maandag 15 juli 2019

Nieuwe Europese wetgeving heeft gevolgen voor export uit Suriname van groente en fruit

Suriname exporteert per week zo'n 60 ton groente en fruit naar Nederland

- Groente en fruit dat geëxporteerd wordt moeten fytosanitaire certificaat hebben en omschrijving van het product
- Landbouwproducten die niet voldoen aan nieuwe regels worden bij aankomst in de havens  vernietigd
- 'We moeten ons afvragen hoe we Suriname gaan positioneren als agrarisch productie- en exportland'


Starnieuws bericht vandaag, maandag 15 juli 2019, dat Suriname een deel van zijn moeizaam verworven exportmarkt voor groente en fruit naar de Europese Unie (EU) dreigt kwijt te raken. Voor de import van groenten en fruit in de Europese landen gelden nieuwe regels. De nieuwe Europese wetgeving heeft gevolgen voor landen die exporteren naar de EU, waaronder Suriname. Exporteurs die niet voldoen aan de nieuwe regels voor landbouwgewassen van de EU lopen het risico dat hun landbouwproducten bij aankomst op de havens worden vernietigd. 

Suriname exporteert groente en fruit via luchttransport naar voornamelijk Nederland. De eerste fase van de aangescherpte wetgeving gaat per 1 september in.

De eerste gewassen die in gevarenzone verkeren zijn boulanger en manja.
In de tweede fase die ingaat per 14 december loopt de export van sopropo gevaar. Sopropo komt voor op de lijst van 39 hoge risico planten die verboden zijn om ingevoerd te worden in de EU. Als reden wordt door de voedselinspectiediensten in de EU aangegeven, dat 'Thrips Palmi' met het binnenkomen van sopropo is ontdekt, waardoor het gewas op de lijst van 'hoge risico planten' is geplaatst.

Per 1 september zijn de fytosanitaire eisen verscherpt voor groenten en fruit die worden geëxporteerd, waarbij op 14 december de EU een stapje verder gaat en het verplicht is dat alle groente en fruit dat geëxporteerd wordt, voorzien moet zijn van een fytosanitaire certificaat en dient de omschrijving van het product volledig te zijn. Verder dient er een Pest Risk Assessment te worden uitgevoerd en moeten de rapporten hiervan beschikbaar zijn. Dit betekent, dat er data moeten worden verzameld van de gewassen en dat begint al bij de productiefase de zogenaamde GAP, Good Agricultural Practice. Het houdt in, dat de herkomst van het product te traceren moet zijn. Wil Suriname uitsluiting van export voorkomen, dan moet het zo spoedig mogelijk de nodige maatregelen treffen.

Suriname exporteert per week ongeveer 60 ton groente en fruit naar Nederland. Hiervan is ongeveer 40% sopropo. De vraag naar sopropo is in de laatste maanden toegenomen en is Suriname niet in staat gebleken hieraan te voldoen. Per week is de vraag naar sopropo tussen de 20 en 25 ton. De vraag vanuit Nederland is veel groter dan het aanbod. Gemiddeld is het tekort ongeveer 7 ton om te voldoen aan de vraag.

De Vereniging Exporteurs Agrarische Producten Suriname (VEAPS) en de Federatie van Surinaamse Agrariërs (FSA) trekken al vanaf januari aan de bel. Er moet volgens Swami Girdhari, secretaris van de VEAPS, veel gebeuren en dat op korte termijn. Het belangrijkste daarbij is volgens hem optimale en goede communicatie tussen alle relevante stakeholders. Er moet een urgentieplan met duidelijke targets gekoppeld aan een tijdschema voor de agro export komen, zegt Girdhari 'en we moeten ons afvragen hoe we Suriname gaan positioneren als agrarisch productie- en exportland'. Het is volgens hem all hands on deck, waarbij alle actoren een rol te vervullen hebben.

Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij dient de leiding te hebben ondersteund door de ministeries van Handel en Industrie, Buitenlandse Zaken, Justitie en Politie, maar ook deskundigen van de Anton de Kom Universiteit van Suriname, CELOS (Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname), private bedrijven, non-gouvernementele organisaties en de diplomatieke dienst.

'De uitdagingen zijn enorm, er zijn grote zorgpunten. We praten over een exportmarkt die we dreigen kwijt te raken', zegtuit Girdhari die exporteur is.

Voor de afdeling Plantenbescherming en Kwaliteitskeuring van LVV ligt een zware taak. De afdeling moet voorzien zijn van goed getraind personeel en de juiste middelen en equipment. Er moeten veldinspecties worden gedaan bij boeren die producten verbouwen, bij de exporteurs, maar ook bij de plaats van waaruit het product het land verlaat. Het gaat om de hele waardeketen.

Met minister Rabin Parmessar van LVV is er in elk geval een goede basis gelegd voor overleg. De bewindsman heeft donderdag een presentatie en paneldiscussie bijgewoond van de VEAPS. Hij ontvangt vandaag de verschillende vertegenwoordigers van de agrarische sector om van gedachten te wisselen over de te nemen stappen om de export van groenten en fruit veilig te stellen.


De verscherpte maatregelen van de EU voor de import van groente en fruit zijn een zware klap voor Gopex International NV en het landbouwbedrijf Varasur. Net als de VEAPS pleit Gopex-directeur Bhiesnoe Gopal ook voor een plan van aanpak. Hij zegt dat Suriname moet leren van andere landen en vooruitlopend op calamiteiten de juiste maatregelen moet treffen. 'Drin dresi wakti siki, dus.'

Hij ziet in de nieuwe EU-maatregelen voor de import van landbouwgewassen een herhaling. Op een moment was er een exportverbod voor garnalen en gerookte vis. Toen kwamen we met de moderne visdrogerijen, weet Gopal.

Hij wijst erop, dat de nieuwe maatregelen van invloed zullen zijn op de hele keten, boeren, exporteurs, transporteurs, leveranciers en uiteindelijk ook het land. Gopal pleit voor het binnenhalen en beschikbaar zijn van de juiste bestrijdingsmiddelen voor de ziekten en plagen die er zijn en die er dreigen. Hij wijst erop, dat elk gewas een ander middel heeft, elke ziekte heeft een ander bestrijdingsmiddel. 'En aangezien we consumenten veilig voedsel willen geven, is het niet meer dan aannemelijk dat we gaan voor goede biologische bestrijdingsmiddelen.'

Hij benadrukt dat de boeren die de gewassen planten goed moeten worden getraind en goed moeten worden ingelicht en geadviseerd over de juiste middelen en het gebruik ervan. 'En de voorlichters moeten meer te zien zijn op het veld, daar is de plaats waar het allemaal gebeurt.' Oker en sopropo en ook manja zijn veelgevraagde items, weet de exporteur. 'Voordat het zover komt dat deze producten worden verbannen van de exportmarkt om wat voor reden dan ook, moeten we ons huiswerk hebben gedaan.'

Hij ziet graag dat het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij de Good Agriculture Practice (GAP) registratie weer oppakt. Begin jaren 2000 was het ministerie al gestart met deze registratie, maar die is gaan verwateren. Bij de GAP worden data verzameld van onder andere wat er wordt geplant, waar er wordt het geplant, wat voor bestrijdingsmiddelen er worden gebruikt en hoe er wordt geplant. Bij calamiteiten is de herkomst van het product dan te traceren.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten