraak deed, kreeg de Surinaamse krant de Ware Tijd, eindelijk, lucht van de zaak en de Surinaamse connecties, en publiceerde een summier artikel over de zaak.

De rechtszaak
Juliette D'Souza werd in juni 2012 aangehouden in het bejaardentehuis Branch Hill House in Londen, waar ze op bezoek was bij haar moeder. Op het moment van haar arrestatie had ze vijf mobiele telefoons op zak en ruim 2.800 Britse pond. Ze werd ervan beschuldigd elf mensen te hebben overgehaald om bedragen van 30.000 of 40.000 Britse pond contant aan haar te geven, met het verhaal, dat zij een sjamaan was met bovennatuurlijke krachten. In totaal zou de vrouw minstens een miljoen Britse pond hebben afgetroggeld van slachtoffers die ervan overtuigd waren, dat zij kanker kon genezen of behulpzaam kon zijn bij het verkrijgen van kinderen.
D’Souza wist haar slachtoffers wijs te maken, dat zij het geld naar Suriname liet overvliegen waar het opgehangen zou worden in een magische boom in het tropisch regenwoud, om daarmee de problemen van de slachtoffers op te lossen. Het geld verdween echter in de ‘uitbundige levensstijl’ van D’Souza die tegelijkertijd drie of vier luxe appartementen huurde en een fortuin uitgaf aan Louis Vuitton tassen, juwelen, antieke meubels en vakanties. Ze kocht onder andere voor 3.000 Britse pond een Hermes handtas. De 59-jarige van Perrin ‘s Lane, Hampstead (Londen) afkomstige verdachte, had haar zinnen gezet gedurende twaalf jaren op de meest kwetsbaren in de samenleving en pochte over haar vermeende beroemde klanten, waaronder prinses Diana en X Factor goeroe Simon Cowell, om het vertrouwen van haar slachtoffers te winnen.


D'Souza verlaat de rechtbank na een van de zittingen.

Geld naar Oma en Pa in Suriname
Benjamin Aina van het Openbaar Ministerie zei op de eerste zittingsdag van de rechtszaak, 1 mei 2014:

‘Juliette D’Souza vertelde de mensen dat ze een sjamaan was. Ze had te maken met burgers die ernstige levensbedreigende problemen hadden. Sommigen waren stervende aan kanker, sommigen hadden goede vrienden die stierven aan kanker, sommigen hadden lichamelijke kwalen, sommigen waren wanhopig om kinderen te krijgen. In een geval had een echtpaar een kind met een handicap die ze wilde helpen.’
‘Het geld zou in een gesloten enveloppe naar Suriname worden gestuurd, naar gebedsgenezers Oma en Pa. Zij zouden het geld onder een boom leggen of erin hangen waardoor de problemen van haar slachtoffers zouden worden opgelost. Maar, in plaats daarvan gebruikte ze het geld om een luxe levensstijl te kunnen financieren in het Verenigd Koninkrijk en in Zuid-Amerika.’

D’Souza beweerde echter dat ze nooit sjamaan was geweest en ontkende de 23 aanklachten inzake het door bedrog en fraude verkrijgen van allerlei goederen. Ze beschuldigde de osteopaat Keith Bender, een van haar slachtoffers van het eerste uur die nota bene, toen zij elkaar leerden kennen, patiënten van hem doorverwees naar D'Souza, ervan 'achter alles te zitten', omdat hij 'slecht' was. Ze erkende wel naar Suriname te zijn geweest, maar alleen om naar haar 'man' te gaan die tijdens de rechtszaak 'Mr Tjin A Ton' werd genoemd, een hoge politiefunctionaris.

Tegenover de politie had ze verklaard: 'Ik heb nooit gesproken over welk offer of welke 'healing' van Sylvia Eaves (een van haar slachtoffers, 83 jaar, operazangeres, die in de rechtszaak als een van de getuigen was opgeroepen) dan ook en zij heeft me nooit gevraagd om haar van wat dan ook te genezen. Bender gaf mevrouw Eaves allerlei sjamaan boeken. Hij was degene die sprak over sjamanen. Keith Bender zat waarschijnlijk achter alles.'
Later zei ze: 'Ik weet hoe slecht Keith is. Ik mag hem niet. Hij sprak vaak over hoe hij tijdens een behandeling van een patiënt zijn of haar nek zou breken. Hij brak zelfs een keer bijna de nek van inspecteur Tjin A Ton, op wie hij zo jaloers was.'

Het verhaal van getuige osteopaat Bender
Tijdens een van de zittingen omschreef Bender de rechtbank hoe hij begin jaren '90 van de vorige eeuw D 'Souza ontmoette, via zijn vader die tandarts was in West Londen. De vrouw werd een van de patiënten in zijn osteopathiepraktijk. In het begin dacht hij, dat ze een advocaat was en dat ze Marian Nicholls heette. Maar, later noemde ze zichzelf ook Vanessa Campbell. Bender verklaarde dat zijn eerste financiële transactie met D'Souza het verstrekken van een lening van 4.000 Britse pond aan haar was en dat werd door haar zonder problemen terugbetaald. Maar, halverwege de jaren '90 zat alles hem plotseling tegen: hij raakte bijna failliet, zijn huwelijk liep op de klippen en daar bovenop verdween ook nog eens zijn accountant met 20.000 Britse pond. Hij vertelde de rechtbank dat D'Souza in die periode zeer behulpzaam was, ze leende hem geld, betaalde een auto voor hem en vertegenwoordigde hem in civiele rechtszaken waarin hij betrokken was geraakt. Volgens Bender was het in die tijd, dat D'Souza voor het eerst zei dat ze zelf een sjamaan was, dat ze de advocatuur verliet om zich volledig te storten op haar nieuwe baan als 'healer' en uiteindelijk wist ze hem ervan te overtuigen dat sjamanisme werkt.

Bender, D'Souza en 'Pa'
In de ogen van Bender was het bewijs dat de vrouw niet loog, het feit dat op een reis naar Suriname in februari 1996 Justice Evan Rees, oud-ombudsman van 1977 tot 1991 op Trinidad & Tobago, door haar werd geïntroduceerd aan zijn familie en meeging op die reis. Hij leed aan kanker en was vol lof over D'Souza. Maar, in april 1996 overleed hij.
In 1997 leende Bender 20.000 pond van de sopraan Sylvia Eaves om als 'offer' aan D'Souza te geven. Eaves en haar zus waren al sinds 1993 patiënt van hem. Tijdens de zitting verklaarde Bender, dat hij ergens in 2004 op een dag mevrouw Eaves naar verschillende banken had gereden, achttien in totaal, om telkens 3.000 pond te incasseren. Dat was noodgedwongen, omdat dat het maximum toegestane bedrag was om contant op te nemen, zonder eerst de bank hierover te benaderen. Al dat geld ging als 'offer' naar D'Souza.

In 2007 ging het echter mis tussen Bender en D'Souza. Zij was in november 2006 naar Suriname vertrokken en had Bender gezegd dat ze rond de kerst weer thuis zou zijn. Toen werd het Bender duidelijk, dat hij degene was die betalingsplichtig was gemaakt om de maandelijkse huur van 8.000 pond van haar woning aan 17 Willoughby Road in Hampstead, Londen, te voldoen. Bender verkeerde echter in de veronderstelling dat die huur werd betaald door Matthew Robinson, eigenaar van een IT-bedrijf. Aan hem had hij ook, via D'Souza, een geleend bedrag van 20.000 pond terugbetaald. Toen D'Souza maar niet terugkeerde uit Suriname en hij geen contact meer met haar kon krijgen en ook niet met Robinson raakte hij in paniek, maar op de een of andere manier vond hij een oud telefoonnummer van Robinson, belde hem en kreeg toen de schrik van zijn leven: Robinson was vertrokken naar Nieuw Zeeland, was daar een nieuw leven begonnen, had al sinds 2005 geen contact meer gehad met D'Souza en had absoluut geen interesse in het pand in Willoughby Road en was dan ook niet van plan om een aanzienlijke openstaande huurschuld te betalen. De ogen van Bender werden ruw geopend en hij realiseerde zich met een groot probleem te zitten.

Joey, het aapje van D'Souza
Hij zocht contact met anderen die op zoek waren naar de sjamaan Juliette D'Souza en uiteindelijk leidde een en ander ertoe, dat er een ware nachtmerrie werd ontdekt op het adres 17 Willoughby Road: een hoeveelheid designer tassen, in brand gestoken foto's voor de helft begraven onder de aarde, zeven vrieskisten met rottend vlees en in een te kleine kooi Joey, een kapucijnaapje.

Tijdens de tweede zittingsdag op donderdag 8 mei bleek, dat een van de slachtoffers van D'Souza een vrouw was, die ze had weten over te halen abortus te plegen nadat ze eerst 170.000 Britse pond had betaald in een wanhopige poging om zwanger te raken. D’Souza had de vrouw aangeraden abortus te ondergaan, omdat de baby ernstig misvormd ter wereld zou komen. De vrouw leende tienduizenden Britse ponden van familie en vrienden om D’Souza te kunnen betalen. Op een gegeven moment heeft D’Souza haar slachtoffer een telefoon gegeven om te spreken met ‘Oma’, de ‘opper sjamaan’ in het Surinaamse binnenland, die bij de vrouw ook aandrong op abortus.

Een andere getuige was de moeder van een tweeling waarvan een leed aan het syndroom van Down. Ze vertelde de rechtbank, dat ze in eerste instantie voor rugklachten onder behandeling was Keith Bender en werd op een moment door hem verwezen naar iemand met de naam Vanessa Campbell, omdat ze problemen had om nog een kind ter wereld te brengen. Dit was rond 1998.
Campbell ofwel D'Souza maakte de vrouw wijs, dat zij tegen betaling van een 'offer' van 3.000 pond ervoor kon zorgen dat ze zwanger zou raken. De getuige verklaarde voor de rechtbank, dat dat door haar werd afgewezen. Enkele jaren later echter kreeg ze problemen met haar kind met het syndroom van Down. Door gedragsproblemen werd dat kind van twee scholen verwijderd. Volgens een kinderpsycholoog zouden die problemen alleen maar erger worden. De vrouw nam hierop weer contact op met Bender en vertelde hem het verhaal. Hij reageerde met de vraag 'waarom probeer je niet Vanessa Campbell?' en dat deed ze. Deze keer zei Campbell/D'Souza, met een foto van het kind in haar hand, dat alhoewel er niets kon worden gedaan aan het syndroom van Down, het kind was bezeten door boze geesten en dat die konden worden verdreven tegen betaling van een bedrag van 25.000 pond.

Britse undercoverjournalist tijdens werk in Paramaribo gehinderd door Tjin A Ton
Een undercoverjournalist van de Britse krant ‘The Sunday Times’ die onderzoek deed naar D'Souza, werd gevolgd door haar invloedrijke echtgenoot, een hoge politiefunctionaris in Paramaribo. Journalist Tim Rayment verklaarde dat als getuige op 22 mei tijdens de derde zittingsdag.

De woning van D'Souza aan de Kristalstraat in Paramaribo-Noord
Rayment deed verhaal van zijn reis in 2008 naar Suriname als onderdeel van zijn negen maanden durende onderzoek naar claims, dat de vrouw meer dan een miljoen Britse pond had weten te ontfutselen van kwetsbare slachtoffers door te beweren dat zij bovennatuurlijke krachten bezit die kanker kunnen genezen. Ze maakte haar slachtoffers wijs, dat de grote sommen geld die zij aan haar moesten betalen naar Suriname werd gevlogen waar het onder een boom werd geplaatst of erin werd gehangen in het binnenland, waarna zij zouden genezen.

De freelance journalist verklaarde tegenover de Blackfriars Court in Londen, dat hij D’Souza was gevolgd naar een luxueus huis in Suriname (aan de Kristalstraat in Paramaribo) en dat hij en zijn fotograaf, terwijl zij buiten dat huis stonden, werden benaderd door Tjin A Ton in een auto, het hoofd van Immigratie.

D'Souza en Armand Tjin A Ton
‘Toen hij opdook vanuit het terrein van het huis, dat hij deelde met D’Souza, in een kleine witte auto en langs ons reed, kreeg ik het gevoel dat hij ons goed opnam’, aldus Rayment. ‘Wij reden zeer rustig terug naar ons hotel. Ik reed expres langzaam. Dat deed ik om Tjin A Ton te dwingen om ook zijn snelheid te temperen, zodat ik wist dat hij ons volgde. En het leed geen twijfel, hij volgende ons inderdaad.’

‘Ik had een bijzonder moeilijke job te doen, omdat ik had begrepen dat de partner van D’Souza een invloedrijke politiefunctionaris was. Hij werd mij omschreven als het hoofd van de Immigratiedienst. Ze deelden de woning en er was uiteraard de mogelijkheid dat hij op de hoogte was van wat zij zoal uitspookte. Ik trachtte een weg te vinden om de vrouw te benaderen als ze alleen zou zijn, dus niet met hem. Vanwege zijn positie bij de Immigratiedienst geloofde ik dat hij in een positie verkeerde om mij te beletten mijn onderzoek uit te kunnen voeren. We besloten de volgende dag Suriname te verlaten.’

Het hotel waar hij en zijn fotograaf verbleven werd in de gaten gehouden door diverse undercoveragenten en daarom heeft hij, een journalist met dertig jaar ervaring, ‘s nachts documenten verscheurd en door het toilet gespoeld, terwijl zijn fotograaf zo veel als mogelijk foto’s via een ‘slechte internetverbinding’ verzond, uit angst dat ze zouden worden gearresteerd, zo werd in de rechtszaal verklaard.
Rayment zei tegen de rechtbankjury, dat hij de volgende dag uit een rij passagiers op de luchthaven werd getrokken, naar een kleine ruimte werd gebracht en werd ondervraagd door een aantal personen die via een telefoon zich leken te informeren bij iemand.

De Suriname connectie:
* Kristalstraat, Paramaribo-Noord
* 'Oma' was mevrouw Bracelly-Boucher, moeder van
* partner van D'Souza, Armand Tjin A Ton
* Kwattaweg 54a 

Juliette D'Souza veroordeeld op 2 mei 2008 in Paramaribo tot 8 maanden cel voorwaardelijk wegens het zich voordoen als advocaat In 2005 blijkt Juliette D'Souza een medewerkster van het KLM-bureau in Paramaribo (omschreven in documenten als 'PL') een paspoort te hebben aangeboden van een inwoonster van de Londense wijk Hampstead, Isobel Cooke, die spoorloos was verdwenen......

PL betreurt nog steeds de dag ,dat ze voor het eerst de Britse nep sjamaan ontmoette in haar kantoor van de KLM in Paramaribo, aldus verklaarde ze op 3 juni 2014 tegenover Balita Pinoy Headlines.  De werkzaamheden van PL bestonden uit het verwerken van problemen van Business Class reizigers en nadat een collega het bedrijf had verlaten, nam D'Souza altijd contact met haar op in verband met veranderingen in haar retourvlucht naar Londen. In de ogen van PL was D'Souza een 'high flying' advocaat die jaarlijks zes tot acht keer naar Paramaribo vloog. Ze vloog nooit terug naar Londen op de op haar ticket vastgestelde datum. PL moest daarom altijd op een nieuwe vlucht een stoel voor haar reserveren. Na diverse reizen naar Paramaribo verkreeg D'Souza langzaam maar zeker het vertrouwen van PL en het onderlinge contact verliep via de eigen mobiele telefoons en vaste nummers. Er ontstond uiteindelijk een 'vriendschap' met D'Souza en PL werd uitgenodigd voor ontmoetingen in het Residence Inn Hotel en voor maaltijden in het nabij gelegen DOK24 restaurant. Cadeaus zoals een Gucci horloge volgden snel. Andere ontmoetingen vonden plaats in de Dawson Haar Salon in het hotel Torarica.

Oma en zoon Armand
Bij sommige van de ontmoetingen was D'Souza, die woonde op een adres aan de Kristalstraat in Paramaribo-Noord, in gezelschap van een vrouw en dat was Oma, die feitelijk mevrouw Bracelly-Boucher was, de moeder van Armand Tjin A Ton en die woonde op het adres Kwattaweg 54a in Paramaribo. Deze oude dame zou destijds 85 jaar oud zijn geweest.
Volgens PL deed Oma allerlei boodschappen, regelde tickets en financiële zaken. Oma was de persoon met wie PL te maken had wanneer D'Souza in Londen was.
Nadat D'Souza weer eens uit Londen was gearriveerd werd een bijeenkomst belegd in de Residence Inn waar haar 'echtgenoot', politiefunctionaris Armand Tjin A Ton, ook bekend onder zijn bijnaam Tjin Tjin, ook bij aanwezig was. Feitelijk was D'Souza zoals dat in Suriname heet zijn concubine. Tijdens die ontmoeting informeerde hij naar hoe hij aan informatie kon komen over mensen die vanuit Londen via Amsterdam naar Suriname reisden. PL zei dat echter die informatie niet te kunnen verstrekken. Vervolgens nam D'Souza contact met haar op en stelde een privé-ontmoeting alleen met haar voor, omdat haar man PL niet mocht. Volgens een tegenover Balita Pinoy afgelegde verklaring van PL, kreeg ze korte tijd later problemen op haar werk en trachtte voor advies in contact te komen met D'Souza in Londen.

Isobel Cooke
In 2005 bood D'Souza PL een uitweg aan uit al haar problemen. D'Souza zou een Brits paspoort voor PL regelen, zodat ze in Engeland kon gaan wonen, op naam van 'Isobel Cook'. Het zou 5.000 euro kosten. Het was in hetzelfde jaar dat de echte Isobel Cooke verdween uit Hampstead, Londen. Ze was een patiënte in Londen van D'Souza en operazangeres Sylvia Eaves, die een vriendin was van Isobel, betaalde D'Souza veel geld om Isobel met haar problemen te helpen. Isobel Cooke verdween zonder een spoor achter te laten. Niemand, ook niet mevrouw Eaves, had nog contact met haar. Zoektochten naar Cooke bleken vruchteloos. Uiteindelijk, nadat PL helemaal geen geld meer had, ging ze met haar verhaal naar een familielid, een gepensioneerde politieman. Hij adviseerde haar om alle gesprekken en details van alle ontmoetingen op band op te nemen en dat heeft ze gedaan. PL stelde een rapport op voor de politie in Paramaribo, waarna D'Souza in 2007 kon worden gearresteerd. Ze werd gedagvaard voor blackmail, witwassen van geld en het zich voordoen als advocaat. Uiteindelijk werd ze op 2 mei 2008 in Paramaribo veroordeeld tot acht maanden voorwaardelijke celstraf met een proeftijd van drie jaar voor alleen het zich voordoen als advocaat.

 

De carrière van Armand Tjin A Ton werd door de hele affaire geschaad. In eerste instantie mocht hij geen enkel politiebureau meer betreden en later werd hij naar een andere post overgeplaatst. Hij zou nu, juni 2014, een lage functie hebben in het politiebureau Keizerstraat in het centrum van Paramaribo. Zijn superieuren zouden bezorgd zijn geweest over zijn leefstijl met dure auto's en regelmatige vluchten naar het buitenland.

Het Surinaamse aapje Joey
Joey, het uit Suriname afkomstige bruine kapucijnaapje van Juliette D’Souza, is opgevangen in een speciale apenopvang in Cornwall. Het diertje is gehandicapt geraakt, doordat het negen jaren lang opgesloten is geweest in een te kleine kooi, zonder frisse lucht, bewegingsvrijheid en gezelschap in de woning van D’Souza in Hampstead, Londen. Dat berichtte woensdag 4 juni 2014, de Camden New Journal. Dierenrechtenactiviste Angela Humphery liep jarenlang langs het huis van haar buurvrouw D’Souza zonder te weten dat zij een nep ‘sjamaan’ was, die zieke en kwetsbare mensen voor honderdduizenden Britse ponden heeft opgelicht met verhalen over een boom in het Surinaamse binnenland waarin het door haar slachtoffers aan haar gegeven geld werd opgehangen, waarna ze zouden genezen. De 82-jarige Humphery wist ook niet dat in het huis een aapje werd gehouden in een veel te kleine kooi.

Na de veroordeling van D’Souza werd onthuld, dat Joey al in 2008 was gered uit de woning door de Britse Dierenbescherming en naar de apenopvang in Cornwall was gebracht. Het aapje zou blijvend misvormd blijven met een ernstige metabolische botziekte die zijn ruggengraat, kaak en tanden aantasten, en met een psychologische angst voor open ruimtes.
Mevrouw Humphery verklaarde tegenover de Camden New Journal, dat zij en haar man Joey wisten op te sporen om hem te adopteren en jaarlijks te sponsoren.

Ondanks het feit, dat Joey blijvend gehandicapt zal zijn, is hij toch grotendeels hersteld. Hij werd ook al geadopteerd door de bekende komiek en acteur Stephen Frey en heeft zelfs een vriendinnetje gevonden, aldus Humphery.

‘We gingen hem bezoeken toen we over hem ontdekten. We hadden geen idee dat hij al de tijd daar was. Hij is blijvend gehandicapt geworden door het gebrek aan zonlicht, door het nauwelijks eten van voedzaam voedsel en door onvoldoende ruimte om zich te kunnen bewegen. Zijn tong hangt constant buiten zijn bek. De laatste twee jaren voor zijn redding, zat was hij volledig alleen en geïsoleerd met alleen de televisie als gezelschap.’

Joey werd als kleine baby, drie maanden jong, naar Engeland gebracht, nadat D’Souza het aapje had gekocht in 1998 op een markt in Suriname. De moeder van Joey was gedood voor haar vlees, ‘bush meat’. Volgens de handelsdatabase van CITES (Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora) werd in 1998 een (1) bruin kapucijnaapje (Cebus apella) vanuit Suriname geëxporteerd naar Groot-Brittannië voor 'privédoeleinden'.

Het verhaal van Joey:


De Ware Tijd
Deze zaak heeft ondertussen de aandacht van het Openbaar Ministerie in Suriname. Dat meldde althans 26 mei 2014 de Ware Tijd. Rudy Steinberg, coördinator van de afdeling Kapitale Delicten, zei, dat de procureur-generaal hem gevraagd heeft de zaak te ‘bekijken’. Er is uit Engeland geen verzoek om assistentie gekomen, hoewel er vermoedens en aanwijzingen zijn dat D’Souza in Suriname handlangers moet hebben gehad, aldus de krant. De redactie heeft kennelijk niet de moeite genomen om even haar eigen archieven of het internet te raadplegen, dan was ongetwijfeld de naam Juliette D'Souza opgedoken, vooral rond de rechtszaak in Paramaribo tegen haar en de voorwaardelijke veroordeling begin mei 2008.

(Met dank aan o.a.: Balita Pinoy Headlines) 

Noot: 
De Britse krant The Daily Mail besteedt in haar editie van zaterdag 14 juni 2014 ook uitgebracht aandacht aan de zaak D'Souza. De krant wist onder andere te achterhalen dat D'Souae werkelijk  Maryan Lesley Persaud is, geboren op 11 september 1954 in een ziekenhuis in de hoofdstad van Guyana, Georgetown.


woensdag 4 juni 2014

VHP-voorzitter Santokhi op Facebook bedreigd en geintimideerd - Ook voorzitter Jeugdparlement op Facebook belaagd

Besloten Facebook-groep toevluchtsoord en vrijplaats om opponenten ongegeneerd aan te vallen

Onder- en bovengrondse verkiezingscampagnes lijken begonnen

04-06-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – Enkele zieke, waarschijnlijk aan de NDP gelieerde, sujets blijken in de besloten Facebook (FB)-groep 'Suriname Voorwaarts' de voorzitter en Assembleelid van de VHP (Verenigde Hervormings Partij) Chandrikapersad Santokhi te hebben bedreigd. De bedreiging werd 3 juni in een persbericht bekendgemaakt door de Mediacommissie van de partij.

'Het is zeer verontrustend, dat enkele leden van de FB-groep ‘Suriname Voorwaarts’ van plan zijn de VHP-voorzitter uit de weg te laten ruimen. Ze lopen rond met moordplannen tegen VHP-voorzitter Santokhi en bovendien zijn die leden zeer etnisch bezig. Ook zijn ze van plan mensen aan te zetten tot haat zaaien.', aldus de VHP Mediacommissie.


In haar persbericht heeft de Mediacommissie enkele geplaatste berichten van de pagina van 'Suriname Voorwaarts' gepubliceerd, welke letterlijk zijn overgenomen:

Lorenzo Bohr: waarom Chan Santokhi niet wordt omgelegd, hij Suriname gaat verkopen aan de blanken en een ieder weet toch hoe een Koelie denkt? Ingi Ingi Patty: “Ik denk dat het Volk niet gaat toelaten om ons land te verkopen ik zal de eerste zijn die mensen zal oproepen om de straat op te gaan.”
Kenneth van Dillenburg: ‘Breng het in het relaas met de aanhouding van Dino’. Lloyd Lagenhorst: Denk je dat hij zomaar naar newyork is afgereisd? kijk maar naar die leden die allemaal zijn afgereisd?????????en hij gt bahara zeker ontmoeten…underground. Nirmal Sunil: “In Suriname lukt het niet, dus gaat hij in het buitenland proberen. Succes hoor. “

Dit is volgens haar FB-pagina Verena B. Waldorff
Verena B. Waldorff: “Dan hoop ik dat ALS let op ik zeg ALS deze man pres wordt dat Surinamers het er niet bij laten zitten en eindelijk eens gaan vechten. “ Verena B. Waldorff: “Clarita Marengo de straat op haal die man uit het zn huis voor hij het paleis kan betreden lol! Als je al ziet dat die man vies bezig is dan ga je hem gewoon het paleis laten betrekken?”
Verena B. Waldorff: “Clarita Marengo thats why we need to kill them before they grow.” Nirmal Sunil Alles wat president Bouterse op 25 februari j.l zei is DE WAARHEID!! Het begint al zichtbaar te worden. Kenneth van Dillenburg: “Hij noemde ze niet zomaar land verraders , alles komt nu uit. “
Verena B. Waldorff: “Ja en die man krijgt een nieuw gigantisch pand op Morgenstond. Ik zeg volstoppen met microfoons. Want zo ook heb je GENOEG aivd’ers en civd’ers hier in Suriname rond lopen! De een niet zo onopvallend als de ander maar zij zijn er!! Weg ermee!!!”

Anita Yorks: “Ik kan me echt niet voorstellen dat Men zo gemeen kan zijn Alleen maar om de regeermacht. Maar ze krijgen we’ll hun straf. Mama sranang no e sriebi. “ Lloyd Lagenhorst: “Ze zijn zelfs instaat over lijken t gaan om hun doel te bereiken.” Ingi Ingi Patty: “Ja Lloyd Lagenhorst en zelf hun Mam en kids te verkopen om aan de macht te komen.”

Wie de moeite wil nemen om de personen Anita Yorks, Verena B. Waldorff, Nirmal Sunil, Lloyd Lagenhorst, Kenneth van Dillenburg, Ingi Ingi Patty en Lorenzo Bohr eens te traceren op Facebook komt al snel tot de conclusie, dat we hier te maken hebben met voornamelijk NDP gelieerde types zowel in Suriname als in Nederland met een treurig laag intelligentie quotiënt, zoals moge blijken uit de manier waarop zij zich overal en nergens uiten: kort-door-de-bocht, ondoordacht, ongenuanceerd, niet onderbouwd, vooringenomen, bevooroordeeld. Tja, gewoon dom dus, werkelijk dom, gevaarlijk en ziekelijk dom.

Verena B. Waldorff ofwel MizzzB, slechts 21 jaar jong als we haar FB-pagina mogen geloven, en denkt alles al te weten.

Deze dame blijkt ook de nieuwe voorzitter van het Nationaal Jeugdparlement Priya Lachmon met regelmaat te belagen, zo laat Lachmon 4 juni 2014 via Facebook weten:

'(…) Op een nieuws site via Facebook onder de naam Action Nieuws is mijn persoon ook heel zwaar besproken en belaagd. De mensen onder de namen Nirmal Sunil, Verena B. Waldroff en Conny Maria Zebeda zijn continue bezig met belagende uitspraken richting mijn adres. Ik heb er nooit behoefte aan gehad om op zulke dingen te reageren, maar wanneer men mijn privé onterecht aan het bekladden is, zal ik er zeker voor opkomen. We moeten nu heel alert zijn,want elk vorm van bedreiging moet serieus worden genomen. Mensen kunnen ons niet komen beledigen en bedreigen, want we leven nog steeds in een rechtstaat. (…)'.

* Actionnieuws Suriname is overigens een ranzige Facebookpagina die niets, maar dan ook niets met het brengen van nieuws of welk journalistiek product dan ook te maken heeft. Het is dusdanig ranzig ,dat bijvoorbeeld niet geschroomd wordt om foto's te plaatsen waarop duidelijk zichtbaar zijn de dodelijk verongelukte inzittenden van twee auto's na een ongeluk op 1 juni op de Afobakaweg. Enig respect en fatsoen zijn op deze pagina ver te zoeken. Deze Facebookpagina, een reclamezuil voor het bedrijf 'Fanys Diensten' in Nickerie, is voor sensatiezoekers en niet voor serieuze volgers van het Surinaamse nieuws.

Frustraties - Is dit de ondergrondse verkiezingscampagne?
Het leidt tot de vraag, hoe serieus je de bedreigingen aan het adres van Santokhi moet nemen, gedaan in een zogenoemde 'besloten' groep op Facebook. Een groep waarvoor je je dus moet aanmelden om 'lid' van te kunnen worden. Een groep waarvan de twee beheerders kennelijk niet willen dat geplaatste berichten zichtbaar zijn voor anderen, niet-leden.

De bedreigingen en intimidaties worden dus geuit door zielige figuren die simpelweg gefrustreerd zijn, nu hun ogen open zijn gegaan en vrezen dat Santokhi toch wel eens een serieuze bedreiging als presidentskandidaat kan gaan worden voor hun kandidaat, huidig president Desi Bouterse.
Maar, moet je je dan maar verlagen tot het uiten van dreigementen en intimideren op social media om angst en haat te zaaien? Is dit de ondergrondse verkiezingscampagne?

De dreigementen kunnen niet echt serieus worden genomen, omdat ze voortkomen uit het brein van bekrompen wereldvreemde paarse geesten die daarmee niets meer en niets minder willen dan hun frustraties en haatgevoelens te uiten. Zij zien het succes van Santokhi en van de oppositie en de teloorgang van de regeringscoalitie in het parlement. Zodra ze hun frustraties en haatgevoelens hebben gelucht, vanachter hun 'veilig' gewaande laptops en personal computers, is het wachten op nieuwe in hun bekrompen hersenpannen opborrelende frustraties en haatgevoelens, zodat ze die ook weer kunnen lozen in de diverse besloten en open groepen op Facebook en waarschijnlijk ook op een schofterige website als mamjo.com.

Niet alleen op straat wordt vuil gedumpt, ook op Facebook
Overigens wemelt het op Facebook van 'Surinaamse' besloten en andere groepen waarop mensen zich ongebreideld te buiten kunnen gaan aan scheldkanonnades, intimidaties en bedreigingen. Het lijkt de gewoonste zaak van de wereld voor bepaalde types om dergelijke groepen te misbruiken om hun diepgewortelde frustraties en haatgevoelens te lozen. Het kan en het mag kennelijk van de beheerders van die groepen. Misschien hebben beheerders juist daarvoor een Facebook-groep in het leven geroepen. Overal wordt in het land vuil gedumpt, dus ook op social media, op het internet. Voor al die types zouden kamers moeten worden vrijgemaakt in een instelling als het Psychiatrisch Centrum Suriname of in een kliniek voor verslavingszorg. Immers, voor diverse FB'ers lijkt het op een ziekelijke wijze verslavend te zijn om hun frustraties en dergelijke te uiten via social media. Ze doen niets anders, sommigen mogelijk fulltime.

'Zeer ernstig'
Volgens de VHP Mediacommissie zijn de dreigementen echter 'zeer ernstig'. 'Bovendien is het is een ernstige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van VHP-voorzitter Chan Santokhi.'

'De VHP Mediacommissie veroordeelt deze lafhartige en intimiderende daad ten zeerste en is van mening dat elke bedreiging van deze aard zeer ernstig genomen moet worden. De bevolking wordt opgeroepen zeer alert en waakzaam te zijn. De VHP-voorzitter is op de hoogte gesteld van deze zeer ernstige dreigementen aan zijn adres. De VHP Mediacommissie zal aangifte doen bij de procureur-generaal tegen de dreigementen.'

Santokhi laat 3 juni via de avondkrant De West weten, dat elke bedreiging serieus kan zijn en dat er aangifte van de bedreigingen is gedaan. 'Je weet maar nooit wie erachter zit', aldus de VHP-voorman. Volgens Santokhi is het niet de eerste keer dat iets dergelijks zich voordoet. Hij is echter niet bang voor de dreigementen op Facebook, maar heeft inmiddels wel zijn privé-beveiliging heeft versterkt.

Of de procureur-generaal serieus aan de slag zal gaan met een onderzoek naar de dreigementen valt te betwijfelen. Immers, de vraag kan gesteld worden of het hier juridisch, wettelijk gezien, werkelijk gaat om feitelijke dreigementen of gewoon om gefrustreerd gedrag van een paar FB'ers die het kennelijk leuk vinden om anderen op kinderlijke wijze te bedreigen en te intimideren, met als doel angst en haat te zaaien?

Bedenkelijk
Overigens, zouden in dezen ook de beheerders van de besloten Facebook-groep, Desire Eendragt en jawel, Verena B. Waldorff (volgens de Facebook-pagina vandaag, 4 juni 2014), benaderd en aangesproken kunnen worden op de door aangesloten 'leden' geplaatste bedreigende en intimiderende berichten. Kennelijk accepteren zij, dat dergelijke berichten worden geplaatst en daardoor plaatsen zij, de beide beheerders van 'Suriname Voorwaarts', zich ook in een bedenkelijk daglicht.

Overigens vermelden de beheerders het onderstaande op hun Facebook-pagina:

'Deze groep heeft als doel om op een zinnige en open manier met elkaar in debat te treden. Met als uitgangspunt hoe wij Suriname voorwaarts kunnen brengen op het gebied van de politiek, de mensen onderling, toerisme, het onderwijs en alles wat er nog bij komt kijken. Een ieder is uiteraard van harte welkom :)!!

Om de groep goed draaiende te kunnen houden gaarne de regels door te nemen.

Groepsregels:

- Taalgebruik
* Hou je taalgebruik netjes en beleefd. Ga met respect met elkaar om.
* Op de persoon gerichte beledigingen zijn niet in de groep toegestaan.
* Racisme of negatieve uitlatingen over een etnische groep zijn ten strengste verboden.
* Herlees je bericht voor je het plaatst. Dit om misverstanden te voorkomen.

- Aansprakelijkheid
* Het is voor ons onmogelijk om alle geplaatste berichten op alle aspecten te controleren daarom nemen wij geen enkele verantwoordelijkheid voor de juistheid, (on)volledigheid of wettelijke toelaatbaarheid van berichten.
Ieder lid is verantwoordelijk voor zijn/haar eigen bericht! (…)'

Het moge overduidelijk zijn dat de beheerders hun eigen vastgestelde regels niet kennen en zeker niet naleven, gelet op de gebezigde teksten van 'leden' in de richting van de VHP-voorzitter.

Blokkeren
FB'ers zouden ook kunnen overgaan tot het blokkeren van de personen, 'vrienden', die de bedreigende en intimideren teksten in de richting van Santokhi hebben geplaatst. Immers, wie wil nu openlijk via Facebook geassocieerd worden met types die de dood van iemand wensen???

maandag 2 juni 2014

Kwestie Tigri-gebied sleept zich al jarenlang voort en lijkt meer een onbelangrijke principiële grenskwestie voor Suriname dan werkelijk grensgeschil

Oplossing Surinaams grensgeschil met Guyana nog niet in zicht

Surinaams laks gedoogbeleid positioneert Guyana in sterke positie

Nauwelijks interesse van regering voor zuidwestelijk grensgebied

02-06-2014 Door: © Paul Kraaijer


Paramaribo – De al vele tientallen jaren voortslepende kwestie Tigri-gebied heeft perioden gekend van ongekende stilte en nu en dan een schreeuwerige oprisping. Zo'n oprisping was er plotseling weer begin april 2014, toen buurland Guyana besloot niet deel te nemen aan een internationale mijnbouwconferentie (SuriMep) deze maand in Suriname.

'Verkeerde' landkaart leidt tot beroering
Aanleiding voor dat Guyanese besluit was, dat in voorbereidingsdocumenten van die conferentie de Surinaamse regering de volgens de Guyanese regering verkeerde landkaart van Suriname, inclusief het door Guyana betwiste Tigri-gebied – dat in Guyana het New River Triangle gebied wordt genoemd – had laten afdrukken. De Guyanese reactie leidde tot de nodige politieke beroering in het Surinaamse parlement, De Nationale Assemblee.
Het Tigri-gebied stond weer eens nadrukkelijk op de politieke kaart in Suriname alsook de lakse opstelling in die kwestie van de Surinaamse regering de afgelopen jaren. Gedogen, stilzwijgen, geen olie op het vuur gooien, om vooral de vriendschapsband met het buurland niet in gevaar te brengen. Het grensgebied blijkt geen prioriteit te zijn en enige interesse ervoor lijkt ook niet aanwezig.

De gewraakte landkaart werd besproken in de eerste week van april in het Guyanese parlement. Daarin stelde de minister van Natuurlijke Hulpbronnen Robert Persaud, dat zijn collega van Buitenlandse Zaken, Carolyn Rodrigues-Birkett, bij de Surinaamse regering had geprotesteerd tegen de volgens haar onjuiste kaart.
‘We hebben onze deelname aan een olie- en gasconferentie die in juni Suriname wordt gehouden afgezegd en waarom hebben we dat gedaan…ze hebben een document in omloop gebracht en als deel van de Surinaamse kaart hebben ze de New River Triangle’, zei Persaud in het parlement.


8 mei 2014: Minister Lackin: Tigri-gebied is Surinaams
De kaart-kwestie belandde 8 mei in het Surinaamse parlement tijdens de behandeling van de begroting 2014. Minister Winston Lackin van Buitenlandse Zaken liet toen weten, in reactie op vragen van Assembleeleden over het vraagstuk, dat het Tigri-grensgeschil met Guyana door de regering achter gesloten deuren wordt besproken. Hij stelde, dat het standpunt van de regering is, dat het Tigri-gebied Surinaams grondgebied is. Dit is ook duidelijk aan de Guyanese regering voorgehouden, aldus de minister. Maar, de regering heeft besloten het vraagstuk samen met Georgetown langs diplomatiek overleg op te lossen, omdat alleen zo, volgens Lackin, een duurzame oplossing gevonden kan worden.

Reactie Guyana op uitspraken Lackin:


In reactie hierop liet de oppositie in De Nationale Assemblee weten niet te spreken te zijn over de zwijgzaamheid vanuit de regering over het Tigri-gebied. Het Assembleelid Radjkoemar Randjietsingh (Verenigde Hervormingspartij, VHP) reageerde op de uitlatingen van de Guyanese minister Carolyn Rodrigues-Birkett dat Tigri Guyana toebehoort.'Ik vind dat de Guyanese minister is uitgegleden. Ik vind het een brutaliteit, dat ze ergens is gaan verklaren dat het Tigri-gebied hen toebehoort.'
'Wij vinden ook dat het Tigri-gebied van ons is, maar ik vind het erg dat de Surinaamse regering zo stil is. Verzwegen wordt dat Guyana illegale handelingen pleegt in het gebied. Er is geen enkele verklaring afgelegd. De fractieleider van de coalitie heeft gezegd dat de zaak diplomatiek is opgelost, maar er is niets opgelost. Wij vinden dat de regering van Suriname faalt', aldus stelde Randjietsingh.

Guyana betwist al decennialang de soevereiniteit over het Tigri-gebied in het zuidwesten van Suriname. Het gaat om een bosrijk gebied, dat sinds omstreeks 1840 betwist wordt door Suriname en Guyana, tussen de rivieren de Boven-Corantijn - door Guyana New River genoemd - en de Coeroeni en de Koetari. Dit driehoekig gebied staat in Guyana bekend als de New River Triangle. In 1969 liep het conflict hoog op en sindsdien wordt het Tigri-gebied vanuit Guyana bestuurd. In Suriname wordt het gezien als een onderdeel van het Coeroenie-resort, dat ligt in het district Sipaliwini, terwijl het voor Guyana behoort tot de regio East Berbice-Corentyne.

Koetari of New River
In 1840 bracht de in Duitsland geboren sir Robert Hermann Schomburgk de grenzen van Brits Guyana in kaart. Hij beschouwde de Corantijnrivier als grens en voer naar haar bron, de Koetari. Maar, in 1871 ontdekte de Britse geoloog Charles Barrington Brown de New River die hij zag als de werkelijke bron van de Corantijnrivier. En toen werd het Tigri-geschil geboren. De New River Triangle werd toegewezen aan Brits Guyana. Nederland tekende echter diplomatiek protest aan, met als argument dat de New River en niet de Koetari moest worden gezien als de bron van de Corantijnrivier en dus als grens. De Britse regering reageerde in 1900 dat het geschil al uit de lucht was door het al vele jaren accepteren van de Koetari als grens.
In 1936 werd de complete lengte van de Corantijnrivier door een gemengde commissie, ingesteld door de Britse en Nederlandse regering, als grens erkend, zoals al was opgenomen in de 1799 overeenkomst gesloten door de Berbice gouverneur Abraham Jacob van Imbijze van Batenberg en de Surinaamse gouverneur Jurriaan Francois de Friderici. Maar, de New River Triangle werd toegewezen aan Guyana. Een verdrag dat de overeenkomst een wettelijke basis moest geven, werd echter nooit getekend vanwege het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
In hetzelfde jaar, 1936, tekende de Nederlandse vertegenwoordiger Conrad Carel Käyser een overeenkomst met Britse en Braziliaanse vertegenwoordigers die de 'tri-point junction' vastlegde bij de bron van de Koetari.
Om een definitief einde aan het grensgeschil te maken voordat Brits Guyana onafhankelijk zou worden, hervatte de Britse regering in 1961 onderhandelingen. De Britten eisten controle over de New River Triangle. Nederland antwoordde met een formele claim op de New River Triangle. Maar, Brits Guyana werd onafhankelijk en het grensgeschil bleef onopgelost.

Kwestie Tigri in jaren '60 vorige eeuw
Eind jaren '60 van de vorige eeuw dreigde de Tigri-kwestie finaal uit de hand te lopen en werd naar de wapens gegrepen. Een vlucht door 1968 en 1969 aan de hand van krantenknipsels en een verslag van 16 januari 1968 van de Nederlandse minister drs. Joop Bakker (minister van Verkeer en Waterstaat en viceminister-president, van 5 april 1967 tot 6 juli 1971, en minister belast met coördinatie van aangelegenheden Suriname en de Nederlandse Antillen) in de Eerste Kamer naar aanleiding van een actie van de Guyanese autoriteiten in de richting van hydrologen die voor Suriname met onderzoekswerkzaamheden in het Tigri-gebied bezig waren. Die hydrologen werden gedwongen het gebied te verlaten. Nederland stelde zich op het standpunt, net als Suriname, dat het Tigri-gebied toebehoort aan Suriname:

Minister Bakker, 16 januari 1968:
'(...) Deze daden bestonden aanvankelijk uit exploratiewerkzaamheden. Die activiteiten resulteerden later in het stichten van een aantal vestigingen, in casu waarnemingsposten voor hydrologisch onderzoek. Van Guyanese zijde is daartegen niet geprotesteerd, terwijl evenmin sprake was van Guyanese activiteiten in het betrokken gebied. Op 15 december van het vorige jaar is het kamp van de hydrologen vrij plotseling bezet door de Guyanese politie. Op zichzelf was daarvoor weinig aanleiding. Het kan een reactie zijn geweest op het bezoek van de Minister-President van Suriname aan Venezuela; het kan zijn gebeurd uit binnenlandse politieke overwegingen, maar in elk geval was het een vrij onverwachte daad. Wij van onze kant veroordelen dit bijzonder sterk. De Guyanese politie nam de jachtgeweren van de hydrologen in, maakte foto's en noteerde de personalia. De groep werd bevolen het gebied te verlaten, hetgeen ook is gebeurd.

De hydrologen waren daar bezig met vreedzame waarnemingen. In elk geval waren dit daden die moeilijk kunnen worden beschouwd als een ernstige inbreuk op bepaalde soevereiniteitsrechten die Guyana meent daar te moeten uitoefenen. Op 17 december heeft de Surinaamse regering ons gevraagd krachtig te protesteren bij de High Commissioner van Guayana te Londen. De geachte afgevaardigde de heer Kraaijvanger meende, dat de heer Pengel dit toch allemaal zelf had kunnen doen. Ik geloof niet dat dat juist is. Het indienen van een protest bij de Guyanese regering of bij de High Commissioner is toch veeleer een zaak van het koninkrijk, het raakt het terrein van onze buitenlandse betrekkingen en moet dus door de koninkrijksregering gebeuren. Terecht is dan ook door de heer Pengel aan de koninkrijksregering gevraagd om te protesteren.
Op 19 december is het antwoord van de Guyanese regering overhandigd aan ambassadeur Van Royen in Londen. Dit antwoord is vrij onbevredigend en komt neer op een rechtvaardiging van het optreden van de Guyanese politie, door opnieuw het standpunt te herhalen dat het betreffende gebied territoir van Guyana is.

Deze maand is door de Surinaamse regering een verkenningsvlucht uitgevoerd waaruit blijkt, dat de post aan de Oronoque-rivier - dit is het kamp van de hydrologen - nu is bezet door Guyanese politie. Tevens blijkt, dat men bezig is een landingsplatform voor helikopters te bouwen. Ook elders in dat gebied bevinden zich Guyanese politiemannen. Ik kan niet genoeg herhalen, dat de koninkrijksregering dit optreden van de Guyanese regering bijzonder betreurd, omdat dit de aanleiding is geweest tot het opnieuw opleven van dit conflict.

Mevrouw Van Ommeren-Averink heeft nog eens herhaald wat ik in de Tweede Kamer heb gezegd. Inderdaad heb ik daar de hoop en de verwachting uitgesproken dat dit conflict in de ijskast zou kunnen blijven. Voor zover het de Surinaamse regering betreft heb ik die verwachting ook terecht uitgesproken. Van Surinaamse kant bestond niet de minste aanleiding om hier op een agressieve wijze te gaan optreden. Guyana heeft in deze zaak het initiatief tot een escalatie genomen.

Het standpunt van de Surinaamse regering is inmiddels wel genoegzaam bekend. De Surinaamse regering is van mening dat het conflict toch door onderhandelingen uit de weg moet worden geruimd. Zij vindt echter dat de Guyanese regering eerst de politietroepen uit dat gebied moet terugtrekken. De Surinaamse regering heeft zich beraden over de te nemen stappen. Die houden het volgende in: het hydrologisch onderzoek zal voortgang moeten vinden. Indien de houding van de Guyanese regering daartoe dwingt zal dit geschieden onder politiebescherming. De Surinaamse regering wil vermijden dat Nederlandse soldaten moeten worden ingezet om het betrokken gebied te beveiligen - een standpunt dat de Nederlandse Regering volledig deelt - en heeft daartoe overwogen de politiemacht uit te breiden met geschoolde Surinaamse vrijwilligers.

Misschien mag ik er even op wijzen, dat deze vrijwilligers voornamelijk dienen ter aanvulling van het ernstige tekort dat bij de politie in Suriname aanwezig is. Wanneer nu weer een aantal politiemannen naar het westen van het land wordt gedirigeerd dan spreekt het vanzelf, dat dan ook weer een aanvulling moet komen om de andere politietaken over te nemen. Indien de houding van Guyana niet verandert, zou kunnen worden overgegaan tot de uitwijzing van de zich in Suriname bevindende Guyanese burgers.

Naar mijn mening heeft de Minister-President niet gezegd, dat de mensen worden uitgewezen, maar wel dat overwogen wordt of zij al of niet moeten worden uitgewezen. Bij mijn weten is tot dusverre aan een dergelijke maatregel nog geen uitvoering gegeven. Als het gaat gebeuren betreft het hier hoofdzakelijk hindoestaanse inwoners van Guyana die werkzaam zijn op de suikerplantage van Waterloo in het westen van het land en wellicht ook op Wageningen. Ten slotte is het standpunt van de Surinaamse regering, dat de koninkrijksregering er bij de Guyanese regering op moet aandringen de onderhandelingen te hervatten. De Nederlandse Regering stelt zich ten volle achter het standpunt van Suriname, dat het betrokken gebied Surinaams territoir is en zij betreurt dan ook het optreden van de Guyanese politie. Voorts onderschrijft de Nederlandse Regering het Surinaamse standpunt, dat in eerste instantie door onderhandelingen deze kwestie moet worden opgelost. De geachte afgevaardigde de heer Kraaijvanger heeft gezegd, dat dit toch iets anders is dan via de internationale rechtsorde. Ik heb dit zo niet bedoeld. Ik had het begrip 'internationale rechtsorde' zo geïnterpreteerd, dat onderhandelingen, arbitrage en eventueel een uitspraak van het Internationale Hof binnen dit gehele kader zouden vallen. Mijn voorkeur gaat sterk uit - ik beantwoord nu tevens vragen van de heren Algra en Cammelbeeck - naar het eerst voeren van onderhandelingen. Als die onderhandelingen uiteindelijk niet mochten gelukken dan moet in elk geval niet de weg van het militaire conflict worden opgegaan, maar dan zou een arbitrage of een uitspraak van het Internationale Hof moeten worden gevraagd. Ik geloof, dat in een conflict, waarin het op een exacte uitspraak aankomt alleen 'ja' of 'neen' kan worden gezegd, deze uitspraak wat te ongenuanceerd is. Ik zou het meer op prijs stellen, indien Suriname door besprekingen met Guyana trachtte te komen tot een oplossing van het geschil. Hierbij zullen beide partijen wellicht op bepaalde punten een veer moeten laten, maar beide partijen hebben dan de zekerheid, dat essentiële belangen van beide landen worden gewaarborgd. Dit hangt ook af van de onderhandelingskracht en van de troeven die men in handen heeft. Dit vertrouw ik de Surinaamse regering gaarne toe.

De koninkrijksregering stelt zich uitdrukkelijk op het standpunt, dat de strijdkrachten de taak hebben de integriteit van het gebied van de landen van het koninkrijk te verzekeren tegen militaire agressie. Het betreft hier een betwist gebied en voor de beslechting van een geschil over een dergelijk betwist gebied ligt het niet in de rede strijdkrachten van het koninkrijk in te zetten. Wij zijn van mening, dat er nog voldoende vreedzame middelen zijn om het conflict te regelen. Ons beleid zal er dan ook op gericht zijn te trachten de Surinaamse en de Guyanese regeringen rond de onderhandelingstafel te krijgen en zo weinig mogelijk het conflict te escaleren; in elk geval mogen onze militairen, die een belangrijke functie in dit gebied vervullen, pas worden ingezet als alle andere middelen zouden hebben gefaald en als de situatie er alsdan aanleiding toe zou geven. Wij zien dit nog niet.

Ons beleid zal erop zijn gericht een dergelijke situatie volstrekt te voorkomen. Ik hoorde gisteren via de nieuwsdienst - telegrammen komen altijd wat later binnen - dat Minister-President Pengel niet naar Nederland zou komen om met ons de procedure bij de onderhandelingen te bespreken. Ik heb vandaag inmiddels begrepen van de gevolmachtigd minister van Suriname, dat de grenscommissie wel komt en dat de heer Pengel enige dagen later hoopt te komen.'

1969: Guyanese troepen bezetten vliegveldje Suriname in Tigri-gebied
Guyanese troepen bezetten op 19 augustus 1969 een Surinaams vliegveldje in aanleg in het zo langzamerhand omstreden Tigri-gebied. Twee Guyanese vliegtuigen voerden een aanval uit waarna de bemanningsleden Surinaamse agenten met automatische wapens onder vuur namen en de Guyanese vlag op het nieuwe vliegveld plantten. Veertien arbeiders waren op dat moment aan het werk op het vliegveld, die dezelfde dag nog naar Paramaribo vertrokken. Na een kort gevecht, waarbij geen gewonden vielen, vertrokken de beide vliegtuigen weer, maar even later landde een derde toestel met soldaten. Berichten uit Guyana meldden, dat Surinamers 'in wanorde' naar de grensrivier Corantijn waren gevlucht. Na het bekend worden van de aanval door Guyana in Tigri, trokken de Surinaamse autoriteiten alle verloven in van agenten van Defpol (Defensie politie, maar ook wel defensieve politie genoemd), een nieuw opgezette organisatie waarvan de leden, vrijwilligers, een politiebewapening in de vorm van slechts wat karabijnen en een enkele Uzi ( haden gekregen, en gaven de opdracht aan nog resterende agenten in het Tigri-gebied om zich terug te trekken. Tot ieders verbazing protesteerde de Guyanese regering bij Paramaribo en Den Haag:
'Surinaamse militairen hebben het vuur geopend toen de Guyanese verdedigingsstrijdmacht op Guyanees grondgebied op een aantal gewapende Surinamers was gestuit.' Dit berichtte de Telegraaf van 20 augustus 1969.

22 augustus 1969: Surinaamse commandant vliegveld Tigri na Guyanese aanval vermist
De internationale persagentschappen Agence France Presse (AFP) en Reuters melden 22 augustus 1969 (zo berichtte het Limburgsch Dagblad onder andere) dat de Surinamer Heinze van Dams, hulpagent van politie eerste klasse en commandant van het vliegveld bij het kamp Tigri, na de aanval van Guyanese troepen werd vermist. Het vermoeden bestond, dat hij door de Guyanese militairen gevangen was genomen. De Surinaamse regering stuurde een boodschap naar de Guyanese minister-president Forbes Burnham waarin werd geeist de gevangen Surinamer onmiddellijk vrij te laten en naar Paramaribo over te brengen.
Het bericht vermeldde verder, dat de Guyanese regering een Nederlandse nota, waarin de verwachting werd uitgesproken dat Guyana op korte termijn de status quo in het betwiste gebied in Suriname zou herstellen, verworpen. Die beslissing was genomen na een zeven uren durend onderhoud tussen minister-president Burnham, de ambassadeur van Guyana in Londen, sir Lionel Luckhoo en Rudy Kendall, de Guyanese consul-generaal in Paramaribo.

Naast een boodschap van de Surinaamse regering naar de Guyanese minister-president zond de zogenoemde koninkrijksregering een communiqué naar de in Nederland geaccrediteerde en in Londen geplaatste ambassadeur van Guyana, Lionel Luckhoo. De tekst van dat communique luidde:
'Naar de Surinaamse regering aan de regering van het koninkrijk heeft bericht, is dinsdag door Guyanese eenheden, die met twee vliegtuigen werden aangevoerd, een overval gedaan op een Surinaamse politiepost, gelegen in het betwiste gebied tussen Suriname en Guyana.
Van Guyanese zijde werd met automatische wapens het vuur geopend. De Surinaamse bezetting van de post, onder welke geen gewonden of doden te betreuren zijn, heeft zich teruggetrokken. De post, TIGRI geheten, is thans door Guyanese eenheden bezet. Deze ontvingen later nog versterkingen met een derde vliegtuig.
Naar aanleiding hiervan heeft de koninkrijksregering tegenover de hier en te Londen geaccrediteerde Guyanese ambassadeur haar zeer ernstige verontrusting uitgesproken over het gebeurde.
De handelswijze van Guyana is in strijd met de beiderzijds herhaaldelijk uitgesproken wens het bestaande geschil langs vreedzame weg op te lossen, in overeenstemming waarmede Suriname reeds geruime tijd een de-escalatie van het conflict heeft getracht te bevorderen.
De koninkrijksregering verwacht, dat Guyana op korte termijn de status quo zal herstellen door een terugtrekking van de bezetting van de Post Tigri.'


Vrije Stem berichtte 26 augustus 1969 dat Van Dams terecht was. Het Guyanese ministerie van Defensie had medegedeeld, dat een gewapende Surinamer zich in het omstreden grensgebied had overgegeven aan Guyanese militairen. De man, van wie werd gezegd dat hij Margo van Dams heette, werd per vliegtuig naar de hoofdstad Georgetown gevlogen en zou het land worden uitgezet.

25 april 1975: Guyanezen opereren groots in Suriname
Overheid zwijgt in alle talen
Het Surinaamse blad Vrije Stem schrijft 25 april 1975: 'Terwijl onze politieke kopstukken in Paramaribo zich hoofdzakelijk concentreren op het juridisch, sociaal-economisch, cultureel en politiek aspekt van onze aanstaande onafhankelijkheid vergroten Guyanese militairen hun aktiviteiten in Zuid-West Suriname.'
Het artikel vervolgt:
'Sedert de val van Tigri hebben opeenvolgende regeringen in alle talen gezwegen over het West-Suriname probleem. Zodra men daarover nader geïnformeerd wil worden krijgt men te horen, dat het moeilijk is de strategie van de Surinaamse overheid prijs te geven.'
Volgens het blad had Nederland al duidelijk aangetoond onder geen enkele omstandigheid bereid te zijn haar militaire manschappen in te zetten. Tijdens een persconferentie in hotel Torarica in Paramaribo zei vice-premier Olton van Genderen, dat de Surinaamse regering had verwacht dat Nederland zou optreden in geval van grensschending, terwijl de Nederlandse minister De Gaay Fortman meteen antwoordde, dat de Surinaamse regering niet de hulp van Nederland had ingeroepen.
Het Guyanese leger zou volgens Vrije Stem een op het veroverd gebied opgezet trainingskamp met de dag moderniseren. Er zou ook, aldus het blad, een constante aanvoer van wapens zijn geweest. Geruchten deden de ronde dat Guyanese militairen ook van plan waren om het vliegveld te Coeroeni te bezetten. Er waren drie Surinaamse agenten van Defpol gestationeerd te Coeroeni, maar uit angst voor een werkelijke Guyanese aanval liepen die agenten niet in uniform rond en deden zich voor als arbeiders. Op grond van het politiehandvest weigerden agenten zich bezig te houden met de verdediging van 's lands grenzen.
Overigens zei minister De Gaay Fortman in hotel Torarica: 'Bij de souvereiniteitsoverdracht zal Nederland het grondgebied Suriname overdragen met nauwkeurig omschreven grenzen.'
Maar, anno juni 2014 is er nog steeds geen duidelijkheid omtrent de grens in het zuidwesten van Suriname.

Tigri-geschil sinds aantreden regering Bouterse in 2010
Tigri geparkeerd......
Enkele dagen na het aantreden van de regering Bouterse in augustus 2010 werd duidelijk dat die regering de bezetting van Tigri door Guyana, sinds de jaren '70 van de vorige eeuw, voorlopig zou worden geparkeerd. President Desi Bouterse stelde zich op het standpunt, dat het oplossen van het grensconflict op dat moment niet van belang was. Hij zei meer waarde te hechten aan het opbouwen en aangaan van een hechte samenwerking met Guyana.

Juli 2011: Richten op integratiepolitiek en 'zachte diplomatie'om Tigri-kwestie op te lossen
Minister Lackin: Tigri is Surinaams grondgebied
De Surinaamse minister van Buitenlandse Zaken Winston Lackin liet in de tweede week van juli 2011 het parlement weten, dat Suriname zich als ontwikkelingsland moet 'ophouden erfenissen uit de koloniale tijd vast te houden'. Volgens Lackin is de kwestie Tigri een erfenis uit de koloniale periode, toen in kastelen en kantoren in Europa werd bepaald wat de gewenste ontwikkeling was voor ontwikkelingslanden.
Lackin: 'Deze regering heeft een duidelijk beleid inzake Tigri. We gaan het conflict niet aanpakken zoals men dat graag wil zien, maar ons richten op onze integratiepolitiek om het op te lossen.
Tigri is Surinaams grondgebied. Bij ons staat dat recht overeind. Onze oplossing is een sfeer creëren waarin twee kleine economieën zich gaan richten op gemeenschappelijke economische doelen.'

Lackin deelde het parlement mee, dat er enkele gesprekken in het kader van ‘zachte diplomatie’ hadden plaatsgevonden met Guyana. 'Door onze benadering komt er langzaam aan ook een ‘mindshift’ bij Guyana, dat we als twee ontwikkelingslanden het probleem moeten oplossen.'


1 februari 2012: 'Nu acties ondernemen tegen Guyana in kwestie Tigri-gebied'
Bouterse is Guyana dankbaar....
Zo'n zeven maanden na uitspraken van minister Lackin over een zachte diplomatieke aanpak van de kwestie Tigri zei Radjen Kisoensingh,voormalig secretaris van de Nationale Grenscommissie, in het Dagblad Suriname van 1 februari 2012, dat president Bouterse de grenskwestie op de agenda met Guyana moet brengen. Immers, Guyana ging gewoon door met het uitvoeren van zogenoemde beheersdaden in het Tigri-gebied. Zo had het buurland een concessie in het Tigri-gebied uitgegeven aan een Braziliaans bedrijf. Met de uiteindelijke terugtrekking van dat bedrijf, mogelijk onder druk van de Braziliaanse regering, was het probleem nog niet opgelost.

Kisoensing zei, dat het internationaal recht een belangrijke, gezaghebbende leer kent, te weten de leer van de stilzwijgende goedkeuring. ‘Door niets te doen of niets wezenlijks tegen de bezetting vanaf 1969 te doen, zou Suriname zich volgens deze leer neergelegd hebben bij de situatie van 1969 na de gewelddadige bezetting.’ Arbitrage zou in dit geval slechts een optie kunnen zijn als Guyana instemt. ‘Ze kunnen niet gedwongen worden om mee te werken aan arbitrage.’ Hij betwijfelde echter of Guyana daarmee zou instemmen, want hoe langer de zaak zo blijft des te beter voor de Guyanese zijde.
Kisoensingh: ‘Het heeft bijna geen zin om grenscommissies met elkaar te laten praten.’
Nooit heeft Bouterse, niet als president, leider van de revolutie en ook niet in de periode van president Wijdenbosch, de Tigri-kwestie op de agenda willen brengen. Slechts voormalig president Shankar is dat ooit gelukt.
Volgens Kisoensingh wil Bouterse de Guyanezen niet onder druk zetten, omdat hij ze dankbaar is dat ze tijdens zijn militair bewind geen groepen hebben toegelaten om tegen de dictatuur van Bouterse te strijden. Verder is hij de Guyanezen ook dankbaar voor het feit dat ze de naar Guyana uitgeweken opstandige Tucajana’s, onder leiding van Pico Sabajo, hadden opgepakt en uitgeleverd aan Bouterse. ‘Kort daarop verdwenen de jongemannen van de aardbodem.’ Het is volgens Kisoensingh zaak dat de presidenten van beide landen op het hoogste niveau de zaak gaan bespreken om tot een oplossing te geraken. ‘Wij kunnen ons niet permitteren om te wachten, de tijd is niet in ons voordeel', aldus Kisoensingh 1 februari 2012 tegenover het Dagblad Suriname.

6 juli 2012: Guyana wil over Tigri praten
Suriname pleit voor duurzame oplossing
De Ware Tijd berichtte 6 juli 2012 dat de Guyanese regering zou hebben afgegeven dat zij met Suriname wil praten over de grenskwestie Tigri. Minister Winston Lackin van Buitenlandse Zaken bevestigde tegenover de krant, dat zijn Guyanese ambtsgenoot hem had benaderd om over het Tigri-vraagstuk te praten. De bewindsman zei ook, dat het na een lange periode is dat Suriname en Guyana weer warme betrekkingen met elkaar onderhouden. Een datum voor het eerste overleg was nog niet vastgesteld.
'Beide landen willen dat dit zo snel mogelijk opgelost wordt, maar wij moeten er heel goed naar kijken. Maar, dit is al een heel belangrijk signaal dat Guyana zelf aangeeft om te willen praten', zei Lackin. De regering Bouterse zou het Tigri-vraagstuk nog in haar regeerperiode willen oplossen, maar niets zal worden geforceerd.
Lackin: 'Er moet een duurzame oplossing worden gevonden. Dat is mijn opstelling en tevens het streven van deze regering. In elk geval is de politieke wil aan beide zijden aanwezig om een duurzame oplossing te vinden voor deze kwestie.'

11 december 2012: Speciale commissie met ruim mandaat gaat met Guyana praten over grensproblemen
'De Surinaamse commissie die met Guyana gaat praten over de grensproblemen met dat land, krijgt een ruim mandaat', aldus minister Lackin, in de Ware Tijd van dinsdag 11 december 2012.
De mensen die zitting zullen hebben in deze commissie waren al aangetrokken. Eerder in 2012 waren ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken en hun Guyanese collega’s tijdens bilateraal overleg in de Guyanese hoofdstad Georgetown overeengekomen, dat de grenscommissies opnieuw een poging zouden wagen om het slepende conflict over het door Guyana bezette Tigri-gebied op te lossen.

29 april 2013: Geruchten in Guyana over mogelijke mijnbouwactiviteiten in Tigri-gebied
In Guyana bleek in april 2013 een discussie gaande te zijn over de vraag of er al dan niet Guyanese mijnbouwactiviteiten plaatsvonden in het Tigri-gebied. De Surinaamse avondkrant De West berichtte zaterdag 27 april dat er in het gebied consent zou zijn verleend voor het verrichten van een geologisch onderzoek. Volgens de krant, die zich baseerde op berichtgeving in Guyanese media, deden hardnekkige geruchten de ronde, dat personen gelieerd aan de Guyanese regering een stuk grond in het betwiste gebied toegekend hadden gekregen voor het ontplooien van mijnbouwactiviteiten. Deze kwestie was eerder in april al aan de orde gesteld door de Guyanese parlementariër Rupert Roopnarine, maar hem werd medegedeeld dat niemand toestemming had mijnbouwoperaties uit te voeren in het door Guyana geannexeerde gebied.
De Guyanese minister van Natuurlijke Hulpbronnen en Milieu, Robert Persaud, gaf de verzekering, dat de desbetreffende locatie aan de Corantijnrivier simpelweg niet toegankelijk is voor mijnbouwactiviteiten. Ambtenaren van de 'Guyana Geology and Mines Commission' (GGMC) bevestigden, dat voor geen enkel type mijnbouwactiviteit toestemming was verleend. Er kan pas autorisatie voor het ontplooien van mijnbouwdoeleinden worden verleend, als alle relevante procedures om een vergunning te verkrijgen zijn doorlopen en het mijnbouwverbod voor het gebied wordt opgeheven. In de afgelopen jaren heeft men vaker getracht mijnbouw- of houtconcessies in het Tigri-gebied te verkrijgen en parlementariër Roopnarine heeft in 2012 nog voorgesteld exploratie-activiteiten naar uranium in het desbetreffend gebied op te starten.

13 december 2013: Guyana actief in omstreden Tigri-gebied
Regering Guyana geeft toestemming voor exploratiewerkzaamheden
Guyana heeft erkend dat het aan derden toestemming heeft verleend om in het omstreden Tigri-gebied exploratiewerkzaamheden uit te voeren. De Guyanese minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Robert Persaud, heeft dat bevestigd tegenover een parlementaire commissie. Dat meldde de Ware Tijd 13 december 2013. Er zou onder andere worden gezocht naar goud, bauxiet, diamant en zeldzame delfstoffen.
Gebleken is dat Persaud al op 7 november 2012 voor 36 maanden toestemming had gegeven aan Muri Brasil Ventures Inc. Om te werken in het gebied met de optie om in aanmerking te komen voor maximaal achttien exploratievergunningen. Volgens waarnemers in Guyana is deze toestemming een sluiproute om het bedrijf mijnbouwrechten te geven. Vanwege de ecologische kwetsbaarheid van het gebied is het echter verboden om mijnbouwactiviteiten te ontplooien of toestemming daartoe te geven.
De Surinaamse minister van Natuurlijke Hulpbronnen, Jim Hok, beweerde niets te weten van afspraken tussen Paramaribo en Georgetown dat er geen vergunningen voor economische of andere activiteiten worden verstrekt voor het gebied. Hij er is ook niet van op de hoogte, dat de Guyanese autoriteiten vergunningen afgeven voor activiteiten aldaar.
‘Het zou goed zijn als het ministerie van Buitenlandse Zaken onze ambassade in Guyana op onderzoek uitstuurt voordat Suriname hierover een standpunt inneemt’, was de reactie van het NPS-Assembleelid (Nationale Partij Suriname) Ruth Wijdenbosch. Zij was bezorgd over de kwestie. ‘Suriname wordt nergens genoemd en dat geeft mij nogmaals de overtuiging, dat Guyana zich opstelt als heer en meester over het Tigri-gebied. Hiertegen moest Suriname al heel lang protest moeten hebben laten horen, goede relaties met Guyana ten spijt.’
Ze zei ook, dat de kwestie Tigri op de agenda van de Surinaamse regering moet staan, iedere keer wanneer bilaterale gesprekken plaatsvinden tussen de buurladen. Indien de Surinaamse ambassade bevestigd krijgt, dat vergunningen zijn verstrekt in Tigri door de Guyanese autoriteiten, moet Suriname ernstig protest aantekenen door de ambassadeur van Guyana te ontbieden, aldus Wijdenbosch.

19 december 2013: 'Suriname kan inzage eisen in alle concessiestukken Tigri-gebied'
Ashna Kanhai, deskundige internationaal recht en lid van de Nationale Grenscommissie, zei 19 december 2013 (gepubliceerd op de nieuwswebsite nospang.com), dat Suriname van Guyana inzage kan eisen in alle stukken die betrekking hebben op concessies die het buurland heeft uitgegeven in het Tigri-gebied. Kanhai: 'Suriname moet zich in eerste instantie goed laten informeren over eventuele concessies die zijn uitgegeven door Guyana in het betwiste gebied in Zuid-Suriname. De grenscommissie is in het afgelopen jaar ook in contact geweest met Guyana over deze kwestie, dus ik snap niet hoe het kan dat Guyana nu concessies in het gebied kan uitgeven zonder medeweten van Suriname.' Volgens haar is deze kwestie dus reden te meer voor de Nationale Grenscommissie om haar werk naar behoren te doen.
Tigri is, aldus Kanhai, altijd een betwist gebied, dus is dit uiteraard een kwestie waarover de grenscommissie zich moet buigen. 'Ik heb me jaren beziggehouden met deze kwestie en heb als deskundige op dit gebied de regering altijd geadviseerd om terug te gaan naar de onderhandelingen van 1966 over het Tigri-gebied, zodat dit als uitgangspunt gebruikt kan worden voor komende onderhandelingen. Hierna kan de regering dan gaan naar richting vreedzame geschillenbeslechting met buurland Guyana. Het zou in eerste instantie ook goed zijn om na te gaan wat de recente geografische, technologische en hydrologische data zijn, zodat de hoofdbron van de Corantijnrivier kan worden vastgesteld. Als er sprake is van gronduitgifte in het betwiste gebied, is het van belang om te weten als deze uitgifte wel een formele basis heeft. Pas als de informatie dat uitwijst, kunnen we praten over territoriale schendingen om vervolgens te gaan naar vreedzame geschillenbeslechting met buurland Guyana', zei Kanhai in december 2013.

6 februari 2014: President Bouterse: Veel gedaan om oplossing Tigri-gebied te brengen
'De zaak is opgelost en daarmee basta'
Er is veel gedaan om de rust terug te brengen in het Tigri-gebied, nadat Guyana een concessie had uitgegeven. Dat zei president Desi Bouterse op 6 februari 2014 in antwoord op vragen van journalisten, na de commando-overdracht van het Nationaal Leger. Oorlog voeren over deze zaak brengt nog meer ellende met zich mee dan oplossingen, zei Bouterse. Er is intensief overleg gevoerd en de zaak is teruggedraaid.
Toen een Guyanese minister in de fout ging, terwijl er afgesproken was geen activiteiten te ontplooien in het Tigri-gebied, heeft Bouterse met zijn ambtgenoot Donald Ramotar gesproken. Minister Winston Lackin van Buitenlandse Zaken heeft ook met zijn Guyanese collega gesproken. De ambassadeur werd ontboden en heeft een nota in ontvangst genomen. 'Belangrijkste is dat er resultaat is geboekt. In gemeen overleg is de zaak opgelost. Veel mensen zijn hierop gesprongen Tigri, Tigri, Tigri', zei Bouterse. Hij haalde aan dat niet geaccepteerd is dat er een concessie werd uitgegeven. 'De zaak is opgelost 'en daarmee basta'.


Toekomst van een principiële grenskwestie: het gebied behoort aan.....ons
Het ziet ernaar uit dat de kwestie Tigri niet tot een oplossing komt in de nog resterende zittingsperiode van een jaar van de regering Bouterse. De kwestie sleept zich al jaren voort en wordt gekenmerkt door een enkel incident, gevolgd door de nodige beroering, politieke- en media-aandacht, wat diplomatiek overleg achter de schermen, het sturen van brieven en vervolgens verdween de kwestie in een diep dal van stilte.

Guyana lijkt tevreden met de huidige situatie en deelt nu en dan wat speldenprikken uit door fysieke aanwezigheid in het gebied of door het al of niet verstrekken van concessies voor houtkap of delfstoffenwinning.

Suriname reageert geagiteerd, maar dat is slechts van korte duur om vervolgens weer snel over te gaan tot de orde van de dag. Tigri ligt net iets te ver verwijderd van Paramaribo en is moeilijk bereikbaar.
Daarenboven is het voor de Surinaamse regering duidelijk: Tigri behoort ons toe, Tigri is Surinaams grondgebied.
Daarenboven is het voor de Guyanese regering duidelijk: New River Triangle behoort ons toe, New River Triangle is Guyanees grondgebied.

De hele Tigri-kwestie lijkt meer te zijn verworden tot een principiële grenskwestie – van een geschil kan nauwelijks nog gesproken worden - tussen twee buurlanden die graag goede vrienden van elkaar zijn en blijven.

zaterdag 31 mei 2014

Witte en donkere auto's door de straat.....brrrrr

'Bedreiging' lijkt meer op intimidatie

Achterdocht en vooringenomenheid vieren hoogtij in Suriname

Radiopresentator en parlementslid voelen zich wit en donker bedreigd

31-05-2014 Door: Paul Kraaijer


Paramaribo – 'Als iets gebeurt met deze man die hier praat, moet je weten uit welke hoek het komt.' Dat zei afgelopen week presentator Cliffton Limburg ofwel 'Limbo' in zijn radioprogramma 'Bakana Tori' dat dagelijks 's middags te beluisteren is op de staatszender SRS. Limburg, die in het dagelijks leven perschef is van het Kabinet van de President, beweerde zich bedreigd te voelen. Volgens hem rijden er witte auto's langs zijn woning en er zou ook gefilmd en gefotografeerd worden.

Is Limburg een doorn in het oog van wie?
Bedreigd voelen, witte auto's langs de woning...... Klinkt niet echt bedreigend, maar meer als intimiderend. Limbo wil dan ook niets weten van het doen van aangifte van bedreiging. Hij weet waarschijnlijk als geen ander dat er niet echt sprake is van bedreiging, maar meer van pogingen hem, om welke redenen dan ook, te intimideren. 'Ik zeg het aan geen enkele procureur-generaal. Ik zegt het aan u zodat u het weet', zei hij. Hij zou de oppositie in het Surinaamse parlement, De Nationale Assemblee, een 'doorn in het oog' zijn en zou daarom opgeruimd moeten worden.

Een en ander was voor de voorzitter van de Verenigde Hervormingspartij (VHP), Chandrikapersad Santokhi, voldoende aanleiding om te verklaren, dat de perschef van het Kabinet van de President koste wat het kost beschermd moet worden. 'Als de man op de radio zegt, dat hij bedreigd wordt, moet dit serieus genomen', aldus Santokhi.

'Leugens fabriceren over bedreiging'
Een van zijn naaste medewerkers, Idris Naipal, blijkt er achter totaal anders over te denken. Naipal maakt deel uit van de mediacommissie binnen de VHP en publiceert met regelmaat ingezonden anti-NDP en anti-Bouterse getinte stukken in diverse kranten en nieuwswebsites. Hij doet dat overigens onder zijn eigen naam en niet namens de VHP.

'Door leugens te fabriceren over bedreiging en intimidatie zoekt Cliff Limburg, alias Limbo, aandacht voor zichzelf en zijn programma Bakana Tori. Hij heeft het niet door, dat hij daarmee zichzelf heeft verraden als een scenarioschrijver. Als hij zich bedreigd voelt moet hij sowieso aangifte doen tegen die ‘bedreiging’. Het is evident dat Cliff Limburg, alias Limbo, zijn eigen bedreiging heeft geënsceneerd.'

aldus Naipal in een ingezonden stuk op vrijdag 30 mei.

Naipal is duidelijk geen fan van Limburg. In zijn ingezonden artikel fulmineert hij rustig verder:

'Hij durft geen aangifte te doen tegen die ‘bedreiging’, want hij weet dat hij binnen de kortste keren door de mand zal vallen. Dat Cliff Limburg zich bedreigd voelt en geen aangifte wil doen bij de politie of de Procureur Generaal is een indicatie dat hij leugens vertelt. Volgens Limbo is hij een ‘doorn in het oog’ van de oppositie en daarom opgeruimd moet worden. Hij zei voorts dat als iets gebeurt met Limbo, moet je weten uit welke hoek het komt.'
'Als Limbo bewijzen heeft dat hij bedreigd wordt, moet hij aangifte doen. Als hij niet van plan is aangifte te doen is hij zonder meer een angsthaas. De bewering van Cliff Limburg dat de oppositie hem wil opruimen is echt laag-bij-de-gronds. Het is meer dan duidelijk dat zijn verhaal over moordplannen verzonnen is, het is spijkers op laag water zoeken.'
'Limbo is geen belangrijke politieke figuur dat hij bedreigd wordt door de oppositie. Wellicht wordt hij bedreigd door zware criminelen die alle buurten verzieken en onveilig maken. Cliff Limburg krijgt op basis van een fictieve bedreiging beveiliging van de staat, dus op staatskosten.'

Achterdocht viert hoogtij en objectiviteit en realiteitszin worden uit het oog verloren
Naipal heeft wel eens betere onderbouwde stukken geschreven en gepubliceerd. Nu slaat hij de plank volkomen is. Hij insinueert en stelt het als zijn gelijk dat Limburg helemaal niet bedreigd wordt. Naipal beweert zelfs dat de radiopresentator op staatskosten zou worden beveiligd op basis van een verzonnen bedreiging.

De inhoud van Naipal's artikel maakt ook weer eens duidelijk hoe achterdochtig, vooringenomen, bevooroordeeld en argwanend, wantrouwend, maar ook ongenuanceerd en ondoordacht mensen in Suriname kunnen zijn en kunnen reageren op berichtgevingen. Mensen hebben in dit land veelal te snel hun oordeel klaar, zonder zich eerst eens goed te laten informeren over een issue. Men begint meteen te schreeuwen, als een lokale kip zonder kop.

Het is kwalijk, dat de ingezonden stukken schrijver op basis van persoonlijke gevoelens en een duidelijke aversie tegen Limburg en de NDP, zijn meest recente stuk heeft geschreven. Hij heeft daarbij alle objectiviteit en realiteitszin uit het door aversie verblinde oog verloren.
Natuurlijk, kun je vraagtekens plaatsen bij de door Limburg publiek gemaakte zogenoemde bedreiging aan zijn adres. Natuurlijk zijn witte auto's die langs zijn huis rijden – er rijden zeer vele witte auto's in Suriname – geen bedreiging en dat zijn ook niet mensen die foto's maken of filmen. Zoals hiervoor al aangegeven, kan er sprake zijn van intimidatie, maar bedreiging? Neen. Ja, hij kan zich bedreigd voelen en dat is iets anders dan werkelijk bedreigd worden. En daarom zal Limburg geen aangifte doen, omdat hij niet dom is en donders goed weet, dat er van echte bedreiging niet echt sprake zal zijn in de ogen van Justitie.

Donkere auto's en stemmingmakerij door oppositie
Overigens is hij niet de enige die zich bedreigd voelt door langs rijdende auto's en filmende en fotograferende mensen. Op 9 mei werd door het SPA-Assembleelid (Surinaamse Partij van de Arbeid) Guno Castelen in het parlement bekendgemaakt, dat zijn VHP-collega Mahinder Jogi en diens gezin zich bedreigd en geïntimideerd voelen. Er zouden 'donkere wagens’ langs zijn huis in Groningen rijden en foto’s van de woning zijn geschoten.
Jogi vermoedt, dat de intimidatiepraktijken het gevolg zijn van zaken die hij in het parlement heeft gepresenteerd met betrekking tot gronduitgiften.
Zijn NDP-collega Ricardo Panka reageerde laconiek door te zeggen, dat Jogi gewoon aangifte kan doen bij Justitie. Panka riep op dat, voorz over er daadwerkelijk sprake is van intimidatiepogingen, de oppositie de zaak niet moet dramatiseren. Buiten de microfoon riepen andere coalitieleden, aldus berichtte de Ware Tijd, dat de oppositie bezig was met ‘stemmingmakerij’.

Waar bleef een ingezonden stuk van Naipal over het door Jogi fabriceren van leugens over zich bedreigd voelen? Natuurlijk kwam dat stuk niet, Naipal gaat immers geen partijgenoot eens kritisch op de korrel nemen. Het vijandbeeld is het enige dat voor de ogen van Naipal verschijnt.

Slechts gissen......
Bij wie rijden geen donkere of witte auto's door de straat?
Bedreiging?
Foto's maken en filmen?
Intimidatie, dat zal het zijn. Maar, waarom?
Zo vaak zeggen politici in het parlement zaken die kwaad bloed kunnen zetten bij mensen buiten het parlement?
En, is Limburg die enige presentator in het mediaveld die zich wel eens scherp en kritisch uitlaat? Neen.
Hebben de beide zich bedreigd voelende heren spoken gezien?
Alleen Jogi en Limburg kennen het antwoord. Wij kunnen slechts gissen, maar doe dat dan wel op basis van feiten en niet op basis van gevoelens en emoties.